|
Een profetisch beeld
De
tent van Abraham is een beeld van het beloofde land Kanaän. Vader Abraham kan
in zekere zin vergeleken worden met de VN en Sara met de Kerk. Na 4000 jaar
herhaalde de geschiedenis zich van Abrahams tent voor ons aller oog. Eeuwenlang
hebben de Arabieren, het zaad van Ismael, het land Kanaän in bezit gehad. Maar
in 1948 werd de staat Israël geboren en Isaak trok het land binnen. En de strijd
in Abrahams tent ontbrandde opnieuw. De VN, net als Abraham, stelden een
compromis voor en verdeelden het land tussen de nakomelingen van Isaak en die
van Ismaël. Ze hoopten op een vreedzaam samenwonen. Het mocht niet zijn.
Wij
geloven dat het de taak van de Kerk, getypeerd door Sara, is erop aan te
dringen dat uitsluitend aan Israël het recht op bezit van het beloofde land
toekomt. Volgens de Schrift is dit de enige oplossing.
God
zegt:
Gen 21:10 `Jaag die slavin met haar zoon weg, want de zoon van die slavin mag geen
mede-erfgenaam worden van mijn zoon Isaak.'
Een praktische toepassing
Dit is dan de profetische
uitspraak, die voor onze ogen wordt vervuld. Het grootste internationale wonder
uit de hele geschiedenis is de terugkeer van Israël naar het beloofde land,
nadat ze 2500 jaar onder de volken van de aarde verstrooid waren. Het is de
aanzet tot de vervulling van Gods woorden, ons opgetekend in Ezechiël 36.
Ezech 36:24-28 Ik zal u terugvoeren uit
de volken, u samenbrengen uit alle landen en u leiden naar uw eigen
grond. Ik zal u met zuiver water besprenkelen en ge zult rein worden; van
al uw ongerechtigheden en van al uw afgoderij zal Ik u reinigen. Ik zal u een
nieuw hart geven en een nieuwe geest in u uitstorten; Ik zal het stenen hart
uit uw lichaam verwijderen en een hart van vlees geven. Mijn geest zal Ik
in u uitstorten en Ik zal ervoor zorgen dat ge mijn wetten nakomt en mijn
voorschriften nauwkeurig onderhoudt. Ge zult wonen in het land dat Ik uw
vaderen gegeven heb; gij zult mijn volk en Ik zal uw God zijn.
Dat is een profetie dat vervuld
zal worden in de toekomst met de terugkomst van Jezus Christus.
3D van Israël
Hoofdstuk 2 Afblijven van Israël
Aan het oostelijk deel van de
Middellandse Zee ligt een smalle, onbetekenende strook land. De oppervlakte van
het land voor de zesdaagse oorlog van 1967 was 22.072 km2. (België 30.528 km2)
U zult het met ons eens zijn dat Israël maar een klein land is in de hele
wereld. Daarbij komt nog, dat een groot gedeelte bergachtig is en dat vooral de
Negev, in het zuiden, een woestijn is. Dank zij de energieke bevloeiing wordt
de woestijn echter elk jaar kleiner. In dit land wonen ongeveer 8,29 miljoen
inw. (België: 11,49 miljoen inw.) in 2017. Dat kleine land is de Staat Israël.
(Israël betekent Strijder met God)
Vergeleken met andere landen
heeft het slechts een klein, maar buitengewoon goed georganiseerd en
gedisciplineerd leger en een kleine, maar sterke vloot. Geen land ter wereld
heeft echter onder de volkeren der aarde zoiets teweeg gebracht als Israël.
Geen volk is erin geslaagd zo vaak de koppen van de nieuwsbladen te hebben
gevuld zoals Israël dat doet. Vanaf het ogenblik dat Israëlieten hier gingen wonen
en een groot aantal Arabieren het land verlieten, is Israël voorpaginanieuws
geweest. De vrede in dit deel van het Midden-Oosten is de voornaamste en
grootste zorg van de VN en aller ogen zijn op dit gebied gevestigd. De VN en de
Veiligheidsraad hebben meer tijd moeten besteden aan het Israëlisch-Arabisch
conflict dan aan ENIG ANDER ONDERWERP. Dit gebied in het Midden-Oosten is het
grootste probleem voor de gehele wereld.
Waarom al die aandacht?
Waarom wordt er zoveel aandacht
besteed aan de ogenschijnlijk onbetekenende strijd tussen twee betrekkelijk
zwakke volken over een stukje land, dat in het grote raam van wereldomvattende
belangen van geen gewicht zou moeten zijn? Op deze vraag zouden veel antwoorden
kunnen worden gegeven en er zijn tal van redenen voor het belang van dit land Israël
en zijn volk. Het doel van dit volk is juist dit land. De Bijbel zegt, dat de
bestemming van alle volken van de wereld afhangt van de uitslag van de
strijd tussen Israël en de Arabieren.
Let op enkele van de vele
factoren, die dit land en dit volk een unieke plaats in de wereldhistorie
gaven. We zullen enige van de vele bijzonderheden opnoemen, die geen ander volk
ter wereld bezitten.
1 Israël, en Jeruzalem in het
bijzonder, is Bijbels gezien het geografische middelpunt van het aardoppervlak.
Alle richtingaanwijzende gegevens worden gedaan vanuit dit punt. Noord in de
Bijbel is noordelijk van Jeruzalem, niet noordelijk van Brussel of Washington.
Zuid is in de Bijbel zuidelijk van Israël en zo is het ook met het oosten en
het westen. De wereld draait om het land Israël en de geschiedenis van de
volken draait om het Heilig Land. Als Jeruzalem vrede heeft, heeft de wereld
vrede. Als Jeruzalem zorgen heeft, dan hebben de volken zorgen.
2 Israël is strategisch gezien
het belangrijkste land, dat er bestaat. Het ligt op een punt, waar drie
werelddelen samenkomen: Europa, Azië en Afrika. In dit land komen de wegen
samen uit vele landen en als zodanig is het economisch en militair het
middelpunt van het oostelijk halfrond.
3 Israël is het godsdienstig
centrum van de wereld en van de geschiedenis. In het beloofde land (in
uitgebreide betekenis van Gen 15:18) begon de geschiedenis van de mensheid nl.
in de Hof van Eden. Hier viel de mens in de zonde en hier begon de verlossing.
Hier werd Abraham, die bemind wordt door Joden, Christenen en Islamieten, door
God geroepen. In dit land gaf God Zijn wetten aan Israël. De Bijbel werd bijna
helemaal in dit land geschreven. In dit land kwam de Heiland ter wereld. Hier
leefde Hij, leed en stierf Hij, en werd er begraven. Hier stond Hij op uit de
doden en voer Hij ten hemel. In dit land zal Hij wederkomen. (Zacharia 14:4)
4 Het land Kanaän, waarin Israël
ligt, is het rijkste gebied voor wat de schatten van de aardbodem betreft. Men
schat, dat 80% van de waarschijnlijke olievoorraden in het Midden-Oosten
liggen. De Dode Zee is een enorm pakhuis van vele miljarden tonnen aan nuttige
mineralen. In de verschillende lagen van de bodem van het land worden eveneens
vele soorten mineralen gevonden. Dit alles maakt dit land tot het meest
begeerde van de hele wereld.
5 Bovendien is Kanaän het enige land,
waarvan de geschiedenis nauwkeurig is voorzegd in de profetische boeken. De
geschiedenis van haar volk is in details van tevoren beschreven: de mensen
zouden er wonen, zij zouden worden verstrooid onder de volkeren, zij zouden in
den vreemde lijden, maar daarna zou een heerlijk herstel volgen in het hun
beloofde land. Dit alles was duidelijk voorzegd, evenals de troosteloze
woestheid van het land gedurende Israëls verstrooiing.
6 Palestina is het enige land,
dat aan 1 enkele natie werd gegeven. Dit geschiedde met een onvoorwaardelijke
belofte aan Abraham, Isaak en Jacob. Deze belofte kan nooit worden verbroken of
geannuleerd. Ze werd bevestigd door de terugkeer van het volk Israël naar het
land van hun vaderen onder menselijkerwijs onoverkomelijke moeilijkheden.
7 In dit land zal de laatste en
grootste oorlog uit de geschiedenis worden uitgevochten: de Slag van Armageddon.
Deze alles beslissende strijd zal de wereld volkomen vrede brengen. (Zach 14:4
en Openb 13:13-16)
8 Het land Israël zal het toneel
worden van satans definitieve nederlaag aan het einde der eeuwen. Zoals hij
zijn duivels werk begon in de Hof van Eden, zo zal hij in dezelfde streek zijn
definitief, bitter einde vinden. (Openb 20:10)
9 Jeruzalem, is de enige stad in
de profetie, die bestemd is om de hoofdstad van de Verenigde Wereld te worden
en de zetel van de regering voor alle volken onder de heerschappij van de
Koning de aarde, Israëls Messias, de Heer Jezus. (Jes 2:2-4 en Jer 33:16)
10 God heeft gezegd, dat Hij elke
natie ernstig zal straffen en vonnissen, die het volk Israël zal onderdrukken.
Zij immers zijn de wettige eigenaars van het land. Ieder volk, dat voor een
tijd het land Kanaän veroverde en het volk Israël verdrukte, zal onder het
oordeel Gods door moeten gaan, want Hij zei tot Abraham:
Gen 12:3a Ik zal zegenen die u zegenen,
maar die u versmaadt zal Ik vervloeken.
11 Tenslotte is het land van Israël
het enige land dat de Heer MIJN land noemt: Israël is MIJN volk en Kanaän:
MIJN land. (Joël 3:2)
De oplossing
Het tegenwoordige conflict in Israël
kan slechts worden opgelost door te gehoorzamen aan Gods woord, door Gods plan
voor land en volk te erkennen. Na 2500 jaren gezucht te hebben onder heidense
heerschappij is Israël tenslotte als volk naar zijn eigen land teruggekeerd.
Het is het grootste wonder in de wereldgeschiedenis. God is bezig zijn plan uit
te voeren dat in de profetische boeken is vermeld. Wee het volk, dat in dit
vastgestelde en onveranderbare plan van God tussenbeide wil komen.
De grootste zonde
Volgens de Bijbel is de grootste
zonde, die de volken ooit hebben gedaan, het besluit om Palestina tussen de Israëliërs
en de Arabieren te verdelen. Let wel, het gaat hier niet over de persoonlijke
zonden van verschillende mensen, maar om de zonde van de volken.
Wat er gebeurde in de tent van
Abraham 4000 jaar geleden, had een waarschuwend voorbeeld moeten zijn.
Verdeling van het land is niet de oplossing van het probleem. Toen Israël in
1948 een zelfstandig volk werd en de eigenlijke botsing kwam over het
eigendomsrecht van Kanaän, kwam de wereldvrede in een kritiek stadium. Toen
werd het plan uitgevoerd waarvan God gezegd had, dat dit zijn straffen tot
gevolg zou hebben.
Het betrof, zoals reeds gezegd,
de verdeling van Jeruzalem en het hele land. Het was een poging om verdere
strijd te voorkomen. Om politieke redenen en in de hoop, dat dan de kwestie
geregeld zou zijn, kwam men een lijn overeen, die het land der belofte in tweeën
verdeelde. Hierbij werd het (onvruchtbare) zuidelijke gedeelte aan Israël
toegewezen en het (vruchtbare) noorden grotendeels aan de Arabieren. Het was
een serieuze poging in de hoop, dat deze regeling aan beide zijden van de
grenslijn tot vrede zou leiden. Maar het tegengestelde effect werd bereikt: er
bleven voortdurend grensincidenten en er dreigde steeds een algemene oorlog.
Isaak en Ismaël
De zorgen in Abrahams tent
herhaalden zich. God had duidelijk gezegd, dat Isaak en Ismaël niet samen
erfgenamen der belofte konden zijn, maar dat in Isaak van Abrahams
nakomelingschap zal worden gesproken (Gen 17:19) God is rechtvaardig en Hij zal voorzeker de volken richten, die
Zijn vastgestelde plan in deze laatste dagen genegeerd hebben. In de profetie
van Joël staat een opmerkelijke passage. God zegt hierin, dat Hij in het
laatste der dagen oordeel zal brengen over de volken:
Joël 4:1 'Want weet het wel: in die
dagen, in die tijd, als Ik Juda en Jeruzalem herstel,
Hier stoppen we even om de nadruk
te leggen op de juiste tijd, waarover de profeet spreekt. Hij voorziet die tijd
van een bepaald kenmerk, zodat wij ons niet kunnen vergissen. Hij zegt, dat het
gebeuren zal in die dagen, als Jeruzalem en Juda uit hun ballingschap zullen
terugkeren naar hun eigen land. Dat betrekt deze profetie op onze dagen, want
in de laatste jaren hebben wij die terugkeer naar het eigen land gezien. Tevens
is nu het hele land, het noorden, midden en zuiden in Joods bezit. In 1967
heeft de hereniging van Jeruzalem plaats gevonden, zodat ook nu de gehele stad
Jeruzalem van Israël is.
Te dien dage, zegt de profeet,
zal God het oordeel over de volkeren beginnen te voltrekken. Dan gaat de tekst
verder:
Joël 4:2 breng Ik alle volken bijeen en
doe hen dalen naar het dal van Josafat. Daar begin Ik met hen een
rechtsgeding over mijn volk en mijn erfdeel, Israël, dat zij onder de volkeren
hebben verstrooid; zij hebben mijn land verkaveld.
Ten tijde van Israëls terugkeer,
zegt God, zal Ik alle volken bijeen vergaderen voor de slag van Armageddon. Let
er nu goed op, WAAROM God de volken zal oordelen.
Twee dingen zijn hierin bepalend:
1 Zij hebben Mijn volk verstrooid.
2 Zij hebben Mijn land verkaveld
of verdeeld.
Dit laatste is de druppel, die de
emmer doet overlopen: de verdeling van het land Israël. Dit roept om Gods
ingrijpen. Dit wordt bevestigd door de profetie van Daniël, waar het oordeel
over de mens van verderfenis, de antichrist, wordt beschreven, als hij het land
zal verdelen voor winst of prijs zoals Daniël 11:39 zegt:
en wijst hun grond toe als beloning.
Wij voegen hier tot slot nog één
opmerking aan toe.
God noemt Israël MIJN volk en
het land Israël (of Kanaän) MIJN erfdeel. God Zelf is het, Die Zich belast
met de verdediging van Zijn land en Zijn volk. Dit alleen moet de reden zijn
van de bovennatuurlijke bewaring van het volk gedurende duizenden jaren in de
geschiedenis. Dit alleen moet de verklaring zijn van de naar de mens gesproken
onmogelijke overwinning van het kleine Israël op haar vijanden, die veel groter
in aantal waren. Met name is dit het geval geweest in de zesdaagse oorlog in
juni 1967. God zegt, dat Hij niet zal toelaten dat iemand zich met Zijn land
bemoeit. God zegt van Jeruzalem en Sion:
Zach 1:14b, 15 Voor Jeruzalem en de Sion
ben Ik van hevige ijver vervuld, maar Ik ben zwaar vertoornd op de heidense
volken, die zo zelfverzekerd zijn geweest: terwijl Ik maar matig vertoornd was,
hebben zij wel meegeholpen, maar het te erg gemaakt.
Opnieuw verklaart de profeet het
Woord van de Heer met deze niet mis te verstane woorden:
Zach 8:2,3 Zo spreekt Jahwe van de
machten. Ik ijver voor Sion met heftige ijver; heftig en grimmig ijver Ik voor
haar. Zo spreekt Jahwe: Ik keer terug naar Sion, Ik neem in Jeruzalem mijn
intrek. Jeruzalem zal de stad van de trouw heten, en de berg van Jahwe van de
machten de heilige berg.
Over Israël heeft de Heer in voor
ieder begrijpelijke taal gezegd:
Jes 54:17 Geen wapen, tegen u gesmeed,
zal slagen, en gij zult de schuld bewijzen van elke tong die in het geding zich
tegen u verheft. Dat is het erfdeel van Jahwe's dienstknechten en hun redding
die Ik hun breng, - luidt de godsspraak van Jahwe.
Afblijven
In honderden andere teksten
waarschuwt God de mens, dat hij zich niet met Israël en het land van de Heer
moet bemoeien. In vlammend schrift staat op de bladzijden van de Bijbel de
waarschuwing geschreven: Blijf er met je handen af! Afblijven van Mijn volk en
van Mijn land.
Laten wij ernstig en oprecht
bidden, dat de volken ook ons volk deze les mogen leren en van Israël, Gods
erfvolk afblijven en geen deel hebben aan de verdeling van Gods land. Moge God
de leiders der volken een recht inzicht geven en hun Zijn zekere belofte aan Israël
gegeven, tonen. Mogen wij letten op Gods Woord in Psalm 105:
Ps 105: 6, 8-11, 14-15 Gij zaad van
Abraham, zijn knecht, Jakobs zonen, door Hem verkoren. Hij die eeuwig gedenkt
zijn verbond, gebodswoord voor duizend geslachten, hetwelk Hij met Abraham
sloot, zijn eed aan Isaak gedaan. Jakob tot een inzetting stelde Hij het,
Israël tot een eeuwig verbond, sprekende: 'Ik geef u het land Kanaän, dat
als erfland u toe wordt gemeten.' De Heer stond mensen niet toe hen te
knechten, om hen wees Hij koningen terecht: 'raakt nimmer aan mijn
gezalfden, vergrijpt u niet aan mijn profeten!'
HANDEN AF VAN ISRAEL. AFBLIJVEN
VAN GODS LAND EN VAN GODS VOLK!
Hoofdstuk 3 In de verstrooiing (de diaspora)
Naast het duidelijke plan tot
redding en behoud van een verloren mensheid, is er in de hele openbaring der
Schrift geen duidelijker en begrijpelijker feit, dan de belofte van een
uiteindelijk en blijvend herstel van het volk Israël in het beloofde land, Kanaän,
nu het land Israël. De Bijbel heeft duidelijk voorzegd, dat het volk zou worden
verstrooid onder de heidenen, dat zijn de volken van de wereld, en dat is
letterlijk vervuld. Nog vόόr Israël het beloofde land ooit had gezien, had
Mozes reeds in grote trekken hun hele historie beschreven.
In Leviticus 26 lezen wij deze
woorden:
Lev 26:32, 33 Als Ik eenmaal het land ga
verwoesten, staan zelfs de vijanden die er wonen verbijsterd. Ik verstrooi u
onder de volken en kom met getrokken zwaard achter u aan. Uw land wordt een
woestenij, uw steden een puinhoop.
De geschiedenis heeft bewezen,
dat deze profetie letterlijk is uitgekomen. Nadat Israël ongeveer 800 jaar in
het land had gewoond, schoot de koning van Babel als een roofvogel op Jeruzalem
neer, verwoestte de stad en voerde het volk in ballingschap weg. Na 70 jaar
keerde slechts een handjevol ongeveer 40.000 onder Zerubbabel, Ezra en
Nehemia terug. De rest van Juda, samen met de 10 stammen uit het noorden van Israël
die ruim 100 jaar tevoren al gedeporteerd waren, werden verstrooid naar alle
delen van de aarde. Toen in het jaar 70 onder de Romein Titus, Jeruzalem
volkomen werd verwoest, werd ook het hiervoor genoemde teruggekeerde deel onder
de volken verstrooid. Zo ging de profetie van Mozes letterlijk in vervulling.
Onder de volken
Naast de voorzegging van hun verstrooiing
profeteerde de Bijbel ook, dat zij in de landen, waarin zij verspreid zouden
zijn, veel zouden lijden, en ook dat zij temidden van die volken op
bovennatuurlijke wijze zouden worden bewaard. Hier volgen de woorden van Mozes,
waarin hij het lot van de kinderen Israëls beschreef, terwijl zij buiten hun
land zouden wonen:
Lev 26:36, 38-39 Die het overleven, sla
Ik in het land van hun vijanden met schrik en beven. Als ze een opwaaiend blad
horen ritselen, slaan zij al op de vlucht als voor het zwaard. Zij vallen neer,
ofschoon niemand hen achtervolgd. Gij sterft uit onder de volken; het land
van uw vijanden verslindt u. En die dat nog overleven, kwijnen in het land
van hun vijanden weg om hun schuld en om die van hun voorvaderen.
De 2 Koninkrijken, de Babylonische
ballingschap en Joodse diaspora volgens wikipedia :
Stammen van Israël
Koninkrijk Juda
Na de dood van koning Salomo werd het
Rijk opgedeeld. De stammen Juda, Simeon en Benjamin, samen met de Levieten die
de tempeldienst verrichtten, werden bekend onder de naam Koninkrijk
Juda, met als hoofdstad Jeruzalem. De inwoners ervan werden Judeeërs
genoemd, en op grond van hun godsdienst 'joden'. Oorspronkelijk waren Judeeërs
alleen de leden van de stam Juda maar later werd die naam voor de inwoners van
het Koninkrijk Juda gebruikt, waarin ook leden van andere stammen
woonden.
Koninkrijk Israël
De overige 10 stammen vormden samen het
noordelijke rijk, bekend onder de naam Koninkrijk Israël met de
nieuwe hoofdstad Samaria, en bleven Israëlieten genoemd worden.
Waarschijnlijk omdat zij de grootste groep in bevolkingsaantal bleven. In 722
v. Chr. werd het noordelijke rijk veroverd door de Assyriërs en
de meeste inwoners werden weggevoerd naar het Assyrische rijk. Later werd
de naam Israëliet een synoniem voor Judeeër (Jood) en verdween het
oorspronkelijke onderscheid.
(Assyrië was een rijk dat bestond
tussen 2000 v. Chr. en 609 v. Chr. De Assyriërs veroverden
het Rijk vanuit hun kerngebied rond de stad Assur in Mesopotamië,
hoewel Assur niet altijd de hoofdstad geweest is. Onder Shamsi-adad I was
het Subad-Enlil en vanaf Sennacherib werd Nineve de
hoofdstad. Op het hoogtepunt van hun macht besloeg het Assyrische Rijk
Mesopotamië, de Levant en het Oude Egypte.
Daarnaast wordt met Assyrië ook wel het
geografisch noordelijke deel van Mesopotamië aangeduid, waarbij dan
het zuidelijk deel veelal als Babylonië wordt aangeduid.)
Waar de tien stammen zijn gebleven
Het lot van de tien stammen is altijd een
bron voor vele speculaties geweest. Waarschijnlijk vluchtten veel
Israëlieten in 722 v.Chr. voor de Assyriërs naar Juda en assimileerden daar.
Het lot van de 10 stammen kan dus als volgt samengevat worden: een groot deel
werd inderdaad weggevoerd en ging op in de bevolking van het Assyrische
Rijk en een deel vermengde zich met de bewoners van het Koninkrijk Juda.
De geschiedschrijver Flavius
Josephus, die rond de tijd van Jezus Christus leefde, schreef over de tien
stammen het volgende in zijn werk Oude geschiedenis van de Joden:
"... terwijl de tien stammen voorbij de Eufraat verblijven tot nu
toe, en ze zijn een ontzettend grote menigte, waarvan het aantal niet geschat
kan worden".

De Babylonische
ballingschap verwijst naar de ballingschap van de joden
nadat zij werden meegevoerd, volgend op de verwoesting van de eerste
tempel van Jeruzalem in 587 v. Chr. door de Babyloniërs onder Nebukadnezar
II. Ze mochten hun geloof blijven belijden en hadden betrekkelijke vrijheid.
Sommigen, zoals Daniël, kregen hoge posities binnen de regering. In 538
v. Chr. werd Babylon door de Perzen veroverd en werd
het de joden toegestaan terug te keren naar Juda. Het boek Ezra verhaalt
hierover. De Babylonische ballingschap is voor het jodendom een zwarte
periode waarin evenwel het merendeel van hun heilige schriften tot stand is
gekomen.
Gebeurtenissen
Sinds het begin 700 v.
Chr. was het koninkrijk Juda een vazalstaat van het machtige Assyrische
Rijk. Na de dood van Assurbanipal (627) herwon Judea zijn
onafhankelijkheid. Assyrië werd omvergeworpen door het Nieuw-Babylonische
Rijk, een Assyrische provincie met een eigen roemrijke geschiedenis. Egypte
onder Psammetichus I steunde de Assyriërs en veroverde de Levant tot
aan de Eufraat in Syrië. Babylon voerde een tegenaanval uit, waarbij
in 609 Josia, de koning van Juda, werd gedood. De Slag bij Karkemish (605)
was een beslissende overwinning voor Babylon. Juda werd onderhorig aan
Babylon, Nebukadnezar II liet een groep jongens van Joodse adel
overbrengen voor dienst aan zijn hof (Daniël 1-2).
In de daarop volgende
jaren formeerden zich twee partijen aan het hof in Jeruzalem: een
pro-Egyptische en een pro-Babylonische. In 599 had de pro-Egyptische
kliek bovenhand en Juda kwam in opstand tegen Babylon. In reactie hierop
belegerde Nebukadnezar II van Babylon Jeruzalem. Jojakim,
de koning van Juda, stierf in 598, terwijl het beleg nog voortduurde. Hij
werd opgevolgd door zijn zoon Jojachin. De stad viel op 16 maart
597 en Nebukadnezar plunderde Jeruzalem en de Eerste Joodse Tempel en nam
Jojachin, zijn hofhouding en andere vooraanstaande burgers (inclusief de
profeet Ezechiël) mee naar Babylon. Sedekia, de broer van Jojakim, werd tot
koning benoemd, maar de ballingen in Babylon bleven Jojachin als hun
rechtmatige vorst beschouwen.
Ondanks de ernstige
bezwaren van Jeremia en de anderen van de pro-Babylonische kliek kwam
Sedekia in opstand tegen Babylon en ging een bondgenootschap aan met
farao Hophra van Egypte. Nebukadnezar kwam terug, versloeg de
Egyptenaren en belegerde Jeruzalem opnieuw. De stad viel in 587,
Nebukadnezar verwoestte de stadsmuren en de tempel, samen met de huizen van de
belangrijkste burgers. Sedekia werd blind gemaakt en werd, samen met vele
anderen, naar Babylon gevoerd. Juda werd een provincie van Babylon, waarmee een
eind kwam aan het onafhankelijke koninkrijk Juda.
Babylon stelde
Gedalja, een autochtone Judeeër, aan als eerste gouverneur. Hij riep de vele
Joden die naar omringende landen waren gevlucht, zoals Moab, Ammon en Edom, op
om terug te keren en nam maatregelen om het land naar voorspoed te doen
terugkeren. Enige tijd hierna, in 582 vermoordde een nakomeling van de
koninklijke familie Gedalja en zijn Babylonische adviseurs. Ten gevolge hiervan
zocht een stroom vluchtelingen veiligheid in Egypte. Hierdoor waren er rond 550
v. chr. twee belangrijke Joodse gemeenschappen: één in Babylon en één in
Egypte. Dit was het begin van de later talloze Joodse gemeenschappen die
permanent buiten Juda woonden, wat de Joodse diaspora wordt genoemd.
Volgens Bijbelboek
Ezra eindigde de ballingschap in 538 toen de Pers Cyrus II de
Grote Babylon veroverde. Een andere interpretatie stelt dat de
ballingschap eindigde toen Cyrus in 538.Chr. het "Edict van Cyrus"
uitvaardigde, dat de Joden toestond naar Jeruzalem, dat ook tot het
Perzische Rijk behoorde, terug te keren. Weer een andere interpretatie stelt
dat de ballingschap eindigde met de terugkeer van Zerubbabel de Vorst
van Juda en Jozua de hogepriester en de bouw van de Tweede Joodse Tempel in
de periode 520 - 515 v.Chr.
Alternatief:
mogelijk wordt echter met de in de boeken Daniël en Ezra genoemde Kores de Pers
die de ballingschap eindigde (Ezra 1:1-4) niet Cyrus de Grote maar zijn
kleinzoon Xerxes (485-465 v. Chr.) bedoeld. Gerekend vanaf 605 duurde de
ballingschap precies 120 jaar.
De Babylonische
ballingschap had een aantal gevolgen voor het Judaïsme en de Joodse
cultuur, zoals veranderingen in het Hebreeuwse alfabet, de Joodse
kalender en fundamentele gewoonten en gebruiken binnen de Joodse religie.
Deze periode kende het laatste hoogtepunt van Bijbelse profetie in de persoon
van Ezechiël, gevolgd door de opkomst van de centrale rol van de Thora in
het Joodse leven.
De Joden kregen aan
het eind van de ballingschap de eerder uit de tempel geroofde schatten terug,
zodat ze die bij hun terugkeer konden meenemen.
Tabel
Onderstaande tabel
is gebaseerd op "Israel in exile: the history and literature of the sixth
century BCE" van Rainer Albertz. Andere dateringen zijn mogelijk.
|
Jaar
|
Gebeurtenis
|
|
609 v.Chr.
|
Dood van Josia
|
|
609-598 v.Chr.
|
Regering van Jojakim (hij
volgde Joachaz op, die Josia opvolgde, maar slechts 3 maanden
regeerde)
|
|
598/7 v.Chr.
|
Regering van Jojachin (regeerde
3 maanden). Beleg en val van Jeruzalem.
Eerste deportatie, 16 maart 597 v.Chr.
|
|
597 v.Chr.
|
Nebukadnezar II van Babylon
plaatst Sedekia op de troon
|
|
594 v.Chr.
|
Sedekia neemt deel aan een
anti-Babylonische samenzwering met Apriës, farao van Egypte (in de
Bijbel Hophra of eenvoudig Farao genoemd)
|
|
589 v.Chr.
|
Begin van het beleg van Jeruzalem
(winter 589 / 588 v.Chr.)
|
|
588 v.Chr.
|
Pauze in het beleg van Jeruzalem
(vroege zomer 588 v.Chr.)
|
|
587 v.Chr.
|
Verwoesting van Jeruzalem en tweede
deportatie (juli / augustus 587 ( / 586 / 585) v.Chr.)
|
|
583 v.Chr.
|
Moord op Gedalja, de door de
Babyloniërs aangestelde gouverneur van Jehud Medinata (de provincie Juda)
Veel Joden vluchten naar Egypte, mogelijk derde deportatie
|
|
562 v.Chr.
|
Vrijlating van Jojachin na 37 jaar in
een Babylonische gevangenis; hij blijft in Babylon
|
|
538 v.Chr.
|
Perzen veroveren Babylon (oktober)
|
|
538 v.Chr.
|
"Edict van Cyrus" staat Joden
toe terug te keren naar Jeruzalem (alternatief: Edict van Xerxes in 485 v.
Chr.)
|
|
520-515 v.Chr.
|
Terugkeer van vele Joden naar Jehud
onder Zerubbabel en de hogepriester Jesua;
Fundamenten van de Tweede Tempel worden gelegd
|
Relatieve vrijheid
De joden in Babylon mochten
daar wel hun geloof blijven belijden en genoten binnen hun isolement een
betrekkelijke vrijheid. Sommigen, zoals Daniël, verwierven zelfs hoge
posities binnen de regering. Zij maakten daar dan ook gebruik van om zich
mentaal, religieus en politiek te organiseren en hun identiteit te bevestigen.
Toen is waarschijnlijk het Hebreeuws alfabet ontstaan. De joodse
intelligentsia kwam er in aanraking met het Zoroastrisme en voelde
zich daarin gestaafd tot haar eigen opvatting van het monotheïsme.
Gedurende deze tijd kwam het merendeel van de joodse heilige schriften tot
stand, die alle gecentreerd waren rond het exclusieve geloof in de ene
mannelijke God JHWH, anders dan de alom heersende religieuze praktijken in de
wijde omgeving en in het thuisland, waarmee zij al eerder in botsing waren
gekomen.
Verdere ontwikkeling
Reeds vóór de
verwoesting van de tweede Tempel in het jaar 70 na Chr. woonden er
meer joden in de diaspora dan in Palestina. De grootste verspreiding, deze keer
over bijna de gehele wereld, namelijk in Noord-Afrika, Europa, Azië en,
na de middeleeuwen, ook in Amerika, begon na de mislukte Bar
Kochba-opstand in 135 na Chr., die door Julius Severus werd
neergeslagen. Maar of daarmee een verband bestaat, kan betwijfeld worden. Het
kan ook een interpretatie zijn.
Vanaf circa 1880
trokken tienduizenden Joodse migranten uit met name Oost-Europa maar ook uit
Jemen naar Palestina, destijds een Ottomaanse provincie. Zij hoopten dat het
herscheppen van een eigen thuisland of staat daar een einde zou maken aan het
antisemitisme en aan de eeuwenlange vervolging en onderdrukking van de Joden in
de diaspora. Het eerste Zionistische congres vond plaats in 1897 in Bazel onder
leiding van de Oostenrijkse journalist Theodor Herzl, die in zijn boek
Der Judenstaat een visioen had geschilderd over een eigen staat voor het
Joodse volk, waarin zij een licht onder de naties zouden zijn. Het Zionisme was
aanvankelijk grotendeels een seculiere beweging, maar het steunde op de
religieuze en culturele band die de meeste Joden al die tijd waren blijven
houden met Jeruzalem en het oude land. Veel orthodoxe Joden meenden
aanvankelijk dat alleen de Messias hen terug kon leiden naar het Beloofde
Land, maar de toenemende vervolging deed hen uiteindelijk van standpunt
veranderen, zeker na de Holocaust.
Joodse bronnen en
historici, waaronder de joodse historicus Joseph Ben Mathitjahu (Flavius
Josephus) in zijn Jüdische Altertümer verklaren dat pas sinds 586 v. Chr. het
volk Juda en zijn nageslacht onder de naam Joden bekend is geworden. De naam
Jood wordt pas gebruikt tijdens en na de Babylonische ballingschap (tussen
598 en 586 v. Chr.).
Voordien stond de
bevolking van Juda bekend onder de naam Judeeërs. De Joden stammen af van de
stam Juda met een klein aantal nakomelingen van Levi.
|