24 uur van Jezus Lijden Luisa Piccarreta
5de uur : van 21 tot 22 uur op witte
donderdag
Ik dank U, O mijn Jezus, dat U mij door gebed tot eenheid
met U hebt geroepen. En om U meer te plezieren, neem ik Uw gedachten, Uw tong, Uw
Hart, en hiermee wil ik bidden, waarbij ik mijzelf versmelt met Uw Wil en met Uw
liefde; en mijn armen uitstrekkend om U te omhelzen, leg ik mijn hoofd op Uw
Hart. Ik overweeg nu de 24 uur van lijden die U vanwege Uw liefde voor ons
wilde lijden tot Uw dood op het Kruis. Geef me alstublieft de hulp, genade,
liefde, diep medelijden en begrip van Uw lijden.

Eerste uur van de doodsstrijd in de Tuin van
Gethsemane
Mijn gekwelde Jezus, ik voel me aangetrokken tot deze Tuin.
Ik begrijp dat U, krachtige Magneet van mijn gewonde hart, mij roept; en ik
loop, denkend: Wat zijn deze aantrekkingskrachten van liefde die ik voel in
mij? Ah, misschien is het mijn vervolgde Jezus die in zon staat van
verbittering is, dat Hij de behoefte van mijn gezelschap voelt. En ik vlieg
naar Hem toe.
Ik voel me met afschuw vervuld bij het betreden van deze
Tuin. De duisternis van de nacht, de intense koude, het langzaam bewegen van de
bladeren, die net als zwakke stemmen, pijn, verdriet en dood aankondigen voor
mijn diepbedroefde Jezus. De zoete glinstering van de sterren die, net als huilende
ogen, allemaal naar mij kijken, mij verwijtend voor mijn ondankbaarheid. En ik
beef; tastend ga ik op zoek naar Hem, en ik roep Hem: Jezus, waar bent U? U
roept mij, en U laat U niet zien. U roept me, en U verbergt U?
Alles is angst en diepe stilte. Maar ik hoor een zware ademhaling,
en het is Jezus die ik vind. Maar wat een akelige verandering! Hij is niet
langer de lieve Jezus van het Eucharistisch Avondmaal, wiens gezicht schitterde
van stralende en betoverende schoonheid. Hij is bedroefd, een sterfelijke
droefheid, dat zijn oorspronkelijke schoonheid vervormt. Hij verkeert reeds in
een doodsstrijd, en ik voel me in de war door te denken dat ik misschien niet
langer Zijn stem zal horen, omdat Hij lijkt te sterven. Dus klamp ik me vast
aan Zijn voeten. Ik word moediger en ik nader Zijn armen. Ik leg mijn hand op
Zijn voorhoofd om Hem te steunen, en zachtjes fluister ik Hem: Jezus, Jezus!
En Hij, geroerd door mijn stem, kijkt me aan en zegt: Kind,
ben je hier? Ik stond op je te wachten. Dit was de droefheid die Mij meest
verdrukte: het totaal verlaten zijn van alles. En Ik wachtte op jou, om jou de
toeschouwer van mijn pijn te laten zijn, en om je samen met mij, te laten
drinken van de bittere kelk die mijn Hemelse Vader Mij door een Engel zal
sturen. We zullen er samen van nippen. Het zal geen kelk van troost zijn, maar
van intense bitterheid en Ik voel de behoefte om een paar liefhebbende zielen
rond Mij te hebben die er op zijn minst een paar druppels van zouden drinken. Dit
is waarom Ik je heb geroepen, opdat je zou aanvaarden met Mij de pijn te delen,
en Mij te verzekeren dat je Mij niet alleen zult laten in zon grote
verlatenheid.
Ja, mijn Jezus, we zullen samen
de kelk van Uw bitterheid drinken; we zullen Uw pijnen lijden, en ik zal nooit
van uw zijde wijken!
En de gekwelde Jezus komt in doodsangst terecht, en lijdt
pijn dat nog nooit eerder werd gezien of begrepen. En ik, niet in staat om
weerstand te bieden en verlangend om Hem te troosten en Hem te verlichten, zeg
tot Hem: Vertel me, waarom bent U zo bedroefd, bedrukt en alleen in deze Tuin
en in deze nacht? Dit is de laatste nacht van uw leven op aarde; er resten U
nog een paar uur vooraleer uw Lijden begint. Ik dacht dat ik tenminste de
Hemelse Moeder, de liefhebbende Magdalena, de trouwe Apostelen zou winden; maar
ik vind U helemaal alleen, ten prooi aan een droefheid die U een meedogenloze
dood geeft, zonder u te laten sterven. O mijn Goedheid en mijn Alles, antwoord
je niet? Spreek tot mij! Maar het lijkt erop dat U niet kan praten, zo erg is
de droefheid die U onderdrukt. Maar, mijn Jezus, die blik van U is vol van
licht, maar gekweld en zoekend, zodat het lijkt dat U op zoek bent naar hulp. Uw
bleke gezicht, uw lippen uitgedroogd van liefde, uw Goddelijke Persoon,
trillend van top tot teen, uw hart dat zo intens klopt, en die hartslagen die
zoeken naar zielen, veroorzaken zon vermoeidheid dat het lijkt, dat U nu elk
moment uw laatste adem geeft. Alles zegt me dat U alleen bent, en daarom mijn
gezelschap wil.
Hier ben ik, O Jezus, samen met U. Maar ik heb niet het
hart om U te zien neervallen. Ik neem U in mijn armen, ik druk U aan mijn hart;
ik wil, één voor één, uw inspanningen tellen, en één voor één de beledigingen
die op U afkomen afweren, om U verlichting te geven voor alles, eerherstel voor
alles, en U tenminste één daad van mijn medelijden geven, voor alles.
Maar, O mijn Jezus, terwijl ik U in mijn armen houd, neemt
uw lijden toe. Mijn Leven, ik voel vuur door uw aderen stromen, en ik voel uw
Bloed koken. Uw Bloed wil naar buiten komen. Vertel me, mijn Liefste, wat is
het? Ik zie geen geselingen, geen doornen, geen nagels, geen kruis; toch als ik
mijn hoof op uw Hart leg, voel ik de wrede doornen uw hoofd doorboren, dat
meedogenloze geselen dat zelfs niet het kleinste deel spaart, binnen en buiten
uw goddelijke persoon, en dat uw handen verlamd en verwrongen zijn, meer dan
door nagels. Vertel me, mijn lieve Goedheid, wie heeft zoveel macht, om ook in
uw innerlijk U te pijnigen en U te laten lijden evenveel doodservaringen voor
evenveel kwellingen als hij U geeft?
Ach, het lijkt dat de gezegende Jezus Zijn lippen opent,
zwak en stervend, en zegt: Mijn kind, wil je weten wat het is dat Mij meer
martelt dan de wrede beulen? Nee, dat is niets vergeleken met dit! Het is de Eeuwige
Liefde, die in alles voorrang heeft, Mij laat lijden, alles in één keer en in
de meest intieme delen, wat de beulen Mij zullen doen lijden beetje bij beetje,
Ach, mijn kind, het is Liefde die in alles heerst over Mij en in Mij. Liefde is
een nagel voor Mij, Liefde is een nagel voor Mij, Liefde is een gesel, Liefde
is een doornenkroon. Liefde is alles voor Mij. Liefde is mijn eeuwige passie,
terwijl die van de mens na verloop van tijd komt. Ach mijn kind, kom in Mijn
Hart, kom om gesmolten te worden in mijn Liefde, en enkel in mijn Liefde zal je
begrijpen hoeveel Ik heb geleden en hoeveel Ik van je heb gehouden, en je zult
leren Mij lief te hebben en alleen uit Liefde te lijden.
O mijn Jezus, omdat U me in uw Hart geroepen hebt om te
laten zien welke Liefde U deed lijden, ga ik er binnen. Maar terwijl ik
binnenkom, zie ik de tekenen van liefde die U hoofd kronen, niet met echte
doornen, maar met doornen van vuur; die U geselen, niet met zweepslagen maar
met slagen van vuur; die U kruisigen met nagels, niet van ijzer, maar van vuur.
Alles is vuur, dat diep doordringt in uw merg en gebeente; en je Allerheiligste
Mensheid in vuur zettend, geeft het U sterfelijke pijn, groter dan het Lijden
zelf en bereidt een bad van liefde voor, voor alle zielen die willen gewassen
worden van elke smet en het recht verwerven van kinderen van Liefde te worden.

O Liefde zonder einde, ik voel me terugdeinzen voor zon
enorme Liefde, en ik zie dat om Liefde binnen te gaan en het te begrijpen, ik
helemaal Liefde moet worden! O mijn Jezus, dat ben ik niet! Maar aangezien U
mijn gezelschap wilt, en U wilt dat ik in U binnenkom, bid ik U om mij helemaal
Liefde te maken.
En daarom smeek ik U om mijn hoof den elk van mijn
gedachten met de kroon van Liefde te kronen. Ik smeek U, O Jezus, om mijn ziel,
mijn lichaam, mijn krachten, mijn gevoelens, mijn verlangens, mijn genegenheden
te geselen. Kortom alles, met de gesel van liefde; zodat ik in alles kan worden
gegeseld en verzegeld door Liefde. O eindeloze Liefde, laat er niets in mij
overblijven dat het leven uit de liefde neemt.
O Jezus, middelpunt van alle liefdes, ik smeek U om mijn
handen en mijn voeten te spijkeren, met de nagels van Liefde, zodat ik volledig
door liefde genageld, liefde mag worden, liefde die ik kan begrijpen, met
liefde mag bekleed worden, met liefde kan gevoed worden. De Liefde mag me
volledig genageld in U vasthouden, zodat niets binnen en buiten mij, mij kan
afleiden en mij kan wegnemen van de Liefde, O Jezus!
Overweging
In dit uur, in de steek gelaten
door Zijn Eeuwige Vader, leed Jezus Christus van zon brandend liefdesvuur dat
alle mogelijke en denkbare zonden vernietigd konden worden en alle schepselen
konden met Zijn Liefde ontstoken worden, zelfs uit miljoenen en miljoenen
werelden, en de verloren zielen van de Hel als ze niet eeuwig hardnekkig waren
in hun kwaad. Laten we in Jezus binnengaan, en nadat we zijn doordrongen in
Zijn hele innerlijk, in Zijn meest intieme vezels, in de hartslagen van vuur,
in Zijn intelligentie die als van vuur was, laten we dan deze liefde nemen en
onszelf van binnen en van buiten bekleden met het vuur dat Jezus verbrandde. Dan
komen we uit Hem en storten ons in Zijn Wil. We zullen daar alle schepselen
vinden. Laat ons de liefde van Jezus geven aan elk van hen, en hun hart en
verstand raken met deze liefde. Laat ons hen volledig in liefde transformeren.
Laat ons dan met de verlangens, met de hartslagen, met de gedachten van Jezus,
Jezus vormen in het hart van elk schepsel. En dan zullen we Hem alle schepselen
brengen die Jezus in hun hart hebben, en we zullen hen rond Hem plaatsen,
zeggende: O Jezus, we brengen U alle schepselen met hun Jezussen in hun hart
om U verlichting en troost te bieden. We hebben geen ander manier om
verlichting te brengen aan uw liefde dan elk schepsel in uw Hart te brengen!
Door dit te doen, zullen we Jezus een waarachtige verlichting geven, omdat de
vlammen die Hem verbranden van die aard zijn dat Hij blijft herhalen: Ik
brand, en er is niemand die Mijn liefde neemt. O alsjeblieft, bied Mij
verlichting, neem Mijn liefde en geef Mij liefde!
Om ons in alles in
overeenstemming te brengen met Jezus, moeten we teruggaan naar onszelf, deze
overwegingen op ons toepassen: kunnen we zeggen dat er een voortdurende stroom
van liefde stroomt tussen ons en God in alles wat we doen? Ons leven is een
voortdurende stroom van Liefde die we van God ontvangen. Als we denken, is er
een stroom van liefde. Als we werken, is er een stroom van liefde. Het woord is
Liefde, de hartslag is Liefde; we ontvangen alles van God. Maar stromen al deze
handelingen naar God met liefde? Vindt Jezus in ons de zoete betovering van
Zijn liefde dat naar Hem toekomt, zodat Hij in vervoering van deze betovering,
met overvloediger liefde ons bedekt?

Als we niet de intentie hadden
om samen in de liefde van Jezus te vertoeven in alles wat we hebben gedaan,
zullen we dan in onszelf naar Hem zoeken en Hem om vergeving vragen omdat Hij
de zoete betovering van Zijn Liefde jegens ons heeft verloren?
Laten we ons door de goddelijke handen bewerken, zoals de
Mensheid Zich door Jezus laat bewerken? We moeten alles wat er in ons gebeurt,
wat geen zonde is, als een goddelijk werk beschouwen. Als we dit niet doen,
ontkennen we de glorie van de Vader, laten we het goddelijk leven ontsnappen en
verliezen we de heiligheid. Alles wat we in onszelf voelen inspiraties,
verstervingen, genaden is niets anders dan een werk van liefde. Nemen we die
dingen zoals God het wil? Geven we Jezus de vrijheid om te werken? Of verwerpen
we liever Zijn goddelijk werk door alles op een menselijke manier te bekijken
en het als zinloos te beschouwen? Laten we ons in Zijn armen vallen om alle
slagen te ontvangen die de Heer ons beschikt voor onze heiliging?
Mijn Liefde en mijn Alles, moge
uw liefde mij overal overspoelen en alles verbranden wat niet van U is. Laat
mijn liefde altijd naar U komen, om alles te verbranden wat uw Hart bedroeft.
Dankzegging
Mijn lieve Jezus, U hebt me in dit uur van Uw Lijden
geroepen om U gezelschap te houden. Ik heb U horen bidden, eerherstel bieden en
lijden, in angst en verdriet, smekend om het heil van de zielen in de meest
ontroerende stem. Ik heb geprobeerd U in alles te volgen. Ik bied U Mijn
dankzegging en zegening aan. Ik zeg U dank duizenden en duizenden keren, en ik
zegen U voor alles wat U gedaan en geleden hebt voor mij en voor allen. Ik dank
U en zegen U voor elke druppel Bloed die U vergoten hebt, voor elke adem, voor
elke hartslag, voor elke stap, woord, blik, bitterheid en belediging die U hebt
doorstaan. In alles, O mijn Jezus, wil ik U bezegelen met een dank U en Ik
zegen U. Laat mij alstublieft, O Jezus, mijn hele wezen U een voortdurende
stroom van dankzeggingen en zegeningen aanbieden om op mij en op allen Uw
zegeningen en dankzeggingen te doen neerkomen. Alstublieft, O Jezus, druk mij
aan Uw Hart, en bezegel met Uw allerheiligste handen elk deeltje van mijn wezen
met Uw Ik zegen je zodat ik niets anders dan een doorlopende hymne voor U uit.
Amen.
|