|
Wijden
Een priester vertelde me onlangs dat een leek tot God kan
bidden om zijn zegen over verschillende dingen. En we kunnen wijwater op
voorwerpen en plaatsen sprenkelen en de Naam van Jezus herhalen. Maar we kunnen
ze niet wijden of zegenen op eigen
kracht of iets zeggen als "In de naam van de Heer zegen ik u" of
"In de macht van de Kerk..." Dat is voorbehouden aan de Priester.
Maar hij moedigde me wel aan om door het huis te gaan en heilig water te
sprenkelen terwijl ik de naam van Jezus herhaalde.
Wat je wel kunt zeggen als je reeds wijwater en gezegend
zout of olie hebt: Moge God (voorwerp of
naam van persoon) zegenen in de Naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.
Hier vraag je God om genaden uit te storten, geen kracht om te zegenen, want
dat kan enkel een Gewijde Priester.
Een vader/moeder kan wel hun kind zegenen met een kruisje
met de duim te geven op het voorhoofd van het kind, en het zo onder de
bescherming van God te plaatsen: God
zegent je, God beware je.
H. Cyrillus van Jeruzalem: Laat het Kruis ons zegel zijn,
met moed, gemaakt door onze vingers op ons voorhoofd en in alles; over het
brood dat we eten en de beker dat we dringen, in ons komen en gaan, voor onze
slaap en wanneer we wakker worden, op reis en wanneer we rusten.
(in de vroege kerk maakten ze een kruisje op het voorhoofd)
Paus Benedictus XVI angelus op 11/09/2005 : 'Het kruisteken
maken - zoals we tijdens de zegen zullen doen - betekent een zichtbaar en
openbaar' ja 'zeggen aan Degene die voor ons stierf en verrees, aan God die in
de nederigheid en zwakheid van Zijn liefde de Almachtige is, sterker dan alle
macht en intelligentie van de wereld. '
Katholieke
Encyclopedie :
De waarde van een zegen die een particulier in zijn eigen
naam geeft, staat in verhouding tot zijn aanvaardbaarheid voor God vanwege zijn
individuele verdiensten en heiligheid. Aan de andere kant heeft een zegen die door
de Kerk is goedgekeurd het gewicht van autoriteit die de stem van de bruid van
Christus, bereikt en pleit namens haar kinderen. De hele werkzaamheid van deze
zegeningen, voor zover ze liturgisch en kerkelijk zijn, is dus afgeleid van de
gebeden en aanroepingen van de Kerk die in haar naam door haar dienaren wordt
gedaan.
Zegeningen kunnen worden onderverdeeld in twee klassen,
namelijk: als aanroeping en constitutief. De eerste zijn die waarin de
Goddelijke goedheid wordt aanroepen op personen of dingen, om een tijdelijk
of spiritueel goed op hen neer te doen dalen zonder hun vroegere toestand te
veranderen. Dit soort zijn de zegeningen die aan kinderen en over maaltijden
worden gegeven. De laatste klasse wordt zo genoemd omdat ze personen of dingen
permanent tot goddelijke dienst toewijden door hun een heilig karakter te
geven, waardoor ze een nieuwe en aparte spirituele relatie aangaan . Dat zijn
de zegeningen of wijdingen die kerken en liturgisch vaatwerk krijgen door hun
toewijding. In dit geval wordt een zekere blijvende kwaliteit van heiligheid
verleend op grond waarvan de personen of dingen die gezegend worden,
onschendbaar heilig worden, zodat ze niet van hun religieuze karakter kunnen worden
ontdaan of voor profane doeleinden kunnen worden gebruikt. Theologen
onderscheiden zegeningen van een gemiddeld soort, waardoor dingen tot
bijzondere instrumenten van redding worden gemaakt zonder tegelijkertijd
onherroepelijk heilig te worden, zoals gezegend zout, kaarsen, enz. Zegeningen
zijn geen sacramenten; ze hebben geen goddelijke instelling; ze verlenen geen
heiligmakende genade; en ze brengen hun effecten niet voort krachtens de ritus
zelf, of ex opere operanto. Het zijn sacramenten en als zodanig hebben ze de
volgende specifieke effecten:
* Opwekking van vrome emoties en genegenheid van het hart
en, door middel hiervan, opwekken tot vergeving van alledaagse zonden en van uitboeting
van de tijdelijke straf die daardoor wordt veroorzaakt.
* Bevrijding van macht van boze geesten;
* Behoud en herstel van de lichamelijke gezondheid.
* Diverse andere voordelen, tijdelijk of spiritueel.
Al deze effecten zijn niet noodzakelijkerwijs inherent aan
één zegen; sommige worden veroorzaakt door een gebruikte formule en andere volgens de intenties van de Kerk. Evenmin
mogen deze effecten als onfeilbaar worden beschouwd, behalve voor zover de Kerk
deze eigenschap toekent. De religieuze verering, waarin de gelovigen zegeningen
niet aanzien als bijgeloof, aangezien het helemaal afhangt van de offers van de
Kerk aan God aangeboden (door de verdiensten van Jezus op het Kruis) dat de
personen die de gewijde dingen gebruiken die door de bedienaars van de Kerk
wijden, aan hen bepaalde bovennatuurlijke voordelen kunnen ontlenen. Er worden
gevallen gemeld in heiligenlevens waar wonderen werden verricht door de
zegeningen van Heiligen. Er is geen reden om de wonderbaarlijke tussenkomst van
God te beperken tot de vroege eeuwen van de Kerk, en de Kerk accepteert deze wonderbaarlijke
gebeurtenissen nooit tenzij het bewijs van hun authenticiteit absoluut
onaantastbaar is.
Dus een wijding moet strikt door
een Priester, Bisschop of Diaken gebeuren (zoals wijwater, medailles, kaarsen
enz.) omdat het de Priester is in Jezus plaats die de zegening of wijding
doet.
Maar een leek mag door hun Doopsel en hun geloof zegenen en
moet deze zegeningen gebruiken in het leven. Het kruisteken is een grote gaven
voor alle Christenen. Dus: een ouder mag de zegen geven aan zijn kinderen,
mensen mogen elkaar zegeningen toewensen, mensen mogen zegeningen vragen voor
andere mensen of zaken, maar natuurlijk
heeft het niet dezelfde uitwerking als van een Kerkelijk Bedienaar wat betreft
vb. het opheffen van duivelse krachten.
Wat met relikwieën van Heiligen? Het hangt af van het
geloof en de staat van genade van de persoon die de relikwie bij zich heeft en
hoeveel geloof hij stelt in de voorspraak van de Heilige. Maar een gewijd
voorwerp van de Priester, Bisschop of diaken heeft de zekere wijding en kracht.
Over het huwelijk:
De gedoopte mensen kunnen zegenen omdat God hen gezegend
heeft. We weten dat: 1. Het huwelijk een sacrament is. En een sacrament is een zichtbaar
teken waarmee God zijn Genade meedeelt. 2. We weten dat het doel van het
huwelijk betekent verenigd zijn en de Schepper, het hoofddoel is waarmee de echtgenoten zich
door middel van hun vruchtbaarheid ten dienste van het Leven stellen. Maar we weten
ook dat het een fout is om die vruchtbaarheid te beperken tot het zuiver
biologische aspect, alsof de samenwerking van de mens met God met betrekking
tot het nieuwe leven beperkt zou zijn om zwanger te worden en het nieuwe wezen
te verlichten. Nee, de vruchtbaarheid van de Christelijke echtgenoten is niet
beperkt, maar het strekt zich nog steeds uit en vindt uitdrukkingen die
verhevener zijn dan die van de biologische verwekking van het kleintje, waarbij
de verwekking in het leven van de geest is, en waarin de ouders zich verbinden
tot het doopsel en alle christelijke vorming. Het huwelijk is dus een sacrament,
omdat de echtgenoten daardoor de genade ontvangen die nodig is om voor de ander
een beeld van Christus te zijn, en een instrument waarmee Christus zijn genade
aan hen meedeelt.
Dit maakt in eerste instantie dat elke echtgenoot er is voor
de ander, wat het verenigende doel van het huwelijk vormt; maar het is
duidelijk dat het huwelijk niet kan worden beperkt dat, en dat tegelijkertijd
het verenigende doel NIET het hoofddoel alleen is dat het huwelijk beoogt; maar
dat de ouders, die deze eenheid van liefde hebben gevormd, samen, door middel
van deze eenheid, in de eerste plaats die liefde van Christus die ze beleven,
naar de anderen moeten overbrengen, in de eerste plaats naar de kinderen die
God aan hun zorg heeft toevertrouwt. Om die reden is het voortplantingsdoel het
primaire of belangrijker doel van het huwelijk: omdat een veronderstelde
eenheid van liefde tussen de Christelijke echtgenoten die deze genade van
Christus niet aan de anderen meedeelt, een dode eenheid is die niet echt op
Christus is gebaseerd.
Als de mens zegent omdat hij door God is gezegend, dus
in het specifieke geval van het huwelijk, de ouders, het beeld van God voor de
kinderen, wanneer de ouder de zegen aan zijn kinderen doorgeeft, de genade aan
hen van het huwelijk doorgeeft, is dat inderdaad het geval de genade die God
hen heeft gegeven om bevrucht te worden door middel van haar eenheid, die haar
kinderen niet alleen het biologische leven, maar ook het leven van de geest
voortbrengt. Kortom, de zegen van de ouders brengt de genade met zich mee die
God hen heeft gegeven om hun kinderen het leven van de geest te geven, reden
waarom het daarin een bevoorrechte daad is waarmee de ouders hun kinderen
helpen God te vinden en ze zegenen.
Uit : es.catholic.net/foros/
|