|

Terwijl alle dieren enkel 1 fysiek lichaam hebben en 1
geest, hoewel zeer eenvoudig, hadden de oorspronkelijke en perfecte Man en
Vrouw en hun legitieme nakomelingen, die Genesis de Zonen van God noemt, ook
de Geest van God. Zij waren Trinitariërs, die uit een lichaam, ziel en geest
bestonden. Ze waren in alle opzichten
Zijn legitieme Zonen. Hun
voorkomen weerspiegelde elke perfectie. Hun verschijning was
majestueus. De mannen was twee en een halve meter groot en de vrouwen een
beetje kleiner. Ze waren mooi, supersterk in het lichaam en in de geest. Ze
hadden allen bovennatuurlijke gaven, een zeer hoge intelligentie en een
perfecte beheersing van hun wil. Ze waren daarom geschikt om de Geest van God
te ontvangen en te behouden. De Geest van God in de Mens is een deeltje van God
zelf, van dezelfde God die al het bestaande heeft geschapen.
De hele schepping is doordrongen van God, maar in Zijn
Zonen was God aanwezig op een bijzondere manier, Hij was er aanwezig met een
deel van Zichzelf: met Zijn eigen Geest. Dit was nooit eerder gebeurd in een
ander wezen van de natuur: het gebeurde alleen in de oorspronkelijke en
perfecte Man en Vrouw en in hun wettige afstammelingen. Met andere woorden, God
had hen een fragment van Zijn eigen goddelijk leven gegeven. Daarom waren de
Zonen van God goddelijk in dit opzicht, omdat ze de Geest van God bezaten en
voor hen hadden.
Het is goed dat we dieper ingaan op wat we bedoelen met de
Geest. De Geest is zoals de
ziel van de ziel.
Wat is de ziel? Het is
het onzichtbare deel dat door genetische middelen wordt overgeërfd van de
ouders. Bv. Een kind erft van de ouders niet alleen de kleur van de ogen of
haar, de grootte, de huidskleur, de kenmerken, maar erft ook bepaalde
eigenschappen of sommige gebreken. Het kind kan de muzikale zin, de behendigheid
of de aanleg voor artistieke activiteiten erven, het kan gevoeligheid of een
gebrek eraan erven, het kan het karakter erven, het kan smaken of een aspect
van intelligentie beërven. Omdat er verscheidene vormen van intelligentie
bestaan is het niet zo dat iedereen hetzelfde erft. Al deze kwaliteiten die
niet fysiek zijn, maar die genetisch worden overgedragen, maken deel uit van de
ziel dat de oude Grieken de psyche noemden. Zelfs dieren hebben hun eigen
psyche.
De Geest is iets helemaal anders. Het wordt niet genetisch
overgedragen, maar wordt rechtstreeks gegenereerd van God. Voor de
oorspronkelijke Zonen van God ging de Geest de mens binnen op het moment van de
conceptie. Wij, die kinderen zijn van mensen hebben de aanvankelijke perfectie
door de erfzonde verloren en daarmee de Geest (Gen 6:3). We kunnen het
verkrijgen wanneer we geadopteerde zonen van God worden in Jezus door middel
van het Doopsel. Het is Jezus die ons in de Geest genereert als adoptiezonen
van de Vader. Als we de ziel en de Geest willen vertegenwoordigen, zouden we
kunnen zeggen dat de ziel de beker is waarin God Zijn Geest giet.
De Heer die uitvoerig is in Zijn uitleg, gaf ons ook de coördinaten
van de plaats waar de eerste menselijke familie werd geschapen. Door het noordelijk
halfrond in te zoomen liet hij Don Guido Mossul zien, nabij het oude Nineve (in
Noord-Irak), een land waar in die tijd vele bossen, een uitgestrekte en weelderige
prairie met bronnen en rivieren was.
Het voorouderlijk
vrouwtje bevalt van de eerste Vrouw
Laten we terugkeren naar de voorouderlijke vrouw die in
haar schoot van God de eerste cel van de eerste Man die verenigd is met de Geest,
heeft ontvangen. Na de geboorte van de eerste Man, bevalt dit vrouwtje 15 jaar
later ook van de eerste Vrouw. God wachtte op het moment dat de Man de
puberteit had doorgemaakt omdat Hij wilde dat Adam de voorvader van allen zou
zijn en daarom ook van de eerste Vrouw.
Maar dat is niet alles: de Vrouw werd ook verwekt door de
eicel dat de Heer had voorbereid in de schoot van diezelfde voorouderlijke
vrouw. Terwijl God tussenkwam in de verwekking van de Man met de schepping van
beide voortplantingscellen of gameten, kwam God tussen door in dat van de Vrouw
enkel de vrouwelijke gameet te scheppen, de eicel. Met deze daad is de zesde dag voltooid.
De Bijbel vertelt ons dat de Vrouw geschapen werd door
Adams rib. Dit is een symbool om te zeggen dat het uit het zaad van Adam werd
verwekt, in zijn slaap omdat hij het niet bemerkte. De reden voor die slaap was
niet enkel te danken aan de delicaatheid van de daad van God tegenover de jonge
man, maar ook als een voorzorg omdat de handeling niet herhaald zou worden. Op
het moment van de conceptie van de eerste Vrouw, had Adam niet begrepen wat er
gebeurd was. Hij zal het begrijpen bij de geboorte van het kind. We bevinden
ons in de vlakte aan de voet van het voorgebergte waarop het huis van de
jongeman zich bevindt. De voorouderlijke vrouw baart semi-zittend de pasgeboren
baby. Haar oude voorouderlijke moeder die handelde als vroedvrouw, biedt de
nieuwgeboren baby aan de jonge vader aan. Maar gezien haar gelijkenis met het
kleine babytje beseft de voorouderlijke vrouw dat zij de moeder is en tilt ze
de pasgeborene naar de Hemel op alsof ze wil vertellen aan God dat dit haar
dochter is, die haar bezit is.
Het is een gebaar van arrogantie en trots, geen gebaar uit
liefde of dankbaarheid, zoals we zouden denken. De Bijbelse zin wordt aan haar
toegeschreven: Dit is het vlees van mijn vlees en de beenderen van mijn
beenderen". Het is geen
daad van dankzegging aan God, maar de eis van wat zij beschouwt als exclusief
het hare. Het is vanaf dat moment dat de bekoring om van dezelfde
voorouderlijke vrouw andere, even mooie kinderen te hebben die volledig van
haar zijn, met uitsluiting van God, geboren wordt in Adam.
Hij gelooft dat hij het geheim van het leven van God heeft
doordrongen. Hij weet niet dat in de verwekking God is tussengekomen door een eicel
van het perfecte menselijk schepsel te scheppen. Hij denkt dat enkel de vader
een nieuw schepsel kan doen voortkomen, zoals het zaad dat in de aarde
ontspruit. Daarom gelooft hij niet in de Heer die hem adviseert om dat vrouwtje
nooit meer aan te raken. Niet eten of weten (omdat eten of weten in Bijbelse
zin betekent voortplanten). Zonder de tussenkomst van God zou er dood uit
voortgekomen zijn, of het uitsterven van zijn perfecte soort.
De Bijbel vertelt dat er twee bomen waren temidden van de
tuin, dat is in het aardse paradijs: de Boom des Levens en de boom van de
kennis van goed en kwaad. Dit zijn twee metaforen. De betekenis van een boom
is de genealogische boom. Omdat de voorouderlijke vrouw zowel goede vruchten
(van het goede) kon voortbrengen, omdat ze God de eerste twee zonen van God had
gebaard, en slechte vruchten (van het kwaad), omdat ze Cain zal baren die
verwekt is zonder de tussenkomst van God. Zij is voor Adam de boom van kennis
van goed en kwaad. In feite zal Adam denkt dat God jaloers was op zijn
voortplantingsvermogen, en zal ook zijn ongehoorzaam plan uitvoeren dat gericht
is op het hebben van andere kinderen van het voorouderlijk vrouwtje, doelbewust
met uitsluiting van God.
Hij wist niet dat God in de uterus van dat voorouderlijk
vrouwtje de noodzakelijke voortplantingscellen had geplaatst voor de verwekking
van zowel hem als de pasgeborene en dat God Zijn scheppingswerk had beëindigd.
In deze twee gelegenheden was geen enkel gen overgegaan van de voorouderlijke
vrouw naar de foetussen, enkel voeding. Maar zonder de tussenkomst van God, zou
een nieuwe conceptie resulteren in een hybride kind. Zodat het voorouderlijk
vrouwtje die eerst de Man Adam had gebaard en dan de pasgeboren Vrouw,
een slechte vrucht zal voortbrengen, een hybride: Cain. Dit is de betekenis van
de boom van kennis van goed en kwaad. De Heer had hem dus bevolen niet van die
boom te eten.
We hebben gezien wat de tweede boom was, laten we nu kijken
wat de Boom des Levens betekent. Met Leven bedoelen we geestelijk leven, geen
fysiek leven. In feite bracht de schepping van de Man en met hem van de Vrouw, een
absolute nieuwigheid op de planeet aarde: de aanwezigheid van de Geest van God
in de Zonen van God. Deze laatste behoorden samen met hun wettelijke
nakomelingen tot de Boom des Levens.
Zelfs de Zonen van God stierven lichamelijk, omdat wie
geboren wordt sterft, zei Don Guido. Dat betekent dat hij overgaat naar de
andere kant van het leven. Maar in deze episode van Genesis en in vele andere passages
van de Bijbel heeft de uitdrukking dood een geestelijke betekenis: iemand die
de Geest van God niet bezit, is geestelijk dood.
Na de fysieke dood waren de Zonen van God voorbestemd om te
verrijzen naar de Hemel in Geest, ziel en lichaam, maar in een andere dimensie,
zoals de H. Maag Maria die de slaap ervoer. De ongehoorzamen moeten na de
fysieke dood in de plaats hun zuivering doormaken.
Adam neemt een honingraat
De Bijbel vertelt dat een Man zijn vader en zijn moeder
moet verlaten, dat wil zeggen, de kudde van de voorouders waarin hij was
opgegroeid, om zich te vormen met de pasgeboren Vrouw, die eens gegroeid, één
vlees, of het nieuwe soort zal worden: de menselijke. Het is nog een symbool om te zeggen dat de
Mens het voorouderlijk vrouwtje van zijn huis had moeten weghouden om de kans
te vermijden om bekoord te worden. Hij was misleid door zichzelf te overtuigen
dat hij andere kinderen kon voortbrengen die gelijkaardig waren aan hem uit dat
voorouderlijk vrouwtje. Met de
geboorte van de Vrouw was Gods scheppende werk gedaan en God zou niet langer
tussenkomen, omdat Zijn doel was bereikt nl. De schepping van de
grondleggers van de volmaakte menselijke soort. De uitdrukking van de Bijbel: op
de zevende dag rustte God is een ander symbool omdat God niet moe wordt wanneer
Hij schept.
Adam geeft het babytje terug aan de vrouwelijke voorouder,
de broedmachine van de baby. Adam gaat een honingraat halen om hem als geschenk
aan te bieden. Zijn doel was het vrouwtje af te leiden zodat hij het babytje
kon meenemen. Het is waarschijnlijk een opdracht van God geweest om ongepast
samenwonen te vermijden. Om het meisje melk te geven zou het kunnen vervangen
worden met dat van andere gedomesticeerde dieren.
De scène om de honingraat te oogsten is belangrijk: als hij
de honingraat wegrukt valt een zwerm bijen Adam aan en steekt hem overall. De
grimassen op zijn gezicht onthullen dat hij pijn voelt. Zijn gezicht wordt rood
en gezwollen. Daarom bestond fysieke pijn vóór de erfzonde. In feite is het
niet deze pijn waarnaar Genesis verwijst wanneer er wordt gesproken over pijn
dat de mensheid zou bereiken omwille van ongehoorzaamheid. Bepaalde pijn, zoals
deze van verwondingen of brandwonden, zijn voorzorgsmaatregelen om te voorkomen
dat iemand gewond raakt of verbrandt zonder het te beseffen. De pijn
waarnaar in de Bijbel wordt verwezen, is de pijn die te wijten is aan
genetische ziekten die voortkomen van de
penetratie van chromosomen van de twee soorten, dit wil zeggen de fysieke en
mentale ziekten die het resultaat zijn van de erfzonde dat spoedig zal gebeuren,
naast de verlaging van het IQ.
Het voorouderlijk
vrouwtje eet de honingraat die ze heeft gekregen
Adam bezorgt de honingraat aan de vrouwelijke voorouder die
de honingraat vasthoudt en er een grote hap afscheurt. Ze heeft er erg van genoten. Uit haar brede mond
vallen slierten stroop en transparante honing. Ze kauwde heel graag, maar het
was niet mooi om zien. Haar gehemelte was plat en haar lippen waren dun en
breed tot aan de kaken. Haar haar was donkerbruin en ze had een ondoorzichtig
kort bobkapsel. De brede, uitstekende oren waren tot aan de
punt en kwamen uit haar haar tevoorschijn. Ze had een geelachtige teint en
lange vingers die eindigden in sterke, haakvormige nagels. Ze had geen haar. Ze
had enkel een beetje haar aan het begin van haar ledematen, in tegenstelling
tot haar zussen die een roodkoperen huis hadden en volledig bedekt waren met
een ruige, donkere vacht. De benen waren erg kort: een derde van haar totale
lengte.
Ze had echter een sterk moederlijk gevoel getoond als zij
de mens in zijn eerste levensjaren had gevoed. Zij had niet het gebruik van het
woord, maar stootte ongemakkelijke geluiden uit, vergezeld van trillingen van
de lange tong die zich op een onhandige manier uitstrekte. Haar handen waren
wit en goed gevormd, maar de hoektanden waren langer dan de andere tanden. Haar
voorhoofd was laag, een uitstekende kin, uitpuilende ogen en haar hoofd was wat
plat.
Haar plat gezicht met onbedekte neusgaten gaven haar een
dreigende verschijning die vaag leek op die van een slang. Mozes noemde het een
slang, ook omdat het eigenlijk het slimste en meest geslepen dier was van al
die daar aanwezig waren. Zij communiceerde alleen met haar houding en het
geluid van haar stem omdat ze het woord niet gebruikte.
De truc van de honingraat werkte, en terwijl zij gretig was
om de honing op te eten, nam de jonge vader haar dochter weg. Hij wist dat hij
haar met kangoeroemelk zou kunnen voedsel geven, omdat de kangoeroes in die
tijd tam waren. Adam maakte gebruik van haar verstrooidheid en nam het
pasgeboren meisje mee en vertrekt. Dan
rende hij langs het pad dat over de steile kant van de heuvel loopt naar zijn
huis. Op dat moment wordt het voorouderlijk vrouwtje woedend. Haar
grote ogen lijken uit haar oogkassen te komen. De getrokken lippen tonen al
haar tanden tot aan haar kaken. De
puntige tong en de keel trillen. Ze schreeuwt. Zelfs haar grote oren trillen
onder haar verwilderd haar.
|