Inhoud blog
  • Ik verhuis naar een andere blogsite!!!
  • De mystiek achter de tweede komst van Jezus
  • Luz de Maria 24/4
  • Zalig de armen van geest
  • Aanbidden in geest en waarheid
  • 3.33 uur 's ochtends
  • De kracht van 1 Weesgegroet
  • Ze komen eraan
  • Vreemde en grote donkere wezens zullen spoedig overal binnendringen
  • Een volgende lockdown
  • Boodschap aan Anna Shelley 24/4
  • De devotie van de 7 smarten van OLVrouw
  • Toewijdingsgebeden aan God de Vader, het H. Hart van Jezus en het Onbevlekt Hart van Maria
  • Gebeden van toewijding van ziekte, lijden en levenslasten
  • De betekenis van Pinksteren - 4
  • Om een baby uit een miskraam en geaborteerde baby's te dopen
  • Exorcismegebed over je woning en grond en toewijdingsgebed
  • Gebeden van zegening en bescherming
  • Het is eindelijk aangebroken
  • Wat God me toonde over aanstootgevende kledij...
  • Wat God me toonde over feminisme
  • De betekenis van Pinksteren - 3
  • Einde van Satans invloed in zicht
  • Red de planeet, ga CO2 uitstoten
  • Over de verliezen aan Westerse kant wordt gezwegen
  • Boodschappen aan Eduardo Ferreira
  • Boodschappen aan Pedro Regis
  • Boodschappen van OLVrouw di Zaro 8/4
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • Boodschappen aan Valeria Copponi (tot 19/4)
  • Instorting van economie, en munteenheden
  • De uitval
  • Over Poetin
  • Zal dit het einde veroorzaken?
  • Een miraculeuze foto van de Gekruisigde Jezus
  • Boodschap aan Anna Shelley 20/4
  • Luz de Maria 20/4
  • Rusland wordt verder uitgedaagd
  • De 3 daagse duisternis
  • De 9 cirkels van de Hel
  • In de Hel wegens echtscheiding
  • Meteoor op California
  • 23 april
  • De komst van de asteroide
  • Massale afname van bevolking in Europa komt eraan
  • Repost: Genezingsgebed van God de Vader
  • Opwarming van het klimaat? Niet dus.
  • Let op voor cosmetica en dergelijke producten
  • De uitleg van het merkteken van het beest door de Heer
  • De volgende pandemie
  • Over Obama: hij kan de Antichrist worden, door bezetenheid
  • Luz de Maria 16/4
  • Boodschap aan Anna Shelley 19/4
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • Een zombievirus
  • Nano chip
  • VK zal getroffen worden
  • Dit zal gebeuren door Hem
  • Het is reeds begonnen
  • Hoe de Antichrist zal werken door AI en Biotechnologie
  • Ze komen voor onze kinderen
  • Vernietiging van 3 landen
  • Bloedmanen als waarschuwend teken
  • 5 tekenen dat je een Uitverkorene bent
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • OLVrouw van Smarten
  • Adviezen om de duivel te bevechten
  • Het sociaal kredietsysteem
  • NEEM GEEN VACCINS!!! GEEN ENKELE!!!
  • BID TEGEN ABORTUS!!!
  • De betekenis van Pinksteren - 2
  • De betekenis van Pinksteren - 1
  • Goede raad: wees niet afhankelijk van de staat
  • De plannen van de wereldelites
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • Bijhorende afbeelding bij de boodschap van Lorena
  • Nog eens nieuws van de Antichrist/Maitreya
  • Boodschap aan Pedro Regis 11/4
  • Luz de Maria 12/4
  • Boodschap aan Lorena 8/4
  • Chaga
  • Dit is de waarheid
  • Boodschap aan Anna Shelley 14/4
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 9
  • Janet Klasson - 9/2 Licht van de wereld in de Goddelijke Wil
  • Geheim van gedrevenheid
  • Kom, H. Geest, kom!
  • 3 middelen die Satan gebruikt om je ziek te maken
  • Gezegend zij
  • Gods Barmhartigheid is grenzeloos
  • Boodschap aan Anna Shelley 13/4
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 7 en 8
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • De Emmaüsgangers
  • Mummie
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 6
  • Op weg naar de microchip
  • Nog steeds kunnen we het tij keren - Niburu
  • Boodschap aan John Mariani
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 5
  • Boodschappen aan Jennifer
  • 28/3 Plaats dit in je huis en land (The Unsealed Message)
  • Maria Simma openbaart 7 geheimen
  • Het Gezicht van Jezus
  • Opruimen van de wereldbevolking was altijd het doel - Niburu
  • 11 april
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 4
  • Boodschappen aan John Leary - rest van maart
  • Boodschap aan Mary of Divine Mercy
  • Grote schudding 8/4
  • Luz de Maria: Paaszondag 9/4
  • Afbraak van immuunsysteem door vaccins
  • Luz de Maria: Stille Zaterdag 8/4
  • Luz de Maria: Goede Vrijdag 7/4
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 2 en 3
  • Boodschap aan Anna Shelley 6/4
  • Zalig Pasen!!!
  • Boodschap aan Anna Shelley 8/4 DRINGEND!!!
  • Gebed op vrijdag voor de Arme Zielen
  • Boodschap aan Eduardo Ferreira 24/3
  • Droom van J. Frances 3/4
  • Boodschap aan Manuela te Sievernich (25/3)
  • Het echte gevaar van het einde van de dollar
  • Schildklier en jodium
  • Boodschap aan Manuela te Sievernich (21/3)
  • Boodschappen aan Valentina Papagna
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 1
  • Boodschap aan Marco Ferrari 26/3
  • Boodschap aan Gisella Cardia 3/4
  • De Kruisweg
  • 15 doodzonden in het Katholieke Geloof
  • Luz de Maria: Witte Donderdag 6/4
  • Het bankroet van Europa
  • Boodschap aan Anna Marie - Houston 11/2
  • Plaats terug brood op je huisaltaar
  • Boodschappen aan Pedro Regis
  • Palmzondag-rede van Vigano
  • Luz de Maria: Heilige Woensdag 5/4
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • Het Communisme zal opgelegd worden door de elite
  • Boodschap aan Ned Dougherty 26/3
  • Boodschap aan Anna Shelley (3/4)
  • Het verraad van Judas Iscariot (2)
  • Het verraad van Judas Iscariot (1)
  • Luz de Maria: Heilige Dinsdag 4/4
  • Luz de Maria: Palmzondag 2/4
  • Luz de Maria: Heilige Maandag 3/4
  • Interview met Luz Maria de Bonilla
  • Grafeenoxide in vaccins
  • Boodschap aan Lorena 14/3
    Zoeken in blog

    ALLES GAAT VOORBIJ, BEHALVE GOD !
    agenda

    Belangrijke data in mijn agenda

    Mijn favorieten
  • Mijn bibliotheek
  • Nieuwe blogsite
  • Archief per maand
  • 05-2023
  • 04-2023
  • 03-2023
  • 02-2023
  • 01-2023
  • 12-2022
  • 11-2022
  • 10-2022
  • 09-2022
  • 08-2022
  • 07-2022
  • 06-2022
  • 05-2022
  • 04-2022
  • 03-2022
  • 02-2022
  • 01-2022
  • 12-2021
  • 11-2021
  • 10-2021
  • 09-2021
  • 08-2021
  • 07-2021
  • 06-2021
  • 05-2021
  • 04-2021
  • 03-2021
  • 02-2021
  • 01-2021
  • 12-2020
  • 11-2020
  • 10-2020
  • 09-2020
  • 08-2020
  • 07-2020
  • 06-2020
  • 05-2020
  • 04-2020
  • 03-2020
  • 02-2020
  • 01-2020
  • 12-2019
  • 11-2019
  • 10-2019
  • 09-2019
  • 08-2019
  • 07-2019
  • 06-2019
  • 05-2019
  • 04-2019
  • 03-2019
  • 02-2019
  • 01-2019
  • 12-2018
  • 11-2018
  • 10-2018
  • 09-2018
  • 08-2018
  • 07-2018
  • 06-2018
  • 05-2018
  • 04-2018
  • 03-2018
  • 02-2018
  • 01-2018
  • 12-2017
  • 11-2017
  • 10-2017
  • 09-2017
  • 08-2017
  • 07-2017
  • 06-2017
  • 05-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 09-2016
  • 08-2016
  • 07-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 04-2016
  • 11--0001
    Levend geloof 9

    01-08-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Weg naar Heiligheid : deugden - deel 6 (48-59)

    48. Vrijgevigheid

    Vrijgevigheid is het vermogen om te delen met Uw medemens. Dit vermogen heeft zeer veel te maken met een groot geloof in Gods Voorzienigheid, het vertrouwen dat U zelf nooit iets tekort zult hebben, zelfs al geeft U van Uw eigen bezittingen aan Uw medemens. Het is inderdaad zo dat hoe meer U geeft, hoe rijker U wordt, en zelfs niet alleen in de ziel: niet zelden compenseert de Voorzienigheid rijkelijk alles wat U aan anderen weggeeft. Alleen de mens die twijfelt aan Gods Liefde, of die geen rekening houdt met het feit dat God bestaat en werkt, kan zo krampachtig aan alles vasthouden dat hij uiteindelijk in de ondeugd van de gierigheid dreigt te vervallen. Deze mens heeft niet begrepen, of gelooft niet, dat God alles geeft wat nodig is om te leven. Vrijgevigheid is een deugd die steunt op het vermogen tot onthechting, loskomen van het materiële, en tot het kiezen voor het onstoffelijke, de noden van de ziel.

    Vrijgevigheid betekent, aan Uw medemens te kunnen geven zonder daarbij echt strakke grenzen te trekken. Ware vrijgevigheid is pas mogelijk op grond van oprechte naastenliefde in combinatie met vertrouwen op het feit dat God Uw leven in handen heeft. De vrijgevige mens heeft begrepen dat er grotere waarden in het leven zijn dan het materieel bezit, en dat God niemand in de steek laat wanneer hij weet te vertrouwen. Ik moet U hier herinneren aan het Evangelie volgens Mattheüs, waarin Jezus zegt dat de vogels en de lelies in het veld zich geen zorgen maken over hun materiële leven, en dat de Vader voor hun noden zorgt. Hij maakt daarbij duidelijk dat de mens zich slechts om één ding behoort te bekommeren: Om de bevordering van het Rijk Gods op aarde, de noden van God, want indien de mens zich om Gods behoeften bekommert, zal God Zich op Zijn beurt om de mens bekommeren.

    In sommige gevallen is vrijgevigheid niet zuiver een uiting van deugd, namelijk indien zij een gevolg is van een geestesstoornis. In dat geval is sprake van een onverantwoordelijk gedrag waarbij op eerder onbezonnen wijze dingen weggegeven worden, terwijl de schenker niet ten volle beseft wat hij doet of een ontoereikende vooruitziendheid naar de dag van morgen toe lijkt te vertonen. Vrijgevigheid kan ook een ziekelijke graad aannemen, en vervallen in verspilzucht of verkwisting. Hierbij worden in een overdreven, niet meer te rechtvaardigen mate dingen weggegeven waardoor de schenker zelf zwaar in moeilijkheden komt. Het kan daarbij ook gaan om totaal onnodige, overbodige, nutteloze uitgaven. In deze gevallen is geen sprake meer van handelingen die voortvloeien uit een gezonde Liefde en een bewust vertrouwen op Gods Voorzienigheid, doch eerder van roekeloos, onvoorzichtig, ondoordacht handelen.

    Gebrek aan vrijgevigheid kan, zoals gezegd, tot gierigheid worden. Hieronder hoort bijvoorbeeld de neiging om de eigen bezittingen op te sparen als een doel op zich, vaak met als enige doel de voldoening van het zien aangroeien van het eigen financieel kapitaal. Hier bestaat de ondeugd uit diverse elementen. Ten eerste vormt deze gesteldheid een verheerlijking van het materialisme, waarbij het eigen bezit tot afgod wordt. Ten tweede heeft de gierige mens doorgaans de neiging, zijn medemens in nood niet te helpen bij het lenigen van diens nood. Terwijl hij vaak zelf overvloed heeft, leeft hij overdreven zuinig (op een krampachtige wijze, namelijk onder voortdurende berekening en afweging van zijn uitgaven tegen het al dan niet trager aangroeien van zijn bezit dan hij zou willen) en zou hij liever zijn noodlijdende medemens de deur wijzen dan zijn kapitaal (zijn afgod!) met enkele centen te zien verminderen.

    Zeer verwant met de gierigheid, en doorgaans ermee gepaard gaand, is de hebzucht. De hebzuchtige mens eist alles voor zich op en stelt zich tot doel, zo veel mogelijk naar zich toe te trekken in de waan dat elke kruimel die naar een medemens gaat, voor hemzelf een gemiste kans is en hem vroeg of laat in moeilijkheden (in nood of gebrek) zal brengen. Doordat het materiële hier een doel op zich is geworden, en vaak de enige drijfveer is voor elk detail van zijn leven, ontstaan in de belevingswereld van de hebzuchtige ziel uiteindelijk een eindeloze reeks verlangens, die hij stuk voor stuk najaagt, en die hem steeds verder van God en van de ware behoeften van zijn ziel wegleiden. Het is op het fundament van de hebzucht dat de gezindheid van de concurrentie geboren wordt: de wedijver met de medemens om zichzelf zoveel mogelijk toe te eigenen ten koste van de ander. Dit is in feite het einde van alle deugden, want de hebzucht is de moeder van de onverdraagzaamheid, de onzuiverheid (leugen, bedrog, enz.!), het ongeduld (men wordt gedreven door een ware koorts om geld en materiële goederen te verwerven), enzovoort.

    Hiermee staat de deur open naar zonden van allerlei soort. Hebzucht kan een zodanige koorts in de geest verwekken dat de mens een welbepaald iets ten koste van elke prijs wil hebben. Naarmate de ondeugd in de ziel het zondebesef heeft verdoofd, kan dit aanleiding geven tot vrijmoedige diefstal, en indien nodig geacht, tot het beroven van de medemens met het toebrengen van lichamelijke letsels, want alles wat de bevrediging van de vermeende behoefte in de weg staat, zelfs al is dit een medemens, wordt beschouwd als een hindernis die opgeruimd moet worden. Hebzucht heeft ten volle raakpunten met egoïsme, waarover wij het in punt 25 reeds hebben gehad.

    De hebzucht en de gierigheid zijn ernstige afwijkingen van de waardigheid die God aan de mensenziel heeft geschonken. Zij verheffen het materiële, dat ons door God wordt geschonken om ons het leven op aarde mogelijk te maken, tot absolute doelstelling op zich, ten koste van de aangelegenheden van de ziel. Om van deze afwijkingen te genezen, is een vernieuwing van het bewustzijn ten aanzien van Gods bedoelingen, Zijn werking met de mens en de ware behoeften van de ziel noodzakelijk.

    49. Vergevingsgezindheid

    "Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren". Dit verzoek dat wij in het Onzevader zo vaak tot God richten, betekent in zijn oorspronkelijke betekenis "vergeef ons in de mate waarin wij onze medemensen vergeven hebben". Vergeving schenken aan Uw medemens is een voorwaarde om zelf van God vergiffenis te verkrijgen. Waarom vergeven? Omdat U daardoor te kennen geeft dat U aanvaardt dat Uw medemens fouten kan maken omdat ook hij, evenals Uzelf, niet alwetend en niet alvermogend is. Door te vergeven, gaat U ervan uit dat Uw medemens niet bewust en niet opzettelijk heeft willen dwalen, maar dat hij misleid is geweest tegenover U. Dat kan Uzelf ook overkomen. Door te vergeven, kunt U een ziel waarlijk genezen. Vergeven is een heldhaftige daad van naastenliefde. Het is een daad waarmee U de satan veel wind uit de zeilen neemt, want vergeving bewerkt verzoening en kan daardoor veel onvrede tussen zielen en binnen in de harten wegnemen.

    Zolang U Uw medemens niet echt in het hart hebt vergeven, blijven gevoelens van wrevel, wrok of rancune sluimeren: vormen van onvrede die een normale, ontspannen, spontane communicatie met die medemens in de weg staan. In dat geval kan tussen U beiden sprake zijn van wat men tussen staten 'koude oorlog' of 'gewapende vrede' zou noemen: toestanden waarin geen conflict wordt uitgevochten of geen strijd wordt geleverd, en zelfs voor het oog van de buitenwereld een glimlach wordt uitgewisseld, doch achter de schermen in feite elkaar niets goeds wordt toegewenst. Sommige mensen koesteren een zodanige rancune dat zij jarenlang koppig weigeren om een woord te spreken tegen iemand met wie zij onenigheid hebben gehad. Dat is wat wel vaker gebeurt tussen buren en zelfs onder familieleden. Deze mensen verbieden daarenboven vaak hun vrienden of andere familieleden om met de betrokken personen te spreken, wat de ondeugd nog vergroot, want hierdoor worden gevoelens van haat gevoed en breiden deze zich soms heel ver uit.

    Wanneer de onverzoenlijkheid een ernstige graad aanneemt, kunt U haatdragend genoemd worden. Deze gesteldheid is een sluipend gif voor Uw eigen ziel. Dezelfde gesteldheid heerst in een hart dat belust is op wraak: er is niet alleen geen vergeving, er wordt zelfs gewacht op een gelegenheid om een kwaad toe te brengen dat minstens even groot is als datgene wat Uzelf is aangedaan. Onder andere de mens die niet tegen verlies kan, zal neigen tot wraakzucht. Hij wil zich hierdoor op één of andere wijze revancheren en als het ware bewijzen dat hij de meerdere is. Het is inderdaad opmerkelijk hoevele ondeugden op één of andere wijze raakpunten vertonen met die zo grote ondeugd van de hoogmoed. Eerder zeldzaam is de mens die niet de neiging of de behoefte bezit om anderen aan zich te onderwerpen of lager dan zichzelf neer te halen. Zij die in Gods ogen het grootst zijn, voelen zich vaak het meest onwaardig, terwijl zij wier ziel de grootste poetsbeurt behoeft, er het meest naar streven om de hele wereld onder hun voeten te leggen. Gebrek aan vergevingsgezindheid treedt ook te voorschijn bij de mens die er niet kan toe komen, de eerste stap te zetten om een ruzie bij te leggen.

    Het kan heel heilzaam zijn, ook voor Uw eigen ziel, in het Sacrament van de Biecht elke situatie van Uw hele leven uit te spreken waarin U met iemand in onmin, onenigheid of ruzie bent geweest, zelfs het geringste meningsverschil, en U nooit uitdrukkelijk met die mens verzoend hebt. Wellicht kunt U zich al die situaties niet precies herinneren, maar U kunt ze wel alle samenvatten in één Biecht, op voorwaarde dat U de oprechte wens hebt om waarlijk aan al Uw 'vijanden' (verleden en tegenwoordige) in de geest de hand te reiken.

    Het is een hartverwarmend moment, een medemens de hand te reiken tot verzoening. Kunt U echter om één of andere reden de betwiste zaken niet uitdrukkelijk met die mens uitpraten of U met hem verzoenen, doe dit dan in de geest en in het Sacrament van de Biecht, dan staat U in de ziel zuiver tegenover Uw medemens. Het kan namelijk voorkomen dat een mens die tegen U heeft misdaan, van Uw levensweg weggenomen wordt, hetzij dat U hem nooit meer terugziet hetzij dat hij overlijdt, of ook dat hij voor Uw verzoeningspogingen niet openstaat. In dat geval kunt U in ieder geval Uw vergeving uitspreken in de geest en in de Biecht.

    50. Geestdrift

    Letterlijk betekent geestdrift: 'gedreven worden door de Geest'. Geestdrift, ook enthousiasme genoemd, is een uiting van bezieling door het Vuur van de Heilige Geest, die blijmoedig en vreugdevol maakt. Geestdrift geeft uitdrukking aan de golf van energie die over de mens komt wanneer de Heilige Geest in hem werkzaam is. Het is de blijmoedige gedrevenheid van de ziel die plots vleugels lijkt te krijgen omdat zij plots haar ware levensbestemming, haar ware roeping, heeft ontdekt, en nu als door een heilige wind gedreven afstevent op dat doel. Deze gedrevenheid kan zelfs lijken op een ware ontploffing van energie in het geval van een plotse mystieke roeping. In dit geval lijken de geest en het hart letterlijk open te barsten, het hele wereldbeeld en de kijk op het leven veranderen als bij toverslag, en een onvoorstelbare energie, Liefde, vreugde, blijheid en spirituele werklust overheersen plotseling het hele wezen, als door een volkomen wedergeboorte.

    Gebrek aan geestdrift komt tot uiting in futloosheid en doelloosheid. De mens zonder geestdrift dwaalt als het ware rond als een bootje zonder zeil midden op een windstille oceaan, ten prooi aan elke toevallige beweging van het water, in welke richting ook, en lijkt niet op een welbepaald doel gericht. Het is alsof zijn handelingen zonder bezieling voltrokken worden, zonder motivatie en zonder op een duidelijk punt gericht te zijn. Daarom lijkt deze mens in al zijn handelen aarzelend en weinig energiek. Hij lijkt niet echt te weten waartoe zijn handelingen dienen, waar ze goed voor zijn en wat voor nut ze wel zouden kunnen hebben. Daardoor verspilt hij veel krachten en krijgt hij ook weinig gedaan, en de dingen die hij toch tot stand brengt, geven hem weinig bevrediging, want hij ziet ze niet als stappen in een welbepaalde richting die de verwezenlijking van zijn levensdoel dichterbij brengen, want hij heeft geen welomschreven doel. Vele dingen worden gedaan in een gesteldheid van lauwheid, eerder apathisch, zonder veel gevoel, onverschillig, alsof het allemaal niet veel uitmaakt. De inzet is dan ook bij alle gedragingen laag te noemen.

    De mens met een gebrek aan geestdrift ziet weinig of geen zin in het leven. Naarmate de bezieling kleiner wordt, neemt ook de levenslust af. Zo bekeken, wordt het ook duidelijk dat mensen die zelfmoord plegen, geen levenslust meer hebben doordat het hen aan geestdrift ontbreekt. Zij vinden niet meer de bezieling door de Heilige Geest waardoor zij de moeilijkheden van het leven zouden aankunnen, want de Heilige Geest is 'de grote Trooster in de tijd', de Goddelijke Persoon die troost biedt, met andere woorden die moed geeft om door de moeilijke fasen heen te komen door te laten zien waartoe zij dienen. De ziel zonder geestdrift leeft wezenlijk in duisternis. Zij ziet eerder wolken en nacht dan zonneschijn. Net zoals gebrek aan blijmoedigheid kan ontaarden in depressiviteit, kan ook een langdurig gebrek aan geestdrift tot regelrechte depressie uitgroeien. Een ziel zonder geestdrift leeft als het ware constant met gesloten deuren en ramen. Het Licht van de Heilige Geest komt er niet meer binnen, en op termijn verstikt deze ziel ook bij gebrek aan verluchting.

    De heiligmakende geuren van de andere deugden krijgen evenmin nog een kans om de ziel te betreden, en het gebrek aan levenskracht brengt moedeloosheid met zich mee: de ziel lijkt in zich geen reden meer te vinden om zich in te zetten, en leeft al spoedig niet echt meer. Deze mens krijgt het gevoel dat het leven werkelijk aan hem voorbij gaat, dat hij nergens deel aan heeft, dat hij 'geleefd wordt' (deze mens lijkt 'spiritueel dood', en wordt nog slechts bewogen door een kracht die mechanisch op hem inwerkt doch waaraan hijzelf geen deel meer lijkt te hebben). Hij heeft niet meer de neiging om initiatieven te nemen. Hij vegeteert eerder dan dat hij leeft, doordat de kanalen van het Ware Leven die hem met God verbinden, drooggelegd lijken. Alles lijkt dorheid. Zonder het Vuur van de Heilige Geest, of nauwkeuriger uitgedrukt: zonder het aanvaarden en in zichzelf tot nut maken van dat Vuur, is geen werkelijk Leven mogelijk. Een uiting van gebrek aan geestdrift is ook de lusteloosheid en luiheid in alle gedrag. Luiheid kan haar oorsprong vinden in lichamelijke vermoeidheid, in ziekte, doch heel vaak ook gewoon in een tekort aan bezieling.

    Geestdrift is de kracht die de ziel reeds op aarde deel laat hebben aan de vreugde van het Leven na dit leven. Het is een kracht die de heiligen drijft tot hun heldhaftige deugdzaamheid, hun vruchtbare werken, hun bezielde geschriften, hun vurige Liefde, hun totale toewijding aan Jezus en Maria, hun spirituele onrust in de zin van "geen rust kennen omdat zij nog zoveel voor de Hemel willen volbrengen, en de tijd zo kort is". Geestdrift is overigens een kracht die zowel lichaam als ziel doordringt, want het is kenmerkend voor een ziel die handelt onder impuls van de Heilige Geest dat zij ook op het lichamelijk vlak een grote energie lijkt te ontwikkelen (zie wat ik zo-even nog schreef over de mystieke roeping). Vandaar dat een geestdriftig mens zodanig verbeten kan ijveren voor zijn ideaal dat hij zichzelf nauwelijks lijkt te kunnen temperen, zelfs wanneer hij zich op zich niet zo sterk voelt.

    Dat is ook een verschijnsel dat bij heiligen opvallend vaak voorkomt: zelfs bij ziekte zijn hun toewijding, inzet en slagvaardigheid vaak opmerkelijk. Zegt het Veni Creator niet terecht: "Geef dat ons zwakke lichaam leeft vanuit de kracht die Gij het geeft"? Uw lichaam is vergelijkbaar met een wagen: Al is de motor nog zo sterk, al zijn de bedrading en het hele mechanische overbrengingssysteem nog zo degelijk, hij zal geen meter rijden zonder benzine. Uw benzine is de bezieling door de Heilige Geest. Het levensprincipe, datgene wat die verzameling van cellen die samen Uw lichaam vormen, doet bewegen, is de adem van Gods Geest.

    51. Dankbaarheid

    Uw hele leven is als een kleed dat door de Goddelijke Voorzienigheid voor Uw ziel geweven wordt. Dank daarvoor. Het leven in deze wereld is zo moeilijk en vaak zo teleurstellend geworden, dat het onwaarschijnlijk klinkt wanneer iemand U zegt dat al Uw doen en laten één onophoudelijke dankzegging aan God moet zijn. Nochtans bestaat er eerder reden om te danken voor datgene wat U, menselijk gesproken, als onaangenaam overkomt, dan voor het vreugdevolle, want precies het minder aangename legt de mooiste bloemen in Uw ziel, op voorwaarde dat U het draagt in overgave, aanvaarding en Liefde. Uw hele leven, tot in de kleinste bijzonderheden, is als een breiwerk. Niets is toeval, alles heeft een reden en een doel, maar deze zijn U niet bekend.

    Danken voor alles, betekent dat U erop vertrouwt dat God met alles slechts het beste met U voorheeft, dus dat U vertrouwt op Zijn Liefde. Wanneer iets gebeurt waar U het moeilijk mee hebt, moet U ervan overtuigd zijn dat God dit toelaat omdat dit binnen Zijn Plan past. Van U wordt slechts verwacht dat U op elke situatie inpikt op een wijze die in overeenstemming is met de deugdzaamheid. Danken is in Gods ogen steeds een act van vertrouwen: met Uw dankbaarheid zegt U in feite tot Hem: "Ik weet dat dit mij een stap dichter bij mijn Eeuwige Bestemming brengt". En U weet dat die Eeuwige Bestemming, indien U God laat begaan, alleen de Gelukzaligheid van de Hemel kan zijn.

    Gaat U eens bij Uzelf na in welke mate U de dingen van het leven vanzelfsprekend vindt, of integendeel beseft hoezeer alles een geschenk is. Het antwoord op dit kleine zelfonderzoek zal U veel leren over de graad van Uw dankbaarheid. Let er trouwens ook eens op of U de neiging hebt, alleen datgene te zien wat in Uw leven niet goed gaat. Ook dàt is een uiting van ondankbaarheid, want U legt hierdoor de klemtoon op wat U beschouwt als 'punten waarop God tekort schiet'. Dit is een gelijkaardige gesteldheid als deze waarmee U een medemens zou beledigen, die zich pas een hele dag heeft uitgesloofd om U werk uit handen te nemen, en die als enige opmerking uit Uw mond te horen krijgt "Je bent een vaas vergeten af te stoffen". Zo moet God Zich vaak voelen wanneer Hij in de harten kijkt.

    De mens heeft veel meer redenen om dankbaar te zijn dan hij beseft. Ongeacht hoe zwaar de beproevingen op Uw levensweg, het is steeds Gods Liefde die U overeind houdt. Elke nieuwe dag is een gelegenheid om verdiensten te verzamelen voor Uw Eeuwige Gelukzaligheid en voor het Heil van Uw medemensen, wat ook voor Uzelf heel genadevol is. Bedenk dat een dag van zware beproeving (waarvoor U dus menselijk gesproken niet vlug zult danken) een groot verschil kan maken voor Uw Eeuwig Heil. U kunt Uw ziel in een veel grotere staat van genade brengen door een moeilijke periode met vrucht te doorstaan. Wees daarom dankbaar voor alles, ook voor het minder gemakkelijke.

    Een grote vorm van dankbaarheid is de toewijding. Wanneer U Uzelf formeel toewijdt (bijvoorbeeld aan Maria), en U leeft er daadwerkelijk naar, wordt Uw hele leven één en al dankzegging, want ware toewijding is een heilig verbond waardoor U Uw hele leven en alles wat U hebt, in Maria’s handen legt. In wezen dankt U dan automatisch voor alles wat Uw pad kruist, want Uw hele leven wordt dan één offergave, en echte toewijding is onmogelijk zonder liefdevolle aanvaarding van lijden en lasten. Indien U tegen de beproevingen protesteert, is toewijding inhoudsloos en zinloos, en heeft zij geen enkel fundament. Ondankbaarheid uit zich vaak in een gebrek aan blijmoedigheid.

    De mens die niet met zijn eigen hart in het reine is, verliest gemakkelijk zijn blijmoedigheid, maar geeft hierdoor aan God te kennen dat hij ondankbaar is voor de lasten die zijn levensweg hebben gekruist. Dankbaarheid die zich uit in een blij gemoed, is een voortdurende verheerlijking aan God.

    52. Medelijden

    Medelijden is een begrip dat enigszins dubbelzinnig is. Als deugd mag medelijden niet verward worden met meewarigheid, dat een element in zich draagt van min of meer 'vanuit de hoogte beklagen'. Het echt medelijden is het 'lijden met', het vermogen om het lijden van de medemens met pijn in Uw hart aan te voelen en er echt dat eigen lijden mee te verbinden, alsof U er één gezamenlijk offer van wilde maken. Wanneer U echt medelijden voelt, streeft U ernaar, het lijden van Uw medemens te verlichten door hem tot bron van troost te zijn. U laat hem dan voelen dat zijn lijden U werkelijk niet onberoerd laat, maar dat U een deel ervan in Uw eigen hart hebt gesloten om hem dat kruis te helpen dragen. Oprecht medelijden is één van de mooiste uitingen van naastenliefde, en zeker een uiting die U op Jezus doet gelijken, want medelijden maakt U tot medeverlosser. Medelijden is de gesteldheid waarin U betreurt dat het Uw medemens zo vergaat, en ernaar verlangt om een daadwerkelijke bijdrage te leveren tot het verzachten van zijn lot.

    Oprecht medelijden is iets heel anders dan het beklagen van Uw medemens. Wanneer U Uw naaste beklaagt, bewijst U hem weliswaar de lippendienst waardoor hij verneemt dat U het jammer vindt dat hij dit of dat lot moet doorstaan, doch U onderneemt niets concreets om dat lot te verlichten. Wanneer U oprecht medelijden koestert, spreekt U eventueel bemoedigende woorden tot hem, maar vooral onderneemt U stappen om samen met hem door de zure appel heen te bijten, door daadwerkelijke hulp, door gebed, door boete en offers die voor hem genaden kunnen bekomen.

    Oprecht medelijden berust op een vermogen tot inleving. Dit is het vermogen om Uzelf in de plaats te denken van Uw medemens, U levendig te kunnen voorstellen wat hij doormaakt en wat hij voelt. Het is als het ware de kunst en de bereidheid om Uw hart in het zijne te leggen. Dat is op het spiritueel vlak van het grootste belang. Een lijdende ziel is doorgaans voldoende gevoelig om te merken of U haar met meewarigheid benadert, of U haar beklaagt, dan wel of er inderdaad medelijden bij U leeft. Alleen in dit laatste geval zal zij de bereidheid vinden om zich helemaal voor U open te stellen, en alleen dan kan zij ook werkelijk hulp ontvangen, want in dit geval zal God U als gezant of werktuig gebruiken om Uw medemens uit de put te halen of een concrete bijdrage te leveren om zijn lijden te verlichten. God werkt liever door mensen dan rechtstreeks in te grijpen. Hij vindt Zijn grootste verheerlijking in de naastenliefde, omdat een leven dat gevuld is met daden van naastenliefde een spiegelbeeld is van het leven van Jezus.

    Medelijden hoeft niet alleen gericht te zijn op lichamelijk of materieel leed bij Uw medemens. U kunt net zo goed medelijden koesteren met de toestand van een ziel: De staat van ongenade van een mens die veelvuldig zondigt, kan voorwerp worden van intens medelijden bij de mens die door de Heilige Geest voldoende op scherp is gesteld om daar gevoelig voor te zijn. Wanneer U bedenkt dat een mens in onwetendheid of verblinding het doodvonnis van zijn ziel kan tekenen door een zware zondelast met zich mee te dragen, niet te biechten, geen tekenen van berouw te vertonen, geen gebedsleven te leiden en nog veelvuldig verder te zondigen, kan de gedachte aan zijn mogelijke eeuwige verdoeming U bevangen. Zelfs zonder een woord met deze mens te wisselen, kunt U medelijden voelen en dit omzetten in concrete daden door voor die mens te bidden, te offeren en vergiffenis af te smeken.

    Indien U tekort schiet in de deugd van het medelijden, bent U eerder ongevoelig voor het leed van Uw medemens. Gebrek aan medelijden kan zich uiten in hardvochtigheid, een hardheid van het hart waarbij het U onverschillig laat dat Uw naaste het moeilijk heeft. Een andere vorm van tekort aan medelijden is het leedvermaak, waarbij U zich verheugt over de tegenslagen van Uw medemens, over het feit dat het hem niet goed gaat, en er in sommige gevallen zelfs heimelijk naar tracht dat hij 'van zijn voetstuk zou tuimelen' opdat hij U minder in de schaduw zou stellen door zijn prestaties, zijn succes, zijn inkomsten, enzovoort. Er zijn mensen voor wie de dag niet meer stuk kan zodra zij hebben vernomen dat iemand die hen om één of andere reden een doorn in het oog is, iets heeft meegemaakt dat hem benadeelt. Vaak verzwaren deze mensen hun zonde nog door geen kans onbenut te laten om de getroffene nog extra af te kraken in allerlei achterklap. Trachten naar iemands ondergang komt er in wezen op neer dat U deze mens in sociaal (of soms nog in ander) opzicht uit de weg wil ruimen, wat in Gods ogen een ernstige overtreding is.

    53. Luisterbereidheid

    Van het grootste belang bij de benadering van een mens die in diepe innerlijke onvrede verkeert, is naar hem te luisteren met fijngevoeligheid, niet te veroordelen, maar opbouwend op die ziel in te praten, haar de Ware Liefde te laten voelen en haar opnieuw het Licht te leren zien. Luisterbereidheid is een deugd die U als het ware een stukje van Gods functie laat vervullen. De mens in nood kan veel kracht putten uit de ervaring dat een medemens met hem begaan is. Wanneer U erin slaagt, tijd vrij te maken, dus Uzelf opzij te schuiven, voor een medemens in zielennood, zal deze waarderen dat U Uw eigen problemen achter de zijne stelt, dat U Uw tijd beschikbaar stelt om hem zijn hart te laten luchten. Dat is kwaliteitstijd die U optimaal moet benutten. Dat betekent dat U niet zichtbaar ongeïnteresseerd naar die mens moet zitten luisteren, maar dat U hem door Uw woorden, de toon van Uw stem, de blik in Uw ogen, enzovoort, moet bewijzen dat er U iets aan gelegen is dat hij hulp ondervindt door eenvoudig reeds met U te praten. U kunt daarbij werkelijk voor hem zijn als een door God gezondene.

    Soms wordt gezegd dat velen kunnen spreken, doch slechts zeer weinigen kunnen luisteren. Dat is waar, en wel omdat de meeste mensen slechts oog hebben voor hun eigen lasten, en er geen geheim van maken dat zij de moeilijkheden van anderen er niet meer bij hoeven te krijgen. Iemand die zo handelt, denkt en spreekt, is een mens die de verlatenheid van Jezus aan het Kruis verzwaart. Jezus had ook het gevoel dat Hij in Zijn Lijden alleen stond, zelfs van de Vader verlaten. Bedenk dat wat U voor de geringste van Gods kinderen doet, U in werkelijkheid voor Jezus doet, en weet dus dat Uw luisterbereidheid bij een medemens in nood of in hartenpijn, door Jezus wordt beschouwd alsof U bij Hem aan het Kruis komt staan om Zijn nood in Uw hart te sluiten en te zeggen "U bent niet alleen, mijn hart klopt ook voor U". Dat is van groter nut voor de zielen dan U hier op aarde ooit zult beseffen. Later, voor Gods troon, zult U begrijpen wat U daarbij werkelijk hebt gedaan.

    Door steeds tijd te maken voor Uw lijdende medemens, wordt U tot medeverlosser in de diepe zin van het woord. Zij die doof blijven voor de zorgen en problemen van hun medemens, hoeven niet verwonderd te staan indien God op Zijn beurt doof blijft voor hun gebeden wanneer zij zelf in nood zijn.

    54. Trouw

    Trouw is de gesteldheid waardoor U volhardt in de naleving van een verbond dat U met iemand hebt gesloten. Om een duidelijk voorbeeld te geven: trouw is het vermogen om na het uitspreken van een totale toewijding aan Maria, de beloften die U daarbij hebt gedaan, werkelijk te respecteren, er niet op terug te komen, zodat Maria de zekerheid mag hebben dat U Haar zult blijven dienen. Huwelijkstrouw is volharding in de belofte die een man en een vrouw bij hun huwelijk wederzijds uitspreken om 'elkaar toe te behoren'. Dit 'toebehoren' is relatief omdat het tussen twee mensen gaat.

    Mensen kunnen elkaar niet 'bezitten'. Maar de belofte is absoluut in die zin dat deze twee mensen beloven dat zij er steeds voor elkaar zullen zijn, zonder enige beperking en onvoorwaardelijk. Hierdoor wordt de belofte tot een gelofte: zij heeft een absoluut en eeuwigdurend karakter. Nog meer geldt dit voor de trouw tussen de toegewijde en Maria.

    De toegewijde legt jegens Maria de gelofte af dat hij Haar totaal, onvoorwaardelijk en voor eeuwig zal dienen, liefhebben, en Haar zonder enige beperking alles zal geven waar Zij om vraagt. Dit 'vragen' kan letterlijk zijn (via openbaringen, ingevingen, visioenen...), maar gebeurt in de meeste gevallen in de vorm van situaties die zich in het dagelijks leven voordoen. De volharding in deze gelofte is de trouw.

    De trouw kan vergeleken worden met een eed, of zelfs met het zegel op een oorkonde. Trouw is een gesteldheid die U het vermogen schenkt om Liefde, dienstbaarheid, gehoorzaamheid, aanvaarding, offerbereidheid, overgave, toewijding en nederigheid samen aan Maria’s voeten neer te leggen als een onderpand voor het feit dat U Haar dienaar wil zijn en blijven, Wanneer Maria U in Haar dienst roept, en U aanvaardt, en U doet afstand van alles aan Haar, dan begint Zij U zodanig te kneden en te vormen dat U steeds méér geschikt wordt om te volbrengen wat het leven als toegewijde van U verwacht. Maria neemt U daarbij steeds inniger in Zichzelf op, zodat een steeds intensere vereniging tussen Haar en U ontstaat (op voorwaarde dat U de genade waardig blijkt door een deugdzaam leven en volhardende dienst). In dat geval zou U de trouw kunnen vergelijken met het cement dat het bouwwerk bij elkaar houdt: haal de trouw uit de vereniging, en het gebouw van Uw toewijding zakt in elkaar alsof het slechts bestond uit stenen die los op elkaar zijn gelegd. Eén windvlaag, en alles valt in puin.

    Inderdaad, het merendeel van de 'toegewijden' zijn toegewijden met de mond, niet in daden. Zij zijn Maria niet trouw, en hun toewijding houdt geen stand. Zij spreken een akte van toewijding uit, doch geven deze geen invulling door concrete handelingen in hun leven van elke dag. Het zal hen niet ontbreken aan gelegenheden om een apostolaat voor Maria gestalte te geven, doch zij geven hun andere belangen de voorrang, zodat van trouw aan hun verbond geen sprake meer is. Wie zich aan Maria toewijdt, behoort Haar toe, en onder geen enkele omstandigheid mag iets of iemand anders op Haar de voorrang krijgen.

    Echte trouw vergt een onwankelbare inzet. Daarom mag het sluiten van een verbond, hetzij met de Hemel hetzij met een medemens, niet op een lichtzinnige beslissing berusten. Ontrouw is een ondeugd, want het wijst erop dat U onbetrouwbaar bent, lichtvaardige afspraken maakt, en niet doordrongen bent van de heiligheid van een gelofte. Wanneer U een gelofte aflegt jegens Maria (of God), moet U zich tegenover Haar eveneens gedragen alsof U met Haar in een daadwerkelijke huwelijksrelatie stond, en nog méér dan dat: het is tevens een relatie van dienaar tot Meesteres. De meest extreme vorm van relatie met Maria berust op een roeping. Het is deze welke het voorwerp uitmaakt van het boek De Hemelse Bruiloft. Ik bedoel het spiritueel huwelijk. De trouw die in een dergelijke relatie van U wordt gevergd, is extreem omdat de opdracht ook zeer ver reikt.

    Het spiritueel huwelijk met Maria is een roeping tot mystieke vereniging, waarvan de relatie gekenmerkt wordt door drie door elkaar verweven banden (ik spreek over 'banden' omdat ik de betrekkingen als zeer intens en onverbrekelijk ervaar): kind tot Moeder, bruidegom tot Bruid, en liefdesslaaf tot Meesteres. Ik verwijs naar De Hemelse Bruiloft voor de volledige uitleg, maar wil het U hier in enkele woorden schetsen om U duidelijk te maken welke essentiële rol de trouw hierbij speelt. De relatie kind tot Moeder is de meest 'normale': Maria is de Moeder van alle mensen geworden onder het Kruis van Calvarie. De relatie bruidegom tot Bruid verwijst naar de fasen van werkelijke mystieke ervaring die dit spirituele huwelijk 'dragen', de fasen van intense eenwording in ziel, geest, hart en zelfs lichaam (via bovennatuurlijk lijden, aanvoelen van gesteldheden, 'herbeleving' van pijnen en smarten van Maria en Jezus).

    Op bovennatuurlijke wijze is deze toestand als geheel vergelijkbaar met eenwording zoals in een huwelijk. De relatie liefdesslaaf tot Meesteres is de meest extreme betrekking van dienstbaarheid. De trouw die van de geroepene wordt gevraagd, vergt een inzet, een overgave en een zelfverloochening die zonder de ondersteuning van de mystieke contacten wellicht niet door een mens opgebracht zouden kunnen worden. De genaden zijn immens, maar er wordt ook buitengewoon veel van Uw hele wezen gevergd. De trouw is daarbij één van de domeinen die het zwaarst op de proef worden gesteld. Het blijkt uiteindelijk steeds weer de Liefde te zijn die hem sterk houdt, net zoals ook de huwelijkstrouw moet terugvallen op de Liefde.

    Gebrek aan trouw in wereldse relaties zien wij bijvoorbeeld in het huwelijk wanneer U Uw echtgeno(o)t(e) verlaat om met een andere partner te leven, evenals in het overspel. U beschaamt hierdoor de band die U met Uw levenspartner had aangegaan en die door God is beschikt en gezegend. U zondigt hiermee dus niet alleen tegen Uw partner, maar ook tegen God. Zodra sprake is van overspel, is overigens ook de ondeugd van onzuiverheid in het geding.

    55. Zwijgzaamheid

    De zwijgzaamheid is een bijzondere deugd. Het is een deugd waar vele mensen het moeilijk mee hebben, omdat het de mens nu eenmaal eigen is, te spreken. Spreken is het voornaamste kanaal voor communicatie met onze medemens. Nochtans is de zwijgzaamheid niet zonder reden één van de grote regels van het kloosterleven. Gods Geest spreekt slechts in de stilte van het hart. Die stilte komt niet alleen in het hart door U af te sluiten van geluiden van buitenaf (zie punt 31), doch ook door Uzelf leeg te maken van de koorts van gedachten. Om te spreken, moet U eerst denken, en denken betekent Uw geest actief houden. Een actieve geest belemmert echter het openstellen van Uw hart. Precies om die reden is religieuze beleving louter een zaak van het hart, niet van de geest. Ik zou het ook zo kunnen zeggen: Niet met het verstand doch alleen met het gevoel verdient men het Eeuwig Leven.

    God laat Zijn Mysteries overigens alleen (tot op zekere hoogte) doorgronden met het hart, het aanvoelen, en nooit met het verstand. Mensen die de dingen van God stuk redeneren en tot in hun vezels analyseren, ontheiligen deze daardoor. Ook daarom dankte Jezus de Vader omdat Hij "deze dingen verborgen heeft gehouden voor verstandigen, en ze geopenbaard heeft aan kinderen". Een kind aanvaardt zonder meer. Het stelt zich wel eens vragen, doch begint niet tot in het eindeloze zijn hoofd te breken over dingen die het toch niet begrijpt. Voor een kind is slechts belangrijk dat mooie dingen er zijn, niet hoe ze er zijn. Met andere woorden: het geniet ervan in het hart, maar redeneert er niet te veel over.

    Stilzwijgen wordt door de wereld vaak beschouwd als een uiting van zwakheid of lafhartigheid, doch in werkelijkheid is het één van de meest heldhaftige deugden. Stilzwijgen in de zin van 'niet reageren' op gebeurtenissen en uitspraken uit Uw omgeving is méér dan 'niet spreken'. Stilzwijgen is in wezen totale toewijding en gehoorzaamheid, want het is een nalaten van protest of opstandigheid tegen Gods regelingen en beschikkingen om op Zijn tijd en op Zijn manier in toestanden in te grijpen. Het geeft uiting aan Uw vertrouwen in Gods werking. Wanneer U de neiging vertoont om op alles te reageren, betekent dit in wezen dat U zich verplicht voelt om zelf de touwtjes in handen te nemen om 'schot in de zaak' te brengen en de zaak te regelen zoals U zou willen dat ze afloopt, maar U beledigt hierdoor God door ongeduld met Zijn Plannen. Ik zeg welbewust 'beledigt', omdat U hierdoor in feite Gods Wijsheid in twijfel trekt.

    Stilzwijgen is ook vaak een uiting van nederigheid, niet de indruk willen wekken dat U het beter weet en kunt. Door stilzwijgen gaat U bovendien conflicten uit de weg, die uiteindelijk slechts het geliefkoosd terrein van de satan zijn. In Gods ogen is het goud waard indien U de moed kunt opbrengen om dingen die U als negatief ervaart, te laten gebeuren en ze in stilte aan God (aan Maria) op te offeren om ze te zuiveren en op grond van dat offer diegene die ze heeft gedaan, tot bekering te helpen brengen.

    Is het niet opmerkelijk dat Jezus, toen Hij op de avond vόόr Zijn Kruisdood voor de hogepriesters werd geleid, met gebonden handen zwijgzaam naar allerlei valse beschuldigingen stond te luisteren? Nochtans bezat Hij alle Wijsheid om te spreken, en berustten alle beschuldigingen tegen Hem op leugens. Bovendien bezat Hij de Goddelijke macht om alle valse tongen het zwijgen op te leggen. Toch heeft Hij gezwegen, want 'het moest volbracht worden'. Stilzwijgen tegen alle onrecht in, kan een immense waarde hebben, die wij niet steeds zien omdat zij nog verborgen ligt in het Goddelijk Mysterie. Jezus kende die waarde. Ook alles wat U overkomt, moet volbracht worden, want het past ergens in Gods Plan. Voor ons is het een geloofstest, blind te vertrouwen dat wij er goed aan doen, Jezus hierin na te volgen.

    Vergeet nooit dat U door niet op onrecht of negatieve toestanden te reageren, het kwaad de wind uit de zeilen neemt, want U ontneemt de satan elke gelegenheid om tweedracht of een open conflict te scheppen. Een tweede voorbeeld: Maria, de Zetel van Wijsheid, in wie de inwoning van de Heiige Geest een absoluut hoogtepunt heeft bereikt, was een toonbeeld van zwijgzaamheid. Zij sprak slechts wanneer dit noodzakelijk bleek, en elk van Haar woorden was pure Wijsheid. Haar zwijgzaamheid was een vrucht van Haar onvergelijkbare heiligheid. De essentie van de zwijgzaamheid als deugd ligt tevens hierin vervat, dat de ziel in een stil gemoed geopend is voor de stem van God in het hart.

    Geef U er rekenschap van, hoevele inhoudsloze woorden gesproken worden. Op zich kan ook losse communicatie tussen mensen een smeder van banden zijn, vaak ook een uiting van liefde, maar wees U ervan bewust dat God van U zoveel mogelijk stil gebed vraagt. Gebed is spreken met God, maar ook luisteren naar Gods antwoorden in Uw hart. God spreekt uiterst zelden hoorbaar, maar zegt heel veel door overdracht van gevoelens in een hart dat stil, rustig en vredig is en openstaat voor het 'bovenwereldse'. Bidden, kunt U derhalve ook door stil en zwijgzaam met Uw hart bij het Hemelse te verwijlen, maar dat lukt niet tijdens holle conversaties zoals er elke dag zoveel plaats hebben.

    56. Barmhartigheid

    Barmhartigheid is een bijzondere deugd, die in U de gelijkvormigheid met God moet wekken. Het is het vermogen om niet koel of onverschillig te zijn tegenover Uw medemens, doch hem te behandelen met goedheid. Barmhartigheid stelt U in staat om kwaad met goed te vergelden, 'over Uw hart te strijken' wanneer de situatie in feite zou rechtvaardigen dat U heftiger zou optreden. Het is de deugd van de barmhartigheid die U in staat stelt om vergeving te schenken aan hen die tegen U misdoen, want barmhartigheid sluit vergevingsgezindheid in zich. Het is in het algemeen de gesteldheid die verhindert dat Uw hart zou verharden wanneer de tegenkantingen vanwege Uw medemensen U treffen. Indien U in een gezagspositie verkeert, is het de gesteldheid die U eerder doet vergeven en mildheid doet betrachten dan te straffen.

    De barmhartigheid verhindert dat U meedogenloos zou optreden in om het even welke situatie. Zij behelst ook een flinke dosis gezond medelijden. De barmhartige mens heeft medelijden met het lot van zijn medemens die lijdt in lichaam, geest of ziel. Hij 'heeft met hem te doen' en verstaat de kunst om zichzelf in het hart in zijn plaats te stellen. Hij heeft begrip voor de misstappen van zijn medemens omdat hij begrijpt dat elke mens zwak is en dus ook zonder dat deze dit echt wil, het slachtoffer kan zijn van omstandigheden die deze zwakheid plots de overhand doen krijgen. Dat maakt de barmhartige mild in zijn oordeel en in zijn optreden tegen zijn medemens die een fout tegen hem begaat.

    Barmhartigheid is het vermogen om de regels in overweging van bepaalde omstandigheden terzijde te schuiven en te vervangen door louter menselijkheid. Barmhartigheid kan bijvoorbeeld een rol spelen in het oordeel van een rechter die vindt dat het in welbepaalde omstandigheden gerechtvaardigd is om de letter van de wet 'wat bij te sturen' en enigszins 'aan te passen' bij een specifiek geval omdat zogenaamde verzachtende omstandigheden in het spel zijn. In dit geval zou de letter van de wet de gerechtigheid zijn, en het milderend oordeel van de rechter de barmhartigheid. Zo handelt ook God met ons, wanneer wij van goede wil blijken te zijn en een zonde niet echt gewild en opzettelijk bedreven wordt. Barmhartigheid vindt ook haar toepassing in de woorden van Jezus: "Wat gij aan de minste van de Mijnen hebt gedaan, hebt gij voor Mij gedaan". Een voorbeeld: een minderbedeelde medemens te eten geven, uit Uw eigen relatieve overvloed delen met een medemens in de bedenking dat er altijd mensen zijn die het minder goed hebben dan U.

    Gebrek aan barmhartigheid komt tot uiting in meedogenloosheid, onverbiddelijkheid, strengheid, het onbuigzaam toepassen van regels of wet in gevallen waarin dit in de ogen van de Liefde eerder schrijnend lijkt. Dit is bijvoorbeeld dagelijks veelvuldig het geval in de bureaucratie, het onpersoonlijk benaderen en behandelen van mensen door ambtenaren in publieke organisaties en instellingen. Dit is ook het geval telkens wanneer een overste zijn of haar ondergeschikten iets oplegt terwijl alles erop wijst dat deze laatste (bijvoorbeeld door lichamelijke zwakheid) niet tegen die taak opgewassen is. Soms wordt de opdracht op één of andere wijze goedgepraat of uitgelegd, doch indien de situatie vermijdbaar is, geldt dat er sprake is van onbarmhartigheid.

    De gouden regel van de naastenliefde luidt: "Doe je medemens niet aan wat je niet wil dat jou aangedaan zou worden". Deze regel vormt de mooiste aansporing tot barmhartigheid, want wanneer U zich indenkt dat ook U op zeker ogenblik hulpbehoevend, zwak, ziek of noodlijdend kunt zijn, en U op dat ogenblik dankbaar en verlicht zult zijn indien U een mens treft die goed is voor U, zult U minder geneigd zijn om Uw medemens hardvochtig of onverschillig te behandelen. Benader Uw medemens zoals U in een spiegel zou kijken, en houd U voor ogen dat hij in feite U is. Wanneer U dan tot hem spreekt of jegens hem handelt, U voorstellend dat Uzelf aan de andere kant staat, zult U wellicht barmhartiger zijn dan ooit.

    57. Gastvrijheid

    Gastvrijheid is het vermogen om geen medemens in de kou te laten, hem te minachten, te verwaarlozen of het gevoel te geven dat hij bij U niet welkom is. Gastvrijheid is de deugd die U het vermogen schenkt om Uw medemens naastenliefde te betuigen door hem te laten delen in Uw goederen en hem in zijn waardigheid hoog te achten. Gastvrijheid is het vermogen, een goede gastheer (gastvrouw) te zijn, zoals een goede vader (moeder), tegenover een gast. In een atmosfeer van warme Liefde voor diens noden zorgen, hem het gevoel geven dat hij bij U welkom is en U niet 'in de weg zit'. Gastvrijheid herinnert U aan de kern van de Leer van Jezus: Uw broeder bij U opnemen, hem met U laten aanzitten aan Uw tafel, hem een beker van Uw water te drinken geven, hem onderdak verschaffen.

    Gastvrijheid is dienstbetoon, vriendelijkheid en openheid jegens Uw medemens. Deze gesteldheid komt in de eerste plaats tot ontwikkeling bij de mens die ervan doordrongen is dat Jezus in zijn medemens leeft. Gastvrijheid brengt eerherstel aan de schande van Bethlehem: toen Jezus geboren moest worden, gingen alle deuren dicht voor Jozef en Maria. De komende Messias vond nergens onderdak. Wanneer U een medemens bij U opneemt, ook al is het slechts voor enkele minuten, brengt U een stukje eerherstel voor de ongastvrijheid van de Judeeërs die Jezus niet in hun huis geboren wilden laten worden.

    Het is goed om er op deze plaats even op te wijzen dat de beleving, dus de praktische toepassing van elke deugd in Uw alledaagse leven telkens eerherstel brengt voor welbepaalde zonden en ondeugden (van Uzelf en Uw medemensen van alle tijden en overal ter wereld), maar ook voor beledigingen en onteringen die Jezus en/of Maria aangedaan zijn tijdens Hun leven hier op aarde. Dit vormt een extra reden waarom de strikte beleving van de deugden heiligend werkt.

    Een voorbeeld van gastvrijheid: het regent pijpenstelen, en U nodigt een mens uit om bij U te komen schuilen, zich even te warmen, eventueel iets warms te nuttigen, en de herbergzaamheid van Uw hart te ervaren, met andere woorden: U laat Uw medemens duidelijk voelen dat God hem liefheeft en voor hem zorgt in een ogenblik van nood, want zonder Uw welwillende tussenkomst wordt hij misschien ziek. De ongastvrije mens herinnert Jezus aan Zijn eigen afwijzing te Bethlehem. Tot hem kan Hij in navolging van de Goddelijke Gerechtigheid bij het oordeel zeggen "Ga weg van Mij, Ik heb u nooit gekend". Niemand verwacht van U dat U om het even wie in Uw huis uitnodigt (ook de regel der voorzichtigheid mag in onze moderne wereld niet buiten spel worden gezet), doch bedenk steeds dat Uw Liefde voor God grenzeloos moet zijn. Tracht bijvoorbeeld in elke man Jezus, en in elke vrouw Maria te zien. Wat U aan een mens doet, hebt U in wezen steeds aan Jezus gedaan. Daarom neemt U met elke mens ook Jezus bij U op.

    In verband met deze laatste bemerking kunnen wij zelfs een bijzondere vorm van gastvrijheid zien in deze jegens God, met name in de Heilige Communie maar ook in Uw dagelijks leven. Jezus opnemen in de Communie kan een uiting van gastvrijheid zijn, indien U dit doet in een gesteldheid van zorgzame Liefde en in bestreving van de deugdzaamheid. Zorgzame Liefde moet blijken in al Uw daden en woorden: deze moeten 'voorzien in Gods behoeften'. Bij het ontvangen van de Communie moet U Jezus verwelkomen zoals een huisvader, en Uw hart tot een aangename verblijfplaats maken.

    58. Zorgzaamheid

    Zorgzaamheid is het vermogen, nooit slordig of onachtzaam om te gaan met de dingen en gaven die God U heeft geschonken, in de wetenschap dat alles U door Gods Voorzienigheid is geschonken. Uw materiële bezittingen mogen nooit tot afgoden worden. U mag ook niet overmatig aan voorwerpen gehecht zijn. Zij worden U door God in handen gespeeld opdat U ze zou kunnen benutten voor de bevrediging van bepaalde stoffelijke behoeften, en dat betekent automatisch dat zij op zich slechts middelen zijn om het middel (Uw leven op aarde) te ondersteunen, en onder geen enkel beding mogen zij verheven worden tot doel op zich. Vergeet nooit dat het enige doel van Uw leven hier op aarde het Eeuwig Leven is. Maar wel is het zo dat de Goddelijke Voorzienigheid alles in Uw leven beschikt, en dus ook uiteindelijk bepaalt welke voorwerpen op Uw levenspad komen. In dit licht beschouwd, getuigt het van erkentelijkheid jegens Gods goedheid wanneer U Uw bezittingen en alles wat (zelfs maar voor enkele ogenblikken) in Uw handen komt, met zorg behandelt.

    Vele mensen krijgen een speciale gelegenheid om de zorgzaamheid te beoefenen door de zorg voor huisdieren. Dieren zijn schepselen van God, die dag aan dag een bijzondere verzorging nodig hebben. Zij zijn voor alles op U aangewezen. Zij hebben niet alleen elke dag voedsel nodig, maar ook Liefde en genegenheid, en elk dier heeft zijn eigen persoonlijkheid en karakter. Zo moet U beseffen dat huisdieren op Uw levensweg komen om U welbepaalde lessen te leren, bijvoorbeeld zelfverloochening (dieren kunnen op bepaalde ogenblikken veeleisend zijn), geduld, vooruitziendheid enzovoort. Ook aan dit voorbeeld kunt U merken hoezeer elk detail van Uw leven, tot en met de dieren die op Uw pad komen, een welbepaalde betekenis hebben. Alles wordt zodanig beschikt dat U er de lessen uit kunt trekken die precies voor U van belang kunnen zijn. Niet zelden krijgt een ongeduldig mens een huisdier op zijn weg, dat extra aandacht vergt, zodat die mens verplicht wordt om rustiger, verdraagzamer en geduldiger te worden.

    Het tegendeel van zorgzaamheid is slordigheid, verwaarlozing van de dingen die aan U toevertrouwd zijn. Het nonchalant omspringen met dingen die aan Uw zorgen toevertrouwd zijn, kan door God worden beoordeeld als ondankbaarheid jegens Zijn Voorzienigheid. Bedenk wel dat alles afhankelijk is van de levenssituatie. Bijvoorbeeld: van een mens die chronisch ziek is en weinig hulp van mensen ontvangt, of die weinig bemiddeld is, of die door zijn specifieke levensloop zoveel tijd moet besteden aan de activiteiten die met zijn levensroeping verband houden dat hij weinig andere dingen kan doen, of die geen aanleg heeft voor bepaalde werkzaamheden, kunnen geen onmogelijke inspanningen worden gevraagd om grote veranderingen aan zijn woning aan te brengen.

    59. Bedachtzaamheid

    Bedachtzaamheid is het vermogen om weloverwogen, met overleg, tewerk te gaan. Iemand die zich gedraagt 'als een kip zonder kop' zondigt constant tegen Gods Wijsheid en tegen het hele breiwerk van situaties die door Hem in het leven geroepen worden. Lichtvaardigheid in Uw optreden is als een belediging aan de intelligentie die God U heeft gegeven. Wie oordeelkundig handelt, toont daarmee dat Gods Geest in hem werkzaam is. Een vorm van onoordeelkundig handelen dat nauw verweven is met een gebrek aan Wijsheid, is elk gedrag dat blijk geeft van gebrek aan systeem, alsook elk gebrek aan zin voor prioriteiten: Vele mensen die aan een taak beginnen, houden zich eerst bezig met dingen die hen weinig vooruit helpen, bepaalde details die in feite beter eerder op het einde volbracht kunnen worden, als afwerking. Deze mensen verspillen veel energie, en raken gemakkelijk ontmoedigd omdat zij (precies door hun eigen gebrek aan systeem) voortdurend het gevoel hebben dat al hun inspanningen hen in feite geen meter verder helpen. Zij raken hierdoor snel verstrikt in het gevoel dat hun werkzaamheden zinloos en zijzelf nutteloos en zelfs waardeloos zijn. Bedachtzaamheid vindt ook een tegenpool in onbezonnenheid, die tevens een element van onwijsheid en ook van gebrek aan voorzichtigheid behelst.

    Bedachtzaamheid wordt soms verward met besluiteloosheid. Dat is onterecht. De bedachtzame mens weet alleen het juiste ogenblik af te wachten om tot een bepaalde handeling over te gaan of een bepaalde beslissing te nemen. Het juiste ogenblik is over het algemeen niet het ogenblik dat mensen voor juist houden, het is steeds Gods Tijd. Daarom heeft bedachtzaamheid ook te maken met geduld, en met voldoende standvastigheid om zich niet te laten beïnvloeden door het oordeel van medemensen die eventueel handelen vanuit onwijsheid en opdringerigheid.

    Bedachtzaamheid is een vorm van voorzichtigheid die de geest openhoudt voor leiding door de Heilige Geest, en die aldus verhindert dat fouten gemaakt zouden worden door toe te geven aan bepaalde impulsen om dingen vlug af te handelen of bepaalde stappen te zetten die op dat ogenblik (nog) niet tot het juiste resultaat kunnen leiden. God werkt vaak langzaam en stapje voor stapje naar de voltooiing van situaties en plannen toe. De mens kan dit hele opbouwwerk (dat niet zelden over jaren loopt) in één klap teniet doen door een niet weloverwogen ingrijpen. Bedachtzaamheid betekent dat U de dingen vanuit zoveel mogelijk verschillende hoeken beschouwt alvorens een beslissing te nemen. Zo benadert U het best Gods eigen methode, want Hij heeft een overzicht over alles, ook over datgene wat voor mensenogen verborgen is. De mens kan zijn natuurlijk gebrek aan alwetendheid ten dele compenseren door bedachtzaamheid, waarbij hij door rijp overleg zijn eigen gebrek aan overzicht kan laten aanvullen door de inspiraties van Gods Geest.