|
De kerk zette zich schrap. De kerk had haar voet achteruit
gezet om zich schrap te zetten tegen hetgeen kwam. Het Capitool en de kerk
trokken en duwden elkaar. Het was net een worstelmatch. Toen ze aan het
worstelen waren liet een van de armen van het Capitool een zwart zaadje vallen
in de achterzak van de kerk. Het was net een zaadje dat je plant. Op hetzelfde
moment gingen sommigen van degenen die achter de kerk stonden achter het
Capitool staan. Ze veranderden van kant. Het Capitool zei de kerk zich terug te
trekken, maar de kerk zei dat ze het niet zou doen. Toen lieten ze elkaar los
en er was een grote doornige wijnstok die groeide uit de achterzak van de kerk
en slingerde zich rond de nek van de kerk en het Capitool duwde zich weg van de
staat en liet de kerk gaan.
Er groeiden rode bloemen op de wijnstok en ze beten de
kerk. De doornige wijnstok slingerde zich ook rond de benen van de kerk en
drong zelfs binnen in de mond van de kerk. De doornige wijnstok omhulde zelfs
het hart van de kerk. Het Capitool keek niet en was niet bezorgd om de kerk die
het moeilijk had. De rechterhand van de kerk was wit en de linkerhand was
bordeaux-rood en de wijnranken slingerden zich ook rond de vingers van zowel de
witte als de rode hand. De blaren van de wijnstok leken op vlaggen. Op de
vlaggen stonden ongewone symbolen, maar er was geen symbool dat ik herkende. Ze
leken op bloemen, maar waren rechthoekig zoals een vlag.
En de witte hand trok de stam van de wijnstok uit haar keel,
maar de rode hand sloeg de witte hand weg. Dit resulteerde in een gevecht: de
kerk was in zichzelf aan het vechten. De twee handen vochten tegen elkaar: de
ene probeerde de stam te beschermen en de andere probeerde de stam uit het hart
en de keel van de kerk te halen. Het Capitool bleef geld uitgeven en rekeningen
tekenen en handen schudden met zakenlui en professioneel uitziende mensen uit
alle naties. Het Capitool trok zich niets van de kerk aan. Op dat moment begon
de kerk hevig te schudden alsof het een mokerslag had gekregen en de borst
scheurde open.
Je kon een hart zien dat bijna was verpletterd door de stam.
Het had het hart toegesnoerd. Plotseling verscheen een mes in de witte hand en
het doorboorde de zeer, zeer rode stam die rond het hart van de kerk was
geslingerd, en de stam begon te verdorren. Het hart begon samen te trekken en
het was alsof het lichaam in shock ging. De rode hand maakte een vuist en sloeg
op de toren van de kerk en probeerde de witte hand te grijpen maar zijn kracht
ebde weg omdat de stam was getroffen. De hand ging naast de kerk hangen. De
kerk zette een paar stappen en dan trok de witte hand de stam weg van haar hart
en deed haar hemd dicht, viel op haar knieën en vroeg om vergeving. Er kwam
bloed uit de wonde.
De kerk vroeg om vergeving omdat ze die rode stam had
toegelaten. Toen verscheen de Christusfiguur en omhelsde de kerk. De
Christusfiguur kijkt daarna naar de staat. Hij wees naar het Capitool en zei: ´Je
wilde nooit dat de kerk het goed zou doen, maar de poorten van de hel zullen
haar niet stoppen en degenen die de stam hebben gezien zullen de wijnstok
snoeien en het giftige deel afsnijden.¡ Hij liet de kerk gaan en keek naar haar
en zei: ´Laat het over de zaken van Mijn Vader gaan, blijf zuiver en vrees de
staat niet want ze weten niet wat ze doen.¡
De kerk ging traag voorbij het Capitool, maar eens er
voorbij gepasseerd liep ze weg. De beide handen van de kerk waren nu wit. Ze
lagen aan de voeten van het Capitool. En de voeten van het Capitool waren de wortel
van de wijnstok dat was gegroeid uit de achterzak van de kerk. De wortel was
rood. Toen zei de Christusfiguur zeer duidelijk: ´Zet je schrap, wees waakzaam,
blijf bij de zaak want Ik kom spoedig.¡
|