|
Negenentwintigste roos
92 Volgens de geest van de H. Dionysius van Parijs is er niets
aangenamer voor God dan mee te werken aan het redden van zielen en de plannen
van de duivel om hen te ruïneren, te dwarsbomen. De Zoon van God kwam naar de
aarde om geen andere reden dan om ons te redden. Hij bracht Satans rijk omver
door de Kerk te stichten, maar de duivel verzamelde zijn kracht en pleegde
wreed geweld op zielen door de ketterij van de Albigenzen, door de haat,
onenigheden en afschuwelijke ondeugden die hij in de 11e eeuw over de hele
wereld verspreidde.
Alleen ernstige remedies zouden zulke verschrikkelijke aandoeningen
kunnen genezen en Satans krachten kunnen afweren. De Heilige Maagd,
beschermster van de Kerk, heeft ons een krachtig middel gegeven om de toorn van
haar Zoon te sussen, ketterij uit te roeien en de Christelijke moraal te
hervormen, in de Broederschap van de H. Rozenkrans, zoals de gebeurtenissen
hebben aangetoond. Het heeft de naastenliefde en het veelvuldig ontvangen van
de Sacramenten teruggebracht zoals in de eerste gouden eeuwen van de Kerk, en
het heeft de Christelijke moraal hervormd.
93 Paus Leo X zei in zijn bul dat deze Broederschap werd opgericht ter
ere van God en de H. Maagd als een muur om het kwaad tegen te houden dat over
de Kerk zou losbreken. Gregorius XIII zei dat de Rozenkrans ons vanuit de Hemel
werd gegeven als middel om Gods toorn te sussen en om de voorspraak van OLVrouw
af te smeken.
Julius III zei dat de Rozenkrans door God werd geïnspireerd, opdat de
Hemel gemakkelijker voor ons zou kunnen worden geopend door de gunsten van
OLVrouw.
Paulus III en de zalige Pius V verklaarden dat de Rozenkrans aan de
gelovigen werd opgedragen om gemakkelijker geestelijke vrede en troost te
vinden. Natuurlijk zal iedereen zich bij een Broederschap willen aansluiten die
voor zulke nobele doeleinden werd opgericht.
94 Dominicus van Pruisen, een kartuizermonnik, die de H. Rozenkrans zeer
toegewijd was, had een visioen waarin hij de Hemel geopend zag en het hele
Hemelse Hof verzameld in een prachtige rij. Hij hoorde hen de Rozenkrans zingen
in een betoverende melodie, en elk tientje was ter ere van een geheim van het
Leven, Lijden of glorie van Jezus Christus en Zijn Heilige Moeder. Dominicus
merkte op dat wanneer ze de Heilige naam van Maria uitspraken ze hun hoofd
bogen, en bij de naam van Jezus knielden ze neer en dankten God voor het grote
goed dat Hij in de Hemel en op aarde had bewerkstelligd door de H. Rozenkrans.
Hij zag ook dat OLVrouw en de Heiligen God de Rozenkransen aanbieden die de
leden van het Broederschap hier op aarde bidden. Hij merkte ook op dat ze baden
voor degenen die deze devotie beoefenen. Hij zag ook prachtige kronen, die
waren gemaakt van geurige bloemen, voor degenen die vurig de Rozenkrans bidden.
Hij leerde dat bij elke Rozenkrans die ze bidden, ze een kroon voor zichzelf
maken die ze in de Hemel zullen kunnen dragen.
Het visioen van deze Heilige kartuizer lijkt veel op dat van de geliefde
discipel, waarin hij een grote menigte Engelen en Heiligen zag, die Jezus
Christus voortdurend prezen en zegenden voor alles wat Hij op aarde had gedaan
en geleden voor onze redding. En is dit niet wat de vrome leden van het
Rozenkransbroederschap doen?
95 Men moet zich niet voorstellen dat de Rozenkrans alleen voor vrouwen
is, en voor eenvoudige en ongeleerde mensen; het is ook voor mannen en voor de
grootste van alle mannen. Zodra de H. Dominicus Paus Innocentius III op de
hoogte bracht van het feit dat hij een bevel uit de Hemel had ontvangen om de
Broederschap van de H. Rozenkrans op te richten, gaf de Heilige Vader zijn
volledige goedkeuring, en drong hij er bij de H. Dominicus op aan om ze te
verkondigen, en zei dat hij er zelf lid wilde van worden. Zelfs Kardinalen
omarmden de devotie met grote vurigheid, wat Lopez ertoe bracht te zeggen:
"Noch geslacht, noch leeftijd, noch enige andere voorwaarde heeft iemand
ervan weerhouden de Rozenkrans te bidden."
Leden van deze Broederschap zijn afkomstig uit alle lagen van de
bevolking: hertogen, prinsen, koningen, maar ook Prelaten, Kardinalen en
soevereine Pausen. Het zou te lang duren om ze in dit boekje op te sommen. Als
je je aansluit bij dit Broederschap, beste lezer, zal je delen in hun
toewijding en hun genaden op aarde en hun glorie in de Hemel.
"Omdat je met hen verenigd bent in hun toewijding, zal je delen in
hun waardigheid."
Dertigste roos
96 Als de voorrechten, genaden en aflaten van een Broederschap God
alleen waardevol voor ons maken, dan is deze van de Rozenkrans degene die het
meest wordt aanbevolen, aangezien deze het meest begunstigd en verrijkt is met
aflaten, en sinds haar oprichting is er nauwelijks een Paus geweest die de
schatten van de Kerk niet heeft geopend om haar met verdere voorrechten te
verrijken. En aangezien een voorbeeld overtuigender is dan woorden en gunsten,
hebben de Heilige Vaders ontdekt dat er geen betere manier was om hun hoge
achting voor deze H. Broederschap te tonen dan er zelf bij te zijn.
Hier is een korte samenvatting van de aflaten die zij hebben verleend
aan de Broederschap van de H. Rozenkrans, en die op 31 juli 1679 opnieuw werden
bekrachtigd door onze Heilige Vader, Paus Innocentius XI en op 25 september
1679 werden ontvangen en openbaar gemaakt door de Aartsbisschop van Parijs van
hetzelfde jaar:
1 Leden kunnen op de dag van toetreding tot de Broederschap een volle
aflaat verkrijgen;
2 Een volle aflaat in het uur van de dood;
3 Voor elke rozenkrans van vijf tientjes die wordt gebeden: tien jaar en
tien quarantines (10 x 40 dagen);
4 Elke keer dat leden de Heilige namen van Jezus en Maria toegewijd
bidden: zeven dagen aflaat;
5 Voor degenen die met toewijding assisteren bij de processie van de H.
Rozenkrans: zeven jaar en zeven quarantines (7 x 40 dagen) van aflaat;
6 Leden die een goede belijdenis hebben afgelegd en oprecht spijt hebben
over hun zonden, kunnen op bepaalde dagen een volle aflaat krijgen door een
bezoek te brengen aan de Rozenkranskapel in de kerk waar de Broederschap is
gevestigd. Dit kan worden behaald op de eerste zondag van elke maand, en op de
feesten van onze Heer en OLVrouw;
7 Aan degenen die meebidden bij het Salve Regina: honderd dagen aflaat;
8 Aan degenen die de Rozenkrans openlijk dragen uit toewijding en om het
goede voorbeeld te geven: honderd dagen aflaat;
9 Zieke leden die niet naar de kerk kunnen gaan, kunnen een volle aflaat
krijgen door te biechten en ter communie te gaan en die dag de hele Rozenkrans
te bidden, of minstens vijf tientjes;
10 De Soevereine Pausen hebben hun vrijgevigheid getoond jegens de leden
van de Broederschap van de Rozenkrans door hen toe te staan de aflaten verbonden
aan de kruisweg te verkrijgen door vijf altaren te bezoeken in de kerk waar de
Broederschap van de Rozenkrans is gevestigd, en door vijf keer het Onze Vader
en Weesgegroet te zeggen voor elk altaar, voor het welzijn van de Kerk. Als er
maar één of twee altaren in de Broederschapskerk zijn, moeten ze 25 keer het
Onze Vader en Weesgegroet bidden voor één van hen.
97 Dit is een geweldige gunst die wordt verleend aan de
leden van de Broederschap, want in de Statiekerken (*) in Rome kunnen volle
aflaten worden verkregen, zielen kunnen worden bevrijd uit het vagevuur en vele
andere belangrijke kwijtscheldingen kunnen worden verkregen. Deze zijn
beschikbaar voor de leden zonder moeite, zonder kosten, en zonder hun eigen
land te moeten verlaten. En zelfs als de Broederschap niet is gevestigd op de
plaats waar de leden wonen, kunnen ze dezelfde aflaten krijgen door vijf
altaren in een kerk te bezoeken. Deze concessie werd verleend door Leo X. De
Heilige Congregatie van Aflaten stelde een lijst op van bepaalde vaste dagen
waarop degenen buiten de stad Rome de aflaten van de staties van Rome konden
verkrijgen. De Heilige Vader keurde deze lijst op 7 maart 1678 goed en beval
dat deze strikt werd nageleefd. Deze aflaten zijn te verkrijgen op de volgende
dagen:
Alle zondagen van de advent; elk van de drie quatertemperdagen;
Kerstavond en de Missen van middernacht,
van de dageraad en van de dag; de feestdagen van de H. Stefanus, de H. Johannes
de Evangelist, de Onnozele Kinderen, de Besnijdenis en de Driekoningen; de
zondagen van Septuagesima, Sexagesima, Quinquagesima en elke dag van Aswoensdag
tot en met Lage Zondag; elk van de drie Kruisdagen (3 dagen voor
Hemelvaartsdag); Hemelvaart; de wake van Pinksteren, en elke dag van het
Pinksteroctaaf; en de drie dagen van de quatertemperdagen in september.
Beste broeders en zusters van de Broederschap, er zijn tal
van andere aflaten die je kan verkrijgen. Als je er meer over wilt weten, lees
dan de volledige lijst van aflaten die werden toegekend aan de leden van de
Broederschap. Je zal daar de namen van de Pausen zien, het jaar waarin zij de
aflaat hebben verleend en vele andere bijzonderheden die ik niet in deze korte
samenvatting heb kunnen opnemen.
(*) Statiekerken in Rome :
kerken waar volgens de traditie van de Rooms Katholieke Kerk sinds de 4e-5e
eeuw de gewoonte wordt gecultiveerd om tijdens de vastendagen elke dag in een
andere kerk de Mis te vieren in Rome. In de voormalige Kerkorganisatie, noemden
de belangrijkste Romeinse parochies, meestal opgericht op plaatsen die verband
houden met het geloofsgetuigenis van de eerste Christelijke martelaren
"titulus". Het was in deze oudste Romeinse "titulaire"
kerken waar in de Vastentijd regelmatig gelovigen begonnen samen te komen voor
gebed en de sacramenten, meestal onder begeleiding de Paus of een van
de titulaire voorgangers in Rome (Kardinalen). Traditioneel verzamelden de mensen
zich in één kerk en in processie gingen ze, onder het gezang van de litanie
voor alle Heiligen, naar de stationskerk die voor een bepaalde dag was
aangewezen. De praktijk stopte in de periode van ballingschap van de Pausen in
Avignon. Het gebruik werd terug ingevoerd in de 16e eeuw en vond
terug ingang in 1959 toen Paus Johannes XXIII het terug instelde op Aswoensdag.
Vierde
tientje
De
allesovertreffende verdienste van de H. Rozenkrans, zoals blijkt uit de
wonderen die God erdoor heeft bewerkt.
Eenendertigste
roos
98 De H. Blanca van
Castilië, koningin van Frankrijk, was diep bedroefd omdat ze twaalf jaar na
haar huwelijk nog steeds kinderloos was. Toen de H. Dominicus haar ging
opzoeken, raadde hij haar aan elke dag de Rozenkrans te bidden tot God om de
genade van het moederschap te vragen, en ze voerde zijn raad trouw uit. In het
jaar 1213 beviel ze van haar oudste kind, die Philip heette. Maar toen het kind
op jonge leeftijd stierf, zocht de koningin meer dan ooit de hulp van OLVrouw
en liet een groot aantal Rozenkransen uitreiken aan alle leden van het hof en
aan mensen in verschillende steden in het Koninkrijk, met de vraag om tot God
te bidden voor een zegen die deze keer volledig zou zijn. Dit werd haar
toegestaan, want in 1215 werd de H. Louis geboren, de prins die de glorie van
Frankrijk en het voorbeeld van Christelijke koningen zou worden.
99 Alfonsus VIII, koning van Aragon en Castilië, had een ordeloos
leven geleid en werd op verschillende manieren door God gestraft. Hij was
gedwongen zijn toevlucht te zoeken in een stad die toebehoorde aan één van zijn
bondgenoten.
De H. Dominicus was toevallig in deze stad op Kerstdag en
hij predikte over de Rozenkrans zoals hij gewoonlijk deed, en sprak over de
genaden die we door deze devotie verkrijgen. Hij vermeldde onder andere dat
degenen die de Rozenkrans vurig bidden, hun vijanden zullen overwinnen en alles
wat ze verloren hebben terugkrijgen.
De koning luisterde aandachtig en liet de H. Dominicus
komen om te vragen of het echt waar was wat hij over de Rozenkrans had gezegd.
De Heilige verzekerde hem dat niets meer waar was, en dat als hij deze devotie
maar zou beoefenen en zich bij de Broederschap zou aansluiten, hij het zelf zou
zien. De koning besloot elke dag de Rozenkrans te bidden en hield dit een jaar
vol. De volgende Kerstdag verscheen OLVrouw aan hem aan het einde van zijn Rozenkrans
en zei: "Alfonsus, je hebt me een jaar lang gediend door elke dag vurig
mijn rozenkrans te bidden, daarom ben ik gekomen om je te belonen. Ik heb de
vergeving gekregen van je zonden van mijn Zoon. Hier is een Rozenkrans, die ik aan
je aanbied; draag het, en ik beloof je dat geen van je vijanden je kwaad zal
kunnen doen."
OLVrouw verdween, en de koning was blij en zeer bemoedigd.
Hij ging meteen op zoek naar de koningin en vertelde haar alles over het
geschenk van OLVrouw en de belofte die daarbij hoorde. Hij raakte haar ogen aan
met deze Rozenkrans, want ze had haar gezichtsvermogen verloren en ze werd
genezen.
Kort daarna verzamelde de koning enkele troepen en viel hij
met de hulp van zijn bondgenoten stoutmoedig zijn vijanden aan. Hij dwong hen
om het gebied dat ze van hem hadden afgenomen terug te geven en zijn verliezen
te vergoeden. Ze werden volledig verslagen en hij werd zo succesvol in de
oorlog dat soldaten van alle kanten kwamen om onder zijn standaard te vechten,
want het leek erop dat, wanneer hij ten strijde trok, de overwinning zeker de
zijne zou zijn.
Dit is niet verwonderlijk, want hij ging nooit de strijd aan
zonder eerst zijn Rozenkrans op zijn knieën te bidden. Hij zorgde ervoor dat
zijn hele hofhouding zich bij de Broederschap van de Rozenkrans aansloot en hij
zorgde ervoor dat al zijn ambtenaren en dienaren eraan toegewijd waren.
De koningin sloot zich ook aan bij de Broederschap, en zij
volhardden allebei in de dienst van de H. Maagd en leefden een zeer heilig
leven.
Tweeëndertigste
roos
100 De H. Dominicus had een neef genaamd Don Perez of
Pedro, die een zeer immoreel leven leidde. Toen hij hoorde dat zijn neef
predikte over de wonderen van de Rozenkrans en hoorde dat verschillende mensen
zich hadden bekeerd en hun leven daardoor hadden gebeterd, zei hij: "Ik
had alle hoop opgegeven om gered te worden, maar nu begin ik weer moed te krijgen.
Ik moet deze man van God echt horen."
Daarom ging hij op een dag naar een preek van de H.
Dominicus luisteren. Toen de laatste hem in het oog kreeg, preekte hij met meer
ijver dan ooit tevoren tegen de zonde en smeekte hij God uit het diepst van
zijn hart om zijn neef te verlichten en hem te laten zien in wat voor een ellendige
toestand zijn ziel verkeerde.
In het begin was Don Perez enigszins gealarmeerd, maar hij
nam nog steeds niet het besluit om zijn gedrag te veranderen. Hij kwam nog een
keer om de Heilige te horen prediken en zijn neef die zich realiseerde dat een
hart zo verhard als het zijne alleen geraakt kon worden door iets
buitengewoons, riep met luide stem: "Heer Jezus, geef dat deze hele gemeenschap
de staat van deze man ziet, die zojuist is aangekomen."
Toen zag iedereen plotseling dat Don Perez volledig omringd
was door een bende duivels in de vorm van afschuwelijke beesten, die hem met grote
ijzeren kettingen vasthielden. Mensen vluchtten alle kanten op in diepe angst,
en Don Perez zelf schrok nog meer toen hij zag hoe iedereen hem schuwde. De H.
Dominicus zei dat ze allemaal moesten stilstaan en zei tegen zijn neef:
"Ongelukkige man die je bent, erken de ellendige toestand waarin je
verkeert en werp jezelf aan de voeten van OLVrouw. Neem deze Rozenkrans, bid
het met toewijding en met oprecht verdriet voor al je zonden, en neem een
besluit om je leven te beteren."
Don Perez knielde neer en bad de Rozenkrans; hij voelde
toen het verlangen om zijn belijdenis af te leggen, wat hij deed met oprecht
berouw. De H. Dominicus beval hem elke dag de Rozenkrans te bidden; hij
beloofde dit te doen en schreef zijn naam in het register van de Broederschap.
Toen hij de kerk verliet, was zijn gezicht niet langer afschuwelijk om te zien,
maar straalde het als dat van een engel. Daarna volhardde hij in toewijding aan
de Rozenkrans, leidde een goed geordend leven en stierf een gelukkige dood.
Drieëndertigste
roos
101 Toen de H. Dominicus de Rozenkrans predikte in de buurt
van Carcassonne, werd hem een Albigenzer gebracht die bezeten was door de
duivel. De Heilige dreef hem uit in aanwezigheid van een grote menigte; het
schijnt dat er meer dan 12.000 mensen waren gekomen om hem te horen spreken. De
duivels die in het bezit waren van deze ellendige man werden gedwongen om
ondanks zichzelf de vragen van de H. Dominicus te beantwoorden. Ze zeiden:
1 Dat ze met 15.000 waren in het lichaam van die arme man,
omdat hij de 15 geheimen van de Rozenkrans had aangevallen;
2 Dat de H. Dominicus, door de prediking van de Rozenkrans,
angst en afschuw in de diepten van de Hel bracht, en dat hij de mens was die ze
over de hele wereld het meest haatten vanwege de zielen die hij van hen had
weggerukt door de devotie van de Rozenkrans.
3 Ze onthulden verschillende andere dingen.
De H. Dominicus legde zijn Rozenkrans om de nek van de
bezetene en vroeg hen wie, van alle Heiligen in de Hemel, degene was die ze het
meest vreesden, die daarom het meest geliefd en vereerd zou moeten worden door
de mensen.
Hierop lieten ze zo'n onaards gekrijs horen dat de meeste
mensen op de grond vielen, aangegrepen door angst. Toen ze in al hun sluwheid
gebruik maakten om niet te antwoorden, huilden en jammerden de duivels op zo'n
erbarmelijke manier dat veel mensen ook huilden, uit puur natuurlijk
medelijden. De duivels spraken door de mond van de Albigenzen en smeekten met
een hartverscheurende stem: "Dominicus, Dominicus, heb medelijden met ons,
we beloven je dat we je nooit kwaad zullen doen. Je hebt altijd medelijden
gehad met zondaars en mensen in nood, heb medelijden met ons, want we bevinden
ons in grote moeilijkheden. We lijden al zoveel, waarom verheug je je in het
vergroten van onze pijnen? Kun je niet tevreden zijn met de pijnen die we nu
doorstaan? Heb medelijden met ons, heb medelijden met ons!"
102 De H. Dominicus was niet in het minst ontroerd door de
zielige woorden van die ellendige geesten, en zei hun dat hij hen niet met rust
zou laten voordat ze zijn vraag hadden beantwoord. Toen zeiden ze dat ze het
antwoord zo zouden fluisteren dat alleen de H. Dominicus het zou kunnen horen. Maar
de H. Dominicus drong er resoluut op aan dat ze duidelijk en hoorbaar zouden
antwoorden. Toen hielden de duivels zich stil en wilden geen woord meer zeggen,
terwijl ze de orders van de H. Dominicus negeerden.
Daarom knielde hij neer en zei dit gebed tot OLVrouw:
"O, allerheerlijkste Maagd Maria, ik smeek u door de kracht van de H. Rozenkrans
dat deze vijanden van het menselijk ras mijn vraag beantwoorden."
Nauwelijks had hij dit gebed uitgesproken of een gloeiende
vlam sprong uit de oren, neusgaten en mond van de bezetene. Iedereen beefde van
angst, maar het vuur deed niemand pijn. Toen riepen de duivels:
"Dominicus, we smeken je, bij het lijden van Jezus Christus en de verdiensten
van Zijn Heilige Moeder en van alle Heiligen, laten we het lichaam van deze man
verlaten zonder verder te spreken; want de engelen zullen je vraag beantwoorden
wanneer je maar wilt. Per slot van rekening zijn we geen leugenaars - waarom
zou je ons willen geloven? Kwel ons niet meer, heb medelijden met ons."
Maar de H. Dominicus zei: "Wee jullie, ellendige
geesten, die het niet verdienen gehoord te worden." Hij knielde neer en
bad tot de H. Maagd: "O meest waardige Moeder van Wijsheid, ik bid voor de
mensen die hier verzameld zijn, die ik reeds heb geleerd hoe je de Engelengroet
correct moet bidden. Ik smeek u om de redding van degenen die hier aanwezig
zijn, dwing deze tegenstanders van u om de hele waarheid hier en nu voor de
mensen te verkondigen. De H. Dominicus had dit gebed nauwelijks beëindigd of
hij zag de Heilige Maagd dichtbij, omringd door een menigte engelen. Ze raakte
de bezetene aan met een gouden staf die ze vasthield en zei: Geef onmiddellijk
antwoord aan mijn dienaar Dominicus. (Opgemerkt moet worden dat de mensen OLVrouw
niet zagen of hoorden, maar alleen de H. Dominicus.)
103 Toen begonnen de duivels te schreeuwen:
104 "O, jij die onze vijand bent, onze ondergang en
onze vernietiging, waarom ben je uit de Hemel gekomen om ons zo zwaar te
martelen? O Voorspreekster van zondaars, jij die hen wegrukt uit de kaken van
de Hel, jij die een zeer zeker pad bent naar de Hemel, moeten we, ondanks
onszelf, de hele waarheid vertellen en voor iedereen bekennen wie het is, die
de oorzaak is van onze schande en onze ondergang? O, wee ons, vorsten van de
duisternis.
Luister dan, jullie Christenen. Deze Moeder van Jezus is
het meest krachtig in het redden van haar dienaren van het vallen in de Hel. Ze
is als de zon die de duisternis van onze listen en sluwheid vernietigt. Zij is
het die onze verborgen complotten onthult, onze valstrikken breekt en onze
verleidingen nutteloos en ineffectief maakt.
We moeten echter met tegenzin zeggen dat geen enkele ziel
die echt heeft volhard in haar dienst, ooit bij ons werd verdoemd; één enkele
zucht die ze uitspreekt naar de Heilige Drie-eenheid is veel meer waard dan
alle gebeden, verlangens en aspiraties van alle Heiligen. We vrezen haar meer
dan alle andere Heiligen in de Hemel samen, en we hebben geen succes met haar
trouwe dienaren.
Veel Christenen die haar aanroepen in het uur van de dood
en die eigenlijk verdoemd zouden moeten worden volgens onze gewone normen,
worden gered door haar voorspraak. En als die Marietta (het is zo in hun woede
dat ze haar noemden) onze plannen en inspanningen niet tegenwerkte, hadden we
de Kerk moeten overwinnen en haar lang daarvoor moeten vernietigen, en hadden
we ervoor gezorgd dat alle ordes in de Kerk in dwaling en ontrouw
terechtkwamen.
Nu we gedwongen zijn te spreken, moeten we je ook vertellen
dat niemand die volhardt in het bidden van de Rozenkrans zal worden verdoemd,
omdat ze voor haar dienaren de genade van oprecht berouw voor hun zonden
verkrijgt waardoor ze vergeving en barmhartigheid verkrijgen."
Toen liet de H. Dominicus het hele volk heel langzaam en
met grote toewijding de Rozenkrans bidden, en er gebeurde iets wonderbaarlijks:
bij elk Weesgegroet dat hij en het volk zeiden, kwam een groot aantal duivels
tevoorschijn uit het lichaam van de ellendige man onder de vorm van roodgloeiende
kolen. Toen de duivels allen waren verdreven en de ketter volledig van hen
verlost was, gaf OLVrouw, hoewel onzichtbaar, haar zegen aan het verzamelde
gezelschap, en werden ze vervuld van vreugde.
Een groot aantal ketters bekeerde zich door dit wonder en
sloten zich aan bij de Broederschap van de H. Rozenkrans.
Vierendertigste
roos
105 Het is bijna onmogelijk om voldoende eer te bewijzen
aan de overwinningen die Simon IV van Montfort, graaf van Leicester, behaalde
op de Albigenzen onder het beschermheerschap van OLVrouw van de Rozenkrans. Ze
zijn zo beroemd dat de wereld nog nooit iets heeft gezien dat hen evenaart. Op
een dag versloeg hij 10.000 ketters met een strijdmacht van 500 man; bij een
andere gelegenheid overwon hij 3000 man met slechts 30 man; ten slotte versloeg
hij met 800 ruiters en 1000 infanteristen het leger van de koning van Aragon,
dat 100.000 man sterk was, volledig, en dit met het verlies aan zijn zijde van
slechts één ruiter en 8 soldaten.
OLVrouw beschermde ook Alan de l'Anvallay, een Bretoense
ridder, tegen grote gevaren. Ook hij vocht voor het geloof tegen de Albigenzen.
Op een dag, toen hij merkte dat hij aan alle kanten omringd was door vijanden,
liet OLVrouw 150 stenen op zijn vijanden vallen en werd hij uit hun handen
verlost.
Een andere dag, toen zijn schip op het punt stond te
zinken, deed deze goede Moeder 150 kleine zandbanken op wonderbaarlijke wijze
boven het water verschijnen en door middel daarvan bereikten ze Bretagne in
veiligheid. Als dank aan OLVrouw voor de wonderen die ze voor hem had verricht
in antwoord op zijn dagelijkse Rozenkrans, bouwde hij een klooster in Dinan
voor de religieuzen van de nieuwe Orde van de H. Dominicus en stierf hij, nadat
hij zelf religieus was geworden, een heilige dood te Orléans.
107 Othère, ook een Bretoense soldaat, uit Vaucouleurs,
joeg vaak hele compagnieën ketters of rovers op de vlucht, terwijl hij zijn Rozenkrans
op zijn arm en op het schede van zijn zwaard droeg. Toen hij een keer zijn
vijanden had verslagen, gaven ze toe dat ze zijn zwaard helder hadden zien
schijnen, en een andere keer hadden ze een schild op zijn arm opgemerkt waarop
onze Heer, OLVrouw en de Heiligen waren afgebeeld. Dit schild maakte hem
onzichtbaar en gaf hem de kracht om goed aan te vallen.
Een andere keer versloeg hij 20.000 ketters met slechts
tien compagnieën zonder ook maar één man te verliezen. Dit maakte zo'n indruk
op de generaal van de tegenstanders dat hij Othère opzocht, zijn ketterij
afzwoer en verklaarde dat hij hem tijdens de slag omringd had gezien door
vlammende zwaarden.
Vijfendertigste
roos
108 De zalige Alanus vertelt dat een zekere Kardinaal
Pierre, wiens titelkerk die van Santa Maria in Trastevere was, was een goede
vriend van de H. Dominicus en had van hem geleerd een grote toewijding te
hebben voor de H. Rozenkrans. Hij begon er zo veel van te houden dat hij nooit
ophield zijn lof te zingen en iedereen die hij ontmoette aan te moedigen om de
Rozenkrans te omarmen. Uiteindelijk werd hij naar het Heilige Land gestuurd naar
de Christenen die tegen de Saracenen vochten. Zo succesvol overtuigde hij het Christelijke
leger van de kracht van de Rozenkrans dat ze het allen begonnen te bidden en de
Hemel bestormden om hulp in een strijd waarvan ze wisten dat ze erbarmelijk in
de minderheid zouden zijn. En in feite zegevierden ze als 3000 over een vijand
van 100.000.
Zoals we hebben gezien, hebben de duivels een
overweldigende angst voor de Rozenkrans. De H. Bernardus zegt dat de
Engelengroet hen op de vlucht jaagt en de Hel doet beven. De zalige Alanus
verzekert ons dat hij verschillende mensen heeft bevrijd zien worden van Satans
slavernij nadat ze de H. Rozenkrans hadden gebeden, ook al hadden ze zichzelf
eerder met lichaam en ziel aan hem verkocht door afstand te doen van hun
doopgeloften en hun trouw aan Jezus Christus.
Zesendertigste
roos
109 In 1578 had een vrouw uit Antwerpen zich aan de duivel
gegeven en met haar eigen bloed een contract getekend. Kort daarna kreeg ze
spijt en had ze een intens verlangen om deze vreselijke daad goed te maken. Daarom
zocht ze een vriendelijke en wijze Biechtvader om erachter te komen hoe ze
bevrijd kon worden van de macht van de duivel.
Ze vond een wijze en Heilige Priester, die haar adviseerde
naar Pr. Henricus, directeur van de Broederschap van de H. Rozenkrans, in het
Dominicanenklooster, te gaan om daar te worden ingeschreven en haar belijdenis
af te leggen. Zo vroeg ze om hem te zien, maar ontmoette, niet Pr. Henricus,
maar de duivel vermomd als monnik. Hij berispte haar streng en zei dat ze nooit
kon hopen om Gods genade te ontvangen, en dat er geen manier was om te
herroepen wat ze had ondertekend. Dit deed haar veel verdriet, maar ze verloor
de hoop op Gods barmhartigheid niet en zocht Pr. Henricus nog een keer, alleen
om de duivel een tweede keer te vinden, en een tweede afwijzing te ontmoeten.
Ze kwam voor de derde keer terug en toen vond ze ten slotte, door Goddelijke
voorzienigheid, Pr. Henricus in persoon, de Priester naar wie ze op zoek was,
en hij behandelde haar met grote vriendelijkheid en drong er bij haar op aan
zich op de genade van God te storten en een goede Biecht af te leggen. Daarna
nam hij haar op in de Broederschap en zei haar dat ze regelmatig de Rozenkrans
moest bidden.
Op een dag, terwijl Pr. Henricus de Mis opdroeg voor haar,
dwong OLVrouw de duivel om haar het contract terug te geven dat ze had
ondertekend. Zo werd ze op gezag van Maria en door de devotie tot de H. Rozenkrans
van de duivel verlost.
|