|
Pieker niet het leidt alleen tot kwaad
10/3/2020
Zoals de meesten van ons had ik gisteravond na het zien van
het nieuws veel om over na te denken. Ik ging naar bed en werd later op de
avond wakker om te bidden. Daarna begon ik te piekeren en kon ik niet meer
slapen. Toen hoorde ik een innerlijke stem zeggen: "Sta op en bid!"
Dus stond ik weer op en dacht dat God me riep om te bidden over de
wereldsituatie. Het was zo, maar niet zoals ik had gedacht.
Zoals ik vaak doe voor de tweede ronde van het nachtgebed,
bad ik het Getijdengebed. Om de een of andere reden kan ik daarna altijd meteen
in slaap vallen. Ik werd begroet in het Getijdengebed met Psalm 37 verdeeld in
drie delen. Het is een aansporing tot geduld en vertrouwen. Ik moedig je (en
mezelf!) aan om vaak deze psalm te bidden. Deel I luidt als volgt:
Psalm 37
Erger je niet aan slechte mensen, wees niet jaloers op wie
kwaad doen, zij verdorren snel als gras, zij verwelken als het jonge groen.
Vertrouw op de Heer en doe het goede, bewoon het land en
leef er veilig. Zoek je geluk bij de Heer, hij zal geven wat je hart verlangt.
Leg je leven in de handen van de Heer, vertrouw op hem, hij
zal dit voor je doen: het recht zal dagen als het morgenlicht, de gerechtigheid
zal stralen als de middagzon.
Blijf kalm en wacht op de Heer, erger je niet aan wie
slaagt in het leven, aan wie met listen te werk gaat.
Wind je niet op, laat je woede varen, erger je niet, dat
brengt maar onheil. Slechte mensen worden verdelgd, wie hopen op de Heer,
zullen het land bezitten.
Nog even, en verdwenen is de zondaar, je kijkt waar hij is,
maar vindt hem niet. Wie nederig zijn, zullen het land bezitten en gelukkig
leven in overvloed en vrede.
De zondaar belaagt de rechtvaardige met een grijns op zijn
gezicht. Maar de Heer lacht hem uit en ziet de dag al van zijn ondergang.
Zondaars trekken hun zwaard en spannen hun boog, om zwakken
en armen te doden, om af te slachten wie eerlijk hun weg gaan. Maar het zwaard
dringt in hun eigen hart en hun bogen worden gebroken.
Beter het weinige dat een rechtvaardige heeft dan de
rijkdom van talloze zondaars. De macht van de zondaars wordt gebroken, maar de
Heer zal de rechtvaardigen steunen.
De Heer trekt zich het lot van onschuldigen aan, hun bezit
blijft voor eeuwig behouden. Zij worden niet teleurgesteld in kwade dagen, in
tijden van hongersnood hebben zij te eten.
De zondaars zullen ten onder gaan, de vijanden van de Heer
verdwijnen als bloemen in het veld, verdwijnen als rook.
De zondaar vraagt te leen en brengt het niet terug, de
rechtvaardige geeft, uit mededogen. Gods gezegenden zullen het land bezitten,
de vervloekten worden verdelgd.
Wie de Heer welgevallig is, mag zijn weg gaan met vaste
tred. Al komt hij ten val, hij blijft niet liggen, want de Heer richt hem op.
Ooit was ik jong, nu ben ik oud en nooit zal ik dat een
rechtvaardige werd verlaten, nooit zag ik zijn kinderen zoeken naar brood; hij
is vol mededogen en leent uit, elke dag, voor zijn kinderen is hij een zegen.
Mijd het kwade en doe het goede, en je zult voor eeuwig
wonen in het land, want de Heer heeft gerechtigheid lief, wie hem trouw zijn,
verlaat hij niet.
Zij blijven voor eeuwig behouden, maar het nageslacht van
zondaars wordt verdelgd. De rechtvaardigen zullen het land bezitten en het
bewonen, hun leven lang.
De mond van de rechtvaardige spreekt wijsheid, zijn tong
spreekt gerechtigheid, hij draagt de wet van God in zijn hart en zijn voeten
struikelen niet.
De zondaar loert op de rechtvaardige en zoekt een kans om
hem te doden, maar de Heer laat zijn dienaar niet los: wordt hij aangeklaagd,
vrijspraak zal volgen.
Vestig je hoop op de Heer en blijf op de weg die hij wijst,
hij zal je aanzien geven en grondbezit, je zult beleven dat zondaars worden
verdelgd.
Ik heb een zondaar gezien, een uitbuiter, hij groeide uit
als een woekerende laurier; op een dag was hij verdwenen, ik zocht hem en ik
vond hem niet.
Zie de onschuldige, kijk naar de oprechten: wie
vredelievend zijn hebben de toekomst. Maar zondaars worden verdelgd, er is geen
toekomst voor een slecht mens.
De rechtvaardigen vinden redding bij de Heer, hij is hun
toevlucht in tijden van nood. De Heer heeft hen altijd geholpen en bevrijd, hij
bevrijdt hen ook nu van de zondaars, hij redt hen, want zij schuilen bij hem.
De moraal van het verhaal is te onthouden dat God elke
situatie onder controle heeft. Door elk moment te beleven dat versmolten is met
de Goddelijke Wil, nemen we op een verborgen manier deel aan het mysterieuze
plan van God en brengen we het Koninkrijk tot bloei.
Alleen in God zal onze ziel in rust zijn. Glorie en lof aan
onze God! Fiat!
|