|
Bovendien heeft de Zoon
van God bepaald dat de kerk zijn Mystieke Lichaam zou moeten zijn, waarmee Hij
als het Hoofd zou worden verenigd, naar de manier van het menselijk lichaam dat
Hij aannam, waarmee het natuurlijke hoofd fysiologisch is verenigd. Zoals Hij
een sterfelijk lichaam voor zichzelf nam, dat Hij aan lijden en dood gaf om de
prijs van de verlossing van de mens te betalen, zo heeft Hij ook één Mystiek Lichaam
waarin en waardoor Hij mensen deel geeft aan heiligheid en eeuwige redding.
Efeziërs
1:22-23: Hij (God) heeft alles aan zijn voeten gelegd en Hem als
hoofd over alles aangesteld, voor de Kerk, die zijn Lichaam is, de volheid van
hem die alles in alle vervult.
Verspreidde en afgescheiden leden kunnen onmogelijk met het
Hoofd verenigd zijn om 1 Lichaam uit te maken.
Maar de H. Paulus zegt:
1 Korintiërs
12:12: Een lichaam is een eenheid die uit vele delen bestaat;
ondanks hun veelheid vormen al die delen samen 1 lichaam. Zo is het ook met het lichaam van Christus.
Over dit Mystiek Lichaam verklaart hij:
Efeziërs
4:14-16: Dan zijn we geen onmondige kinderen meer die stuurloos ronddobberen
en met elke wind meewaaien, met wat er maar verkondigd wordt door mensen die
tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een
dwaalspoor willen brengen. Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en
elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is:
Christus. Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het
ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar
vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de
liefde.
En dus verspreide leden
die van elkaar zijn gescheiden, kunnen niet met één en hetzelfde hoofd verenigd
zijn. Er is 1 God en 1 Christus; en Zijn Kerk is één en het geloof is één; en het
volk is één, verenigd in de vaste eenheid met het lichaam in een band van samenhang.
Deze eenheid kan niet worden verbroken, en het lichaam kan niet afgescheiden worden
van zijn samengestelde delen(H. Cyprianus). En om de eenheid van de Kerk duidelijker te maken,
gebruikt hij het voorbeeld van een levend lichaam, waarvan de leden onmogelijk
kunnen leven tenzij ze verenigd zijn met het hoofd en er hun vitale kracht uit
putten. Gescheiden van het hoofd moeten ze noodzakelijkerwijs sterven. De Kerk
zegt de H. Cyprianus, kan niet in delen worden verdeeld door de leden te op te
delen en te scheiden. Wat van de moeder wordt afgesneden, kan niet
leven of ademen. Welke overeenkomst is er tussen een dood en levend lichaam? Want
niemand haat ooit zijn eigen lichaam, integendeel: men voedt en verzorgt het,
zoals Christus de Kerk, want dat is zijn lichaam en zij zijn de ledematen.
Efeziers 5:29-30
Als mensen een ander
lichaam willen stichten, moet een ander hoofd zoals Christus uitgevonden worden
dat wil zeggen: een andere Christus naast de ene Kerk, dat zijn Lichaam is.
Kijk waar je op moet letten - kijk wat je moet vermijden - kijk waar je
tegenop moet zien. Het gebeurt dat, net als in het menselijk lichaam, een lid,
een hand, een vinger, een voet kan worden afgesneden. Volgt de ziel het
geamputeerde lid? Zolang het in het lichaam was, leefde het; gescheiden,
verliest het zijn leven. Dus de Christen is Katholiek zolang hij in het Lichaam
leeft: er van afgesneden wordt hij een ketter - het leven van de geest volgt
niet het geamputeerde lid '(H. Augustinus, Sermoen CCLXVII, nr. 4).
De Kerk van Christus is
daarom voor altijd één en dezelfde; zij die het verlaten, wijken af van de wil
en het gebod van Christus, de Heer - en verlaten het pad van verlossing dat zij
ingaan naar dat van verderf. 'Wie gescheiden is van de Kerk, is verenigd met
een overspelige vrouw. Hij heeft zichzelf afgesneden van de beloften van de Kerk,
en hij die de Kerk van Christus verlaat, kan niet tot de beloningen van
Christus komen ... Hij die deze eenheid niet in acht neemt, houdt zich niet aan
de wet van God, houdt niet aan het geloof van de Vader en de Zoon en klampt
zich niet vast aan leven en redding' (H. Cyprianus). - Paus Leo XIII, encycliek
Satis Cognitum, n. 5
Zo spreken de ware Pausen.
|