|
29/4/2021 De Hemelse
Koningin van de Goddelijke Wil
Vol 19 28/4/1926: Luisa: Ik dacht bij mezelf: Als
mijn lieve Jezus over Zijn Wil spreekt, verenigt Hij er vaak de Hoogste Koningin
van de Hemel of de Schepping mee. Hij schijnt er zoveel plezier in te hebben om
over zowel het ene als het ander te spreken, dat Hij blijft zoeken naar kansen,
voorwendsels en middelen om te manifesteren wat Zijn allerheiligste Wil doet,
zowel in de Hemelse Moeder als in de Schepping. Terwijl ik hieraan dacht,
bewoog mijn lieve Jezus zich in mijn binnenste en drukte me vol tederheid tegen
Zichzelf.
Jezus: Mijn dochter, als Ik dat
doe, heb Ik sterke redenen. Je moet weten dat alleen in de Schepping en in mijn
Hemelse Moeder Mijn Wil altijd intact is gebleven, en zijn werkterrein vrij
heeft gehouden. Omdat Ik je daarom moest roepen om als één van Hen in Mijn Wil
te leven, moest Ik Ze je voorstellen als voorbeelden - als een beeld dat je kan
navolgen. Om dus grote dingen te kunnen doen, op zo'n manier dat iedereen dat Goede
kan waarnemen, is het eerste dat Mijn Wil volledig moet werken in de ziel, tenzij
ze dat niet willen.
Kijk naar de Schepping
- hoe Mijn Wil er geheel in is. En omdat het geheel in de Schepping is, blijft
de Schepping altijd op zijn plaats en bevat het de volheid van dat Goede
waarmee het is gemaakt. Daarom blijft de Schepping altijd nieuw, nobel, puur,
fris en kan ze het Goede dat ze bezit met iedereen delen. Maar het mooie is dat
hoewel ze zich aan iedereen geeft, ze niets verliest en altijd hetzelfde
blijft, net zoals ze door God werd geschapen. Wat heeft de zon verloren door
zoveel licht en warmte aan de aarde te geven? Niets. Wat heeft de azuurblauwe
hemel verloren door uitgestrekt in de atmosfeer te blijven, of de aarde door
zoveel en zo verschillende planten voort te brengen? Niets. En zo is het met
alle dingen die door Mij werden gemaakt.
O! Op
wat een bewonderenswaardige manier zingt de Schepping dat gezegde over Mij:
Hij is altijd oud en altijd nieuw'. Mijn Wil in de Schepping is dus het
middelpunt van het Leven, de volheid van het Goede, orde en harmonie. De
Schepping houdt alle dingen op de plaats die Mijn Wil verlangt. Waar vind je
een mooier voorbeeld, een perfecter beeld van het leven in Mijn Wil, dan in de Schepping?
Daarom roep Ik je op om als hun zuster temidden van de geschapen dingen te
leven, zodat je leert leven in de Allerhoogste Wil, en ook jij mag blijven op
de door Mij gewenste plek, om de volheid in jezelf te kunnen omsluiten in het Goede
dat Mijn Wil voor jou wil, zodat iedereen die het wil, van dat Goede kan
genieten.
En aangezien je met
rede bent begiftigd, moet je ze allemaal overtreffen en je Schepper in Liefde
en Glorie vergelden voor elk geschapen ding, alsof ze allemaal met rede waren
begiftigd. Je
zal dus de plaatsvervanger zijn van de hele Schepping, en de Schepping zal een
spiegel voor je zijn waarin je jezelf kunt weerspiegelen om het leven in Mijn
Wil te kopiëren, zodat je niet van je plaats kunt afwijken. Het zal je gids en
leraar zijn, die je de hoogste en meest perfecte lessen geeft in het leven in Mijn
Wil.
Maar degene die
alles overtreft, is Mijn Hemelse Moeder. Zij is de Nieuwe Hemel, de meest
stralende Zon, de helderste maan, de meest bloemrijke aarde. Ze omsluit alles -
alles in Zichzelf. Als elk geschapen ding de volheid van zijn eigen Goeds omvat dat ze door
God heeft ontvangen, omvat Mijn Moeder alle Goeds samen, omdat, aangezien Zij
begiftigd is met rede en Mijn Wil geheel in haar leefde, de volheid van Genade,
van Licht, van Heiligheid op elk moment groeide. Elke handeling die Ze deed,
waren Zonnen en sterren die Mijn Wil in Haar vormde. Ze overtrof dus de hele Schepping;
en Mijn Wil, geheel en blijvend in Haar, deed het grootste en drong op de
verlangde Verlosser aan.
Daarom is Mijn Moeder
Koningin temidden van de Schepping - omdat Ze alles overtrof, en Mijn Wil in Haar
de voeding van Haar rede vond, waardoor Mijn Wil als geheel en permanent in Haar
leefde. Er
was de hoogste overeenstemming, ze hielden elkaars hand vast, er was niet één
vezel in Haar Hart, woord of gedachte, waarover Mijn Wil Zijn Leven niet bezat.
En wat kan een Goddelijke Wil niet doen? Het kan alles. Er is geen Kracht die
het mist, of iets dat Mijn Wil niet kan. Daarom kan worden gezegd dat Mijn Moeder
alles heeft gedaan; en alles wat alle anderen samen niet konden, noch zullen
kunnen, deed Ze alleen.
Wees
daarom niet verbaasd als Ik naar de Schepping en de Hoogste Koningin wijs, want
Ik moet je wijzen op de meest volmaakte voorbeelden waarin Mijn Wil een
eeuwigdurend Leven heeft en nooit een obstakel heeft gevonden op zijn gebied
van Goddelijk Handelen, om dingen te kunnen bedienen die Mijn Wil waardig zijn.
Mijn dochter, als je wilt dat Mijn Allerhoogste Fiat heerst zoals Ze doet in de
Hemel - wat het grootste is dat We nog moeten doen voor de menselijke
generaties - laat Mijn Wil dan de soevereine plaats in jou hebben, en helemaal
en permanent leeft.
Maak
je over niets anders zorgen, of het nu je onvermogen is, of de omstandigheden,
of de nieuwe dingen die om je heen kunnen gebeuren, want als Mijn Wil in je
heerst, zullen ze dienen als grondstof en voeding zodat Mijn Fiat tot
vervulling komt.
Luisa: Ik dacht: Het is waar
dat Mijn Koningin Mama de grootste offers heeft gebracht die niemand anders
heeft gebracht - dat wil zeggen, zelfs haar eigen wil niet willen weten, maar
alleen die van God; en hierdoor omarmde Ze alle zorgen, alle pijnen, tot heldhaftigheid
van het offer toe: het offeren van Haar eigen Zoon om de Allerhoogste Wil te
doen - maar toen Ze eenmaal dit offer bracht, was alles wat Ze daarna leed
het gevolg van Haar eerste handeling.
Ze
hoefde ook niet te worstelen zoals wij, in verschillende omstandigheden, in
onvoorziene ontmoetingen, in onverwachte verliezen. Het is een voortdurende strijd,
tot het punt dat ons hart bloedt uit angst dat we ons zouden overgeven aan onze
eigen strijdlustige menselijke wil. Hoeveel aandacht moet men hebben, zodat
de Allerhoogste Wil altijd Zijn ereplaats en Zijn suprematie over alles
behoudt; en vaak is deze strijd heviger dan de pijn zelf.
Maar
terwijl ik hieraan dacht, bewoog mijn lieve Jezus Zich in mijn binnenste en Jezus
zei: Mijn dochter, je hebt het mis. Het maximale offer van Mijn Moeder was
niet slechts één offer, maar ze waren zo groot en zo talrijk - voor zoveel als
het verdriet, de pijnen, de omstandigheden en de ontmoetingen waaraan Haar
bestaan en het Mijne werden blootgesteld. De pijnen werden bij Haar altijd
verdubbeld, omdat Mijn pijnen de Hare waren - meer dan Haar eigen pijnen.
Bovendien veranderde
Mijn Wijsheid niet met Mijn Moeder; in elke pijn die Ze zou ontvangen, vroeg Ik
haar altijd of Ze het wilde accepteren, om te horen dat het Fiat' aan Mij werd
herhaald in elke pijn, in elke omstandigheid en zelfs in elke hartslag van Haar. Die Fiat' klonk zo
lief, zachtaardig en harmonieus voor Mij, dat Ik het op elk moment van Haar
leven wilde horen herhalen. Daarom vroeg Ik Haar altijd: Mama, wil je dit
doen? Wil je deze pijn lijden?' En Mijn Fiat bracht Haar zeeën van Goeds die Mijn
Wil bevatte, en die haar de intensiteit van de pijn die Ze accepteerde
duidelijk maakte.
Dit begrip, door Goddelijk
Licht, van datgene wat Zij stap voor stap zou moeten lijden, gaf Haar zo'n
martelaarschap dat het de strijd die de schepselen lijden oneindig overtreft.
In feite, aangezien het zaad van zonde in Haar ontbrak, ontbrak het zaad van de
strijd, en dus moest Mijn Wil een ander middel vinden, opdat Ze niet minder zou
zijn dan de andere schepselen die lijden, omdat Ze door gerechtigheid het recht
van Koningin van Smarten moest verwerven, Ze moest alle schepselen tezamen
overtreffen in het Lijden.
Hoe dikwijls
heb je dit zelf niet meegemaakt - dat terwijl je geen strijd in jezelf voelde,
aangezien Mijn Wil je de pijnen deed begrijpen die het je toebracht, je verstijfd
was door de intensiteit van de pijn; en terwijl deze pijn ongedaan werd gemaakt,
was je het kleine lammetje in Mijn armen, klaar om nog meer pijnen te
accepteren waaraan Mijn Wil je wilde onderwerpen.
Ach,
heb je niet meer geleden dan in de strijd zelf? De strijd is een teken van
heftige hartstochten, terwijl Mijn Wil, als het leed brengt, onverschrokkenheid
geeft; en met de kennis van de intensiteit van de pijn, geeft het iemand zo'n
verdienste dat alleen een Goddelijke Wil kan geven. Daarom, net zoals Ik met jou
handel - dat in alles wat Ik van je wil, ik je eerst vraag of je het wilt, of je
het accepteert - zo deed Ik het met Mijn Moeder. Dit, zodat het offer altijd
nieuw kan zijn, en Mij de gelegenheid kan geven om met de mens te praten, om
bij haar te zijn, en Mijn Wil Zijn gebied van Goddelijke werking kan hebben in
de menselijke wil.
|