|
Zevenendertigste roos
110 Een edelman die meerdere dochters had, plaatste één van
hen in een laks klooster waar de nonnen zich alleen bekommerden om ijdelheid en
genoegens. Hun Biechtvader was daarentegen een ijverige Priester met een grote
toewijding aan de H. Rozenkrans. Omdat hij deze non naar een betere manier van
leven wilde leiden, beval hij haar om elke dag de Rozenkrans te bidden ter ere
van de Heilige Maagd, terwijl ze het Leven, het Lijden en de glorie van Jezus
Christus, overwoog.
Ze nam vreugdevol deze devotie op en geleidelijk kreeg ze
een afkeer van de eigenzinnige gewoonten van haar religieuze zusters. Ze
ontwikkelde een liefde voor stilte en gebed, ondanks het feit dat de anderen
haar verachtten en bespotten en haar een fanaticus noemden.
Het was in die tijd dat een Heilige Priester, die het
klooster bezocht, een vreemd visioen kreeg tijdens zijn meditatie: hij zag een
non in haar kamer, in gebed verzonken, knielend voor een Vrouwe van grote
schoonheid die omringd was door engelen. Deze laatste hadden vlammende speren
waarmee ze een menigte duivels afstootten die binnen wilden komen. Deze boze
geesten vluchtten vervolgens naar de kamers van de andere nonnen onder de vorm
van gemene dieren. Door dit visioen werd de Priester zich bewust van de
betreurenswaardige toestand van dat klooster en was zo overstuur dat hij dacht
dat hij zou sterven van verdriet. Hij liet de jonge Religieuze komen en spoorde
haar aan om te volharden.
Terwijl hij nadacht over de waarde van de Rozenkrans,
besloot hij te proberen de zusters te hervormen door middel van de Rozenkrans.
Hij kocht een voorraad mooie Rozenkransen en gaf er één aan elke non, smeekte
hen om deze elke dag te bidden en beloofde hen dat, als ze het maar getrouw
zouden bidden, hij niet zou proberen hen te dwingen hun leven te veranderen.
Hoe wonderlijk en vreemd het ook mag lijken, de nonnen namen gewillig de
Rozenkransen aan en beloofden het gebed op die voorwaarde te bidden.
Geleidelijk begonnen ze hun lege en wereldse bezigheden op te geven en lieten
ze stilte en contemplatie in hun leven komen. In minder dan een jaar vroegen ze
allemaal dat het klooster zou worden hervormd.
De rozenkrans bracht meer veranderingen in hun hart teweeg
dan de Priester had kunnen doen door hen te vermanen en te bevelen.
Achtendertigste roos
111 Een Spaanse gravin die door de H. Dominicus de H.
Rozenkrans had geleerd, bad deze elke dag trouw, met als resultaat dat ze
geweldige vorderingen maakte in haar geestelijk leven. Omdat haar enige wens
was om volmaaktheid te bereiken, vroeg ze een Bisschop die een vermaarde
prediker was, om haar enkele praktijken aan te leren die haar zouden helpen om
volmaakt te worden. De Bisschop vertelde haar dat ze, voordat hij haar enige
raad kon geven, hem de toestand van haar ziel moest laten weten en wat haar
religieuze oefeningen waren. Ze antwoordde dat haar belangrijkste oefening de
Rozenkrans was, die ze elke dag bad, terwijl ze de vreugdevolle, droevige en
glorierijke geheimen overwoog, en dat ze er veel profijt van had gehad.
De Bisschop was dolblij haar te horen uitleggen welke
onschatbare lessen de geheimen bevatten. "Ik ben al 20 jaar doctor in de
theologie," riep hij uit, "en ik heb vele uitstekende boeken over
verschillende devotionele praktijken gelezen, maar nooit heb ik eerder één
gelezen die beter is dan deze en meer in overeenstemming met het Christelijk
leven. Van nu af aan zal ik je voorbeeld volgen en zal ik de Rozenkrans
prediken."
Hij deed dat met zo'n succes dat hij in korte tijd zijn
Bisdom ten goede zag veranderen. Er was een opmerkelijke afname in immoraliteit
en alle soorten wereldsgezindheid, evenals in het gokken. Er waren
verschillende voorbeelden van mensen die tot Geloof werden teruggebracht, van
zondaars die hun misdaden goedmaakten, en van anderen die oprecht besloten hun
leven van ondeugd op te geven. Religieuze ijver en Christelijke naastenliefde
begonnen te bloeien. Deze veranderingen waren des te opmerkelijker omdat deze
Bisschop al geruime tijd had gestreefd naar de hervorming van zijn Bisdom, maar
met nauwelijks resultaat te zien.
Om de devotie aan de Rozenkrans des te meer in te prenten,
droeg de Bisschop ook een mooie Rozenkrans aan zijn zijde en toonde deze altijd
aan zijn gelovigen als hij predikte. Hij zei altijd: "Beste broeders en
zusters, ik ben doctor in de theologie, en in het kerkelijk en burgerlijk
recht, maar ik zeg je, als je Bisschop, dat ik meer trots ben op het dragen van
de Rozenkrans van de Heilige Maagd dan welke andere van mijn Bisschoppelijke
regalia of academische gewaden."
Negenendertigste roos
112 Een Deense Priester vertelde graag hoe dezelfde
verbetering die de Spaanse Bisschop in zijn Bisdom opmerkte, in zijn eigen parochie
had plaatsgevonden. Hij vertelde zijn verhaal altijd met grote blijdschap omdat
het God zo'n eer gaf:
´Ik had zo dwingend als ik kon gepredikt, vele aspecten van
ons Heilig Geloof aangeraakt en elk argument gebruikt dat ik maar kon bedenken
om mensen ertoe te brengen hun manier van leven aan te passen, maar tevergeefs.
Ik besloot de H. Rozenkrans te prediken. Ik vertelde mijn gemeenschap hoe
kostbaar het was en leerde hen hoe ze het moesten bidden, en ik bevestig dat
ik, nadat ik hen had geleerd deze devotie te waarderen, binnen de 6 maanden een
duidelijke verandering zag. "Hoe waar is het dat dit door God gegeven
gebed een Goddelijke kracht heeft om ons hart te raken en ons te inspireren met
een afschuw van zonde en een liefde voor deugd!"
Op een dag zei OLVrouw tegen de zalige Alanus: "Net
zoals God de Engelbegroeting heeft gekozen om de incarnatie van Zijn Woord en
de Verlossing van de mensheid tot stand te brengen, zo moeten degenen die
morele hervormingen tot stand willen brengen en deze in Jezus Christus willen
herstellen, mij eren en mij begroeten met dezelfde begroeting. Ik ben het
kanaal waardoor God tot de mensen kwam, en daarom is het, naast Jezus Christus,
door mij dat mensen genade en deugd moeten verkrijgen."
113 Ik heb uit eigen ervaring geleerd dat de Rozenkrans de
kracht heeft om zelfs de meest verharde harten te bekeren. Ik heb mensen gekend
die naar missies zijn gegaan en preken hebben gehoord over de meest
angstaanjagende onderwerpen zonder ook maar in het minst ontroerd te zijn; en
toch, nadat ze, op mijn advies, elke dag de Rozenkrans gingen bidden, werden ze
uiteindelijk bekeerd en gaven zichzelf volledig aan God.
Toen ik terugging naar parochies waar ik missies had
gegeven, heb ik enorme verschillen tussen hen gezien; in parochies waar de
mensen de Rozenkrans hadden opgegeven, waren ze over het algemeen teruggevallen
in hun zondige levenswijze, terwijl ik op plaatsen waar de Rozenkrans trouw
werd gebeden, merkte dat de mensen volhardden in Gods genade en dag na dag
vorderingen maakten in deugd.
Veertigste
roos
114 De zalige Alanus de la Roche, Pr. Jean Dumont, H.
Thomas, de kronieken van de H. Dominicus en andere schrijvers die deze dingen
met eigen ogen hebben gezien, spreken over de wonderbaarlijke bekeringen die
door deze wonderbaarlijke devotie teweeg worden gebracht. Grote zondaars, zowel
mannen als vrouwen, werden bekeerd na 20, 30 of 40 jaar van zonde en
onuitsprekelijke ondeugd.
Beste lezer, als je deze devotie beoefent en predikt, zal
je door je eigen ervaring meer leren dan uit spirituele boeken, en zal je het
geluk hebben door OLVrouw te worden beloond in overeenstemming met de beloften
die zij aan de H. Dominicus heeft gedaan, aan de zalige Alanus de la Roche en
aan degenen die deze devotie, die haar zo dierbaar is, aanmoedigen. Want de Rozenkrans
leert mensen over de deugden van Jezus en Maria, en leidt hen tot geestelijk
gebed, tot navolging van Jezus Christus, tot het bezoeken van de Sacramenten,
het beoefenen van echte deugd en tot allerlei goede werken. Het helpt ons ook
om vele prachtige aflaten te verkrijgen, waarvan mensen zich niet bewust zijn,
omdat degenen die deze devotie prediken ze nauwelijks noemen en zich tevreden
stellen met het houden van een populaire preek over de Rozenkrans die heel vaak
bewondering maar geen instructies oplevert.
115 Ten slotte zal ik me tevreden stellen met te zeggen, in
gezelschap van de zalige Alan de la Roche, dat de rozenkrans een bron en een schat
is van talloze zegeningen.
1 Zondaars krijgen vergeving;
2 De dorstigen worden verkwikt;
3 Zij die geketend zijn, worden vrijgelaten;
4 Degenen die wenen, vinden vreugde;
5 Wie bekoord wordt, vindt vrede;
6 Hulpbehoevenden vinden hulp;
7 Religieuzen worden hervormd;
8 De onwetenden worden onderwezen;
9 De levenden leren weerstand te bieden aan geestelijk
verval;
10 De pijnen van de doden worden verzacht door smeekbeden.
OLVrouw zei ooit tegen de zalige Alanus: "Ik wil dat
degenen die mijn Rozenkrans zijn toegewijd de genade en zegen van mijn Zoon
hebben tijdens hun leven, bij hun dood en na hun dood. Ik wil dat ze worden
bevrijd van alle slavernij, zodat ze als koningen, met kronen op hun hoofd,
scepters in hun handen en heersen in eeuwige heerlijkheid. Amen.
Vijfde
tientje
Hoe
de rozenkrans waardig bidden?
Eenenveertigste
roos
116 Het is niet zozeer de lengte van een gebed als wel de
vurigheid waarmee het wordt gebeden dat God aangenaam is en Zijn Hart raakt. Eén
enkel Weesgegroet dat goed wordt gebeden, is meer waard dan 150 nonchalant
gebeden. De meeste Katholieken bidden de Rozenkrans met de 15 geheimen of een
Rozenhoedje met 5 tientjes, of gewoon een paar tientjes. Hoe komt het dan dat
zo weinig van hen hun zonden opgeven en vooruitgang boeken in deugd? Omdat ze de
Rozenkrans niet bidden zoals ze zouden moeten.
117 Het is goed om na te denken over hoe we moeten bidden
als we God willen aangenaam zijn en Heiliger willen worden.
1 Ten eerste, om vruchten van de H. Rozenkrans te plukken,
moet men in staat van genade zijn of op zijn minst volledig vastbesloten zijn
om zonde op te geven, want onze theologie leert ons dat goede werken en gebeden
dode werken zijn als ze gedaan worden in staat van doodzonde. Daarom kunnen ze
God niet aangenaam zijn en ons ook niet helpen het Eeuwige Leven te verwerven.
Zoals de Schrift zegt: "Lofprijzing is niet gepast in
de mond van een zondaar" (Prediker 15).
De lofprijzing en groet van de engel en het gebed van Jezus
Christus zijn niet aangenaam voor God wanneer ze worden gebeden door
onboetvaardige zondaars.
"Deze mensen eren mij met hun lippen, maar hun hart is
verre van mij" (Marcus 7:6).
Jezus zegt: Degenen die zich bij Mijn Broederschappen
aansluiten, die elke dag de Rozenkrans bidden, zonder enig berouw voor hun
zonden, bewijzen Mij alleen lippendienst en hun hart is ver van Mij verwijderd.
2 Ik heb zojuist gezegd dat een persoon "op zijn minst
het vast voornemen moet hebben om zonde op te geven",
1) want als het waar zou zijn dat God alleen gebeden
verhoorde van degenen die in staat van genade zijn, zou daaruit volgen dat
degenen die in staat van ernstige zonde verkeren, helemaal niet moeten bidden.
Dit is een onjuiste leerstelling die door de Kerk wordt veroordeeld, omdat
zondaars natuurlijk veel meer moeten bidden dan goede mensen. Als deze
verschrikkelijke leerstelling waar zou zijn, zou het nutteloos en zinloos zijn
om een zondaar te zeggen de Rozenkrans te bidden, omdat het hem nooit zou
helpen;
2) omdat ze zich aansluiten bij één van de Broederschappen
van OLVrouw, of de Rozenkrans of een ander gebed bidden, zonder ook maar de
minste intentie te hebben om zonde op te geven, voegen ze zich bij de gelederen
van haar valse toegewijden. Deze aanmatigende en onboetvaardige toegewijden,
verstopt onder haar mantel, met het scapulier om hun nek en de Rozenkrans in
hun handen, roepen uit: "Heilige Maagd, goede Moeder, Weesgegroet," en
toch kruisigen ze tegelijkertijd Jezus Christus en scheuren door hun zonden
opnieuw Zijn vlees. Het is een grote tragedie, maar uit de gelederen van de
allerheiligste Broederschappen van OLVrouw vallen zielen in het vuur van de Hel.
118 We raden iedereen ernstig aan om de Rozenkrans te
bidden: de deugdzamen, opdat ze mogen volharden en groeien in Gods genade;
zondaars, opdat zij uit hun zonden opstaan. Maar God verhoede dat we ooit een
zondaar zouden aanmoedigen om te denken dat OLVrouw hem met haar mantel zal
beschermen als hij zonde blijft liefhebben, want het zal veranderen in een
mantel van verdoemenis die zijn zonden voor het publieke oog zal verbergen. De Rozenkrans,
die een remedie is tegen alle kwalen, zou dan in een dodelijk gif worden
veranderd. Corruptio optimi pessima.
De geleerde Kardinaal Hugues vertelt ons dat men zo zuiver
als een engel moet zijn om de H. Maagd te naderen en de Engelengroet te zeggen.
Op een dag toonde OLVrouw zich aan een immorele man die elke dag regelmatig de
Rozenkrans bad. Ze liet hem een schaal met prachtig fruit zien, maar de
schaal zelf was bedekt met vuil. De man was geschokt toen hij dit zag en OLVrouw
zei tegen hem: "Dit is de manier waarop je mij eert. Je geeft me prachtige
rozen in een vuile kom. Denk je dat ik ze aangenaam kan vinden?"
Tweeënveertigste
roos
119 Om goed te bidden, is het niet voldoende onze
smeekbeden tot uitdrukking te brengen door middel van dat meest voortreffelijke
van alle gebeden, de Rozenkrans, maar we moeten ook met grote aandacht bidden,
want God luistert meer naar de stem van het hart dan die van de mond. Zich
schuldig maken aan opzettelijke afleiding tijdens het gebed zou een groot
gebrek aan respect en eerbied tonen; het zou onze Rozenkransen onvruchtbaar
maken en ons schuldig maken aan zonde.
Hoe kunnen we verwachten dat God naar ons luistert als we
zelf geen aandacht schenken aan wat we bidden? Hoe kunnen we verwachten dat Hij
tevreden is als we, terwijl we in aanwezigheid van Zijn enorme majesteit zijn,
toegeven aan afleiding, zoals een kind dat achter een vlinder aan rent? Mensen
die dat doen, verspelen Gods zegen, die wordt veranderd in een vloek omdat ze
de dingen van God respectloos hebben behandeld: "Vervloekt zij degene die
Gods werk onachtzaam doet." (Jer. 48:10).
120 Natuurlijk kun je je Rozenkrans niet bidden zonder een
paar onwillekeurige afleidingen; het is zelfs moeilijk om een Weesgegroet te
zeggen zonder dat je fantasie je een beetje verontrust, want het is nooit stil;
maar je kunt het bidden zonder vrijwillige afleiding, en je moet allerlei
voorzorgsmaatregelen nemen om onvrijwillige afleiding te verminderen en je
verbeeldingskracht te beheersen.
Plaats je in de aanwezigheid van God en stel je voor dat
God en Zijn gezegende Moeder naar je kijken, en dat je Beschermengel aan je
rechterhand is, je Weesgegroeten neemt, als ze goed worden gebeden, en ze
gebruikt om rozenkronen te maken voor Jezus en Maria. Maar onthoud dat aan je
linkerhand de duivel staat, klaar om elk Weesgegroet dat op zijn pad komt aan
te vallen en het op te schrijven in zijn boek des doods, als ze niet met
aandacht, toewijding en eerbied worden gebeden. Vergeet vooral niet om elk
tientje op te offeren ter ere van één van de geheimen, en probeer in je geest
een beeld te vormen van Jezus en Maria in verband met dat geheim.
121 We lezen in het leven van de zalige Hermann Joseph van
de Orde van de Premonstratenzers, dat OLVrouw eens, toen hij aandachtig en vurig
de Rozenkrans bad terwijl hij de geheimen overwoog, aan hem verscheen en
straalde in adembenemende majesteit en schoonheid. Maar naarmate de tijd
verstreek, bekoelde zijn ijver en hij verviel in de manier waarop hij haastig
zijn Rozenkrans bad zonder er zijn volledige aandacht aan te schenken. Op een
dag verscheen OLVrouw opnieuw aan hem, maar deze keer was ze verre van mooi, en
haar gezicht was gerimpeld en getekend van verdriet. De zalige Hermann was
ontzet over de verandering in haar en OLVrouw zei: "Dit is hoe ik naar je
kijk, Hermann, omdat je me zo behandelt; als een te verachten en onbelangrijke
vrouw. Waarom groet je me niet langer met respect en aandacht terwijl je mijn
geheimen overweegt en mijn voorrechten prijst?"
Drieënveertigste
roos
122 Wanneer de Rozenkrans goed wordt gebeden, geeft het
Jezus en Maria meer glorie en is het verdienstelijker voor de ziel dan enig
ander gebed. Maar het is ook het moeilijkste gebed om goed te bidden en vol te
houden, vooral vanwege de afleiding die bijna onvermijdelijk gepaard gaat met
de constante herhaling van dezelfde woorden.
Wanneer we het Kleine Officie van OLVrouw zeggen, of de
zeven boetepsalmen, of andere gebeden dan de Rozenkrans, houdt de
verscheidenheid aan woorden en uitdrukkingen ons waakzaam, voorkomt het dat
onze verbeelding afdwaalt, en het ons daarom gemakkelijker maakt om ze goed te
bidden. Maar door de constante herhaling van het Onzevader en Weesgegroet in
dezelfde onveranderlijke vorm, is het moeilijk om tijdens het bidden van de Rozenkrans
niet vermoeid te raken en geneigd te zijn om te slapen, of om naar andere gebeden
te gaan die meer verfrissend zijn en minder vervelend. Dit toont aan dat men
veel meer toewijding nodig heeft om te volharden in het bidden van de Rozenkrans
dan bij het bidden van enig ander gebed, zelfs het psalter van David.
123 Onze verbeeldingskracht, die nauwelijks een minuut stil
is, maakt onze taak moeilijker, en dan is er natuurlijk de duivel die nooit moe
wordt om te proberen ons af te leiden en te voorkomen dat we bidden. Wat gaat
de boze tegen ons in terwijl wij bezig zijn onze Rozenkrans tegen hem te
bidden.
Als mens worden we gemakkelijk moe en slordig, maar de
duivel maakt deze moeilijkheden nog erger als we de Rozenkrans bidden. Voordat
we zelfs maar beginnen, zorgt hij ervoor dat we ons verveeld, afgeleid of
uitgeput voelen; en wanneer we zijn begonnen met bidden, onderdrukt hij ons van
alle kanten, en wanneer we na veel moeite en veel afleiding klaar zijn,
fluistert hij tegen ons: "Wat je zojuist hebt gebeden is waardeloos. Het
is nutteloos dat je de rozenkrans bidt. Je kan maar beter met andere dingen
doorgaan. Het is alleen tijdverspilling om zonder aandacht te schenken aan wat je
zegt; een half uur meditatie of wat spirituele lezing zou veel beter zijn.
Morgen, als je je niet zo loom voelt, zal je beter bidden; laat de rest van je
Rozenkrans tot dan." Door dit soort trucs brengt de duivel ons ertoe de Rozenkrans
helemaal op te geven of minder vaak op te bidden, en we blijven het uitstellen
of veranderen in een andere devotie.
124 Beste vriend van de Rozenkransbroederschap, luister
niet naar de duivel, maar heb een goed hart, zelfs als je verbeeldingskracht je
tijdens je Rozenkrans hindert, je geest vult met allerlei afleidende gedachten,
zolang je je best deed om er vanaf te komen zodra je ze opmerkt. Onthoud altijd
dat de beste Rozenkrans degene is met de meeste verdienste, en bidden als het
moeilijk is, heeft meer verdienste dan wanneer het gemakkelijk is. Bidden is
des te moeilijker wanneer het, natuurlijk gesproken, onsmakelijk is voor de
ziel en gevuld is met die vervelende mieren en vliegen die in je verbeelding
rondlopen tegen je wil, en je nauwelijks de tijd gunt om van een beetje rust te
genieten en de schoonheid van wat je bidt.
|