Inhoud blog
  • Ik verhuis naar een andere blogsite!!!
  • De mystiek achter de tweede komst van Jezus
  • Luz de Maria 24/4
  • Zalig de armen van geest
  • Aanbidden in geest en waarheid
  • 3.33 uur 's ochtends
  • De kracht van 1 Weesgegroet
  • Ze komen eraan
  • Vreemde en grote donkere wezens zullen spoedig overal binnendringen
  • Een volgende lockdown
  • Boodschap aan Anna Shelley 24/4
  • De devotie van de 7 smarten van OLVrouw
  • Toewijdingsgebeden aan God de Vader, het H. Hart van Jezus en het Onbevlekt Hart van Maria
  • Gebeden van toewijding van ziekte, lijden en levenslasten
  • De betekenis van Pinksteren - 4
  • Om een baby uit een miskraam en geaborteerde baby's te dopen
  • Exorcismegebed over je woning en grond en toewijdingsgebed
  • Gebeden van zegening en bescherming
  • Het is eindelijk aangebroken
  • Wat God me toonde over aanstootgevende kledij...
  • Wat God me toonde over feminisme
  • De betekenis van Pinksteren - 3
  • Einde van Satans invloed in zicht
  • Red de planeet, ga CO2 uitstoten
  • Over de verliezen aan Westerse kant wordt gezwegen
  • Boodschappen aan Eduardo Ferreira
  • Boodschappen aan Pedro Regis
  • Boodschappen van OLVrouw di Zaro 8/4
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • Boodschappen aan Valeria Copponi (tot 19/4)
  • Instorting van economie, en munteenheden
  • De uitval
  • Over Poetin
  • Zal dit het einde veroorzaken?
  • Een miraculeuze foto van de Gekruisigde Jezus
  • Boodschap aan Anna Shelley 20/4
  • Luz de Maria 20/4
  • Rusland wordt verder uitgedaagd
  • De 3 daagse duisternis
  • De 9 cirkels van de Hel
  • In de Hel wegens echtscheiding
  • Meteoor op California
  • 23 april
  • De komst van de asteroide
  • Massale afname van bevolking in Europa komt eraan
  • Repost: Genezingsgebed van God de Vader
  • Opwarming van het klimaat? Niet dus.
  • Let op voor cosmetica en dergelijke producten
  • De uitleg van het merkteken van het beest door de Heer
  • De volgende pandemie
  • Over Obama: hij kan de Antichrist worden, door bezetenheid
  • Luz de Maria 16/4
  • Boodschap aan Anna Shelley 19/4
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • Een zombievirus
  • Nano chip
  • VK zal getroffen worden
  • Dit zal gebeuren door Hem
  • Het is reeds begonnen
  • Hoe de Antichrist zal werken door AI en Biotechnologie
  • Ze komen voor onze kinderen
  • Vernietiging van 3 landen
  • Bloedmanen als waarschuwend teken
  • 5 tekenen dat je een Uitverkorene bent
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • OLVrouw van Smarten
  • Adviezen om de duivel te bevechten
  • Het sociaal kredietsysteem
  • NEEM GEEN VACCINS!!! GEEN ENKELE!!!
  • BID TEGEN ABORTUS!!!
  • De betekenis van Pinksteren - 2
  • De betekenis van Pinksteren - 1
  • Goede raad: wees niet afhankelijk van de staat
  • De plannen van de wereldelites
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • Bijhorende afbeelding bij de boodschap van Lorena
  • Nog eens nieuws van de Antichrist/Maitreya
  • Boodschap aan Pedro Regis 11/4
  • Luz de Maria 12/4
  • Boodschap aan Lorena 8/4
  • Chaga
  • Dit is de waarheid
  • Boodschap aan Anna Shelley 14/4
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 9
  • Janet Klasson - 9/2 Licht van de wereld in de Goddelijke Wil
  • Geheim van gedrevenheid
  • Kom, H. Geest, kom!
  • 3 middelen die Satan gebruikt om je ziek te maken
  • Gezegend zij
  • Gods Barmhartigheid is grenzeloos
  • Boodschap aan Anna Shelley 13/4
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 7 en 8
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • De Emmaüsgangers
  • Mummie
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 6
  • Op weg naar de microchip
  • Nog steeds kunnen we het tij keren - Niburu
  • Boodschap aan John Mariani
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 5
  • Boodschappen aan Jennifer
  • 28/3 Plaats dit in je huis en land (The Unsealed Message)
  • Maria Simma openbaart 7 geheimen
  • Het Gezicht van Jezus
  • Opruimen van de wereldbevolking was altijd het doel - Niburu
  • 11 april
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 4
  • Boodschappen aan John Leary - rest van maart
  • Boodschap aan Mary of Divine Mercy
  • Grote schudding 8/4
  • Luz de Maria: Paaszondag 9/4
  • Afbraak van immuunsysteem door vaccins
  • Luz de Maria: Stille Zaterdag 8/4
  • Luz de Maria: Goede Vrijdag 7/4
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 2 en 3
  • Boodschap aan Anna Shelley 6/4
  • Zalig Pasen!!!
  • Boodschap aan Anna Shelley 8/4 DRINGEND!!!
  • Gebed op vrijdag voor de Arme Zielen
  • Boodschap aan Eduardo Ferreira 24/3
  • Droom van J. Frances 3/4
  • Boodschap aan Manuela te Sievernich (25/3)
  • Het echte gevaar van het einde van de dollar
  • Schildklier en jodium
  • Boodschap aan Manuela te Sievernich (21/3)
  • Boodschappen aan Valentina Papagna
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 1
  • Boodschap aan Marco Ferrari 26/3
  • Boodschap aan Gisella Cardia 3/4
  • De Kruisweg
  • 15 doodzonden in het Katholieke Geloof
  • Luz de Maria: Witte Donderdag 6/4
  • Het bankroet van Europa
  • Boodschap aan Anna Marie - Houston 11/2
  • Plaats terug brood op je huisaltaar
  • Boodschappen aan Pedro Regis
  • Palmzondag-rede van Vigano
  • Luz de Maria: Heilige Woensdag 5/4
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • Het Communisme zal opgelegd worden door de elite
  • Boodschap aan Ned Dougherty 26/3
  • Boodschap aan Anna Shelley (3/4)
  • Het verraad van Judas Iscariot (2)
  • Het verraad van Judas Iscariot (1)
  • Luz de Maria: Heilige Dinsdag 4/4
  • Luz de Maria: Palmzondag 2/4
  • Luz de Maria: Heilige Maandag 3/4
  • Interview met Luz Maria de Bonilla
  • Grafeenoxide in vaccins
  • Boodschap aan Lorena 14/3
    Zoeken in blog

    ALLES GAAT VOORBIJ, BEHALVE GOD !
    agenda

    Belangrijke data in mijn agenda

    Mijn favorieten
  • Mijn bibliotheek
  • Nieuwe blogsite
  • Archief per maand
  • 05-2023
  • 04-2023
  • 03-2023
  • 02-2023
  • 01-2023
  • 12-2022
  • 11-2022
  • 10-2022
  • 09-2022
  • 08-2022
  • 07-2022
  • 06-2022
  • 05-2022
  • 04-2022
  • 03-2022
  • 02-2022
  • 01-2022
  • 12-2021
  • 11-2021
  • 10-2021
  • 09-2021
  • 08-2021
  • 07-2021
  • 06-2021
  • 05-2021
  • 04-2021
  • 03-2021
  • 02-2021
  • 01-2021
  • 12-2020
  • 11-2020
  • 10-2020
  • 09-2020
  • 08-2020
  • 07-2020
  • 06-2020
  • 05-2020
  • 04-2020
  • 03-2020
  • 02-2020
  • 01-2020
  • 12-2019
  • 11-2019
  • 10-2019
  • 09-2019
  • 08-2019
  • 07-2019
  • 06-2019
  • 05-2019
  • 04-2019
  • 03-2019
  • 02-2019
  • 01-2019
  • 12-2018
  • 11-2018
  • 10-2018
  • 09-2018
  • 08-2018
  • 07-2018
  • 06-2018
  • 05-2018
  • 04-2018
  • 03-2018
  • 02-2018
  • 01-2018
  • 12-2017
  • 11-2017
  • 10-2017
  • 09-2017
  • 08-2017
  • 07-2017
  • 06-2017
  • 05-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 09-2016
  • 08-2016
  • 07-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 04-2016
  • 11--0001
    Levend geloof 9

    07-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De verrijzenis van de doden en het Algemeen Oordeel - deel 1

    De verrijzenis van de doden en het Algemeen Oordeel : deel 1

    Dat de wereld zal eindigen, staat vast, en dat dit einde niet eerder zal plaats hebben, dan wanneer de Antichrist is verschenen. Het protestantisme en de ongelovigen verwerpen de Antichrist als individu. Zij zien hem louter als een mythe, een allegorisch, denkbeeldig wezen; of ook zien zij deze ‘man van zonde’, die door de Apostel Paulus is aangekondigd, als de leider van de antichristelijke strijd, als de aanvoerder en Messias van de vrijmetselarij en de sekten, die er op uit is de beschaving naar haar toppunt te brengen, door haar voor altijd van de duisternis van bijgeloof te bevrijden – m.a.w. door alle positieve religie en iedere geopenbaarde Waarheid van de aarde weg te vagen. Onder de waarheden, die betrekking hebben op onze eindbestemming , is er één die een heel bijzondere afkeer bij mensen opwekt, één die door de rationalisten en vrijdenkers onophoudelijk en tot het uiterste wordt aangevallen, en het mikpunt wordt gemaakt van hun meest sluwe drogredenen en van hun brutale ontkenningen. Die leer – voor ons de meest glorieuze en troostvolle van alle leerstellingen– is de toekomstige verrijzenis van onze lichamen. De ene keer, -zoals Paulus ondervond te Athene - proberen ongelovige wijsgeren deze leer met hun spot en sarcasme onderuit te halen; dan weer – zoals gebeurde aan het tribunaal van de landvoogd Felix – trekt men bij het horen verkondigen wit uit van schrik: “Disputante autem illo… de judicio, tremefactus Felix respondit... Vade! tempore autem opportuno accersam te.” Uit deze tekst en nog andere, die regelmatig in de brieven van de Apostel Paulus terugkeren, blijkt, dat dit dogma van de ‘Verrijzenis van de doden’ het favoriete en geliefde onderwerp was van zijn prediking. Hij droeg het met verve en overtuigingskracht uit in de publieke fora, in de synagogen en bij disputen met de wijze mannen en filosofen van Griekenland. In de ogen van Paulus, is deze leer van de toekomstige verrijzenis het fundament waarop onze hoop is gevestigd, de oplossing van het mysterie van het leven, het principe, de kernvraag, en de eindconclusie van het hele Christelijke Geloof. Zonder deze leer, zouden goddelijke en menselijke wetten hun sancties verliezen, en het Geloof onzin en nutteloos zijn. Wijsheid zou alleen bestaan in een leven van genieten zoals de dieren: want, indien er geen leven is na de dood, dan zou zelfbeheersing en de strijd tegen passies voor ieder rechtgeaard mens, zinloos zijn en nutteloos.

    De Martelaren, die om Christus geleden hebben en zich lieten verscheuren door de leeuwen in de amfitheaters zouden slechts onruststokers geweest zijn of excentriekelingen. – Voor wie als van zelf sprekend aanneemt dat de mens geen ander doel heeft dan het huidige bestaan, en er geen ander geluk bestaat in deze wereld dan het najagen van banaal en heilloos materialisme. Het ene ware Geloof, de enige gezonde, redelijke filosofie zou dan die van Epicurus zijn, samengevat in de woorden: “Manducemus et bibamus, cras enim moriamur.” Om de zielen van de grove begeerten af te wenden, en ze te verheffen naar verlangens, hun hemelse bestemming waardig, houdt de Apostel Paulus niet op deze grote waarheid ons in te prenten; en tevens trekt hij daaruit de conclusie dat voor een ordelijk leven, het uiterlijke op het innerlijke moet worden afgestemd: “Zie, ik deel U een geheim mee: niet allen zullen wij ontslapen, maar wel allen van gedaante veranderen, plotseling in een oogwenk, bij de laatste stoot van de bazuin. Want zodra de bazuin zal schallen, zullen de doden verrijzen, onbederfelijk, maar wij zullen van gedaante veranderen. Dit bederfelijke moet met het onbederfelijke worden bekleed; dit sterfelijke met het onsterfelijke. En nadat dit sterfelijk lichaam het onsterfelijke zal hebben aangetrokken, en dit sterfelijke met onsterfelijkheid, dan wordt het woord vervuld, dat geschreven staat: “De dood is verzwolgen in overwinning. Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw prikkel? In de voorgaande tekst, legt de grote Apostel Paulus – niet minder wonderbaarlijk –de theologische reden uit en de hoge gepastheid van dit mysterie. Hiervan heeft God hem de vertolker en heraut aangesteld. Dit was zijn Credo - en het Vierde Concilie van Lateranen drukt in deze woorden uit: “Het lichaam van de mens, zegt hij, toevertrouwd aan de aarde en neergelegd in het graf, is als de graankorrel gezaaid in bederf; hij zal opstaan in onbederfelijkheid; gezaaid in oneer; hij zal opstaan in glorie; gezaaid in zwakheid; hij zal opstaan in kracht. Het is gezaaid een natuurlijk lichaam; hij zal verrijzen een geestelijk lichaam.

    De eerste mens Adam was gemaakt tot een levende ziel; de laatste Adam tot een leven gevende geest. De eerste mens was van de aarde, aards; de tweede mens, van de hemel, hemels. Derhalve, daar wij het beeld van het aardse hebben gedragen, laat ons dan ook het beeld van het hemelse dragen. Bestaat er een zielelichaam, dan bestaat er ook een geestelijk lichaam. Zo staat er ook geschreven: “De eerste mens Adam werd een levende ziel”. De laatste Adam een levendmakende Geest. Niet het geestelijke gaat vooraf, maar wel het bezielde; daarna komt het geestelijke. De eerste mens was uit de aarde, aards; de tweede mens is uit de Hemel. Ik zeg u dit, mijn broeders, omdat bederf niet de onsterfelijkheid zal bezitten. Een helderder en beknoptere uiteenzetting van een leermeester als de Apostel Paulus zouden we niet kunnen wensen. Iedere toevoeging zou alleen maar dienen om haar kracht en helderheid te verzwakken. Zo is ook het ware, Katholieke Geloof, dat de Kerk in het “Credo” dat wij belijden, heeft opgeschreven en dat Zij verordend heeft om gezongen te worden in haar plaatsen van Eredienst op plechtige feesten. “Ik geloof in de verrijzenis van het lichaam, en ik verwacht de verrijzenis van de doden. ”...et exspecto resurrectionem mortuorum ...” Zowel Athanasius, – in zijn “Credo” als het Vierde Concilie van Lateranen drukt deze waarheid uit in woorden niet minder precies en zelfs nog sterker: “Alle mensen zullen opstaan met dezelfde lichamen waarmee zij waren verenigd in het huidige leven.” Inderdaad, als ons lichaam, na ontbonden te zijn en tot stof vergaan, niet zou worden herboren met alle ledematen en constituerende delen; als wij niet met dezelfde gezichten en herkenbare gelaatstrekken, zouden verschijnen zodat wij, wanneer we elkaar weerzien op de oordeelsdag, onszelf onmiddellijk zouden herkennen, zoals wij elkaar herkennen hier beneden, dan zou het geen zin hebben onze wedergeboorte een verrijzenis noemen, maar een nieuwe schepping. Het is dus zo goed als zeker, dat we bij het Oordeel in alle opzichten dezelfde zullen zijn: de voeten zullen dezelfde zijn die ons hebben gedragen en ondersteund tijdens onze ballingschap en de dagen van onze pelgrimstocht door de tijd. De tong waarmee we zullen spreken, zal die zijn, die ons stem gaf in lofprijzing van God of godslastering. De ogen, waarmee we konden zien, zullen dezelfde zijn, als die open gingen voor de zonnestralen, die over ons schenen. Het hart, dat zal kloppen in onze borsten hetzelfde hart zal zijn, dat de gloed van de goddelijke Liefde zal hebben verteerd, of dat ze zich zal laten verslinden door de vlammen van de hartstocht.

    Zo was de onwankelbare hoop van Job. Gezeten op zijn mesthoop lag hij weggevreten door verrotting weg te kwijnen van ellende, maar met een stralend gezicht en heldere ogen, de hele spanne van eeuwen flitste door zijn geest. In een extase van vreugde aanschouwde hij – in de helderheid van het profetisch licht – de dagen, dat hij het stof van zijn doodskist zou afschudden, en uitroepen: “ Ik weet dat mijn Verlosser leeft, die ik zal zien; mijn eigen ogen niet die van een ander, zullen Hem zien.“ Deze leer van de verrijzenis is de sluitsteen, de hoeksteen, van het gehele Christelijke bouwwerk, de spil en centrum van ons Geloof. Zonder haar is er geen verlossing, ons Geloof en onze prediking zijn nutteloos, en alle religie verbrokkelt aan de basis: “Inanis est ergo predicatio nostra, inanis est fides nostra.” Rationalistische schrijvers hebben beweerd, dat dit geloof in de verrijzenis niet bestond in het Oude Testament en dat het alleen dateert vanaf het Evangelie. Dit is volstrekt onjuist. We hoeven maar door de lange rij feiten van de Mozaïsche traditie gaan en naar de uitspraken van de grote Patriarchen en Profeten luisteren, om te zien, hoe zij allemaal trilden van vreugde en hoop bij het vooruitzicht van de voorbeloofde onsterfelijkheid, en dit nieuwe leven, dat hun deel zal zijn in het hiernamaals vieren, en geen einde zal hebben. In het Boek Exodus staat “Ik ben de God van uw Vader; de God van Abraham; de God van Isaac en de God van Jacob.” In Mattheüs gebruikt Christus deze tekst, om aan de Joden de waarheid van de verrijzenis te bewijzen: “En wat de verrijzenis der doden betreft, hebt u niet gelezen wat God u gezegd heeft: “Ik ben de God van Abraham, de God van Isaac en de God van Jacob? Hij is toch geen God van doden maar van levenden.”

    Heeft de moeder van de Maccabeën niet, rechtop midden in het bloed en de uiteengereten en verminkte ledematen van haar zonen, de goddeloze Antiochus doen verstijven van angst, met de woorden: “Weet wel, o boosaardig en zeer perverse man, dat jij ons laat sterven voor dit leven, maar de Meester en Heer van de wereld, zal ons ontvangen, wij die sterven voor Zijn Wetten en Hij zal ons weer doen opstaan op de dag van de Verrijzenis.”

    Voor de heiligen van het Oude Testament was dit geloof in de verrijzenis niet slechts een symbool en een speculatieve leer; het was hun fundamentele overtuiging en geloof, uitgedrukt in de wonderen en in de daden van hun leven. Dat wat zij ons hebben nagelaten is daarvan een authentieke getuigenis.

    De eerste onder hen, zegt de Heilige Hiëronimus: was Abel, wiens bloed, schreeuwend tot God, getuigenis af legde van de hoop in de verrijzenis van de doden.

    Daarna komt Henoch, opgenomen, opdat hij de dood niet zou zien: Hij is het type en voorafbeelding van de verrijzenis.

    Ten derde: Sara, wiens onvruchtbare schoot, uitgeput door ouderdom, zwanger werd en een zoon ter wereld bracht, en ons de hoop van de verrijzenis geeft.

    Ten vierde: Jacob en Joseph, die instructies na lieten voor hun beenderen om bijeengebracht te worden voor een eervolle begrafenis, hierdoor beleden zij hun geloof in de verrijzenis.

    Ten vijfde: de verwelkte staf van Aaron, die bloeide en vruchten voortbracht en de staf van Mozes, welke op Gods bevel levend werd en in een slang veranderde.

    Al dezen tekenen bieden ons een schaduw en beeld van de verrijzenis. En dan nog dit: heeft Mozes niet erkend, toen hij Ruben zegende en zei: “dat Ruben leve en niet sterve,”, terwijl Ruben al lang overleden was, getuigde hij daarmee niet, dat hij hem de verrijzenis en eeuwig leven toewenste?

    En als men deze getuigenissen niet anders wil zien dan allegorieën of mystieke verhalen, dan zouden we deze opsomming kunnen eindigen met de exacte woorden van de profeet Daniël; en die laten geen twijfel bestaan over het constante en universele geloof van het Oude Testament in de toekomstige verrijzenis: “Ziedaar, zegt hij, dat de menigte van hen die in het stof slapen zullen ontwaken, de één voor het Leven, de ander voor de smaad”. Deze waarheid, wordt bevestigd door de H. Schrift, en niet minder krachtig uitgedragen door het verstand en de Christelijke filosofie. De filosofie omarmt in haar uitgestrekt gebied alles wat de natuur van God raakt, en de natuur van de mens en die van de wereld. Welnu, het dogma van de verrijzenis vloeit voort uit de leer van de filosofie over deze objecten, waarop haar domein zich uitstrekt en haar onderzoekingen zich richten. Op de eerste plaats, vloeit het dogma van de verrijzenis voort uit de kennis die de filosofie ons geeft over de natuur van God. God, zo leert ons de Christelijke filosofie, is de eerste en de laatste oorzaak van heel de geschapen wereld. Uit vrijheid heeft hij alles geschapen, met een soevereiniteit en absolute onafhankelijkheid. Hij heeft ze allen getekend, min of meer, met de eigenschap van zijn gelijkenis en van zijn en zijn oneindige volmaaktheden. Het menselijke lichaam echter, gemaakt door zijn eigen handen en tot leven gebracht door zijn adem, is het toppunt van zijn wonderwerken, het meesterwerk van Zijn Wijsheid en goddelijke goedheid. Door de schoonheid en elegantie van haar structuur, de adel van zijn houding en de schitteringen die hem verlichten, is het lichaam van de mens oneindig superieur aan al de materiële wezens die uit de hand van God zijn voorgekomen.

    Het is door het lichaam, inderdaad, dat de geest haar kracht openbaart en haar koningschap uitoefent. Het lichaam, zegt Tertulianus, is het orgaan van het goddelijke leven en de Sacramenten. Het is het lichaam dat gewassen wordt in het water van het Doopsel, zodat de ziel haar zuiverheid en helderheid mag verkrijgen. Het is het lichaam dat wordt gezalfd met olie en de zalving van de H. Geest, zodat de ziel kan worden geheiligd. Het is op het lichaam dat de handen worden opgelegd, zodat de ziel mag worden verlicht en gezegend. Het is het Lichaam dat de Eucharistie ontvangt en haar dorst lest met het goddelijke Bloed, zodat de mens, één wordend met Christus en delend met Hem hetzelfde leven, eeuwig mag leven; opdat de ziel, ook mag worden gesterkt; het vlees wordt overschaduwd met de oplegging van de handen, opdat de ziel mag worden verlicht door de H.Geest; het vlees voedt het Lichaam en Bloed van Christus, opdat de ziel gelijkelijk mag gedijen op haar God. Nogmaals, het is het lichaam, dat de handen kruist in gebed en het hoofd buigt in aanbidding. Het is het lichaam dat uitgemergeld door vasten en versterving, zichzelf offert als een Holocaust op galgen en brandstapels en vergaat door het martelaarschap, en aan God dit getuigenis van liefde aanbiedt, dat absoluut en onherroepelijk is, wanneer het is bezegeld door de dood en in bloed tot erkenning komt. En zou het lichaam van de mens – instrument van de meest heldhaftige daden, kanaal van alle genade en zegeningen, held van Christelijk getuigenis – priester en offeraltaar, en de maagdelijke bruid van Christus – niet meer zijn dan het gras in het veld, en zou het slechts een moment vreugde en leven, om veranderd te worden in een handvol as en de prooi van wormen te worden en de gast van de dood voor altijd? Dat zou weer godslastering zijn tegen de Voorzienigheid en een belediging aan Zijn oneindige goedheid. Het dogma van de verrijzenis van de lichamen komt voort uit de leer van de Christelijke filosofie over God; Het komt, in de tweede plaats, voort uit de gedachten, die deze filosofie ons geeft over de natuur van de mens.

    Inderdaad de mens bestaat uit: ziel en lichaam, geest en stof. En deze twee bestanddelen zijn zo intiem en zo diep met elkaar verbonden – daartussen is een wederkerigheid en zo’n correlatie – dat, zonder het lichaam als tussenkomst, de geest, door haar natuur zelf, niet in staat zou zijn enige functie wat dan ook uit te voeren of te verrichten. De geest zou - als het ware - een zucht zijn, dat, zonder orgaan of stem, geen klank zou kunnen voortbrengen, of als een lier met losse en gebroken snaren, die niet meer de lucht zou doen trillen met heldere klanken. Dus zonder het lichaam, kan de ziel niet in een relatie treden met de zichtbare buitenwereld; zij heeft noch het gebruik van het zien, noch dat van het gehoor; zij kan haar handelen en heerschappij over de materie niet uitoefenen, noch de elementen beheersen noch fruit smaken, of geuren inademen. En de mond zelf – de mond, die misschien gouden klanken heeft doen horen, die zo dikwijls open ging om te leren of te loven – is niet meer dan een verweerd, verschrompeld, droog lidmaat, dat de ziel niet meer kan gebruiken om de harten te bewegen en geesten te verlichten. Ongetwijfeld, zoals Thomas van Aquino leert, zal God de na de dood gescheiden zielen een vorm van bestaan geven, dat hen in staat stelt om elkaar te kennen, met elkaar te communiceren, zonder de hulp van de lichamelijke organen, waarvan zij zijn ontdaan. Dat echter, zal een wonderlijk en uitzonderlijk middel zijn, buiten de condities en normale wetten van de menselijke natuur. Wat zeker is, dat door haar zelf en los van dit vermogen God in zijn almacht iets aan de innerlijke constitutie toevoegt; zonder het lichaam is de ziel onvolledig en is niet meer dan een verminkte substantie, op zichzelf, uitgesloten van iedere omgang en communicatie met de buitenwereld. Welnu als je vraagt, waarom het de Schepper heeft behaagt, om twee bestanddelen in één en hetzelfde persoon bij elkaar te brengen, die zo ongelijk en verschillend zijn in wezen en eigenschappen zoals lichaam en ziel; en waarom Hij de mens niet als de engel wilde laten zijn, een zuivere geest... dan is mijn antwoord op deze vragen, dat God zo deed, opdat de mens waarlijk de koning zou zijn en de kern van al Zijn werken en opdat hij naar het voorbeeld van Christus, in zijn persoonlijkheid de totaliteit van de geschapen dingen zou mogen samenvatten, en het middelpunt zou zijn van alle dingen, en - door lichaam en geest bij elkaar te brengen - zou hij de zichtbare en onzichtbare orde dienen als vertolker van beiden, en ze gelijkelijk aan de Allerhoogste aan te bieden in zijn hulde en aanbidding.

    Hieruit volgt dat, als de mens voor altijd zonder zijn Lichaam zou zijn, dan zou de zichtbare materiële schepping geen middelaar of hogepriester meer hebben, geen stem om haar hymne van dankbaarheid en liefde tot God te richten, en zou de band, die onbezielde dingen met God verbindt voor goed verbroken zijn. Dus, als God niet besloten heeft, zijn werk voor altijd terug te laten zinken in het niets, als deze aarde, geheiligd door de voetstappen van Christus, bestemd is, eens en voor altijd stralend en vernieuwd, te blijven, dan moet de mens in een toekomstig leven weer opstaan, om de scepter en zijn koningschap terug te winnen. Daaruit nogmaals volgt dat de dood niet ondergang betekent maar restauratie. Als God besloten heeft dat ons aardse verblijf eens zal worden ontbonden, dan is het niet met de bedoeling om ons ervan te beroven, maar om het subtiel, onsterfelijk en onlijdbaar te maken, zoals, - aldus Johannes Chrisostomos, - een architect, die de bewoner zijn huis laat verlaten voor een poos, om hem weer naar hetzelfde huis te laten terugkeren nu herbouwd met groter glorie en pracht. De gepastheid en noodzaak van de verrijzenis vloeit voort uit de natuur van de mens zelf; en tenslotte uit de wetten en natuur van de wereld. De wet van de wereld, zegt Tertulianus, is, dat alles zich vernieuwt en niets vergaat. Zo volgen de seizoenen elkaar op. De bomen geven hun vruchten af n de herfst en hun bladeren verkleuren en verdrogen als een verwelkte tooi in de winter; maar dan in de lente worden de bomen weer groen. En hun loten botten uit en hun blaren tooien zich met een nieuwe kroon van blaren en vruchten. Zo het graan en het zaad toevertrouwd aan de voren van de akker vergaan en schijnen zich te ontbinden door het effect van de vochtigheid en de werking van lucht; maar tegen de tijd van de oogst is het door de grond naar buiten geschoten en weer als een koren aar herboren in groter pracht, verjongt en vernieuwd. Zo ook de zon, bij het vallen van de avond, verdwijnt in de schaduw van de schemering en zinkt weg in de oceaan, doch in de morgen komt ze weer op de juiste tijd op om de aarde te verwarmen en ontsteekt de lucht met licht en vuur. De dood is slechts een slaap, een verborgen toestand. (‘het meisje is niet dood, het slaapt’ (Mt.9,24)

    Het is de toestand van rust en stilte, waar de wezens, blijkbaar bewegingloos en begraven, een nieuwe gedaante krijgen en een nieuwe vitaliteit en een nieuwe energie : in het graf, waar zij slapen, ondergaan een proces van incubatie en herbronning, waaruit zij vrijer en nieuw omgevormd zullen opschieten als een uitgedoofde fakkel, die weer is aangestoken en schittert krachtiger door de leven gevende adem van de geest. Of zoals een insect, dat over de modderige grond kruipt, en na opgesloten te zijn geweest in de cocon, naar buiten kruipt met nieuwe kracht en haar vleugels uitslaat en daarna zich op bloemen neerzet. Hier zijn enkele kwesties, die vragen om opheldering.

    Er is gezegd, dat de doden zullen ontwaken bij de eerste bazuingeschal. Er is ook gezegd, dat zij weer zullen opstaan, maar niet allen zullen worden veranderd. Tenslotte kunnen we ons afvragen of de doden zullen opstaan in de toestand en leeftijd zoals toen zij stierven hier beneden in deze wereld. In het hoofdstuk over de angst voor het oordeel, is dit wat Hiëronimus leert, wanneer hij commentaar geeft op de woorden van de Apostel Paulus: “...bij de laatste bazuin, want de bazuin zal schallen,” zegt Hiëronimus: Bij de schallen van de bazuinen, zal de hele aarde worden getroffen door angst,” en verder : Of je zit te lezen of te slapen, schrijven of waken, laat de bazuin altijd in je oren schallen.” Zal deze bazuin, waarvan de echo zal doordringen tot in de sombere spelonken van de afgrond, de vaders van het menselijke ras uit hun lange slaap wekken, en een hoorbaar geluid voortbrengen? Het is mogelijk en het zou kunnen. De engelen, die op die dag, etherische lichamen zullen aannemen om door alle mensen gezien te worden, zouden ook uit de elementen en diverse substanties van de lucht stoffelijke instrumenten kunnen maken, die echte klanken voortbrengen. Maar als we moeite hebben met deze uitleg, dan kunnen we beter de interpretatie van Thomas van Aquino aanhouden, die zegt dat de Apostel Paulus het woord bazuin gebruikt in de allegorische betekenis, gewoon als een beeld, zoals de Joden de bazuin bliezen om de mensen op te roepen voor de grote feesten, en om de soldaten aan te vuren in de strijd, of om het opslaan van het kamp aan te kondigen. In die betekenis wordt de stem van de engel een bazuin genoemd, vanwege haar kracht en schittering. En het vermogen om alle mensen op te roepen naar de zelfde plaats.

    Ten tweede, wordt er gezegd dat alle mensen weer zullen opstaan, maar niet allen zullen veranderd worden. Zeker is, dat de verdoemden zullen opstaan, met al hun fysieke en verstandelijke vermogens en al hun ledematen, en dat hun lichamen geen ziekten of gebreken zullen hebben, maar zonder het bruiloftskleed van de liefde, noch zullen zij gekleed zijn met de eigenschappen van de verheerlijkte lichamen. Zij zullen niet van gedaante veranderd herboren zijn, noch lichtend en subtiel, maar zoals zij waren op aarde, gangbaar, ondoorschijnend, geketend aan de materie en de wet van de zwaartekracht. Zij zullen de intensiteit en heftigheid van het vuur er niet minder om voelen; en dit vuur zal hen des meer doen lijden, omdat, zijnde in een volmaakte staat van gezondheid en in volledig bezit van hun fysieke en verstandelijke vermogens, zij des te meer bewust zullen zijn van haar kracht en actie. Het vuur van de verdoemden is een vuur aangestoken door de adem van Gods gerechtigheid, gemaakt alleen om te straffen. Bij gevolg is de gestrengheid ervan geenszins in verhouding tot de fijngevoeligheid of de diversiteit van de temperamenten. Het wordt gemeten naar het aantal en de ernst van de te bestraffen misdaden, zoals er geschreven staat: ignis eorum non exstinguetur. (Hun vuur zal niet worden uitgeblust.) Het zal zich aan de slachtoffers vastklampen als aan een prooi, zonder dat hun organen er door worden aangetast en zonder dat hun vlees ooit een verscheuring of letsel voelt.

    Tenslotte, zullen zij opstaan met dezelfde leeftijd als zij waren toen zij stierven? De meest waarschijnlijke opinie en het meest in overeenstemming met de H. Schrift, is, dat zij zullen opstaan “in de toestand van de volmaakte mens, volgens de leeftijd van de volheid van Jezus Christus: in virum perfectum, in mensuram aetatis plenitudinis Christi”. Met andere woorden, alle mensen hersteld naar het type en beeld van Christus, en voor zover dat mogelijk is en passend naar de maat en de graad van hun verdiensten, zullen zij worden herboren in de rijpheid van de mens, in de volle ontwikkeling van hun wezen en fysieke constitutie, zoals Christus op de dag van Zijn Verrijzenis en zijn Hemelvaart, dan binnengaand in zijn Zaligheid, Hij dan bezit gaat nemen van Zijn eeuwige Heerschappij.

    Tenslotte, zal Jezus Christus de enige bewerker zijn van de Verrijzenis of zal het tot stand komen door de bediening van de engelen? Wij zeggen, dat het direct door de kracht van Christus volbracht zal worden, maar dat ook de engelen, zijn dienaren, zullen worden geroepen hun medewerking en bijstand te verlenen. Want er staat in Johannes “Het uur komt, en het is er al, wanneer de doden de stem van de Zoon van God zullen horen.” Verder lezen we in Matteüs: “Hij zal zijn engelen zenden met een machtig bazuingeschal (en een machtige stem); en zij zullen de uitverkorenen verzamelen van de vier windstreken”. Zo zal Jezus Christus, als koning en leider het signaal geven; Hij zal zijn bevel laten horen en het aan Zijn engelen overlaten hun taak uit te voeren de verspreide delen die eens tot onze lichamen behoorden en die bestemd zijn om ze te reconstrueren, bij elkaar te brengen. Tegen deze op de H. Schrift gebaseerde waarheden, komt de sceptische en spottende wetenschap in het geweer met bezwaren, afkomstig van de wetten, die aan de natuurlijke orde zijn ontleend en die de wetenschap beschouwt als definitief en onweerlegbaar.

    Hoe, zeggen zij, kunnen de engelen of, inderdaad, ieder andere hoger wezen, hoe groot hun graad van perceptie ook is, ooit in staat zijn, om de overblijfselen en delen van menselijke lichamen te verzamelen en te ontwarren, die verstrooid liggen over continenten, verspreid onder het firmament, opgeslokt door de zeeën, sommigen ontbonden, anderen opgegaan in damp of groente sap, anderen, die gediend hebben om een menigte georganiseerde levende wezens te worden! Aangezien de zelfde deeltjes van substanties zullen hebben behoort op verschillende tijden aan een oneindige variëteit van lichamen, zal dat in de macht van een engel zijn, om die deeltjes toe te wijzen aan een bepaalde persoon en niet aan een ander? Het is voor ons gemakkelijk hierop te antwoorden, dat, zodra de Engelen het bevel gekregen hebben, om de as van de doden bijeen te verzamelen, hetzij met de hulp van hun natuurlijke kennis of bijgestaan door een openbaring van Boven, zullen zij onmiddellijk de elementen en stoffelijke delen kennen, die ieder menselijk lichaam moeten vormen; zij zullen weten in welke plaats op zee of land deze stoffelijke delen liggen, en in wat voor vorm zij bestaan. Er is een vroom geloof, dat iedere engel bijzondere aandacht zal hebben voor de menselijke persoon die God aan zijn zorg had toevertrouwd. Kan men veronderstellen, dat deze goede engelen de overblijfselen van die personen waarover zij gewaakt hebben met zoveel liefdevolle zorgen in de steek laten? Dat zij hen niet volgen in al hun wederwaardigheden en dat, op het vereiste moment, niet de middelen hebben en de macht om de as te vinden? Bovendien, zijn de engelen dan niet de gevolmachtigden en afgevaardigden van God? Hoe dan is het aan te nemen, dat God, die alles ziet, die aanwezig is in het atoom, in het gras sprietje, in elke zandkorrel op het strand van de zee, niet in staat zou zijn om de engelen de deeltjes van onze lichamen te doen onderscheiden, die Zijn blik omvatten en waarin hij leeft in zijn onmetelijkheid en immensiteit? Laten we echter opmerken, dat de bediening van de engelen beperkt zal zijn tot het vergaren van de resten en delen van onze lichamen op de gewenste plaats.

    Wat betreft de ordening van deze verschillende delen – de levensgeest die weer zal worden ingestort in onze opnieuw herbouwde lichamen – dat, zo zegt Thomas van Aquino – is een scheppend werk, dat de macht overtreft van de engelen natuur zelf en die zal worden verricht door de directe, onmiddellijke kracht van God zelf. Daarom zal de verrijzenis ogenblikkelijk zijn: het zal in een oogwenk gebeuren, zegt de Apostel Paulus, in een seconde, als een bliksemschicht. De doden, slapend in de sluimer van vele eeuwen zullen de stem van de Schepper horen en zullen Hem prompt gehoorzamen, zoals de elementen Hem gehoorzaamden in de zes dagen schepping : “Dixit et facta sunt.” Zij zullen de banden van de eeuwenlange nacht afschudden en zich bevrijden uit wurggreep van de dood met grotere behendigheid dan een slaper die wakker schrikt. Precies zo als Christus voortkwam uit het graf met de snelheid van het licht in een ogenblik zijn gewaad afwerpt en de verzegelde steen van zijn graf door een engel liet wegnemen, en de wachters tegen de grond wierp, halfdood van schrik, zodanig, zegt Isaiäs, in een even ondeelbaar tijdstip, dat de dood zal worden neer geslagen: “Praecipitabit mortem in sempiternam.” De oceaan en de Aarde zullen in hun diepten opengaan en hun slachtoffers uitwerpen, zoals de walvis, die Jonas had opgeslokt, zijn kaken opende om hem op het strand van Tarsus te werpen. Dan zullen menselijke wezens, vrij, zoals Lazarus, van de banden van de dood, van gedaante veranderd zich in het nieuwe leven storten en zij zullen spotten met de wrede vijand, die zich zeker waande hen geboeid te houden in eeuwige gevangenschap. Zij zullen zeggen: “O dood waar is je overwinning? O dood, waar is je prikkel? “Absorpta es, mors, in victoria tua.”

    Maar er is één dwaas en stom bezwaar, waar we op moeten wijzen; en dat is dat van de materialisten van onze tijd. Het menselijk lichaam, zo zeggen zij, is samengesteld en wordt onophoudelijk weer omgevormd, door leeftijd, ziekte, veranderingen van elementen, en vooral door voeding. Het lijdt constant en voortdurend verval en vernieuwing. De ledematen kunnen verschrompelen of vet worden; de haren vallen uit en groeien weer aan. Het is bekend dat het vlees van een ouder mens geen enkel deeltje, geen enkel atoom van het bloed en vochten bevat, die zijn stoffelijke structuur vormde, toen hij nog een kind was. Zal al dit stof, al deze verschillende en verschillende overblijfselen, die eens zijn organisch leven gevormd hebben, aan de mens worden hersteld, wanneer hij van zijn as opstaat? Als ze niet aan hem worden teruggegeven, als hij van ze verstoken blijft zoals gezegd, hoe kan hij dan weer herboren worden met hetzelfde lichaam, waarmee hij was verenigd in zijn leven? Indien anderzijds, hij met het geheel van de delen, die zijn constitutie vormden, opstaat, in dit geval moet het lichaam van verrezen uitverkorenen, welke, zoals gezegd, vol moeten zijn met harmonie en volmaaktheid, maar zullen in werkelijkheid net een massa vormeloze, gebrekkige delen zijn. Ware wetenschap heeft al lang gehakt gemaakt van de onhoudbaarheid en dwaasheid van een dergelijke theorie. In onze tijd heeft een publicist van naam en diepgang, een uitstekend theoloog, even thuis in de natuurlijke als in de gewijde wetenschappen, met onweerlegbare argumenten deze meningen, die even banaal zijn als dwaas, weerlegd: “In het lichaam van een mens, zegt hij, is er iets wezenlijks en iets secundair of accidenteel, bijkomstigs. Het wezenlijke deel is dat, wat hij met geen enkele ander gemeen heeft, dat hij alleen heeft en voor altijd bezit. Het is dat deel van hem, dat bestond op het moment dat hij was gevormd, bezield en tot leven gebracht door de ziel. Deze wezenlijke elementen zal hij altijd behouden; zij zullen altijd van hem blijven en zijn. De rest, wat meegebracht is door voeding, digestie, en assimilatie, dat is hij niet. Dat kan hij verliezen en dat doet hij ook zonder dat hij ophoudt zichzelf te zijn. Het zal met deze wezenlijke en persoonlijke elementen zijn, dat God de glorievolle en geestelijke lichamen zal doen verrijzen eveneens zal Hij het onsterfelijke verderf van de verdoemden doen verrijzen. De ziel, die dezelfde is en de echte kern en het constitutieve element, blijft dezelfde, maar de rest is van weinig belang. Maar haar identiteit blijft eeuwig.

    Bovendien, is het op de eerste plaats nauwkeurig aangetoond, dat er in een lichaam zo groot als de aarde genoeg holten en poriën denkbaar zijn, niet groter dan een zandkorrel. Ten tweede, dat omgekeerd in een zandkorrel er genoeg scheidbare deeltjes zijn, atomen, en moleculen om er een globe van de vormen, zo groot als de aardbol. Met deze twee uiterst diepe geheimen van de natuur voor ogen, durven wij dan nog de mogelijkheid of onmogelijkheid van de reconstructie van het menselijke lichaam, met haar wezenlijke originele elementen, betwisten? Laten we dit verhaal van de verrijzenis besluiten door de herinnering aan haar pracht en verhevenheid. De verrijzenis zal een groots en indrukwekkend schouwspel zijn, dat alles zal overtreffen wat zich ooit op aarde heeft afgespeeld en dat zelfs de plechtigheid van de eerste schepping in de schaduw stelt. Het mooiste tafereel, dat voor ons staat opgeschreven is van de profeet Ezechiël: “De hand van Jahweh raakte mij aan. In de geest van Jahweh voerde Hij mij weg en liet mij neer in de vallei: en die lag vol beenderen! Aan alle kanten leidde Hij mij erlangs; en ik zag, dat ze over de gehele uitgestrektheid van het dal zeer talrijk waren en zeer dor. Toen vroeg Hij mij: Mensenkind, zullen deze beenderen weer levend worden? Ik antwoordde, Heer Jahweh, gij weet het. En Hij sprak tot mij: Ge moet over deze beenderen profeteren en zeggen: Dorre beenderen, luister naar het woord van Jahweh!

    Zo spreekt Jahweh tot deze beenderen: waarachtig Ik ga een geest in u brengen, opdat gij weer levend wordt. Ik zal u spieren opleggen, vlees over u laten groeien een huid over u heentrekken en een geest in u storten, opdat ge levend wordt. Zo zult gij erkennen dat Ik Jahweh ben Ik profeteerde zoals mij bevolen was. En terwijl ik profeteerde hoorde ik een geluid; er ontstond een gedruis, doordat de beenderen zich naar elkaar toe bewogen, het ene been naar het andere. En terwijl ik toekeek, kwamen er spieren op en vlees, en trok er een huid overheen, maar nog waren ze levenloos. Toen sprak Hij tot mij: Ge moet tot de geest profeteren. Profeteer mensenkind, en zeg tot de geest: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Kom, O geest van de vier windstreken, en blaas in deze doden opdat ze levend worden! Ik profeteerde zoals Hij mij bevolen had; en geest kwam erin, zodat ze begonnen te leven en rechtop gingen staan: een indrukwekkende menigte. Daarna verklaarde Hij mij: “Mensenkind, deze beenderen betekenen het gehele huis van Israël. Zie, zij zuchten: “Verdord zijn onze beenderen, vervlogen is onze hoop, het is met ons gedaan!“ daarom moet ge profeteren en zeggen: Zo spreekt de Jahweh, de Heer! Waarachtig, ik ga uw graven openen, u opwekken uit uw graven, o mijn volk, en u terugbrengen naar Israëls grond. Zo zult gij erkennen dat ik de Heer ben, wanneer ik uw graven open en laat je eruit opstaan O mijn volk!