|
CHANOEKA
Het
feest staat ook wel bekend als 'het feest van de lichtjes' of
inwijdingsfeest. Chanoeka duurt acht dagen, ter nagedachtenis aan het
'oliewonder' in de Tweede Tempel van Jeruzalem in 164 v. Chr. De
eerste dag van dit feest begint op de 25ste Kislew.

Het feest wordt gevierd met een nachtelijk ontsteken van de
chanoekia (9 armige kandelaar) lichtjes, bijzondere gebeden en gefrituurd
voedsel.
Chanukah 2021 duurt van 28 november tot en met 6 december.
Herinwijding
van de Tweede Tempel
Met het feest wordt de herinwijding van de Tweede Tempel in
164 v. Chr. door Judas Makkabeüs gevierd. Na de herinwijding was er
volgens de beschrijving van het wonder
van de olie in de Talmoed slechts één kruikje kosjere olie
voorradig om de menora te branden tijdens de reiniging van de Tempel.
Het kruikje raakte echter niet leeg voordat nieuwe zuivere olie was toebereid,
maar schonk genoeg olie om de menora gedurende acht dagen brandend te houden.

Een menora is een zevenarmige lampenstandaard,
die gemaakt werd uit massief goud. Hij was het oude symbool voor de Israëlieten en
een van de oudste symbolen voor het Jodendom in het algemeen. Volgens
sommige bijbelcommentatoren symboliseert de menora de brandende braamstruik
die Mozes zag op de Sinai. De menora heeft zeven armen en moet
dus niet worden verward met de negenarmige lampenstandaard die bij het
Chanoekafeest wordt gebruikt, de chanoekia.
Het verhaal van Chanoeka draait om Juda de Makkabeeër. De
Makkabeeën waren een familie van hogepriesters. Hun aanhangers worden ook
onder de Makkabeeën gerekend.
Juda leefde in het Hellenistische tijdperk, toen de
Joden wat betreft hun geloofsbelijdenis zwaar onderdrukt werden. Het kwam zelfs
zover dat de Seleucidische Grieken uit het huidige Syrië de
Tempel in Jeruzalem ontwijdden door op het altaar een varken te offeren, een
dier dat voor Joden onrein is volgens de spijswetten. Ook wilden
de Grieken een beeld van Zeus in de Tempel neerzetten.
Voor de Joden was dit de laatste druppel en een groepje
onder leiding van Juda besloot om terug te slaan. Dit groepje kreeg steeds meer
aanhangers en ze wonnen steeds meer stukken land terug uit de handen van de
bezetter. Hun populariteit werd zelfs zo groot, dat het gewone Joodse volk de
leider Jehuda haMakabi ging noemen,
Hebreeuws voor Juda de Hamer. Anderen geloven dat Juda haMakabi werd genoemd omdat hij en zijn manschappen op hun banieren
de letters Mem Kaf Beth Jod voerden. Zij
beweren dat deze letters staan voor de woorden Mi Chamocha Ba'elim Adonai?, letterlijk vertaald: Wie is
zoals U onder de goden, Eeuwige? De manschappen van Juda werden naarmate ze
meer veldslagen wonnen bekend als de Makkabeeërs.
Uiteindelijk bereikten Juda en zijn mannen Jeruzalem en na
een bloedige strijd overwonnen ze de Grieken. Toen ze echter de Tempel
binnenkwamen, zagen ze dat de Grieken alles vernield hadden. De tempel was
verontreinigd. Het was de taak van de hogepriester om de Tempel weer in
ere te herstellen. Zij moesten onder andere de afgodenbeelden verwijderen, een
nieuw altaar in plaats van het verontreinigde altaar bouwen en nieuwe heilige
bekers vervaardigen.
Het wonder van de olie
De hoge menora die in de Tempel stond was door de
Grieken omgegooid en moest weer recht gezet worden. Nadat dit gedaan was,
merkten de priesters dat er geen oliekruiken meer waren. Een van hen vond
echter nog een klein kruikje, met de juiste verzegeling door de kohen
gadol (de hogepriester), met daarin nog net genoeg olie om de menora
een dag te laten branden. De menora werd aangestoken en de Tempel werd opnieuw
ingewijd. De priesters moesten op zoek naar meer ritueel gezuiverde olijfolie om
de menora te laten branden, maar konden die niet vinden. De volgende dag was
het kruikje echter opeens weer vol. De dag daarna gebeurde hetzelfde en zo ging
het acht dagen lang. Op miraculeuze wijze was de kleine hoeveelheid olie uit
het gevonden kruikje dus voldoende voor acht dagen, de tijd die nodig was om
nieuwe olie te persen en te zuiveren. Volgens een andere visie duurden de
feestelijkheden van de inwijding van de tempel 8 dagen, omdat de Makkabeeën
gedurende twee jaar ondergrond leven niet de mogelijkheid hadden gehad om Soekot te
vieren, en dat ze bij hun terugkeer in Jeruzalem een uitgesteld Soekot vierden.
De hogepriester, priesters, Makkabeeën en het gewone volk
vierden een groot feest en de hogepriester stelde dit feest in op dezelfde tijd
van het jaar, de maand kislew, opdat de Joden deze wonderlijke gebeurtenis
niet zouden vergeten. Daarom vieren de joden jaarlijks vanaf de 25ste
kislew het feest van Chanoeka, dat '(her)inwijding' betekent.
Hoe Chanoeka wordt gevierd
Het hart van het festival is de nachtelijke chanoekiaverlichting.
De chanoekia bevat negen vlammen, waarvan er één de sjamasj ("bediende") is, die wordt gebruikt om de andere
acht lichten aan te steken. De eerste nacht steken we slechts één vlam aan. Op
de tweede avond wordt een extra vlam aangestoken. Tegen de achtste nacht van
Chanoeka worden alle acht lichten ontstoken.
Op vrijdagmiddag moet ervoor worden gezorgd dat de menora
wordt aangestoken voordat de Shabbat-kaarsen worden aangestoken, en de volgende
avond mogen ze pas worden aangestoken nadat de Shabbat is afgelopen.
Speciale zegeningen worden voorgedragen, vaak op een
traditionele melodie, voordat de chanoekia wordt aangestoken, en daarna worden
traditionele liederen gezongen.
Een chanoekia wordt in elk gezin aangestoken en in een
deuropening of raam geplaatst. In de synagoge wordt de menora aanstoken.
We reciteren dagelijks het speciale Hallel-gebed en voegen V'Al HaNissim toe in onze dagelijkse
gebeden en het zegengebed na de maaltijden, om God te prijzen en te danken voor
"de sterken in handen van de zwakkeren over te hebben geleverd, de velen
in handen van de weinigen, de goddelozen in handen van de rechtvaardigen.
Gerechten
Omdat bij het Chanoeka-wonder olie betrokken was, is het
gebruikelijk om in olie gebakken voedsel te eten. De Oost-Europese klassieker
is de aardappel latke (pannenkoek)
gegarneerd met appelmoes of zure room, en de regerende Israëlische favoriet is
de met gelei gevulde sufganya
(donut).
Dreidel

Op de vier zijden van de dreidel staan vier Hebreeuwse
letters: noen, giemel, hee en sjien. Deze vier letters staan voor de Hebreeuws
woorden Nes Gadol Haja Sjam, vertaald als: 'een groot wonder
gebeurde daar'. Met het wonder wordt het wonder van de olie bedoeld, dat bij
het chanoeka feest wordt herdacht. In Israël wordt de sjien vervangen door de
pee, zodat er staat: een groot wonder gebeurde hier (Nes Gadol Haja Pò).
Het spel met de dreidel draait om een pot, waarin munten,
noten of chocolade gedaan wordt door de deelnemers. Om de beurt draaien de
deelnemers aan de dreidel en komt een van de letters boven. De betekenis van de
letters is als volgt.
- Nichts (niets
- je krijgt niets)
- Ganz (je
krijgt alles)
- Halb (je
krijgt de helft)
- Shtell
arein (stop erin / je moet bijleggen in de pot)
Het spel gaat door totdat iedereen blut is, behalve de
winnaar, die heeft alles.
Chanoeka Gelt
In de huidige consumentgerichte samenleving hechten mensen
vaak veel belang aan het geven van Chanoeka-geschenken. De traditie is echter
om Chanoeka-gelt, geldgeschenken, aan kinderen te geven. Naast het belonen van
positief gedrag en toewijding aan Thora-studie, geven de geldgeschenken de
kinderen de mogelijkheid om tzedakah
(liefdadigheid) te geven. Dit heeft ook geleid tot het fenomeen van met folie
bedekte "chocoladegelt".
|