|
De verrijzenis van de doden en het Algemeen
Oordeel : deel 2
Na de
Verrijzenis volgt onmiddellijke en zonder uitstel het Oordeel, Het is
onmogelijk een voorstelling te maken van het getal van de leden van de menselijke
familie, van een lange lijn van generaties, bij elkaar gebracht van de grenzen
van de aarde en trachten de sporen te herkennen van de plaatsen waar zij
gewoond hebben en weer teruggebracht om ze te besproeien met het zweet van hun
aangezicht en bakkeleien over hun overblijfselen. Het is evident dat de
mensheid, eenmaal verrezen, zal overgaan naar een andere wijze van bestaan, en
dat de goddelijke Goedheid gehouden is nieuwe verblijven te openen en nieuwe
woonplaatsen. Deze woonplaatsen zullen van verschillende soorten zijn,
overeenkomstig de verdiensten of niet verdiensten van iedere persoon. De
rechtvaardigen zullen het Paradijs binnengaan, de verdoemden zullen de donkere
afgronden van haat en vervloeking vullen. Het is nutteloos deze goddelozen te
weerleggen, die deze hoogste manifestatie van gerechtigheid en de plechtige
climax van de menselijke bestemming ontkennen. Het algemeen oordeel is een
absoluut feit, aangekondigd door de profeten. Het is een waarheid door Jezus
Christus voortdurend beklemtoond, een waarheid, die door het verstand wordt
bevestigd en in overeenstemming is met de wet van het geweten en ieder idee van
billijkheid. Telkens wanneer in de H. Schrift gesproken wordt zonder enige
kwalificatie en dit Oordeel wordt aangeduid met de woorden dies Domini, dies
irae of andere termen, moeten deze uitdrukkingen worden verstaan met
betrekking tot het Algemeen Oordeel, dat op het einde der tijden plaats zal
hebben. Zo staat het geschreven:: Ik verzeker u, het zal voor Tyrus en Sidon
gemakkelijker zijn op de Oordeelsdag dan voor jullie. De dag van de Heer komt
als een dief in de nacht. Laat je niet gauw in verwarring brengen .door te
geloven dat de dag van de Heer hier en nu is. De profeten zijn vol van dit
soort uitspraken: De grote dag van de Heer is nabij, zegt de profeet
Zephaniah. Die dag is de dag van wraak, een dag van kwelling en droefheid, een
dag van rampen en ellende, een dag van duisternis en verwarring, een dag van
wolken en wervelstormen, een dag van de bazuin en alarm. Christus woord is
meer expliciet en uitgesproken in Mattheüs: Laat ze groeien tot de oogst; dan
met de oogsttijd zal ik de oogsters bevelen: Verzamel eerst het onkruid en
bind het samen om te verbranden, en verzamel dan de tarwe in mijn schuur.
Elders
in het zelfde Evangelie zegt Hij: Het Rijk Gods is eveneens gelijk aan een
visnet, dat in het meer geworpen is, dat allerlei dingen verzamelt. Wanneer het
vol is wordt het naar de oever gesleept en men zit neer en wat de moeite waard
is, wordt in vaten gedaan. Wat nutteloos is, wordt weggegooid. Zo zal het gaan
bij het einde van de wereld. De engelen zullen uitgaan en de slechten scheiden
van de goeden en de bozen zullen zij in de vurige oven werpen, waar geween is
en tandengeknars. Heb je dit alles begrepen? en zij antwoordden: Ja! Aan deze
teksten uit de H. Schrift voegen wij het getuigenis van Thomas van Aquino toe.
Hij geeft ons drie theologische argumenten voor de geschiktheid en gepastheid
van het algemene Oordeel.
De
eerste van deze drie redenen bestaat in het feit, dat de werken van de mens, of
zij goed zijn of slecht zijn niet altijd geïsoleerde en voorbijgaande
handelingen. Meer dan eens, vooral in het geval van leiders van naties en hen
die bekleed zijn geweest met openbare ambten, blijven doorgaan te bestaan nadat
zij zijn afgesloten, hetzij in de herinnering van andere mensen of in de publieke
achting, als gevolg van de opschudding, die zij hebben gehad en het schandaal
dat zij hebben veroorzaakt. Zo, op het eerste gezicht lijkt een bepaalde
geheime misdaad slechts een privé, aangelegenheid maar het wordt sociaal
vanwege haar gevolgen. Het is een geloofspunt, dat er een bijzonder oordeel is
en dat iedere mens, op het ogenblik van het vertrek van de ziel uit het
lichaam, het eeuwige vonnis hoort uitspreken. Toch is dit oordeel niet het
laatste, maar moet worden gevolgd door een ander openbaar oordeel, waarin God
zijn handelen niet zal onderzoeken specifiek op zichzelf genomen, maar in hun
uitwerking op andere mensen, - in het goede of het kwaad, die ervan hebben
afgeleid voor families en volkeren kortom in de gevolgen, die zij hebben
voortgebracht en welke hij die ze heeft begaan, was gehouden te voorzien.
De
tweede reden die de Engelachtige Doctor geeft voor deze publieke manifestatie
heeft betrekking op de valse oordelen en foute waardering van de menselijke
opinie. De meeste mensen, zelfs de wijste en meest verlichte, worden
gemakkelijke overtroefd en bedrogen door anderen. Zij onderscheiden de
binnenste diepten van zielen niet, en kunnen er niet lezen wat geheim is en
innerlijk; vandaar gebeurt het, dat zij meestal hun oordeel vormen naar de
schijn, naar wat zichtbaar is en uiterlijk. Nogmaals, hieruit volgt dat goede
mensen dikwijls worden bejegend met onterechte hardheid, dat zij niet worden
gewaardeerd en worden gekwetst in hun reputatie. Van de andere kant blijft de
boosaardigheid van een groot aantal mensen onbekend, en genieten overal de
achting en vertrouwen van het publiek en de wereld geeft hen die aandacht en
lof, die eigenlijk alleen aan de rechtvaardigen toekomt. Dus een oordeel, dat
alle vooringenomenheid bloot legt en huichelarij ontmaskert, en de verborgen
listen en alle valse en lage eigenschappen ten toonstelt, is nodig. Dit oordeel,
zo zegt Johannes, zal niet plaats vinden volgens het vlees, noch volgens dat
wat de ogen zien en de oren horen; het zal tot stand komen in het verblindende
schittering van het licht van God, in het onderscheiden van alle intenties en
alle verlangens, de volle intuïtie van de meest geheime en mysterieuze
uithoeken van het hart: Corda omnium intuendo.
Tenslotte,
een derde reden volgens Thomas van Aquino is, dat God de mens leidt door
aanpassing aan de omstandigheden van zijn natuur, en zal hem oordelen volgens
de beloften, die Hij hem heeft gedaan en de hoop die Hij in hem heeft gewekt,
hetzij door beloning of straf. Hij is het zijn Wijsheid verschuldigd zich te
houden aan de wetten en grenzen van distributieve rechtvaardigheid, zoals Hij
ze in dit leven heeft vastgelegd. Welnu de Apostel Paulus zelf noemt het huidige
leven een wedloop, een arena; Hij tekent de mens uit als een reiziger op aarde,
onder het beeld van een soldaat of atleet, die vooruit snelt naar zijn kroon;
hij houdt ons het vooruitzicht van het eeuwige leven voor ogen, dat hij met de
namen noemt van: palm, trofee, kroon van leven en glorie. Opdat dan de
beloning werkelijk gelijk kan zijn aan de belofte, moet het worden geschonken
bij een publieke bijeenkomst, met een Hem waardig ceremoniële plechtigheid, die
haar uitdeelt, in de tegenwoordigheid van allen die deel hebben gehad aan de
strijd, van alle vijanden waarover de heiligen hebben getriomfeerd, volgens de
manier waarop het oude Rome en Griekenland plachten te doen met hun
overwinnende krijgslieden en helden.
In wat
voor plaats zal het Laatste Oordeel worden gehouden? Niemand weet dit met de
zekerheid van het geloof, maar de algemene opinie van de Kerkvaders en die van
Thomas van Aquino is, dat het zal zijn in de vallei van Josafat. De H. Schrift
geeft deze naam aan de regio, waardoor de Cedron beek stroomt, welke binnen
haar grenzen de stad Jeruzalem en ook de Calvarieberg bevat en zich uitstrekt
tot de Olijfberg. - Is het, inderdaad, niet passend dat Christus zich
manifesteert in Zijn glorie juist op de plaatsen, die de scène waren van zijn
passie, waar Hij verscheen in zijn lijden en vernederingen? Dat was wat de
engel bedoelde te zeggen tot de leerlingen, Deze Jezus, die van jullie is opgenomen,
zal zo komen. Het is ook zeer passend, dat het deel van de aarde waar de
eerste mens geschapen werd, waar de Zoon van God de Verlossing en het Heil van
de mens gewrocht heeft, eveneens zou moeten zijn de plek, waar de Heiligen de
volheid en de vruchten van Zijn Lijden en Dood zullen ontvangen, waar zij deel
zullen hebben in Zijn glorievolle Hemelvaart en waar Jezus Christus een
rechtvaardige wraak zal eisen van zijn vervolgers, en van allen die geweigerd
hebben hun zielen te wassen door de oneindige kracht van Zijn kostbaar Bloed. Daarom
roept de profeet Joël uit: De Heer zal brullen van Sion, en vanuit Jeruzalem
Zijn Stem verheffen. Het bezwaar, dat onze zienswijze niet met bewijzen kan
worden gestaafd en dat het afdoende is weerlegd door het feit dat de vallei van
Josafat een minder uitgestrekte ruimte omvat en beperkter is dan de meeste
Alpen valleien; en dat, bij gevolg, het onmogelijk is de duizenden miljoenen
menselijke wezens te bevatten, die elkaar gevolgd hebben of nog zullen volgen
op aarde, is nutteloos. De Apostel Paulus, in Zijn brief aan de
Thessalonicenzen lost deze moeilijkheid op en werpt licht op dit probleem; Hij
herinnert ons dat op de dag van het oordeel de verrezen uitverkorenen niet
massaal bijeengebracht zullen worden op aarde, maar, zullen worden opgenomen om
de Heer te ontmoeten in de lucht. Onze Heer Jezus Christus zal afdalen naar de
regio van de lucht, gelegen boven de vallei van Josafat, en daar, omgeven door
engelen, zal Hij zitten op de Troon van Zijn Majesteit. Is het dan niet passend
dat, vanwege Zijn waardigheid, de rechter moet worden opgeheven boven allen, op
een verheven plek, vanwaar Hij kan worden gezien en gehoord door alle mensen?
Is het niet billijk dat, gelet op de verdiensten en de volmaaktheid, aan de uitverkorenen,
die van de wet van de zwaartekracht zijn verlost en die nu verheerlijkte en
subtiele lichamen bezitten, en niet meer de aarde nodig zullen hebben ter
ondersteuning, een eerbare plaats nabij de soevereine Rechter wordt toegekend.
De
verdoemden echter zullen worden vastgehouden op aarde; maar, zoals Suarez
uitlegt, zouden we ongelijk hebben ons te verbeelden, dat zij beperkt en
begrensd zijn binnen de enge grenzen van de vallei van Josafat; hun enorm
aantal, zal, voor zover nodig, zich uitstrekken naar de omringende gebieden van
de Olijfberg, de berg van Sion, de plaats waar Jeruzalem stond en misschien
naar verdere streken. Als gezegd wordt dat het Oordeel zal plaats hebben in de vallei
van Josafat, dan is dat omdat deze vallei de plaats zal zijn, waarin de
mensheid zal beginnen zich te verzamelen. Door wie zal het Oordeel worden
uitgevoerd? Door Christus Jezus, niet echt door Christus Jezus als God, die
dezelfde substantie deelt en het zelfde leven met Zijn Vader, maar door
Christus Jezus in zover als Hij geïncarneerd werd als mens in de tijd en Mensenzoon
werd genoemd. Bij Johannes lezen we: De Vader Zelf oordeelt niemand, maar heeft
alle oordeel aan de Zoon toegekend. Zodat alle mensen de Zoon mogen eren, zoals
de Zoon de Vader eert. Hij gaf Hem macht te oordelen, omdat Hij de Mensenzoon
is. Inderdaad, als God is Jezus Christus gelijk aan de Vader, de uitdrukking
en beeld van zijn soevereine Macht, en bezit, kon substantieel met de twee
andere goddelijke Personen het recht om te oordelen, dat Zij hebben. Vanuit dit
oogpunt hoeft CHRISTUS tweede macht te ontvangen, en het is slechts in
beschouwing Hem als een mens, dat Johannes kon zeggen, dat Hij geëerd zal
worden door allen, vanwege de rechterlijke macht, die aan Hem is verleend door
de Vader. In de volgende verzen, leert Johannes ons, dat Christus de macht
ontvangen heeft om de doden tot leven terug te brengen: Ik verzeker U, een uur
komt, ja het is er al, wanneer de doden de Stem zullen horen van de Zoon van
God. Uit deze tekst blijkt, dat de macht om te doen verrijzen, die aan de
Mensenzoon is gegeven, een gevolg is van Zijn macht als Rechter. Het is
wezenlijk voor de uitoefening van juridisch gezag, dat hij die ermee is
bekleed, de middelen moet hebben om de schuldigen te dagvaarden en ze voor zijn
tribunaal te brengen. Daar het oordeel moet worden uitgevoerd over mensen, merkt
de H. Thomas op, moet het aan hun vermogens zijn aangepast; het moet rekening
houden met de eisen en neigingen van hun natuur. De mens is evenwel,
samengesteld uit ziel en lichaam; hij bevat het geestelijke en het onzichtbare
slechts door de vermogens van het tastbare. Als dat zo is, is het dan niet
noodzakelijk, dat de mens wordt geoordeeld door een mens, door een wezen dat
verschijnt in het vlees, wiens gelaat hij kan zien en wiens stem hij kan horen?
Juist, zegt Johannes ons: De Vader heeft aan Hem macht gegeven om Oordeel te
vellen, omdat Hij de Mensenzoon is.
Bovendien,
als we dingen beschouwen naar onze manier van denken, moet dan de rechter niet
worden gezien door alle mensen gedagvaard naar zijn rechtbank? Welnu, in zover
als Hij een menselijke gedaante heeft, zal Christus door de rechtvaardigen en
de bozen gelijk worden gezien. In zover Hij een goddelijke gedaante heeft, kan
Hij zichzelf aan de uitverkorenen alleen tonen. Tenslotte heeft God de Vader
het oordeel aan Jezus Christus toevertrouwd als mens, in een geest van
vriendelijkheid, om de schittering van deze ontzagwekkende manifestatie te
temperen en te matigen en de gestrengheid en hardheid te verzachten; Want de
Kerk zegt in de Sequentia van haar Liturgie:( Dies Irae)
Judex
ergo cum sedebit, ls de Rechter
neergezeten,
Quidquid
latet, apparebit. Al t verdoken kwaad
zal weten,
Nil
inultum remanebit. niets
zal blijven ongewroken.
Als
Christus zou verschijnen in de hoedanigheid van een hoger en totaal hemelse
natuur, wie zou in staat zijn het gewicht van Zijn Majesteit en het vuur van
Zijn ogen te kunnen verdragen? Hij zal verschijnen met het gelaat en de
gedaante die Hij had tijdens zijn aardse leven. Hij zal verschijnen met Zijn
Kruis en de andere kentekenen van Zijn vernederingen. Zijn Hemelse lidtekenen
van de wonden in Zijn voeten en handen zullen te zien zijn: Videbunt in quem
transfixerunt De verdoemden zullen geen tegenstand meer durven bieden aan Zijn
Gerechtigheid, en de goeden daarentegen zullen zich tot Hem aangetrokken voelen
in diep vertrouwen. Het hart van de Apostel Paulus was vol vreugde en hoop; bij
de gedachte, dat Christus zijn rechter zou zijn, voelde hij al zijn vrees en
wantrouwen verdwijnen. Wie zal een beschuldiging brengen tegen Gods
uitverkorenen? zei hij. God, die rechtvaardigt? Wie zal hen veroordelen?
Christus Jezus, die stierf, of eerder die opstond, die zit aan de rechterhand
van God en die voor ons ten beste spreekt? Wat betreft de manier van zijn
tweede komst; het zal gelijk de eerste zijn: Sic veniet quemadmoddum vidistis
eum euntem in Coelis. Het zal dezelfde Christus zijn en dezelfde mens, en Zijn
trekken en verschijning zullen dezelfde zijn als gedurende Zijn sterfelijke
leven. Het zal genoeg zijn voor hen, die leefden en met Hem spraken, hun ogen
te vestigen op zijn persoon, om Hem te herkennen. Maar deze tweede manifestatie
zal niet plaats vinden in zwakheid en vernedering, maar in majesteit en glorie.
Het Mattheüs Evangelie zegt: Maar ik zeg je dit: Spoedig zal je de Mensenzoon
zien, gezeten aan de rechterhand van de Macht en komend op de wolken des
Hemels. Met andere woorden, Jezus Christus zal verschijnen omgeven door pracht
en praal van Zijn Goddelijk Koningschap. De verheerlijkte uitverkorenen en de
menigte engelen zullen een schitterend hof vormen rond Zijn Troon, zoals geen
geest kan schilderen. Zij die hebben gevochten met de grootste standvastigheid,
die Hem van dichtbij hebben gevolgd in de arena van Zijn lijden, zullen Zijn
Persoon het meest nabij zijn. Dan zal de rechtvaardige mens met groot vertrouwen
in de aanwezigheid staan van hen die hem kwelden aldus het boek Wijsheid. We
kunnen ons de spijt en wanhoop van de verdoemden voorstellen door het beeld,
dat dezelfde auteur van hen tekent: Dan staat de Rechtvaardige met groot
vertrouwen tegenover hen, die hem eens verdrukten, en verachtelijk neerzagen op
zijn zwoegen. Dezen zullen bij dat gezicht van grote vreze worden bevangen,
geheel ontsteld over dat onverwachte onheil. Ze zullen tegen elkaar zeggen, met
spijt in het hart en in hun zielsangst zuchten: Dit is nu de man, die wij
vroeger bespotten, als een toonbeeld van hoon, wij dwazen. Wij hebben zijn
leven voor waanzin gehouden en zijn einde voor eerloos. Hoe wordt Hij nu onder
Gods kinderen gerekend, en deelt hij het lot van de heiligen.
De
Apostelen, martelaren, Doctors en duizenden rechtvaardigen, die gevochten
hebben voor de eer van God en het belang van het Geloof, zullen zich verenigen
met hun leider in het afkondigen van de waarheid van Zijn vonnissen en de
billijkheid van Zijn oordelen. Het oordeel wordt terecht universeel genoemd,
omdat het wordt uitgesproken over alle leden van het menselijk geslacht, omdat
het over iedere misdaad wordt uitgesproken, iedere misdraging en omdat het
definitief en onherroepelijk zal zijn. Op de eerste plaats zal het laatste
oordeel gaan over alle leden van de mensheid. De mensen van, iedere stam, en
iedere taal zullen er verschijnen. Er zal geen onderscheid zijn van rijkdom,
geboorte, rang of stand onder hen. Zij wier namen waren: Alexander, Caesar en
Diocletianus zullen worden gerangschikt samen met herders, die op dit moment
hun kudden weiden op eenzame vlakten, waar de as van deze meesters van de
wereld ligt uitgestrooid. Mensen zullen overheerst worden door andere zorgen
dan nieuwsgierigheid en leegheid. Veel ernstigere spektakels zullen hun blik en
aandacht gevangen houden; het beeld van de wereld zal voorbij zijn, en de
overwinningen van grote captains, de werken van de genieën, de ondernemingen en
de grote ontdekkingen zullen worden geacht als schijn en kinderspel. Net als in
een theater, zegt Johannes Chrisostomos, wanneer een acteur het toneel verlaat,
is het niet vanwege het partij dat hij heeft gespeeld, waar de mensen hem voor
bewonderen. Zij bewonderen niet het feit dat hij de persoonlijkheid van een
koning heeft nagebootst, noch het feit dat hij een lakei of een bedelaar heeft
geacteerd, zij prijzen eerder zijn kundigheid, en zij geven hem applaus voor de
perfectie, waarmee hij zijn partij heeft gespeeld. Zo zal het zijn bij het
laatste oordeel worden uitgeoefend over alle leden van het menselijk geslacht.
Een man zal niet geëerd worden omdat hij koning was, een welsprekende redenaar,
een minister, en een groot staatsman. Al deze eerbewijzen en onderscheidingen,
die de wereld in hoge achting houdt, zullen worden beschouwd van geen
verdienste of waarde. De mensen zullen worden geprezen enkel en alleen voor hun
deugden en goede werken: Opera enim illorum seguuntur illos.
Ten
tweede, wordt het oordeel universeel/algemeen genoemd, omdat het gaat over
iedere misdaad, en overtreding. Dan zal de menselijke geschiedenis beginnen. In
de helderheid van het licht van God zullen alle misdaden, publiek en geheim,
die zijn bedreven in iedere omvang en in iedere leeftijd, helder en in detail
worden gezien. Het hele leven van ieder mens zal worden bloot gelegd. Niets hoe
gering ook zal over het hoofd worden gezien: geen handeling, woord, of
verlangen zal onbekend blijven. We zullen worden herinnerd aan de verschillende
perioden die we zijn doorgegaan; de lustvolle mens zal zijn wanordelijk gedrag
en vrijzinnige praat voorzetten; de ambitieuze man, zijn afwijkende, listige
wegen. Het oordeel zal alle draden ontwarren en slim beraamde omwegen van deze
intriges ontrafelen; het zal al die lage herroepingen en laffe daden van medeplichtigheid
in hun waar licht plaatsen, dat mensen bekleed met openbaar gezag hebben
gezocht te rechtvaardigen, hetzij door de kostbare voorwendsels van reden van
staat, of door ze toe te dekken met het masker van vroomheid of
belangeloosheid. De Heer, zegt Bernardus, zal al die vrijheden, die men voor
zichzelf verborg, al die ongekende wanordelijkheden, die geplande misdaden
waaraan de uitvoering slechts ontbrak, al die onoprechtheden; die voorgewende
deugden en die vergeten zonden, uit het geheugen gewist, zullen plotseling te
voorschijn komen, zoals vijanden naar buiten snellend van een hinderlaag: Prodient
ex improviso et quasi ex insidiis. Zonder twijfel zijn er mensen zo gehard in
het kwaad, dat de gedachte van dit vreselijke schouwspel op hen weinig indruk
maakt. Vertrouwd zijnde met misdaad, gaan zij er mee om als een onderwerp van
amusement en bluffen en glorie. Zij pochen waarschijnlijk en schatten het
oordeel in met dezelfde onbeschaamdheid, om door hun cynische en arrogante
houding de Majesteit van God en het geweten van de mensheid uit te dagen.
IJdele hoop! Zonde zal niet meer worden geacht naar de waardering van
vleselijke mensen, gemakkelijk om de meest grove uitbarstingen te
verontschuldigen, omdat zij geen naaste schade berokkent, hetzij in zijn
goederen als in zijn leven. De lelijkheid en wanorde van de zonde zal in de
onuitsprekelijke helderheid van Gods Licht worden geopenbaard. Zonde, zegt
Thomas van Aquino, zal zich oordelen, zoals God Zelf het oordeelt: Tunc
confusio respiciet aestimationem Dei, quae secundum veritatem est de peccato.
Drie
belangrijke groepen mensen zullen de aandacht op zich zelf trekken:
De
eerste zal die zijn van de zonen der gerechtigheid en licht, waarvan de
verdiensten en de goede werken op de voorgrond worden geplaatst, en zullen van
de helderziende en onfeilbare Rechter een goedkeuring en publieke lof
verkrijgen, waarvan de getuigenis niet zou kunnen worden onderworpen aan enige
dwaling en enige tegenspraak.
In de
tweede groep zullen de zonen van Voltaire zijn, de leiders van de vrije
gedachte en de revolutie, die, in de huidige tijd, druk bezig zijn hun duistere
en heiligschennende samenzweringen tegen Christus en zijn Kerk uit te broeden.
Zij zullen sidderen en beven van onuitsprekelijke angst, wanneer zij Hem zien
in zijn Glorie en Almacht, die zij hadden willen verpletteren, en die zij met
namen hadden gestigmatiseerd als vijand, dwaas, en de eerloze (Voltaire noemde
Christus linfame de eerloze) Zij zullen een laatste kreet van woede en
vervloeking uitschreeuwen, zoals keizer Julianus de Apostaat (afvallige) deed
op zijn sterfbed: Jij hebt overwonnen, Galileëer.
Tenslotte,
de derde categorie van mensen, aan wie speciale aandacht zal worden geschonken
bij het oordeel, zal bestaan uit de zonen van Pilatus, de aanbidders van het gouden
kalf en de kameleons van rijkdom en macht. Wolken zonder water, noemde de H.
Judas ze. Ze waaien met alle winden mee, en hebben geen ander religieus of
politiek kompas dan hun eigen ambities. Ze laten zich niets gelegen liggen aan
de stem van hun geweten, speculerend op het bloed van zielen, bij gebrek aan
goud, en Christus overleveren zoals de Romeinse geldschieter, om in het gevlei
te komen van de gunst en genegenheid van de heer van het moment. Dit
afzichtelijke, afstotende type keert , met dezelfde regelmaat en kenmerken, en
bij iedere crisistijd en sociale onrust terug. De H. Johannes in zijn Evangelie
heeft dit archetype van liegen en lafheid gevulgariseerd in een voor altijd
populaire en levende beeldspraak, waaraan al onze Pilatussen in wetgeving en
regering, die de rechtvaardige man verkopen om gunsten en winstgevende
eerbewijzen, eeuwig zullen worden herkend. Zulke mensen als dezen zullen bij
het oordeel leren, dat het niet handig is twee heren te dienen. Zij zullen de
strocaesars vervloeken, waaraan zij dat gaven, wat zij God geweigerd hebben.
Zij zullen uitroepen: Ergo erravimus. We hebben dus gedwaald.
Tenslotte,
het Laatste Oordeel is algemeen, omdat het definitief is en onherroepelijk. Dit
Oordeel is onherroepelijk, omdat er geen hoger instantie van beroep mogelijk is
dan dat van GOD. En er kan geen beroep van een absolute gerechtigheid zijn naar
een lagere en beperkte. Goddelijke vonnissen zijn onweerlegbaar,
onveranderlijk, en Hij, die alles ziet, die de kern en de conclusie van de
menselijke bestemming doorziet in de eeuwige raadsbesluiten van de
predestinatie, zal waarschijnlijk niet terugkeren op zijn oordelen. Wat Hij gezegd
heeft, zal Hij doen; wat Hij gedaan heeft, zal Hij bevestigen. Wat Hij eens
verlangde zal eeuwig vaststaan, want hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar
het Woord van God zal niet aan dwaling of verandering onderhevig zijn: Caelum
et terra transibunt, Verba autem mea non praeteribunt. Deze grote Waarheden
maken weinig indruk op ons, omdat de dag van hun vervulling slechts een flauw
in het vooruitzicht ligt, geplaatst in een verre toekomst, en omdat we graag
ons verbeelden, dat tussen nu en de tijd, wanneer zij worden vervuld, wij hun
gestrengheid zullen verzachten. Het is waar, dat de overwegingen van deze grote
rechtzitting nog voor ons liggen, maar het voorafgaande onderzoek is begonnen
en gaat door. Het staat geschreven: De ogen van de Heer zijn op hen gericht
die Hem vrezen. Het gelaat van de Heer doorziet de boosdoener. De Heer ziet
nauwkeurig de rechtvaardige en de boosdoener, en hij die het kwaad lief heeft
is de moordenaar van zijn ziel. Precies zo in onze tijd, is internet een
wonderlijk communicatiemiddel geworden tussen mensen, onmiddellijk berichten
kan overbrengen en ieder woord van de ene plek van de wereld naar de andere met
de snelheid van het licht, zo is er eveneens een goddelijke telegraaf: ieder
gedachte van ons op het moment, het wordt gedacht, ieder woord, zodra het is
geuit, wordt onmiddellijk opgeschreven in onuitwisbare letters en met beangstigende
precisie, in het grote boek vermeld in de Heilige Liturgie, waar het wordt
gezegd: Tunc liber scriptus proferetur, in quo totum continetur, unde mundus
judicetur. Laten we ons dan niet bang maken door de arrogantie en duistere
dreigingen van de bozen. Wij, die op dit moment ten prooi vallen aan geweld en
onderdrukking en waarvan de rechten worden miskend, en met voeten getreden en
die, bloot gesteld aan de listen en intriges van trouweloze mensen, lijden aan
de hatelijke excessen van despotisme en macht. Als God zwijgt en lijkt op dit
moment te slapen, zal Hij onfeilbaar opstaan in Zijn eigen tijd. Wij herhalen,
het onderzoek is begonnen, de dossiers van de bozen zijn compleet, de getuigen
zijn gedagvaard, en het bewijs is geleverd. Als de meest plechtige hoorzitting
is uitgesteld dan is dat slechts voor een korte termijn.
Een
trotse en dappere, grootmoedige prins van Brittannië, - zo gaat het verhaal -
werd verslagen en gevangen genomen door een woeste rivaal en naar een donkere
kerker, met weinig licht en lucht, brood en zon geworpen, om er weg te kwijnen.
Zijn einde was niet ver af, te midden van griezel en afschuw en onder druk van
een kille, berekende langzame marteling. Op het punt van sterven, richtte het
slachtoffer een oproep naar zijn moordenaar in de volgende woorden: Ik dien
een aanklacht in tegen jouw geweld en barbarisme aan de Hoogste Beschermer van
de verdrukten; over een jaar en één dag zal ik je dagvaarden om met mij te
verschijnen aan Zijn goddelijk tribunaal. Toen die dag aanbrak, ging de
moordenaar inderdaad van het leven over naar de dood en stierf. Wij zijn geen
profeet, en we moeten het niet wagen, om op zon korte kennisgeving, alle
boosdoeners te dagvaarden, de pamfletten verspreiders van de vrije gedachte, de
aanstichters van onrechtvaardige wetten, zij die de eer en de vrijheid van het
gezin, en de rechten en deugd van kinderen schenden; maar dat deze mannen, die
God uitdagen en lachen om Zijn waarschuwingen zullen een keer rigoureus
rekenschap hebben af te leggen aan Zijn gerechtigheid. Dit is een absoluut
zekere waarheid, en vroeg of laat, zal de rekening worden vereffend. Op de dag
van het plechtige herstel, zullen de bozen, die de rechtvaardigen voor dwazen
hielden en die zichzelf vergenoegden, over hun martelingen en tranen, als mensen,
die van honger hun brood verslinden, zullen tot hun schande leren, dat GOD niet
met zich laat spotten en dat er geen straffeloosheid en willekeur zal zijn voor
de weldaad van misdaad en kwaad. Alle onrecht zal met één slag worden recht
gezet. Het bloed van Abel, dat de aarde waste, zal zich uitstorten over Kaïn en
verheft een beschuldigende stem tegen hem. Petrus zal rekenschap vragen van
Nero voor de folteringen, waartoe hij hem veroordeeld had. Maria Stuart zal
goddelijke wraak afroepen over Elizabeth, haar moordenaar. Alle Heiligen zullen
het eenstemmig uitschreeuwen tot God: Usquequo, Domine, non judicas et non
vindicas sanguinem nostrum de iis, qui habitant terram? Er zal een groot Hof
van Beroep zijn, waaraan een immense aantal gevallen, beroemd op aarde, zullen
worden behandeld, waar een oneindig aantal veroordelingen, die angst, ambitie,
of eigenbelang hebben gedicteerd aan de mensen, zal onherroepelijk worden geannuleerd,
waar kortom de Voorzienigheid, waartegen dwazen op aarde lasterlijke
beschuldigingen uiten, hardheid, onrechtvaardigheid, en blinde partijdigheid
zal zorgen voor complete rechtvaardiging voor haar wegen, zoals het geschreven
staat: Ut vincas cum judicaris.
Er was
eens een kluizenaar, die om zijn heiligheid en zijn werken bekend was. Hij
genas zieken, gaf de blinden het zien terug en trok mensen van de omgeving naar
zich toe. Keizer Otto besloot hem eens te bezoeken, geboeid door de woorden van
wijsheid, die van de lippen van de heilige, kwamen, kende zijn bewondering geen
grenzen: Vader, zei hij, vraag me wat je wilt, al is het de helft van mijn
koninkrijk, je zal het krijgen. De gelaatsuitdrukking van de heilige werd
ernstig, en majesteitelijk, hief hij zijn hoofd, als het ware, met een diadeem
van adel en deugd, plaatste zijn hand op de borst van de Keizer, antwoordde hij
plechtig: Vorst, uw kroon en uw schatten zijn voor mij van geen nut, maar ik
vraag u één gunst, dat U, te midden van de pomp en fascinatie van uw almacht en
majesteit, zich iedere dag, voor een paar minuten moet terugtrekken in de
verborgenheid van uw hart, om na te denken over de rekenschap die u eens zult
moeten afleggen tegenover God; want zoals Sint Clemens de paus zegt: Wie zal
kunnen zondigen als hij altijd het oordeel van God voor zijn ogen plaatst, dat
zeker zal worden geëist op het einde van de wereld. Laten we dat ook doen en
zeggen met de profeet: Ik denk terug aan de oude dagen en herinner mij weer de
vroegere jaren. Laten we onszelf streng beoordelen, dan zullen we niet
geoordeeld worden. Laten we leven met de Heer Jezus al de dagen van ons leven,
en dan zullen we vrij zijn van alle vrees en angst, want er is geen
veroordeling over hen die hun verblijf hebben bij de Heer Jezus: Nihil ergo
nunc damnationis iis qui sunt in Christo.
|