|
Daarna ziet Dana een explosie boven de wolken. En dan dacht
ik meteen aan spirituele oorlogsvoering. Hetgeen wat boven de wolken gebeurt.
In het vliegtuig is er een verlies aan kracht. De lichten gaan uit en er heerst
duisternis. Er is geen muziek meer, geen tv, geen licht enz. Alle zaken die
dienden als ontspanning en hun leven plezant te maken, vallen uit. Degenen in het vliegtuig zijn
geschokt. Plotseling worden ze wakker, maar dit hadden ze veel eerder moeten
doen. Ze beginnen te schreeuwen, en bonken in paniek op de deur van de piloot.
Dat bewijst dat ze God niet kennen. Ze vertrouwen niet op God. Ze dachten dat
ze Christen waren. Er zijn veel mensen die denken dat ze goed zijn, tot ze in
een zeer moeilijke situatie zitten en schreeuwen naar God om hulp. Ze bonsden
op de deur van de piloot. De piloot was niet God.
Ik vroeg Dana waar de man, de Jezusfiguur, zat. Hij zat in
het vliegtuig een beetje over de plaats waar de vleugels zich bevinden en hij
was naar buiten aan het kijken en was onbevreesd voor wat er gaande was. Gods
is dus totaal onbevreesd.
Dat is interessant, want God is bij ons, zelfs als
zondaars. Hij houdt van ons en is bezorgd om ons. Daarom waarschuwt hij ons.
Maar hij gaat niet mee naar beneden, want hij verdwijnt vooraleer het vliegtuig
naar beneden valt.
De Jezusfiguur zei tot Dana: ik vertelde hen te bidden,
maar ze deden het niet. Ze moeten het nu ernstig nemen. Daarna verdwijnt de
Jezusfiguur. Er komt dus een punt waar God ons achterlaat tot we Hem aanroepen.
Hij zegt: ik laat hen oogsten wat ze gezaaid hebben. Ik zal de vijand verschrikkingen
laten neerkomen op hen, tot ze op het punt komen dat ze Mij aanroepen. Dan zal
Hij ons te hulp komen en ons redden. In de Bijbels staat als we vragen om
vergeving is Hij trouw en rechtvaardig om te vergeven.
Je moet weten dat zelfs als je je bij de mensen in het
vliegtuig bevindt, je nog steeds God kunt aanroepen. Het kan aanvoelen dat Hij
zich niet in het vliegtuig bevindt, maar hij is altijd aanwezig. Hij is onze
bron. Toch zullen er velen zijn die Hem vervloeken. Als er zich slechte dingen
voordoen zullen ze Hem vervloeken, in plaats van Hem te aanroepen. Zij zullen
op de grond crashen en niet gered worden.
Aan de
lauwe gelovigen - Romeinen 13:11-14: U kent de huidige tijd: het
moment is gekomen waarop u uit de slaap moet ontwaken, want de redding is ons
meer nabij dan toen we tot geloof kwamen. De nacht loopt ten einde, de dag
nadert al. Laten we ons daarom ontdoen van de praktijken van de duisternis en
ons omgorden met de wapens van het licht. Laten we daarom zo eerzaam leven als
past bij de dag en ons onthouden van bras- en slemppartijen, ontucht en
losbandigheid, tweespalt en jaloezie. Omkleed u met de Heer Jezus Christus en
geef niet toe aan uw eigen wil, die begeerten in u opwekt.
Je kunt weten of je je in Christus bevindt door je werken.
Door onze werken zijn we gekend. Als je blijft zondigen en geen vergeving zoekt
dan ben je niet verzoend met God. Als we ons verzoend hebben met God, willen we
gewoon niet meer zondigen. We kunnen nog steeds zondigen, maar als we ons
realiseren dat we hebben gezondigd, dan breekt ons hart en gaan we met berouw
en spijt naar de Heer. Bij David bijvoorbeeld die de man van Batseba liet
vermoorden, een buitenechtelijk kind met haar had, kwam de profeet hem
vertellen dat hij op het verkeerde pad was. David had onmiddellijk berouw en
God kwam tussen, hoewel hij de gevolgen van zijn zonden moest aanvaarden, maar
niet voor eeuwig.
Aan de
trouwe gelovigen - Jesaja 43:1-2: Welnu, dit zegt de Heer, die
jou schiep, Jakob, die jou vormde, Israël: Wees niet bang, want Ik zal je
vrijkopen, Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van Mij! Moet je door het
water gaan - Ik ben bij je; of door rivieren - je wordt niet meegesleurd. Moet
je door het vuur gaan - het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet
verschroeien.
De Heer zegt dus niet dat we niet door deze moeilijkheden tijden
moeten. Hij zegt niet dat we ze volledig kunnen vermijden. Maar Hij zegt dat
Hij bij ons zal zijn als dit toch het geval is. Hij is niet bang, Hij is onze
Voorziener, Hij is onze Burcht. Tot Hem lopen we als er gevaar is en Hij zal
een weg banen voor ons, ongeacht hoe moeilijk het er ook uitziet. Dat is de
belofte aan de gelovigen die met Hem wandelen, die Hem kennen en Zijn stem
horen.
Dana: God blijft ons eraan
herinneren om te bidden. Een Bijbeltekst in verband hiermee is Daniël 9, waar
hij berouw toont en zich bekeert namens zichzelf en zijn natie.
Daniël
9:3-19: Ik wendde mij tot God, de Heer, en gaf me over aan gebed
en smeekbeden, al vastend en rouwend. Ik bad tot de Heer, mijn God en beleed
schuld: Heer, grote en geduchte God, die Zijn beloften nakomt en trouw is aan
wie Hem liefhebben en doen wat Hij gebiedt; wij hebben gezondigd en ons misdragen.
Wij zijn slecht en opstandig geweest, wij zijn van Uw geboden en regels
afgeweken en wij hebben niet geluisterd naar Uw dienaren, de profeten, die in
Uw naam tot onze koningen, onze vorsten en onze oudsten en tot het hele volk
hebben gesproken. U, Heer, staat in Uw recht, maar tot op deze dag staat de
schaamte ons op het gezicht, ons, de mannen van Juda, de inwoners van
Jeruzalem, alle Israëlieten, of ze nu dichtbij zijn of ver weg, in alle landen
waarheen U hen hebt verdreven vanwege hun ontrouw jegens U.
Heer, ons en onze koningen, onze vorsten en onze oudsten
staat de schaamte op het gezicht, omdat wij tegen U gezondigd hebben. De Heer,
onze God, is vol erbarmen en vergeving, hoewel wij tegen Hem in opstand zijn
gekomen en niet hebben geluisterd naar de Heer, onze God. We hebben de lessen
die Hij ons door Zijn dienaren, de profeten, heeft laten leren in de wind
geslagen. Alle Israëlieten hebben Uw wet overtreden, zijn daarvan afgeweken en
hebben niet naar U geluisterd. De met een eed bekrachtigde vervloekingen die
opgetekend staan in de wet van Mozes, de dienaar van God, zijn over ons
uitgestort, want wij hebben tegen U gezondigd.
God heeft groot onheil over ons gebracht en het dreigement
uitgevoerd dat Hij tegen ons en onze leiders had geuit; in de hele wereld is
nog niet gebeurd wat Jeruzalem is overkomen. Het kwaad dat over ons gekomen is,
staat al beschreven in de wet van Mozes, en toch hebben wij de Heer, onze God,
niet gunstig gestemd door afstand te nemen van onze overtredingen en uw
waarheid in acht te nemen. Welbewust bracht de Heer onheil over ons, want de
Heer, onze God, is rechtvaardig in alles wat Hij doet, maar wij hebben niet
naar Hem geluisterd. Nu dan, Heer, onze God, die Uw volk met krachtige hand uit
Egypte hebt weggeleid en daarmee Uw Naam hebt gevestigd tot op deze dag - wij
hebben gezondigd, wij hebben ons misdragen.
Heer, U bent rechtvaardig, bevrijd toch uw stad Jeruzalem,
Uw heilige berg, van Uw hevige toorn; want om onze zonden en om de
overtredingen van onze voorouders worden Jeruzalem en Uw volk te schande
gemaakt bij alle volken om ons heen. Luister daarom, onze God, naar het gebed
en de smeek beden van Uw dienaar en zie Uw verwoeste heiligdom met mededogen aan,
ook omwille van uzelf. Geef, mijn God, gehoor aan ons en luister naar ons; open
Uw ogen en zie de verwoesting van de stad waaraan Uw Naam verbonden is.
Niet omdat wij rechtvaardig zouden hebben gehandeld leggen
wij onze smeekbeden aan U voor, maar omdat Uw barmhartigheid groot is. Heer, luister naar ons! Heer, vergeef ons! Heer,
verhoor ons gebed! Wacht niet langer en grijp in, mijn God, ook omwille van
uzelf, want Uw Naam is verbonden aan Uw stad en aan Uw volk.
|