|
Ik dacht bij mezelf: "O, God, wat zijn deze boeken
mooi!" Ik ben dol op boeken. Vooral deze boeken spraken me aan. Ze waren
verbluffend. Terwijl ik rondkeek, werd ik overmand door verbazing.
Op dat moment zei de man in de kamer tegen me: Kom eens
kijken. Ik wil je deze kamer laten zien en ik wil uitleg geven over tranen. Dit
is slechts een van de vele kamers zoals deze. Ik heb de leiding over deze
kamer.
Terwijl hij praatte, kwam er een grote engel door de
ingang. De schoonheid en majesteit van dit hemels wezen verbaasde me. Ik merkte
dat hij een wit, glinsterend gewaad droeg met een gouden rand die helemaal naar
beneden ging aan de voorkant. Hij leek ongeveer twee meter lang en had hele
grote vleugels.
De engel hield een kommetje in zijn handen. De gouden kom
was gevuld (zie Openbaring 5: 8) met een vloeistof. De man in de kamer vertelde
me: "Hij heeft me zojuist een kom tranen van de aarde gebracht. Ik wil dat
je ziet wat we met deze tranen doen.
De engel gaf hem de kom, samen met een stuk papier. Op het
briefje stond de naam van de persoon wiens tranen in de kom waren. De man in de
kamer las het briefje en ging toen naar een van de plaatsen waar de flessen
werden bewaard. Hij las het plakaatje onder de fles, en ik wist dat het
overeenkwam met de persoon van de aarde die in het briefje werd genoemd. De man
pakte de fles die bijna vol was en bracht hem naar de kom. Hij schonk de tranen
uit de gouden kom in de fles.
Ik wil je laten zien wat we hier doen, zei de man tegen
me. Vertel de mensen op aarde hierover. Vervolgens nam hij de fles naar de
tafel, pakte een van de boeken, opende het en zei: "Kijk! De pagina's in
het boek waren helemaal blanco. De bewaarder van de kamer zei tegen me: Dit
zijn tranen van de heiligen van God op aarde terwijl ze tot God roepen. Kijk
wat er gebeurt."
Vervolgens schonk de man een druppel uit de fles, een klein
druppeltje, op de eerste pagina van het boek. Toen hij dat deed, begonnen
onmiddellijk woorden te verschijnen. Mooie woorden, elegant handgeschreven,
verschenen op de pagina. Elke keer een traan op een pagina viel, verscheen er
een hele pagina met geschreven woorden. Hij bleef pagina na pagina doen,
telkens met druppels tranen.
Toen hij het boek sloot en sprak, leek hij tegen de hele
mensheid en tegen mij te zeggen: 'De meest volmaakte gebeden zijn degenen die baden
in tranen die komen uit het hart en ziel van mannen en vrouwen op aarde. "
Toen zei de engel met regenboogvleugels tegen mij:
"Kom en zie de glorie van God."
God
opende het Boek
Meteen werden we naar een enorme plaats gevoerd met
duizenden en duizenden mensen en hemelse wezens. Oh, het was prachtig!
Na een tijdje leken de mensen te vervagen en verscheen een
nog grotere vertoning van Gods heerlijkheid. De lofprijzing van God werd overdonderend.
De engel nam me mee naar Gods troon. Ik zag een enorme wolk, een mist, en ik
zag een beeld van het Wezen in de wolk. Ik kon Gods gezicht niet zien, maar ik
zag de glorie van God en een regenboog over de troon. Ik hoorde de stem van God
en het klonk net zoals Johannes het beschreef: "Ik hoorde een stem uit de Hemel,
zoals de stem van vele wateren, en als de stem van luide donder"
(Openbaring 14: 2). In deze machtige arena zag ik veel paarden met ruiters
naast de troon.
Plots zag ik een boek liggen op het enorme altaar dat voor
Gods troon stond. Ik zag engelen voor Hem buigen. Vol ontzag keek ik naar dit
tafereel en ik zag een mensenhand die uit de wolk kwam en het boek opende. Op
de een of andere manier wist ik dat het Gods hand was die het boek opende. Verbaasd
zag ik rook opstijgen uit het boek. Plotseling vulde een geur van parfum de
hele plaats. De engel vertelde mij dat dit boek de gebeden van de heiligen
bevat en dat God Zijn engelen naar de aarde zond om de gebeden te verhoren die
als kreten uit hun hart klonken. Iedereen prees en verheerlijkte God.
Toen God het boek opende, kwamen er pagina's uit het boek
en vlogen in de handen van de engelen die te paard waren. Ik kon Zijn stem
horen, "als de stem van luide donder", en Hij riep: "Ga, verhoor
haar gebeden! Ga, verhoor zijn gebeden! "
Psalm 56:9-12: Mijn omzwervingen hebt u opgetekend, vang
mijn tranen op in uw kruik. Staat het niet alles in uw boek? In het uur dat ik
u aanroep wijken mijn vijanden, want dit weet ik: God staat mij terzijde. Op
God, wiens woord ik prijs, op de Heer, wiens woord ik prijs, op God vertrouw
ik, angst ken ik niet, wat kan een mens mij aandoen?
Het levend Woord van God legt ons uit wat Hij met onze
tranen doet. Hoe mooi is het om de heerlijkheid en het wonder van onze God te
begrijpen! Hoe geweldig is het om ontvangers van Zijn mededogen te zijn! Hij
geeft zelfs om onze tranen.
Veel Bijbelteksten spreken ons over onze tranen, over ons
verdriet en over Gods troost. Lees deze Bijbelverzen en verheug je:
2 Koningen 20:5: Dit
zegt de Heer, de God van je voorvader David: Ik heb je gebed gehoord en je
tranen gezien. Welnu, Ik zal je genezen.
Psalm 6:7-10: Moe
ben ik van zuchten, elke nacht is mijn kussen nat, mijn bed doorweekt van
tranen. Mijn ogen zijn gezwollen van verdriet, roodomrand van alles wat mij
benauwt. Weg van mij, allen die kwaad doen! De Heer hoort hoe luid ik ween, de
Heer hoort mijn roep om erbarmen, de Heer neemt mijn smeekbede aan.
Psalm 116:8: Ja, U hebt
mijn leven ontrukt aan de dood, mijn ogen gedroogd van tranen, mijn voeten voor
struikelen behoed.
Psalm 126:5-6: Zij
die in tranen zaaien, zullen oogsten met gejuich. Wie in tranen op weg gaat,
dragend de buidel met zaad, zal thuiskomen met gejuich, dragend de volle schoven.
Jesaja 25:8: Voor
altijd doet Hij de dood teniet. God, de Heer, wist de tranen van elk gezicht,
de smaad van zijn volk neemt Hij van de aarde weg.
Jeremia 31:16: Maar
dit zegt de Heer: Huil niet langer, droog je tranen. Je zorg voor hen wordt nu
beloond. Ze keren terug uit het land van de vijand.
Openbaring 7:17: Want
het Lam midden voor de troon zal hen hoeden, hen naar de waterbronnen van het
leven brengen. En God zal alle tranen uit hun ogen wissen.
Openbaring 21:4: Hij
zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw,
geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.
Jesaja 35:10: Wie
door de Heer bevrijd zijn, keren terug. Jubelend komen zij naar Sion, gekroond
met eeuwige vreugde. Gejuich en vreugde trekken de stad binnen, gejammer en
verdriet vluchten eruit weg.
Glorie aan God, de Hemel is een echte plek! We zullen er
echt heen gaan. En we zullen geen rookpluimen zijn die op een wolk zweven als
we naar de Hemel gaan.
Een van de prachtige dingen aan de Hemel is dat onze tranen
en verdriet zullen worden vervangen door eeuwige vreugde, zoals beloofd in Gods
Woord. Maar er is nog veel meer!
Gods
troon
De Hemel is een echte plek. Het is een letterlijke
bestemming. Het is niet een vluchtige droom, een of andere ingebeeld visioen.
God heeft aan ons allen veel van de realiteit van de Hemel onthuld door de Bijbel.
De
eerste Hemel
Ten eerste is er een atmosferische hemel. Dit is de
atmosfeer rond de aarde. Het is waar de vogels vliegen en de winden waaien.
Hier worden buien, stormen, nevels, damp en wolken gevormd. De lucht is de
plaats waarnaar de engel in Handelingen 1:11 naar verwees toen hij de
discipelen vroeg waarom ze 'naar de hemel staarden. Toen Jezus met Zijn Vader
sprak, "hief Hij Zijn ogen op ten hemel" (Johannes 17: ), of naar de lucht.
De
tweede Hemel
Dan is er de hemel van de ruimte. Dit is het gebied van de
zon, de maan en de sterren. Het staat op veel plaatsen vermeld in de Bijbel,
waarvan er hier enkele worden weergegeven:
Genesis 22:17: Ik
zal je rijkelijk zegenen en je zoveel nakomelingen geven als er sterren aan de
hemel zijn en zandkorrels op het strand langs de zee, en je nakomelingen zullen
de steden van hun vijanden in bezit krijgen.
Deuteronomium 4:19: En
als u omhoog kijkt en de zon, de maan en de sterren ziet, al die lichten aan de
hemel, laat u er dan niet toe verleiden daarvoor neer te knielen en te vereren
wat de Heer, uw God, voor de ander volken op aarde heeft bestemd.
Job 38:31-33: Kun
jij de Plejaden aan banden leggen of de ketenen van Orion losmaken? Kun jij de
dierenriem op tijd laten schijnen en de Grote Beer met haar jongen de weg
wijzen? Ken jij de wetten van de hemel, kun jij jouw orde aan de aarde
opleggen?
Jesaja 13:10: De
sterren aan de hemel geven geen licht meer, sterrenbeelden doven uit, de zon is
verduisterd als ze opkomt, het licht van de maan is verdwenen.
Matteüs 24:29: Meteen
na de verschrikkingen van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan
geen licht meer geven, de sterren zullen uit de hemel vallen en de hemelse
machten zullen wankelen.
De
derde Hemel
De bestemming van de rechtvaardigen ligt echter buiten de
atmosfeer en de sterrenhemel. Deze plek is waarnaar de H. Apostel Paulus
verwees toen hij schreef:
2 Korintiërs 12:2: Ik
ken een volgeling van Christus die veertien jaar geleden tot in de derde Hemel
werd weggevoerd in zijn lichaam of buiten zijn lichaam, dat weet ik niet, dat
weet God alleen.
De Hemel, zoals ik de term in dit boek gebruik, is het
gebied dat dikwijls wordt genoemd als de onmiddellijke aanwezigheid van God:
Hebreeën 9:24: Christus
is immers niet binnengegaan in een heiligdom dat door mensenhanden is gemaakt,
in de voorafbeelding van het hemelse heiligdom, maar in de Hemel zelf, waar Hij
nu bij God voor ons pleit.
De Hemel is waar God leeft. Toen Jezus ons leerde bidden,
zei Hij dat we moesten bidden tot "onze Vader in de Hemel" (Matteüs
6: 9).
In 1 Koningen 8:30 wordt de Hemel de woonplaats van God
genoemd. In Psalm 11:4 wordt het Gods heilig paleis genoemd en de plaats waar
Zijn troon is.
Daar, in de tempel van Gods goddelijke majesteit, wordt
Zijn uitstekende heerlijkheid op de meest opvallende manier geopenbaard. Het is
een heilige plaats van licht, vreugde en heerlijkheid. We weten niet precies
waar de locatie is, maar dikwijls wordt in de Bijbel de Hemel aangegeven als in
den hoge.
We weten dat God Almachtig is in de Hemel. Hij en Jezus
Christus staan in het middelpunt van aanbidding door Heiligen, Engelen, en alle
wezens.
Wat een glorierijk gezelschap is er in de Hemel! De Engelen
zijn er aanwezig, omdat Jezus zei:
Matteüs 18:10: Want
Ik zeg jullie: de engelen van de geringen aanschouwen in de Hemel onophoudelijk
het gelaat van mijn Hemelse Vader.
De Heiligen zijn er omdat Jezus ons beloofde:
Johannes 14:3: Wanneer
Ik een plaats voor jullie gereed gemaakt heb, kom Ik terug. Dan zal Ik jullie
met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar Ik ben.
In 1 Petrus wordt ons gezegd:
1 Petrus 1:4: Er
wacht u, die door Gods kracht wordt beschermd omdat u gelooft, in de Hemel een
onvergankelijke, ongerepte erfenis die nooit verwelkt. U ziet de redding
tegemoet, die aan het einde van de tijd zeker geopenbaard zal worden.
Heiligen, ik vind het spannend om te getuigen van mijn
prachtige bezoek aan de Hemel. Ik ben verheugd om jullie te vertellen over de
dingen en de mensen die ik zag.
De
Lofprijzing van de Hemel
Nadat Gods engel me de tranenkamer had laten zien,
herhaalde hij de litanie die ik zo dikwijls in mijn bezoek aan de Hemel hoorde:
"Kom en zie de glorie van je God!"
De stralende, prachtige hemelse luister overweldigde me. De
gloed van glorie die overal leek uit te stralen, vulde mij met ontzag. De
schoonheid en gelukzaligheid van dat mooie land kunnen niet nauwkeurig worden weergegeven
door het geestesoog, tenzij een persoon het zelf heeft gezien.
Op dat moment dacht ik aan de woorden die ik ooit iemand
hoorde citeren:
Het
licht van de Hemel
is het
gezicht van Jezus.
De
vreugde van de Hemel
is de
aanwezigheid van Jezus.
De
harmonie van de Hemel
is de
lofprijzing van Jezus.
Het
thema van de Hemel
is het
werk van Jezus.
Het werk
in de Hemel
is de
dienst aan Jezus.
De
volheid van de Hemel
is
Jezus Zelf.
Terwijl ik de engel volgde, voelde ik overal vreugde, vrede
en geluk. Mijn gedachten gingen naar mijn gezin op aarde, en het leek erop dat
de engel mijn gedachten kende. Hij zei: Je moet een missie vervullen voor God.
Je moet de mensen op aarde vertellen wat er hier is. God laat je iets van de Hemel
zien, maar niet alles. Kom en zie de glorie van je God."
Toen we onze bestemming bereikten, hoorde ik heel veel
stemmen die Gods lof zongen. De prachtige muziek van de aanbidders in de Hemel trof
mijn ziel. Eer en glorie weerklonken en weerklonken in de wijde uitgestrektheid
van de Hemel toen serafijnen en heiligen eindeloos uitbundig lofliederen zongen.
Het naderen
van de troon
Mijn ziel was opgewonden en in vervoering. Op de een of
andere manier wist ik dat we Gods troon naderden. De engel die mij begeleidde,
stopte op verre afstand van Gods troon. Ik kon een panoramisch zicht zien van
gebeurtenissen die plaatsvonden. Ik zag hetzelfde tafereel dat Johannes zag in
zijn visioen dat hij beschreef in het Boek Openbaring:
Openbaring 5:11: Daarna
hoorde ik het geluid van een groot aantal engelen rondom de troon, de wezens en
de oudsten; het waren er oneindig veel, tienduizend maal tienduizenden, duizend
maal duizenden.
O mensen van de aarde, als jullie toch maar beseffen wat
God voor ons, die Hem liefhebben, in petto heeft!
Terwijl ik opgetogen naar het tafereel voor mij staarde,
gebeurde er iets moois. Ik kon harder horen dan deze eeuwig duizenden en
duizenden stemmen die God prezen. Dan - wonder boven alle wonderen! - de engel
stond mij toe te kijken naar wat ik altijd had naar verlangd om te zien: Gods
troon.
De
glorierijke troon van God
Gods troon was "hoog en verheven" (Jesaja 6:1).
De Rivier van Leven kwam onder de basis vandaan en stroomde in schoonheid en
zuiverheid. De glorie van God overschaduwde de troon. Het leek alsof overal bliksem,
donder en stemmen waren rond de troon. Johannes zei het volgende over Gods
troon:
Openbaring 4:5: Van
de troon gingen bliksemschichten uit en donderslagen en groot geraas. Voor de
troon brandden zeven vurige fakkels; dat zijn de zeven geesten van God.
Ik zag een regenboog boven en rond de troon, "die
eruit zag als smaragd" (Openbaring 4:3). De schitterende, glorierijke
tinten van de regenboog werden gemengd met licht, waardoor oogverblindend
intense kleuren ontstonden.
Het was anders dan alles wat ik ooit op aarde heb gezien.
Gevarieerde kleuren van stralend licht betekenden glorie en kracht. Prachtige
flitsen schoten uit de troon. Stalen van glorie straalden eruit. Zoveel van de Hemel
lijkt doorschijnend, en die luisterrijke stralen die uit de troon komen, zijn
gevuld met licht dat wordt weerspiegeld in elk deel van het paradijs!
Ik weet niet hoe lang ik in deze hemelse arena heb verbleven,
maar ik was overweldigd door ontzag. Ik dacht aan de duizenden die naar de Hemel
zijn gegaan en aan de vele duizenden die nog zullen komen. Ik dacht aan Gods
heiligheid, de zuiverheid van Zijn majesteit en de perfectie van Zijn Woord. Ik
riep hardop: O, God! Wat is het heerlijk om Uw heerlijkheid, Uw majesteit en
Uw kracht te zien!"
Zoals voorheen zei de engel "Kom met me mee. Er zijn
nog veel meer dingen in de Hemel die ik je wil laten zien.
De archiefzaal
Ik was verbaasd om een archiefkamer te zien waarin
minutieuze archieven werden bijgehouden. De engel zei dat God ervoor zorgt dat
Zijn engelen verslagen bijhouden van elke kerkdienst op aarde en elke dienst in
een huis waar Hij wordt opgeheven en geprezen.
God houdt ook gegevens bij van degenen die zich buiten Zijn
wil bevinden. Hij liet me zien hoe Gods engelen verslagen bijhouden van het
geld dat wordt gegeven in kerkdiensten, samen met een overzicht van de houding
waarmee mensen bijdrages geven. Hij vertelde me over mensen die geld hadden
maar het niet wilden geven aan het werk van de Heer. Ik dacht eraan hoe Jezus
zorgvuldig naar het offer en de offerkist keek toen Hij naar de tempel van de
Heer ging:
Marcus 12:41-44: Hij
ging tegenover de offerkist zitten en keek hoe de mensen er geld in wierpen.
Veel rijken gooiden veel geld in de kist. Er kwam ook een arme weduwe, die er
twee muntjes in gooide, ter waarde van niet meer dan een quadrans. Hij riep
zijn leerlingen bij zich en zei tegen hen: Ik verzeker jullie: deze arme
weduwe heeft meer in de offerkist gedaan dan alle anderen die er geld in hebben
gegooid; want die hebben gegeven van hun overvloed, maar zij heeft van haar
armoede alles gegeven wat ze had, haar hele levensonderhoud.
Terwijl vele dingen mij werden onthuld, waaronder de kamer waar
de archieven worden bewaard, herinnerde de engel mij eraan deze dingen vast te
leggen. Hij zei dat er veel dingen waren die mysteries voor mij waren, omdat ik
ze slechts vaag zag.
1 Korintiërs 13:12: Nu kijken we nog in een wazige spiegel,
maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal
ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben.
Maar de engel benadrukte dat ik de mensen moest vertellen
over de dingen die ik zag. Toen we een ander deel van de Hemel bereikten, keek
ik in een heel lange gang. De muren waren hoog en ze leken uit platina te
bestaan. Ik kon voortdurend de lofprijzing tot God horen. Ik was verbaasd over
de schittering van licht en glorie dat de muren weerspiegelden. Verbaasd vroeg
ik: Wat is dit?' Het leek alsof de muren kilometers lang waren; ik kon het
einde ervan niet zien.
Het
pakhuis van God
De engel die me deze dingen liet zien, zei: "Kijk naar
het bovenste van deze muur." Bovenop stond het woord Pakhuis. Toen ik
vroeg Wat zijn deze ruimten? vertelde de engel mij dat deze ruimten
zegeningen bevatten die werden bewaard voor Gods volk!
De Hemel is volmaakte zuiverheid en God wil Zijn heiligen
op aarde zuiveren zodat ze van de Hemelse sfeer zullen genieten. De Hemel is
vol vreugde en God wil Zijn volk op aarde vreugde schenken. De Hemel is eeuwige
vrijheid, en God verlangt dat Zijn volk reeds bevrijd is. De Hemel is volmaakte
heelheid en God wil Zijn volk hier op aarde genezen. De Hemel is volledige veiligheid,
en God wil dat Zijn volk vol vertrouwen is en zich veilig voelt op aarde. De
Hemel is vrucht en vervulling, en God verlangt dat Zijn volk op aarde wordt
vervuld.
Toen Jezus ons opdroeg te bidden Gods wil geschiede op
aarde zoals in de Hemel (Matteüs 6:10), openbaarde Hij dat God wil dat we de Hemel
reeds hier op aarde proeven! Heiligen, de Heer heeft speciaal voor jullie
opslagplaatsen van zegeningen. Ze wachten in de Hemel op jullie om ze op te
eisen en ze nu te ontvangen, hier op aarde. God wil jullie redden. Hij wil
jullie bevrijden. Hij wil jullie genezen. Hij wil dat jullie de vrede van God
kennen, die alle begrip te boven gaat. (Filippenzen 4:7). Hij wil dat jullie
een blijvende onuitsprekelijke vreugde vol glorie" ervaren (1 Petrus 1:8).
De
genezende Jezus
'Zie de glorie van je God verkondigde de engel. Toen hij
verdween, stond Jezus naast me. Ik keek naar Jezus. Hij leek nu groter te zijn
dan ik eerder had gedacht. Zijn schitterend gewaad hing elegant en sierlijk.
Sandalen sierden Zijn met littekens bedekte voeten, en Zijn gezicht en haar
waren mooi en glorierijk.
Terwijl ik naar Hem staarde, vroeg ik: Jezus, wat zijn
deze ruimten? De Heer sprak niet, maar Hij stak Zijn hand uit en bewoog die
naar de muur. Op dat moment verscheen een grote opening in de muur. Rondom de
randen van de opening zag ik glorie, kracht en licht. Zoals elk ander voorwerp,
leek dit God glorie te geven. Ik riep uit: "O Heer, wat is dit?"
Hij zei mij: "Mijn kind, deze zijn voor Mijn volk. Ze
zijn voor zondaars op aarde, als ze maar zouden willen geloven. Ik stierf om ze
heel te maken. Toen ik in Zijn ogen keek, wist ik dat Hij wilde dat mensen
geloofden dat Hij, Jezus Christus, was gestorven zodat we zouden heel kunnen
worden gemaakt. Hij zei: "Genezingen wachten op mensen op aarde. De dag
zal komen dat er een lawine van wonderen en genezingen op aarde zal komen.
"
Vervolgens zei Hij: "Kind, voor zover je kunt zien,
zijn dit bevoorradingsgebouwen of pakhuizen. De zegeningen die hier zijn
opgeslagen, wachten op het geloof van degenen op aarde. Het enige wat ze hoeven
te doen is geloven en ontvangen - geloven dat Ik, de Heer Jezus Christus ben en
dat Ik deze dingen kan bewerken, en Mijn gaven ontvangen.
Hij benadrukte: Wanneer je terugkeert naar de aarde,
onthoud dat jij niet de genezing bewerkt. Het is niet het vat dat genezing
brengt; Ik ben het. Je hoeft enkel mijn Woord te spreken en te bidden, en Ik
zal de genezing bewerken, Geloof dat Ik dat kan.
Ik riep: "Glorie aan God! Halleluja! Dank je,
Jezus!" Jezus deed Zijn hand naar beneden en de opening in de muur sloot
zich.
Vervolgens reisden de engel en ik met zeer hoge snelheid
naar een andere plaats. Ook hier kon ik de muziek en de glorierijke kreten van
Gods volk horen. De engel zei: Kind, de Heer heeft mij opgedragen je
verschillende dingen te laten zien. Vertel de mensen over deze dingen.'
|