Half 7 in de morgen, ik ben gewassen, gestreken, ge-make-upt, ready-to-go-to-work-modus is aan geswitcht.
Even mijn kledij bespreken - ik draag een jumpsuit- met luipaardmotief, zwarte korte botjes met spikes. (Je zult meteen snappen waarom dit belangrijke info is)
Ik rijd de straat uit, luisterend met een half oor naar mijn favoriete podcast. Wanneer ik mijn straat uitrijdt, merk ik dat er een beetje filevorming ontstaan is op de hoofdweg. Wat redelijk ongewoon is op dat uur. Goed, ik stel me niet echt vragen, en volg gewoon de file. Mijn gedachten dwalen af naar het verhaal van de podcast.
Na een kwartier aanschuiven en 2 afleveringen later, zie ik wat de opstopping veroorzaakt. Politiecontrole. Ik denk yes, mijn eerste politiecontrole ooit. Een wist-je-datje over mij. Ik heb mijn rijbewijs nog maar recent gehaald, zo’n 2 jaar geleden, ik ben bijna halverwege op tram 3 (you know what I mean).
Natuurlijk was ik wat zenuwachtig, ik herhaalde in mijn hoofd alle papieren die zou moeten afgeven aan de agenten: Inschrijvingsbewijs; Gelijkvormigheidsattest; Groene kaart, Keuringsbewijs, Identiteitskaart , rijbewijs.
Eindelijk was het mijn beurt. Ik wilde de agenten begroeten met “Goedemorgen”. Nog voor ik een woord kon zeggen, zei de agent op dwingende, monotone wijze “papieren, aub”. Met trillende hand van verbazing, zocht ik de papieren, waarbij alles natuurlijk uit het handschoenkastje viel. Goed voor geduld kregen ze toch wel wat krediet. De agent bekeek de papieren en zei: “Kunt u even uitstappen”. Mijn hart ging tekeer, mijn maag trok samen en ik kreeg een droge mond. Typisch de symptomen van een persoon die iets te verbergen heeft. Misschien was dat de reden dat ik volgende grap maakte, kwestie van de spanning te breken: “Meneer, de drugs uit de koffer is al lang verkocht”. Ja, I know, worst joke ever bij een politiecontrole. Ik kreeg een boze blik van de agent. De ijsbreker miste zijn effect en schoot het doel helemaal voorbij. Het enige wat ik kon doen is het proberen recht te zetten. (Ik zie je fronsen).
Ik deed op commando de koffer open en riskeerde een gevangenisstraf door de agent aan te spreken en te zeggen: ‘Meneer, het was als grapje bedoeld, hoor.” Hij draaide zich om, keek me gekwetst aan en antwoordde: ‘Mevrouw, weet u hoe vaak wij dergelijke grapjes mogen horen?’ Mijn antwoord:”Meneer ik noem De Leeuw en draag een luipaardpakje, weet u hoeveel grapjes ik hierover al heb mogen horen?’ - Oef, een glimlach, een gedecideerde glimlach maar een glimlach. Zijn antwoord: ‘Dat kan ik geloven’.
Een echt Zali-momentje!
Hebben jullie ook van die akward moments meegemaakt, waarbij humor je beste vriend bleek te zijn, mail me het dan of laat een reactie na in het gastenboek.
Ik kijk uit naar je reactie!