Inhoud blog
  • Ik verhuis naar een andere blogsite!!!
  • De mystiek achter de tweede komst van Jezus
  • Luz de Maria 24/4
  • Zalig de armen van geest
  • Aanbidden in geest en waarheid
  • 3.33 uur 's ochtends
  • De kracht van 1 Weesgegroet
  • Ze komen eraan
  • Vreemde en grote donkere wezens zullen spoedig overal binnendringen
  • Een volgende lockdown
  • Boodschap aan Anna Shelley 24/4
  • De devotie van de 7 smarten van OLVrouw
  • Toewijdingsgebeden aan God de Vader, het H. Hart van Jezus en het Onbevlekt Hart van Maria
  • Gebeden van toewijding van ziekte, lijden en levenslasten
  • De betekenis van Pinksteren - 4
  • Om een baby uit een miskraam en geaborteerde baby's te dopen
  • Exorcismegebed over je woning en grond en toewijdingsgebed
  • Gebeden van zegening en bescherming
  • Het is eindelijk aangebroken
  • Wat God me toonde over aanstootgevende kledij...
  • Wat God me toonde over feminisme
  • De betekenis van Pinksteren - 3
  • Einde van Satans invloed in zicht
  • Red de planeet, ga CO2 uitstoten
  • Over de verliezen aan Westerse kant wordt gezwegen
  • Boodschappen aan Eduardo Ferreira
  • Boodschappen aan Pedro Regis
  • Boodschappen van OLVrouw di Zaro 8/4
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • Boodschappen aan Valeria Copponi (tot 19/4)
  • Instorting van economie, en munteenheden
  • De uitval
  • Over Poetin
  • Zal dit het einde veroorzaken?
  • Een miraculeuze foto van de Gekruisigde Jezus
  • Boodschap aan Anna Shelley 20/4
  • Luz de Maria 20/4
  • Rusland wordt verder uitgedaagd
  • De 3 daagse duisternis
  • De 9 cirkels van de Hel
  • In de Hel wegens echtscheiding
  • Meteoor op California
  • 23 april
  • De komst van de asteroide
  • Massale afname van bevolking in Europa komt eraan
  • Repost: Genezingsgebed van God de Vader
  • Opwarming van het klimaat? Niet dus.
  • Let op voor cosmetica en dergelijke producten
  • De uitleg van het merkteken van het beest door de Heer
  • De volgende pandemie
  • Over Obama: hij kan de Antichrist worden, door bezetenheid
  • Luz de Maria 16/4
  • Boodschap aan Anna Shelley 19/4
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • Een zombievirus
  • Nano chip
  • VK zal getroffen worden
  • Dit zal gebeuren door Hem
  • Het is reeds begonnen
  • Hoe de Antichrist zal werken door AI en Biotechnologie
  • Ze komen voor onze kinderen
  • Vernietiging van 3 landen
  • Bloedmanen als waarschuwend teken
  • 5 tekenen dat je een Uitverkorene bent
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • OLVrouw van Smarten
  • Adviezen om de duivel te bevechten
  • Het sociaal kredietsysteem
  • NEEM GEEN VACCINS!!! GEEN ENKELE!!!
  • BID TEGEN ABORTUS!!!
  • De betekenis van Pinksteren - 2
  • De betekenis van Pinksteren - 1
  • Goede raad: wees niet afhankelijk van de staat
  • De plannen van de wereldelites
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • Bijhorende afbeelding bij de boodschap van Lorena
  • Nog eens nieuws van de Antichrist/Maitreya
  • Boodschap aan Pedro Regis 11/4
  • Luz de Maria 12/4
  • Boodschap aan Lorena 8/4
  • Chaga
  • Dit is de waarheid
  • Boodschap aan Anna Shelley 14/4
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 9
  • Janet Klasson - 9/2 Licht van de wereld in de Goddelijke Wil
  • Geheim van gedrevenheid
  • Kom, H. Geest, kom!
  • 3 middelen die Satan gebruikt om je ziek te maken
  • Gezegend zij
  • Gods Barmhartigheid is grenzeloos
  • Boodschap aan Anna Shelley 13/4
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 7 en 8
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • De Emmaüsgangers
  • Mummie
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 6
  • Op weg naar de microchip
  • Nog steeds kunnen we het tij keren - Niburu
  • Boodschap aan John Mariani
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 5
  • Boodschappen aan Jennifer
  • 28/3 Plaats dit in je huis en land (The Unsealed Message)
  • Maria Simma openbaart 7 geheimen
  • Het Gezicht van Jezus
  • Opruimen van de wereldbevolking was altijd het doel - Niburu
  • 11 april
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 4
  • Boodschappen aan John Leary - rest van maart
  • Boodschap aan Mary of Divine Mercy
  • Grote schudding 8/4
  • Luz de Maria: Paaszondag 9/4
  • Afbraak van immuunsysteem door vaccins
  • Luz de Maria: Stille Zaterdag 8/4
  • Luz de Maria: Goede Vrijdag 7/4
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 2 en 3
  • Boodschap aan Anna Shelley 6/4
  • Zalig Pasen!!!
  • Boodschap aan Anna Shelley 8/4 DRINGEND!!!
  • Gebed op vrijdag voor de Arme Zielen
  • Boodschap aan Eduardo Ferreira 24/3
  • Droom van J. Frances 3/4
  • Boodschap aan Manuela te Sievernich (25/3)
  • Het echte gevaar van het einde van de dollar
  • Schildklier en jodium
  • Boodschap aan Manuela te Sievernich (21/3)
  • Boodschappen aan Valentina Papagna
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 1
  • Boodschap aan Marco Ferrari 26/3
  • Boodschap aan Gisella Cardia 3/4
  • De Kruisweg
  • 15 doodzonden in het Katholieke Geloof
  • Luz de Maria: Witte Donderdag 6/4
  • Het bankroet van Europa
  • Boodschap aan Anna Marie - Houston 11/2
  • Plaats terug brood op je huisaltaar
  • Boodschappen aan Pedro Regis
  • Palmzondag-rede van Vigano
  • Luz de Maria: Heilige Woensdag 5/4
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • Het Communisme zal opgelegd worden door de elite
  • Boodschap aan Ned Dougherty 26/3
  • Boodschap aan Anna Shelley (3/4)
  • Het verraad van Judas Iscariot (2)
  • Het verraad van Judas Iscariot (1)
  • Luz de Maria: Heilige Dinsdag 4/4
  • Luz de Maria: Palmzondag 2/4
  • Luz de Maria: Heilige Maandag 3/4
  • Interview met Luz Maria de Bonilla
  • Grafeenoxide in vaccins
  • Boodschap aan Lorena 14/3
    Zoeken in blog

    ALLES GAAT VOORBIJ, BEHALVE GOD !
    agenda

    Belangrijke data in mijn agenda

    Mijn favorieten
  • Mijn bibliotheek
  • Nieuwe blogsite
  • Archief per maand
  • 05-2023
  • 04-2023
  • 03-2023
  • 02-2023
  • 01-2023
  • 12-2022
  • 11-2022
  • 10-2022
  • 09-2022
  • 08-2022
  • 07-2022
  • 06-2022
  • 05-2022
  • 04-2022
  • 03-2022
  • 02-2022
  • 01-2022
  • 12-2021
  • 11-2021
  • 10-2021
  • 09-2021
  • 08-2021
  • 07-2021
  • 06-2021
  • 05-2021
  • 04-2021
  • 03-2021
  • 02-2021
  • 01-2021
  • 12-2020
  • 11-2020
  • 10-2020
  • 09-2020
  • 08-2020
  • 07-2020
  • 06-2020
  • 05-2020
  • 04-2020
  • 03-2020
  • 02-2020
  • 01-2020
  • 12-2019
  • 11-2019
  • 10-2019
  • 09-2019
  • 08-2019
  • 07-2019
  • 06-2019
  • 05-2019
  • 04-2019
  • 03-2019
  • 02-2019
  • 01-2019
  • 12-2018
  • 11-2018
  • 10-2018
  • 09-2018
  • 08-2018
  • 07-2018
  • 06-2018
  • 05-2018
  • 04-2018
  • 03-2018
  • 02-2018
  • 01-2018
  • 12-2017
  • 11-2017
  • 10-2017
  • 09-2017
  • 08-2017
  • 07-2017
  • 06-2017
  • 05-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 09-2016
  • 08-2016
  • 07-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 04-2016
  • 11--0001
    Levend geloof 9

    01-08-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Weg naar Heiligheid : deugden - deel 5 (38-47)

    38. Voorkomendheid

    Voorkomendheid is de deugd die de mens in staat stelt, reeds voortijdig tegemoet te komen aan de noden van zijn medemens. Het is de gesteldheid van de ziel die steeds oog heeft voor de behoeften van de naaste omdat zij bezorgd is dat haar naaste gebrek zou lijden. Het is de gesteldheid van Maria die op de Bruiloft te Kana tot Jezus zei "Zij hebben geen wijn meer", omdat het Haar ter harte ging dat Haar medemensen niets tekort zouden komen. De voorkomende ziel voelt als het ware intuïtief aan wanneer een medemens een bepaalde nood heeft. Vaak schuilt dit in kleine dingen.

    Bijvoorbeeld: U ziet dat een oude dame op een deur toestapt, en in een flits opent U de deur nog vόόr zij naar de deurknop kan grijpen; of op een openbaar vervoermiddel (bus, trein, tram) ziet U een zwangere vrouw, of een mens waarvan U het gevoel hebt dat hij of zij onwel is, en die geen zitplaats kan bemachtigen, en U staat Uw eigen plaats af. Voorkomendheid is ook bijvoorbeeld plaats maken voor een voorbijganger op het voetpad, of voor iemand met wie U samen voor een uitstalraam of voor een spiegel staat, enzovoort. Het kan ook zijn: iemand een lift geven met de wagen, waardoor U hem misschien een lastig eindje lopen bespaart. Door deze kleine handelingen 'voorkomt' U dat de mogelijke nood van die medemens nog groter zou worden. Deze dingetjes, hoe gering zij ogenschijnlijk ook zijn, kunnen heel wat teweeg brengen in het hart van hem of haar die er de begunstigde van is. Waarop steunt deze deugd? Op naastenliefde, inlevingsvermogen, een geopend hart, en soms op een goede dosis zelfverloochening.

    Voorkomendheid is ook bij uitstek een deugd met een opvoedende waarde, want in bepaalde gevallen verwijst U daardoor voor Uw omgeving op een fijngevoelige wijze naar de diepste lessen van de christelijke leer. Deze deugd is echter alleen dan zuivere deugd te noemen wanneer U haar beoefent zonder ook maar een ogenblik stil te staan bij enig voordeel die zij U kan brengen: U mag geen beloning verwachten, in welke vorm dan ook, al was het maar een vriendelijk hoofdknikje als dank. Volgt deze dank wél spontaan, dan bezegelt deze uiteraard de akte van naastenliefde en flitst Gods Licht tussen twee harten op, maar U hebt dit niet zo beoogd. De enige drijfveer moet deze zijn: de bedoeling om Uw medemens spontaan te dienen. Het tegendeel van voorkomendheid is de onverschilligheid ten aanzien van de moeilijkheden of noden van een medemens. In dit geval is sprake van een gebrek aan aandacht of belangstelling voor zijn lasten.

    39. Hoffelijkheid

    In bepaalde gevallen is er weinig verschil tussen voorkomendheid en hoffelijkheid. Hoffelijkheid heeft echter veel te maken met elementaire beleefdheid. Zij behelst het vermogen om Uw medemens met een zorgzame Liefde te dienen in woord en daad. Hoffelijkheid betekent in de eerste plaats: Uw medemens niet grof te behandelen, noch met woorden noch met daden. Het is de eigenschap waardoor U Uw medemens een zekere status van voornaamheid verleent. Bekend is de hoffelijkheid als onderdeel van de formele etiquette in vroegere meer welgestelde samenlevingskringen, waarbij over het algemeen een heer tegenover een dame een bepaalde gedragscode hoorde te volgen waarbij de dame benaderd en behandeld werd met voorname beleefdheid, een voorkomendheid die vaak heel ver reikte, een bijna tedere voorzichtigheid en volgens een aantal regels die zelfs als onderdanigheid omschreven kunnen worden.  Daarbij mocht de heer zich niet uit zijn lood laten slaan in situaties waarbij hij tot een zekere mate van zelfvernedering moest komen.

    In grote trekken vat dit gebruik in feite de kenmerken van de hoffelijkheid samen. Het is een deugd die U het vermogen schenkt, in alle omstandigheden beleefd en dienend te zijn, en zonder terughoudendheid de ander boven U te stellen. In feite kan dienstbaarheid als de kern van deze deugd worden beschouwd. Hoffelijkheid kunt U ook in Uw eigen dagelijks leven in praktijk brengen. Een paar voorbeelden: U kunt iemand voorrang geven aan een winkelkassa, terwijl U in feite vόόr deze mens aan de beurt bent, bijvoorbeeld indien U het gevoel hebt dat deze mens minder tijd vrij heeft dan U, of dat hij het moeilijk heeft. Een ander voorbeeld: Bent U een roker? Rook dan niet in de nabijheid van een zieke, van een bejaarde of van een kind, en zelfs bij voorkeur helemaal niet in de nabijheid van andere mensen, want U stelt hen daardoor bloot aan door hen ongewilde negatieve invloeden voor hun gezondheid.

    40. Positiviteit

    Positiviteit is de gesteldheid waarbij U het goede in U laat rijpen tot het zich helemaal meester maakt van Uw denken, handelen, spreken en voelen. Het is het toelaten dat God waarlijk in U werkt en Zijn Werk door U verder zet. Wanneer een ontmoeting tussen twee mensen plaatsheeft, en tenminste één van beiden is positief ingesteld, rust Gods Vrede op deze ontmoeting. Wanneer ze echter allebei negatief ingesteld  zijn, kunnen geen goede dingen tussen hen tot stand komen.

    Een negatieve gesteldheid wordt gekenmerkt door zwartkijkerij, pessimisme (wanneer droefgeestigheid of neerslachtigheid tot een vaste gesteldheid wordt), de neiging om in alles eerst het slechte te zien (althans wat de mens zelf als slecht beschouwt, want een negatief ingestelde mens spreekt ook over vele neutrale dingen met bitterheid, sarcasme, op neerbuigende toon enzovoort). Hij vertoont eveneens de neiging om op alles wat hem wordt verteld, een negatief geladen antwoord te geven, een antwoord dat ontmoedigt of dat op een onvriendelijke toon uitgesproken wordt.

    De negatief ingestelde mens heeft de neiging, bewust of onbewust alle blijmoedigheid bij zijn medemens de kop in te drukken. Zijn uitstraling is vaak zo mat dat hij zelfs reeds bij het betreden van een kamer het Licht van blijmoedigheid van zijn medemens met een sluier lijkt te bedekken. Hij heeft een negatieve ingesteldheid tegenover het leven en zijn medemensen, hij ziet in alle mensen en dingen overal fouten, gebreken en tekorten, levert gemakkelijk kritiek, oordeelt en veroordeelt snel en vaak ondoordacht. Zijn hele gedrag en spreken worden vaak voelbaar gevoed door bitterheid, niet zelden op grond van onverwerkte ervaringen uit zijn (nabij of verder afliggend) verleden.

    Een negatief ingestelde mens put zijn eigen ziel uit. Maar er is iets opmerkelijks: hebt U wel eens gemerkt hoe sommige mensen, die negatief ingesteld zijn en zich werkelijk lusteloos en mat door de dagen lijken te sleuren, plots tot leven schijnen te komen wanneer zij negatieve dingen beginnen te vertellen? Het lijkt dan alsof zij één en al energie zijn.

    In de kern beschouwd, zou de deugd van de positiviteit gezien kunnen worden als de overkoepelende gesteldheid waarmee de mens gezegend was vόόr de erfzonde, in die zin dat zij in feite steunt op het optimisme dat volkomen ontwikkeld is in de mens die totaal door God bezield wordt, onbezoedeld door duivelse inmenging. Wanneer de gesteldheid van positiviteit sterk ontwikkeld is, leeft de mens met zijn hart en geest méér in de Hemel dan op aarde. Bij elke beproeving gaat hij er zonder moeite van uit dat hij deze zonder meer zal overwinnen want dat God hem in alles leidt, en dat indien al niet tijdens dit leven een gunstige vrucht ervan blijkt te rijpen, deze dan toch onvermijdelijk op hem wacht in het Eeuwig Leven erna. Zo valt het hem niet moeilijk om alles te relativeren, want hij heeft begrepen dat Gods Gerechtigheid en Barmhartigheid elke rekening vereffenen. Van alle onrecht weet hij dat ten laatste in het Eeuwig Leven compensatie volgt. Telkens iets onaangenaams zijn levensweg kruist, vindt hij spoedig zijn moreel evenwicht terug, want hij heeft begrepen dat de beproeving gedragen moet worden, dat zij hoe dan ook vruchtbaar is, en dat hij des te meer draagkracht zal ontwikkelen naarmate hij haar positiever benadert: één en dezelfde beproeving kan ofwel positief benaderd worden en daardoor veel lichter en vruchtbaarder worden, ofwel negatief (onder protest, in neerslachtigheid, met ergernis, nors, met boosheid...) benaderd worden en daardoor ondraaglijk worden en zelfs lichaam en ziel naar de afgrond voeren.

    Positiviteit is aldus de levenshouding van de ziel die alles samen met God (Maria) wil doorstaan. Negativiteit daarentegen is de levenshouding van de ziel die zich in alles door de satan laat ontmoedigen en beïnvloeden (over het algemeen door te veel belang te hechten aan commentaren van mensen), haar eigen levensweg daardoor nodeloos laat verzwaren door alle situaties met een bezwaard hart te benaderen, aldus zichzelf tot grootste vijand heeft, en bovendien Gods Plan flink in de weg staat door haar eigen levensopdracht en roeping aan banden te leggen en andere mensen te ontmoedigen.

    41. Vertrouwen

    Vertrouwen is een gesteldheid van innerlijke rust en zekerheid over de goede afloop van de dingen in Uw leven. Vertrouwen steunt op de stille innerlijke wetenschap dat God voor alles zorgt, dat Zijn Voorzienigheid alles regelt en dat, zelfs al is de weg zwaar, het einddoel verzekerd is mits men de weg aanvaardt zoals hij is. De vertrouwvolle ziel houdt rekening met de beproevingen, tegenkantingen, de hindernissen op de weg, maar hij neemt deze erbij als normale verschijnselen. Zij brengen hem niet van zijn stuk, want zijn geloof is verweven met zoveel Liefde en een zo groot vermogen tot volharding dat hij bereid is om slag te leveren wanneer en indien de gelegenheid of de noodzaak daartoe zich aandienen. Hij maakt zich niet bij voorbaat zorgen over de weg, omdat hij de innerlijke zekerheid bezit dat hij te gepasten tijde uitgerust zal zijn met het materiaal dat noodzakelijk is om de hindernissen de baas te worden.

    De vertrouwvolle ziel voelt zich waarlijk een kind van God, en laat zich daarom niet aan het wankelen brengen: hij zou dit van zichzelf beschouwen als een belediging aan God, want hij gelooft in Gods macht en in Zijn Wil om ieder mens die op hem vertrouwt, tot het uiterste bij te staan, zelfs, indien dit noodzakelijk wordt, op kracht van een wonder. Inderdaad, de vertrouwvolle ziel geeft zich ook in moeilijke, uitzichtloos lijkende situaties, niet vlug gewonnen. In zijn gebed aarzelt hij niet om wonderen af te smeken indien de naastenliefde hem hiertoe beweegt, en hij gelooft ook vast dat God Zijn Hart laat bewegen tot onverwachte ingrepen wanneer Hij merkt dat de ziel zich zo totaal naar Hem toe richt. De vertrouwvolle ziel benadert God met een ingesteldheid die zegt "U moet het doen, want naar wie zou ik anders gaan?".

    In dit verband een woordje over het zogenaamd vermetel vertrouwen. Vermetel vertrouwen is geen zuiver vertrouwen. Het is de ingesteldheid van de mens die het niet te nauw neemt met Gods regels in de veronderstelling dat God automatisch alles zal regelen. Zijn vertrouwen is niet zuiver, omdat hij ervan uitgaat dat hij zelf geen inspanningen hoeft te doen, dat Gods tussenkomst er hoe dan ook komt. Een bijzondere uiting van het vermetel vertrouwen is deze waarbij een mens zich beroept op Gods Barmhartigheid en deze misbruikt om hem van alle misstappen vrij te pleiten. Deze mens redeneert Gods Gerechtigheid totaal weg en meent dat God louter en alleen Barmhartigheid beoefent, geen Gerechtigheid, en hij benut deze veronderstelling als rechtvaardiging van allerlei fouten. Indien God louter Barmhartigheid is, kan de mens zichzelf in slaap wiegen in de veronderstelling dat alles automatisch vergeven wordt.

    Deze mensen vergeten dat de Barmhartigheid pas haar volle uitwerking krijgt voor zover zij blijk hebben gegeven van de wil om volkomen in overeenstemming met Gods Wet te leven. De mens mag fouten maken, maar hij moet blijk geven van een vaste wil om die fouten in de toekomst te vermijden en zich tot het uiterste in te spannen om naar de volmaaktheid te streven. Dàn zal God het mechanisme van Zijn Gerechtigheid laten compenseren door Zijn Barmhartigheid. Bij vermetel vertrouwen is er echter sprake van een misbruik van Gods goedheid, wat door Gods Gerechtigheid aangerekend kan worden als een belediging: de mens met vermetel vertrouwen meent dat hij Gods Wijsheid om de tuin kan leiden en Zijn Wet bij zijn eigen behoeften kan aanpassen.

    Een vaak voorkomende uiting van gebrek aan vertrouwen schuilt in de neiging van vele mensen om zelf alles te regelen. De mens die lijdt aan gebrek aan vertrouwen, maakt zich zorgen over allerlei dingen, hij piekert, laat zich voortdurend ontmoedigen, begint bij het geringste windje te twijfelen, verliest gemakkelijk zijn blijmoedigheid, laat zich gemakkelijk woorden ontvallen zoals "het was natuurlijk te denken dat dit zou gebeuren". Hij neigt gemakkelijk tot een negatieve ingesteldheid in alles wat hij doet en zegt. Hij sluit zich wel eens in zichzelf op, doch niet in een (gezonde) betrachting van stilte in het hart maar wel omdat zijn geest zodanig warrig is dat hij geen lust meer heeft om te spreken: Het is alsof zijn geest een leven op zich begint te leiden, waarin allerlei gedachten en spookbeelden door elkaar heen flitsen, tot hij erdoor uitgeput raakt. De mens kan zozeer beproefd worden dat hij op zeker ogenblik niet meer gelooft in Gods Liefde en Barmhartigheid. Ook dit is gebrek aan vertrouwen, want men mag nooit twijfelen dat God slechts het beste met de mens voorheeft.

    Vaak vertonen mensen een gebrek aan vertrouwen door te veel bezig te zijn met hun lichamelijke gesteldheid, hun gezondheid, en allerlei kwalen en stoornissen waaraan zij lijden, of ooit hebben geleden, of waarvoor zij naar de toekomst toe bevreesd zijn. Dit is een vorm van overbezorgdheid die bij vele mensen heel wat tijd en energie opslorpt. Wanneer deze bezorgdheid in een hoge graad voorkomt, kan sprake zijn van hypochondrie, de gesteldheid van de 'ingebeelde zieke' die bij de geringste pijn of stoornis het ergste vreest. In wezen is dit niets anders dan een gebrek aan vertrouwen op Gods Voorzienigheid en een te grote aandacht voor het stoffelijk leven.

    Vele mensen komen vroeg of laat in situaties terecht waaruit zij geen uitweg lijken te vinden, en raadplegen dan waarzeggers, helderzienden, pendelaars, occulte mediums, samenstellers van horoscopen of andere personen die praktijken bedrijven die veelbelovend lijken doch in feite doorgaans mensen bewust misleiden, vaak onder het meest onbeschaamde misbruik van 'Hemelse krachten': Zij laten mensen geloven dat zij door God geïnspireerd worden, en richten grote verwoestingen aan in de zielen van de talloze mensen die op zeker ogenblik beseffen dat zij door deze personen bedrogen zijn. Niet zelden zijn deze mensen er dan ook van overtuigd dat zelfs God Zelf hen bedrogen heeft. Zij die deze praktijken bedrijven, misbruiken God voor materialistische doelstellingen, want zij laten zich betalen voor een prestatie die zij, indien zij werkelijk door God geroepen zouden zijn, niet anders zouden willen (en mogen) aanbieden dan uit Liefde en zuiver idealisme, en dus kosteloos.

    De mens die dergelijke personen raadpleegt, zondigt tegen het vertrouwen doordat hij via hun tussenkomst een toekomst of een lotsbestemming hoopt te achterhalen die God in Zijn Wijsheid uit Liefde voor hen verborgen houdt: vele dingen zijn mysterie, en het komt de mens niet toe deze bij voorbaat te kennen. Bovendien zou de mens de kennis van zijn eigen toekomst veelal niet aankunnen, of zou hij zijn levensloop op die kennis afstemmen, wat indruist tegen Gods beschikkingen. Uw toekomst willen kennen, komt neer op onzekerheid, dus op een zelf willen regelen en ingrijpen in datgene wat de Voorzienigheid voor U heeft beschikt, en dus op gebrek aan vertrouwen in Gods werking.

    In feite gaat onze hele moderne samenleving mank aan een opmerkelijk gebrek aan vertrouwen op Gods Voorzienigheid. U kunt dit onder andere vaststellen aan de hand van de mate waarin reclame gevoerd wordt (de eigen waren op de meest opdringerige wijze aanprijzen, is een uiting van onzekerheid en van de overtuiging dat men alles zelf moet regelen, uiteraard naast de doelstelling van de beoogde winst), en de ware revolutie in de branche van de verzekeringen (dit vormt wellicht de duidelijkste aanwijzing voor de mate waarin de mens geen vertrouwen heeft in de toekomst die God voor hem voorziet).

    Ik moet Uw aandacht vestigen op de verderfelijke invloed die deze beide verschijnselen uitoefenen op de zielen, en wel op een onvoorstelbaar grote schaal. Elke dag worden wij zodanig overspoeld met reclame (met al haar opdringerigheid, materialisme, onzuiverheid en onbeschaamde leugens) dat vele zielen erdoor afgestompt worden. Het verzekeringswezen van zijn kant, schept een atmosfeer van algemene onrust (“je weet maar nooit wat er nog allemaal gebeurt”...) en van speculatie over leven en dood. Inderdaad, het leven, geschenk van God, wordt tot voorwerp van koele berekening, niets méér dan twee cijfers: een datum (van overlijden, van pensioenleeftijd enzovoort) en een bedrag (van premie en/of uitkering). Het vangnet schuilt in het feit dat bepaalde van deze zaken wettelijk verplicht zijn, en dus ook de waarlijk vertrouwvolle ziel aldus gedwongen wordt om aan dit goddeloze systeem deel te hebben.

    Een uiting van gebrek aan vertrouwen op het vlak van de samenleving is de neiging die tegenwoordig bestaat om kinderen zo jong mogelijk psychologisch te begeleiden. Er wordt een ware angstpsychose in het leven geroepen, waarbij van ouders verwacht wordt dat zij zich bij het geringste ernstig zorgen beginnen te maken over de intelligentie en de sociale vaardigheden van hun kinderen. Slechts heel weinig uitzonderingen nemen nog vertrouwvol en ernstig hun toevlucht tot het gebed, en de oplossingen voor problemen worden uitsluitend gezocht in wereldse methodes. Ja, wij leven in een angstmaatschappij. Hoe komt dit? Doordat de mens God de deur gewezen heeft.

    Ik had het reeds over mensen die de neiging hebben om alles in hun leven zelf te regelen. Ik wil van de gelegenheid gebruik maken om U te wijzen op de opmerkelijke wegen die Gods Voorzienigheid kan bewandelen in haar pogingen om de ziel naar de vervolmaking te voeren. Het gebeurt wel eens dat een mens die absoluut zijn hele leven wil uitstippelen, die nooit op zijn medemens en nog minder op God wil vertrouwen, en die in alles een onafhankelijk en vrijgevochten bestaan wil leiden, plots geveld wordt door een ziekte of gebrek waardoor hij gedwongen wordt om zich aan Gods handen (aan Gods Voorzienigheid) toe te vertrouwen, bijvoorbeeld door een plotse verlamming, zodat hij de hulp van medemensen moet aanvaarden. Denk hier even over na. Gelijkaardige dingen gebeuren niet zelden. God geeft Zijn onderrichtingen vaak via concrete gebeurtenissen en veranderingen in het leven van de mens.

    Vertrouwen heeft (als deugd, en ook in ons taalgebruik) nog een andere betekenis dan deze van 'het beste verwachten van Gods Voorzienigheid', namelijk deze waarmee het vermogen wordt aangeduid om 'het beste te verwachten van Uw medemens'. Wanneer U Uw medemens vertrouwt, betekent dit dat U ervan uitgaat dat hij het beste met U voorheeft, dat hij eerlijk en betrouwbaar is, dat U van hem geen kwaad hoeft te vrezen. Uw medemens vertrouwen, betekent God in hem vertrouwen. Sommige mensen boezemen hun medemens geen vrede in. Zij houden hem eerder op scherp, als in staat van alarm, omdat deze zich bij hen niet helemaal op zijn gemak voelt. Dit gevoel: U 'niet helemaal op Uw gemak voelen' bij iemand, wordt ook wel argwaan of achterdocht genoemd. Van deze gesteldheden is sprake wanneer U het gevoel krijgt dat Uw medemens U bedriegt, of op grond van zijn gebruikelijk gedrag ten minste in staat is om U te bedriegen of achter Uw rug om andere dingen te zeggen of doen dan in rechtstreeks contact met U, en dat hij deze dingen doet of zegt om U te schaden. Er wordt dan ook gezegd dat U Uw medemens wantrouwt. In bepaalde gevallen blijkt dit helaas gerechtvaardigd. Zolang geen aantoonbare redenen voorhanden zijn om achterdochtig, wantrouwend of argwanend te zijn tegenover Uw medemens, verkeert U echter in ondeugd. Deze gesteldheid vormt een ernstige rem op alle naastenliefde, zelfs op alle contact, en werpt vaak een dikke muur op tussen mensen. Laat U niet verleiden tot een snel oordeel op grond van een oppervlakkig feit zoals een blik of een in haast gesproken woord, want de omstandigheden kunnen een mens heel anders laten overkomen dan hij in werkelijkheid is. Zelfs indien U redenen vindt om er vast van uit te gaan dat een mens niet erg betrouwbaar is, oordeel dan niet, maar bid voor hem, vermijd contact indien U zich daar niet goed bij voelt, doch bewaar de Vrede in Uw hart en naar hem toe.

    42. Aanvaarding

    Aanvaarding is de gesteldheid waarbij U zonder discussie, zonder opstandigheid, zonder terughoudendheid de lasten van het leven tegemoet treedt. Het is dus méér dan een lijdzaam ondergaan omdat het nu eenmaal niet anders kan, het is wel degelijk een bewust aanvaarden van Gods beschikkingen. Aanvaarding is de eigenschap die U in staat stelt om vrede te hebben met de wisselende omstandigheden van Uw levensloop. U legt U erbij neer dat niet elke dag de zon schijnt, want U weet dat regen vandaag nodig kan zijn om morgen de bloemen te laten bloeien. Zo ligt in aanvaarding het besef dat de beproevingen noodzakelijk zijn om de vruchten voor de ziel voort te brengen. Aanvaarding is de absolute voorwaarde om tot dankzegging te kunnen komen. Danken, doet men gewoonlijk voor iets dat men heeft ontvangen en dat positief, voordelig of aangenaam is. Dankzegging aan God is in feite als de handtekening op de akte die God aan U voorlegt en waarin Hij U dag aan dag confronteert met de bepalingen die Hij voorziet voor het volgende stukje van Uw levensweg. Door Hem voor alles te danken, ondertekent U als het ware de act van aanvaarding.

    De mens die een sterk ontwikkelde deugd van aanvaarding bezit, beseft dat aanvaarding van beproevingen een act van naastenliefde is. Alle lijden dat met aanvaarding, dus zonder protest, gedragen wordt, brengt Heil over de zielen. Het is bovendien een verheerlijking aan de lijdende Jezus, die U in de aanvaarding van het Kruis is voorgegaan, en aan de Smartvolle Maria, die reeds bij Haar ja-woord aan de aartsengel Gabriël Haar act van aanvaarding voor een leven van medeverlossend lijden heeft ondertekend.

    Aanvaarding is een uiting van deemoed, nederigheid, en van gehoorzaamheid. Zij komt neer op de belofte 'ik zal dienen', wat het tegenovergestelde is van wat de opstandige engelen (dus de duivels) onder aanvoering van Lucifer uitriepen: 'non serviam' (ik zal niet dienen). Bedenk steeds dat deze belofte in Gods oren klinkt als engelenmuziek, want het is op een rotsvaste deugd van aanvaarding dat Hij uiteindelijk Zijn Rijk op aarde kan funderen. Precies daarom is deze deugd zo genadevol. Net zoals vele aspecten van de gehoorzaamheid vindt ook de aanvaarding dus haar tegenhanger in de opstandigheid, het protest.

    In zekere zin gaat aanvaarding wel verder dan gehoorzaamheid: U kunt iemand gehoorzamen omdat hij of zij macht over U heeft, doch dit betekent niet automatisch dat U zijn of haar bevelen ook werkelijk aanvaardt. Bij aanvaarding gehoorzaamt U, maar gaat U in Uw hart ook akkoord met de strekking van het bevel. In zekere zin zou ik dus kunnen zeggen dat gehoorzaamheid eenzijdig is: God (Maria) laat U een opdracht voelen, en U voert deze uit. Bij aanvaarding is echter sprake van een overeenkomst in beide richtingen: U voelt de opdracht, en zegt (met de mond of in Uw hart) dat U aanvaardt, en dan voert U ze uit. Dit laatste is dus zoals het ondertekenen van een contract. Bij aanvaarding handelt U méér uit vrije wil dan bij gehoorzaamheid. Aanvaarding is de voorwaarde om de vruchten van Uw verdiensten en lijden te plukken, want zonder aanvaarding is het lijden iets dat U opgelegd wordt. Daar hebt U geen verdienste aan. Bij aanvaarding geeft U te kennen dat U bereid bent om het kruis te dragen, wat tegenover God ook een grotere garantie inhoudt dat Zijn Plan met meer overgave uitgevoerd zal worden, want U hebt als het ware een contract getekend...

    43. Overgave en toewijding

    Overgave is het vermogen om Uw leven dag na dag zodanig te laten evolueren dat niet Uw verlangens maar deze van God ermee gediend worden. Het is het vermogen tot aanvaarding van alles wat gebeurt, in vertrouwen op de Wijsheid van Gods Voorzienigheid, in het bewustzijn dat gehoorzaamheid aan Gods schikkingen een vanzelfsprekend gevolg is van het feit dat Hij alles beter weet en kan dan Uzelf. Toewijding is de levenshouding die volkomen op dit besef berust. Toewijding is het vermogen om U totaal en zonder enige beperking aan God (Jezus, Maria) te geven, al Uw doen en laten, werkelijk alles in Gods handen te leggen. Het is dus afstand doen van Uzelf en van alle vruchten van Uw handelingen, louter en alleen om daarmee Gods Plannen te dienen. Het is met andere woorden Uzelf volkomen en vrijwillig ten dienste stellen van God zodat Hij over U kan beschikken en U naar believen kan gebruiken als een werktuig om Zijn doelstellingen met de wereld te verwezenlijken.

    De meest gebruikelijke vorm van toewijding is deze aan de Heilige Maagd. De Mariatoewijding als levenshouding is de kern van het onderwerp van het boek De Hemelse Bruiloft. Vele mensen denken van zichzelf dat zij de echte toewijding beleven, terwijl dit helemaal niet zo is. Toewijding is oneindig veel meer dan het uitspreken van een akte of gebed van toewijding. Ware toewijding is een levenshouding, een levensgesteldheid die zodanig tot Uw eigen vlees en bloed wordt dat U in alle omstandigheden van Uw leven tot een volkomen overgave en zelfgave komt, zonder protest, opstandigheid of verzet tegen de wil van diegene aan wie U zich toewijdt. Gebrek aan overgave komt veel vaker voor dan U wellicht vermoedt.

    Een klein voorbeeld: U hebt een bepaalde dagindeling vooropgesteld, en om één of andere reden valt deze in duigen, zodat U onverwachts iets anders moet doen of iets wat U zich had voorgenomen, niet kunt uitvoeren, hoe reageert U dan? Bent U geërgerd of knorrig, of aanvaardt U dit in blijmoedigheid en offert U deze toestand op, hoewel U hem misschien betreurt? Bedenk dat het mogelijk is dat God het wenselijker acht dat U die dag iets anders met Uw tijd zou doen dan U zich had voorgenomen.

    Wees U er steeds van bewust dat, indien U Gods Voorzienigheid de vrije hand laat, Hij Uw leven elke dag richting kan geven om alles voor U ten beste te regelen, en dat alles wat gebeurt of juist niet gebeurt, op het goed van Uw ziel is afgestemd. Wat goed is voor Uw ziel, is God beter bekend dan U. Daarom is overgave zo belangrijk voor Uw Eeuwig Heil. Talloos zijn de mensen die krampachtig elk detail van hun leven trachten te regelen, en ontstemd raken zodra iets anders loopt dan zij hadden gepland of voorzien. De mens houdt doorgaans graag de touwtjes in handen, en is niet vlug geneigd om zich in andermans handen te leggen. Nog veel minder gemakkelijk zal hij zijn leven laten dirigeren door iemand wiens beslissingen hij niet meer kan controleren (God, Jezus of Maria).

    Voor verdere beschouwing in verband met overgave en toewijding verwijs ik U graag naar De Hemelse Bruiloft, waarin U zeer uitvoerig de levenswijze van ware toewijding wordt uiteengezet, maar ook naar punt 5 van hoofdstuk 2. Alleen nog deze bedenking: elk gebrek aan overgave, elke opstandigheid, komt neer op een weigering om het kruis te dragen dat van U wordt gevraagd en dat U alleen maar op de schouders wordt gelegd omdat dit voor Uw Eeuwig Goed zo moet zijn. Het is dus tevens een gebrek aan vertrouwen op Gods Wijsheid.

    44. Plichtsbewustzijn

    Plichtsbewustzijn is de deugd die U in staat stelt, te allen tijde te beseffen wat U moet doen om het goede na te streven. Het kan dus worden beschouwd als een vorm van aandacht voor de stem van Uw geweten. Deze deugd houdt ook verband met gehoorzaamheid.

    Een gebrek aan plichtsbewustzijn komt voor bij de mens die wij nalatig, zorgeloos of nonchalant noemen. Deze ondeugd betekent dat de mens onvoldoende beseft wat gedaan moet worden of wat hoort. Ieder mens heeft in dit leven een welbepaalde roeping, een opdracht die hij moet vervullen om zijn aandeel in het volbrengen van Gods Plan te verwezenlijken. Een ziel die voldoende geopend is voor deze opdracht, wordt door het eigen geweten gewaarschuwd wanneer zij bezig is, de vervulling van deze ingeboren plicht te verwaarlozen. Plichtsbewustzijn is dan het vermogen om de positie die God U in het leven heeft gegeven, zo getrouw mogelijk te bekleden, en de daarmee gepaard gaande taken zo gewetensvol mogelijk te vervullen. Naarmate een ziel zich verder van God verwijdert, kan zij ook de voeling met het eigen geweten verliezen, want het geweten zou in zekere zin vergeleken kunnen worden met een radio die de instructies van Gods Geest opvangt, evenals de boodschappen die reeds in de eigen ziel zijn gelegd bij haar schepping. Zodra het bewustzijn afgesneden wordt van het geweten, voelt de ziel niet meer wat van haar werkelijk verwacht wordt. De eigen roeping is dan niet duidelijk meer, de mens stelt zich vragen over de ware zin van zijn leven, en het plichtsbewustzijn kan volledig uitgeschakeld worden. Het verschil tussen goed en kwaad wordt eveneens niet meer duidelijk herkend.

    In het verlengde van wat ik zopas heb beschreven, wil ik U erop wijzen dat het eveneens als een ondeugd te beschouwen is wanneer U de knaging van Uw geweten (wroeging!) tracht het zwijgen op te leggen opdat het U niet langer zou herinneren aan bedreven zonden. Laat ik wel het volgende duidelijk stellen: indien U een zonde bedreven hebt en U hebt deze in alle oprechtheid en met berouw gebiecht en de bijhorende penitentie en eventuele boetedoening uitgevoerd, mag U er niet meer blijven aan terugdenken noch er op terugkomen, want God beschouwt dit als twijfel aan Zijn Liefde en Barmhartigheid. De schuld is vereffend, dus is voor God de rekening afgesloten. Maar zolang U een zonde niet hebt gebiecht, mag U niet de stem van Uw geweten trachten te verstikken door te doen alsof er niets gebeurd is. Dit is een uiting van gebrek aan Liefde voor God en aan plichtsbewustzijn tegenover Hem, en komt voor God ook over als een bewust afwijzen van de ingevingen van de Heilige Geest die U er via Uw geweten (dat dienst doet als 'radio-ontvanger' voor Gods boodschappen) onophoudelijk tracht aan te herinneren dat Uw ziel niet in staat van genade verkeert. Negeer daarom de stem van Uw geweten nooit, want de knaging, hoe pijnlijk zij ook is, dient precies om U te herinneren aan het feit dat God U een kans geeft om Uw Eeuwige Zaligheid te verzekeren: deze kans neemt de vorm aan van het Sacrament van de Biecht. Houd dit gegeven steeds voor ogen als een aansporing om regelmatig te biechten.

    Het niet nakomen van afspraken, heb ik reeds vermeld als een overtreding van de deugd van betrouwbaarheid. Het kan ook worden beschouwd als een gebrek aan plichtsbewustzijn, en het is tevens een vorm van oneerbiedigheid ten aanzien van Uw medemens. Wanneer U met iemand iets afspreekt, en zonder dat bepaalde omstandigheden buiten Uw wil U verhinderen om deze afspraak na te komen, zodat Uw medemens vergeefs op U wacht, komt U inderdaad Uw plicht jegens hem niet na, en schiet U tevens tekort aan respect voor deze mens, die wellicht bepaalde regelingen heeft moeten treffen om U tegemoet te komen.

    Gebrek aan plichtsbewustzijn kan optreden in de vorm van verwaarlozing van mensen of wezens die aan Uw hoede toevertrouwd zijn, zoals dat het geval is bij kinderverwaarlozing en verwaarlozing van dieren. God heeft het tot onderdeel van Uw levensopdracht gemaakt, voor deze wezens te zorgen, en Hij verwacht van U dat U dit doet zoals Hij: met overgave, Liefde, rechtvaardigheid. Het verzuimen of verwaarlozen van de religieuze opvoeding van Uw kinderen, is een ander voorbeeld van gebrek aan plichtsbewustzijn: religieuze opvoeding moet hen de christelijke waarden meegeven die zo belangrijk zijn om een stevig fundament voor het leven van hun ziel op te bouwen.

    45. Eerbied

    De eerbied is een deugd waaronder een heel brede waaier van gedragingen en toestanden kan vallen. Enkele daarvan behoren tot de zwaarste overtredingen tegen Gods Wet. Eerbied is, zoals het woord zegt, 'eer bieden', 'de verschuldigde eer betuigen'. Aan wie of wat? Aan God, aan Uw medemens, aan de Schepping. Waarom eerbetoon geven? Omdat U daarmee de waarde en waardigheid van God, Uw medemens en de Schepping erkent. Eerbied tegenover God is één van de elementen van de Liefde tegenover God, en komt ook in de godsvrucht tot uitdrukking. In feite is elke vorm van eerbied in het diepste van haar wezen een vorm van eerbied aan God.

    Een rechtstreekse zonde tegen de eerbied jegens God ligt in het misbruiken van Zijn allerheiligste naam, bijvoorbeeld in het vloeken, dat dagelijks zo veelvuldig gebeurt. Even vaak als door het vloeken, wordt oneerbiedig jegens God gehandeld door de godslastering. Godslastering is elke uitspraak waardoor God voornamelijk beledigd wordt door over Hem een beeld op te hangen dat Zijn ongeëvenaarde waardigheid neerhaalt in de oren en de geest van de mens die de godslastering hoort, en door op een negatieve of beledigende wijze over Hem te spreken. Een hele reeks zonden tegen de eerbied jegens God worden bovendien dagelijks bedreven in alle kerken ter wereld door allerlei oneerbiedig gedrag, dat volkomen ongepast is voor een mens die doordrongen zou moeten zijn van Gods Aanwezigheid: onbetamelijke houding of kleding, spreken in de kerk (hoe vaak bent U getuige van luidruchtige gesprekken, en daarenboven vaak over onderwerpen die allerminst thuishoren op een gewijde plaats), verstrooid zitten rondkijken, enzovoort, om nog niet eens uit te weiden over de hartverscheurende wijze waarop vele Communies ontvangen worden. Met deze laatste komen wij op het terrein van de heiligschennis, waarover ik het reeds heb gehad.

    U kunt God eerbied bewijzen door Zijn Schepping te respecteren. Daarom is bijvoorbeeld bewuste milieuvervuiling (gebruik van pesticiden, roken, laten rondslingeren van zwerfvuil, verbranden van voorwerpen die chemicaliën aan de lucht afgeven, enz.) een ondeugd. God heeft de Schepping gemaakt met een ingebouwde harmonie, een evenwicht tussen die ontelbare elementen (mens, dieren, planten, klimaat enz.) die noodzakelijk is om het leven van de diverse lichamen mogelijk te maken. Voeding, ademhaling, alle lichamelijke functies van alle levende wezens, zijn slechts mogelijk zoals God deze heeft bedoeld, voor zover alle elementen van de Schepping in een welbepaalde onderlinge harmonie leven, binnen bepaalde schommelingen. Zodra de onderlinge schommelingen te groot worden, ontstaan onevenwichten die de levenskracht van diverse soorten ondermijnen. Daarom allerlei afwijkingen, uitstervende soorten, ziekten, geestelijk en emotioneel lijden, enzovoort. Bewuste verstoring van de natuur, in welke vorm dan ook, hoort hier eveneens onder. Mishandeling van dieren, alsook het misbruik en de uitbuiting van dieren om commerciële redenen en uit winstbejag, zijn eveneens een gruwel in Gods ogen. Zij zijn uitingen van een groot gebrek aan Liefde voor de wezens in kwestie, aan eerbied voor Gods Werk, en van een totaal onvermogen om Gods Schepping te beheren (een taak die aan de mens werd toevertrouwd). Wie zich hieraan bezondigt, zal voor Gods Gerechtigheid zwaar ter verantwoording worden geroepen.

    Tegen de noodzaak van eerbied voor God wordt vaak en heel zwaar gezondigd door gebrek aan respect voor het leven. Tot deze vorm behoren de zwaarste zonden: moord, abortus, euthanasie. Bepaalde vormen van gebrek aan respect voor het leven worden in de wetgeving van bepaalde landen niet langer als misdaad beschouwd. Niettemin blijven zij zware overtredingen tegen de Wet van God, en het is volgens die Wet dat Uw ziel geoordeeld zal worden. Voor Gods Gerechtigheid kunt U Uzelf niet vrijpleiten door U te beroepen op de toepassing van een menselijke wet, die geïnspireerd is op een dwaling tegenover Gods Leerstellingen.

    Moord is ook in de menselijke wetgeving ongeoorloofd. Het is het eigenhandig en op gewelddadige wijze beëindigen van een mensenleven. Abortus en euthanasie zijn tegenwoordig in diverse landen toegestaan, maar zijn een vreselijke gruwel in Gods ogen. Waarom is dat zo? Omdat de mens hierdoor ingrijpt op Gods Plan. In het geval van abortus geldt bovendien dat deze wordt gepleegd als een 'oplossing' voor de gevolgen van een handeling (de lichamelijke vereniging) die in Gods ogen vaak als onvoorzichtig kan worden beoordeeld (alles met het oog op de omstandigheden waarin zij werd gesteld, economische toekomstvooruitzichten enzovoort). God beschikt op grond van een Eeuwige Wijsheid over de levensduur en de wijze van leven en sterven van elke mens. Wanneer een mens daarop ingrijpt, bezondigt hij zich aan een zware overtreding tegen Gods Plan. De mens heeft er geen idee van hoe zwaar hij Gods Plan verstoort door dergelijke handelingen. Om die reden zijn en blijven dit zware zonden van  ongehoorzaamheid, onbezonnenheid en gebrek aan Liefde en eerbied.

    Eveneens een gebrek aan eerbied voor het door God beschikte leven, is het gebruik van anticonceptiemiddelen. Eerbied tussen mensen vindt op grote schaal reeds haar uitdrukking in alle regels die vervat zitten in de verklaringen betreffende de mensenrechten. Doch ook op de kleinere schaal, in de alledaagse betrekkingen tussen mensen, is deze deugd onophoudelijk aan de orde. Van gebrek aan eerbied tegenover Uw medemens is sprake wanneer U hem van zijn menselijke waardigheid berooft, of zelfs wanneer U hem opzettelijk of door onachtzaamheid in een situatie brengt die hem schade kan toebrengen. Een voorbeeld dat veelvuldig voorkomt: roken in de nabijheid van een mens die U niet kent. In dat geval kunt U niet weten of deze mens al dan niet lijdt aan een ziekte of lichamelijke zwakheid waardoor hij geen rook verdraagt. Houd daar rekening mee.

    Eerbied tegenover Uw medemens betekent verder dat U zijn bezittingen respecteert. Gebrek aan eerbied ligt bijvoorbeeld in diefstal, bedrog, in woeker, in afperserij en omkoperij. Al deze handelingen hebben overigens ook te maken met een neiging om zichzelf materieel te verrijken ten koste van de medemens, en geven dus ook reeds blijk van een totaal misplaatst waardenbesef: de voorrang geven aan vergankelijke rijkdom, ten koste van het werk en de stoffelijke verdiensten van een medemens. Het geeft uitdrukking aan het feit dat U meent gelukkig te kunnen zijn terwijl een medemens door Uw toedoen in problemen wordt gebracht. Het is een vorm van de meest verwerpelijke zelfzucht. Iets gelijkaardigs geldt ook voor vandalisme, opzettelijke verwoesting of beschadiging van de bezittingen van een medemens, of voor het toebrengen van schade aan de dieren van een medemens. Elk middel, elke handeling, waardoor men opzettelijk een medemens schade berokkent of hem iets ontneemt, is een uiting van gebrek aan eerbied en aan Liefde. Bedenk dat U met dit alles niet alleen de medemens, maar ook God in die medemens benadeelt.

    Een elementaire vorm van eerbied is de beleefdheid, die reeds tot uiting kan komen in het begroeten van Uw medemens. In onze moderne wereld is het niet gebruikelijk, iedereen te begroeten die men ontmoet. Nochtans zou dit niet abnormaal of tegennatuurlijk zijn, wel integendeel, want God woont in elke medemens. Indien U dus God wil begroeten in Uw medemens doch dit niet te opzichtig wil doen, zou U Uzelf kunnen aanwennen, elke mens die U ontmoet in Uw hart te begroeten. In elke ontmoeting, ook in een 'toevallige' voorbijganger op de straat, gaat God Zelf aan U voorbij, evenals de engelbewaarder van die mens. Door dit voor ogen te houden, zult U Uw medemensen en zelfs elke vluchtige ontmoeting heel anders beginnen te bekijken. Onbeleefdheid kan tot uiting komen in de woorden die U spreekt, in de toon waarmee U de woorden uitspreekt, in handelingen waarmee U Uw medemens stoort of hindert, maar ook in de wijze waarop U naar hem kijkt, en zelfs in tekenen van onverholen verveling. Het komt bijvoorbeeld wel eens voor dat U met iemand in gesprek bent, en dat U aan bepaalde blikken, handelingen of bewegingen van die mens begint te merken dat hij U in stilte duidelijk tracht te maken dat U hem verveelt. Dat zijn uitingen van onbeleefdheid, maar ook van tactloosheid in zoverre die mens zich niet eens de moeite getroost om zijn verveling te verbergen. Veelvuldig wordt tegen de eerbied gezondigd door het uiten van grove beledigingen of het uitschelden van een medemens. Nog groter is deze ondeugd indien U achteraf nooit excuses aanbiedt.

    Een veel voorkomende vorm van gebrek aan eerbied, komt tot uiting in het bespotten van Uw medemens, hem voor de gek houden, hem imiteren (bepaalde opmerkelijke karaktertrekken, gedragingen, zegswijzen, gelaatsuitdrukkingen enzovoort van Uw medemens op een zodanige wijze nabootsen dat deze hierdoor in het belachelijke worden getrokken). Ook het misbruik van het feit dat Uw medemens minder ontwikkeld is, het misleiden van een medemens die niet zo verstandig is, het in onrust brengen van Uw medemens, hem iets op de mouw spelden of hem bedriegen, behoren tot het gebrek aan eerbied. Hetzelfde geldt wanneer U Uw medemens het leven zuur maakt door allerlei negatieve gedragingen of woorden.

    Gebrek aan eerbied is ook, neerkijken op Uw medemens op grond van zijn beroep, inkomsten, afkomst enzovoort. Deze dingen zijn zo beschikt door Gods Voorzienigheid. Indien U daar op neerkijkt, beledigt U God Zelf, want dit komt neer op kritiek op de Goddelijke Orde. Wanneer U Uw medemens negeert of doet alsof hij er niet is, bent U eveneens oneerbiedig jegens hem.

    In zekere zin zou ook het misbruik van vertrouwen van een medemens als vorm van oneerbiedigheid jegens hem beschouwd kunnen worden. Iemand vertelt U iets in vertrouwen, en keurt U dus waardig om zijn 'geheim' te vernemen, en achter zijn rug om verklapt U deze vertrouwelijke informatie aan iemand anders die niet geacht werd, deze te vernemen. Er is wel een grote uitzondering op deze ondeugd: Wanneer iemand U in het geheim medeplichtig wil maken aan een onchristelijke daad (bijvoorbeeld een misdaad), is er geen sprake van gebrek aan naastenliefde wanneer U dit niet geheim houdt, vaak integendeel.

    Mensen geven er zich zelden rekenschap van, maar ook het verspillen van voedsel of van andere goederen (voor zover het opzettelijk gebeurt, niet in geval van overmacht) is een gebrek aan eerbied jegens God, die het U heeft gegeven. Verspilzucht is de neiging om bruikbare dingen weg te gooien. Bedenk bovendien welke kaakslag dit toebrengt aan God, die elke dag Getuige is van de schrijnende nood van vele mensen, ook in Uw eigen dichte omgeving.

    46. Tact

    Tact zou ik willen omschrijven als een fijngevoeligheid voor de emoties en innerlijke beleving van Uw medemens. Tactloos gedrag is gedrag dat geen rekening houdt met de gevolgen van dat gedrag in het aanvoelen bij de medemens, en dat daardoor aanstoot geeft. Dat kan gebeuren door daden of door woorden. U kunt een medemens schokken door iets te doen of te zeggen dat bij hem overkomt als een brutale kwetsuur, of dat hem verbijstert door het onverwacht gevoelloze karakter van Uw handeling of Uw uitspraak, en hem eventueel zelfs schaadt in zijn waardigheid. Tactloosheid is tevens onbeleefdheid die gepaard gaat met onwijsheid, en wekt bij de gekwetste de indruk dat U weinig inzicht of inlevingsvermogen in de gevoelswereld van de mens in het algemeen bezit. Het is een ondeugd doordat het mensen emotioneel pijnigt of onbehaaglijk maakt. Tactloosheid vormt in wezen de kern van de ondeugd waarnaar wordt verwezen in het gezegde dat reeds bij de Romeinen bestond: "de mens is een wolf voor zijn medemens": Mensen kunnen wreed zijn voor elkaar, ook met woorden, en verslinden soms elkaars hart.

    Tact houdt steeds op één of andere wijze verband met het sparen van de gevoelens van Uw medemens. Daarbij moet U er steeds op bedacht zijn dat deze houding gepaard moet gaan met oprechtheid. Zonder oprechtheid is tact niets anders dan voorgewend begrip voor de ander, wat heel kwetsend kan zijn doordat deze zich door U bedrogen of zelfs belachelijk gemaakt kan voelen. Weinige dingen zijn pijnlijker voor Uw hart dan plots tot het besef te komen dat een medemens U niet ernstig neemt of U met geveinsde lieftalligheid benadert, zodat U het gevoel krijgt dat hij U voor dom of oppervlakkig houdt.

    Iemands gevoelens kwetsen, kan op onvoorstelbaar veel manieren gebeuren. Bijvoorbeeld: wek tegenover een zieke niet het gevoel dat U hem vies vindt omdat hij ziek is. Indien iemand zich bezeert, lach dan niet omdat U de situatie komisch vindt. Indien Uw medemens iets heeft gedaan met de bedoeling, U een plezier te doen, maak hem dan niet op een weinig fijngevoelige manier een verwijt omdat hij het niet helemaal volgens Uw inzichten heeft gedaan (wie garandeert U dat Uw werkwijze de enige juiste is?). Maak geen grappen in de nabijheid van een overledene of na diens begrafenis, want zijn dierbaren kunnen hier (terecht) aanstoot aan nemen.

    In feite zou men het openlijk onbeantwoord laten van iemands groet, eveneens een vorm van tactloosheid kunnen noemen, want het is een gedraging die de medemens schokt: Hij heeft U eerbied betoond door U te groeten, en U kwetst hem door hem niet waardig te keuren om Uw wedergroet te ontvangen. Hierdoor plaatst U hem als het ware openlijk beneden Uzelf. Een andere vorm van gebrek aan tact schuilt in het belerend spreken met Uw medemens. Wanneer U vaak tot een mens spreekt met woorden of op een toon alsof U hem voortdurend terechtwijst of instructies moet geven, kan dit ergernis opwekken en zelfs kleinerend overkomen: U wekt hierdoor bij hem de indruk alsof hij voor alles Uw aanwijzingen nodig heeft, zelf niets goeds kan doen, nergens verstand van heeft, of dat U er automatisch van uitgaat dat Uw eigen handel- en werkwijze de enige juiste zijn. Ik heb deze neiging ook reeds in punt 28 besproken, omdat zij een duidelijk element van hoogmoed in zich draagt. Zo ook is het tactloos, Uw medemens die U een vraag heeft gesteld, te antwoorden op een zodanige wijze dat deze het gevoel krijgt dat hij in Uw ogen dom is.

    Een voorbeeldje van gebrek aan tact in het religieuze leven: vaak verlaten mensen de kerk nog vόόr of tijdens het zendingswoord of de priesterlijke zegen tot besluit van de Heilige Misviering. Dat is een gebrek aan tact tegenover de priester, en bovendien een gebrek aan eerbied tegenover Uw medemens en tegenover God. Bedenk bovendien dat de Heilige Mis een gestructureerd geheel uitmaakt waarin elk onderdeeltje een diepe betekenis heeft. Overweeg daarom goed dat het afbreuk doet aan de waarde van Uw spirituele oefening indien U zelfs maar een minuut te laat in de kerk aankomt of deze een minuut voortijdig verlaat.

    47. Rouwmoedigheid

    Rouwmoedigheid is de gesteldheid waarbij de ziel gedreven wordt door een liefdevol berouw over bedreven zonden of gemaakte fouten. Ik zou kunnen zeggen dat het vermogen om berouw te voelen neerkomt op een vermogen om naar de eigen ziel te kijken vanuit Gods ogen, en op grond daarvan af te meten in welke mate men God heeft bedroefd. Rouwmoedigheid heeft dus veel te maken met liefde tot God. Een mens die onverschillig is over zijn eigen zonden, fouten, tekortkomingen, nalatigheden en onvolkomenheden, heeft niet begrepen wat elke fout betekent binnen dat zo broze evenwicht tussen genade en ongenade van de mensheid als geheel. Elke fout, hoe gering ook, heeft een weerslag op het gewicht van de collectieve zondeschuld van de mensheid als geheel tegenover Gods Gerechtigheid, evenals elke goede daad, elk gebed, elk offer, elke boetehandeling deze (in de andere richting) beïnvloedt.

    Hoezeer rouwmoedigheid verband houdt met Liefde tot God, kunt U merken wanneer de beschouwing van het Lijden van Jezus en de Smarten van Maria in Uw hart een ware pijn veroorzaakt, en een neiging om in Uw eigen ziel te kijken in het besef dat ieder mens in grotere of geringere mate aandeel heeft in de noodzaak voor de immense Verlossingsoffers die Jezus en Maria hebben gedragen voor de afbetaling van de zondeschuld van de hele mensheid. Rouwmoedigheid kan zich inderdaad uitbreiden tot een diep gevoelde smart over de zonden van de hele wereld, zelfs van alle tijden, in plaats van louter betrekking te hebben op eigen zonden.

    Rouwmoedigheid is de emotie die de deur opent voor ware inkeer: het 'in-zichzelf-keren' voor een beschouwing van de eigen zielentoestand. Wanneer, door het Licht van de Heilige Geest, het hart wordt geraakt en de geest zich in zichzelf gaat keren in het besef van een begane zonde of van een ontspoord gedrag (dat eventueel reeds lange tijd in stand wordt gehouden), kan dit aanleiding geven tot een diepe pijn, die verband houdt met het bewustzijn van de pijn die dit gedrag het Hart van God heeft aangedaan. Deze gesteldheid is het berouw, de ware spijt die niet zelden gepaard gaat met een gevoel van schaamte over de eigen onvolkomenheid, een gevoel van schuld over de eigen negatieve bijdrage tot de zondeschuld van de mensheid.

    Normaal gesproken wordt in deze gesteldheid het hart ontvankelijk gemaakt voor de genade van zelfverbetering, eerst en vooral een diep gevoelde behoefte tot goedmaking van de zonde, bijvoorbeeld door een zekere vorm van boete, en daarna vaak een neiging tot het inslaan van nieuwe gedragswegen, in de gunstigste gevallen een soort van “wedergeboorte voor het Licht'. Dit proces is wat gebeurt bij de ware bekeringen. Rouwmoedigheid werkt motiverend: niets is meer in staat om de mens aan te zetten tot een nieuw en deugdzamer leven dan het berouw op grond van het besef van de draagwijdte van zelfgemaakte fouten voor de eigen ziel, de invloed ervan op de medemens, en de wonde die zij toebrengen aan Gods Hart.

    Rouwmoedigheid is als een deur die opengaat voor het Licht en de Liefde. Zij spoort aan om meer in overeenstemming te gaan leven met Gods verwachtingen, mede doordat de rouwmoedige ziel het gevoel krijgt dat elke begane zonde een gemiste kans is geweest, verloren tijd die niet optimaal benut is. Deze ziel heeft begrepen welke schade de duisternis aanricht, en zoekt daarom met volle teugen te drinken van het Licht om de eigen wonden te genezen.

    Van gebrek aan rouwmoedigheid is sprake bij de mens met een laag zondebesef, die aan zijn eigen fouten, zonden en dwalingen niet zwaar tilt omdat hij ze ofwel niet als dusdanig herkent, ofwel de gevolgen ervan niet kan inschatten, ofwel niet de Liefde kan opbrengen om een nieuw leven te beginnen, ofwel een combinatie van deze factoren in zich verenigt. In dit geval is ook geen motivatie aanwezig om gebruik te maken van het Sacrament van de Biecht, of indien wel gebiecht wordt, gebeurt dit zonder oprecht berouw, als een eerder mechanische handeling, of uit gewoonte, of uit een soort vrees voor straf vanwege Gods Gerechtigheid, doch zonder de Ware Liefde die nodig is om werkelijk tot bekering te komen.

    'Bekering' is een begrip dat vaak verkeerd wordt ingeschat. Het heeft niet uitsluitend betrekking op zware zondaars. Bekering is een bijsturing die elke dag opnieuw nodig kan zijn, doordat de mens geen dag vrij is van fouten, ook al zijn ze niet altijd ernstig. In De Hemelse Bruiloft heb ik de vergelijking gemaakt met een auto op een weg. U rijdt op de levensweg, en begaat een zonde of fout. Deze zonde of fout is een slippartij. Al naargelang de ernst ervan, kunt U in een afgrond, in een ondiepe greppel, of gewoon in het gras naast de weg terechtkomen. Bekering is nu de handeling, het manoeuvre, waardoor U opnieuw op de weg terugkeert om Uw levensreis naar het Licht van God verder te zetten. Uw wagen kan zware schade hebben opgelopen, of zonder een schrammetje gewoon even uit koers geslagen zijn, maar slechts één ding telt in Gods ogen: dat U moeite doet om op de weg terug te komen en verder te rijden. Niet de zonde is een schande, wel Uw onwil om op de juiste weg terug te komen en naar het Licht toe te rijden.