Sereen. Voor zover ik al een woord kan vinden om het begrafenis ritueel van mijn opa te omschrijven, komt dit er het dichtstbij. Het was puur en zuiver. Nu pas kan ik begrijpen dat de tranen die er waren, bij mij, bij anderen, ook tranen van verlossing kunnen zijn, Van een geraakt zijn door dat enorme onbekende, het duistere schemergebied, de grens van leven en dood, en de angst voor het onbekende; het wel diep van binnen weten maar toch ook de angst om dat gebied te betreden waar bijna niemand echt aan wil geloven. en dan op zo'n moment kun je niet anders dan een diep ontzag voelen voor het Onvermijdelijke Lot. Een diepe ontroering en ontzag voor iets wat zo essentieel verbonden is met ons mens zijn, wat zo dicht de kern nadert, dichterbij kun je bijna niet komen.Ik vind dat het woord begrafenis de lading niet dekt; het gaat in mijn ogen niet om het begraven worden; immers dat woord heeft een andere lading, dat heeft meer iets van wegstoppen, de nadruk ligt daarbij op dat wat er niet meer is, namelijk het stoffelijk overschot dat er niet meer is; Het gaat toch om zoveel meer, het gaat om dat wat er wel is, de transitie. Als je kijkt naar waar het in de kern om gaat, is dat het begeleiden en ervaren van de overgang, de overgang van Leven en Dood. De inherente verbondenheid van de dood die nu eenmaal het gevolg is van leven.Het niet meer kunnen wegkijken zoals we dat in het dagelijks leven eigenlijk voortdurend doen, althans velen van ons. de nadruk ligt op plezier en jong en gezond zijn, op meedoen, op het verschil tussen winners & losers. Ik geloof niet dat ik het ooit eerder zo intens ervaren heb. Als meisje van 11 toen mijn oma stierf, was ik bij de begrafenis; daarvan kan ik me mijn tranen nog herinneren maar nog meer het beeld van de kist die boven de grond hing, dat beeld is me helder bij gebleven. Daarna ben ik nooit meer naar een begrafenis geweest;; ik ging nooit mee als een ver familielid overleed, als jongvolwassen niet en als volwassene niet. 4 jaar geleden was ik wel bij de crematie van mijn tante. Toen heb ik dat niet zo ervaren als afgelopen vrijdag.. De dienst was ook wat wereldser en er was niet het ritueel van het wegdragen van de kist. dat laatste vond ik een zo diep ontroerende en 'mooie' ervaring. Zo sereen en heilig. De tranen die ik huilde waren doordat ik me overweldigd voelde door zoveel emoties die de ervaring van het heilige, verheven boven de wereld van de emoties, bijna verdringen, maar toch kon ik het steeds blijven voelen en ook dat overweldigde mij intens. De dag ervoor voelde ik toch nog opeens de behoefte, de noodzaak, om mijn opa nog opgebaard te zien. Daarvoor wilde ik dat niet.Bang dat ik het later zou terug zien, als ik alleen was en dan soms bang ben, maar zo voelt het nu niet. Donderdag wilde ik dat dus ineens, de laatste dag.dat het kon. Toen kon ik ook pas de verbinding maken met het feit dat hij dood was.. Hem daar zo te zien liggen, werkelijk ontzield, een wassen beeld. Ook dat had ik nooit eerder aanschouwd. Woorden schieten tekort. Ja, pas toen besefte ik dat dat het een verbinding in mezelf maakte,tussen leven en dood, tussen toen en nu. dat was blijkbaar waardoor ik die innerlijke noodzaak gevoeld heb en ik ben zo blij dat ik dat gevoel gevolgd heb.. Het beeld van de laatste keer dat ik hem levend had gezien, verward door de kamer lopend, onrustig, er nog geen vrede mee hebbend dat de dood zich aandiende. Tussen dat moment en het moment dat ik hem zag waren nog een aantal weken strijd geweest, strijd om de dood uit te stellen. Die heb ik niet van dichtbij meegemaakt, alleen via de woorden van mijn moeder. De laatste dagen. Ook dat maakte een diepe indruk op me, wat ze vertelde over zijn laatste woorden, zijn tranen die hij nooit eerder zo had laten zien en net voordat hij echt stierf, het leven losliet.Het proces van het afronden van het leven, waarbij alle trots wegvalt om in het reine te komen met wat er echt toe dient. De dingen die je echt niet meer kan ontlopen, als je je einde nadert. Dat allemaal had ik gehoord en ik zag het als een film aan me voorbij trekken, die zich afgespeeld had tussen dat laatste keer dat ik hem had gezien - een stil weten waarvan je de reikwijdte echter niet volledig beseft- en het moment toen ik hem dood zag liggen in zijn kist, met de bloemen erop. Nooit eerder had ik deze heilige ruimte betreden. Een ruimte waar leven en dood elkaar zo dicht naderen, samenvallen, waar tegenstellingen wegvallen. De dood letterlijk te aanschouwen. Dit móest er dus aan voorafgaan, anders had ik ook de dag erna, de begrafenis, nooit zo ervaren als ik hem had ervaren. Het was een voor mij verrijkende ervaring. En gisteren ben ik nog bij de maas geweest. de golven, een sterke wind. Ik kwam aanlopen, ging zitten op een houten stam die voor bank door moest gaan en als ware het op afroep, daar voer vlak voor mij langs, een motorboot, zo één als waar ik met mijn opa en oma als kind zo veel mee gevaren ben. Ik ervaarde weer even hoe het toen was, mijn opa aan het stuur, als we de maas overstaken en de boot wilde tekeer ging op de golven, in de golven dook. Ik genoot van die kracht als kind. Ik ging even terug naar toen, de herinnering, dat wat nu definitief voorbij is.Een herinnering. Het besef dat echt alles voorbij gaat en niet meer terug komt. en ik voelde me ook dankbaar dat ik dat als klein meisje heb mogen mee maken, maar ik heb het nooit meer uitgesproken, nooit meer zo kunnen voelen ook als toen ik gisteren bij de maas was in Rotterdam,alleen, zo'n 25 a 30 jaar later (!). Toch ik kon het nu voelen en er contact mee maken. Toen brak er een geweldige plensbui los, de hemel barstte open en zette mijn tranen kracht bij, deed me nogmaals herinneren aan de kracht van de natuur. en het geweld van de natuur, mijn voorliefde voor die krachten, dat heb ik aan hem overgehouden. en mijn sterke vrijheidsdrang. Drang naar Leven. niet naar zekerheid. Naar verbondenheid met de krachten van de natuur. Dat zit me dus in de genen.Mij moet je niet vastbinden op één plek, daar word ik ongelukkig van Net zoals mijn opa dodelijk ongelukkig raakte, toen hij zijn boot kwijt was omdat hij het fysiek niet meer aankon, zijn levensmissie niet meer kon leven. Dan kondigt de dood zich eigenlijk al aan.
Nu ben ik weer terug op de plek die ik donderdagmiddag verliet, toen ik dat alles nog mee zou gaan maken. Alsof ik door een poort moest, een reis moest maken.. Nu ben ik weer teruggekeerd naar hier, het huis waar ik nu woon, met het bos om mee heen, de vogels. het bos en de bomen die me vertrouwen en veiligheid geven.. Ik zie dezelfde bomen, de lelietjes van dalen op de bosgrond rond mijn huis, waarvan ik een bosje geplukt heb, die nu bij het graf van mijn opa liggen, maar toch is alles ook een beetje anders.Zoals de lelietjes van dalen eerst hier waren en nu op een andere plek, zo is ook alles een beetje anders. Ik ben weer terug, bij mijn tuin, bij alles wat ik zelfs die middag voordat ik wegging nog gezaaid heb. zonnebloemen, goudsbloemen. en in de tussentijd, de drie dagen dat ik weg geweest ben, zijn ook de zaadjes, die ik eerder die week gezaaid had, al aan het ontkiemen. Het lijkt alsof ze harder gegroeid zijn dan anders, alsof ze hun levenskracht extra willen benadrukken..Alles ontkiemt en groeit hard, gevoed door de zon en daarna de regen. Leven en dood, nooit eerder was het zo innig verbonden, zo dicht bij elkaar.