|
Kom in verzet tegen genderideologie:
De genderideologie, die stelt dat het verschil
tussen man en vrouw niet wezenlijk is, ondergraaft Gods scheppingsordeningen.
God heeft in Zijn wijsheid de
mens geschapen als man en vrouw. In de wederkerigheid en liefde tussen deze
beide geslachten weerspiegelt zich iets van de gemeenschap van liefde die ook
in de drie-enige God Zelf bestaat, als Vader en Zoon en verbonden door de
Geest. Daarom erkent de Bijbel het huwelijk tussen man en vrouw en het daaruit
voortkomende gezin als een scheppingsordening. Ook Jezus Christus heeft het
huwelijk als een unieke en onverbreekbare gemeenschap bevestigd en geheiligd.
De kerk van alle tijden en
plaatsen heeft tot op heden aan deze scheppingsordening vastgehouden en die
verdedigd. Maar tegenwoordig eindigen huwelijken steeds vaker in echtscheiding,
waardoor gezinnen uiteenvallen. Deze tragedie wordt ten dele veroorzaakt door
moderne ideologieën, die het huwelijk en de wederzijdse rol van de geslachten
radicaal ter discussie stellen. Homoseksuele, transseksuele en interseksuele
samenlevingsvormen worden als gelijkwaardig aan het huwelijk naar voren
geschoven. Alle seksuele oriënteringen zijn gelijkwaardig, en ieder mens heeft
de vrijheid om zijn eigen geslacht uit te kiezen en dienovereenkomstig
geaccepteerd te worden. Dat strijdt met het natuurlijke schaamtegevoel (dat
deze ideologie probeert kapot te maken), met het gezond verstand en met het
natuurrecht.
Gender mainstreaming
In deze ideologie wordt het woord
geslacht, dat altijd ofwel mannelijk ofwel vrouwelijk is, stelselmatig
vervangen door het woord gender. Dat woord staat voor een sociale rol,
onafhankelijk van het biologische geslacht. Het begrip gaat terug op de
Nieuw-Zeelandse psycholoog John Money (1921-2008), die op basis van een uiterst
risicovol experiment stelde dat niet de biologische aanleg, maar de opvoeding
maatgevend is voor de vorming van de geslachtelijke rol.
Doel van de ideologie is het
zogeheten gender mainstreaming (GM): het kweken van een volledige acceptatie
van de opheffing van het verschil tussen de beide geslachten en hun rol als
ouder in het gezin (hun schepselmatige polariteit). Deze doelstelling is een
uitloper van die van de vrouwenrechtenbeweging van de negentiende eeuw. Eerst
ging het enkel om gelijke rechten voor man en vrouw, later wilde men
gelijkstelling op alle terreinen van het leven, en nu gaat het opnieuw verder
en stelt men dat alle mensen fundamenteel gelijk zijn. Tegenwoordig worden op
last van de Europese Unie op veel universiteiten zogeheten genderstudies
ingevoerd, waar studenten moeten leren om de geslachtelijke identiteit van man
en vrouw ter discussie te stellen.
Tegelijkertijd worden traditionele
waarden als deugd, moraal en kuisheid in een negatief daglicht gesteld en de
centrale begrippen uit de Europese cultuur met een nieuwe inhoud gevuld. Zo
wordt bijvoorbeeld vrijheid losgemaakt van waarheid en verantwoordelijkheid
en geherdefinieerd als doe wat je wilt. Tegenstanders worden beschuldigd van
discriminatie en homofobie.
Revolutie
GM is een gevolg van de
biologische revolutie. Na de twee eerdere grote revoluties (de Franse in 1789
en de bolsjewistische van 1917) is dit de derde wereldhistorische omwenteling.
De eerste twee waren gericht tegen door mensen geschapen instituties en
ordeningen, namelijk de standensamenleving en de economische
klassenmaatschappij. Maar deze derde richt zich tegen de scheppingsordening van
God en daarmee tegen God zelf. Het genderisme is dus atheïstisch en
antitheïstisch. Ofwel zoals paus Franciscus zegt: van duivelse afkomst.
Waar God geloochend wordt,
verdwijnt ook de menselijke waardigheid. GM vervult de Bijbelse
eindtijdprofetieën over een komende wetteloosheid. Zo zegt Jezus in Mattheüs
24:12: Omdat de wetteloosheid vermenigvuldigd zal worden, zal de liefde van
velen verkouden. En Paulus spreekt in 2 Thessalonicensen 2:1-12 over mensen
der wetteloosheid, die zich boven God verheffen.
Zo bezien is GM een beweging die
de komst van de antichrist voorbereidt. Dat is des te beangstigender, omdat het
ook in kerk en theologie voorkomt, bijvoorbeeld in de omstreden gezinsnota van
de Evangelische Kerk in Duitsland (EKD). Ook hier werd een veelheid aan
andersoortige levensgemeenschappen als gelijkwaardig naast het traditionele
gezin en huwelijk gesteld. Alle ertegen gerichte protesten heeft de EKD-leiding
tot nu toe naast zich neergelegd.
De grondslagen van onze westerse
en vanouds christelijke cultuur worden ondergraven, om ze door de utopie van GM
te vervangen. Als dat zou lukken, zal onze tot nu toe geordende samenleving
door de opheffing van alle wezenlijke verschillen en ordeningen in chaos
verzinken.
Alle mensen, maar vooral
christenen, zijn geroepen om zich hier met volle kracht tegen te verzetten. De
achtergronden en doelen van de beweging moeten publiekelijk worden ontmaskerd.
De politieke en culturele beïnvloeding (maar vooral op de scholen!) moet worden
tegengewerkt. Gelukkig is er in Europese landen als Hongarije, Noorwegen en
Rusland reeds sprake van een toenemende weerstand tegen de genderrevolutie.
Joden, moslims en humanisten staan hierbij schouder aan schouder. Alleen zo
kunnen we verhinderen dat GM de zielen van onze kinderen seksualistisch
bederft voor de toekomst.
Genderideologie: welke rol voor de Kerk? Uit :
www.rkdocumenten.nl herwerkte versie
Mgr. Tony Anatrella is psychoanalyticus en vakdeskundige in
sociale psychiatrie, adviseur bij de Pauselijke Raad voor het Gezin en de
Pauselijke Raad voor Gezondheid, lid van de Internationale Onderzoekscommissie
rond Medjugorje bij de Congregatie voor de Geloofsleer, adviseur en leraar aan
het IPC en het College van de Bernardijnen in Parijs. Dit is hier een gesprek
in een conferentie op het Symposium van de Bisschoppenconferenties van Afrika
en Madagascar in juli/augustus 2010.
Handelt de encycliek Caritas in veritate
werkelijk over problemen die de genderideologie stelt?
Anatrella: Meer dan wat
economisch op het spel staat door de huidige crisis, is de morele en spirituele
orde, namelijk de betekenis van de mens. Caritas in veritate wil het begrip
mens bekijken zoals dat zich de laatste vijftig jaar heeft ontwikkeld vanuit
de menswetenschappen. Onder een wetenschappelijke dekmantel doet hun benadering
zich voor als een ideologie die de indruk geeft dat de mens slechts het resultaat
is van de cultuur en zich ontwikkelt onafhankelijk van de menselijke natuur en
de universele wetten. De genderideologie is het meest problematische teken van
de huidige ideeën over de mens.
De genderideologie ontwricht de samenleving. Men wil in de
eerste plaats ons doen geloven dat normen het gevolg zijn van een algemene consensus.
Maar het is niet omdat een wet gestemd is door een meerderheid dat die wet morele
waarde heeft. En het is de plicht van de Kerk om dit te zeggen.
Tegenwoordig wil iedereen zijn eigen wetten uitvinden met
de bedoeling ze aan andere op te leggen. We zijn niet meer op zoek naar een
normenbesef, maar principes van menselijkheid, maar naar normen die anders
kunnen geïnterpreteerd worden. Dat zorgt ervoor dat de jongsten de objectieve
dimensies van een relatie met anderen en de samenleving moeilijk leren
kennen. Maar de menselijke ontwikkeling beoogt
het algemeen welzijn en is zich bewust van de politieke en de religieuze
dimensie van het leven.
Zal men de Kerk niet verwijten dat zij zich met
politiek inlaat? Blijft zij hier werkelijk binnen haar rol?
Anatrella: De Kerk blijft in
haar rol en moet zich mengen telkens de waardigheid van de mens in het gedrang
is. Heel de geschiedenis door hebben regeringsleiders het soms moeilijk gehad
haar taal te aanvaarden en er rekening mee te houden. Vele bisschoppen en
priesters hebben het met hun leven betaald. Over de rol van de Kerk heerst
onbegrip bij de publieke opinie en soms ook bij politieke verantwoordelijken;
de Kerk mag van het politiek debat niet uitgesloten worden wanneer zij wijst
naar wat op het spel staat met de bedoeling, de gewetens wakker te schudden.
Christus deed niet anders in het Evangelie wanneer Hij Gods waarheid uitdroeg
en de waarheid over de mens kenbaar maakte.
Het is niet de roeping van de Kerk om de samenleving
politiek te besturen, maar het komt haar wel toe te spreken in naam van haar
sociale leer, die de westerse cultuur sterk beïnvloed heeft, en wel aangaande
alle maatschappelijke onderwerpen die met het menselijk leven te maken hebben.
De scheiding van Kerk en Staat heeft betrekking op de scheiding van de
religieuze macht en de politieke macht (in de zin van regeren) maar is er niet
om te doen geloven dat er twee tegengestelde gedachtesystemen zijn die met
elkaar in tegenspraak zijn wanneer zij het hebben over het algemeen welzijn.
De burgerlijke wetgeving staat niet boven de
morele referenties. Gaat de taal van de Kerk niet in tegen de rede?
Anatrella: Zeker niet. Vele
ideologieën en politieke discours proberen aan de evidenties van de menselijke
rede te ontsnappen. Wanneer het christendom zijn eigen rationaliteit
voortbrengt, voortvloeiend uit het Evangelie, is het in haar reflectie niet in
tegenspraak met de reden der dingen. De relatie met God is, zoals Christus ons
leert, een kwestie van liefde, liefde voor de waarheid. Houdt men van de
waarheid?
Het christelijk geloof steunt op de rede om de betekenis
van het Woord Gods te onderscheiden en er alle consequenties uit te trekken.
Het gaat niet alleen om een godsdienstige kwestie maar te weten vanuit welke
werkelijkheden de mens zich in waarheid en gerechtigheid ontwikkelt. De Kerk
kan dus zowel door gelovigen als ongelovigen beluisterd worden. Caritas in
veritate spreekt vanuit die hoek wanneer zij het heeft over integrale
ontwikkeling die de mens niet herleidt tot een economisch object (heeft de
handeldrijvende samenleving niet het vervreemdende begrip, menselijk
materiaal uitgevonden?), over eerbied voor de waardigheid van de mens, over
gelijkheid tussen de mensen, over de zin van huwelijk en gezin die alleen
gebaseerd zijn op de relatie tussen een man en een vrouw, over Aidspreventie
die zich niet beperkt tot gezondheidsmaatregelen die niet oproepen tot
verantwoordelijk gedrag in het kader van de zin van de liefde maar doen
veronderstellen dat alle praktijken mogelijk zijn in de mate dat men zich
beschermt, of nog dat contraceptie en abortus sociale vooruitgang zijn terwijl
zij het menselijk leven schaden en ernstige en zware problemen meebrengen van
psychologische, sociale, ecologische, demografische en morele aard, en
tenslotte over euthanasie die nooit een gebaar van liefde is - liefde
inspireert de dood niet.
Wij zouden ook andere situaties kunnen aanhalen, waarover
de Kerk probeert zich te laten horen, daar waar men de neiging heeft te
minimaliseren of waar men haar taal wil verzwijgen wanneer ze niet past voor
het loodzware conformisme van sociale clichés en voor de media. De taal van de
Kerk wordt echter wel geloofwaardig wanneer zij bijzondere situaties
rechtvaardigt en in de lijn loopt van bepaalde opiniebewegingen. Zo niet, wordt
zij ongeoorloofd verklaard door de eerste de beste redacteur of professionele
criticus die zich tot leergezag verheft tegenover de Kerk, en paus en
bisschoppen de les spelt. Kortom, op een of andere manier probeert men haar
taal eerder als instrument te gebruiken dan er authentiek rekenschap van te
geven.
De media en opiniepeilingen dringen zich aan iedereen op
met de macht van beeld en taal, in de onmiddellijkheid van het internet ten
koste van de zin voor geschiedenis en van de termijn waarbinnen politieke
keuzes rijpen. Het feit dat geschiedenis op school steeds minder onderwezen
wordt, geeft jongeren het gevoel dat de tijd niet telt, alleen het ogenblik
domineert en het exotische van wat elders gebeurt. Hoe zijn ernstige reflectie
en regeren mogelijk in een klimaat dat beheerst wordt door het opbod van de
media en door opwinding, de blik alleen gevestigd op wat nu gebeurt, zonder het
op afstand te bekijken? zoals kardinaal Vingt-Trois onlangs zei. De Kerk roept
op tot rede, tot de waardigheid van de mens en van de werkelijkheid, en om zich
aan te sluiten bij de geschiedenis. Voor sommigen zou de Kerk mild zijn voor
vreemdelingen en misdeelden, en streng op het vlak van de zeden (vooral als men
spreekt over voorbehoedsmiddelen, homoseksualiteit, echtscheiding, abortus en
eugenetiek met onder meer trisomie 21 en zeker euthanasie). Zij is niet
streng, in tegendeel, zij is vrij, scherpzinnig en staat open voor het leven,
zoals Christus vraagt, omdat zij steeds spreekt in naam van hetzelfde principe
en haar relatie met de wereld daarnaar structureert: eerbied namelijk voor de
menselijke waardigheid, eerbied voor seksuele omgang als een manier om de
liefdevolle relatie tussen een man en een vrouw tot uiting te brengen, en
eerbied voor het leven vanaf het begin tot zijn einde. Allemaal dingen die door
de genderideologie trouwens bestreden worden aangezien ieder zijn eigen
schepper is en waarom niet, zijn eigen vernietiger en uitroeier van levens die
nutteloos zijn! Een nieuwe technocratische en idealistische ideologie, al even
moordend als de vorige!
Men zegt dat in de ideologie van de
genderideologie iedereen zijn eigen normen bedenkt.
Anatrella: We bevinden ons
volop in de narcistische illusie dat de mens zichzelf creëert door zijn eigen
referentie te zijn. Het is de zonde van de geest bij uitstek, de erfzonde die
nog steeds actief is.
De paus in zijn encycliek waarschuwt tegen de utopie van
een mensheid die teruggekeerd naar de oorspronkelijke natuurlijke toestand;
deze utopie is een manier om de vooruitgang te scheiden van de morele
beoordeling, en daarmee van onze verantwoordelijkheid. Achter de gedachte van
een mensheid die is teruggekeerd naar de oorspronkelijke natuurlijke toestand,
wordt de wil zichtbaar om het begrip man en vrouw, echtpaar, huwelijk, gezin en
opvoeding van de kinderen af te bouwen. De waarheid over de mens zou dus in de gelijkheid
liggen; zo is zij bevrijd van alle modellen en voorstellingen die in het
beschavingsproces uitgewerkt werden en opgevat worden als een bovenbouw die de
oorspronkelijke verlangens en de vereisten van het ogenblik tegenwerken.
In die zin wordt de mens, volgens de paus, niet meer
benaderd als een gegeven dat aan zichzelf geschonken wordt met eigenschappen
die hem eigen zijn, maar als een wezen dat zichzelf creëert en vorm geeft. De
menselijke ontwikkeling is geen roeping meer die voortkomt uit het goddelijke
en die dus reeds een betekenis heeft, maar wordt dikwijls zo voorgesteld dat de
mens betekenis moet geven aan zichzelf. Maar, de mens is niet in staat
zichzelf uiteindelijke zin te geven, bemerkt Benedictus XVI. Hij zegt: Er
bestaat dus geen echt humanisme dan dat wat op God gericht is en wat de
verantwoordelijkheid erkent waartoe wij zijn geroepen en waardoor het menselijk
leven eerst werkelijk zin krijgt. Welnu, de mens gaat zichzelf bedenken door
naar zichzelf te kijken, in zijn eigen narcisme en zelfgenoegzaamheid, een
visie die de heidense geest van de westerse samenlevingen kenmerkt die
doordrongen zijn van zelfvergoding. Heilsverwachtingen die rijk zijn aan mooie
maar misleidende beloften van een droomwereld, volgens de uitspraak van
Johannes Paulus II, baseren hun eigen voorstellen altijd op de ontkenning van
de goddelijke dimensie van de ontwikkeling, in de zekerheid dat deze hun geheel
ter beschikking staat. Deze valse zekerheid in een droomwereld leidt tot de onderdrukking van de mens, terwijl
de nederigheid van degene die ingaat op een roeping, wordt omgevormd tot ware vrijheid.
De mens wordt vrij wanneer hij de oorsprong van zijn wezen kent. In dit
perspectief is het christelijk geloof een bevrijding omdat Christus, alfa en
omega, hem Zijn waarheid openbaart. Een waarheid die vrij maakt en deze
vrijheid stelt in staat zich aan te sluiten bij een constante ontwikkeling,
zegt Benedictus XVI.
Maar deze waarheid wordt helemaal niet aanvaard als een
gegeven feit. De mens wil alleen op eigen kracht en in naam van de
democratische wetten die hij maakt, tegen het kwaad vechten. Hij probeert de
zin van de zonde en het kwaad die de mens kwetsten, te negeren en beeldt zich
in dat hij die zin met burgerlijke wetten kan uitroeien, die soms niet anders
doen dan de zonde versterken. De moderne mens wil materieel en sociaal welzijn
laten samenvallen met heil, ja zelfs met geluk. Door zichzelf te willen redden,
verliest hij zichzelf niet alleen, maar hij wordt depressief omdat hij niet in
staat is zichzelf een plaats te geven tegenover de oorsprong van zijn wezen.
Heeft de genderideologie de plaats ingenomen
van de uitgedoofde ideologieën?
Anatrella: Men dient onder ogen
te zien dat de Internationale Organisaties, de UNO, de Europese Commissie en
het Parlement van Straatsburg deze nieuwe ideologie opleggen zonder dat de
burgers het beseffen. Ik geef talrijke conferenties over dit onderwerp en het
publiek is dikwijls verbaasd hoe deze ideeën geniepig doorgesijpeld zijn in de
burgerlijke wetten, de media, televisiereeksen, in het voortgezet onderwijs en
aan de universiteiten. De media hebben de invoering toegejuicht van een
Leerstoel in Gender aan de faculteit van Politieke Wetenschappen in Parijs, in
de lente van 2010, nu deze ideologie het onderwijs en de sociale instellingen
reeds jaren beïnvloedt. Zoals gewoonlijk, verdraagt een ideologie die in de
mode is, geen kritiek.
De ideologie van het gender zit nu in wetten die tot doel
hebben de sociale realiteit te scheppen. Zij is als het paard van Troje en het
is te laat wanneer men het ontdekt. De Afrikanen willen op dit punt waakzaam
zijn en hun scherpzinnigheid maakte tijdens mijn verblijf in Afrika indruk op
mij. Zij kunnen ons realiteitszin en ideeën bijbrengen.
Het Westen zou nederiger en bescheidener moeten zijn ten
overstaan van de Afrikanen, zo niet lopen we het gevaar ons ongeloofwaardig te
maken en zoeken zij samenwerking met andere landen en andere culturele
horizonten. De democratieën, voor zover zij nog democratisch zijn, en dossiers
die ideologisch zijn, scheppen in vele internationale en Europese instanties, wetten
in naam van simpele technische aanpassingen, terwijl die wetten eerder een
levensopvatting opleggen en de zin van de werkelijkheid veranderen. De
betekenis van de instelling van het huwelijk lijdt eronder. Het marxisme wou
een nieuwe mens uitvinden, het nazisme een pure mens en de genderideologie een
mens die los staat van zijn seksuele verscheidenheid: man en vrouw zijn
onderling uitwisselbaar in naam van een valse gelijkheid en de seksuele
gerichtheden zouden aan de oorsprong kunnen liggen van het echtpaar en het
gezin. Hoe kan men blind zijn voor het feit dat nihilisme hier niet aan het werk
is?
Hoe verspreidt de genderideologie zich in
Afrika?
Anatrella: De ideeën die het
Westen hierover fabriceert, probeert ze naar Afrika te exporteren, wat de
Afrikanen niet willen ondanks de financieringen die men hun op het vlak van
gezondheid, onderwijs, echtpaar en gezin voorstelt in ruil voor de verspreiding
van de genderideologie op hun continent. Christelijke verenigingen laten zich
meeslepen door subsidies die verleend worden in de mate dat zij deze ideologie
propageren in vormingscursussen georganiseerd door Caritas onder leiding van
priesters, mannelijke en vrouwelijke religieuzen. Bisschoppen hebben mij gezegd
dat zij deze vorming weigeren en de financiering van hun scholen en
gezondheidscentra afwijzen omdat zij niet gemanipuleerd wilden worden door
agentschappen van de UNO en van niet-gouvernementele organisaties (NGOs).
Van hun kant, verdragen politieke verantwoordelijken van de
verschillende Afrikaanse landen hoe langer hoe minder dat de verschillende
Europese ambassades op een tergende manier de erkenning van relaties tussen
personen van hetzelfde geslacht bijna als een huwelijk in de hand te werken.
Voor Afrikanen, spreken westerlingen onzin wanneer zij hun een levenswijze
willen opleggen die tegengesteld is aan de realiteit van een man en een vrouw
die een koppel vormen, huwen, kinderen ontvangen, adopteren en opvoeden. Een
seksuele gerichtheid is een bepalend element van de persoonlijkheid, die het
subject al of niet aanvaardt, dat is zijn zaak. Maar zij is voor de samenleving
geen referentie om zich op het vlak van huwelijk en gezin te organiseren. Er is
geen sprake van discriminatie wanneer het belang van het kind erin bestaat zich
te kunnen ontwikkelen in een gezin van een man en een vrouw. Het zou echter
discriminerend zijn het te beroven van het huwelijksleven van zijn ouders, die
zichzelf geven en het ontstaan geven aan hun gezin. Het belang van het kind
ligt niet in de affectieve zorg van mensen die zich met hem bezighouden, maar
dat het kan opgroeien als kind van een man en een vrouw die daartoe de
voorwaarden scheppen. Al het overige is slechts een vervalsing van wat een
echtpaar is en wat afstamming is en heeft schadelijke gevolgen voor de
persoonlijkheid en de samenleving.
In de genderideologie zou men ons willen terugsturen naar
een onbepaalde en kneedbare natuur naar ieders believen. De psychoanalyse heeft
ons geleerd, wat de ouden reeds wisten, dat een waanvoorstelling niet de
roeping heeft realiteit te worden.
Men heeft het gevoel dat de genderideologie het
onderscheid tussen de seksen weigert te erkennen, hetgeen nochtans één van de
fundamenten is van alle samenlevingen?
Anatrella: Inderdaad, zij
ontkent het seksueel verschil en deze overtreding van de realiteit is
ondraaglijk voor Afrikanen die in het beste geval, de zin vatten van man en
vrouw zijn en van het gezin en die niet onderworpen zijn aan opvattingen van
ongelijkheid tussen beiden en van overheersing van de man op de vrouw. Deze
ontkenning houdt verband met de omstandigheden waarin deze ideologie ontstaan
is: zij ging uit van transseksuele persoonlijkheden die hun geslachtelijk
lichaam niet aanvaardden en een ingebeeld lichaam wilden dat aan het andere
geslacht toebehoort; de eerste bedenkers van deze theorie hebben hieruit
besloten dat de ware seksuele identiteit niet op het lichaam geschreven staat
maar in de psyche. Met andere woorden, de ware sekse is de waanvoorstelling. We
bevinden ons in volle psychische bloeding. Een apart en extreem geval is algemeen
geworden. Zo is een psychologiserende ideologie ontstaan in naam waarvan de
politiek gemaand wordt wetten te maken die uitgaan van ieders subjectieve
belangen, en die de samenleving versnipperen. Feministische bewegingen, daarna
de lesbische en homoseksuele bewegingen hebben er zich meester van gemaakt om
aan hun levenswijze en eisen wetenschappelijke legitimiteit te geven.
Seksuele gerichtheid vervangt seksuele identiteit. In plaats van eenheid te
zoeken, complementariteit in een relatie tussen de seksuele verscheidenheid van
man en vrouw, wil deze ideologie (en de wetten die in haar naam gemaakt worden)
meer en meer scheiden en tegenover elkaar stellen om zich in de verwarring van
ideeën te kunnen handhaven.
De genderideologie houdt niet op man en vrouw tegenover
elkaar te stellen en tenslotte de macht van de vrouw op te eisen via de onafhankelijkheid
van de vrouw, die de man uitsluit van de voortplanting en het gezinsleven. Het
doel van menselijke rijpheid is echter de onderlinge afhankelijkheid van man en
vrouw. Dit vergemakkelijkt hun relatie van samenwerking, complementariteit en
rollen die men vervult volgens de hoedanigheden, competenties en symboliek van
iedere sekse. Het is trouwens niet zeker dat alle functies zonder onderscheid
door mannen en vrouwen kunnen uitgeoefend worden en dat dit zonder gevolgen is
voor de mens en de sociale band. Het volstaat dit te observeren bij kinderen en
adolescenten in het schoolmilieu.
Gemengdheid die gedeeld wordt door man en vrouw is niet te
verwarren met gelijkenis; in die zin heeft de gemengdheid op school gefaald. In
plaats van een betere relatie te bevorderen tussen mannen en vrouwen, heeft zij
een vrouwelijke identificatie met de mannelijke psychologie tot gevolg. Er is
nochtans een mannelijke psychologie die verschilt van de vrouwelijke
psychologie en er zijn belangen en behoeften die verschillen bij mannen en
vrouwen. Als men de zin voor dit belangrijke verschil der seksen verliest,
verliest men ook de zin voor andere verschillen van zodra men ze wil opeisen.
En dit is bedrog, want hetgeen men nastreeft, is gelijkenis.
Eén van de aspecten van de genderideologie die
u in uw boeken breedvoerig ontleed hebt, is man en vrouw voortdurend tegenover
elkaar te stellen.
Anatrella: Het risico, het
gevaar van de genderideologie is, in naam van intellectuele kunstgrepen,
menselijke realiteiten die geroepen zijn zich te verenigen, van elkaar te
scheiden en te verdelen. Wettelijke maatregelen passen bijvoorbeeld het
taalgebruik aan om de tegenstelling tussen man en vrouw beter aanvaardbaar te
maken, om het huwelijk en adoptie van kinderen door mensen van hetzelfde
geslacht te begunstigen.
De Heilige Vader benadrukt, en is heel juist in zijn
redenering, dat de mens niet kan herleid worden tot een louter cultureel
gegeven, wat de genderideologie echter beweert. Hij benadrukt meer precies het
risico om cultuur en menselijke natuur te scheiden. Mensen ontmoeten en beleven
elkaar door het anders zijn: openheid voor het leven vormt de kern van de ware
ontwikkeling die integraal is. Een anders zijn dat zijn oorsprong vindt in het
anders zijn van de drie-ene God, zoals Benedictus XVI onderlijnt: Alleen de
ontmoeting met God stelt ons in staat in de ander niet alleen de ander te
zien, doch in hem het goddelijk beeld te herkennen en zo ertoe te komen de
ander werkelijk te ontdekken en een liefde te laten rijpen die zorg om en voor
de ander wordt.
In de genderideologie staat men aan de tegenpool van het
anders zijn, om zich te nestelen in de gelijkenis, gelijkenis tussen man en
vrouw op heel de lijn. Niet de gelijkheid van man en vrouw wordt in vraag
gesteld. De Kerk is naar het beeld van Christus, de eerste instelling geweest
die de gelijkwaardigheid van man en vrouw heeft staande gehouden, tegen alle
sociale modellen in die deze waardigheid bestreden. Zij heeft bijna twintig
eeuwen moeten strijden om het huwelijk als een vrije keuze van de echtgenoten
aanvaardbaar te maken - dus tegen gedwongen huwelijken en huwelijken door
families geregeld voor gedeelde verantwoordelijkheid tussen echtgenoten en
ouders en voor het plaatsen van de seksuele beleving binnen het leven als
koppel. Er zouden nog veel voorbeelden kunnen gegeven worden, die in de
geschiedenis der ideeën vergeten zijn, om recht te doen aan wat de Kerk gedaan
heeft voor de promotie van de vrouw.
Wat nu aan de orde is, heeft echter niets te zien met de
gelijkheid van man en vrouw. Gelijkenis is slechts een voorwendsel om de macht
van de vrouw in te voeren die de man probeert uit te sluiten, vooral op het
vlak van huwelijk en voortplanting. Een houding die erin bestaat het huwelijk
te minimaliseren ten voordele van samenwonen, burgerlijk huwelijk,
éénoudergezin, die allemaal op gelijke voet staan. Dit zorgt voor extra
verwarring die de sociale band en samenhang versnipperen. Daarna zal men zich
verbazen over de stijging van het aantal celibatairen en de moeilijkheid voor
velen om een koppel te kunnen vormen en een echtelijke relatie uit te werken
volgens de leeftijd van het koppel.
Daarom herinnert de Heilige Vader eraan dat het in een
huwelijk alleen gaat om een verbintenis tussen een man en een vrouw en dat het
onredelijk en onrechtvaardig is om de eigenschappen ervan toe te kennen aan
relaties van een andere aard. De Paus benadrukt terecht: staten worden
opgeroepen politieke maatregelen te treffen die de centrale positie en de
integriteit van het op het huwelijk van een man en een vrouw gebaseerde gezin,
de eerste, levenskrachtige cel van de maatschappij, bevorderen door ook
verantwoordelijkheid op te nemen voor de economische en financiële problemen,
met respect voor hun relationele aard. Met andere woorden, de staten vergissen
zich wanneer zij de rechten die eigen zijn aan het huwelijk uitbreiden naar
situaties zoals samenwonen, burgerlijk huwelijk en homoseksuele duos die niet
dezelfde eigenschappen en vermogens als die van het huwelijk hebben.
Behoort het huwelijk niet tot de rechten van
het individu?
Anatrella: Met
reden benadrukt Benedictus XVI het feit dat het huwelijk een structurerende
instelling blijft voor man en vrouw, voor de kinderen en de samenleving. Het is
geen realiteit waarover de wetgever vrij kan beschikken, het huwelijk maakt
deel uit van het natuurrecht omdat het eraan voorafgaat. Het is geen contract,
het vereist voorwaarden die er eigen aan zijn, om te beginnen het verschil
tussen de seksen. De Paus preciseert het als volgt: Het wordt een sociale en
zelfs economische noodzaak, de jonge generaties opnieuw de schoonheid van het
gezin en het huwelijk te doen inzien, evenals het feit dat deze instellingen
overeenkomen met de diepste behoeften van het hart en van de waardigheid van de
mens. De instelling van het huwelijk wordt in de westerse samenlevingen
dikwijls benadeeld in naam van de rechten van het individu, die men verwart met
onstandvastige particularismen en die ten koste gaan van het algemeen welzijn.
De Paus schrijft: Veel mensen matigen zich tegenwoordig
aan dat ze niemand iets verschuldigd zijn behalve zichzelf. Ze denken dat ze
alleen rechten hebben en hebben het er dikwijls erg moeilijk mee een verantwoordelijkheid
voor hun eigen integrale ontwikkeling en die van anderen te laten rijpen.
Anderzijds, als de rechten van de mens alleen gebaseerd zijn op de
beslissingen van een vergadering van burgers, kunnen die op ieder moment
veranderd worden, en daarom verzwakt in het algemeen bewustzijn de plicht om ze
te eerbiedigen en te onderhouden. Dan is de echte ontwikkeling van de volkeren
in gevaar. De gelegenheidswetten om aan bijzondere vragen tegemoet te komen,
kan de zin van de burgerlijke wet alleen maar in waarde doen dalen en deze
miskenning zet ertoe aan ze niet te respecteren aangezien zij het algemeen
belang niet dient.
De menswetenschappen hebben een belangrijke rol gespeeld in
het ontstaan van nieuwe ideologieën gebaseerd op de rechten van het individu en
hebben de mensheid kunstmatig verdeeld in plaats van de fundamentele
verschillen te respecteren. Sociologen die houdingen en gedragingen
observeren, verklaren dat wanneer een fenomeen bestaat, men het niet alleen
moet aanvaarden, maar ook legaliseren en tot norm verheffen. Vandaar de
wildgroei in wetten die de zeden legitimeren terwijl de wetgever wetten dient
te maken in naam van het algemeen welzijn. Wij maken een langzame perversie van
het recht mee in naam van de rechten van het individu die aan de samenleving
opgedrongen worden en waarbij de plichten uitgeschakeld worden. Met andere
woorden, niet de rechten van het individu worden in vraag gesteld doch de
verkeerde manier waarop zij voorgesteld worden. De Paus schrijft terecht dat
de overdrijving van rechten uitmondt in het verzuim van plichten. De plichten
versterken de rechten en bieden de verdediging en de bevordering daarvan aan
als opgave in dienst van het goede.
|