Schrijf, zever, filosofeer, breek af waar U zin in heeft !
25-01-2007
Hollands bezoek
Goedemorgen,
Vanaf volgende zondag hebben we er gedurende een week een ziel bij. Een Hollandse lerares. Mijn vrouwtje neemt elk jaar deel aan een uitwisselingsproject van haar school. Door een beperkt Europees budget moet iedere leraar/lerares en leerling gehuisvest worden bij een opvanggezin. Hoera. In maart trekt mijn vrouw dan richting Amsterdam. Verleden jaar hadden we reeds zo een lerares in huis. T'was mij wel de ervaring. Het mens kwam des ochtends haar achterste rond 8 uur op een stoel vleien, en maakte smakkende geluidjes terwijl ze met vragende ogen rondkeek waar het ontbijt bleef. Nu heeft ze daar tijdens het weekend wel een paar uur zitten smekken, want geen haar op mijn hoofd die eraan dacht om om 7 uur op te staan en eieren met spek te bakken voor hare koninklijke hoogheid. Ook was mijn afstandsbediening geconfisceerd. Ik kan via sateliet alle nederlandse zenders ontvangen, en dat vond ze werelds. Dus ook nog een week zonder televisie. Kleine kinderen "maakten haar nerveus", dus mijn toentertijd 3 jarige dochter zou een beetje stiller moeten wezen. Anneke was geen slecht mens, maar ze was zo haar eigen ritme gewoon, dat ze wel heel raar deed, eens uit haar habitat. Ze noemde Anneke. En ik met mijn stomme kop had al twee weken tegen mijn dochter lopen zeggen dat Anneke Flanneke op bezoek was. U raadt het al, mijn dochter van 's morgens tot 'savonds als den bellenman Anneke flanneke lopen declameren. Toen Anneke mijn vrouw een weekje onderdak moest verschaffen, bleek Anneke goed mee te vallen. In haar eigen habitat was het best een te pruimen dame. Dit jaar komt Judith met de tiet. Benieuwd wat dat gaat geven. Veiligheidshalve heb ik dit niet aan mijn
dochter verteld, ik heb alleen maar Judith vermeld zonder tiet.
Vriendelijke groet van de Spaanders voor de Vlaanders
Gisterenavond zat ik met mijn luie kont lekker televisie te consumeren. Niet dat ik met mijn kont het televisietoestel zat te verorberen. Maar ik zat lekker in de sofa televisie te kijken. Al zappend kwam ik op National Geographic. Daar werd net een spotje uitgezonden om centen te doneren. Deze centen konden goed gebruikt worden in de strijd tegen lepra.
Ik zat mij af te vragen: "In hoeverre ben ik bereid om iets voor iemand anders te doen?" En om hard en eerlijk te zijn legde ik mijzelf op de rooster. Ik woon in een appartement waar eigenlijk zonder al te veel problemen nog een ziel bij zou kunnen. Dus zou ik een arm weeskind kunnen adopteren. Eerste reactie mijnens was dat dat veel centen kostte, veel paperassen... Dus eigenlijk ga ik daar al in de fout. Ik heb zoveel geld niet, maar ondertussen heb ik wel een mooie auto en motorfiets. Tsja, ok. We zijn met twee rijbewijsbezitters, dus elk zijn voertuig. Ben ik bereid om een voertuig minder te bezitten en ervoor te gaan? Ja, in theorie wel, maar in de praktijk doe ik het niet. Ik bezit geen dure Mercedes of zo, maar met de centen van deze auto kan ik wel een half Afrikaans dorp gedurende een jaar voeden. Doe ik dat? Alweer is het antwoord neen. Dus eigenlijk als ik eerlijk ben tegen mezelf, ben ik best wel een individu dat weinig bereid is om iets te doen voor mijn arme medewereldburger. Nu moet ik alweer hard en eerlijk zijn tegen mezelf : "Maakt die gedachte mij triest of geeft ze mij een schuldgevoel.?" "Neen." Klinkt hard maar is zo. Ik vergelijk mijn situatie met een lottowinnaar. Die mensen voelen zich toch ook niet schuldig dat zij de lotto winnen en ik niet. Die gedachte maakt mij wel blij, en dagelijks beleef ik dat gevoel, en denk daaraan: "Ik ben een lottowinnaar des levens, en geniet daar iedere minuut van."
Zoals de meesten onder U ondertussen al weten, woon en leef ik in Barcelona. Nu is voetbal alhier ter stede een heel belangrijke aangelegenheid. Je kan je kop niet buitensteken of je wordt er mee geconfronteerd. Nu lag ik vorige nacht te woelen en te draaien. Voor de perverten onder jullie, mijn vrouw sliep. Dus het woelen en draaien was een individuele activiteit. En plots dacht ik dat voetbal eigenlijk is zoals schrijven. "Vasthouden die gedachte" dacht ik. Ik heb ze maar opgeschreven, want meestal des morgens ben ik die dingen die ik des nachts denk allang weer vergeten. Voetbal=schrijven. Bij het opstaan kostte het me eventjes maar toen wist ik het weer. Als je een voetbalwedstrijd op televisie bekijkt, dan zit je eigenlijk gedurende 90 minuten te kijken naar veel over en weer gehol, nu en dan een beetje actie, en met geluk 3 a 4 flitsende, sublieme acties. Als ik zit te schrijven bekruipt me hetzelfde gevoel. Ik zit gedurende een hele tijd allerlei dingen op mijn klavier te tikken, maar dat zijn gewoon maar pasjes, terugspeelballen en dies meer. Dus het publiek gaat zitten tetteren, hot dogs eten, want dat verveelt maar. Nu en dan bots ik op een gedachte, schrijf een zin. Een eerste aanzet tot een poging tot aanvallen. Het publiek kijkt op, vergeet heel eventjes zijn hot dog, en declameert een Oooohhh. Maar al snel hebben ze terug meer aandacht voor hun hot dog dan het spel. En dan na veel heen en weer gepas, middenveldverveling, komt de flits. Als een razende ga ik tekeer op mijn klavier, korte pas naar voren, ik zie de zin vorm nemen, ik voel het aan mijn water. Lange sprint naar voren, de werkwoorden komen te staan waar ze moeten staan. Laatste hakje naar de vrijstaande aanvaller. Ik moet alleen nog een punt achter de zin zetten, dit is hem. En de aanvaller tikt hem binnen. Het stadion ontploft. Ook ik. Jezus wat een zin. Ik jubel. spring op, doe een Braziliaans dansje. Het publiek gooit zijn hot dog de lucht in. Is uitzinnig. Na dit mentaal orgasme, steek ik een sigaret op. Het publiek koopt nog maar een hot dog. En alles begint weer van voren af aan.
Ik heb zopas het boek van Aster Berkhof getiteld Donnadieu uitgelezen. Het is zeker geen recent boek, maar wel was ik ervan onder de indruk. Dit is een goed boek. Voor de mensen die het niet gelezen hebben, een aanradeer. Ik heb het 3 maanden geleden bij de Slegte in Gent op de kop getikt voor de ronde prijs van 4 euro. Daar ik maar éénmaal in het jaar in België kom, kan ik de meest recente boeken niet aanschaffen, maar als er mensen zijn die aanraders hebben voor mij, altijd welkom. Want meestal sleur ik een 50 boeken mee terug naar huis, kwestie van verzekerd te zijn dat ik niet zonder leesvoer val.
Vriendelijke groet van de Spaanders voor de Vlaanders
Camilo zat aan zijn
witteke te lurken en keek nog een keer op het uurwerk dat boven de
toog hing. Tien na zeven. Waar blijft dat meisje. Staat mij daar
eerst op te vrijen in haar frietkot, en komt nu niet opdagen. T'zal
toch geen van die feministes zijn, die wraak wil nemen op alles wat
een klokkenspel tussen zijn benen hangen heeft. En daar dan maar
afspraakjes mee maken om de meneren voor Piet Snot te laten zitten. Nu goed, als mijn
bier op is, blijf ik niet langer wachten. Maar zoals alle
goede vrijgezellen die ongeduldig zitten te wachten bij hun eerste
afspraakje, bestelde hij nog maar een pint bier. Halverwege deze
tweede pint, ging de deur voor de zoveelste keer open, Camilo keek
half geinteresseerd, want hij geloofde niet meer dat ze nog zou komen
opdagen. T'was begot al bijna halfacht. En toch, daar was
ze. Hij had moeite om haar te herkennen. Ze was bijna niet opgemaakt,
Zuiders gezichtje, pikwarte ogen. Maar bovenal een blik in haar ogen
die nieuwsgierig alles opnam en terzelfdertijd alles leek te
verwerken in dat bevallige hoofdje van haar. Het was die blik die
Camilo uit het lood sloeg. Sta ik hier met mijn stomme kop
smoorverliefd te worden op iemand die ik van haar noch pluimen ken.
Wat een metamorfose had zij ondergaan. Simpel maar met smaak gekleed.
Donkerblauwe wijde trui, maar niet zo wijd dat haar borstjes niet
zichtbaar waren. Leuk kleurig rokje, en een paar botjes met halfhoge
hakken. Maar de grootste metamorfose zat hem in haar houding. Dit was
niet meer het frietmeisje dat hij leren kennen had een paar uur
voordien. Ze kwam op hem
toegestapt met een licht verontschuldigende glimlach. Ik heb iets
langer moeten werken, mijn collega was later dan voorzien. Sorry
zei ze alweer met dat accent dat hij niet kon thuisbrengen. Geen probleem, ze
hebben hier bier genoeg, het regent hier niet binnen, ge moogt hier
een sigaretje roken en t'is hier niet koud. Dus het wachten was geen
zwaar karwei. Wat een stinkende
leugenaar ben ik toch, dacht Camilo Amper tien minuten geleden
zat ik haar hier te vervloeken voor vuile femeniste.
Na het lezen over Philou's druifje, schoot mij een Spaanse gewoonte met druiven te binnen. Op het einde van het jaar schiet de druivenverkoop in Spanje enorm omhoog. Dat heeft een reden. Een jaarlijks terugkerende folklore wil dat je op oudejaarsavond 12 druiven moet eten. En niet zomaar, maar wel 12 seconden voor twaalf uur. Las campanadas, de klokslagen. Dus Als de klokken de laatste 12 slagen van het jaar luidden, moet je 12 druiven zien te verorberen. Het eerste jaar dat ook mij die eer te beurt viel, dacht ik: Gemakkelijk. En dat is buiten de waard gerekend, want probeer, na een lekker maal en al een iets te veel wijn, je gezicht in de plooi te houden als je iedereen na de zesde of zevende klokslag met zijn bakkes vol druiven ziet staan. Je krijgt ze niet weggeslikt. Dan heb je ook de typische flauwe plezante oom, die zijn druiven op jouw bordje probeert te leggen. Dus hier in Spanje krijg je een nieuwjaarszoen met een druifsmaakje, komt goed uit als je maal rijkelijk besprenkelt was met alilo (mayonnaise met look).
Vriendelijke groet van de Spaanders voor de Vlaanders
Tot mijn grote vreugde zie ik dat de lettertjes van mijn schrijfsels onderhevig zijn aan slijtage, omdat ze gelezen worden. En de bedoeling van schrijven is uiteindelijk wel gelezen worden.
Mijn tijd gaat de laatste maanden bijna volledig op aan schrijven. Hoe doe ik dat financieel vragen sommigen zich af. Normaal. Men moet tenslotte wel eten, slapen en van tijd tot tijd zijn natje en droogje kunnen permitteren. Nu, eigenlijk is dat heel simpel. Toen ik 14 jaar terug in Spanje aankwam zonder een frank, kwam goed uit want de peseta was niet interessant om te wisselen, en met een 5 weken oude zoon op mijn arm,heb ik 6 jaar op bouwwerven gewerkt via het schrijnwerksbedrijf van mijn schoonvader. Ik sprak geen Spaans toentertijd, dus solliciteren was er niet bij. Mijn vrouw is licentiaat Germaanse, en was bezig een aantal zware staatsexamens aan het voorbereiden. Dus was ik voor het grootste deel de kostwinner. Na zes jaar lukte het me niet meer. Mijn deerne had toen na 3 jaar vechten haar felbegeerde job in de wacht gesleept. Omdat ik van jongsaf op eigen poten sta, wordt de schrik om radicale stappen te nemen, telkens kleiner. Ik heb mij toen opgesloten, en heb op een jaar tijd een paar computertalen ingestudeerd. Ben op zelfstandige basis websites beginnen maken, servers plaatsen en dergelijke dingen. Vandaag de dag maak ik amper websites, maar haal een klein inkomen uit een reeks domeinnamen die ik host. Na het overlijden van mijn vader op 59 jarige leeftijd, het overlijden van mijn grootmoeder, 11 maand nadien, was het dus alweer tijd om één van die radicale stappen te ondernemen. Mijn deerne steunt mij volledig in mijn kronkelige manier van zijn en denken, niet altijd begrijpend waar dat mentaal schip henen vaart, dat begrijp ik zelfs niet. Vandaag de dag is zij de de voornaamste kostwinner in huis. Ik heb er ondertussen trouwens nog een dochtertje bij. Dus dat is in een notedop mijn belastingsverklaring. Mijn grootste motivatie om een blog te beginnen, was opbouwende kritiek te ontvangen, maar aan de reacties te merken, staan mensen daar huiverachtig tegenover. Niemand heeft de waarheid in pacht, klopt zapnimf. Maar een kritiek kan altijd nieuwe aspecten tevoorschijn toveren. Mischien moet ik maar beter een frituur openen dan boeken schrijven, zou kunnen. Kritiek is voor mij, met een mooi Engels woord, feedback. Ik kan tegen een stoot, vooral blonde, dus terughoudendheid of bescheidenheid, wat wel siert, hoeven voor mij niet.
Vriendelijke groet van de Spaanders voor de Vlaanders.
Ik kreeg een interessante vraag gisteren van Stienie. Is Camilo biografisch of gaat het over Don Camillo? De auteur Giovanni Guareschi schreef in de jaren 50 en 60 boeken over Enen Don Camillo, met twee ellen. De naam van mijn personage is simpelweg gebaseerd op mijn schoonvader's naam, omdat ik die origineel en leuk klinken vind. Dan het tweede deel van de vraag: Is dit biografisch? Hier moet ik nuanceren, ik ben inderdaad van Gent afkomstig. En evenals Camilo, vind ik feitenkennis belangrijk. Dus ja, er zit hier en daar een autobiografisch en biografisch reukje aan. Het is voor mij een grote hulp om vragen en kritieken te ontvangen. Want hier in Spanje heb ik niemand waarmee ik in de clinch, en dit bedoel ik positief, kan gaan over wat ik schrijf. En het enige wat ik doe in mijn dagelijks leven is schrijven.
Dus Stien, enen groten dankuwel van mijnentwege.
Vriendelijke groet van de Spaanders voor de Vlaanders.
Kauwend zonder iets
te proeven wandelde Camilo terug richting Centrum. Zou dit mischien
iets zijn waarover hij kon schrijven. Eerste ontmoeting met meisje
met raar accent. Nu, als dit een onderwerp zou blijken te zijn, dan
zou hij daar wel achter komen vanavond. Om de tijd nuttig te besteden
bezocht hij een krantenwinkel om de Humo te kopen, hij ging nochtans
niet binnen alvorens zijn broekspijpen gecontroleerd te hebben. Een
ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen. Na dit leesvoer
aangeschaft te hebben, ging Camilo op een bankje zitten lezen aan het
St Jacobs. Camilo had wel iets met drukke kruispunten in Gent. Het
getoeter, geronk, bebabbel van de schoolgaande jeugd en de
electrische trolleys brachten hem tot rust. Terwijl de meeste mensen
een rustig parkje prefereerden. De geur van de stad was ook iets heel
apart. Een beetje zoetig, licht vochtig op winternamiddagen. Het was
nu midden oktober maar nog zeer zacht voor de tijd van het jaar, en
met zijn dikke parka had hij het sowieso niet koud. Camilo sloot zijn
ogen en liet zich drijven op
de geluiden, en het zalig niets doen. Nu en dan bleef Camilo weleens
een kwartiertje ergens
doodstil zitten. Hij was altijd nieuwsgierig geweest hoe zijn vader
het niet kunnen bewegen
ervaarde. Hij kon als in trance zijn benen loodzwaar voelen worden en
deed alsof hij wilde bewegen zonder een vin te verroeren. Met
gesloten ogen en bewegingsloos, merkte hij dat na een paar seconden
zijn zintuigen op een andere manier reageerden. De geluiden om hem
heen werden luider, maar niet storend, het was alsof ze allemaal op
een verschillende geluidsband stonden, elk geluid kon je ervan
tussenpikken, als hij alleen maar de bus wilde horen dan lukte dat
wonderwel. Ook werd zijn huid gevoeliger, hij kon de stof van zijn
trui perfect voelen. Zijn lichaam voelde wel aan alsof het 2 ton
bewoog. Na het vele jaren sleuren aan zijn vader om hem van rolstoel
naar auto of sofa te verplaatsen, had zijn onderbewustzijn dit
gegeven opgeslagen opgeslagen. Het gevecht als verlamde tegen de
zwaartekracht. Ooit in een gesprekje had Raymond, want zo noemde
Camilo's vader, gezegd dat hij best wel austronaaut zou willen zijn.
Met mijn armen en benen kan ik niets aanvangen, hier op moeder
aarde, dus waarom geen weekje gaan zweven in de ruimte. Daar zat wel
iets in, na vele jaren vastgekluisterd te zitten zou dit inderdaad
wel een hele aparte ervaring moeten zijn. Dan zou ik wel mijn
nieuws om zeven uur moeten missen, dus dan doe ik het niet. Dit
was Raymond's typische commentaar als iets onmogelijk was. Ook
vertelde hij nu en dan aan mensen dat hij helemaal niet anders-valide
was, maar dat hij roerloos bleef zitten om zijn degelijke
invaliditeitsuitkering te kunnen blijven krijgen. En zoals hij eens
gezien had in een Amerikaanse reportage over privé-detectives
die voor verzekeringsmaatschappijen mensen schaduwden om te zien of
ze nu wel echt iets mankeerden, vermelde hij erbij dat ze hem niet
zouden klissen, ik hou vol, laat ze maar komen die detectives.
Sommige mensen keken een beetje raar op als hij dergelijke
opmerkingen maakte, meestal lag Camilo in een deuk als hij die
bedremmelde blik, en de vragende ogen van de toehoerders zag
opensperren. Mensen hebben veelal een medelijden gevoel als ze iemand
aan een rolstoel gekluisterd zien, maar staan er veelal niet bij stil
dat diene duts daar niet altijd vrolijk van wordt. Welnu, elk
zijn plezier.
Camilo werd ruw
gewekt uit zijn roerloosheid en zijn dagdromen door een tik op de
schouder die vergezeld ging van een mannenstem, Alles ok, meneer?
Daar kon hij nog steeds niet aan wennen wanneer ze hem meneer
noemden, dat klonk alsof hij oud was. Camilo opende de ogen en zag
dat er een flik een beetje bezorgd op hem neer keek. Ja, ja. alles
ok. antwordde hij een beetje beduusd. Wat zijn we aan
het doen.? vroeg de flik nu niet meer zo bezorgd, maar eerder
achterdochtig alsof hij een inbreker had betrapt. Aan het
schrijven. De flik die begon te
denken dat Camilo onder invloed was van één of ander
goedje, begon zich lichtjes kwaad te
maken. "Aan het
schrijven, he? zonder papier of pen.? Denkt meneer er mee te
rammelen? Alweer dat meneer. Kijk meneer de
flik waarbij de ambtenaar zijn wenkbrauwen fronste. Ik zit hier
rustig op een bankje te genieten van de stad, bedankt voor de goede
zorgen, maar alles is ok, wilt U nu alstublieft het verkeer gaan
regelen, oude vrouwtjes helpen oversteken of iets dergelijks? Daar
kon die kerel niet echt om lachen, dat vondt hij niet beleefd. "Manneke, dat
had Camilo al liever dan dat meneer gedoe. Ge moet wat beleefder
leren zijn. De flik draaide zich om en beende met grote passen
weg. Een verstandige kerel, dacht Camilo. Die had snel door
dat dit met moeite een conversatie kon genoemd worden en nergens toe
leidde.Dus bolt hij het snel af. Goed punt voor U, meneer de flik.
Camilo Bestelde een
Kriek. Het Damberd was en is één van de bekendste cafés
in het Gentse Centrum. De meeste bezoekers waren verlopen hippies,
pseudo kunstenaars en piepjonge studentjes die al hadden horen
vertellen over deze tempel. Na een tijdje te hebben rondgekeken en
nog een Kriek te hebben besteld kwam Joan binnengestapt. Hallo, zo vroeg
vandaag? Ik heb nu toch
alle tijd van de wereld aha? Camilo vertelde
beknopt het verhaal over zijn pas verworven schrijverschap. Ge meent het
precies was het nuchtere commentaar Ja, en doe mij
een plezier, houd uw mond hierover. Ok Joan was één
van de enige mensen die Camilo als echte vriend beschouwde, en
waarvan hij wist dat hij zijn mond kon houden. Ze waren al jaren
vrienden. In de tweede helft van de jaren tachtig hadden ze samen
veel verschillende roadtrips ondernomen. Oktober 1989, Berlijn.
Fysisch waren ze tegenwoordig toen de muur viel. Camilo had daar nog
een liefje aan overgehouden. Conny. Een bevallig Oost Berlijns
meisje. Maar ja, na een jaartje en telkens 850 kilometer te moeten
heen en terug reizen was deze liefde ook doodgebloeid, niet zonder
littekens weliswaar. Het kind werkte als verpleegster in de Charite
kliniek, waar ooit Honecker nog verpleegd werd toen het Oost
Berlijnse regime viel. Alhoewel dit ook wel weer een verzinsel zal
geweest zijn van de Oost Berlijnse regering. De meeste van die
despoten werden plots ziek als hun rijk wankelend tenonder ging. Kan je ze
ongelijk geven? dacht Camilo Jaren mensen kloten, U goesting
doen, en plots moet je vluchten of ze lynchen je. Conny had een
vriendinnetje, Helga. Een slanke knappe meid. Witblond, kort gekapt
haar. Zij was totaal niet te spreken over de teloorgang van het
Oostduitse rijk. Wij hadden niet
veel, noch het modernste, en op een Trabi, zo een Oostduits vehikel,
moesten we ook 5 jaar wachten.
Vooropgesteld dat we die konden betalen. Maar we hadden in ieder
geval iets. In Oostduitsland deed trouwens het grapje de ronde als je
je Trabi bestelde dat je zo oud was als de figuur op de voorzijde van
een 5 oostmark biljet, daar stond een jonge wetenschapper op
afgebeeld. En als je je Trabi toegewezen kreeg dat je zo oud was als
de figuur op de keerzijde. Daar stond dan weer een stokoude schrijver
op afgebeeld. En nu? Sprak zij. Nu hebben we inderdaad
vrijheid, kunnen we gaan en staan waar we willen. Waarom? Om te zien
hoe men leeft aan de andere kant van Berlijn? Om te zien wat we niet
ons niet kunnen veroorloven? Neen, geef mij dan maar de muur terug.
Camillo vond dat zij ongelijk had. Ouder wordend was zijn idee
hieromtrent stilletjesaan veranderd. Tuurlijk was hij de rijke
Westerling, en zij waren diegenen die nog een televisie hadden met
lampen, en 5 verdiepingen naar beneden moesten om kolen te halen uit
de kelder. Vrijheid is het hoogste goed dacht hij toen. Maar
ja, met vrijheid smeer je geen boterhammen denkt hij nu. Alles kits met de
kids? Vroeg Camillo, die kinderen het einde vond. Ze hadden geen
vooroordelen, zeiden recht in je bakkes wat ze dachten of voelden en
als ze je waardeerden, wist je meteen dat dit niet gespeeld was.
Alhoewel als er snoep aan te pas komt, ze volleerde psychologen zijn
in het je verleiden. Ja, kan niet
beter. Joan was best vrij
kort van stof wat in den beginne onsympathiek kon overkomen. Hem
kennende wist je dat dit niet het geval was. Ik stap maar eens
op, want moeder de vrouw zal wel stilletjesaan zitten wachten. Als je
iets nodig hebt laat het mij weten. Ik ben nog in het land tot
volgende week. Verdomme
Vloekte Camilo ineens luidkeels. Verschillende mensen keken om. maar
Camilo was zo bezig met wat hij zich net herinnerde, dat hij daar
niet op lette. Mijn inpakpapier van mijn zak frieten. Het
frietmeisje had daar haar telefoonnummer opgeschreven, en zonder er
bij stil te staan had hij die weggegooid. Tedju. Alweer naar de
Dampoort te voet. Want naar de Molenaarsstraat om zijn auto te
halen was ook een eindje. Goed dan maar, alles voor de liefde en
een pak frieten. 'T is mijn dagje
niet, eerst die toestand met die kous, en nu moet ik midden op de
dampoort een vuilbak staan leeghalen.
Vriendelijke groet van de Spaanders voor de Vlaanders
Het is vanavond om acht uur of twintig uur, lijk U wilt, 39 jaren geleden dat ik voor het eerst deze bol betrad. Nu betreden is een groot woord, want het duurde nog wel een paar maanden vooraleer ik echt contact maakte met moeder aarde, en dan nog op een vrij onzachte wijze, bij het uit mijn wieg donderen namelijk. Wat ik maar wil zeggen is: Het is mijn verjaardag!
Vriendelijke groet van de Spaanders voor de Vlaanders
Na het 14 geleden verlaten hebben van "Mijn Gent" ben ik nog steeds verknocht aan deze hoop bakstenen, leistenen, steunbalken en andere bouwmaterialen gelegen op dezelfde hoogte- en breedtegraad. Het was daar dat ik voor de eerste keer naar de "cinema" ging aan het fonteinepleintje. De Brugse poort, volksbuurt bij uitstek. De Bruce Lee films, waarbij na het bekijken van deze cinematografische gewrochten, ik uit de kijkzaal kwam gestapt zo sterk als zeven Bruce Lee's samen. En o wee, diegene die mij dan een een vuile blik toewerpte, want dat kereltje zou ik wel eens vellen met een paar welgeplaatste karateslagen die ik net voordien geleerd had in de Cinenova. Of Jaren later, gelegen om 4h30 's zondagsmorgen naast mijn motorfiets, op een steenworp van de Cirque Central, alle drankgoden vervloekend. Of gewoonweg in het Damberd smoorverliefd brieven schrijvend aan het Oost Berlijnse meisje dat ik had leren kennen tijdens de val van de muur. Want daar was ik natuurlijk ook present, die muur zou eraan gaan. Of gewoonweg dagelijks fietsend van Oostakker naar het Sint Pietersstation om mijn dagelijkse portie kennis op te doen in het Voskenskot, oftwel Koninklijk Atheneum III Voskenslaan. De eerste tongkus die ik kreeg van een meisje in St Amandsberg. Ik bedoel maar, Gent mijne stad.
Vriendelijke groet van de Spaanders voor de Vlaanders.
Na een heleboel
overpeinzingen was hij al wandelend een heel stuk opgeschoten
richting Gent. Op de Antwerpsesteenweg dan maar een pint drinken. In
het eerste Café die op zijn route lag stapte hij binnen en
bestelde een nationale trots. T'was ondertussen al half twaalf dus
dat mocht wel. Rondkijkend zag Camilo dat hier geen Alois wieze
tafels stonden, maar wel degelijke eikehouten tafels met bijbehorende
stoelen. Aan de toog zat een verwaaid koppel van een jaar of vijftig
zich tegoed te doen aan hun dagelijkse vracht bier. Ze knikten met
waterige, halfbezopen ogen goededag . Camilo beantwoordde hun groet
met een vriendelijke glimlach terwijl hij dacht. Kan je nu over
zoiets schrijven, twee ocmw'ers die zich reeds 's ochtends een stuk
in hun voeten zuipen? Het zal wel mogelijk zijn maar ik doe het niet.
Ik heb niet genoeg achtergrondinformatie over wat die mensen
ontvangen aan uitkering, noch over wat hun voor huis doorgaand
onderdak aan huur kost. En als ik over iets schrijf moet ik ingelicht
zijn, dus dit onderwerp is al van de baan. Opgewekt na deze
gedachte bestelde Camilo nog een pint. Want, zo dacht
hij Op deze manier kom ik gewoon het onderwerp van mijn eerste
boek vanzelf tegen. Door middel van eliminatie.
Er kwamen nog een
paar mensen de drankgelegenheid binnen die Camilo aan zijn nieuw
systeem onderworp. Een iets oudere heer met een beduidend jonger
mokkel aan zijn arm. Tiens, tiens, onze oude garde lust ook nog
wel een groen blaadje. Alhoewel groen. Zo jong is ze nu ook weer
niet. maar ook deze mensen werden genadeloos geelimineerd volgens
zijn nieuw systeem. Na het vereffenen van de gemaakte schulden
vertrok hij, richting Dampoort alwaar de geur van frieten zijn neus
streelde. Aan de kramp van zijn maag te voelen kon hij wel iets
solide verdragen, dus een pak friet was de boodschap. Toen het mens
dat dit etablissement uitbaatte de tot reepjes verwerkte aardappelen
in het daartoe bestemde doosje had gekieperd meende Camilo haar te
horen vragen: Moe' k erin kakke? Stomverbaasd bekeek hij haar,
ze was trouwens een niet onaardige verschijning,
natuurlijk halfblond haar, mooi figuurtje met een minirokje, een
ietsje te veel opgemaakt maar toch jong genoeg om er lekker uit te
zien. Toen ze Camilo zijn verbaasde snuit zag, herhaalde ze haar
vraag, denkende dat hij een of andere rare kwiet was die te dwaas was
om te helpen donderen. Waarom wilt U op
mijn friet kakken? replikeerde hij Nu was het haar
beurt om Camilo stomverbaasd aan te staren. Ondertussen waren de
mensen die achter hem in de rij stonden nieuwsgierig deze op zijn
minst absurde conversatie aan het volgen. Toen het vrouwtje
over haar eerste verbazing heen was herhaalde ze haar vraag in een
soort abn, of wat daar volgens haar moest voor doorgaan. Of d'ak
et moe inpakke? Camilo schoot in een
lach. Zijn oren en het Gentse dialect hadden hem wel voor de gek
gehouden. Ook het dametje scheen nu te beseffen waarom Camilo haar zo
dwaas had staan aan staren en vroeg met een scheve grijns of hij nog
stoverijsaus op zijn frieten wilde. Ze pakte het boeltje in, en
terwijl ze dat deed merkte Camilo dat ze nog snel iets op het pak
krabbelde. Hij nam zijn pak voedsel in ontvangst en zag dat er een
telefoonnummer op stond. Ze knipoogde en glimlachte koket toen hij
vertrok. Komt dat tegen. Dat mokkel staat mij hier midden op de
Dampoort te versieren. 'T is me wel wat met die emancipatie. Mischien
is ze wel een strontfetisjiste, en was het dat kakken die het hem
gedaan heeft. Tevreden ging hij op een bank zitten en begon te eten.
Sedert een tijdje gaat negentig procent van mijn tijd op aan schrijven. De stukjes van Camilo op mijn blog zijn de eerste paginas van een boek dat kant en klaar ligt om afgebroken, opgehemeld, in stukken gesneden of nog erger door de uitgeverijen waar dit schrijfsel zal heengaan.
Ik heb plankenkoorts wordt ik weggehoond? Krijgt mijn zelfvertrouwen een knauw? Als de literatuurtijger uitslaat zijn klauw?
Of valt het mee? En word ik uitgenodigd in casino Oostende aan Zee? Wat het ook zij, ik hou het simpel en blij
Vriendelijke groet van de Spaanders voor de Vlaanders
Na het lezen van een artikel op de website van het volk, rezen mijn haren ten berge. Ergens in de Verenigde Staten was een stel samen met een aantal geneesheren op het lumineuze idee gekomen om een 9-jarig meisje de borsten te amputeren en meteen ook maar de eierstokken te verwijderen, nu we toch bezig zijn zullen zij gedacht hebben, doen we het meteen volledig en goed. Nu stopt de groei en blijft ze fysisch voor eeuwig en altijd als 9-jarige door het leven gaan. Reden voor deze "ingreep", het schaap was zwaar mentaal gehandicapt en zal blijven steken op het mentale niveau van een baby. Wat heeft dat te maken met deze verminking was mijn eerste gedachte. De ouders van het kind gaven als reden op dat het veel practischer was om uitstapjes te maken en voor de verzorging.Ik vraag mij nu af: ben ik gek of zijn dergelijke mensen een gevaar voor hun omgeving. Ik heb in mijn leven van zeer dichtbij een dergelijke situatie meegemaakt. Met dat verschil dat hier geen sprake was van mentale handicap, maar wel een 100% verlamde boom van een vent. Hij: 90kg 1m80, verlamd, zij: 1m58 48kg. Het mens heeft 20 jaar hemel en aarde bewogen om hem een menswaardig bestaan te geven, daar is zij ook in geslaagd. Had zij dan ook maar moeten zeggen: "Schat, we gaan jouw armen en benen laten amputeren, dat is veel practischer." Zoals mijn vader het uitdrukte: "Hoed je om de moraalridder uit te hangen." Maar na het lezen van dit artikel sloegen bij mij heel eventjes de stoppen door. Zoiets kan niet.
Vriendelijke groet van de Spaanders voor de Vlaanders
Vandaag is mijn verwekster met de Noorderzon vertrokken. Mij hier achterlatend in het Zuiden. Toen wij het familiepak frikadellen en zij haar torilla's met jamon op had, zal ze gedacht hebben: "De vreet is op, het feest is hier voorbij." Dus kijken we al weer uit naar de volgende lading frikadellen die zij op haar komende reis alweer door de douane zal smokkelen.
Ze is trouwens ooit eens geklist met 20 van die worsten, ten tijde van de dioxine crisis. Maar toen ze een doktersverslag van onze frikadellenarme bloedspiegel liet zien, toonde ook de Belgische beambte der taxen en accijnzen zich van zijn menselijke kant, wreef over zijn hart, een pijnscheut bemerkend, en liet mama door de metaaldector stappen. Gelukkig waren het geen spinaziefrikadellen, want anders zou die detector meteen door het lint zijn gegaan.
Dank U mama voor de frikadellen.
Vriendelijke groet van de Spaanders voor de Vlaanders
Ik ga een eindje te voet,
word je gezond van. Nu konden gezondheid en al
wat daarmee gepaard gaat Camilo wel gestolen worden, maar gezondheid
is zoiets als geld, als je het hebt sta je er eigenlijk niet bij stil
en kan het je ook geen bal schelen. Gezond ben ik dus, geen
getreuzel. Stevig stappend bereikte Camilo na een paar minuten
alweder de school waar hij lager onderwijs genoten had, nu ja
genoten. Alras dook een andere herinnering op waarbij hij luidkeels
in een lach schoot. Alweer werd hij bekeken. 'T is niet echt mijn dag om
onopvallend iets tot een goed eind te brengen. De herinnering, juist. De laatste dagen
van het schooljaar waren aangebroken, en nu reeds 12 jaar zijnde,
waren ook de laatste dagen van de lagere school aangebroken. Een
fietstocht met de 5de en 6de leerjaren was het afscheidscadeau die de
school had bedacht. Iedereen dolenthousiast met de fiets naar school
om dit evenement te kunnen meemaken. Maar in dit kikkerland heeft het
weer ook nog iets in de pap te brokken, dus besloten de weergoden om
het oude wijven te laten plenzen op die bewuste dag, met als gevolg
dat de directie alles afblies. Dat zie je vanhier, dat die leraren
met 60 joelende kinderen in de gietende regen een fietstochtje gaan
maken. Dit alles was tegen de zin van Camilo, hij zou fietsen, het enige
bruikbare middel om zijn doel te bereiken was een staking. Een staking was iets romantisch in zijn
ogen. Na het lezen over het leven van Eedje Anseele, en de woelige
tijden waarin deze rode voorman had geleefd, vond Camilo dat ook hij
voor de rechten van de onderdrukten iets zou moeten doen. Al was het
op kleinere schaal. De school plat leggen was een goede start. Na
zijn plan voorgelegd hebben aan Kathleen, buurmeisje, eerste liefde
en dochter van Mevrouw Van Steenkiste, lerares derde leerjaar, ging
hij over tot daden. Er zat een klein fascistisch reukje aan de
werkwijze waarop de staking georganiseerd werd. Diegenen die niet
wilden meedoen kregen op niet misverstane wijze te horen dat ze
weleens een aantal tanden vaarwel zouden kunnen zeggen, indien ze
niet op enthiousiaste wijze zijn plan zouden steunen. Na de
middagpauze was het dan zo ver, de harde kern van de staking, zijnde
Kathleen en ik, geposteerd onder de enige boom die de speelplaats
rijk was, stond de rest van het schooltje op te hitsen met
revolutionaire taal, en eenieder te verbieden om de klassen te
betreden na het rinkelen van de bel die het einde van de middagpauze
inluidde. Hoe het kwam weet niemand, maar na het luiden van die bel,
verroerde niemand een vinger, van de kleinsten tot de grootsten
bleven ze inderdaad in de gutsende regen staan. Dat wel, rond de eik
waar hij en zijn jeugdliefde bleek maar met een gevoel van
onoverwinnelijkheid de deur van het directielokaal in het oog
hielden. Moeilijkheden konden niet uitblijven. Na een paar minuten
kwam de directrice naar buiten, gewapend met paraplu en regenjas. Wat heeft dit te betekenen. Zei
ze met een mengeling van verwondering en wrevel. Iedereen rond de boom keek onze
richting uit, met een geile rampentoeristenblik, en verkneukelden
zich in wat komen zou. Er is ons een fietstocht beloofd, en
die zullen wij krijgen ook. Het is niet omdat een paar leerkrachten
schrik hebben van water dat wij onze fietstocht moeten opgeven.
antwoordde Camilo. Stomverbaasd keek de directrice Camilo
aan. Heb jij dit georganiseerd, en alleen om een fietstocht te
laten doorgaan? Ja, inderdaad, dat heb ik.
waarbij hij een verliefde blik wierp op zijn muze die geen duimbreed
was geweken van zijn zijde. Dit was de eerste keer in zijn nog korte
leven dat hij voelde wat het moest zijn om een man te zijn. Dat zijn
leuter meer kon dan aleen maar overtollig vocht uit zijn lichaam
drijven wist hij al, voldoende getuigen in de vorm van verdroogde
zakdoekjes waren aanwezig op zijn jongenskamer. Maar dit had niets
met sex te maken, dit was een geheel ander gevoel, een soort mentale
samenhorigheid die op hem afraasde als een op snelheid zijnde TGV. De
directrice vermoedde al dat de muze er ook voor iets tussenzat, de
dochter dan nog van een collega. Iedereen begeeft zich nu naar zijn
of haar klas, meteen! Riep ze uit terwijl ze zich omdraaide naar
de schare medeleerlingen. Iedereen keek de veldheer en zijn muze aan,
zonder iets te zeggen knikten ze allebei neen. Toen het schoolhoofd
merkte dat dit niets opbracht, gooide ze het over een andere boeg, en
vertelde dat dit slechts uitsel was en geen afstel, als de weergoden
het zou believen dat we morgen of overmorgen alsnog konden gaan
fietsen. Ik stel mijn veto, wij gaan vandaag Toen werd het de directrice iets te
veel, het woord veto was als een lont die een staaf dynamiet tot
ontploffing bracht. Naar binnen bende snotneuzen, wat
denken jullie wel! Schreeuwde ze nu met overslaande stem. Deze grap
had al langer geduurd dan haar geduld kon verdragen. Alweer was de
reactie een neegeknik. Verrek dan allemaal in de regen.
zei ze woedend en ze stapte het af. Wat een triomf. We hadden de hoogste
macht van de school uitgedaagd en ze was het afgetrapt. De regen
voelde aan als de Champagne die de winnaar van de Tour de France
over zich heen krijgt, die had tenminste wel mogen fietsen voor zijn
Champagne.
Niet meer naar het werk. Lui blijven
liggen. Notitieboekje en Bic op het nachtkastje. Gebruiksaanwijzingen
lezen. Naar de bibliotheek. Nog meer lezen. Jezus, ik moet meer werk verzetten
dan vroeger. dacht Camilo. Niet geklaagd, een wandeling en een busrit is geen slecht
begin als ochtendgymnastiek. Al slenterend bereikte hij de bushalte.
Ticket kopen, instappen, raamplaats opzoeken. Neerzitten. Rondkijken.
De rit was prettig, nu hij toch het diepe ingesprongen was, waren
zijn ratjes vrij rustig. Ze knabbelden wel een beetje rond hier en
daar maar zonder al te veel schade aan te richten. Bij het passeren
van zijn oude school glimlachte hij en dacht aan de tijd waar hij
opstelletjes verkocht voor 20 frank aan zijn klasgenoten. Op
tienjarige leeftijd kwam hij tot de ontdekking dat bij de
schrijfopdrachten een tien als resultaat vaste kost was, dus waarom
geen handeltje opzetten. Er waren altijd wel klasgenootjes die geen
drie letters na mekaar in de juiste volgorde konden zetten, laat
staan een degelijke zin neerpennen. En je zal het altijd zien, dat
zijn nu juist die kliertjes die met het meeste zakgeld gaan lopen en
komen opsnijden met dikke pakken voetbalprentjes, waar jij dan al
bedelend nu en dan wel eens een paar dubbele prentjes van kreeg. Zij
zijn degenen die 'smiddags de school verlaten om lekker friet te
vreten bij moeder terwijl jij op school je boterhammetjes met salami
kan verorberen. Dus waarom niet een beetje centen aftroggelen van die
ettertjes? Het zaakje liep zo goed dat de helft van de klas
bestellingen plaatste. Het zaakje ging op de fles toen de King Kong,
want zo noemde zij meneer Tienpont van de vijfde klas, merkte dat het
niveau van de opstellen aanzienlijk verbeterde. In den beginne maakte
hij zich nog illusies dat het aan zijn leraarscapaciteiten lag, tot
op een dag Camilo met zijn stomme kop op drie opstellen zijn eigen naam
had geschreven, toen ging zelfs bij King Kong een belletje rinkelen.
Einde van mijn eerste zaak. dacht Camilo net voor de bus
Oostakkerdorp binnen reed. Bij het afstappen zag Camilo dat het goed
was en tevreden ging hij de sigarettenwinkel binnen om zijn
dagelijkse portie rookwaar aan te schaffen. Toen hij in de rij stond
merkte hij dat iets aan zijn been kriebelde, het was alsof er iets in
zijn broekspijp zijn weg naar beneden baande. Godver vloekte
hij binnensmonds Er zit nog een kous in mijn broekspijpen. want
Camilo was nu éénmaal het soort man die in één
vlotte soepele beweging broek, onderbroek en kousen uittrok bij het
zich ontkleden, en dan die hoop textiel liet vallen naast z'n bed.
Wat hij wel deed was alle dagen verse kousen en onderbroek aan
trekken, maar soms droeg hij wel dezelfde jeans twee dagen na elkaar.
Met als gevolg dat er nu en dan wel eens iets in de broek bleef
zitten, zoals nu de bewuste kous. En die kous had wel een heel
ongelukkig moment uitgekozen om zijn weg naar buiten te banen. Half
vooroverbuigend en veinzend dat hij aan zijn knie en onderbeen jeuk
had probeerde Camillo de kous uit de broekspijp te halen, wat op
grandioze wijze mislukte, met als gevolg dat het oude dametje dat
achter hem in de rij stond misprijzend op zijn rode kop neerkeek,
Toen uiteindelijk de kous toch uit de pijp en in de broekzak van
Camilo zat, richtte hij zich op en probeerde hij zo normaal mogelijk
rond te kijken. Oostakkerdorp, is de eerste weken verboden
terrein. Want in zo'n klein dorp weet iedereen geheid binnen de 24
uren dat één of andere klojo kousen uit zijn broek
tovert in de krantenwinkel.
Twee weken later was alles in kannen en
kruiken, Camilo mocht opstappen en dan nog wel met de felbegeerde
dopkaart in zijn bezit. Men had bij Stukwerkers, zo noemde dat
havenbedrijf, beslist dat hij kon opstappen. In ons Belgenlandje kan
men overal een mouw aanpassen, dus waarom niet aan Camilo zijn
ontslag. Wegens onvoldoende werk vermelde Camilo zijn
ontslagbrief en klaar was Kees.
Nu begint het echte werk dacht
hij, toen hij voor de laatste maal het kleine kantoortje buitenstapte
van de foreman, of ploegbaas lijk U wilt. De afgelopen twee weken had
Camilo wel een paar wereldoorlogen met zichzelf uitgevochten,
eigenlijk ging de strijd tussen twijfel en overtuiging. Overtuigd was
hij voldoende, maar steeds knaagde de twijfel. Soms kon hij die horen
als een rat die zich tegoed doet aan een deurpost. Knaag, knaag,
vreet, knaag. Het beste wapen was nog steeds de aanval besliste hij,
en nam zijn mentale arsenaal tevoorschijn, en met een meedogenloze
gedachtengang maakte hij de knagende rat op bloederige wijze af. Maar
ratten planten zich voort, en ze waren niet van plan om de strijd
zomaar op te geven. Dus begon Camilo erover na te denken om een soort
wapenstilstand te bedisselen met de ratten annex twijfels.