Ik ben Jaclien, °19 december 1955. Ik werkte lange tijd in de tuinbouwsector, volgde onlangs de opleiding Begeleider Animator voor Bejaarden en werk nu in een woon- en zorgcentrum met ouderen met dementie. Ik ben getrouwd met Echtgenoot en mama van vier kinderen: Dochter (°1988), Oudste Zoon (°1990), Middelste Zoon (°1992) en Jongste Zoon of kortweg Jongste (°1999). Ik schrijf graag. Heb jarenlang meegewerkt aan de Wist-je, het schoolkrantje van de plaatselijke basisschool. Ook voor allerlei gelegenheden brouw ik wel eens een tekstje. Op dit blog wil ik graag wat van mijn dagdagelijkse ervaringen, herinneringen en bedenkingen, afgewisseld met vroegere spinsels, meedelen.
Gisteren het kot van Dochter leeg gemaakt. Dochter studeerde Animatie in Brussel, maar kiest nu een Masteropleiding aan de Universiteit van Antwerpen. Dus moest haar kot leeg. Bij het inrichten ervan konden we gebruik maken van onze oude, maar handig ruime monovolume. Ondertussen heeft dat beestje zijn laatste adem uitgeblazen, zodat we deze keer de verhuis met onze kleinere wagen moesten doen. Aangezien we het kot helemaal zelf bemeubeld hadden, compleet met Ikea-slaapbank en al, betekende dat heel wat ritten over en weer. Vier keren welgeteld, ben ik op en neer naar Brussel gereden. Ik dus, schrikkepiet op wielen. Eén keer samen met Echtgenoot, één keer met Oudste Zoon en voorts alleen. Dochter en haar vriend moesten ginds alles uit elkaar sleutelen en vele trappen naar beneden dragen. Parkeren was er onmogelijk. Ik moest telkens voor een garagepoort blijven staan, en zelf bij de wagen blijven. Onderweg, tijdens één van die ritjes naar Brussel, dacht ik opeens aan een anekdote uit onze kindertijd. Héél lang geleden, toen de wereld nog niet ons dorp was. Ons toenmalige kleine broertje, diegene die nu net vijftig geworden is, was een jaar of vijf oud. Hij moet toen een ongelooflijk groots idee van onze hoofdstad gehad hebben. Want weken, maandenlang was dit te pas en te onpas zijn slagzinnetje: "...En dan hé, dan loop ik hélemaal tot in Brussel!" of "Dat is zo gróót als Brussel!" Tot mijn ouders hem eens mee naar Brussel namen. Met een benepen stemmetje vroeg hij toen: "Ligt hier nog iets achter...?" Sindsdien was zijn voorliefde voor de hoofdstad over.
Een zegen is het als je, als ouders, warme supporters ontmoet voor je kinderen. Mensen die oprecht begrip hebben als er beperkingen of problemen zijn. Die niet veroordelen. Bij wie je je verhaal kan doen. En die jou en je kind de successen en de vaardigheden van harte gunnen. Er is niets mis mee om je eigen kroost het allerliefste te zien en er gepast fier op te zijn. Maar vaak komt het tot een onderhuidse concurrentieslag. Best moeilijk om daar niet in mee te gaan. En het rare is: als je oprecht en van harte ook een plaatsje inruimt voor andermans kinderen, doen anderen dat dikwijls vanzelf ook voor die van jou. In deze tekst een pleidooi om met een warm hart om te zien naar elkaars kinderen:
Een kind geboren:
de warme, felle euforie en geen mens die zich eraan zal storen als mams of paps dat nieuwe, dat wondere, bloedeigen kind de mooiste en de liefste vindt.
Maar dan komt Mijnheer, Mevrouw Rivaliteit die verdoken soms, geniepig leeft en een heleboel gezichten heeft en haast iedere ouder op z'n tijd verleidt.
Neen, ik bedoel niet 't competitieve in 't sportieve spel maar wel: het naar andere kinderen kijken in wedijverend vergelijken.
Mijn kind, schoon kind.
Maar wat in wezen telt, wat "mijn" kind voor mij bijzonder maakt -niet dat 't beste is, of weet of kan- maar dat het 't mijne is en dat volstaat.
Zo is elk kind, zijn ze allemaal voor enkele mensen héél speciaal.
Waarom die onderlinge strijd? Laat ons, bevrijd van dwangmatig overtreffen, het opnemen, ook voor de kinderen van elkaar.
Want geloof, er kán echt wat veranderen als we maar een beetje kunnen houden van de kinderen
Ik heb drie petekinderen: Als oudste mocht ik bij ons thuis meter zijn van de jongste. Toen de jongste zelf moeder werd, mocht ik meter zijn van haar oudste. En ik ben ook meter van de jongste van mijn oudste zus. Eind augustus was mijn jongste petekind, dus de oudste van mijn jongste zus, jarig. Vandaag is het jongste zus zelf, dus mijn oudste petekind, die jarig is. Een beetje ingewikkeld? Is ook de bedoeling!
Ziezo, de examenherkansingen voor Dochter en Oudste Zoon zitten erop. We hebben er nog geen hoogte van hoe het met Oudste Zoon verlopen is. Eventjes afwachten dus. Dochter heeft keihard gewerkt aan haar filmpje. Sommige nachten maar amper geslapen. Ongelooflijk hoeveel werk er in zo een tekenfilm kruipt. Deze namiddag moest ze het gaan voorstellen in haar school. Veel weten we er nog niet van, ze zou vannacht niet thuis komen slapen. Maar ze stuurde al een berichtje. Waarin ze vertelde dat het eerste was wat haar docent waarderend had gezegd: "De (film)festivals zullen blij zijn!". Zo, moest ik eerst eventjes over stoefen...
Gisteren was het precies vijftig jaar geleden dat ik voor de derde keer "Grote Zus" werd. Een memorabele dag. In de eerste plaats natuurlijk voor het kleine broertje van toen, die nu vijftig is geworden. Proficiat hé broer! Maar ook letterlijk memorabel, omdat dit één van de vroegste herinneringen is die mij is bijgebleven. Ik weet nog hoe mijn moeder met het kleine kindje in de arm in bed lag en ons vertelde hoe het zou gaan heten. Ik kan het me visueel nog voorstellen, hoe ik heel erg moest opkijken. Net of het desbetreffende moederhuis van die hele hoge bedden had. Maar natuurlijk was ik het, die nog maar een kleine uk was. Drie jaar en ruim acht maanden. En toch al de oudste van vier.
Ik reed naar huis. Met een bezwaard hart en een hoofd vol zorggedachten. Plots zag ik dit tafereel. Dat een glimlach naar boven bracht. En ineens woog alles lichter.
Ze zijn weer weg. Middelste Zoon en Jongste toch. Respectievelijk vertrokken en afgeleverd. De twee oudsten zien het einde van hun tweede zittijd naderen: allebei nu donderdag hebben ze hun examen of deadline (voor het filmpje van Dochter). Maar de jongsten vandaag dus weer naar school. Zoals duizenden kinderen en middelbare scholieren. Voor heel wat van hen een nieuwe grote stap. Zoals voor Yoran, mijn petekindje, en neefje Xander, die vandaag starten in het eerste leerjaar. Op de school van Jongste stond weer een hele batterij opvoeders en leerkrachten de kinderen op te wachten. Er waren weer wat nieuwe kinderen in de auti-klasjes. Met nerveuse gezichtjes. Onwennig nog dicht in de buurt van hun afwachtende ouders. Voor Jongste was het allemaal niet meer nieuw, maar toch veranderingen genoeg om te verwerken. Wel heeft hij nog dezelfde juf, en de drie nieuwe klasgenootjes kende hij al van op de speelplaats. Het zal wel los lopen. Het is bijzonder, zo een school voor Buitengewoon Onderwijs. Van elk kind daar weet je dat het op de één of andere manier een zorgenkind is. Ouders dromen niet van een kind met beperkingen of ernstige leerstoornissen. Je weet dat het voor elke vader en moeder die je hier ontmoet, anders is uitgepakt dan ze hadden gedroomd. Ieder van hen heeft zijn of haar "pakske zorg". Het heeft ook iets positiefs. Hier is geen smakeloze wedijver tussen ouders of kinderen onderling, zoals dat soms is op de gewone school. Hier gaat het niet om een puntje meer of minder. En hier merk je telkens weer dat "graag zien" niets met een goed verstand of mooie vaardigheden te maken heeft. Maar toch...hoe dankbaar ik ook ben om de school die ons "pakske zorg" helpt dragen. Vanmorgen dacht ik eraan hoe het geweest was als hij een gewone jongen zou zijn. Dan was hij naar school vertrokken op zijn fiets, naar het vijfde leerjaar van de plaatselijke basisschool. Het deed toch weer een beetje pijn...
Laatste dag vakantie, morgen trekken ze weer naar school, de kinderen. Onze Jongste heeft tot en met het derde leerjaar op de gewone basisschool gezeten. Een jaar geleden ging hij dus voor het eerst naar het buitengewoon onderwijs. We hebben er diep over nagedacht toen er daar een plaatsje vrij kwam. ' t Was een moeilijke keuze omdat hij nog niet echt was vastgelopen in het gewoon onderwijs. Hij is normaal begaafd en de school leverde grote inspanningen. Daar houden we goede herinneringen aan over, er was een fijne samenwerking en de leerkrachten hielden stuk voor stuk rekening met het probleem van ons kind. Toch is de keuze voor een auti-klasje in het buitengewoon onderwijs een goede keuze gebleken. Veel minder stress, een aanpak op zijn maat. Meer structuur, in de klas en ook bij het spelen op de speelplaats. En boven al, dit ongelooflijk belangrijk geschenk: ons kind maakte voor het eerst in z'n leven ten volle deel uit van een groep. Zijn eigen kleine klasgroepje van maar zes kinderen. Hier was hij geen "buitenbeentje" meer. En omdat de dagschool minder van hem vroeg, kon hij daarbuiten meer aan. Hij volgt muziekonderwijs in een gewone academie. Tussen "gewone" kinderen. Ook dat vinden we belangrijk. Er is een mooi evenwicht gekomen in het leven van onze zoon. Ontzettend dankbaar zijn we ervoor. En dat hebben we aan het eind van vorig schooljaar, aan zijn begeleiders en leerkrachten, mee gedeeld in volgend tekstje:
ziet u, mooi in evenwicht ben ik
niet over- en niet onderbelast
evenwicht tussen mogen en moeten
tussen buiten ravotten, samen leren spelen en beeldschermamusement
tussen wat ik leer om te kennen, wat ik leer om te (over)leven, wat ik leer om te ontplooien
Midden vorige week. Jongste kwam in de deuropening staan om me iets mee te delen. "Mama, weet je? De zwarte weduwe is in het land!" Wat verstoord maakte ik me los van het computerscherm. "Wie is er in het land?" reageerde ik fronsend. "De zwarte weduwe. Die is nu in ons land!" "Eeh...bedoel je die soort spin?" "Ja, die is hier. In de provincie Antwerpen!" "In de provincie Antwerpen? Van waar heb je dat?" "Papa heeft het in de krant gelezen. Hij heeft het me laten zien." "Och, ik denk niet dat er daar zo veel van zijn hoor! Dat zal zo'n vaart wel niet lopen!" meende ik en verplaatste mijn blik weer naar wat ik bezig was. Jongste nam daar geen genoegen mee: "Ja halloho! Vergeten misschien dat wij in de provincie Antwerpen wonen?" "Och, maar die spinnen gaan zeker niet tot bij ons geraken!" maakte ik me ervan af, want ik wou eigenlijk niet gestoord worden. Even later stond hij er alweer. "Er gebeuren de laatste tijd veel slechte dingen in België, vind ik!" "Wat gebeurt er dan zoal?" vroeg ik, benieuwd naar wat hij nog meer mee droeg van het nieuws. "Ja, eerst ontnappen er een heleboel boeven uit de gevangenissen. En nu wordt ons land nog overspoeld door giftige spinnen!" Pas 's avonds werd het me duidelijk hoe groot de impact was van het bericht over die spinnensoort. Hij verzekerde er zich van of de luiken gesloten waren, of het vliegenraam er goed in zat. Hij kwam minstens nog twee keer uit zijn bed omdat hij de slaap niet kon vatten. "Ik durf niet slapen omdat ik bang ben van de zwarte weduwe!" "Wat is dat met die spinnen?" vroeg ik aan Echtgenoot. Hij legde me uit, dat die met containers mee gekomen waren uit Amerika, en nu in het Antwerpse waren aangetroffen. Dat ze hier misschien een dankbare biotoop zouden vinden om zich voort te planten. De dagen erna begon Jongste nog ontelbare keren over de zwarte weduwe. En op een ochtend zat hij met een treurig gezicht op de rand van ons bed, om vier uur. Omdat hij weeral niet slapen kon. Toen we zondag naar het familiefeest reden, koos ik in Mechelen de autostrade richting Brussel. "Oef!" zuchtte hij opgelucht, toen hij zag dat we de tegenovergestelde richting van Antwerpen uit reden "Nu rijden we weg van de zwarte weduwe hé!" Terloops hoorde ik vertellen dat het in de Kempen zou zijn dat de spin aangetroffen was. Zonder me verder te informeren vertelde ik dat aan Jongste, toen hij er weer over begon. "En de Kempen, waar is dat dan?" "Dat ligt ver van ons, meer in het Noorden. Tante Lia woont bijvoorbeeld in de Kempen. En moemoe en je trompetleraar..." "O..., dat zijn er dus drie "in gevaar"!" vond hij bezorgd. "Ja maar, er zijn er nog maar enkele gevonden hoor! Daar zijn er nog echt niet veel van! Zo veel gevaar lopen de mensen daar niet." Maar een dag of wat later: "Toch blij dat we niet in de Kempen wonen! Wie woonde daar nu alweer?" Eindelijk heb ik nu gedaan wat ik tot nu toe had verzuimd omtrent dit onderwerp: er zelf eens wat info over opzoeken. En wat blijkt? De zwarte weduwe komt ook voor in Antwerpen zelf. In de Zoo en op het Kiel. Oepsie, de volgende keer als hij het weer ter sprake brengt wordt het dus kiezen: de juiste info geven of hem in de waan laten dat het gevaar ver van huis is. Ik neem me voor om zo snel mogelijk met hem de info door te nemen: hoe vaak het dier al voorkomt, hoeveel er ongeveer van zijn, hoe je zo'n spin moet herkennen en hoe ernstig zo een beet eigenlijk is. Gelukkig lijkt ondertussen de angst van Jongste voor het spinnig gespuis wat afgenomen.
Vanmorgen, in de "Gazet van Antwerpen" een hele bladzijde over giftige spinnen. Jongste en ik hebben er samen al naar gekeken. En ineens staat hij weer in de deuropening als ik aan de computer bezig ben: "Mama, weet je. De giftigste spin hé, de Braziliaanse zwerfspin, die kan bij ons niet eens overleven!" Oef!
De laatste tijd, neem nu sinds een dag of tien, zit ik na mijn dagtaak niet meer te lezen. Ook TV kijken of gewoon zitten uitblazen is er niet meer bij. Tegenwoordig werk ik nog wat op de computer. Aan mijn blog uiteraard. Maar daarbuiten help ik Dochter. Dochter heeft een tweede zit. Oudste Zoon ook, maar die moet studievakken studeren, en daar kan ik niet echt iets voor doen. Maar de tweede zit van Dochter is van een andere orde. Zij had haar eindwerk voor haar derde bachelorjaar Animatie niet helemaal afgekregen. Ze moest een animatiefilmpje maken. Dat kostte haar meer tijd dan ze ingeschat had. Ondanks het feit dat haar film niet af was had ze er toch mooie punten voor gekregen. En had enkel een onvoldoende voor geluid, waar ze maar nauwelijks aan toe gekomen was. Nu werkt ze het hele filmpje verder af. Vooraleer er geluid kan opgezet worden moet ze de ontbrekende scènes tekenen en in het geheel verwerken. Mijn hulp bestaat er uit om de gescande tekeningen in Photoshop zuiver te maken: alle stipjes, gomsporen en vegen moeten weg gewerkt. Een precies karweitje. Maar eigenlijk doe ik het wel graag, het is best ontspannend. Het begint hier aan m'n computerbureau een heel vertrouwd plekje te worden. Zo 's avonds in het lichtschijnsel van de bureaulamp, in een verder nogal duistere kamer. Met de muziek van de nieuwe CD's die ik pas cadeau heb gekregen. De boxen daarvoor staan aan weerszijden van mijn werkplek. En daar zit ik dan, in de weer met de tools uit Photoshop. In een gezellig soort coconnetje van licht en muziek.
Het is een rommelboel in haar kamer. "Wat een nest is me dat hier!" zucht ik als ik binnenkom. Ze glimlacht onverstoorbaar en beaamt: "Ja, ik wou er net eitjes in leggen!"
Vandaag is Pa dus jarig: hij wordt 78! Daarom pa, opa, langs deze weg nog eens van harte onze gelukwensen!
Toen Pa 48 jaar oud werd, is precies op zijn verjaardag zijn eerste kleinkind Ann geboren. Zij viert dus vandaag haar 30ste verjaardag. Ann, ook hartelijke gelukwensen aan jou! En precies 24 jaar later (de helft van 48) mocht Pa nóg een kleinkind verwelkomen op zijn verjaardag: Yoran. Yoran wordt vandaag 6! Ook een gelukkige verjaardag hé Yoran!
Van hem, als een kleine verrassing, een fotootje op mijn blog, want tenslotte is hij mijn petekindje!
Tekstje voor geboortekaartje van Yoran, precies 6 jaar geleden:
je bent er nog maar net
en nooit meer zal het zijn of je er nimmer bent geweest
zó onuitwisbaar al is jouw voetafdruk geprint in het geheugen van de tijd
én in ons hart
waarvan de duizenden lieve zorgen, de onrust en de warmte
Pa is nu woensdag jarig en dat hebben we gisteren alvast met de familie gevierd. Zo'n familiefeest is een hele organisatie. We zijn met velen. Dat wil zeggen: Pa heeft zeven kinderen en evenveel schoonkinderen, tweeëntwintig kleinkinderen, onder wie een aantal al een partner of lief hebben, en vier achterkleinkinderen. En er is nog meer volk op komst: het drieëntwintigste kleinkind over zeven weken, het vijfde achterkleinkind over zeven maanden. Wie dus een samenkomst met heel deze bende thuis wil organiseren, moet ofwel een groot huis of een grote tuin hebben. Jongste Zus heeft het allebei. Vooral een fantastische grote en mooie tuin, met terras en enorm veel ruimte voor de kinderen om te spelen. Daar was het gisteren "the place to be". Behalve lekker eten en babbelen is het ook altijd leuk om naar de spelende kinderen te kijken. Van de jongste groep waren er nu enkel de neefjes, die de hele namiddag op een zalige manier hebben samen gespeeld. Ook met onze Jongste verliep het prima. Al is het met ons A-denkertje (zo noemt hijzelf kinderen met autisme) altijd een beetje het hart vasthouden. Samenspelen is voor hem niet evident. Kinderen als hij kunnen moeilijk omgaan met onverwachte dingen. Daarom wil hij graag de controle over het spel behouden en lijkt het of hij de hele tijd de baas wil spelen. Toch begint het meer en meer te lukken, die spelmomenten met neefjes en nichtjes. En terwijl dus gisteren de jongens voetbalden en krijgertje speelden, flaneerden de achterkleinkindjes, die allemaal nog kleine meisjes zijn, over het gazon. Met hun zomerjurkjes aan en zonnehoedjes op. Ze deden me denken aan vlindertjes. En de kleine baby ging van arm tot arm. Met zo'n drukte is het voor kleine ukken niet altijd eenvoudig om gehoord te worden. Letterlijk soms. Zo schrokken we een moment van een nogal indringend roepen. Gealarmeerd hielden we ons even stil. En jawel, het werd vlug duidelijk. Jongste neefje van vier-en-een-half zat op het toilet, dat zich bijna buiten gehoorafstand van het feestgebeuren bevond. Hij kan zichzelf nog niet schoonvegen. En dus riep hij luidkeels en almaar door in hetzelfde ritme: "Ik ... Heb ... Kaka ... Ge- ... Dáán! ... ... Ik ... Heb ... ...........!"
Hoe het komt weet ik niet. Ik kan het niet laten. Als ik in de supermarkt een krop sla koop móét ik er eens aan ruiken. Let wel: ik ruik enkel aan de krop die ik in mijn karretje ga leggen. Ik steek nooit mijn neus in andermans krop! De geur van sla roept een waaier aan herinneringen op. Brengt een bepaalde sfeer naar boven. Ik ben een tuinderdochter. Als vijftienjarige ben ik al van school gebleven om mee te helpen. Zo hoorde ik wellicht tot de laatste lichting meisjes die op jonge leeftijd al thuis werkten. De leerplicht was toen nog tot veertien jaar. Maar ook van de kinderen die wel nog naar school gingen, werd veel hulp verwacht. Zo ging dat in land- en tuinbouwergezinnen. We teelden dus kropsla. Onder andere. In het voorjaar en de zomer buiten. Dan stonden we bij het krieken van de dag op, om op het veld de sla kraakvers te oogsten voor de veiling. In de winter plantten we de serre vol. Onze serre was één hectare groot. Stel u voor: een plein van duizenden kroppen. Als die planten nog aan het groeien waren, hadden we het een poosje rustiger. Maar als de oogst begon, betekende dat hard labeur. Drie weken lang duurde dat dan. Van 's morgens vroeg tot laat in de avond. Ook doorheen het grootste deel van het weekend. Sla hoort altijd fris te zijn. En vochtig. We kropen op onze knieën, zetten een kist of krat schuin tegen ons bovenbeen. De krop werd afgesneden, aan de onderkant wat zuiver gemaakt met het mes, en zo in de kisten gestopt. Om niet nat te worden droegen we een groene plastic broek over onze kleren, met van die dikke, ingewerkte knielappen. Na zo een week of twee waren je knieën helemaal rood en gezwollen. En had je kloven in je handen, van het sap van de sla en het vocht. In die oogstperiode was er niet veel tijd voor andere dingen. Weinig sociaal contact dus. Soms had ik dan een gek fantasietje. Dan dacht ik: als ik nu een een briefje wegmoffel tussen de bladeren, met naam en adres op. En een beetje uitleg, om aan diegene die de krop zou verwerken, te vertellen dat wij het waren, die hem geoogst hadden. Zo'n beetje als een kaartje aan een ballon. Nu nog moet ik er dikwijls aan denken als ik iets koop. Bij groenten en fruit, maar ook andere dingen, zoals kleren bijvoorbeeld. Welke handen, misschien zelfs aan de andere van de wereld, zouden dit geplant, geplukt, gesneden, gestikt of vervaardigd hebben? En wat de sla betreft in de supermarkt: ziet u ooit iemand, met een krop in de hand, even schichtig rondkijken, om dan vlug eens aan die sla te ruiken? Grote kans dat ik dat ben!
Hij heeft in zijn spel weer een heel leger verslagen. "Yes, ik heb ze allemaal afgemaakt!" roept hij enthousiast. "Jongen toch," kom ik geërgerd "wat een taal! Dat vind ik geen mooie uitdrukking hoor!" Hij denkt even na, op zoek naar iets beters. Dan glijdt er iets ondeugends over zijn gezicht als hij vraagt: "Eh... in de pan gehakt dan?"
Hij sputterde weg op zijn brommertje. Ik keek hem na door het raam. Eigenlijk een grappig zicht: zijn lange gestalte zowat in drieën gevouwen op z'n kleine machientje. Een grote rugzak op zijn rug. Hij zou die nacht bij een vriend blijven slapen. Om dan van daaruit samen, met het openbaar vervoer, naar Pukkelpop te trekken. Lange tijd was hij in de weer geweest om alles klaar te maken. Had enkele keren een beroep op mij gedaan. "Mamaaa...!" Als hij die tweede lettergreep zo uitrekt, betekent het dat hij iets nodig heeft! Of zijn zwarte broek gewassen en droog was. En zijn grijze vest. Of ik zijn haar wou millimeteren met een tondeuse. Of ik wist waar dat zwarte "marcelleke" was, dat hij al een hele tijd kwijt bleek te zijn. Neen, ik had het niet gezien en de strijk was helemaal bijgewerkt. Samen doorzochten we zijn deel van de slaapkamer. Die een weerspiegeling leek te zijn van zijn eigen innerlijke ik: chaotisch dus. En ja hoor, na een korte zoektocht vond ik het hemdje. Verscholen onder een ander kledingsstuk. Hij nam het uit mijn hand en snuffelde er eens aan. Rook niet meer fris blijkbaar, want vroeg hij, met smekende blik: "Kan dat nog even gewassen?" Ik waste het, samen met wat andere spullen, met het kortwasprogramma van de wasmachine. Meer dan vijf minuten in de droogtrommel gunde hij zijn "marcelleke" niet. Dan maar vochtig mee, zijn geduld was op. En daar snorde hij dus weg op zijn brommer. Voor vijf dagen weg van huis. En ik keek hem na vanuit het venster. Bezorgd zoals gewoonlijk. Maar ook, en meer nog dan dat, voor een keertje weer helemaal moederlijk vertederd! Daar zie, onze tienerzoon van zeventien!
"Als ik dood ga, wil ik verast worden." "Waarom wil je dat dan?" "Dan word ik uitgestrooid. En dan komt de wind en die blaast mij naar de hemel!"
Een filosofietje van Dochter, toen ze een jaar of zeven was. Gisteren was de uitvaart van Dries. En ook al werd zijn lichaam niet verast, evengoed hoop ik dat een wind hem zal optillen en naar de hemel dragen. Zo als ook die nog jonge man, papa van drie kinderen, die vorige week op een ochtend niet meer wakker werd.
Ik kon er gisteren niet naartoe gaan, naar de uitvaart van Dries. Maar ik kreeg wel een gedachtenisprentje. Toch was het niet alleen het overlijden van de jongen die onze aandacht in beslag nam. Ik werk bij mijn broer en zijn schoondochter is sinds kort mijn collega. Gisteren deelde ze ons een dubbel gevouwen blad papier. Als we het open plooiden bleek het een kopie van een echografie-fotootje te zijn. Haar manier om te vertellen dat ze een kindje verwacht! Het kopie en het gedachtenisprentje stopte ik samen in mijn handtas: nieuw leven en sterven, vlak naast elkaar.
Gisteren was het Moederdag. Hier in het Antwerpse toch. "Straks gaan we je een cadeautje geven!" vertelde Jongste 's ochtends. "Zeg moet je dat nu zeggen? Ze hoeft nog niet te weten dat we eraan gedacht hebben!" bitste Middelste Zoon. Jongste schrok. Oeps, had hij het al verklapt! "Ik vind het wel leuk om te weten dat ik nog iets te verwachten heb!" probeerde ik hem gerust te stellen. Toch vond hij het erg dat hij het fout had gedaan. "Wil je het alstublieft vergeten mama?" smeekte hij. En daar achteraan: "Of toch doen alsof...!"
En later op de dag, denkend aan Moederdag, vroeg hij me wel een keer of drie: "Mama, kan ik iets voor je doen?" Momentje..., dat moet ik eventjes in het vet schrijven: "Mama, kan ik iets voor je doen?" Niet vergeten dus, voor de tijden dat ik misschien, wat het spontaan aanbieden van zijn diensten betreft, op mijn honger zal moeten zitten.
Om de anderen niet tekort te doen, moet ik nog zeggen dat ik voor Moederdag, een warm verpakt geschenk gekregen heb van al mijn huisgenoten: de cd box die ik zo graag wou.
Ik ga mijn laatste dag verlof in. Vanaf maandag zit ik weer bij de collega-paprikaantjes tussen de paprikaplanten. Deze week moest ik het dorstige hout van onze ramen behandelen. Maar verder heeft het niet hoeven gaan werken iets ontspannends natuurlijk. Een beetje langer slapen. Niet met de auto door het verkeer. En tijd voor mijn nieuwe hobby: blogsurfen. En mijn eigen nieuwe blogje opstarten, en up to date houden, wat van nu af aan niet meer zo frequent zal kunnen. Tijd ook om te lezen, al is dat er door de ontdekking van de blogwereld wat bij ingeschoten. Toch vind ik lezen bijna het fijnste wat er is. Van de week, nadat dochter laat thuisgekomen was van haar vakantiejob, hebben we samen na het afruimen nog een poos zitten te lezen aan de keukentafel. Zalig. Zij las "De eenzaamheid van de priemgetallen", ik "De aarde neuriet in B-mineur" van Mari Strachan. Boeken hebben een ongelooflijke aantrekkingskracht op mij. Als ik boeken koop zijn het meestal non fictie boeken, over onderwerpen waar ik mee bezig ben. De laatste tijd waag ik me echter meer aan romans. Toch verdwaal ik een beetje in de bibliotheek. Ik ben niet erg thuis in de literatuur. Gisteren ging ik een boek, dat ik had besteld, afhalen in mijn lievelingsboekenwinkel. Dat voelt dan aan als een beetje feest. De mevrouw van die winkel leest zelf veel boeken. Ze print dan haar mening erover af op een blad papier, en bevestigt dit als een bandje om het bewuste boek. Dat helpt al een beetje op weg. Zo heb ik al enkele boeken gelezen, die ik anders niet opgemerkt zou hebben. En gisteren mocht ik wat langer blijven plakken in de boekhandel natuurlijk. Ik was ten slotte nog in verlof.
"Papa, wat is een condoom?" Ik wil net de woonkamer binnen gaan als ik Jongste die vraag hoor stellen. Hij kijkt naar een aflevering van FC De Kampioenen, waarin er sprake is van een condoom. Ik hou mijn pas een beetje in, benieuwd hoe Echtgenoot, die zijn krant zit te lezen, dit zal oplossen. "Papa," klinkt het nu wat dwingender "een condoom, wat is dat?" Even lijkt het of Echtgenoot heel gewoon zal antwoorden. "Een condoom, jongen, dat is..." Hij maakt moeizaam z'n blik en aandacht los van zijn krant. Ineens gaat zijn hoofd met een rukje omhoog: "Tja, een condoom...?" Hoe moet hij dat gaan uitleggen? Hij kijkt hulpeloos om zich heen. Ziet dan hoe zijn "redding in nood" bij de deuringang staat te luistervinken. "Mama," schuift hij opgelucht de vraag door "hij wil weten wat een condoom is!" Ik kom dichterbij. Zie ook Oudste Zoon achter de computer zitten. Met een smile van oor tot oor. Geamuseerd afwachtend wat zijn ma nu gaat zeggen. Ik besluit heel gewoon te vertellen wat een condoom is. Hoe die eruit ziet kan ik al meteen aanwijzen: op het scherm staat Pol van Doortje met een exemplaar in de hand. Verder kan ik bouwen op wat Jongste al weet over voortplantingszaken. Dat zaadcellen bij een eicel moeten geraken om een baby'tje te laten groeien, dat een mama en papa daarvoor eerst moeten vrijen. Nu vertel ik hem dat een man en een vrouw het vaak fijn vinden om te vrijen, ook zonder dat ze een kindje willen. Dat een condoom een soort zakje is, dat de man om z'n penis moet doen, waar de zaadcelletjes in terecht komen zodat ze niet bij de eicel kunnen geraken. Voilà, kort en duidelijk. Zo moeilijk is dat niet. Oudste Zoon zegt nog iets over overdraagbare ziekten. "Niet te veel ineens!" vind ik. Ik vertel nog dat er ook andere manieren zijn om te zorgen dat er geen kindje komt. Dat veel vrouwen bijvoorbeeld pilletjes innemen, zodat er in hun buik geen eicel wordt klaar gemaakt. "Niet te veel ineens!" vindt Echtgenoot op zijn beurt. Jongste knikt dat hij het allemaal begrepen heeft. Hij heeft een duidelijk antwoord op zijn vraag. Nu wil hij rustig verder naar zijn programma kijken.
daar het verlangt dat het oog en oor en weerwoord vangt
en liefst van al: een glimlach..
Een tekstje lenen? Soms publiceer ik een dichttekstje op mijn blog. Is er één dat u aanspreekt en u graag wil lenen voor een gelegenheid? Ik zou mij heel vereerd voelen. Maar toch wil ik er graag enkele afspraken rond: -Dat mijn initialen er onder gezet worden (jb). -Dat er niets meer in gewijzigd wordt. (Wil het a.u.b. laten weten als er taal- of tikfouten in staan.) -Uiteraard niet te gebruiken voor commerciële doeleinden.
Gastenboek
Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek