Goedemorgen,
Het was nu al drie uur in de
namiddag. En Louis zijn maag begon nu toch wel te protesteren tegen
het niet bijtijds gevoederd
worden. Bij Maria kan ik nu geen frietje halen, dus zullen we maar
een Luxemburgs frietje consumeren. Het vehikel liep nu ook op zijn
laatste benen wat voeding betrof, dus dat kwam goed uit. Net over de
Luxemburgse grens heb je zo een groot nieuw pompstation waar je
allerlei lekkernijen en overbodige prullen kan kopen, ook voor de
heilige koe is het een paradijs. Louis laafde zijn autootje en zocht
een mooi plekje dicht tegen het raam van het reataurant. Ik aan de
ene kant van het raam, en jij aan de andere kant. Jij hebt eerst
mogen eten dus nu is het mijn beurt.
Bij het
binnenstappen merkte Louis dat hier nogal veel raar volk ronddoolde.
Ja met al die open grenzen wordt het één grote
mengelmoes. Filip De Winter zou hier zijn hartje kunnen ophalen.
Self Service U kent dat wel. Leuke saladbar, eigen dienbord
nemen. Vier horizontale metalen staven waarover je dat dienbord kan
laten roetsjen tot je aankomt bij de dame die je laat kiezen uit een
aantal dagschotels. Die dame had de gelaatstrekken van een nazi die
met het verkeerde been uit bed gestapt was. Neen, ze was niet lelijk
of zo, maar haar gezicht had de gelaatstrekken van haar karakter
aangenomen. Wat is dat toch met mensen. Vanaf een bepaalde leeftijd
kan je echt iemands karakter van zijn snuit aflezen. Dat gezicht
vormt zich. Iemand die relaxed is en veel lacht, heeft altijd een
aangenamer bakkes dan iemand die constant loopt te mokken. Na een
tijdje kunnen ze dat niet meer verbergen. Zelfs als ze een zeldzaam
moment van blijdschap kennen, kan je nog steeds in die wirwar van
lijntjes en huidkwabjes dat norse karakter ontwaren. Louis bekeek het
mens vriendelijk en ze vroeg hem op een manier alsof ze hem ritueel
wou afmaken: Que est ce que vous voulez Louis was zo onder de
indruk van haar voorkomen dat hij het zaakje niet meer vertrouwde. Ne kleine pak,
mee mayenaise en stoverijsijse Goede wetende dat het vrouwmens er
toch niks van begreep. Hij liet zijn dienbord staan en stapte op. Zo
iemand raakt mijn eten niet aan. Ze is in staat mij te vergiftigen,
puur uit plezier. Dan zou ze met een vergenoegde blik staan kijken
hoe ik in doodskrampen op de vloer lig te kronkelen. En bij de
laatste stuiptrekkingen zou ze een ziekenwagen bellen. Al was het
maar om een alibi te hebben. Dit was een moordwijf, maar dan
letterlijk. Ronddwalend in de bijbehorende supermarkt vond hij dan
toch iets om met zijn maag op goede voet te staan. Vooringepakte
driehoekige boterhammen met tonijnsalade en sla. Nu tonijnsalade zal
wel weer dolfijnenmoes zijn, maar dat deert niet. Hij betaalde. Het
vrouwtje was deze keer een oudere dame die wel gelaatstrekken bezat
waar je nog kon van genieten. Ze zat met haar blauwwitte schort
vergenoegd achter haar toonbank vriendelijk te glimlachen. Louis
voelde zich terug opgewekt. Gelukkig waren er toch nog wezens die
konden genieten. In zijn wagentje gezeten verorberde Louis zijn
boterhammetjes.
28-03-2007 om 10:16
geschreven door Tom Lievens 
|