|
De executie
De volgende morgen, op dinsdag, 1 oktober 1957 wordt de gevangene wakker midden in de nacht.
Hij vraagt de bewaker hoe laat het is: 3 uur was het antwoord. Hij vroeg de
bewaker om een licht, omdat hij zich moest klaarmaken voor de executie. De
gevangene maakte zijn bed op en ging erop zitten met zijn Missaal in de hand en
wachtte op de komst van de aalmoezenier. Priester Devoyod kwam om 5.30 u. Hij
deed zijn laatste biecht en ontving de H. Communie. Daarna spraken ze elkaar
nog kort. De gevangene vertelde de priester dat hij zij leven gaf voor de
bekering van zijn vader, voor degenen die hij liefhad, en voor de man die hij
had gedood; en dan viel er een diepe stilte.

zijn
gebroken vader in het proces
Spoedig daarna kwam de beul in de cel en de handen van de
gevangene werden achter zijn rug gebonden. Hij werd naar de guillotine geleid.
Toen hij gevraagd werd het schavot te bestijgen, keerde hij zich naar de
priester, met zijn laatste woorden: De crucifix, Vader
de crucifix. Het werd hem aangeboden en
hij kuste het. Daarna werd de hakbijl opgetild, en valt om het korte leven te beëindigen.
Op dat moment bidden Pierrette en zijn dochter Veronique het magnificat. Zijn moeder had haar leven geofferd voor
Jacques bekering. Zijn eigen dood offert hij voor de bekering van zijn vader
en van zijn beide kinderen. Zijn vader bleef hem bezoeken, maar was niet
veranderd. Hij was een bron van veel lijden voor Jacques, vooral omdat de oude
mand niets geleerd leek te hebben uit al wat was gebeurd. Jacques wenste dat
zijn geschiedenis zou dienen voor anderen zodat niemand zou verloren gaan: dat
elke druppel van mijn bloed dient om een doodzonde weg te wissen.
Een jaar na zijn misdaad schreef hij vanuit de gevangenis
naar zijn jonge dochter: Drie dagen geleden heb ik mijn geloof teruggewonnen
voor de tweede
keer in mijn leven, zijn de schellen van mijn ogen gevallen en kan ik Gods
barmhartigheid zien. Hij begon een geestelijke tocht met een toegewijde
devotie tot de Maagd Maria en de H. Theresia van Lisieux. In de gevangenis heeft
hij geprobeerd zijn relatie met zijn vrouw en zijn vader te verbeteren en hen tot geloof te
brengen. Een maand voor zijn dood schreef hij: De Heer blijft mij
vervullen met gaven en ik voel mijn hart overvloeien van liefde, en mijn lippen
met dankzegging.
Twee maand voor zijn dood legde hij de details uit van zijn
buitengewone bekering in de gevangenis, na een zorgeloze jeugd. Hij zat achter
tralies toen hij dichter tot God kwam en schreef over de troost en vreugde dat
hij ondervond in het gebed. Hij sprak echter ook van de momenten van angst voor
zijn op handen zijnde dood. Fesch geschriften zijn een getuigenis van zijn
berouw, maar ook een voorbeeld van geloof en hoop in de goddelijke
barmhartigheid. Hij verwijst naar zijn executie en noemt het een slecht kwartier in
vergelijking met de eeuwigheid.
Dank zij het werk door Priester Augustin-Michel Lemonnier
in de 70iger jaren en door een Carmelitaanse zuster, Veronique, in de 80iger
jaren, hebben Pierrette en Veronique Fesch in nauwe samenwerking met hen de
geschriften van Jacques Fesch gepubliceerd om zijn getuigenis aan het publiek
door te geven.
Heiligverklaring
Op 21 september 1987 werd een heiligverklaring door de Aartsbisschop
van Parijs ingediend met de feiten en de bekering van Jacques Fesch. Er gaat
een sterke spirituele kracht uit van zijn geschriften, en behouden nog hun
kracht in onze dagen. In november 1986 sprak Kardinaal Lustiger in het openbaar
met de gevangenen van La Santé tijdens een bezoek, over de persoonlijkheid van
Jacques Fesch. Op 24 december 1993, opende Kardinaal Lustiger de heiligverklaring
en verklaarde hem Dienaar Gods. Ik hoop, zei hij, dat hij op een dag vereerd
wordt als een figuur van heiligheid.
Gérard
Fesch
In 1994 ontdekt Gérard Droniou, toen 40 jaar, per toeval
dat zijn vader Jacques Fesch kon zijn. Hij knoopt eerst banden aan met de
familie van zijn vader en dan met zijn moeder Thérèse, maar deze weigert hem te
spreken en hem te ontmoeten. Hij verneemt dat Jacques meerdere keren over zijn
zoon had gesproken en dat hij zich zorgen maakte over de toekomst van zijn zoon
en hij vroeg met aandrang aan zijn gezin en aan zijn advocaat (Meester Baudet)
om hem terug te vinden om hem te beschermen. De veroordeelde had zelfs op de
vooravond van zijn executie een brief van erkenning geschreven naar Gérard. Veertien jaar later
ontving hij volgens de wens van zijn vader, het recht om Fesch genoemd te
worden en als natuurlijk kind erkend te worden van Jacques Fesch.
Gérard onderwerpt zich op vraag van Monique Fesch (zus van
Jacques) aan een DNA test. Uit het resultaat blijft dat hij de natuurlijke zoon
is van Jacques en dat wordt door het gerecht bekrachtigd.
In 2012, wordt hij door een nieuw procedure, ondanks het
geheim van zijn moeder, ook erkend als de natuurlijke zoon van Thérèse Troniou.
Alle vaders zijn niet tegelijk
crimineel, schrijver en misschien heilige.
Deze vader, wat hij ook gepleegd heeft, heeft het bewijs
nagelaten van zijn liefde en zijn verlangen om vader te zijn. In de zoektocht naar
zijn origine, heeft Gérard het beroep van musicus uitgeoefend als trompettist,
zonder te weten dat zijn vader net zoals hem ook trompet speelde.
Feschs bekering kwam laat, maar niet zo laat als deze van
de H. Dismas, de Goede Dief, die gekruisigd was met Christus. Toen hij op het
kruis hing toonde Dismas berouw en smeekte Jezus : Denka an mij wanneer U in Uw
koninkrijk komt. Onze Lieve Heer
antwoordde: Vandaag nog zal je bij Mij zijn in het Paradijs.
Dan hebben we de H. Callixtus, een verduisteraar, een vechtersbaas,
een crimineel die twee keer werd veroordeeld. En toch toonde Callixtus berouw,
werd een priester, werd tot paus verkozen en stierf als een martelaar.
De H. Camillus de Lellis was een huursoldaat, een walgelijke
drinkebroer en een crimineel.Zes jaar lang leefde de H. Margaretha van Cortona
als een minnares van een edelman en was zwanger van hem. H. Mozes, de Ethiopier,
leidde een bende moordenaars in de Egyptische woestijn. De H. Hippolytus was de
eerste anti-paus. En de H. Pelagia was de pornokoningin van het 5de
eeuwse Antiochie; haar tijdgenoot Hohannes Chrysostomus, herinnerde zich: Niets
was gemener dan zij, wanneer zij aanwezig was.Misschien is de ergste wel de H.
Olga. Toen haar echtgenoot, de prins van Kiev, werd vermoord door een
rivaliserende stam, begon Olga aan een wraakprogramma dat grenst aan een
genocide. Sommige van haar vijanden verbrandde zij, anderen begroef ze levend,
en de overlevenden verkocht ze als slaven.
Wat maakt deze heiligen verschillend van Fesch? Ik denk de
tijd. Eeuwen zijn er voorbij gegaan sedert Mozes de Ethiopier de hel deed
losbarsten in de woestijn van Egypte en Margaretha van Cortonas leven van
schandaal haar familie deed weigeren om zich in het openbaar te vertonen. Maar
de misdaden van Jacques Fesch zijn nog altijd pijnlijk voor het gezin dat hij
achterliet en een afschuw voor de dochter van de vermoordde Officier Vergne.
Jaren geleden gaf ik een voordracht in parochies en groepen
van studenten over zondaars die heiligen waren geworden. Ik had net gehoord
over het geval Fesch en daarom maakte dit deel uit van mijn presentatie. Dit
zorgde altijd voor een intense discussie. Gewoonlijk was het publiek geneigd om
Fesch ten minste het voordeel van de twijfel te geven. Maar de meeste mensen
die dit verhaal hoorden waren wantrouwig. Hij had de spot gedreven met religie
heel zijn leven, zou zijn bekering een fraude kunnen zijn, of een laatste schot
naar Christenen die hij altijd dwazen had gevonden? Het waren zeer levendige
discussies. En tot op vandaag, ben ik niet zeker aan welke kant ik sta.
Wie onder ons zou niet hopen dat Fesch berouw oprecht was,
dat zijn ziel gered was? Maar het zou gemakkelijk zijn voor hem om de
aalmoezenier om de tuin te leiden, zijn vrome Katholieke Advocaat, zijn
familie, niemand van hem wilde geloven dat hij een misdadiger was die niet kon
gered worden. Als jongeman die opgevoed was in een Katholiek huishouden, in een
Katholieke gemeenschap, zou Fesch geweten hebben hoe de rol van berouwvolle
misdadiger te spelen.
Het is mijn mening dat het daarom is dat Fesch geval tot
stilstand is gekomen. Wie kan bewijzen wat er werkelijk omgaat in het hart van
een mens? Als de beweging door Kardinaal Lustiger ten einde loopt, doet het er
niet echt toe. Als Jacques Fesch echt berouw toonde is hij in de Hemel, waar al
de geredde mensen heiligen zijn.
Soms is leven in hoop, leven met onzekerheid. Ik heb de
Fesch zaak enige tijd onderzocht en ik kan niemand vinden die een mirakel heeft
verkregen door zijn voorspraak, en dat mirakel is hetgeen nodig is om de zaak
Fesch te sturen om Heilig te worden genoemd. Er is nog geen mirakel
gerapporteerd, wat me verwondert. Waarom is de Hemel nog stilzwijgend? (Thomas
Craughwell National Catholic Register 2/1/2017)
|