HET
CAMALDULENZER KROONTJE
Deze rozenkrans werd door de Zalige Michele Pina opgesteld
(1450-1522), een Camaldulenzer monnik, en wordt soms de Kroon van Onze Heer
genoemd, Corona Del Signore, of de Rozenkrans van Onze Heer. Het werd officieel
goedgekeurd door de Pauselijke Brief van 18 februari 1516.
De rozenkrans bestaat uit 33 kralen drie tientjes van 10
kralen, plus drie bijkomende kralen om de 33 aardse levensjaren van Onze Heer
te herdenken. Er worden 5 Weesgegroeten gebeden ter ere van Maria en de vijf
wonden van Onze Heer. Het eindigt met de Geloofsbelijdenis van de Apostelen.
Er worden twee versies gegeven: de korte en langere versie.
Korte versie
Kruisteken
Glorie zij de Vader
Eerste
tientje : Overweeg het kindschap van Onze Heer Jezus tot Hij 12 jaar
was, vooral Zijn Menswording in de schoot van de Maagd Maria, Zijn geboorte in
een stal, Zijn besnijdenis, Zijn opdracht in de tempel en de vervolging die Hij
geleden heeft door Zijn vijanden toen Hij nog een kind was.
Overweeg ook de nederigheid waarmee Hij Zijn H. Moeder en de H. Jozef heeft
gehoorzaamd, en heeft gewacht op hun komst, toen Hij gevonden werd in de tempel
en levendige gesprekken hield met de schriftgeleerden toen Hij 12 jaar was.
Bid 1 Weesgegroet, 10 Onze Vaders, 1 Glorie zij de Vader
Tweede tientje : Overweeg het leven van Onze Heer Jezus vanaf zijn 12
jaar tot Zijn Lijden, overweeg hoe Hij, die goddelijke Wijsheid is, nederig en
vol naastenliefde een verborgen leven leidde onder de mensen tot Hij 30 jaar
was. Hij bereidde Zich voor op Zijn prediking door een 40-daagse vasten en door
gedoopt te worden door de H. Johannes de Doper. Daarna koos Hij Zijn Apostelen,
predikte Zijn evangelische wet en bewerkte mirakels in Palestina, terwijl Hij
te lijden had van vervolging en talloze ontberingen.
Bid 1 Weesgegroet, 10 Onze
Vaders, 1 Glorie zij de Vader
Derde tientje : Overweeg op het laatste deel van het leven van Onze
Verlosser: Zijn bitter Lijden. Hij deed Zijn intrede in Jeruzalem onder
luid gejuich van de mensen, Hij vernederde Zich in het wassen van de voeten van
Zijn leerlingen en Hij stelde de H. Eucharistie in. Laten we ook overwegen hoe
Hij zich liet gevangen nemen na Zijn gebed in de Tuin van Gethsemane en Zijn
bloedzweet. Hij werd vastgebonden door zijn vijanden, en werd van het ene
tribunaal naar het andere geleid. Hij werd geslagen, beschimpt, gegeseld aan
een zuil en gekroond met een scherpe doornenkroon. Nadat Hij het kruis op Zijn
schouders heeft gedragen tot boven de heuvel van Kalvarie, werd Hij gekruisigd
tussen twee dieven en gaf Hij zijn heiligste ziel voor de verlossing van de
mensheid. Na Zijn dood stroomden water en bloed uit de heilige wonde in Zijn zijde.
Bid 1
Weesgegroet, 10 Onze Vaders, 1 Glorie zij de Vader
Als besluit overwegen we hoe Onze Heer Jezus, nadat Zijn
aanbiddelijk lichaam drie dagen in de grafkelder lag, verrees uit de dood en
verscheen aan Zijn H. Moeder en Zijn leerlingen. We overwegen ook hoe Hij de H.
Petrus aanstelde als hoofd van de Kerk, al de Apostelen beval om in de wereld
het Geloof te predikten en de vergiffenis van zonden, en na 40 dagen opsteeg
ten Hemel en nu aan de rechterhand zit van de Eeuwige Vader, vanwaar Hij zal
komen om te oordelen over de levenden en de doden.
Grote kraal : een Weesgegroet
3 kleine kralen : 3 Onze Vaders
Grote kraal : een Weesgegroet
Op de crucifix : de geloofsbelijdenis van de Apostelen.
V. We aanbidden U, O Christus, en we zegenen U.
R. Omdat door Uw H. Kruis U de wereld hebt verlost.
Laat ons bidden. Heer Jezus Christus, Zoon van de Levende
God, in wiens eer we deze Rozenkrans hebben gebeden Uw Lijden, Uw Kruis en Uw
dood tussen onze zielen en Uw oordeel, nu en in het uur van onze dood en
verleen ons genade en barmhartigheid; verleen de gelovige overledenen rust en
vergeving; verleen U Kerk vrede en harmonie en aan ons, zondaars, vergeving en
eeuwige glorie, U die leeft en heerst in de wereld zonder einde. Amen.
Camaldulenzer monniken
Romualdus van Ravenna (Ravenna,
ca. 952 omgeving van Fabriano, 19 juni 1027) was
een abt en de stichter van de orde der camaldulenzers.
Omwille van hun witte pij worden ze ook witte benedictijnen genoemd.
In de lage landen zijn er nooit camaldulenzerkloosters geweest. Momenteel zijn
er vooral nog in Italië en Polen. Het gaat echter om een zeer kleine orde.
Leven
Sint-Romualdus werd geboren in een adellijke familie
te Ravenna. Nadat zijn vader hem had meegenomen naar een bloedig duel,
trok hij zich rond de leeftijd van 20 jaar in de eenzaamheid terug om een leven
van boete en versterving te leiden. Hij trad in bij de abdij van
Sant'Apollinare te Classe. Romualdus werd door belangrijke kerkelijke
en politieke leiders gevraagd voor advies. Zo bracht hij keizer Otto III tot
inkeer. Deze benoemde hem tot abt van de abdij van Sant'Apollinare te Classe.
Een jaar later legde Romualdus zijn ambt neer en trok zich terug in de abdij
van Montecassino. Hij werd de stichter van verschillende gemeenschappen van
kluizenaars, waaronder de belangrijkste die van Camaldoli in Toscane (1012).
Laatstgenoemde stichting gaf haar naam aan de kloosterorde der
Camaldulenzers, die met gebruikmaking van de regel van Benedictus, het kluizenaarsleven
en kloosterlijke gemeenschap met elkaar verbindt.
Tijdens zijn leven probeerde een groep mensen zijn botten
veilig te stellen als relikwie en trachtte hem daarvoor te vermoorden. Hij
ontkwam echter aan zijn belagers. Romualdus stierf in het jaar 1027 in de
abdij van Val di Castro in de buurt van Fabriano.
Romualdus heeft geen geschriften nagelaten. De gegevens
over hem zijn afkomstig van Petrus Damiani, die de Vita beati
Romualdi schreef. Damiani trad in in het door Romualdus gestichte
camaldulenzerklooster Fonte Avellana en werd er in 1043 ook prior.
Verering
Zijn lichaam werd begraven in de kerk van Sint-Blasius en
Sint-Romualdus te Fabriano. Zijn gedenkdag is 19 juni.
De typische iconografische attributen van Romualdus zijn de
Bijbel, de duivel en een ladder die naar de hemel reikt. Hij wordt meestal
afgebeeld met een lange witte baard en een wit habijt.
Camaldolenzer monniken, geschilderd
door Paul Delaroche (1797-1856)
Lange versie
Kruisteken
V. O God, kom ons te hulp.
R. O Heer, haast ons te helpen.
Eerste grote kraal : Glorie zij de Vader
Drie kleine kralen : Akte
van geloof : Mijn Heer en mijn God, ik geloof vast al wat Gij geopenbaard
hebt en door de heilige Kerk mij voorhoudt te geloven, omdat Gij de opperste en
onfeilbare waarheid zijt. In dit
geloof wil ik leven en sterven. Akte
van hoop : Mijn Heer en mijn God. Ik hoop met een vast vertrouwen van
U te bekomen, door de verdiensten van Jezus Christus, het eeuwig geluk en de
genaden om het te verdienen, omdat Gij oneindig goed zijt voor ons, almachtig
en getrouw in Uw beloften. In
deze hoop wil ik leven en sterven. Akte
van liefde : Mijn Heer en mijn God, ik bemin U bovenal, uit
geheel mijn hart, uit geheel mijn ziel en uit al mijn krachten, omdat Gij
oneindig volmaakt en alle liefde waardig zijt. En ik bemin ook mijn naaste
gelijk mijzelf, uit liefde tot U. In deze liefde wil ik leven en sterven.
Doe een Akte van berouw
: Mijn Heer en mijn God, het is mij leed dat ik tegen uw opperste majesteit
misdaan heb. Ik verfoei al mijn zonden, niet alleen omdat ik uw straffen heb
verdiend, maar vooral omdat ze U mishagen, die oneindig volmaakt en alle liefde
waardig zijt. Ik maak het vast voornemen, mijn leven te beteren en de
gelegenheden tot zonde te vluchten. In dit berouw wil ik leven en sterven.
Eerste tientje :
Eerste grote kraal : Weesgegroet
Kleine kralen :
De Zoon van God is geboren als mens uit Maria in een stal. Onze Vader
De
engelen verheugen zich en zingen : Gloria in excelsis Deo. Onze Vader
De herders horen de aankondiging van de engelen en komen Hem aanbidden. Onze Vader
Hij wordt besneden op de 8ste dag en Hij wordt bij de H.
Naam Jezus genoemd. Onze Vader
Hij wordt aanbeden door de 3 Wijzen die Hem goud, wierook
en mirre aanbieden. Onze Vader
Hij wordt opgedragen in de Tempel en voorzegd dat Hij de
Redder van de Wereld is. Onze
Vader
Hij moet vluchten voor de vervolging van Herodes naar
Egypte. Onze Vader
Herodes vindt Hem niet en vermoord de Onschuldige Kinderen.
Onze Vader
Hij keert terug naar Nazareth met Jozef en Zijn Moeder. Onze Vader
Hij voert levendige gesprekken en spreekt de
schriftgeleerden toe als Hij 12 jaar is. Onze Vader
Na het tientje : Glorie zij de Vader
Tweede
tientje :
Grote kraal :
Weesgegroet
Kleine kralen :
Jezus wordt gedoopt door de H. Johannes de Doper in de
Jordaan en is dan 30 jaar. Onze Vader
Jezus vast 40 dagen en nachten in de woestijn en weerstaat
Satan. Onze Vader
Jezus openbaart ware gehoorzaamheid aan de Wil van Zijn
Vader en predikt eeuwig leven. Onze Vader
Jezus roept Zijn leerlingen, die onmiddellijk vertrekken en
Hem volgen. Onze Vader
Jezus bewerkt het eerste mirakel door water in wijn te
veranderen te Kana. Onze Vader
Jezus geneest de zielen, laat degenen die lam zijn lopen, laat
doven horen, geeft zicht aan de blinden en wekt de doden tot leven. Onze Vader
Jezus bekeert de zondige mensen en vergeeft hun zonden. Onze Vader
Wanneer Zijn eigen volk Hem vervolgt zelfs tot de dood,
kastijdt Hij hen niet maar berispt hen op een liefdevolle manier. Onze Vader
Hij ondergaat een gedaanteverwisseling op de berg Tabor in
aanwezigheid van Petrus, Johannes en Jacobus. Onze Vader
Hij rijdt Jeruzalem binnen op een ezelsveulen en verdrijft
de geldwisselaars uit de Tempel. Onze
Vader
Na het tientje : Glorie zij de Vader
Derde
tientje :
Grote kraal : Weesgegroet
Kleine kralen :
De Heer viert het Laatste Avondmaal en wast de voeten van
de Apostelen. Onze Vader
De Heer stelt het H. Sacrament van de Eucharistie in. Onze
Vader
De Heer bidt vurig in de Tuin van Gethsemane; Hij zweet
bloed en wordt getroost door een engel. Onze Vader
Christus wordt verraden door Judas door een kus. Hij wordt
vastgebonden en meegenomen door de gerechtsdienaars. Onze Vader
Jezus wordt vals beschuldigd, geslagen, bespuwd, en
schaamtelijk vier keer voor een tribunaal geleidt. Onze Vader
De Heer kijkt met tederheid naar Petrus nadat die Hem drie
keer verloochend heeft, en bekeert hem; terwijl Judas in zijn wanhoop zelfmoord
pleegt en verloren is. Onze
Vader
De Heer wordt gegeseld aan de zuil en krijgt ontelbare zweepslagen.
Onze Vader
Jezus wordt met doornen gekroond, aan het volk getoond en
die schreeuwen Kruisig Hem, kruisig Hem! Onze Vader
Hij wordt veroordeeld tot de dood en draagt het zware kruis
met ernstige pijn op zijn schouder naar de Kalvarieberg. Onze Vader
Jezus wordt gekruisigd tussen twee dieven; sterft na drie
uur doodsstrijd op het Kruis. Hij wordt in de zijde gestoken met een lans en
wordt begraven. Onze Vader
Na het tientje : Glorie zij de Vader
De laatste drie gebeden :
Grote kraal : Jezus verrijst op de derde dag en bezoekt
eerst Zijn Heilig Moeder Maria. Weesgegroet
Drie kleine kralen :
Jezus verschijnt aan de drie Marias en zegt hen de
Apostelen te vertellen dat ze Hem gezien hebben en dat Hij verrezen is uit de
dood. Onze Vader
Jezus verschijnt aan Zijn leerlingen, toont hen Zijn
Allerheiligste Wonden en laat Thomas ze aanraken. Onze Vader
De 40ste dag na Zijn verrijzenis, zegent Jezus de
Allerheiligste Maria en Zijn leerlingen en stijgt op ten Hemel. Onze Vader
Grote
kraal : Laat ons bidden tot de Allerheiligste Maagd om voor ons ook de zegening
van Haar goddelijke Zoon, Onze Heer Jezus Christus te verkrijgen, nu en in het
uur van onze dood. Weesgegroet
Crucifix : de Geloofsbelijdenis van
de Apostelen.
Bid daarna het gebed
van de H. Augustinus:
O Heer, die de wereld heeft verlost en om ons te bevrijden
van de pijn van de Hel hebt U zich verwaardigt om geboren te worden onder de
mensen, onderworpen aan pijn en dood, om besneden te worden, verworpen en
vervolgd te worden door de Joden. U werd verraden door Uw leerling Judas met
een heiligschennende kus; en als een onschuldig en zachtmoedig lam werd U met
touwen gebonden en in misprijzen voor de tribunalen van Annas, Kajafas, Pilatus
en Herodes gesleept. U werd beschuldigd door valse getuigen, gegeseld, gekroond
met doornen, geslagen, bespuwd, om Uw goddelijke verschijning helemaal te laten
vervormen. Er werd bejegend met misprijzen en vervuld met verwijten en smaad. U
werd van Uw kleren beroofd, aan het Kruis genageld en hoog op een Kruis
verheven tussen twee beruchte dieven. U werd edik (soort azijn) en gal te
drinken gegeven, en doorboord met een lans. Zo werden de machtige werken van
onze verlossing vervuld: De liefdevolle Redder heeft zoveel wreed en afschuwelijk lijden doorstaan
uit liefde voor mij, dat ik, onwaardig als ik ben, overweeg. Bevrijd mij door Uw
Heilig Kruis en Bittere dood, van de pijn van de Hel en breng mij naar het
Paradijs waar U de berouwvolle dief hebt gebracht die met U werd gekruisigd,
mijn Jezus, die met de Vader en de H. Geest, leeft en heerst, God voor eeuwig.
Amen.
De bronnen van Camaldoli van
Tim Peeters
Sterilitatis impatiens: zo wordt de persoonlijkheid van
Sint-Romualdus getypeerd door zijn biograaf, de beroemde monnik, kardinaal en
kerkleraar Petrus Damiani (1007-1072). Vrij vertaald betekent dit: hij die
geen onvruchtbaarheid verdraagt. Het is niet eenvoudig om de figuur en het
bewogen leven van Romualdus te schetsen, want de man was tegelijk monnik en
missionaris, kluizenaar en predikant, hervormer en behoeder. De veelzijdigheid
van de vader straalde trouwens ook af op de kinderen. Zo sprak Bruno van
Querfurt ( 1009), die de belevenissen van de eerste volgelingen neerschreef,
over het triplex bonum dat de romualdese spiritualiteit in zich draagt: het
drievoudig goed van kloosterleven, hermitage-ervaring en drang tot
evangelisatie, vergezeld met het verlangen naar het martelaarschap. In de
schoot van de camaldulenzenfamilie zijn inderdaad vele charismas mogelijk: men
kan er volgens het benedictijnse model in gemeenschap leven, men kan er zich
als eremiet of recluse terugtrekken, men kan ook missionaris worden (vergeten
we niet dat de eerste missionarissen in Polen camaldulenzen waren) of pastoor,
leraar of academicus.
Toch herkenden zich niet alle volgelingen van de heilige
Romualdus in dit drievoudig paradigma. Dat blijkt uit de splitsing van de orde
in twee autonome takken. De eremieten van de Monte Corona keerden in de
zestiende eeuw radicaal terug naar de eerste liefde van de
camaldulenzenvader: het zuivere solitaire leven. Er ontstond een nieuwe
congregatie die zich afzette tegen het gemeenschapsleven van de andere
camaldulenzen. Dit bewijst alleen maar hoe moeilijk het is om drie idealen
samen te houden. Het principe van het drievoudige voordeel is dan ook geen
oorspronkelijke gedachte van Romualdus zelf, maar een persoonlijke
interpretatie van Bruno van Querfurt. Uit het voorgaande laat zich gemakkelijk
raden dat al wie meer wil weten over het leven van Sint-Romualdus niet buiten
twee voorname literaire bronnen kan: De vijf broeders van Bruno van Querfurt
(ca. 1008) en Het leven van de zalige Romualdus (1042) van de hand van Petrus
Damiani.
Geen van beide werken kunnen we echter als historische
bronnen in de hedendaagse zin van het woord beschouwen. Het gaat hier eerder om
hagiografieën, doorspekt met de nodige mirakels en overdrijvingen. Dat
Romualdus volgens Damiani maar liefst 120 jaar zou geworden zijn, is er een
sprekend voorbeeld van. Toch bestaat er tussen beide auteurs een zekere
hiërarchie in geloofwaardigheid: Bruno van Querfurt was een directe volgeling
van Romualdus, hij schreef zijn relaas dus als ooggetuige; Damiani daarentegen
kon zich enkel beroepen op mondelinge overleveringen van zijn confraters in de
hermitage van Fonte-Avellana. Het is trouwens zo goed als zeker dat Damiani de
tekst van De vijf broeders nooit gekend heeft. Hoe dan ook, uit beide
geschriften vallen toch wel een aantal feiten en lijnen uit het leven van de
stichter der camaldulenzen te destilleren.
Romualdus
Een
bewogen start
De heilige Romualdus werd omstreeks 952 in Ravenna geboren.
Hij was de zoon van een adellijke en bemiddelde familie. Als jongeman raakte
hij ongewild betrokken in een erfeniskwestie die tussen zijn vader en oom werd
uitgevochten. Dit conflict zou het einde inluiden van zijn onbezorgde
rijkeluisleventje. Hij zag met eigen ogen hoe zijn vader in koelen bloede zijn
broer neerstak met het zwaard. Romualdus besliste prompt om zich voor veertig
boetedagen, de toenmalige canonieke straf voor moord, terug te trekken in de
Sint-Appolinarisabdij van Classe, tot op vandaag wereldberoemd om haar fraaie
mozaïeken. Aan het einde van de tiende eeuw was Classe op sociaalpolitiek vlak
veruit de meest invloedrijke abdij in Noord-Italië. Maar de monastieke tucht
onder de monniken was ver te zoeken en de hervormingsideeën van Cluny schoten
er nauwelijks wortel. Toch besliste Romualdus om er in te treden, ergens tussen
de jaren 972 en 975. Dat zou trouwens ook zijn vader doen, maar dan in een
naburig klooster. De jonge novice was vurig, te vurig volgens sommigen van zijn
confraters.
Romualdus vrijpostigheid werkte immers al snel op de
zenuwen, zodat zijn aanwezigheid in de gemeenschap na enige tijd onhoudbaar
werd. Toen hij op zekere dag hoorde spreken over een zonderlinge kluizenaar in
de buurt van Venetië, een zekere Marinus, was zijn nieuwsgierigheid naar die
levensstijl gewekt. Deze excentrieke eenzaat, die aan de rand van een lagune woonde,
was een selfmade eremiet. Petrus Damiani had geen grote dunk van Marinus. Hij
noemde hem een simpele ziel zonder vorming. Wat er ook van zij, Romualdus
ontdekte in Marinus wel de kiemen van zijn eigen roeping: het verlangen naar de
woestijn. Met het bezoek aan Venetië door Guarinus, de vermaarde abt van de
Sint-Michielsabdij van Cuxa, brak voor Romualdus een nieuwe en beslissende
levensfase aan. De abdij van Cuxa, gelegen in de Franse Pyreneeën, was
doordesemd van de geest van Cluny en genoot een grote uitstraling als centrum
van spiritualiteit en wetenschap. Romualdus vergezelde de abt naar zijn
bakermat en ontving in Cuxa een kluizenaarshut die hij samen met een andere
monnik deelde.
Het principe van een dubbelkluis waarin twee eremieten
samenhokten en van elkaar gescheiden werden door een muur met een venstertje,
zou Romualdus later radicaal verwerpen. Een tragische gebeurtenis, waarover
straks iets meer, zou hem hiertoe dwingen. De rijkgevulde kloosterbibliotheek
van Cuxa werd voor Romualdus de biotoop voor zijn verdieping in de
woestijnvaders. Hier kon hij zijn verlangen naar de woestijn ook intellectueel
funderen. Hij leerde er bovendien de Regel van Benedictus liefhebben. Die
leefregel werd de entstok voor al zijn latere stichtingen. Maar na een tiental
vredige jaren bracht een onrustwekkend nieuwtje over zijn vader een abrupt
einde aan Romualdus verblijf in de Pyreneeën. Het gerucht deed immers de ronde
dat deze wou uittreden. Om dat te verhinderen, bezocht de zoon zijn oude vader
in Ravenna. Toen die missie geslaagd was, zocht Romualdus de eenzaamheid weer
op, dit keer in de nabijheid van Classe.
Na enige tijd meldden zich spontaan de eerste kandidaten
aan, die door Romualdus bereidwillig werden ontvangen. Maar al vlug kwam de
leermeester tot de vaststelling dat het solitaire leven enige onderscheiding en
voorbereiding vroeg. Hij besliste om wat verderop een klooster op te richten,
waar de nieuwelingen zich door het gemeenschapsleven konden laten kneden
alvorens zich in een kluizenaarshut te wagen. Zo tekende zich meteen de
blauwdruk af die de camaldulenzenorde uniek maakt binnen het westerse
monachisme: de originele combinatie van het cenobitische en anachoretische
monnikendom, van een monastiek leven in gemeenschap (cenobieten) en in eenzaamheid
(anachoreten). Dat grondprincipe paste Romualdus in bijna elke nieuwe stichting
toe, hier en daar zelfs in een mix van mannen en vrouwen. In Camaldoli zelf,
het late kroonstuk van Romualdus, vormde een communauteit monniken in het dal
een buffer om de stilte en de eenzaamheid van het handjevol eremieten in het
hooggebergte te beschermen. Net als de kartuizers wonen de solitaire
camaldulenzen in afzonderlijke cellen, met een klein oratorium en een ommuurd
tuintje. Maar in tegenstelling tot kartuizerkloosters, waar de cellen
symmetrisch rond een pandhof gebouwd zijn, bestaat een camaldolese hermitage
uit verschillende rijen van drie tot zes (of zelfs nog meer) cellen naast
elkaar. Vanuit de lucht lijkt het wat op een minidorpje, met rijen huisjes
links en rechts.
minidorpje van Camaldoli
IJverzucht
en beproeving
Rond de millenniumwisseling nam de stichtingsijver van
Romualdus pas echt een hoge vlucht: kloosters en hermitages ontstaan rond
Ravenna, Subiaco, Orvieto, Todi, Perugia, Siena, Urbino en zelfs op het
schiereiland Istrië dat vandaag gedeeld wordt door Kroatië en Slovenië, toen
hij er ziek viel op zijn tocht naar Hongarije. Al die tijd bekleedde Romualdus
slechts één keer het ambt van canoniek overste, met name toen hij zich eind 998
op aandringen van keizer Otto III (980-1002) tot abt van Classe liet verkiezen.
Dat abbatiale avontuur duurde trouwens niet eens een vol jaar: de stijl van de
strenge vader pakte geen verf bij de lakse communauteit. Een andere
vermeldenswaardige wending was de zending van de eerste missionarissen naar
Polen en Oekraïne. Bruno van Querfurt was een van hen. Hij stierf in 1009 de
marteldood op de grens tussen Polen en Litouwen. En hij bleef lang niet de
enige martelaar in de prille camaldulenzenfamilie.
Een tragisch dieptepunt in Romualdus leven was de
beschuldiging van seksueel misbruik door een van zijn volgelingen. Het incident
vond plaats in de hermitage van Sitrië, niet ver van Gubbio. Een jonge
homoseksuele monnik benaderde er meerdere medebroeders. Romualdus wees hem
daarom met strenge toon terecht. Nadien beweerde de jongeman echter dat hij
door de vader zelf in zijn cel was aangerand. Het ontstellende gerucht
verdeelde de communauteit al vlug in twee kampen: zij die het nieuws geloofden
en zij die het bestreden. Petrus Damiani gaat in zijn Vita uitvoerig op het
gebeuren in: hij noemt de jonge monnik een duivels figuur en neemt vurig de
verdediging van Romualdus op zich. Damianis defensie heeft iets lachwekkends:
Want ook al had hij het gewild, zo schrijft hij letterlijk, de toestand, de
lusteloosheid en het onvermogen van zijn verzwakte lichaam hadden het toch niet
mogelijk gemaakt. Romualdus van zijn kant hulde zich in stilzwijgen en trok
zich als recluse in zijn cel terug, volgens de overlevering meer dan zeven
jaar.
Als we Petrus Damiani mogen geloven, onderwierp hij zich
aan een bovenmenselijk vasten en een extreme zelfkastijding. Hij zou er
bovendien hebben uitgezien als een doorgewinterde, stinkende clochard: Hij
waste zijn boetekleren nooit, maar hij ging er mee in de regen staan en
wisselde ze maar eens in de maand. Nooit liet hij een scheermes over zijn hoofd
gaan. Slechts af en toe, wanneer zijn haren en baard echt te lang waren, knipte
hij die bij met een schaar. Alle karikaturen ten spijt schafte Romualdus wel
definitief de gewoonte af om met twee eremieten een dubbelkluis te bewonen.
Voortaan leefde elke kluizenaar alleen. Zoals al gezegd zette Romualdus de
kroon op zijn monastieke werk pas op het einde van zijn leven. Hij stichtte de
Sacro Eremo van Camaldoli rond het jaar 1025, de enige originele stichting die
de geschiedenis overleefde. Merkwaardig dat Petrus Damiani er geen melding van
maakt. Maar waarschijnlijk had Camaldoli toen nog niet de reputatie die het
later zou verwerven. Romualdus verbleef hooguit twee jaar in Camaldoli. Toen
hij zijn krachten voelde afnemen, trok hij zich terug in de hermitage van Val
di Castro, gelegen in de Marche. Daar overleed hij in de nacht van 19 juni 1027,
alleen in zijn cel, zoals hij het uitdrukkelijk gewenst had. In de vijftiende
eeuw werd het lichaam van Sint-Romualdus overgebracht naar de kloosterkerk van
Fabriano, waar het nog steeds rust. Pas in 1980 werden de relieken authentiek
verklaard.
De
Kleine Regel van de heilige Romualdus
Romualdus liet bij zijn dood geen geschreven regel na. Dat
is niet verwonderlijk, hij had nooit de stichting van een nieuwe orde voor
ogen. Die vrucht was het werk van zijn volgelingen. In het slothoofdstuk van De
vijf broeders vinden we echter wel de Kleine Regel van Romualdus, volgens de
traditie door de meester zelf aan een van zijn leerlingen ingefluisterd. Hoewel
dit laatste historisch lang niet zeker is, vormt dit korte fragment een
literaire parel uit de westerse monastieke traditie. Om die reden past het hier
de tekst integraal te citeren: Zit neer in je cel zoals in het paradijs.
Vergeet de wereld en werp hem van je schouders. Wees waakzaam voor je
gedachten, zoals een goede visser voor de vissen. De enige weg die je volgen
moet, vind je in de psalmen; verlaat die nooit. Wanneer je nog nieuw bent en je
er niet in slaagt om te 67de kovel bidden zoals het zou moeten, ondanks je
oorspronkelijke vuur, grijp dan elk moment aan om de psalmen vanuit je hart te
zingen en ze met je geest te begrijpen. Wanneer verstrooiingen je overvallen
tijdens het lezen, geef dan niet op; keer vlug naar de tekst terug en leg je er
opnieuw met je verstand op toe. Plaats je bovenal met een nederige houding in
de aanwezigheid van God, zoals iemand die voor de keizer staat. Kom los van
jezelf en zit neer als een klein diertje, tevreden met Gods genade. Besef dat
je niets zult smaken en niets te eten zult hebben, wanneer God het jou niet als
een moeder schenkt.
H. Marinus van Venetie en H. Romualdus van Ravenna
Wat meteen opvalt, is het geduld waarmee de monniken, en
zeker de nieuwelingen, worden benaderd: ze mogen zich niet te vlug laten
ontmoedigen door gedachten of verstrooiingen die het gebed doorkruisen.
Volhouden is de boodschap van de meester! Heel bijzonder in de Kleine Regel is
de verwijzing naar de keizer: Romualdus was min of meer gewoon om met de groten
der aarde om te gaan. Hij ontmoette meermaals Otto III en Hendrik II (ca.
978-1024). Een monnik moet voor God staan zoals een onderdaan voor de keizer:
weliswaar nederig en eerbiedig, maar tegelijk ook vrij en mondig. Het kleine
diertje (pullus, afgeleid van parvulus, klein) verwijst uiteraard naar de
relatie tussen God als Schepper en de mens als schepsel. De metafoor van de
kloek en het kuiken is niet ver weg. Tot slot willen we nog even aanstippen dat
Romualdus God niet wil vervrouwelijken door het beeld van de moeder te
gebruiken: God is geen moeder, maar handelt als een moeder. Het toekennen van
vrouwelijke of moederlijke kwaliteiten aan God is trouwens niet zo vreemd aan
de middeleeuwse mystiek.
De
verschillende takken van de orde der camaldulenzen
Slechts met een klein groepje van vijf eremieten trok
Romualdus zich in het hooggebergte van Camaldoli terug. Een van hen stelde hij
tot overste aan. Zelf liet hij die kelk aan zich voorbij gaan. De
levensfilosofie in de Sacro Eremo was heel simpel: eenzaamheid in de cel,
vasten en stilzwijgen. De Regel van Benedictus gold zowel voor de cenobitische
als de anachoretische monniken als juridisch basisdocument om het dagelijkse
leven te organiseren. Uiteraard hanteerde die laatste categorie een soepeler
interpretatie van een leefregel die in wezen niet voor hen geschreven was. Ook
de eerste camaldolese constituties (1080-1085) werden op de Regel van Benedictus
gefundeerd. Vanaf het begin van de twaalfde eeuw ontpopte Camaldoli zich tot
het centrum van een nieuwe monastieke familie, niet zozeer door nieuwe
stichtingen, maar door de incorporatie van bestaande kloosters. In 1113 werd de
camaldulenzenorde door Rome canoniek erkend.
De prior van de Sacro Eremo werd benoemd als hoofd van drie
hermitages en 25 kloosters. Meteen verraadt dit onevenwicht het wormpje dat
stilletjes de eremitische wortel van de camaldulenzenboom had aangevreten.
Tegen het begin van de zestiende eeuw was het zo gulzig geweest, dat alleen nog
in Camaldoli zelf kluizenaars te vinden waren. Een terugkeer naar de oorsprong
werd een noodzaak. Met de intrede van een jonge monnik in 1510, de zalige
Paulus Giustiniani (1476-1528), die ook prior werd, schoot een nieuwe twijg op
die al vlug zou uitgroeien tot een nieuwe tak binnen de orde. De voortdurende
onrust die de af- en aanloop van pelgrims en cenobitische monniken in de Sacro
Eremo teweegbracht, deed Giustiniani besluiten om de solitaire rust elders te
zoeken. Hij trok zich terug in een grot nabij Perugia. Toen enkele volgelingen
zich bij hem aansloten, nam hij zijn Regel voor eremieten en reclusen, die hij
destijds als prior geschreven had, als richtsnoer voor de nieuwe communauteit
en voor alle latere stichtingen.
Rond 1530 werd de hermitage op de Monte Corona bij Perugia
het moederklooster van de Congregatie van de Camaldulenzer-eremieten van de
Monte Corona. Giustiniani brak dus voorgoed met de cenobitisme in de romualdese
traditie. Vandaag heeft de congregatie kloosters in Italië, Polen, Spanje, de
Verenigde Staten en Venezuela. In de loop der eeuwen splitsten zich nog drie
andere takken van de moederstronk af, maar geen van hen overleefde lang.
Uiteindelijk vonden de kloosters van Camaldoli midden 20ste eeuw aansluiting
bij de Confederatie van de benedictijnenorde. Sindsdien vormen zij de
Congregatie van camaldulenzermonniken van de Orde van Sint-Benedictus. Deze
witte benedictijnen hebben kloosters in Italië, Californië, Brazilië en
Indië. Ook nu nog zijn de eremieten in de minderheid. De vrouwelijke tak, de
camaldulenzerinnen, bezit huizen in Italië, Frankrijk, Polen, de Verenigde
Staten, Brazilië, Indië en Tanzania.
De
reclusen
Kluizenaarschap heeft in de westerse en oosterse kerken
heel wat bijzondere gedaanten aangenomen: er waren eremieten, mannen zowel als
vrouwen, die zich eenzaam terugtrokken op een berg of op een eiland, anderen
verkozen een grot of een grafspelonk, of ze verbleven in de buurt van een abdij
of een parochiekerk. De meest extremen onder hen zijn ongetwijfeld de stylieten
en de reclusen. Stylieten of pilaarheiligen gingen, in navolging van Simeon de
Oudere ( 459) die de methode in Syrië beproefde, soms jarenlang op een hoge
zuil zitten om zich van de wereld af te zonderen.
een pilaarheilige
Reclusen zochten het letterlijk lager: ze lieten zich
opsluiten of zelfs inmetselen in een cel of in een graf om symbolisch aan de
wereld te sterven. In het hedendaagse westerse monachisme bestaat deze laatste
radicale vorm van kluizenaarsleven enkel nog bij de camaldulenzen, en dit zowel
bij de vrouwelijke als bij de twee mannelijke takken.9 Reclusie houdt in dat de
cel nooit wordt verlaten, tenzij zeer uitzonderlijk of uit noodzaak. Dit kan
voor enkele dagen, maanden of jaren, als een soort retraite, maar evengoed
levenslang. De Constituties van Monte Corona laten permanente reclusie enkel
toe mits goedkeuring van het generale kapittel. De voornaamste criteria zijn de
fysieke gezondheid en het psychologisch evenwicht. Het is alleen aan de prior
toegestaan om de reclusen eens per week te bezoeken. Hij kan trouwens ook
beslissen om de observantie tijdelijk op te schorten. Bij de
camaldulenzereremieten van Monte Rua bij Padua leefde dom Gianmaria uit Tokyo
maar liefst zestien jaar ononderbroken als recluse tot zijn dood in 2009.
Momenteel is er nog één levenslange recluse, dom Nicolas uit Portorico, die bij
de camaldulenzer-eremieten in Ohio (USA) verblijft. In de traditie van de
camaldulenzen is reclusie vooral een mannelijk fenomeen. De laatste vrouwelijke
naam in het menologium dateert uit de dertiende eeuw.
Nazarena Crotta, de bekende recluse van Rome, pikte in 1945
de draad echter weer op. Zij trok zich maar liefst 45 jaar lang in het
camaldulenzerinnenklooster van SantAntonio Abate op de Aventijn terug. Haar
merkwaardige levensloop spreekt tot de verbeelding van al wie houdt van
radicale geloofsuitingen. (Zo sterk zelfs dat sinds enkele jaren, op de plek
waar zuster Nazarena leefde, alweer een nieuwe recluse het avontuur heeft aangedurfd.)
Julia Crotta werd in 1907 in het Amerikaanse Hartford (Connecticut) geboren in
een Italiaans migrantengezin. Reeds als kind was ze gepassioneerd door muziek,
ballet en sport. Ze studeerde piano, viool en harmonie aan de conservatoria van
Hartford en New York en later muziektheorie en letteren aan de universiteiten
van Yale en New Haven. Naast Latijn en Grieks, volgde ze cursussen Frans,
Italiaans en Duits. Tijdens een retraite in 1934 overviel Julia een heel apart
gevoel. Ze sprak later over haar nox beatissima, de nacht die haar hele leven
veranderde en haar de woestijn inlokte. Het donkere onderscheidingsproces
kostte haar ettelijke jaren. Na een kortstondige poging in de Karmel van
Newport (Boston), trad ze begin 1938 bij de camaldulenzerinnen in Rome in.
Julia Crotta
Omdat ze de eenzaamheid er niet radicaal genoeg vond,
verhuisde ze een jaar later naar de Franse karmelietessen in de stad. In juli
1944 leek het avontuur voorbij. Crotta verliet de Karmel en ging als
secretaresse in een bank aan de slag. Tot haar biechtvader, een kapucijn
verbonden aan de Romeinse Curie, haar overtuigde om zich als recluse te
vestigen in het klooster op de Aventijn. Op 21 november 1945, de ochtend van
haar intrede in de kluis, werd Julia door paus Pius XII persoonlijk ontvangen.
Die zou zich na het lezen van haar zelfgeschreven regel voorover gebogen hebben
en gefluisterd: Is het niet wat streng? Hoe dan ook, die dag begon voor Julia
Crotta, die de naam Maria Nazarena ontving, haar levenslange reclusie. Tot haar
dood op 7 februari 1990 bleef ze, op enkele doktersbezoeken na, ononderbroken
in haar cel.11 Die was slechts enkele vierkante meters groot, met een raam, een
klein dakterras en een kijkgat in de kerkmuur om de eucharistie te volgen. Paus
Paulus VI en Johannes Paulus II bezochten haar persoonlijk, maar op de vraag om
haar gezicht toch eens eventjes te tonen, ontvingen beide heilige vaders een
resoluut neen. Van consequentie gesproken!
cel van Julia 
Duizend
jaar als één dag
Samen met de kartuizers zijn de camaldulenzen, vooral de
tak van Monte Corona, de behoeders van een eeuwenoud monastiek ideaal uit de
westerse kerkgeschiedenis. Meer dan alle andere kloosterorden zijn zij naar de
roots van het monachisme teruggekeerd: het solitaire leven in de woestijn.
Zowel het charisma van Sint-Romualdus als dat van de heilige Bruno van Keulen
(ca. 1030-1101) is er in geslaagd om de woelige wisseling der tijden te
doorstaan. Beide stichters verschaften hun volgelingen een solide basis, zo
stevig als het bijbelse besef dat voor de Heer één dag als duizend jaar [is],
en duizend jaar als één dag (2 Pe 3,8). (
) http://www.cartusiana.org
|