|
60. Sterkte
In gebeden tot de Heilige Geest wordt de Derde Goddelijke
Persoon wel eens aangesproken als Geest van sterkte'. Sterkte is de deugd
waardoor de Heilige Geest U standvastigheid en stabiliteit verleent, zodat U
niet te snel uit het lood geslagen wordt wanneer de beproevingen op Uw weg
komen. Hij geeft U de kracht om te volharden in de betrachting van het goede,
om niet te snel op te geven wanneer het moeilijk wordt. De waarlijk bezielde
christen vindt in zich de kracht om weerstand te bieden aan bekoringen, aan
situaties die hem menselijkerwijze zouden kunnen afschrikken, en capituleert
niet wanneer hij tegengewerkt wordt, want hij weet dat hij het goede betracht
en dat God de Zijnen niet in de steek laat: De 'mensen van goede wil' zijn zij
die Gods Plan ten uitvoer moeten helpen brengen, want God verwezenlijkt Zijn
doelstellingen door hun handen, hun mond, hun hart, hun geschriften. Daarom ook
zal Gods Geest de deugd van sterkte vooral in verregaande mate tot ontwikkeling
brengen in hen door wie Hij 'grote dingen wil doen'.
De grootste vijand van deze Goddelijke bedoelingen is de
menselijke zwakheid, zoals dat wel voor elke deugd geldt. In de engere
betekenis van het woord echter, is de zwakheid de neiging van de mens die het
goede opgeeft, het kruis van zijn schouder aflaadt en zich laat afglijden naar
een meer werelds leven zodra de beproevingen hem te zwaar worden, omdat hij
deze in verband brengt met zijn betrachting van het goede, en niet bereid is om
hier op aarde de prijs te betalen die hem later de eeuwige verheerlijking zal
opleveren. Hoewel hij eventueel wel beseft dat zijn lijden een gouden zaak is
voor zichzelf zowel als voor andere zielen en voor de verwezenlijking van Gods
Plan van Heil, begint hij te wankelen. Dit wankelen is op zich een bekoring:
Godsvijandige krachten willen hem doen geloven dat hij zichzelf iets wijsmaakt,
dat hij zijn kansen op een 'goed leven' verspilt om een hersenschim na te
jagen, met andere woorden dat de Eeuwige Gelukzaligheid een fabeltje is, want
'men leeft slechts één maal en moet er het beste van maken'. 'Het beste' is
echter doorgaans niet het beste zoals God dit voor ons heeft voorzien.
Het is de deugd van sterkte die op zulke ogenblikken de bron
van volharding moet worden. Wanneer bijvoorbeeld in het bekend gebed tot Maria
als Moeder van Altijddurende Bijstand wordt gevraagd "bekom ons de
eindvolharding", dan is dit in wezen een smeekgebed om de deugd van
sterkte. Wanneer U bij de geringste tegenslag de moed laat zakken, de armen
laat hangen, bij de pakken gaat neerzitten, ontbreekt het U aan de deugd
van sterkte. Dat overkomt ieder mens wel eens, maar het mag geen herhaalde
toestand worden. Deze deugd is één van de grote eigenschappen die de vurige
christen onderscheidt van de lauwe christen, die de naam 'christen' in wezen
niet waardig is omdat hij in feite het kruis verloochent, of het althans niet
met Liefde in zijn eigen leven aanvaardt.
61. Solidariteit
Solidariteit is een begrip dat U wellicht vooral kent uit de
context van de sociaal-economische relaties. Ook tussen zielen op het
spiritueel vlak leeft de solidariteit. Dit is zelfs een door en door
christelijke deugd. Solidariteit houdt verband met het gevoel van saamhorigheid
tussen mensen, het gevoel van mensen dat zij met elkaar verbonden zijn, dat zij
elkaar onderling tot steun zijn, er voor elkaar zijn, een gevoel van
eensgezindheid, van aan één lijn trekken. Solidariteit is een eigenschap van
bij elkaar horen op elk ogenblik, maar waarbij de saamhorigheid vaak eerder
onmerkbaar aanwezig is en pas echt aan de oppervlakte treedt in ogenblikken van
crisis, strijd of moeilijkheden.
Het is de solidariteit waardoor mensen het gevoel hebben dat
hun lot met elkaar verbonden is, en waardoor zij zich gaan inzetten om samen,
met verenigde krachten, uit de moeilijkheden te komen. Duidelijke voorbeelden
hiervoor zijn: soldaten aan het front, mensen die samen ergens gegijzeld zijn,
werklieden in staking, een politieke partij, alle mensen van een bepaalde
sociale klasse die samen verdrukt worden, mensen in een buurt die samenspannen
om hun buurt te redden tegen afbraak van hun huizen, enzovoort. Solidariteit is
een deugd die in mensen een eigenschap kan bovenhalen die lange tijd verborgen
is gebleven, maar die wel leeft in het verborgene van elke ziel die zichzelf
niet helemaal door de duisternis heeft laten vermoorden: de broederlijke band
van ziel tot ziel, zoals Jezus deze zo vurig heeft gepredikt.
Gebrek aan solidariteit komt tot uiting in de mens die zich
onttrekt aan de strijd voor het gemeenschappelijk belang. Let wel: Het kan
spiritueel lofwaardig zijn, een volledig eigen koers te varen, en zelfs tegen
de stroom op te roeien. Doch wat hier bedoeld wordt, is het zich onttrekken aan
de strijd voor het gemeenschappelijk belang doordat men niet gelooft in de
onderlinge verbondenheid van zielen, dus doordat men te weinig gevoel heeft
voor het spiritueel broederschap van alle mensen.
In het licht van Gods bedoeling dat alle mensen zouden leven
als broeders, kan in feite elke vorm van competitie ook als gebrek aan
solidariteit worden beschouwd. Het is immers niet Gods bedoeling geweest dat
mensen met elkaar zouden wedijveren, op welk vlak dan ook. Mensen willen zich
letterlijk op alle gebieden van het leven, in alle omstandigheden, met elkaar
meten. Zij beconcurreren elkaar in kracht, schoonheid, rijkdom, intelligentie
enzovoort. Vandaar de uitingen van concurrentie in alle onderdelen van het
leven, zoals de schoolprestaties, sport, bedrijfsconcurrentie,
schoonheidswedstrijden, enzovoort. Mensen handelen daarbij alsof de
eigenschappen waarmee zij elkaar bekampen, hun eigen verdiensten waren. Doch in
feite:
- is
ALLES uitsluitend een gave van God;
- is
deze gave uitsluitend bedoeld om aangewend te worden ten dienste van Gods
Heilsplan voor de zielen.
Een rechtstreeks gevolg van de concurrentie waarop de
menselijke samenleving vaak steunt, is het commercialisme. Ik kom hierop nog
terug in punt 64. Die concurrentie blijkt niet alleen in het bedrijfsleven,
maar leidt bijvoorbeeld ook tot de verschrikkelijke verspilling van geld in
politieke verkiezingscampagnes. Binnen elke partij afzonderlijk heeft men de
mond vol over solidariteit, doch tussen de partijen onderling heerst vaak een
oorlog die tot de grootste dwaasheden aanleiding geeft. De voormelde
verspilzucht is daar één uiting van.
62. Openheid
Openheid is de eigenschap van de mens die zichzelf toont
zoals hij werkelijk is. Hij speelt tegenover elke medemens open kaart, hij doet
niet mysterieus, speelt niet op de onwetendheid van zijn medemens (of op het
feit dat deze hem onvoldoende kent) om dingen over zichzelf voor te wenden en
te veinzen. Hij laat zijn medemens niet in het ongewisse over allerlei dingen,
hij maakt niemand onzeker, brengt niemand bewust of opzettelijk in verwarring.
Openheid houdt nauw verband met algemene eerlijkheid. Een voorbeeldje: een arts
die zijn patiënt niet bij voorbaat informeert over nadelige gevolgen van een
therapie of ingreep, hoewel hij deze gevolgen kent, zondigt tegen de openheid
en is bovendien oneerlijk. Openheid en geslotenheid mag niet worden verward met
extravert, respectievelijk introvert zijn. Deze begrippen verwijzen naar een
wijze van leven die ofwel meer naar buiten toe gericht ofwel eerder naar binnen
toe gekeerd is. Zij hebben echter op zich niets te maken met oprechtheid of
eerlijkheid.
Over de gesloten mens in de spirituele zin, zegt de
volksmond wel eens "hij heeft het in zijn mouw". Deze mens heeft
verborgen negatieve 'kwaliteiten' die plots als een onaangename verrassing te
voorschijn kunnen komen. Dat maakt de omgang met een dergelijke ziel
onaangenaam en onaantrekkelijk. Het is alsof U met deze mens steeds op het
ergste voorbereid moet zijn, ook al hoeft er niet noodzakelijk iets te
gebeuren. Dit schept in ieder geval onzekerheden in de relatie, die niet
verenigbaar zijn met de vlotte omgang die tussen zielen in de christelijke zin
mogelijk hoort te zijn. Mensen met een dergelijke gesteldheid scheppen eerder
verdeeldheid en verwijdering dan eenheid en aantrekking.
Dat is in wezen wat gebrek aan openheid tot een ondeugd
maakt: Jezus zegt dat wie verdeeldheid zaait, niet met Hem is. Het ware
christendom is de betrachting van eenheid van alle mensen, zonder enige
afstoting, noch op grote schaal noch in de kleine relaties tussen individuele
mensen. Een bijzondere vorm van gebrek aan openheid is de
vooringenomenheid. De vooringenomen mens houdt er starre, onbuigzame
meningen en opvattingen op na, is bevooroordeeld, vertoont gebrek aan openheid
tegenover de standpunten van anderen, en is niet geneigd om zich eerst op grond
van informatie een oordeel te vormen. Hij is dus ook niet toegeeflijk. Hij
heeft bij voorbaat zijn eigen opvattingen over vele dingen, en gaat heel snel
in de fout door onverdraagzaamheid en door veroordeling van zijn medemens. Hij
duldt geen tegenspraak omdat hij er automatisch van uitgaat dat hij gelijk
heeft.
Eveneens als gebrek aan openheid te beschouwen, is de
eigenzinnigheid, de gesteldheid waarbij U steeds weer Uw eigen mening
doordrijft, niet luistert naar de raad van Uw medemens, zelfs al spreekt deze
wijze woorden die U voor onheil kunnen behoeden, en geen lessen leert uit Uw
fouten. Eigenzinnigheid heeft veel te maken met koppigheid. Het is heel
moeilijk, een eigenzinnig mens tot bekering te brengen, want zelfs indien hij
verstandelijk gesproken wel inziet dat hij een fout heeft gemaakt, zal hij niet
zelden moedwillig dwarsliggen en tegen alle adviezen in zijn eigen zin blijven
doordrijven en volgens zijn eigen methode tewerk blijven gaan. Deze mens drijft
niet zelden zijn medemens tot wanhoop doordat zijn gedrag de vraag uitlokt of
hij 'het niet kan begrijpen, of werkelijk niet wil begrijpen' dat
hij verkeerd zit.
Deze instelling maakt de mens met een gebrek aan openheid
tot een moeilijk mens om mee om te gaan. Door zijn koppigheid om lessen te
trekken uit zijn fouten, loopt hij voortdurend het risico om zich te lenen tot
daden die zelfs tegen zijn eigen geweten indruisen: hij stelt deze daden
niettemin, al was het maar om dwars te liggen of niet te hoeven toegeven dat
zijn eigen opvattingen niet de juiste zijn. Deze mens kan zelfs onmiskenbaar
trekken van Judas in zich krijgen, die in weerwil van het extreem voorbeeld van
deugdzaamheid waarvan hij drie jaar lang getuige was geweest door zijn leven
als apostel van Jezus (en de nabijheid van Maria), niettemin tot verrader werd
en dus alles weggooide wat door God op zijn levenspad was gebracht. Hoe is dit
mogelijk? Doordat de spirituele geslotenheid de ziel afsnijdt van de Levensboom
en de deur opent naar de listige beïnvloedingen der duisternis.
63. Zelfkennis en Zelfbewustzijn
Het spreekwoord zegt "zelfkennis is het begin van de
wijsheid". De mens heeft de neiging, alles te willen doorgronden, doch de
eigen persoonlijkheid, het eigen karakter, de diepten van het eigen wezen kent
hij meestal niet. Niet zelden gaat de mens achteloos voorbij aan zijn eigen fouten,
tekortkomingen, gebreken en ondeugden. Jezus had het reeds over hen die wel de
splinter zien in het oog van hun medemens, doch niet eens de balk in hun eigen
oog: Elke kleine ondeugd van hun medemens valt hen meteen op, doch voor hun
eigen onhebbelijkheden blijven zij blind. Zo menen sommigen dat zij waarlijk
heilig zijn, terwijl hun fouten en gebreken (en vaak niet van de geringste)
niet te tellen zijn. Deze mensen bezitten dus heel weinig zelfkennis, en
bijgevolg ook weinig Wijsheid.
Inderdaad, wie zichzelf begint te doorgronden, ziet hele
werelden opengaan, want hij begint zichzelf te zien zoals God hem ziet. Dat is
een grote genade, want zonder inzicht in Uzelf is geen groei mogelijk. U kunt
geen verbeteringen aanbrengen zolang U de fouten niet hebt gevonden. Het is
opmerkelijk hoezeer de ogen van de geest vooral lang versluierd kunnen blijven
voor het interieur van Uw eigen ziel. Wij moeten dit beschouwen als een
onbewust mechanisme van zelfverdediging. Velen zouden de schok van het zien van
de eigen ziel niet vlot verteren. Nochtans is zelfkennis een belangrijke deugd,
want precies de bewustwording van de eigen zwakke kantjes kan de ziel flinke
aanwijzingen geven om op de best geschikte wijze van koers te veranderen vόόr
het te laat is. Fouten maken, is niet erg, zolang Uw aardse kruisweg duurt,
maar het is een goede zaak indien U erin slaagt, voor de laatste maal onder Uw
kruis te zijn gevallen zodra U geacht wordt, de Calvarie van Uw verheerlijking
te bereiken.
U begrijpt wel wat ik bedoel: Het is beter, zoveel mogelijk
hoekjes en kantjes te kunnen bijwerken vόόr Uw levenseinde hier op aarde. Elke
meter van Uw levensweg geeft U een nieuwe kans om naar zelfvervolmaking te
groeien. Daartoe is zelfkennis noodzakelijk. Om deze te bereiken, moet U wel
bereid zijn om de waarheid over Uzelf onder ogen te zien. Laat U niet te vlug
beïnvloeden door om het even wie pogingen doet om U te 'analyseren': Soms
hangen mensen over hun medemens een beeld op dat niet helemaal met de waarheid
overeenstemt. Maar wees wel alert en eerlijk tegenover Uzelf wanneer U
aanwijzingen krijgt voor het feit dat U fouten hebt gemaakt. Hier speelt het
zelfbewustzijn een grote rol. U moet op een gezonde wijze leren, Uzelf als in
een spiegel te bekijken, zoals een ander mens naar U kijkt, teneinde tijdig de
onvolkomenheden bij Uzelf te ontdekken. De kunst bestaat hierin, dat U zich van
Uzelf bewust wordt zonder daardoor geremd te worden. U mag niet elk ogenblik
van de dag inwendig naar Uzelf lopen kijken, want Uw gedrag zou elke
spontaneïteit verliezen. Een gulden middenweg is deze: Trek elke avond een paar
minuutjes uit voor zelfbeschouwing, zolang U het gevoel hebt dat dit U iets kan
leren over Uzelf, en pas Uw gedrag daarbij aan. Wees steeds ongedwongen, doch
leer te letten op de Uzelf bekende zwakheden. In wezen is dit hele boek op zich
een leidraad naar zelfverbetering door een grotere zelfkennis en een toegenomen
zelfbewustzijn.
Het zelfbewustzijn en de zelfkennis kunnen in hoge mate
ontwikkeld worden wanneer U Uzelf totaal aan Maria toewijdt en Haar ongeremd
aan U laat werken. Zij stelt Zich tot doel, Haar toegewijden naar de
volmaaktheid te leiden, en daartoe is het noodzakelijk dat Zij deze geregeld
voor de spiegel plaatst opdat hij zichzelf zou zien zoals Zij (en God) hem
ziet. Hierdoor worden vele muren in de diepte van de ziel gesloopt, en krijgt U
Uzelf te zien op een wijze die voordien ondenkbaar was. Wanneer de ziel echt
meewerkt en Maria met zich alles laat doen wat Zij wil, is de kans groot dat
zij, nadat zij enige tijd in Marias handen is geweest, zichzelf gewoon niet
meer herkent. Dat is verhoogde zelfkennis op een gezonde, zachte wijze: de ziel
wordt niet gebrutaliseerd, zij voelt gewoon zichzelf veranderen. Dat kan een
tijdje duren, of dat kan onvoorstelbaar snel gebeuren, maar de ervaring van de
zelfbeschouwing is bijzonder genadevol.
Gebrek aan zelfkennis en zelfbewustzijn komt voor bij vele
mensen, vooral bij hen die weinig voeling hebben met het spirituele. Het gevaar
van dit gebrek bestaat hierin dat in dat geval de verleiding groot is om erop
los te leven, alsof er geen levensopdracht, geen toekomst, geen heilsbelofte en
geen Goddelijke Gerechtigheid bestond. Het pijnlijke is echter, vast te stellen
dat er ook onder de regelmatige kerkbezoekers niet weinigen zijn die blijkbaar
een heel geringe zelfkennis bezitten. Onder hen vindt men opvallend genoeg ook
de vurigste verkondigers van de Goddelijke Barmhartigheid, die echter
tegelijkertijd de Goddelijke Gerechtigheid wegvegen als onbestaande. Hoe devoot
deze mensen soms ook pogen te zijn, zij gaan gebukt onder de gevaarlijkste vorm
van verblinding: deze van het 'doen alsof' terwijl zij nochtans beter
geïnformeerd kunnen zijn.
64. Vergeestelijking
Ik zou de bespreking van de deugden willen besluiten met de
vergeestelijking, die beschouwd kan worden als het uiteindelijk doel van een
deugdzaam leven. In het Evangelie gaf Jezus reeds Zijn verlangen te kennen dat
wij ons slechts om één ding zouden bekommeren: het Rijk Gods. En Hij beloofde
dat aan de mens die deze doelstelling koesterde, al het andere erbij gegeven
zou worden. Inderdaad, de ware, vertrouwvolle christen hoeft zich slechts te
bekommeren om de aangelegenheden van de ziel en de noden van Gods Plan. God
zorgt op Zijn beurt voor de menselijke noden.
Uw leven is een onophoudelijke strijd tussen de materiële
behoeften van Uw lichaam en de Wijsheid van Uw ziel. Het lichaam
bestaat zelf uit materie, stof, en is daardoor onderworpen aan de wetten van
het materiële, dus van de wereldse behoeften (eten, drinken, kleding, rust, huisvesting
enz...). Deze behoeften worden constant beïnvloed door de krachten van de
duisternis, die hen tot doelstellingen op zich willen maken opdat U eraan
verslaafd zou worden en Uw hele doen en laten, denken, voelen, spreken en
verlangen rond die behoeften gecentreerd zou worden, teneinde U van het
zielenleven met God weg te leiden. In de greep die deze behoeften op U hebben,
of althans in de mate waarin U die greep aanvoelt, schuilt de macht van de
grote verleider (de satan), en dus de bekoring en de zonde. Uw ziel echter,
heeft van God een ingeboren Wijsheid ontvangen, die U voortdurend influistert
dat de materiële dingen slechts middelen zijn om Uw lichaam in staat te stellen
om te overleven, doch nooit doelstellingen op zich mogen worden. De ware doelstelling
van het leven is de vervolmaking van de ziel, en deze veronderstelt dat U Uzelf
losmaakt uit de macht van het materiële, en steeds meer tijd en inspanningen
gaat besteden aan de noden van de ziel: het nastreven van een groei in
de Wijsheid, het inzicht in de Goddelijke Mysteries, een diepe beleving van
alle deugden, een ononderbroken communicatie met God en met Maria.
Vergeestelijking is één van de edelste vermogens die in de
ziel tot rijping kunnen komen. Het is de eigenschap van de mens die erin
slaagt, zich in verregaande mate van zijn wereldse behoeften en aardse belangen
los te maken om zijn leven zo volkomen mogelijk af te stemmen op de zaken en
behoeften van de ziel. Deze deugd heeft, zoals U reeds hebt kunnen zien,
raakpunten met de deugden van de matigheid, de vrijgevigheid, de
offerbereidheid, de zuiverheid van lichaam. Maar zij heeft ook 'een leven en
belangen op zich'. Vergeestelijking is het vermogen tot onthechting, het
loskomen van materiële banden. De ziel die zoveel mogelijk de vergeestelijking
nastreeft, hecht steeds minder belang aan de dingen der wereld, en deze neiging
kan heel ver gaan: zij kan ertoe leiden dat de ziel begint te beseffen dat
alles wat mensen doen en zeggen, volkomen onbelangrijk is. Zij ziet dit alles
als de 'stem van de mensen', voorbijgaande handelingen en uitspraken van
sterfelijke mensen, dus geïnspireerd door geesten en harten die noch de
absolute Wijsheid noch de absolute zuiverheid noch de absolute Liefde in zich
dragen, en die in vele gevallen zonder meer handelen en spreken vanuit de
ingevingen door de tegenstander van God, die alleen maar wil ontmoedigen. De
ziel die vergeestelijking betracht, leeft in overeenstemming met Gods Wil, Zijn
Plan en Zijn bedoelingen. Zij is niet vlug geneigd, haar materiële behoeften
voorrang te geven op de dingen van de ziel.
Wat is vergeestelijking in wezen? Het is minder leven alsof
U één en al lichaam was, en meer leven alsof U één en al geest was. De mens die
de vergeestelijking betracht, leeft met de blik op de eeuwige waarden gericht.
Hij wordt als het ware constant verlicht door een inwendig Licht dat hem eraan
herinnert dat hij in de eerste plaats een ziel is. De meeste mensen
vergeten dat zij een lichaam hebben maar een ziel zijn. Velen
menen ten onrechte dat zij een lichaam zijn en een ziel hebben.
Dat komt eenvoudigweg omdat het lichaam het enige is wat U van de mens ziet, en
ook hetgeen de ene mens op het zicht van de ander onderscheidt. Wanneer U een
mens ontmoet, is zijn lichaam het eerste wat U ziet. Van de ziel ontdekt U
(eventueel) pas geleidelijk aan stukjes naarmate U hem observeert, hem hoort
spreken, hem ziet handelen, hem 'aanvoelt' enzovoort. Als mens in een lichaam
hebt U automatisch bepaalde behoeften: voeding, drank, onderdak, kleding en
andere.
Aan deze behoeften moet regelmatig voldaan worden. De
ondeugd treedt op vanaf het ogenblik waarop deze behoeften de overhand krijgen
op deze van de ziel, en het nastreven van de bevrediging van deze behoeften een
leven op zich gaat leiden, met andere woorden het grootste gedeelte van Uw tijd
opeist.
Hoe meer de mens zich van de behoeften van zijn lichaam
losmaakt, des te minder gaan deze lijden aan 'overvoeding': Een mens die leeft
met de blik op de behoeften en handelingen voor de eeuwigheid, voedt constant
de ziel en houdt zijn lichaam op de plaats die God ervoor heeft
voorzien, namelijk ondergeschikt aan de ziel. Hij kan zich daarin in de vele
opeenvolgende situaties van elke dag zodanig oefenen dat zijn ziel automatisch
de hoofdbrok van zijn leven uitmaakt. Een oefening om het lichaam te ontwennen
van zijn onterecht opgeëiste status als beheerser van Uw wezen, is het vasten,
vooral wanneer een levenshouding van onthechting ondersteund wordt door
spirituele activiteiten in lectuur, bijwonen van de Heilige Mis, veelvuldig
gebed, meditatie en beschouwing, enzovoort.
Een grote hulp is ook het doorsnijden van overbodige banden
met het stoffelijk leven. Dat kan zijn: beperking van elk contact met de media
(televisie, radio, dagbladen en tijdschriften), geen inhoudsloos gekeuvel met
mensen, sterk relativeren van wat mensen zeggen, ook het sterk relativeren van
Uw eigen verleden! Uw verleden is als een ongedekte cheque, uitgeschreven door
een bank die niet meer bestaat, met andere woorden: het heeft geen waarde meer
voor U. Van tel zijn alleen Uw beleving van het heden en Uw hoop naar de
toekomst toe (in de breedst mogelijke zin, namelijk ook met betrekking tot het
Eeuwig Leven). Uw verleden is niets anders dan de aanloop naar de persoon die U
vandaag bent. Bewaar het goede in Uw hart, en leer uit het minder goede, maar
laat het in geen geval worden tot een ketting die U vastbindt door de
herinnering aan pijnlijke ogenblikken, vroegere zonden, wonden die mensen U
hebben toegebracht enzovoort.
Word niet de slaaf van een tijd en invloeden die voorbij
zijn. Voor God telt louter en alleen wat U nu doet, wie U nu
bent, en welke intenties U voor de toekomst hebt. Was Uzelf vrij van het slijk
van het verleden door berouw, biecht en boete, en leef in de betrachting dat U
vandaag beter zou zijn dan gisteren, en morgen nog beter dan vandaag. Beschouw
elke nieuwe dag als een wedergeboorte, een nieuw begin, en leef elke dag alsof
U niet eens een verleden had, volkomen vrij en onbelast, en met een zo zuiver
mogelijk hart. De band van het eigen verleden vormt samen met de band van de
wereldse invloeden uit Uw omgeving van vandaag en de invloeden vanuit Uw eigen
lichaam de drie kettingen die het meest Uw opgang naar God belemmeren. Breek ze
resoluut, en geniet de ware vrijheid van de zuiveren van hart: zij die leven in
vergeestelijking. In het laatste hoofdstuk kom ik hier nog op terug, wanneer ik
nader zal ingaan op het vermogen tot loslaten.
Vergeestelijking geeft U het vermogen om doorheen de schijn
der dingen te kijken. Wat U om U heen ziet, is een stoffelijk masker. De ware
kern van het leven is datgene wat onder de oppervlakte van het stoffelijk
omhulsel der dingen verborgen zit. Alleen een ziel die op een vergeestelijkt
leven ingesteld is, leert deze kern aanvoelen en laat zich steeds minder om de
tuin leiden door het uiterlijk van de dingen.
Het tegenovergestelde van vergeestelijking is het
aardgebondene, het materialisme, het bij voorkeur nastreven van de
bevrediging van de eigen stoffelijke behoeften, zelfs indien dit ten koste van
de medemens gaat. De voorbeelden hiervoor in het leven van elke dag zijn
ontelbaar. Vaak komt deze neiging aan de oppervlakte in situaties die het op
het eerste gezicht niet laten vermoeden. Een klein voorbeeld: hoevele artsen
schrijven niet een therapie of een ingreep voor die in feite niet nodig, ja
zelfs gevaarlijk is, omdat zij daar financieel gewin in zien? Hoe vaak worden
nog ingrepen uitgevoerd bij een patiënt van wie de arts heel goed weet dat deze
stervende is, zodat de ingreep geen enkel nut meer heeft? (Ik heb het hier wel
degelijk over ingrepen waarvan bekend is dat ze niet levensreddend noch
genezend werken). Hoevele advocaten nemen niet de verdediging aan in zaken
waarvan ze weten dat ze uitzichtloos en zelfs volkomen immoreel zijn, louter
uit winstbejag?
Materialisme is een levenshouding die gemakkelijk wortel
schiet in de ziel wanneer deze het leven op deze wereld als een doel op zich
beschouwt. Genotzucht zet de mens ertoe aan, allerlei materiële snufjes en
situaties na te jagen die hem een 'gemakkelijk', comfortabel leven beloven.
Genotzucht gaat vaak gepaard met een zucht naar materiële verrijking. De mens
maakt geld, eigendom en bezit tot doel op zich, ja zelfs tot afgod die tot in
het oneindige aanbeden en gediend wordt. Alles moet ruimen voor de
vermeerdering van het bezit, en alle waarden die de groei van de ziel
beogen, worden als waardeloos verworpen, omdat zij geen materieel voordeel
garanderen.
Een groot uitvloeisel van het materialisme is de
commercialisering van onze samenleving: alles moet geld opbrengen, van alles
wordt een handel gemaakt. Dat blijkt heel goed in de reclamewereld, die zelfs
in de sport het hoofdelement geworden is. De sport, oorspronkelijk bedoeld als
lichaamsoefening en later nog enigszins onschuldige competitie, is nu een
geldindustrie geworden. Een veel voorkomende uiting van materialisme, die
gepaard gaat met gebrek aan overgave aan Gods Voorzienigheid, is de deelname
aan kansspelen (lotto, loterij, voetbalpronostieken enzovoort), evenals alle
vormen van gokken (met kaarten, roulette, gokautomaten, enzovoort). De
christelijke Leer verbiedt deze activiteiten, en terecht, want zij leiden naar
ondeugd en houden de ziel vast in het nastreven van geldgewin.
Materialisme komt dus hoofdzakelijk tot uiting in een (vaak
op koortsachtige wijze) verheffen van geld tot hoofddoel van het leven. Eén van
de vele ondeugden die hieruit voortvloeien is het feit dat vele mensen zich
gemakkelijk laten omkopen: zij bezwijken vlug onder de verleiding van materiële
voordelen die hen aangeboden of in het vooruitzicht gesteld worden. Omkoperij
aanvaarden, is een even grote ondeugd als zelf een mens omkopen, want hij die
zich laat omkopen, koppelt daarmee een materialistische begeerlijkheid aan
oneerlijkheid. Vaak worden zuivere morele principes onmiddellijk overboord
gegooid onder de verleiding van geld. Om U het gevaar van het materialisme
duidelijk te maken, verwijs ik U graag naar een openbaring die mij is
geschonken in verband met de voetwassing door Jezus op de avond waarop Zijn
Passie begon. Toen zei Jezus dat wie zich niet door Hem de voeten liet wassen,
geen deel kon hebben aan Zijn Rijk, en tot Petrus, die dit aanvankelijk
weigerde, zei Jezus dat hij dit nu nog niet begreep, maar dat het noodzakelijk
was. U moet bedenken dat de voeten symbool staan voor het aardgebondene, het
'met-de-wereld-in-verbinding-staan'. In de diepte betekent de voetwassing
daarom het gereinigd worden van alle materiële banden, het 'loswassen' van de
wereld. Wie zich niet laat reinigen van de materie, kan geen deel hebben aan
het Rijk Gods.
Materialisme is een gevangenis voor de ziel. Laat ik het U
als volgt in een beeld voorstellen: de mens heeft een beperkt aantal echte
stoffelijke behoeften (voedsel, drank, kleding, huisvesting, verwarming,
natuurlijke medicatie, enkele producten voor elementaire lichaamsverzorging, en
al naargelang zijn specifieke levensomstandigheden en leefmilieu misschien nog
enkele andere). Een materialistische levenshouding schept steeds nieuwe
behoeften, die hij telkens weer wil bevredigen. Doch elk van deze behoeften
bindt hem steeds weer aan de wereld vast. Elke behoefte is als een draadje
waarmee een web geweven wordt. Naarmate de materiële verlangens in aantal
toenemen, wordt het web dus groter en groter, tot de ziel zodanig verstrikt zit
dat zij gewoon niet meer loskomt. Zo wordt haar vlucht naar de belevingssfeer
van het Goddelijke volledig belemmerd. Precies hierin schuilt de grote waarheid
dat het materialisme het grote wapen is waarmee Gods tegenstander de zielen
gevangen houdt. Precies om diezelfde reden wordt terecht gesteld dat alle
ontwikkelingen die het materialisme in het leven hebben geroepen, door de
duivel geïnspireerd zijn: de industrialisatie, de vele ontsporingen van de
wetenschap, alle economische stelsels die volledig rond geld gebouwd zijn,
enzovoort.
Een andere vorm van gebrek aan vergeestelijking is de
overmatige aandacht voor uiterlijkheden. Bijvoorbeeld: de veelvuldige
neiging om in een spiegel te kijken; zo zijn er ook mensen die, wanneer ze
bezoek moeten ontvangen, geen rust kennen omdat zij menen dat dit of dat
plooitje in hun kleding storend werkt, enzovoort... Deze mensen verliezen veel
tijd, energie en hartsvrede aan zaken die voor hun ziel onbelangrijk zijn, en
deze tijd en energie roven zij in wezen weg uit hun innerlijke communicatie met
God. U bent het Uw medemens verschuldigd dat U verzorgd bent, doch Uw uiterlijk
voorkomen mag geen obsessie worden. Een zeer veel voorkomende vorm van gebrek
aan vergeestelijking is de nieuwsgierigheid. De nieuwsgierige mens heeft
een overmatige belangstelling voor de dingen der wereld. Niets ontgaat hem,
doch zijn interesse heeft steeds te maken met wereldse zaken. Zijn zintuigen
staan voortdurend op scherp, hij ziet en hoort alles, alles houdt hem bezig, en
zijn geest en hart worden helemaal opgeslorpt door dingen die vergankelijk zijn
in plaats van door de belangen van de ziel.
Hij zoekt zonder ophouden alle nieuwtjes over zijn medemens
en zijn omgeving, en kent rust noch duur wanneer hij de nieuwsuitzendingen op
televisie of de actualiteiten in de krant moet ontberen. Er is een verschil
tussen nieuwsgierigheid en het op een gezonde wijze begaan zijn met het lot van
Uw medemens. Wanneer sprake is van eerlijke belangstelling voor het verloop van
dingen in het leven van Uw medemens, kan deze berusten op naastenliefde.
Nieuwsgierigheid wordt het zodra Uw belangstelling ook dingen betreft die
werkelijk privaat zijn, en U de neiging voelt om er op een ongepaste wijze mee
bezig te zijn en er zelfs over te spreken met anderen. Bij nieuwsgierigheid is
doorgaans een zekere 'koorts' merkbaar: U kunt het niet laten, met die dingen
bezig te zijn, en Uw geest wordt overheerst door gedachten over zaken die U in
feite niet aangaan.
Nieuwsgierigheid kan ook leiden tot een neiging tot
schending van de privacy van Uw medemens: een soms ziekelijke behoefte om alles
over iemands doen en laten te weten te komen, wat bijvoorbeeld hierin tot
uiting kan komen dat U zijn briefwisseling wil lezen, zijn dagindeling
bestudeert, enzovoort, en niet zelden de leemten in die kennis gaat opvullen
door ijle speculaties die door Uzelf of door anderen onterecht voor waarheid
genomen kunnen worden. Een middel om van nieuwsgierigheid te genezen, kan hierin
schuilen, dat U Uzelf voor ogen houdt dat alles wat in het leven van Uw
medemens gebeurt, louter een zaak is tussen hem/haar en God, want alle
gebeurtenissen in een mensenleven zijn leerproeven die Gods Voorzienigheid op
zijn weg brengt. Deze leerproeven zijn beschikt voor de ziel van die
specifieke mens, en voor niemand anders. Precies om die reden gaan de
gebeurtenissen in het leven van Uw medemens U niet aan.
Tot besluit van deze beschouwing over de vergeestelijking,
en tevens van dit hoofdstuk over de deugden, wil ik U een oefening voorstellen
om te leren loskomen van de wereld rondom U. Wat aanvankelijk als een oefening
beleefd kan worden, moet uiteindelijk tot een gewoonte worden. U zult merken
dat het Uw hele geestelijke leven kan veranderen: maak er een gewoonte van,
overal en altijd (niet alleen tijdens Uw gebedsuren) in Uw hart verenigd te
zijn met het Hemels Hof. Zelfs terwijl U door de straat wandelt, kunt U leren,
steeds Uw inwendige blik op Jezus, Maria, de Heilige Jozef (al naargelang de
beelden die in U opkomen) gevestigd te houden. U zult spoedig vaststellen dat U
dan nog wel kijkt naar de dingen om U heen, maar ze niet meer ziet.
Ik bedoel: U zult van de wereld alleen nog voldoende signalen opvangen om
zonder ongevallen ter bestemming te komen, doch niets anders zal Uw geest
bezighouden dan Uw inwendige beschouwing. Deze oefening zal U helpen om
na verloop van tijd volkomen met de blik op de Hemel te leven en U los
te maken uit de zintuiglijke invloeden vanuit de wereld.
Op dezelfde wijze moet U bijvoorbeeld ook leren, gedurende
de Heilige Mis in diepe vereniging met Jezus te treden. U zult niet meer
afgeleid worden door wat om U heen in de kerk gebeurt, en de woorden van de
priester zult U eerder horen in Uw hart dan in Uw oren: het zal
in alle omstandigheden zijn alsof Uw zintuiglijke indrukken steeds meer
uitgeschakeld worden en U God rechtstreeks in Uw hart begint te ervaren.
Op enigszins gelijkaardige wijze gebeurt het tijdens mystieke ervaringen (met
Maria of Jezus), en zo kan het U ook buiten dergelijke ervaringen geleerd
worden om tot een diepere, intensere beleving van God (Maria) in Uw dagen te
komen.
Zolang U op aarde leeft, en dus ook rekening moet houden met
Uw stoffelijke behoeften, zult U onophoudelijk een gulden middenweg moeten zoeken
om tegelijkertijd aan die behoeften te voldoen en niettemin met Uw hart en
geest in de Hemel te leven. In dit verband wijs ik U daarom tot overweging nog
op die passage uit het Evangelie waarin aan Jezus wordt gevraagd of het
geoorloofd is of niet, aan de keizer belasting te betalen. Jezus zegt en doet
daar iets opmerkelijks. Alvorens te antwoorden, laat Hij Zich eerst een
muntstuk geven. Dan vraagt Hij: "Van wie is deze beeltenis en dit
randschrift?". En nadat men Hem ten antwoord heeft gegeven: "Van
de keizer!", zegt Hij eenvoudig: "Geef aan de keizer wat aan de
keizer toekomt, en aan God wat God toekomt". Wat betekent dit, en
waarom zegt Jezus dit pas nadat Hij het muntstuk in de hand heeft gekregen? Hij
bedoelt het volgende: "Voldoe Uw materiële verplichtingen
(geldzaken) tegenover de wereldse autoriteiten, maar voldoe ook Uw niet-materiële
verplichtingen tegenover God". Zo maakte Hij duidelijk dat het heel
goed mogelijk is, voor de ziel te zorgen zonder daarom de wereldse
verplichtingen te verzuimen, met andere woorden dat de wereld de belangen
van de ziel niet in de weg hoeft te staan. Vele mensen verbergen zich
achter hun wereldse verplichtingen om datgene wat echt telt (de ziel) te
verwaarlozen.
|