|
1910: Het
Anthoniaanse Vrouwenweeshuis van Pr. Annibale Maria Di Francia werd ingehuldigd
in Trani, en sprak hij over Luisa en haar dagboek aan de Siciliaanse
religieuzen. De nauwe relatie met Pr. Annibale uit Messina begon in die
periode.
Pr. Annibale
Maria Di Francia
20/3/1911: Luisa schreef voor het eerst naar Pr. Annibale Di Francia. Hij was
onmiddellijk gefascineerd door Luisaÿs spiritualiteit. Hij was vooral
gefascineerd door haar manier van denken over het Lijden van onze Heer, een
daarom vroeg hij haar om die meditaties in een apart notitieboekje te
schrijven. Hij publiceerde in 1915 het werk onder de titel "De uren van
Lijden van onze Heer Jezus Christus met geestelijke reflecties en
eerherstel".
De H. Pr. Annibale schreef het voorwoord
bij de ÿ24 uren van het Lijdenÿ en gaf een idee van hoe Luisa Piccarreta was
voor iedereen die haar ontmoette. Hij beschrijft: ´Deze echtgenote van de
Gekruisigde Jezus, die de nacht doorbrengt in pijnlijke extase en in elk soort
lijden, zit gedurende de dag op haar bed en doet haar handwerk – er is absoluut
niets te zien, van iemand die zo heeft geleden tijdens de nacht. Er is niets
buitengewoons of bovennatuurlijks in haar doen. Integendeel, ze verschijnt als
een gezond persoon, gelukkig en joviaal. Ze praat, lacht als dat gepast is,
maar ontvangt weinig vrienden. Soms neemt een onrustige ziel haar in vertrouwen
en vraagt om haar gebeden. Ze luistert vriendelijk en troost, maar gaat doet
nooit Profetieën, nooit openbaringen. De grote troost die ze biedt is altijd
dezelfde: de Goddelijke Wil ¡.
Het was een groot succes en hij
besloot hetzelfde jaar en vervolgens in 1917 en in 1925 opnieuw uit te geven in
een nieuwe editie. De tekst werd geleidelijk verrijkt met verdere 'praktijken'
en enkele gebeden, en vooral met een bijlage dat voor het eerst een paar
bladzijden van het dagboek vermeldde onder de titel "Verhandeling over de
Goddelijke Wil". Hij schreef zelfs een omzendbrief aan de Bisschoppen om
het gebruik van het boek in de instituten in hun bisdommen aan te bevelen.
Naast Pr. Annibale Di Francia bezochten
ook andere beroemde Priesters Luisa, zoals bijvoorbeeld Pr. Gennaro Braccali,
de Jezuïet, Pr. Eustachio Montemurro, die stierf in de geur van heiligheid, en Pr.
Ferdinando Cento, Apostolische nuntius en Kardinaal.
Haar biechtvader, die stierf op
10/9/1922, werd opgevolgd door de kanunnik, Pr. Francesco De Benedictis. Hij
stierf echter op 30/1/1926. Aartsbisschop Giuseppe Leo vaardigde een jonge
priester af, Pr. Benedetto Calvi, als haar gewone biechtvader. Hij bleef bij
Luisa tot ze stierf en deelde al dat lijden en misverstanden waarmee de Dienares
van God in de laatste jaren van haar leven te kampen had.
Pr. Benedetto Calvi
1926: Pr.
Annibale, de stichter van de Rogationisten en Dochters van de Goddelijke IJver,
herzag de eerste 18 delen van het Boek van de Hemel en, zoals we kunnen zien
aan de vele brieven die met Luisa werden uitgewisseld, bereidde hij de
publicatie van de teksten voor. Aartsbisschop van Trani, Giuseppe Maria Leo,
had Pr. Annibale aangesteld als 'kerkelijk onderzoeker' voor publicaties in
zijn bisdom, en nadat Pr. Annibale zijn Nihil-obstat had gegeven, plaatste de Aartsbisschop
ook zijn 'imprimatur' op de eerste 18 delen en werden vrijgegeven voor
publicatie.
1927: De
dood van H. Pr. Annibale Maria Di Francia. De eerste 18 delen werden uitgegeven,
maar de overige niet meer, aangezien de H. Annibale Maria Di Francia overleed
in 1927. Zijn dood betekende voor Luisa een enorm verdriet en een groot gemis
want er was tussen hen een zeer intense spirituele band ontstaan. Maar zoals
altijd, uitte zij ook dan haar ‘fiatÿ. Deze priester had haar ook aangezet tot
het schrijven van haar overwegingen bij de Lijden van Jezus – nadat ze ook al
haar Kerstnoveen had opgetekend.
7/10/1928: Ondertussen verhuisde Luisa – dit was de wens van Pr. Annibale – naar
het klooster van de Dochters van de Goddelijke IJver, een orde door hem
gesticht, die hij in Corato voor Luisa had laten bouwen.

1930: Het
Dagboek werd uitgegeven onder de titel "In het koninkrijk van de
goddelijke wil. Geschiedenis van een ziel. Eerste deel. Opkomen van de
Dageraad." geboren. Daarin werden het 1e, 2e, 3e deel en bijna het
volledige 4e deel van het dagboek gepubliceerd met veel correcties vergeleken
met het originele manuscript van Luisa.
Al in 1930 ontstonden echter de
eerste misverstanden en de eerste waarschuwing van de Heilige Congregatie van
het Heilig Officie in Vaticaanstad over het veronderstelde financiële gewin
voor Luisa Piccarreta uit de publicaties en ook over de vraag of een Priester
haar moest bevrijden van haar "gebruikelijke toestand".
Ook op leerstellig niveau waren
er veel controverses met betrekking tot de "speciale en unieke
missie" van Luisa om iedereen de waarheid te laten weten van "leven
in de Goddelijke Wil van Jezus". Ondertussen werd in het 'Huis van de Goddelijke
Wil' elk jaar de kerstnoveen bezield door het lezen van de meditaties 'Excessen
of Liefde' die Luisa reeds mediteerde sinds de leeftijd van 17 jaar. Dit
gebeurde ook in de maand mei en oktober met het voorlezen van het boek De Maagd
Maria.
1932: Het
Boek ‘De Maagd Maria in het Koninkrijk van de Goddelijke Wilÿ en Meditaties
voor de maand mei werden gepubliceerd. Het werd opnieuw uitgegeven in 1933 en
in 1937. Ten slotte zorgde Pr. Benedetto in 1934 voor de 5e editie van de ‘24
Uren van het Lijden van Jezusÿ met de bijgevoegde verhandeling over de
Goddelijke Wil.
1938: Het
onderzoek van het Heilig Officie bereikte naar aanleiding van verdere
bezorgdheid zijn hoogtepunt en leidde tot twee onverwachte en pijnlijke daden.
De eerste was in mei met de eis van de 34 handgeschreven notitieboekjes van
Luisa's dagboek in te dienen aan de Karmeliet Lorenzo van de H. Basilius,
theoloog van de apostolische dataria. De tweede was in juli, toen het Heilig
Officie de publicaties verbood en op de Lijst van verboden boeken geplaatst. Ze
onderwierp zich onmiddellijk aan het gezag van de Kerk en al haar geschriften
werden verborgen in het geheim van het Heilig Officie.
Deze storm bezorgde Luisa een
uiterst scherpe pijn maar in totale gehoorzaamheid legde zij zich erbij neer.
Jezus troostte haar en nodigde haar uit niet bezorgd te zijn: ´Niet een woord
zal ervan verloren gaan¡.
7/10/1938: Luisa op bevel van bovenaf verplicht het klooster te verlaten en een
nieuwe woonruimte te zoeken. Ze bracht de laatste negen jaar van haar leven
door in een privéwoning aan de Via Maddalena, een plaats die de ouderen van
Corato goed kennen. Het was dichtbij de woning van haar biechtvader. Ook daar
bleef ze, ondanks haar teleurstellingen en bittere lijden, inspanningen leveren
om in totale overgave in de Goddelijke Wil te leven. Er zijn vele getuigenissen
van mensen die voortdurend bij haar om troost en gebed kwamen vragen
(oorlogstijd) en vertelden: ‘Zij is iemand van Godÿ.
Na Pr. Annibale zorgde Pr.
Benedetto Calvi, in samenwerking met Rogationist Pr. Pantaleone Palma, voor een
nieuwe impuls voor de publicatie van het Boek van de Hemel.

4/3/1947: Luisa sterft aan een ernstige longontsteking. Ze werd bijna 82 jaar.
Vier dagen lang was haar lichaam te zien voor het publiek en iedereen
bevestigde dat haar ledematen flexibel waren, behalve enkele wervelkolomwervels
waardoor ze niet in een kist kon worden gelegd. Het was dus nodig om een
speciale kist te bouwen, waarin ze zittend kon zijn, de positie waarin iedereen
haar kende. Van dichtbij én veraf kwam men ‘Luisa la santaÿ, de Heilige
Luisa begroeten. Haar begrafenis werd een ware triomf. Het was een ´feestdag
voor de hele stad Corato¡. Luisa werd begraven op het kerkhof van Corato in de
familiekapel van Pr. Benedetto Calvi.

In april 1947 werd de Aartsbisschop
van Trani. Francesco Paolo Petronelli gaf een mandaat om informatie te
verzamelen met betrekking tot Luisa's rehabilitatie door de Heilige Stoel en
een jaar later gaf de nieuwe aartsbisschop Reginaldo Giuseppe Maria Addazi OP
toestemming om een heiligenkaartje van Luisa af te drukken met een relikwie,
waardoor ze de titel kreeg van ´Dienares van God" en smeekte om haar
zaligverklaring met een speciaal "gebed ". In 1963 regelde hij ook
dat haar stoffelijke resten overgebracht werden naar de parochiekerk van Santa
Maria Greca. Daar rust ze nu sinds de verjaardag van haar geboorte 2019 in
de gerestaureerde Sacramentskapel.
Kerk te Corato
OLVrouw als beschermster van Corato
|