|
Uitleg over de Koningen der Franken (751-843)
en "Romeinse keizers" (800-924): De titel "Koning
der Franken" werd gebruikt in het Frankische Rijk en het latere Frankrijk
tot in de 12e eeuw voor de hoogste heerser. In 800 kwam de titel van
"Romeinse keizer" (eigenlijk "Keizer der Romeinen";
Latijn: Romanorum Imperator) daar bij.
Pepijn de Korte (751-768) na zijn dood werd het rijk verdeeld
over zijn zonen Karloman en Karel
Karloman I (768-771) samen met Karel de Grote
Karel de Grote (768-814) na de dood van zijn broer Karloman
in 771 koning over het gehele rijk; vanaf 800 ook "Romeinse keizer",
gekroond door de paus.
Lodewijk de Vrome (814-840) wordt geteld als Lodewijk
I van Frankrijk. Hij was in 813 door zijn vader Karel al tot
medekeizer gekroond, maar liet zich in 816 ook door de paus kronen tot
"Romeinse keizer".
Lotharius I (840-855) koning der Franken en "Romeinse
keizer". Werd in 843 gedwongen zijn rijk te verdelen onder zichzelf en
zijn broers; alle Frankische 'deelkoningen' maakten sinds 840 aanspraak op de
titel "Koning der Franken".
Verdrag van Verdun 843: Verdeling van het Frankische Rijk
in West-, Midden- en Oost Francië. Formeel gezien was het Rijk nog een
eenheid, waarbinnen één koning de titel "keizer" kreeg als eerste
onder zijns gelijken. Verdrag van Prüm 855: Verdeling van Midden-Francië onder
de zonen van Lotharius I. Ook Midden-Francië was formeel gezien nog een eenheid
en onderdeel van het Frankische Rijk. Sinds 855 was de titel "Romeinse
keizer" verbonden met de titel "Koning van Italië". Iedere
koning van Italië liet zich tot keizer kronen door de paus. (wikipedia)
De hervormingen
van Karel de Grote
De Franken nemen de Roomse rite
Westerse liturgie in de 8ste eeuw werd beïnvloed door de
toename van de macht van de Frankische koningen ten noorden van de Alpen. Hun
ideaal, speciaal onder de latere leiding van Karel de Grote, was om een
Christelijke samenleving in West Europa te vestigen. Stabiliteit en eenwording
werden tot stand gebracht door de assimilatie van de oude Romeinse cultuur van
de steden en de "barbaarse" cultuur van het platteland, het gebruik
van het Latijn als staatstaal en de vorming van een verenigde kerk-staat. Om hun
rijk te consolideren wilden de Franken de Roomse liturgie importeren in een
poging om de liturgische praktijk te standaardiseren. Hun pogingen resulteerden
in een uniforme eredienst, maar hadden als onbedoeld neveneffect dat Gallicaanse
elementen vermengd werden met de Roomse praktijk en ze een Rooms-Frankische
liturgie vormden. Allegorische (verborgen, geestelijke) interpretatie van de
liturgie veranderde de manier waarop de riten werden gezien en uitgevoerd. Deze
nieuwe liturgische stijl domineerde het Westen en beperkte het belang van
andere Westerse riten.
In 754 schreef Koning Pepijn de Roomse liturgie voor in
zijn rijk. Politieke eenheid was niet de enige factor in het bevorderen van de
Roomse praktijk; pelgrims die Rome bezochten, in het bijzonder bisschoppen,
waren onder de indruk van de schoonheid van de Roomse ceremonies. De
verscheidenheid van de Gallicaanse praktijk en de corruptie van de Latijnse
teksten waren andere factoren die leidden tot ongenoegen met de plaatselijke
riten. Toch had Pepijn's gebod weinig succes. Hoewel Roomse liturgische
manuscripten die buiten Rome waren gekopieerd, al enige Gallicaanse elementen
hadden ingevoerd, was de Roomse liturgie in het bijzonder geschikt voor zijn
plaatselijke gemeenschap en kon die niet makkelijk overgedragen worden naar
Frankische landen met erg verschillende liturgische en culturele tradities.
Karel de Grote's hervormingsprogramma
Gedurende de jaren 785-786 vaardigde Karel de Grote wetten
uit om het proces van Romanisering te voltooien en de Gallicaanse rite te
onderdrukken. Hij vroeg paus Hadrianus (772-795) om een Gregoriaans
sacramentarium "in zuivere vorm" naar Aken te sturen, zodat dat
gebruikt kon worden als model voor de liturgische boeken in het Frankische
gebied.
Karel de Grote en paus Hadrianus
In 785 zond deze Paus een sacramentarium dat rond 735 was
samengesteld, nu bekend als het Hadrianum. Dit boek leende zich slecht voor
Karel de Grote’s bedoelingen: het was niet volledig, er ontbraken de
formulieren voor de zondagen van het jaar en het vertegenwoordigde de meer
uitgebreide Pauselijke liturgie en niet de parochiale liturgie. (In de stad
Rome waren twee liturgische stijlen ontstaan. Een vorm werd gebruikt als de
Paus voorging; de andere, eenvoudiger vorm voor algemeen gebruik zou een beter
model geweest zijn voor Karel de Grote's doel.) Misschien begreep Paus Hadrianus
het verzoek niet goed. Hij zond het mooiste manuscript dat hij bezat.
Om een bruikbaar boek als model te ontwikkelen, was het
nodig de Hadrianum aan te vullen met materiaal dat erin ontbrak en het aan te
passen aan de behoeften van de Frankische kerk. Gedurende de jaren 810-815
vulde Benedictus van Aniane de ontbrekende delen in met teksten uit het 8ste
eeuwse Gelesiaanse Sacramentarium, een andere, onbekende Roomse bron, en
Gallicaans materiaal.
H. Benedictus
van Aniane : (745-821) was een Franse benedictijner monnik en
kloosterhervormer. Na een korte legerloopbaan ging hij naar het klooster van der
H. Sequanus in Saint-Seine en stichtte later een huis van de
benedictijnen in Aniane, dat het model en het centrum werd van de
kloosterhervorming in Frankrijk onder Lodewijk de Vrome. Hij
pleitte voor een verstrenging van de monastieke regel, daar de orde naar zijn
mening te laks geworden was. Lodewijk richtte voor hem in 814 de
abdij van Kornelimünster op. In de kerk werden de zogenaamde "relikwieën van
de Heer" vereerd: de lendendoek (linteum domini), de grafdoek (sindon
munda) en de zweetdoek (sudarium domini) van Jezus, die door
Lodewijk de Vrome in 817 waren geschonken.
H. Benedictus van Aniane
De inhoud van zijn toevoeging is uitgebreid: niet alleen de
ontbrekende missen voor de zondagen van het jaar, maar ook diverse teksten
zoals de vigilia voor Pasen en Pinksteren, missen voor weekdagen, gewone missen
voor heiligen, de wijding van geestelijken religieuzen, de wijding voor de
mindere ordes, votief missen voor speciale behoeften, uitvaart missen,
bisschoppelijke zegens en voorstellen om Gallicaanse feesten toe te voegen aan
de kalender.
Getijdengebed
Het christelijke getijdengebed heeft in de geschiedenis
heel diepe wortels. Het bidden van de getijden wordt vaak vermeld in het Oude
Testament. De 'liturgie 'van de tempel' omvatte o.a. vieringen op de
verschillende uren van elke dag: morgengebed, gebed op het derde, zesde en
negende uur, avondgebed, lezingendiensten waarin grote gedeelten werden
voorgelezen uit de Wet, enzovoorts. Jezus heeft zich aan dit getijdengebed niet
onttrokken. Integendeel: Hij nam deel aan de tempelliturgie en aan de eredienst
in de synagogen. In dit getijdengebed namen de psalmen, samen met allerlei
andere gebeden van dankende lofprijzing en smeking, een belangrijke plaats in.
De eerste christelijke geloofsgemeenschappen verrichtten aanvankelijk slechts
dit joodse getijdengebed. Zo getuigen de Handelingen der Apostelen: 'Dagelijks
bezochten ze (nl. de eerste christenen) trouwen eensgezind de tempel' (Hand 2,46).
Vanzelfsprekend baden zij ook privé. We krijgen echter de indruk, dat dit niet
los stond van het gemeenschappelijk gebed van de joodse eredienst op het derde
uur (Hand 2,1-15), zesde uur (Hand 10,9), negende uur (Hand 3,1) en midden in
de nacht (Hand 16,25).
Uit: www.bijbelseplaatsen.nl
Als de Joden zeiden "Het is
pas het derde uur, (Hand. 2:15) bedoelden ze: het derde uur na zonsopgang.
Dat kon volgens onze tijdrekening dus 7 uur zijn, maar ook 11 uur. Om
het uur te weten, moest je ook de datum kennen. In Israël was een uur
in de zomer ook langer en in de winter korter. Dag en nacht telden altijd wel
12 uren!
Zonnewijzer.
Een zonnewijzer is een instrument waarmee je de tijd kunt
bepalen. Met behulp van de schaduw kun je de stand van de zon meten. Om 12 uur
is de schaduw altijd het kortste. De Joden spraken dan van het zesde uur.
De Joden lieten een dag ook beginnen met zonsondergang.
Om te beginnen moeten we weten dat voor de Joden een etmaal
een hoofdindeling had van dag en nacht, licht en donker. Men stond op zodra het
licht werd en als het donker werd ging men naar bed. Zodra de zon boven de
horizon verscheen begon men te tellen: eerste uur, tweede uur enz. De periode
van zonsopgang tot zonsondergang was voor hen een dag. Die van zonsondergang
tot zonsopgang was een nacht. Maar – en nu komt het - zowel dag als
nacht telden 12 uren.
Dag en nacht 12 uren
De dagen in de winter telden evenveel uren als die in de
zomer maar die van de zomer waren natuurlijk veel langer en die van de winter
veel korter. Een uur was daarom niet altijd zestig minuten zoals bij ons .Om te
weten hoe laat het was, moest je daarom ook de datum weten. Als de zon om zes
uur ’s morgens opkwam, was het negende uur 15 uur, maar als die pas om 8 uur opkwam
was het negende uur 17 uur. Je moest dus 9/12 van de periode dat het licht was
berekenen om te weten hoe laat het was. De antieke uurrekening stemt dus
helemaal niet overeen met onze uurrekening. Jezus heeft dit zelf ook aangegeven
toen Hij zei “Gaan er niet twaalf uren in een dag?” In de winter waren het
weliswaar gekortwiekte uren, maar het waren er ook altijd 12. Deze klassieke
uurindeling moeten we niet uit het oog verliezen als we nadenken over het uur
waarop Jezus stierf. Het was omstreeks het 9de uur, dat is dus 9/12 van de
Joodse dag.(Matt 27:45-50). Toen Jezus aan het kruis hing werd het pikdonker
midden op klaarlichte dag, want het zesde uur is altijd middag. En om nog een
voorbeeld te gebruiken: Als Petrus in zijn Pinkstertoespraak zegt dat het pas het
derde uur van de dag is (Hand.2:15) wil dat niet zeggen dat het ‘s morgens 9
uur was. Nee, het houdt in dat pas 2/12 van de periode waarin de zon boven de
horizon stond, verstreken was.
De nacht
Voor de nacht kon je natuurlijk ook de indeling in uren
gebruiken, (bv Hand. 23: 23) maar meestal deed men dit niet. In Marcus 4
:35 worden vier perioden voor de nacht genoemd. In dit Bijbelgedeelte spreekt
Jezus over zijn terugkeer als Mensenzoon. Hij vergelijkt zich daarin met
een zakenman die op reis ging en zijn bedrijf toevertrouwde aan zijn
medewerkers. “Wees waakzaam want jullie weten niet wanneer die heer terugkomt: ’s
avonds, midden in de nacht, bij het eerste hanengekraai of ‘s morgens vroeg.’
In zijn lijden heeft Jezus hiernaar ook verwezen. Nog voordat de haan
driemaal gekraaid zal hebben, zul je mij drie maal verloochend hebben.
Jezus denkt hier dus aan die vaststaande uitdrukking waarmee een tijd aan
het einde van de nacht wordt aangeduid.
Romeinse tijdrekening
De apostel Johannes gaat als enige evangelist uit van de
Romeinse tijdrekening. Hij leefde ook jaren later. De Romeinen gingen de uren
van een etmaal tellen vanaf middernacht en daarna van de middag.
Johannes past zich hierbij aan.
Laten we bijvoorbeeld eens gaan kijken naar de beschrijving
van het gesprek van Jezus met de Samaritaanse vrouw( Joh.4:6). In de vertaling
van het NBG staat: het was ongeveer het zesde uur.
Dat staat ook in het Grieks. Maar volgens de Joodse
tijdrekening is het zesde uur altijd middag op de dag, als de zon het
hoogst staat.
De Nieuwe Bijbelvertaling houdt hier echter de Joodse
tijdrekening erop na en vertaalt: het was rond het middaguur. Ik denk dat
dit niet terecht is. De Samaritaanse vrouw zal ook hoogst waarschijnlijk niet
op het heetst van de dag naar de bron zijn gegaan om water te putten.
De NBV had wellicht beter kunnen kiezen voor de Romeinse
tijdrekening, die Johannes steeds gebruikt. Als de zomertijd was aangebroken,
was het zesde uur dus ergens in de avonduren, want zoals we gezien hebben,
duurden de uren in de zomer langer.
Nachtwake (Lat. vigilia)
kan betekenen :
1. Het waken of wachthouden bij nacht
2. Inspanning, studie, overpeinzing in de nacht
3. Elk van de vier delen waarin de Ouden de nacht verdeelden
Een nachtwake als tijdsmaat is een periode van de nacht.
Mt 24:43 Weet echter dit, dat als de heer des
huizes had geweten in welke nachtwake de dief kwam, hij zou
hebben gewaakt en niet hebben toegelaten dat in zijn huis werd ingebroken.
In de tijd van het Nieuwe Testament, toen de Romeinen het
land Israël bezet hielden, werd naar Romeins gebruik de nacht afgedeeld in vier
waken. Elke nachtwake duurde drie uur.
Een hele nacht de wachthouden is voor één mens
een opgave. De veiligheid van steden en kampen kon vroeger beter
gewaarborgd worden meerdere wachters die elkaar aflosten. De verdeling van
de nacht in nachtwaken maakte een geregelde aflossing van de wacht mogelijk.
In Babylon, Israël en het oude Griekenland was de nacht in
drie nachtwaken van elk vier uur verdeeld. De Romeinen hadden vier
nachtwaken, elk van 3 uur. Deze nachtwaken werden bepaald door middel van
een wateruurwerk en aangegeven door het blazen op de trompet.
Sinds het land Israël een Romeinse bezetting had, kwam
de Romeinse indeling in vier nachtwaken ook bij de Joden in gebruik.
De afzonderlijke nachtwaken
De Heer Jezus duidt de vier nachtwaken aan in:
Marc 13:35 Waakt dan! Want u weet niet wanneer
de heer van het huis komt, ‘s avonds of te middernacht of met
het hanengekraai of ‘s morgens vroeg;
Twee van de vier nachtwaken noemt hij in:
Lc 12:38 En als hij in de tweede of
als hij in de derde nachtwake komt en hen zo vindt, gelukkig
zijn die slaven.
In het Oude Testament
Eerste nachtwake
De eerste nachtwake van de oude Israëlische indeling
duurde van ongeveer 18.00 uur tot 22.00 uur.
Klaagliederen 2:19 Maak u op, maak
geschrei des nachts in het begin der nachtwaken, stort uw hart uit
voor het aangezicht des Heeren als water; hef uw handen tot Hem op voor de ziel
uwer kinderkens, die in onmacht gevallen zijn van honger, vooraan op alle
straten.
Middelste nachtwake
De ‘middelste nachtwake” is de middelste van de drie
nachtwaken die de oude Israëlieten kenden. De middelste nachtwake duurde dus
vier uur, van ongeveer 22.00 uur tot 2.00 uur.
Richteren 7:19 Alzo kwam Gideon, en honderd
mannen, die met hem waren, in het uiterste des legers, in het begin van de
middelste nachtwake, als zij zoëven de wachters gesteld hadden; en zij
bliezen met de bazuinen, ook sloegen zij de kruiken, die in hun hand waren, in
stukken.
Morgenwake
De laatste nachtwake eindigt met de dag, waarom die ook de
morgenwake wordt genoemd. Deze nachtwake duurde volgens de oude Israëlische
indeling (driedeling) vier uur, ongeveer van 2.00 tot 6.00 uur.
Ex 14:24 En het geschiedde in dezelfde morgenwake,
dat de HEERE, in de kolom des vuurs en der wolk, zag op het leger der
Egyptenaren; en Hij verschrikte het leger der Egyptenaren.
In het Nieuwe Testament
In de vierde nachtwake
(Romeinse indeling), dus tegen de morgen, kwam de Heer tot zijn in nood
verkerende leerlingen.
Mt 14:23-26 : En nadat Hij de menigten had weggestuurd, klom
Hij afzonderlijk op de berg om te bidden. Toen het nu avond was geworden, was
Hij daar alleen. Het schip echter was al vele stadiën van het land verwijderd,
geteisterd door de golven, want de wind was tegen. In de vierde nachtwake nu
kwam Hij tot hen, terwijl Hij op de zee liep. Toen nu de discipelen Hem op de
zee zagen lopen, werden zij ontsteld en zeiden: Het is een spook! En zij
schreeuwden van bangheid.
Hoewel de Joden de vierdeling van de nacht overnamen van de
Romeinen, bleven voor de wachtdienst in de tempel de oude drie nachtwaken
gehandhaafd. De Talmoedische leraren houden hieraan vast.
Christus’ wederkomst
In een gelijkenis noemt de Heer Jezus de mogelijkheid dat
de heer van de slaven in de tweede of derde nachtwake (naar Romeinse vierdeling
van de nacht) terugkomt.
Lc 12:38 En als hij in de tweede of als
hij in de derde nachtwake komt en hen zo vindt, gelukkig zijn die
slaven.
Wanneer zijn discipelen in een schip in nood verkeren, komt
hij in de vierde nachtwake, dus tegen de morgen, tot hen. Zie hierboven Mt
14:23-26
Indien de laatste geschiedenis tevens een
zinnebeeldige voorstelling is van de wederkomst van Christus tot redding van
het gelovig overblijfsel der Joden in de eindtijd, dan kan men misschien zeggen
dat de Heer Jezus eerst in de tweede of derde nachtwake Zijn gemeente ophaalt
en daarna, in de morgenwake, tot het gelovig overblijfsel uit Israël komt.
Gods tijdsbeschouwing
God beschouwt een lange periode anders dan wij. Duizend
jaren zijn in Zijn ogen als een nachtwake.
Ps 90:4 Want duizend jaren zijn
in Uw ogen als de dag van gisteren, als hij voorbijgegaan is, en [als] een
nachtwake.
In zijn supplement onderscheidde Benedictus zorgvuldig
tussen dit aanvullende materiaal en het materiaal uit de Hadrianum tekst die
hij ontvangen had. Het resulterende Rooms-Frankische sacramentarium werd
gebruikt als model voor liturgische veranderingen door heel het rijk en
uiteindelijk vond de liturgie zelfs zijn weg naar Rome.
Naast het verspreiden van 'echte' Roomse liturgische boeken
wilde Karel de Grote ook dat de zang het Roomse gebruik zou volgen. Hij zond
zijn beste zangers naar de pauselijke kapel om de zang die daar gebruikt werd
te leren zodat zij die zouden kunnen verspreiden in de rest van het rijk. Dit
gestandardizeerde repertoire werd bekend als het Gregoriaans. Tevoren bestonden
er verschillende andere zangwijzen in West-Europa, waaronder - naast de Gallicaanse
zang (Fr) en het Oud-Romeins – het Ambrosiaans (N-Italië), het Beneventaans (Z-Italië)
en de Mozarabische zang (Sp).
Korte
geschiedenis van het Gregoriaans
De kerkmuziek ontstond wellicht door een vermenging van het
Oud-Romeinse repertoire en de Gallicaanse zang of cantus Gallicanus,
toen de Romeinse zang en liturgie in het Frankische rijk werd ingevoerd ten
koste van de Gallicaanse liturgie. Chrodegang (712-766), de bisschop
van Metz, speelde mogelijk een rol in de totstandkoming van deze synthese,
met de steun van Pepijn de Korte. Zeker is dat de synthese tot stand is
gekomen in de Karolingische periode.
De rol van Chrodegang verklaart wellicht waarom de
gregoriaanse zang zoals gepraktiseerd in Metz aanvankelijk cantilena
metensis (chant messin) werd genoemd. Van de 8e tot de 12e eeuw groeide
Metz uit tot een van de belangrijkste muzikale scholen van Europa, samen met
Sankt Gallen (CH), Reims en Chartres (Fr). Karel de Grote
standaardiseerde het Gregoriaans en verspreidde het.
De term gregoriaans
is een verwijzing naar paus Gregorius I de Grote die geacht wordt in de jaren
590 een grote invloed gehad te hebben op het verzamelen en ordenen van de toen
reeds eeuwenoude bestaande muziek in de kerkelijke liturgie. Hij voerde
voor de liturgie een hervorming door en legde de richtlijnen vast.
|