|
Wijwater
Het thema van water loopt als een rode draad door het
Nieuwe Testament. Nergens is er zoveel bewijs dat in het Evangelie van
Johannes. J. B. Lightfoot merkt op dat het hele Evangelie verwijst naar water,
als een symbool van zuivering, leven en de H. Geest; het is het medium waardoor
Jezus herhaaldelijk zijn identiteit toont en zijn doel van redding.; en een
sacramenteel symbool van het doopsel en de Eucharistie. Het motief verschijnt
eerst wanneer Johannes de Doper zich aankondigt als degenen die doopt met water
(Johannes 1:26). Het wordt voorgezet in de eerste mirakels van Jezus zoals in de
bruiloft te Kana. Water dat gebruikt werd in vaten die gebruikt werden voor de
Joodse zuiveringsrite veranderden in wijn, en zorgden dat de gasten nieuwe wijn
kregen toen de voorraad was uitgeput. De discipelen begrepen op deze manier
beter Jezus identiteit.(Joh 2:1-11) In zijn dialoog met Nicodemus legde Jezus
uit dat enkel degenen die geboren werden uit water en de Geest het Koninkrijk van
God zullen binnengaan (Joh 3:5).
Hij heeft ook een bijzondere ontmoeting met de
Samaritaanse vrouw bij de bron waar een groot deel van het gesprek over water
gaat (Joh 4:6-30). Hij geneest een lamme bij de poel van Bethesda (Joh 5:2-9),
verbaast zijn discipelen door op het water te lopen (Joh 6:16-21), een blinde
te genezen met water bij de poel van Siloam (Joh 9:7) en de voeten van zijn
discipelen te wassen als symbool van dienstbaarheid (Joh 13:1-20). Water maakt
een krachtige indruk in Johannes beschrijving van de Kruisiging wanneer het
water samen met Jezus Bloed uit zijn zijde vloeit als Hij aan het Kruis hangt.
Het suggereert dat Hij evenzeer redt door water als door Bloed. Uit deze
laatste verwijzing is de praktijk gerezen in verschillende Christelijke
tradities dat water gemengd wordt met wijn in de kelk. Het gebruik van wijn
gemengd met water in de viering van de Eucharistie wordt het eerst vermeld door
Justinus de Martelaar, de vroege Christelijke apologist, midden 2de
E.
De oorsprong van wijwater
De Kerk ontwikkelde zijn eigen concept van wijwater. In
hoofdzaak werd zijn spirituele efficiëntie bekeken in termen van exorcisme, wijding
en genezing, van de wijding door een priester en occasioneel door een leek.
Maar de Oosterse Kerk nam hierin de leiding en wijdde en gebruikte wijwater
vanaf de 4de E. Epiphanius, bisschop van Salamis vertelt dat in de
late 4de E bij Tiberias een man, Jozef genoemd, water sprenkelde op
een krankzinnige, nadat hij eerst het kruisteken had gemaakt en de boze geesten
beval om uit hem te treden. Theodore van Antiochië vermeldt dat Marcellus,
Bisschop van Apamea in de late 4e E water wijdde door een kruisteken
erover te maken en dat een van de paarden van de keizer weg genezen door het gewijdde
water te drinken. De oudste overlevering van de liturgie voor het wijden van
water werd gevonden in de Euchologion van Serapion, die Bisschop was van Thmuis
in Neder-Egypte en stierf rond 392, en een andere die blijkbaar door de H.
Basilius de Grote werd opgesteld gedurende een bezoek aan Jeruzalem in 377. De
H. Basilius bevestigde dat het water door gebed en wijding van de Priester de
levengevende kracht van de H. Geest ontvangt. Zijn ritueel werd waarschijnlijk
gebruikt in Antiochië op het feest van Driekoningen in 387 toen de H. Johannes
Chrysostomos een preek hield en zei: Dit is de dag waarom Christus werd
gedoopt en door Zijn doopsel heiligde Hij het element van water.
En om die
reden wordt op middernacht van dit feest, alle gelovigen tot het wijwater
geroepen en opgeroepen om het thuis te bewaren, omdat het water op deze dag
werd gewijd. Het werd later herzien door de H. Proclus, patriarch van Jeruzalem
van 634 tot 638. De Byzantijnse liturgie voorziet voor de plechtige wijding van
water op Driekoningen als herinnering van Christus doopsel in de Jordaan. Het
wordt beschouwd als een herbekrachtiging van het doopsel, waardoor Jezus aan
het water een mystieke kracht van heiliging gaf, een teken van de hemelse
stromen van goddelijke genade. Er wordt van het wijwater ook permanent wat aan
de ingang van de kerken in een wijwatervat bewaard, en het wordt officieel
hydrokometes (geïntroduceerde door water) dat de gelovigen sprenkelde als ze
binnen gingen. Terwijl de jaarlijkse Driekoningen ceremonie gekend was als de
Grote Wijding van het Water, werd er een reserve aangelegd voor andere mindere
wijdingen en wanneer er meer wijwater nodig was voor doopsels en andere
doeleinden. Het Concilie van Constantinopel van 691 bevatte de ritus voor het
wijden van water bij het begin van elke maand volgens de maankalender.
Het concept van wijwater lijkt later zijn intrede te hebben
gevonden in de Westerse Kerk, met de eerst historische getuigenis van de
praktijk van het wijden van water vanaf de 5de E, hoewel de H.
Ambrosius, bisschop van Milaan, die stierf in 397, leerde dat de H. Geest het
water consacreerde door het gebed van de bedienaar. De vroegste gekende
Latijnse liturgische tekst over het onderwerp is een voorschrift om het
wijwater te mengen met gewijd zout in de 6de E in het Liber
Pontificalis. Net zoals in de oosterse traditie zijn er vroege verwijzingen
naar de efficiëntie van leken die zegenen, evenals wijwater gewijd door
Priesters.
Gregorius van Tours
vertelt het verhaal over een kluizenaar Eusitius genoemd die in de 6de
E leefden en slachtoffers van derdendaagse koorts genas door hen water te
geven dat hij had gezegend. Onder de vroegste opgetekende getuigenissen van het
gebruik van wijwater in Engeland is een verhaal van Bede die verteld hoe John
of Beverley, Bisschop van York van 706-721, een monnik stuurde om wat water mee
te nemen die hij had gewijd voor de wijding van een kerk naar een vrouw die
reeds 40 dagen zwaar ziek was. De monnik kreeg de instructie zowel haar wat van
dat water te drinken te geven en het deel van haar lichaam te wassen wat het
meest pijn deed. Onmiddellijk daarna stond de vrouw recht uit haar bed en was
ze volledig genezen. Uit: Water: A Spiritual History Ian Bradley


Lourdeswater
Op vraag van Anselme Lacadé in 1858 werd het Lourdes water
onderzocht door een professor in Toulouse, die rapporteerde dat het water
drinkbaar is en dat het water de volgende elementen bevat: zuurstof, stikstof,
koolzuur, carbonaten van kalk en magnesium, sporen van ijzercarbonaat, een
alkalisch carbonaat of silicaat, chloriden van kalium en natrium, sporen van
kaliumsulfaten en natriumcarbonaat, sporen van ammoniak en sporen van jodium. In
wezen is het water vrij zuiver en inert.
Het water is meestal koud; de temperatuur is ongeveer 12° C.
Lourdeswater stroomt uit een bron in de grot op dezelfde plek waar Bernadette
het ontdekte. Het water stroomt maximaal 40 liter per minuut. Het water wordt
opgevangen in een stortbak en afgegeven via een kranensysteem in de buurt van
het heiligdom, waar pelgrims het kunnen drinken of in flessen kunnen verzamelen
om mee te nemen. De originele bron is te zien in de grot, beschermd door een
glazen scherm.
In de afgelopen jaren is het systeem van kranen geleidelijk
veranderd. Vanaf 2008 wordt water afgegeven uit een reeks kranen die in steen
zijn geplaatst in een cirkel rond de basis van een van de kleinere torens van
de bovenste basiliek.
In 2002 werd de Waterwandeling geïntroduceerd, over de rivier
Gave en iets stroomafwaarts van de Grot. Het bestaat uit een reeks van negen
staties waar zich een kleine kraan bevindt. Tijdens de wandeling worden
pelgrims uitgenodigd om zich te wassen of te drinken en te mediteren over
Bijbelteksten. Elke statie werd vernoemd naar een Bijbelse poel.
1. Bersheva: Genesis 21:25-34
2. Op de weg naar Gaza: Handelingen 8:26-40
3. Meribah: Exodus:17,1-7
4. Gaddi-In: Hooglied 1:13-14
5. De bron van de Tempel: Johannes 7:37-39
6. Nazareth: Lucas 2:51-52
7. Jacob's Bron: Johannes
4:1-26
8. Bethesda: Johannes 5:1-18
9. Siloam: Johannes 9:1-41
|