|
Christus heeft zijn leden ook nodig. En wel op de eerste
plaats omdat de Paus, om niet onder de last van zijn herderlijk ambt te
bezwijken, op anderen een deel van zijn zorgen moet overdragen en dagelijks
ondersteund moet worden door het gezamenlijk gebed van heel de Kerk. Bovendien
wil Jezus door de leden van Zijn mystiek lichaam geholpen worden in de
uitvoering van Zijn verlossingswerk. Dit omdat Hij zelf tot meerdere eer van
Zijn ongerepte bruid het zo heeft beschikt. Al heeft Hij door Zijn dood aan het
kruis de onmetelijke schat der Verlossing aan Zijn Kerk geschonken, bij de
uitdeling van die schat vraagt Hij niet alleen de medewerking van Zijn
onbesmette bruid tot het werk der heiliging, maar wil Hij zelfs, dat haar
werking er op zekere wijze de oorsprong van vormt. Waarlijk een te overwegen geheim:
dat namelijk het heil van velen afhangt van de gebeden van de leden van het
mystieke lichaam van Jezus Christus en van de vrijwillige verstervingen, die
zij tot dit doel op zich nemen, en ook van de medewerking van de herders en de
gelovigen, vooral ook van de vaders en moeders in hun gezin! Zij moeten allen
Jezus behulpzaam zijn.
d. Op grond van hun gelijkvormigheid
Er is een gelijkvormigheid tussen hoofd en lichaam: zij
zijn van eenzelfde natuur. Hoewel onze natuur lager staat dan die van de
engelen, zij toch door Gods goedheid de natuur van de engelen te boven gaat:
"Christus is het Hoofd van de engelen, want Christus is Heer van de
engelen, ook volgens Zijn mensheid... Eveneens omdat Hij ook als mens de
engelen verlicht en invloed op hen uitoefent. Wat echter de gelijkvormigheid
van natuur betreft, is Christus niet het Hoofd van de engelen, daar Hij niet
hun natuur heeft aangenomen, maar - volgens de Apostel - het zaad van
Abraham."
En Christus heeft niet alleen onze natuur aangenomen, maar
is ook onze bloedverwant geworden in een broos, lijdelijk en sterfelijk
lichaam. Maar indien Jezus "zichzelf ontledigd heeft, de gedaante van
een slaaf aannemend" (Fil. 2, 7), dan heeft Hij dit ook gedaan om Zijn
broeders naar het vlees deelgenoten te maken van Zijn goddelijke natuur, zowel
in deze aardse ballingschap door de heiligmakende genade, als in het hemels
vaderland door het bereiken van de eeuwige zaligheid. Daarom wilde de Eniggeborene
van de eeuwige Vader de Mensenzoon zijn, opdat wij gelijkvormig zouden worden
aan het beeld van Gods Zoon, en vernieuwd zouden worden volgens het beeld van
Hem, die ons geschapen heeft.
Heiligmakende genade (wikipedia) : Rooms-katholieke theologen
onderscheiden verscheidene vormen van genade; de voornaamste zijn: de
heiligmakende genade en de actuele genade.
- Heiligmakende genade is
het goddelijke leven dat onze ziel binnenstroomt als God ons rechtvaardig
verklaart (ons onze zonden niet toerekent); dat gebeurt meestal bij de
doop. Heiligmakende genade verandert de zondaar door de Geest in een kind
van God. Deze genade blijft werkzaam in onze ziel, tenzij wij door een doodzonde
God verwerpen. God is echter oneindig barmhartig en de heiligmakende genade
kan dan ook weer hersteld worden door het sacrament van de absolutie (de
biecht).
- Actuele genade
komt in de vorm van gaven die je in bepaalde omstandigheden nodig hebt.
Het doel van actuele genade is om de heiligmakende genade daar werkzaam te
laten zijn waar ze eerder niet was, en ze te laten blijven waar ze reeds
werkzaam is.
Zowel heiligheid als het zijn van een
kind van God zijn geheel afhankelijk van de heiligmakende genade. Wanneer men
zonder verdere toevoeging van genade spreekt, bedoelt men heiligmakende genade.
Allen dus, die er zich op beroemen christen te zijn, moeten
niet alleen in onze goddelijke Zaligmaker het verheven en volmaaktste voorbeeld
van alle deugden zien, maar Zijn leer en leven door het zorgvuldig vluchten van
de zonde en de ijverige beoefening van de heiligheid zó in hun gedrag
uitdrukken, dat zij, als de Heer zal verschijnen, Hem gelijk worden in glorie,
doordat zij Hem zien zoals Hij is.
Zoals Christus verlangt, dat de afzonderlijke ledematen op
Hem gaan gelijken, zo wenst Hij dit ook van het gehele lichaam der Kerk. Dit gebeurt,
als zij bestuurt en het goddelijk offer opdraagt. Bovendien beeldt zij door de
evangelische raden de armoede, gehoorzaamheid en maagdelijkheid van de
Verlosser in zich uit. Door de vele instellingen die de Kerk heeft, geeft zij
Christus weer, zoals Hij op de berg in beschouwing bad, predikte tot het volk,
zieken en ongelukkigen genas en zondaren tot een beter leven bekeerde of zoals
Hij voor allen goeds deed. Zij lijdt, zolang zij hier op aarde verblijft, in
navolging van Christus vervolgingen, kwellingen en pijnen.
e. Op grond van Zijn volheid
Christus moet ook als Hoofd van de kerk worden beschouwd,
omdat Hij met de volheid en de volmaaktheid der hemelse goederen is uitgerust,
en Zijn mystiek lichaam uit deze volheid put. Zoals het hoofd van ons
sterfelijk lichaam drager is van alle zintuigen, terwijl de overige delen van
ons stoffelijk wezen slechts van de tastzin zijn voorzien, zo ook schitteren
alle deugden, die men in de christengemeenschap kan vinden, alle gaven en
charismata in haar Hoofd Christus. "In Hem heeft de ganse volheid van
God willen wonen." (Kol. 1, 19) Hij is gezalfd met die hemelse gaven,
die de hypostatische vereniging met zich meebrengt; in Hem toch woont de
Heilige Geest met een genadevolheid, die niet groter gedacht kan worden.
De hypostatische
vereniging : is de term die gebruikt wordt om te beschrijven hoe God de Zoon,
Jezus Christus, een menselijke gedaante aannam, maar toch tegelijkertijd
volledig God bleef. Jezus was altijd al God geweest (Joh 8:58; 10:30), maar
tijdens de incarnatie nam Jezus een menselijke vorm aan Hij werd een
menselijk wezen (Joh 1:14). De toevoeging van de menselijke aard aan de
Goddelijke aard is Jezus, de Godmens. Dit is de hypostatische vereniging, Jezus
Christus, één Persoon, volledig God en volledig mens.
Deze twee aspecten van Jezus, menselijk en Goddelijk, zijn onafscheidelijk.
Jezus zal voor altijd de Godmens zijn, volledig God en volledig mens, twee
verschillende naturen in één Persoon. De menselijkheid en de Goddelijkheid van
Jezus zijn niet gemengd, maar verenigd zonder de afzonderlijke identiteiten te
verliezen. Jezus ging soms te werk binnen de begrenzingen van de mensheid (Joh
4:6; 19:28) en soms in de macht van Zijn Godheid (Joh 11:43; Matt 14:18-21). In
beide gevallen kwamen de daden van Jezus voort uit Zijn ene Persoonlijkheid.
Jezus had twee naturen, maar was slechts één persoon of persoonlijkheid.
De leer van de hypostatische vereniging is een poging om uit te leggen hoe
Jezus tegelijkertijd zowel God als mens kon zijn. Maar uiteindelijk is het een
doctrine die wij nooit volledig zullen kunnen begrijpen. Het is voor ons
onmogelijk om volledig te bevatten hoe God te werk gaat. Wij zijn beperkte
menselijke wezens en kunnen niet verwachten dat wij een oneindige God kunnen
begrijpen. Jezus is Gods Zoon omdat Hij door de Heilige Geest werd verwekt (Lucas
1:35). Maar dat betekent niet dat Jezus niet bestond voordat Hij verwekt werd.
Jezus heeft altijd al bestaan (Joh 8:58; 10:30). Toen Jezus verwekt werd, werd
Hij een menselijk wezen, naast het feit dat Hij al God was (Joh 1:1, 14).
Jezus is zowel God als mens. Jezus is altijd God geweest, maar Hij werd pas een
menselijk wezen toen Hij in Maria werd verwekt. Jezus werd een menselijk wezen
zodat Hij zich met onze beproevingen kon identificeren (Hebr 2:18), maar nog
belangrijker zodat Hij aan het kruis kon sterven om de straf voor onze zonden
te betalen (Fil 2:5-11). Samengevat leert de hypostatische vereniging ons dat
Jezus volledig menselijk én volledig Goddelijk is, dat er geen vermenging of
verzwakking van één van deze naturen bestaat, en dat Hij voor eeuwig één verenigd
Persoon is. (www.gotquestions.org)
Jezus heeft "de macht over alle vlees";
overvloedig zijn in Hem aanwezig "alle schatten van wijsheid en
wetenschap." (Kol. 2, 3) Ook de kennis, die men de Godsaanschouwing
noemt, bezit Hij in zo hoge mate, dat zij de kennis van alle heiligen
overtreft. En ten slotte, Hij is zo vol van genade en waarheid, dat wij allen
uit Zijn onuitputtelijke volheid ontvangen.
f. Op grond van Zijn inwerking
Zoals er vanuit het hoofd naar alle ledematen van ons
lichaam zenuwen uitgaan, die hun de kracht om te voelen en zich te bewegen
overbrengen, zo doet ook Jezus Zijn sterkte en kracht in de Kerk overgaan, en
stelt de christengelovigen in staat het goddelijke helderder te kennen en
vuriger na te streven. Uit Hem ontvangt het lichaam van de Kerk alle licht,
waardoor de gelovigen op goddelijke wijze worden verlicht, en iedere genade,
waardoor zij heilig worden, zoals Hij zelf heilig is.
Christus verlicht Zijn gehele Kerk; dit blijkt werkelijk
uit bijna ontelbare plaatsen van de H. Schrift en van de heilige Vaders.
"Niemand heeft God ooit gezien: de eniggeboren Zoon, die in de schoot van
de Vader is, Hij zelf heeft Hem verkondigd." De Leraar, van God gekomen om
getuigenis te geven van de waarheid, heeft de jonge apostolische Kerk zo met
Zijn licht overstraald, dat Petrus uitriep: "Heer, tot wie zullen wij
gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven." (Joh. 6, 68) De evangelisten
stonden Christus zo uit de hemel bij, dat zij als Zijn ledematen, neerschreven
wat hun door ingeving van het Hoofd werd meegedeeld.
En ook heden is Hij voor ons, die in deze aardse
ballingschap verblijven, de bewerker van het geloof, zoals Hij er de voltooier
van zal zijn in de Hemel. Hij is het, die de gelovigen het licht van het geloof
instort; Hij is het, die op hemelse wijze de herders en leraars, op de eerste
plaats de Paus op aarde, met hemelse gaven van wetenschap, verstand en wijsheid
verrijkt, opdat zij de schat van het geloof trouw bewaren, krachtig verdedigen,
godvruchtig en ijverig verklaren en bevestigen; Hij is het die op onzichtbare
wijze de concilies van de Kerk voorzit en voorlicht.
Christus is de oorsprong en de bewerker van de heiligheid.
Er kan geen enkele tot heil strekkende daad worden gesteld, die niet in Hem
haar oorsprong heeft. "Zonder Mij", zo zei Hij, "kunt gij niets
doen."
Als wij, door droefheid en berouw over onze zondeschuld
bewogen, ons tot God bekeren, is het steeds Zijn kracht, die ons daartoe
brengt. Genade en glorie ontspringen aan Zijn onuitputtelijke volheid. Vooral
de voornamere leden van Zijn mystiek lichaam overstelpt Jezus onophoudelijk met
gaven van raad, sterkte, vrees en godsvrucht, opdat het gehele lichaam van dag
tot dag steeds groeit in heiligheid en ongereptheid. En wanneer de sacramenten
van de Kerk met uitwendig ritueel worden toegediend, verwekt Hij zelf hun
vrucht in de zielen.
Hij voedt ook de gelovigen met Zijn eigen Lichaam en Bloed
en bedaart daardoor de hartstochten van de ziel. Hij is het, die daardoor de
genaden vermeerdert en de toekomstige heerlijkheid van de zielen en de lichamen
voorbereidt. De uitdeling van al die schatten van goddelijke goedheid aan de
leden van Zijn mystiek lichaam moet aan Hem toegeschreven worden omdat Hij ze
als eucharistisch offer op aarde en als verheerlijkt slachtoffer in de hemel
van Zijn eeuwige Vader afsmeekt door het tonen van Zijn wonden en het aanbieden
van Zijn gebeden. Hij bepaalt ook voor de afzonderlijke mensen de afzonderlijke
genaden "volgens de maat, die Christus heeft toegemeten" (Ef.
4, 7). Hij kiest ze voor hen uit en deel ze uit. Waaruit volgt, dat uit Jezus,
"het ganse lichaam, samengevoegd en samengehouden door de steun van
ieder gewricht en door de eigen werking van ieder lichaamsdeel, zijn eigen
groei voltooit in liefde." (Ef. 4, 16)
ARTIKEL 3 - Christus "Instandhouder"
van het lichaam
Het maatschappelijk lichaam van de Kerk draagt de naam van
Christus, omdat Jezus de gemeenschap die Hij heeft gesticht, zelf op goddelijke
wijze in stand houdt.
Zoals Bellarminus opmerkt, moet men de benaming
"lichaam van Christus" niet alleen daaruit verklaren, dat Christus
het Hoofd van Zijn mystiek lichaam moet worden genoemd, maar ook hieruit, dat
Hij zó de Kerk in stand houdt en zó tot op zekere hoogte in de Kerk leeft, dat
zij als het ware een andere Christus is. Dit wordt ook bevestigd door Paulus,
als hij aan de Korintiërs schrijvend, zonder er iets bij te voegen, de Kerk
"Christus" noemt, in navolging van Jezus zelf, die hem, toen hij de
Kerk vervolgde, vanuit de hemel had toegeroepen: "Saulus, Saulus,
waarom vervolgt gij Mij?" (Hand. 9, 4)(Hand. 22, 7)(Hand. 26, 14) Paulus
noemt zelfs meerdere malen de Kerk "Christus" en het is u ook niet
onbekend wat Augustinus heeft gezegd: "Christus predikt Christus."
a. Op grond van de juridische zending
De eenheidsband, waarmee Jezus een bepaalde menselijke
natuur heeft aangenomen, strekt zich niet tot de hele Kerk uit; maar zij vindt
hierin haar grond, dat Jezus de goederen, die Hem het meest eigen zijn, op
zodanige wijze aan Zijn Kerk meedeelt, dat zij in heel haar levenswijze, zowel
de zichtbare als de verborgene, het beeld van Christus zo volmaakt mogelijk
uitdrukt. Want door de zogenaamde juridische zending, waarmee Jezus de
apostelen in de wereld heeft gezonden, zoals Hij zelf door de Vader gezonden
was, is Hij het zelf, die door middel van de Kerk doopt, onderwijst, bestuurt, ontbindt,
bindt, opdraagt en offert.
b. Op grond van de Geest van Christus
Bovendien laat Christus de Kerk leven van Zijn verheven
leven, doordringt Hij heel Zijn lichaam met Zijn goddelijke kracht, en voedt en
draagt Hij de afzonderlijke ledematen overeenkomstig de plaats, die zij in het
lichaam innemen, ongeveer op dezelfde wijze als de wijnstok de met hem
verbonden ranken voedt en vruchtbaar maakt.
Wanneer wij dit door Christus geschonken goddelijk beginsel
van leven en kracht aandachtig beschouwen, want het is de bron van iedere
geschapen gave en genade, zullen wij inzien, dat het de Heilige Geest is, die
van de Vader en de Zoon voortkomt, en die op bijzondere wijze "de Geest
van Christus" of "de Geest van de Zoon" wordt genoemd.
(Rom. 8, 9)(2 Kor. 3, 17)(Gal. 4, 6) Met deze Geest van genade en waarheid heeft
Jezus reeds in de ongerepte schoot van de heilige Maagd Zijn ziel gezalfd; deze
Geest vindt Zijn welbehagen in de zegenrijke ziel van Jezus te wonen. Christus
heeft op het kruis door het vergieten van Zijn Bloed deze Geest verdiend. Deze
Geest heeft Jezus aan de Kerk geschonken om de zonden te vergeven.
Alleen Christus heeft deze Geest zonder beperking ontvangen.
En de Geest werd aan de leden van het mystieke lichaam geschonken uit de
volheid van Christus, volgens de maat, die Christus heeft toebedeeld.
En nadat Christus op het kruis is verheerlijkt, werd Zijn
Geest overvloedig over de Kerk uitgestort, opdat zij en haar afzonderlijke
leden steeds meer aan Jezus gelijkvormig zouden worden. Het is de Geest van
Christus, die ons tot aangenomen kinderen van God maakte, opdat wij eens "met
ongesluierd gelaat de heerlijkheid des Heren aanschouwen, en steeds heerlijker
in Zijn beeld herschapen worden."
c. De Geest is de ziel van het mystieke lichaam
Alle delen van het lichaam worden zowel met elkaar als met
hun hoofd verbonden door de H. Geest van Jezus, omdat Hij helemaal in het hoofd
is, helemaal in het lichaam en in alle ledematen. Hij is in hen aanwezig en
staat hen bij. Hij moet beschouwd worden als degene, die door Zijn hemelse
levensadem in alle delen van het lichaam de aanzet is van iedere daad, die leven
geeft en heiligmakend is. Hij is het die de Kerk door de werking van Zijn
genade steeds nieuwe groei schenkt. "Wij stellen vast dat Christus wel het
hoofd is van de Kerk maar dat de Heilige Geest haar ziel is."
Die levenskracht zien we in de geschapen uitwerkingen die
eruit voortvloeien, dan zien we dat Jezus met Zijn Geest de schenker is van
hemels licht en bewerker van heiligheid en dat die worden aan de Kerk
meegedeeld. De Kerk kan dan net als haar leden de uitspraak van Paulus op
zichzelf toepassen: "Ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij."
(Gal. 2, 20)
ARTIKEL 4 - Christus "Zaligmaker" van
de Kerk
Paulus zegt dat "Christus het hoofd is van de Kerk:
Hij is de Verlosser van Zijn lichaam." (Ef. 5, 23) Met deze woorden
wordt de laatste reden aangegeven, waarom het lichaam van de Kerk naar Christus
wordt genoemd. Want Christus is de goddelijke Redder van dit lichaam. Hij werd
namelijk door de Samaritanen "de Verlosser van de wereld" (Joh.
4, 42) genoemd. Jezus is de Zaligmaker van allen, maar vooral van de gelovigen.
Meer dan de anderen heeft Hij Zijn ledematen, die de Kerk vormen, door Zijn
Bloed gewonnen.
De Kerk vond op het kruis haar oorsprong en Christus schenkt
het licht en bewerkt de heiligheid door Zijn mystiek lichaam, en houdt Zijn
mystiek lichaam in stand. Wat Jezus heeft begonnen aan het kruis, voltrekt Hij
eeuwig en onophoudelijk in hemelse zaligheid. Augustinus zegt hierover:
"Ons Hoofd, spreekt voor ons ten beste; sommige ledematen neemt Hij op,
andere kastijdt Hij, andere reinigt Hij, andere troost Hij, andere schept Hij,
andere roept Hij, weer andere roept Hij terug, andere verbetert Hij, andere
neemt Hij weer in het lichaam op." Wij moeten enkel onze medewerking
verlenen.
HOOFDSTUK 3 - De Kerk is het
"mystieke" lichaam van Christus
a. Meer dan één reden voor deze traditionele benaming
Het lichaam van Christus, dat de Kerk is, moet mystiek worden
genoemd. Er zijn meerdere redenen, waarom dit woord gebruikt moet worden;
hierdoor kan men het maatschappelijk lichaam van de Kerk, waarvan Christus
hoofd en bestuurder is, onderscheiden van Zijn fysiek lichaam, dat, geboren uit
de maagdelijke Moeder Gods, nu aan de rechterhand van de Vader zetelt en zich
verbergt onder de sluier van de Eucharistie.
b. Mystiek lichaam en fysiek lichaam
In een natuurlijk lichaam hebben de afzonderlijke delen
geen eigen zelfstandigheid, maar in het mystieke lichaam worden de ledematen onderling
zo verbonden dat allen hun eigen persoonlijkheid behouden. Daarbij komt nog dat
in ieder levend fysiek lichaam alle afzonderlijke ledematen uiteindelijk op het
welzijn van het geheel zijn gericht. Maar alle sociale mensengemeenschapen zijn
uiteindelijk gericht op het voordeel van alle leden en van ieder lid
afzonderlijk, want het zijn personen. Zoals Jezus uit de Hemel neerdaalde om
ons eeuwig heil, heeft Hij ook het lichaam van de Kerk gesticht en met de H.
Geest verrijkt om onze redding te verzekeren en die van onze onsterfelijke
ziel, volgens de woorden van Paulus: "Alles is het uwe; maar gij
behoort aan Christus, en Christus aan God." (1 Kor. 3, 23). Want zoals
de Kerk tot redding van de gelovigen is gevormd, is zij ook bestemd tot eer van
God en van Jezus, die Hij heeft gezonden.
c. Mystiek lichaam en goddelijke geest
Wanneer wij het mystiek lichaam vergelijken met een moreel
lichaam, is er een onderscheid. Het morele lichaam heeft enkel de
gemeenschappelijke samenwerking van allen tot doel onder leiding van het
maatschappelijk gezag. In het mystiek lichaam voegt zich bij dit samenstreven
nog een ander inwendig beginsel van hemelse orde nl. de goddelijke Geest dat
"heel de Kerk vervult en één maakt."
d. Wat de benaming mystiek lichaam ons zegt
De kerk bestaat niet alleen uit sociale en juridische
elementen, maar zij is verhevener dan alle andere menselijke gemeenschappen.
Het is de Geest van Jezus die als bron van de genaden, gaven en alle charismata
de kerk voor altijd en op innigste wijze vervult en in haar werkt. Zoals ook ons
sterfelijk lichaam een bewonderenswaardig werk van de Schepper is, maar toch
ver achterstaat in vergelijking met onze ziel, is ook de maatschappelijke
structuur van de christengemeenschap van lagere orde in vergelijking met de
geestelijke gaven, waarmee de Kerk is uitgerust en met de goddelijke bron van
deze gaven.
e. Twee valse voorstellingen omtrent de Kerk worden afgewezen
Degenen die de Kerk aannemen als een verborgen en
onzichtbare Kerk verkeren in ernstige dwaling, en eveneens degenen die de Kerk
beschouwen als een menselijke instelling die geen deel heeft aan het hemels
leven.
Christus, het hoofd en voorbeeld van de Kerk, is "niet
volledig, als men in Hem slechts de zichtbare natuur beschouwt...., of enkel in
de goddelijke onzichtbare natuur..., want Hij is één in beide naturen... en zo
is het ook in Zijn mystiek lichaam.
f. Rechtskerk en liefdeskerk
We veroordelen ook de dwaling van hen, die zich een vals
droombeeld van de Kerk vormen: een gemeenschap uit liefde geboren en door
liefde gevoed, die volgens hen in tegenstelling staat met die andere, welke zij
de rechtskerk noemen. Jezus heeft juist gewild dat de Kerk met alle juridische
en sociale elementen is toegerust. De eeuwige Vader wilde dat zij "het
rijk van de Zoon Zijner liefde" (Kol. 1, 13) zou zijn; maar dan toch een
rijk, waarin alle gelovigen een volledige onderwerping van verstand en wil
zouden beoefenen, en zich in de geest van nederige gehoorzaamheid zouden
gelijkvormig maken aan Hem, die voor ons "gehoorzaam geworden is tot de
dood" (Fil. 2, 8).
Er is geen tegenstelling tussen de zending van de Heilige
Geest en het juridisch ambt van de herders en leraren, dat zij van Christus
hebben ontvangen. Beide elementen vullen elkaar aan en vervolmaken elkaar.
Jezus zei aan de apostelen: "Ontvangt de Heilige Geest" (Joh.
20, 22), maar ook: "Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u"
(Joh. 20, 21), en eveneens: "Wie u hoort, hoort Mij." (Lc. 10,
16)
g. Het juiste oordeel over de menselijke zwakheden in de
Kerk
Wanneer wij in de Kerk iets zien, waaruit de zwakheid van
de menselijke natuur blijkt, is dit niet toe te schrijven aan haar juridische
inrichting, maar veeleer aan de geneigdheid tot het kwaad in de afzonderlijke
personen. Deze zwakheden laat Jezus, óók in de hoger geplaatste leden van Zijn
mystiek lichaam toe, opdat de deugd van schapen en herders zou worden beproefd,
en in allen de verdiensten van het christelijk geloof vermeerderd. Want Christus
wilde de zondaars niet uitsluiten in de Kerk die Hij stichtte. Wanneer sommige
leden geestelijk ziek zijn, mag dat geen reden zijn om in onze liefde tegenover
de Kerk te verflauwen, maar moet dit een aansporing zijn om te bidden voor haar
ledematen.
h. De ware, vlekkeloze schoonheid van de Kerk
De Kerk, onze goede Moeder, straalt smetteloos in de
sacramenten, waardoor zij kinderen voortbrengt en voedt; in haar geloof, dat
zij te allen tijde ongerept bewaart; in haar heilige wetten, die zij allen
oplegt, en in de evangelische raden waartoe zij aanspoort; ten slotte in de
hemelse gaven en charismata, waardoor zij met onuitputtelijke vruchtbaarheid een
ontelbare schare van martelaren, maagden en belijders verwekt. Maar men mag het
haar niet aanrekenen, als sommigen van haar leden zwak of ziek zijn, in wier
naam zij dagelijks tot God bidt: "Vergeef ons onze schuld", en
aan wier geestelijke genezing zij onophoudelijk haar moederlijke en sterke
zorgen wijdt.
Wanneer wij dus het lichaam van Jezus Christus
"mystiek" noemen, bevat de betekenis zelf van dit woord voor ons een
ernstige vermaning: "Erken, o Christen, uw waardigheid, en wil niet, na
deelgenoot te zijn geworden aan de goddelijke natuur, op laffe wijze terugkeren
tot uw vroeger onwaardig leven. Bedenk van welk Hoofd en van welk lichaam gij
een lidmaat zijt."
|