Hij stapt lekker door. Het voelt koud, maar dat is net wat hij wou. Het schrijven begon hem de strot uit te komen. Net toen hij dacht dat het goed zat, dat hij eindelijk alle observaties, personages en conflicten harmonieus op één lijn had gebracht liep die verdomde plot vast. En het moet af tegen de volgende les. Even een frisse neus halen dan maar.
De blauwe flanellen ruiten rond zijn buik worden doornat. Een strakke westenwind slaat de striemende regen in zijn gezicht. Maar hij stapt stevig door. Even nog. Fijne wandelweg is dit trouwens. Keurig asfalt en goed verlicht. Alleen spijtig van al die toeterende wagens
Bon, het is zo ver. Na een paar maanden begint het weer te steken, zo ongeveer ter hoogte van mijn oren. Een zeurend gevoel dat niet weg te krijgen is, zelfs niet met een fles duurdere rode. Psychosomatisch? Vast wel. Maar dat belet niet dat ik mezelf elke morgen aan de haren in gang moet sleuren.
Zin om te werken in overvloed! Maar kan het alsjeblief af en toe een dagje van thuis uit? Zodat ik en passant ook nog even de soep in het oog kan houden. En een (vruchteloze, ik weet het) poging kan ondernemen om de wasgoedberg een kopje kleiner te maken. En mijn weeral zieke dochter te verzorgen. En als alles achter de rug is, plaats mij dan op een vrolijke redactie vol blije, schrijvende mensen. Met een saladbar. Volgens mij zou het leven veel mooier zijn.
Ik zou voorzekers zingend uit mijn bed springen om 6 uur s morgens. Of om 7 uur, want ontiegelijk vroeg opstaan zou niet meer moeten. Ik zou flensjes bakken voor mijn schoolgaande jeugd, omdat ik dat al van mijn leven zon mooi woord vind, en ei met spek voor mijn buitenshuis werkende echtgenoot, omdat hij dan eindelijk eens een vrouw zou hebben die voor hem kookt in plaats van omgekeerd. En daarna zou ik de hele dag met een smile van hier tot ginder aan mijn computer gaan zitten. De columns, gedichten en boeken zouden meesterwerkgewijs uit mijn printer rollen.
Ik zou gelukkig zijn. Ongetwijfeld.
Laat mij even verder dromen. En bezorg mij een vetbetaalde schrijfopdracht om mijn droom te verwezenlijken. Mijn schoolgaande jeugd, buitenshuis werkende echtgenoot, wasgoedberg en vooral ikzelf zullen u eeuwig dankbaar zijn.
Ons bad is een gietijzeren exemplaar dat al tijdens de ruwbouw in de grond verankerd werd. Een onverwoestbaar exemplaar uit de jaren dertig, net zoals het huis. Tweemaal lieten we het opnieuw emailleren, maar een half jaar later verschijnen de eerste bellen en komt de verf er steevast weer afbladderen. Dat geeft niet. Als je er in ligt merk je het nauwelijks.
Het bad dient als wasplaats, leeshoek, relaxoord en nog een paar dingen die ik hier niet meteen zal noemen - je weet nooit wie er mee leest. Voor de kinderen is het de ideale speelkamer. Heelder speelhoeken, -kisten en dito dozen worden aangesleept om de inrichting te vervolledigen. Actiehelden en barbies gaan probleemloos in dialoog met drijvende fluffy paarden (kent u die monsters?) en piratenschepen.
Ik blijf in de buurt.
Ik weet het, zelfs mijn jongste haalt binnenkort haar brevet en zal mij tijdens de volgende zondagse zwemuitstap het nakijken geven. Toch blijft de schrik dat er ooit eentje verdrinkt. Of met het badwater wegspoelt.
En dus blijven ze zitten, weken, zingen, drijven en spelen. Tot de damp in de badkamer staat en het condenswater van de muren loopt. Tot vingers en tenen rimpels vertonen waar mijn grootmoeder geen lap aan heeft. Tot ik uiteindelijk dreig om de koudwaterkraan open te draaien.
Het helpt geen zier.
Tot ik, met de deurknop in de hand, zeg dat ze er een rimpelpoep van krijgen. En ik vertrek. Tien seconden later zijn ze afgedroogd.
De jongen staat aan de overkant van de speelplaats tegenover De Bullebak, die een kop boven hem uittorent. Hij houdt zijn armen voor zijn borst gevouwen en vangt de eerste klap, net wanneer zij de speelplaats opstapt. En nog een, de eerste was niet hard genoeg. Ze ziet het gebeuren. Even knijpt ze haar ogen toe in de hoop het ijle gesuis in haar hoofd te verjagen.
De jongen vangt de derde klap en wankelt lichtjes. In een fractie van een seconde staat ze naast hem.
Godverdomme!
Een ruk aan zijn oor doet De Bullebak duizelen. Haar woorden slaan harder dan zijn klappen.
Rotjong!
Ze groeit.
Wat denk jij verdomme dat je doet?
Ze is reusachtig groot nu.
Durf je wel, kleintjes slaan?
Haar stem schalt tot in de donkerste hoeken van de school.
Laat ik dat niet nog eens zien, of
De Bullebak krimpt tot op de hoogte van zijn slachtoffer. En lager. Zijn ogen schieten verschrikt heen en weer tussen haar en de jongen. Achterwaarts gaat hij dekking zoeken bij het boekentassenrek. De omstaanders gniffelen.
Met grote ogen kijkt mijn zoon haar aan. Alsof hij haar nu voor het eerst ziet. Nooit had hij zoveel kracht vermoed, en zoveel harde, stoute woorden. Zijn hele gezicht straalt van trots.
Die durft vast nooit meer terugkomen.
Ze houdt zich even aan zijn schouder vast, zodat hij niet ziet dat ze trilt op haar benen.
Ze heeft welgeteld tien minuten uit het raam gestaard en haar neus krult lichtjes omhoog. Ze houdt niet van regen, net zoals ik. De vochtigheid doet haar nog net iets harder piepen dan gewoonlijk. Met het puntje van haar tong tussenhaar tanden gaat ze geconcentreerd aan de slag. Stiftdopjes, potloodslijpsel en papiersnippers vliegen in het rond. Luttele minuten later steekt ze trots haar kunstwerk in de lucht.
Het is een regenboog.
Ik zie grasgroene strepen, gifgroene strepen en donkergroene strepen met hier en daar een flard roze.
Mooi.
Ze knikt. Ze heeft geen aanmoediging nodig. Ook zonder bevestiging weet ze zich fantastisch.
Ja.
Ze propt het in mijn handen.
Je moet het boven je bed hangen. Of boven je bureau.
Ze kent mijn zwakke plekken als geen ander.
En als je triestig bent moet je er naar kijken. Dan word je weer vrolijk.
Ze piept een astmastraaltje zon door de wolken heen.
Ik ben een kouwelijk mens. Zodra de thermometer net-iets-minder-dan-tropische-waarden aangeeft veranderen mijn lichaamsuiteinden in ijsklompjes. Geloof me, het is geen zicht en geen leven. Maar het leert een mens wel om creatief te zijn. En ontelbare manieren te zoeken om alsnog de Belgische winters en zomers te trotseren. Koude vingers worden sneller warm als je ze in je mouwen trekt en dan als een idioot op die mouwen gaat blazen. Van dichtbij natuurlijk. Anders maak je alleen maar wind. Bij tenen werkt dat ook, ware het niet dat dit iets moeilijker te realiseren is. En voor een rode neus kan je gewoon in je mouw blazen en die dan heel snel tegen je neus duwen. En zo ken ik er nog wel een paar. Geen zicht en geen leven. Enfin, waar we naartoe willen: kinderen willen al eens vreemde gewoonten oppikken uit hun omgeving. Wie bij de hond slaapt, niewaar. Gisteren wou mijn dochter ziek zijnde en dus nog veel meer aandacht nodig hebbende dan in min of meer normale toestand in het grote bed slapen. Liefst tegelijkertijd met mama. Omdat ik nu niet direct stond te springen om nog voor het journaal onder de dekens te duiken, kon ik haar overtuigen om alvast het bed te gaan voorverwarmen. Tien minuten later ging ik checken. Onder het dekbed zat een bult. En ze bewoog. Mijn allerliefste dochter kroop op handen en voeten ons kingsized bed rond, om systematisch elke centimeter van de matras warm te blazen. Ze was redelijk oververhit aan het raken. Superschattig én ecologisch verantwoord, waren de termen die spontaan door mijn hoofd schoten. Ware het niet dat ze een lichte vorm van astma heeft en het dus eigenlijk noch pedagogisch, noch medisch verantwoord is. Dus ben ik zelf de rest van het bed gaan warmblazen.
Gent zit vol, maar voor Waregem zijn er nog een 2-tal plaatsen vrij. We starten vanavond. Snel zijn is de boodschap! Voor info, klik op de link of stuur mij een mailtje...
Wat begon als kom je straks naar boven, mama, ging over in ik kan echte echte echte waar niet slapen als jij niet boven bent en ontaardde tenslotte in een neuriënde kleuter onder mijn deken. Telkens als de broers komen piepen, glipt ze onder mijn arm en trekt mijn poncho over haar hoofd (ja, ik ben nogal kouwelijk). Haar tenen wiebelen heen en weer terwijl ik vruchteloze pogingen onderneem om alsnog een gedicht te beëindigen. Mijn bed is warmer dan het jouwe. Misschien moet je dan toch maar in jouw bed gaan slapen. Nee hoor. ? Jouw bed is een beetje lauw en een beetje lauw. Dus eigenlijk just gepast. Waarna ze zich nog wat dieper in mijn oksel nestelt.
De kerstvakantie is bijna definitief voorbij. Maar geen paniek: er staan tal van zoeper-schrijfcursussen op het programma. Hieronder vind je een overzicht (klik op de titel voor meer info): Fantaseren kan je leren - Wisper Gent, maandag 14, 21 en 28 januari, telkens van 19u30 tot 22u30. Verhalen schrijven - CC de Schakel, Waregem, dinsdag 15, 22 en 29 januari, 12, 19 en 26 februari, 4 en 11 maart, telkens van 19u30 tot 22u. Personages op zoek naar een auteur - Vormingplus Ieper, maandag 3, 10 en 17 maart, telkens van 19u30 tot 22u. Werken met kinderboeken - Wisper Gent, zaterdag 2 en zondag 3 februari, telkens van 10u tot 17u. Info over cursussen na de Paasvakantie volgt later.
Het crashdieet zit na drie dagen in de diepvriezer, samen met de zelfgemaakte cola-ijsjes en de twee taarten voor morgenavond. Ter verdediging kan ik aanvoeren dat ik ondertussen samen met mijn toch wel bijzonder sportieve vent mijn 3e looptraining achter de rug heb. Dit is de tweede poging om alsnog, na jarenlange en bijzonder systematische verwaarlozing, iets aan mijn erbarmelijke conditie te doen. Als u mij een dezer lichtelijk aangedaan door de gangen van de plaatselijke supermarkt ziet strompelen, gelieve geen vervelende opmerkingen te maken. Dit zou op geen sympathie van mijnentwege kunnen rekenen.
Ook de eerste versie van mijn nieuwe boek heeft enkele dagen stil gelegen. In een bui van roekeloosheid had ik mezelf de vraag gesteld naar de relevantie van het schrijven. Van dit boek in het bijzonder. Geen goed idee. (Dit zal ooit nog een schitterende schrijftip opleveren, mind my words!) Twee slapeloze nachten later heb ik besloten relevantie niet tot essentieel criterium van een nieuw boek te benoemen. En dus kan ik vrolijk verder werken.
Terwijl ik dit schrijf, zit mijn dochter naast mij bloed en tranen te zweten met een knutselpakket, in de hoop te voldoen aan mijn kerstkaartjesvoornemen. Ikzelf hoop tegen beter weten in dat ik haar na afloop met inbegrip van alle lichaamseigen onderdelen (vingers, ogen, haar, u weet wel) terug zal vinden. Nog even geduld lieve vrienden, de onmenselijk schone kaartjes komen er aan.
Aan de rest van mijn voornemens word ik liever een paar dagen niet herinnerd. Een mens doet zijn best
Ze vraagt of ze vannacht bij mij mag logeren. Ik denk even na. Dat betekent manloos de nacht door, met een bijzonder beweeglijke dochter aan mijn slapeloze zijde.
Ik zeg nee.
Haar ogen schieten vuur.
Ze haalt diep adem en vraagt het opnieuw. Ik haal ook diep adem en zeg opnieuw nee.
Ze bliksemt me net niet neer.
Er draait van alles rond in dat kleine hoofd. Dan zet ze haar liefste glimlach, haar-kijk-eens-hoe- schattig-en-onweerstaanbaar-ik-ben-ogen en ze vraagt het nog een keer. Ook ik zet mijn onschuldigste blik op, zuig lucht door mijn zachtste moederlachje en zeg nee.
Even trilt haar onderlip.
Paniek. Daar is het monster, weeral. Ben ik een slechte moeder? Word ik de oorzaak van ellenlange en geldverslindende therapieën voor mijn kinderen op latere leeftijd? Krijgen ze faal,- bindings- en tal van andere angsten door mijn hardvochtigheid?
Dan ben je mijn beste vriendin niet meer.
Het klinkt droog, als een nuchtere vaststelling.
Zo kan ik het ook:
Ok.
Ik vertrek geen spier.
Ze kijkt mij uitdagend aan:
Dan ben je een heks.
Even val ik uit mijn rol en trek een wenkbrauw op.
Een heks?
Ja. Een oude lelijke heks.
Weet jij wel wat oude lelijke heksen doen met stoute kleine meisjes?
Er schiet een onuitputtelijk arsenaal van weerzinwekkende scenario's door mijn hoofd. Ik beperk met tot de minst traumatiserende en krijg net geen klap. Vijf minuten heftige discussie en een wilde achtervolging rond de keukentafel later dek ik haar toe. In mijn bed. Maar zodra ze slaapt, wordt ze verscheept!
Kijk, een stokje... blijkt een ding te zijn dat door cyberspace van de ene blogger naar de andere gesmeten wordt. Een beetje zoals een kettingbrief, maar dan digitaal niewaar. Mij bezorgd door KRuiMeLs. 3 bands en/of artiesten die ik dit jaar heb leren kennen? O horror. Daar gaat het beetje geloofwaardigheid dat ik zo moeizaam heb opgebouwd. Komen al mijn fans te weten dat ik absoluut niets van muziek afweet. Ik zou niets liever dan zoals mijn illustere voorgang(st)ers met half-obscuur half-intellectualistisch klinkende namen strooien, maar helaas. Om jullie Mika en MegaMindy te besparen hou ik het op auteurs die ik dit jaar heb leren kennen.
Julian Barnes rijkelijk laat, maar soit. Trioloog en Liefde etc. achter de kiezen en volop op zoek naar het volgende
Anne Provoost net de Arkvaarders gelezen waw beetje van mijn sokken geblazen. Ook razend actueel gezien de waterproblematiek.
Dimitri Verhulst rijtje boeken aan het afwerken
3 dingen die ik heb meegemaakt, gehoord, en die me altijd zullen bijblijven?
Mijn meme die gevallen was en naar de spoedopname moest met een breuk en dan op de Intensive lag zonder haar gebit in en op een oud mager vogeltje leek.
Een ijzingwekkende gil in een zomerse tuin. Mijn oudste zoon die huilend en mankend van de pijn naar binnen rent, met een hand voor zijn bloedende oog. Jawel, bloedend oog. Het waren de langste uren van mijn leven op de spoedafdeling.
Mijn zelfde zoon die in mei voor mijn ogen ondersteboven wordt gereden. De omstaanders beginnen nu stilaan het gesuis in hun oren gewend te raken.
3 (vreselijke) blunders die ik sinds dit jaar op mijn naam heb staan?
Blij toe dat ik mij tot 3 mag beperken
Denken dat MegaCindy echt een frituuruitbater uit Wuustwezel was en mij afvragen hoe die in godsnaam het glazen huis was binnengeraakt.
Opgeruimd, uitgeslapen en goed voorbereid naar school te vertrekken om een half uur later te merken dat het woensdag is in plaats van donderdag en dat mijn hele voorbereiding dus niets waard is.
Een vreselijke dt-fout waar ik door een lieve blogger attent op werd gemaakt, maar die ik natuurlijk niet aan jullie neus ga hangen. As if.
3 dingen die me héél stiekem ongelofelijk trots maakten?
Mijn laatste prentenboekverhaal, samen met Tom Schamp, en mijn eerste leesboek voor 8+ dat binnen drie maand verschijnt.
Mijn kinderen, die de allerliefste allerschoonste kinderen zijn op de hele wereld. En wie zegt dat het niet waar is, bijten ze een oor af.
Mijn vent, die de allerliefste allerschoonste vent is op de hele wereld. En wie zegt dat het niet waar is, bijt ik een oor af.
Of we nog aan goede voornemens doen, wou er iemand weten. Aan goede voornemens doen? Ik bén een goed voornemen begot. Mijn hele leven bestaat uit goede voornemens. En neen, ik heb daar geen oude- of Nieuwjaar voor nodig. Er gaat geen week, geen dag, geen minuut voorbij of ik maak een goed voornemen. En nog een en nog. Om dat enkele minuten later weer te vervangen door een nog veel beter voornemen. Of eentje dat net een ietsiepietsie haalbaarder is. Daarom, lieve mensen, mijn goede voornemens voor het einde van dit jaar. Allemaal nog te realiseren voor klokslag twaalf op 31 december:
Vermageren. Jawel. Ik sta sinds deze morgen op crashdieet, gezien de lichte paniekaanval bij het passen van de kleren die ik voor deze eindejaarsgelegenheden had voorzien. Dat wordt dus StuBru-gewijs sapjes drinken tot we er groen van zien
Eerste versie van een nieuw boek afwerken. Ja kijk, als Willem Elschot er in slaagde om tussen Kerst en Nieuw een boek te schrijven, moet ik dat ook kunnen denk ik bij mezelf. Of moet ik het tenminste een keertje geprobeerd hebben. Sinds mijn uitgeefster mij onophoudelijk complimenten maakt, krijg ik sterk de indruk dat mijn productie in een iets hogere versnelling moet raken. Geen idee hoe we dat volgend jaar weer allemaal combineren
Nieuwjaarskaartjes maken én versturen. Dat laatste was vorig jaar niet gelukt, waardoor ik mijn toevlucht moest zoeken tot digitale wensen. Veel succes mee gehad (wie ze niet heeft ontvangen stuurt mij nu een mail om dat recht te zetten!), daar niet van, maar dit jaar mag het iets op papier zijn. Wat betekent dat ik deze namiddag mijn bloedjes van kinderen een pak papier, verf en een schaar in de pollen duw om creatief aan de slag te gaan.
Boeken opsturen. Als je dit leest, lieve nichtje (of iemand anders van de familie), ze zijn onderweg! Echt waar. Er liggen er al 2 gesigneerd in de winkel van mijn vent en de andere 2 zijn onderweg, beloofd.
Boeken lezen. Heb mezelf opgegeven (dat was eens schoon voornemen!) om een leeswedstrijd voor 1e en 2e middelbaar te begeleiden. Wat natuurlijk inhoudt dat ik de 6 boeken ook eerst zelf moet lezen. En dat na mijn eindejaarsboodschappenlijstje te hebben afgewerkt
Stokje doorgeven. Wie niet weet wat dat betekent, is net zoals ik een dummie, een totale digibeet, en brengt per week niet de nodige uren voor zijn computerscherm door. Foei, schaamdu en zonder dessert naar bed. Maar geen paniek, meer info volgt. Als je niet kan wachten, kijk dan alvast eens bij KRuiMels.
En als u me nu wilt verontschuldigen, ik heb nog één en ander te doen.
Oh wat gaat het hard. De 6de dagligt nog maar net in de boekhandel, en daar is de brochure met de voorjaarsaanbiedingen alweer. En daar, tussen al dat nieuwe moois van Uitgeverij De Eenhoorn, staat mijn eerste leesboek: Bruin! Volgens de folder 'een gevoelig en grappig verhaal over een multicultureel gezin dat van Zuid-Amerika naar West-Europa verhuist'. Sounds familiar? Hieronder alvast een voorproefje: Mijn ontvoering bracht geen leger op de been. Voor mij geen spetterende actie met twintig helicopters en heel veel lawaai en kikvorsmannen met granaten. Ik zat vast. Voor de rest van mijn ellendige leven. En het ergste was, dat de ontvoerders mijn ouders waren. Echt waar, mijn bloedeigen ouders! Ik zal je vertellen hoe dat komt... Zin in meer? Vanaf 3 maart in de boekhandel.
Jip, hier zijn we weer. De examens zijn verbeterd, punten doorgegeven, rapporten uitgedeeld en tranen gedroogd. We kunnen weer ademhalen en schrijven. Schrijven vooral, want ik heb een en ander in te halen. Mijn oudste zoon ging gisteren, samen met zijn neefjes en nichtje, ingezamelde centen deponeren in het glazen huis van Stubru. Na een zestal uur de kou doorstaan (nee Peter, het is hier hartverwarmend!), een klein leugentje om bestwil (a white lie, voor mijn lieve English students!) en de kijk-eens-hoe-moe-en-zielig-ik-ben-oogjes van Kwinten kwamen ze uiteindelijk voor de micro van Peter Vandeveire terecht. Waar ze prompt werden omgedoopt tot Rudi. Rudi deponeerde ruim 400 euro. Die had Rudi opgehaald door muziek te spelen tijdens de oudercontactavond op school. Samen met zon 26 gelijkgezinde kinderen sleurden ze fagot, klarinet, cello, gitaar, djembé, trommels en begot een harp mee naar school. En zetten vervolgens de ouders onder lichte druk om te doneren. Iemand nog een opmerking over de onverschilligheid van de jeugd van tegenwoordig?
Het is eventjes genoeg geweest. Ondanks de vele bezoekers, reacties en mailtjes kom ik de laatste tijd niet meer aan bloggen toe. Foto's schieten wortel op de geheugenkaart of hoe heet zo'n ding van de camera, flarden tekst blijven irritant lang in mijn hoofd rondhangen en niets van al dat moois belandt waar het hoort. Bovendien moet ik dringend een verjaardagsfeest voor mijn dochter voorbereiden, verjaardagskadoos kopen voor mijn vader en mijn meter en stiekem ook voor mezelf (kwestie van te krijgen wat ik wil), en dan een eindeloze reeks examens verbeteren. Zucht. Ik zwelg in zelfmedelijden. Dus tot nader order blijft het nog even stil op deze blog. Geen paniek, ooit komen we terug...