|
38. Voorkomendheid
Voorkomendheid is de deugd die de mens in staat stelt, reeds
voortijdig tegemoet te komen aan de noden van zijn medemens. Het is de
gesteldheid van de ziel die steeds oog heeft voor de behoeften van de naaste
omdat zij bezorgd is dat haar naaste gebrek zou lijden. Het is de gesteldheid
van Maria die op de Bruiloft te Kana tot Jezus zei "Zij hebben geen
wijn meer", omdat het Haar ter harte ging dat Haar medemensen niets
tekort zouden komen. De voorkomende ziel voelt als het ware intuïtief aan
wanneer een medemens een bepaalde nood heeft. Vaak schuilt dit in kleine dingen.
Bijvoorbeeld: U ziet dat een oude dame op een deur toestapt,
en in een flits opent U de deur nog vόόr zij naar de deurknop kan grijpen; of
op een openbaar vervoermiddel (bus, trein, tram) ziet U een zwangere vrouw, of
een mens waarvan U het gevoel hebt dat hij of zij onwel is, en die geen
zitplaats kan bemachtigen, en U staat Uw eigen plaats af. Voorkomendheid is ook
bijvoorbeeld plaats maken voor een voorbijganger op het voetpad, of voor iemand
met wie U samen voor een uitstalraam of voor een spiegel staat, enzovoort. Het
kan ook zijn: iemand een lift geven met de wagen, waardoor U hem misschien een
lastig eindje lopen bespaart. Door deze kleine handelingen 'voorkomt' U dat de
mogelijke nood van die medemens nog groter zou worden. Deze dingetjes, hoe gering
zij ogenschijnlijk ook zijn, kunnen heel wat teweeg brengen in het hart van hem
of haar die er de begunstigde van is. Waarop steunt deze deugd? Op
naastenliefde, inlevingsvermogen, een geopend hart, en soms op een goede dosis
zelfverloochening.
Voorkomendheid is ook bij uitstek een deugd met een
opvoedende waarde, want in bepaalde gevallen verwijst U daardoor voor Uw
omgeving op een fijngevoelige wijze naar de diepste lessen van de christelijke
leer. Deze deugd is echter alleen dan zuivere deugd te noemen wanneer U haar
beoefent zonder ook maar een ogenblik stil te staan bij enig voordeel die zij U
kan brengen: U mag geen beloning verwachten, in welke vorm dan ook, al was het
maar een vriendelijk hoofdknikje als dank. Volgt deze dank wél spontaan, dan
bezegelt deze uiteraard de akte van naastenliefde en flitst Gods Licht tussen
twee harten op, maar U hebt dit niet zo beoogd. De enige drijfveer moet deze
zijn: de bedoeling om Uw medemens spontaan te dienen. Het tegendeel van
voorkomendheid is de onverschilligheid ten aanzien van de moeilijkheden of
noden van een medemens. In dit geval is sprake van een gebrek aan aandacht of
belangstelling voor zijn lasten.
39. Hoffelijkheid
In bepaalde gevallen is er weinig verschil tussen
voorkomendheid en hoffelijkheid. Hoffelijkheid heeft echter veel te maken met
elementaire beleefdheid. Zij behelst het vermogen om Uw medemens met een
zorgzame Liefde te dienen in woord en daad. Hoffelijkheid betekent in de eerste
plaats: Uw medemens niet grof te behandelen, noch met woorden noch met daden.
Het is de eigenschap waardoor U Uw medemens een zekere status van voornaamheid
verleent. Bekend is de hoffelijkheid als onderdeel van de formele etiquette in
vroegere meer welgestelde samenlevingskringen, waarbij over het algemeen een heer
tegenover een dame een bepaalde gedragscode hoorde te volgen waarbij de dame
benaderd en behandeld werd met voorname beleefdheid, een voorkomendheid die
vaak heel ver reikte, een bijna tedere voorzichtigheid en volgens een aantal
regels die zelfs als onderdanigheid omschreven kunnen worden. Daarbij
mocht de heer zich niet uit zijn lood laten slaan in situaties waarbij hij tot
een zekere mate van zelfvernedering moest komen.
In grote trekken vat dit gebruik in feite de kenmerken van
de hoffelijkheid samen. Het is een deugd die U het vermogen schenkt, in alle
omstandigheden beleefd en dienend te zijn, en zonder terughoudendheid de ander
boven U te stellen. In feite kan dienstbaarheid als de kern van deze deugd
worden beschouwd. Hoffelijkheid kunt U ook in Uw eigen dagelijks leven in
praktijk brengen. Een paar voorbeelden: U kunt iemand voorrang geven aan een
winkelkassa, terwijl U in feite vόόr deze mens aan de beurt bent, bijvoorbeeld
indien U het gevoel hebt dat deze mens minder tijd vrij heeft dan U, of dat hij
het moeilijk heeft. Een ander voorbeeld: Bent U een roker? Rook dan niet in de
nabijheid van een zieke, van een bejaarde of van een kind, en zelfs bij
voorkeur helemaal niet in de nabijheid van andere mensen, want U stelt hen
daardoor bloot aan door hen ongewilde negatieve invloeden voor hun gezondheid.
40. Positiviteit
Positiviteit is de gesteldheid waarbij U het goede in U laat
rijpen tot het zich helemaal meester maakt van Uw denken, handelen, spreken en
voelen. Het is het toelaten dat God waarlijk in U werkt en Zijn Werk door U
verder zet. Wanneer een ontmoeting tussen twee mensen plaatsheeft, en tenminste
één van beiden is positief ingesteld, rust Gods Vrede op deze ontmoeting.
Wanneer ze echter allebei negatief ingesteld zijn, kunnen geen goede dingen
tussen hen tot stand komen.
Een negatieve gesteldheid wordt gekenmerkt door
zwartkijkerij, pessimisme (wanneer droefgeestigheid of neerslachtigheid tot een
vaste gesteldheid wordt), de neiging om in alles eerst het slechte te zien
(althans wat de mens zelf als slecht beschouwt, want een negatief ingestelde
mens spreekt ook over vele neutrale dingen met bitterheid, sarcasme, op
neerbuigende toon enzovoort). Hij vertoont eveneens de neiging om op alles wat
hem wordt verteld, een negatief geladen antwoord te geven, een antwoord dat
ontmoedigt of dat op een onvriendelijke toon uitgesproken wordt.
De negatief ingestelde mens heeft de neiging, bewust of
onbewust alle blijmoedigheid bij zijn medemens de kop in te drukken. Zijn
uitstraling is vaak zo mat dat hij zelfs reeds bij het betreden van een kamer
het Licht van blijmoedigheid van zijn medemens met een sluier lijkt te
bedekken. Hij heeft een negatieve ingesteldheid tegenover het leven en zijn
medemensen, hij ziet in alle mensen en dingen overal fouten, gebreken en
tekorten, levert gemakkelijk kritiek, oordeelt en veroordeelt snel en vaak
ondoordacht. Zijn hele gedrag en spreken worden vaak voelbaar gevoed door
bitterheid, niet zelden op grond van onverwerkte ervaringen uit zijn (nabij of
verder afliggend) verleden.
Een negatief ingestelde mens put zijn eigen ziel uit. Maar
er is iets opmerkelijks: hebt U wel eens gemerkt hoe sommige mensen, die
negatief ingesteld zijn en zich werkelijk lusteloos en mat door de dagen lijken
te sleuren, plots tot leven schijnen te komen wanneer zij negatieve dingen
beginnen te vertellen? Het lijkt dan alsof zij één en al energie zijn.
In de kern beschouwd, zou de deugd van de positiviteit
gezien kunnen worden als de overkoepelende gesteldheid waarmee de mens gezegend
was vόόr de erfzonde, in die zin dat zij in feite steunt op het optimisme dat
volkomen ontwikkeld is in de mens die totaal door God bezield wordt,
onbezoedeld door duivelse inmenging. Wanneer de gesteldheid van positiviteit
sterk ontwikkeld is, leeft de mens met zijn hart en geest méér in de Hemel dan
op aarde. Bij elke beproeving gaat hij er zonder moeite van uit dat hij deze
zonder meer zal overwinnen want dat God hem in alles leidt, en dat indien al
niet tijdens dit leven een gunstige vrucht ervan blijkt te rijpen, deze dan
toch onvermijdelijk op hem wacht in het Eeuwig Leven erna. Zo valt het hem niet
moeilijk om alles te relativeren, want hij heeft begrepen dat Gods Gerechtigheid
en Barmhartigheid elke rekening vereffenen. Van alle onrecht weet hij dat ten
laatste in het Eeuwig Leven compensatie volgt. Telkens iets onaangenaams zijn
levensweg kruist, vindt hij spoedig zijn moreel evenwicht terug, want hij heeft
begrepen dat de beproeving gedragen moet worden, dat zij hoe dan ook
vruchtbaar is, en dat hij des te meer draagkracht zal ontwikkelen naarmate hij
haar positiever benadert: één en dezelfde beproeving kan ofwel positief
benaderd worden en daardoor veel lichter en vruchtbaarder worden, ofwel
negatief (onder protest, in neerslachtigheid, met ergernis, nors, met
boosheid...) benaderd worden en daardoor ondraaglijk worden en zelfs lichaam en
ziel naar de afgrond voeren.
Positiviteit is aldus de levenshouding van de ziel die alles
samen met God (Maria) wil doorstaan. Negativiteit daarentegen is de
levenshouding van de ziel die zich in alles door de satan laat ontmoedigen en
beïnvloeden (over het algemeen door te veel belang te hechten aan commentaren
van mensen), haar eigen levensweg daardoor nodeloos laat verzwaren door alle
situaties met een bezwaard hart te benaderen, aldus zichzelf tot grootste
vijand heeft, en bovendien Gods Plan flink in de weg staat door haar eigen
levensopdracht en roeping aan banden te leggen en andere mensen te ontmoedigen.
41. Vertrouwen
Vertrouwen is een gesteldheid van innerlijke rust en
zekerheid over de goede afloop van de dingen in Uw leven. Vertrouwen steunt op
de stille innerlijke wetenschap dat God voor alles zorgt, dat Zijn
Voorzienigheid alles regelt en dat, zelfs al is de weg zwaar, het einddoel
verzekerd is mits men de weg aanvaardt zoals hij is. De vertrouwvolle
ziel houdt rekening met de beproevingen, tegenkantingen, de hindernissen op de
weg, maar hij neemt deze erbij als normale verschijnselen. Zij brengen hem niet
van zijn stuk, want zijn geloof is verweven met zoveel Liefde en een zo groot
vermogen tot volharding dat hij bereid is om slag te leveren wanneer en indien
de gelegenheid of de noodzaak daartoe zich aandienen. Hij maakt zich niet bij
voorbaat zorgen over de weg, omdat hij de innerlijke zekerheid bezit dat hij te
gepasten tijde uitgerust zal zijn met het materiaal dat noodzakelijk is om de
hindernissen de baas te worden.
De vertrouwvolle ziel voelt zich waarlijk een kind van God,
en laat zich daarom niet aan het wankelen brengen: hij zou dit van zichzelf
beschouwen als een belediging aan God, want hij gelooft in Gods macht en in
Zijn Wil om ieder mens die op hem vertrouwt, tot het uiterste bij te staan,
zelfs, indien dit noodzakelijk wordt, op kracht van een wonder. Inderdaad, de
vertrouwvolle ziel geeft zich ook in moeilijke, uitzichtloos lijkende
situaties, niet vlug gewonnen. In zijn gebed aarzelt hij niet om wonderen af te
smeken indien de naastenliefde hem hiertoe beweegt, en hij gelooft ook vast dat
God Zijn Hart laat bewegen tot onverwachte ingrepen wanneer Hij merkt dat de
ziel zich zo totaal naar Hem toe richt. De vertrouwvolle ziel benadert God met
een ingesteldheid die zegt "U moet het doen, want naar wie zou ik anders
gaan?".
In dit verband een woordje over het zogenaamd vermetel
vertrouwen. Vermetel vertrouwen is geen zuiver vertrouwen. Het is de
ingesteldheid van de mens die het niet te nauw neemt met Gods regels in de
veronderstelling dat God automatisch alles zal regelen. Zijn vertrouwen
is niet zuiver, omdat hij ervan uitgaat dat hij zelf geen inspanningen hoeft te
doen, dat Gods tussenkomst er hoe dan ook komt. Een bijzondere uiting van het
vermetel vertrouwen is deze waarbij een mens zich beroept op Gods Barmhartigheid
en deze misbruikt om hem van alle misstappen vrij te pleiten. Deze mens
redeneert Gods Gerechtigheid totaal weg en meent dat God louter en alleen
Barmhartigheid beoefent, geen Gerechtigheid, en hij benut deze veronderstelling
als rechtvaardiging van allerlei fouten. Indien God louter Barmhartigheid is,
kan de mens zichzelf in slaap wiegen in de veronderstelling dat alles automatisch
vergeven wordt.
Deze mensen vergeten dat de Barmhartigheid pas haar volle
uitwerking krijgt voor zover zij blijk hebben gegeven van de wil om volkomen in
overeenstemming met Gods Wet te leven. De mens mag fouten maken, maar hij moet
blijk geven van een vaste wil om die fouten in de toekomst te vermijden en zich
tot het uiterste in te spannen om naar de volmaaktheid te streven. Dàn zal God
het mechanisme van Zijn Gerechtigheid laten compenseren door Zijn
Barmhartigheid. Bij vermetel vertrouwen is er echter sprake van een misbruik
van Gods goedheid, wat door Gods Gerechtigheid aangerekend kan worden als een
belediging: de mens met vermetel vertrouwen meent dat hij Gods Wijsheid om de
tuin kan leiden en Zijn Wet bij zijn eigen behoeften kan aanpassen.
Een vaak voorkomende uiting van gebrek aan vertrouwen
schuilt in de neiging van vele mensen om zelf alles te regelen. De mens die
lijdt aan gebrek aan vertrouwen, maakt zich zorgen over allerlei dingen, hij
piekert, laat zich voortdurend ontmoedigen, begint bij het geringste
windje te twijfelen, verliest gemakkelijk zijn blijmoedigheid, laat zich
gemakkelijk woorden ontvallen zoals "het was natuurlijk te denken dat dit
zou gebeuren". Hij neigt gemakkelijk tot een negatieve ingesteldheid in
alles wat hij doet en zegt. Hij sluit zich wel eens in zichzelf op, doch niet
in een (gezonde) betrachting van stilte in het hart maar wel omdat zijn geest
zodanig warrig is dat hij geen lust meer heeft om te spreken: Het is alsof zijn
geest een leven op zich begint te leiden, waarin allerlei gedachten en
spookbeelden door elkaar heen flitsen, tot hij erdoor uitgeput raakt. De mens
kan zozeer beproefd worden dat hij op zeker ogenblik niet meer gelooft in Gods
Liefde en Barmhartigheid. Ook dit is gebrek aan vertrouwen, want men mag
nooit twijfelen dat God slechts het beste met de mens voorheeft.
Vaak vertonen mensen een gebrek aan vertrouwen door te veel
bezig te zijn met hun lichamelijke gesteldheid, hun gezondheid, en
allerlei kwalen en stoornissen waaraan zij lijden, of ooit hebben geleden, of
waarvoor zij naar de toekomst toe bevreesd zijn. Dit is een vorm van
overbezorgdheid die bij vele mensen heel wat tijd en energie opslorpt. Wanneer
deze bezorgdheid in een hoge graad voorkomt, kan sprake zijn van
hypochondrie, de gesteldheid van de 'ingebeelde zieke' die bij de
geringste pijn of stoornis het ergste vreest. In wezen is dit niets anders dan
een gebrek aan vertrouwen op Gods Voorzienigheid en een te grote aandacht voor
het stoffelijk leven.
Vele mensen komen vroeg of laat in situaties terecht waaruit
zij geen uitweg lijken te vinden, en raadplegen dan waarzeggers, helderzienden,
pendelaars, occulte mediums, samenstellers van horoscopen of andere personen
die praktijken bedrijven die veelbelovend lijken doch in feite doorgaans mensen
bewust misleiden, vaak onder het meest onbeschaamde misbruik van 'Hemelse
krachten': Zij laten mensen geloven dat zij door God geïnspireerd worden, en
richten grote verwoestingen aan in de zielen van de talloze mensen die op zeker
ogenblik beseffen dat zij door deze personen bedrogen zijn. Niet zelden zijn
deze mensen er dan ook van overtuigd dat zelfs God Zelf hen bedrogen heeft. Zij
die deze praktijken bedrijven, misbruiken God voor materialistische
doelstellingen, want zij laten zich betalen voor een prestatie die zij, indien
zij werkelijk door God geroepen zouden zijn, niet anders zouden willen
(en mogen) aanbieden dan uit Liefde en zuiver idealisme, en dus kosteloos.
De mens die dergelijke personen raadpleegt, zondigt tegen
het vertrouwen doordat hij via hun tussenkomst een toekomst of een
lotsbestemming hoopt te achterhalen die God in Zijn Wijsheid uit Liefde
voor hen verborgen houdt: vele dingen zijn mysterie, en het komt de mens niet
toe deze bij voorbaat te kennen. Bovendien zou de mens de kennis van zijn eigen
toekomst veelal niet aankunnen, of zou hij zijn levensloop op die kennis
afstemmen, wat indruist tegen Gods beschikkingen. Uw toekomst willen kennen,
komt neer op onzekerheid, dus op een zelf willen regelen en ingrijpen in
datgene wat de Voorzienigheid voor U heeft beschikt, en dus op gebrek aan
vertrouwen in Gods werking.
In feite gaat onze hele moderne samenleving mank aan een
opmerkelijk gebrek aan vertrouwen op Gods Voorzienigheid. U kunt dit onder
andere vaststellen aan de hand van de mate waarin reclame gevoerd wordt (de
eigen waren op de meest opdringerige wijze aanprijzen, is een uiting van
onzekerheid en van de overtuiging dat men alles zelf moet regelen, uiteraard
naast de doelstelling van de beoogde winst), en de ware revolutie in de branche
van de verzekeringen (dit vormt wellicht de duidelijkste aanwijzing voor de
mate waarin de mens geen vertrouwen heeft in de toekomst die God voor hem
voorziet).
Ik moet Uw aandacht vestigen op de verderfelijke invloed die
deze beide verschijnselen uitoefenen op de zielen, en wel op een onvoorstelbaar
grote schaal. Elke dag worden wij zodanig overspoeld met reclame (met al haar
opdringerigheid, materialisme, onzuiverheid en onbeschaamde leugens) dat vele
zielen erdoor afgestompt worden. Het verzekeringswezen van zijn kant, schept
een atmosfeer van algemene onrust (je weet maar nooit wat er nog allemaal
gebeurt...) en van speculatie over leven en dood. Inderdaad, het leven,
geschenk van God, wordt tot voorwerp van koele berekening, niets méér dan twee
cijfers: een datum (van overlijden, van pensioenleeftijd enzovoort) en een
bedrag (van premie en/of uitkering). Het vangnet schuilt in het feit dat
bepaalde van deze zaken wettelijk verplicht zijn, en dus ook de waarlijk
vertrouwvolle ziel aldus gedwongen wordt om aan dit goddeloze systeem deel te
hebben.
Een uiting van gebrek aan vertrouwen op het vlak van de
samenleving is de neiging die tegenwoordig bestaat om kinderen zo jong mogelijk
psychologisch te begeleiden. Er wordt een ware angstpsychose in het leven
geroepen, waarbij van ouders verwacht wordt dat zij zich bij het
geringste ernstig zorgen beginnen te maken over de intelligentie en de sociale
vaardigheden van hun kinderen. Slechts heel weinig uitzonderingen nemen nog
vertrouwvol en ernstig hun toevlucht tot het gebed, en de oplossingen voor
problemen worden uitsluitend gezocht in wereldse methodes. Ja, wij leven
in een angstmaatschappij. Hoe komt dit? Doordat de mens God de deur gewezen
heeft.
Ik had het reeds over mensen die de neiging hebben om alles
in hun leven zelf te regelen. Ik wil van de gelegenheid gebruik maken om U te
wijzen op de opmerkelijke wegen die Gods Voorzienigheid kan bewandelen in haar
pogingen om de ziel naar de vervolmaking te voeren. Het gebeurt wel eens dat
een mens die absoluut zijn hele leven wil uitstippelen, die nooit op zijn
medemens en nog minder op God wil vertrouwen, en die in alles een onafhankelijk
en vrijgevochten bestaan wil leiden, plots geveld wordt door een ziekte of
gebrek waardoor hij gedwongen wordt om zich aan Gods handen (aan Gods
Voorzienigheid) toe te vertrouwen, bijvoorbeeld door een plotse verlamming,
zodat hij de hulp van medemensen moet aanvaarden. Denk hier even over
na. Gelijkaardige dingen gebeuren niet zelden. God geeft Zijn onderrichtingen
vaak via concrete gebeurtenissen en veranderingen in het leven van de mens.
Vertrouwen heeft (als deugd, en ook in ons taalgebruik) nog
een andere betekenis dan deze van 'het beste verwachten van Gods
Voorzienigheid', namelijk deze waarmee het vermogen wordt aangeduid om 'het
beste te verwachten van Uw medemens'. Wanneer U Uw medemens vertrouwt, betekent
dit dat U ervan uitgaat dat hij het beste met U voorheeft, dat hij eerlijk en
betrouwbaar is, dat U van hem geen kwaad hoeft te vrezen. Uw medemens
vertrouwen, betekent God in hem vertrouwen. Sommige mensen boezemen hun
medemens geen vrede in. Zij houden hem eerder op scherp, als in staat van
alarm, omdat deze zich bij hen niet helemaal op zijn gemak voelt. Dit gevoel: U
'niet helemaal op Uw gemak voelen' bij iemand, wordt ook wel argwaan of
achterdocht genoemd. Van deze gesteldheden is sprake wanneer U het gevoel
krijgt dat Uw medemens U bedriegt, of op grond van zijn gebruikelijk gedrag ten
minste in staat is om U te bedriegen of achter Uw rug om andere dingen te
zeggen of doen dan in rechtstreeks contact met U, en dat hij deze dingen doet
of zegt om U te schaden. Er wordt dan ook gezegd dat U Uw medemens
wantrouwt. In bepaalde gevallen blijkt dit helaas gerechtvaardigd. Zolang
geen aantoonbare redenen voorhanden zijn om achterdochtig, wantrouwend of
argwanend te zijn tegenover Uw medemens, verkeert U echter in ondeugd. Deze gesteldheid
vormt een ernstige rem op alle naastenliefde, zelfs op alle contact, en werpt
vaak een dikke muur op tussen mensen. Laat U niet verleiden tot een snel
oordeel op grond van een oppervlakkig feit zoals een blik of een in haast
gesproken woord, want de omstandigheden kunnen een mens heel anders laten
overkomen dan hij in werkelijkheid is. Zelfs indien U redenen vindt om er vast
van uit te gaan dat een mens niet erg betrouwbaar is, oordeel dan niet, maar
bid voor hem, vermijd contact indien U zich daar niet goed bij voelt, doch
bewaar de Vrede in Uw hart en naar hem toe.
42. Aanvaarding
Aanvaarding is de gesteldheid waarbij U zonder discussie,
zonder opstandigheid, zonder terughoudendheid de lasten van het leven tegemoet
treedt. Het is dus méér dan een lijdzaam ondergaan omdat het nu eenmaal niet
anders kan, het is wel degelijk een bewust aanvaarden van Gods beschikkingen.
Aanvaarding is de eigenschap die U in staat stelt om vrede te hebben met de
wisselende omstandigheden van Uw levensloop. U legt U erbij neer dat niet elke
dag de zon schijnt, want U weet dat regen vandaag nodig kan zijn om morgen de
bloemen te laten bloeien. Zo ligt in aanvaarding het besef dat de beproevingen
noodzakelijk zijn om de vruchten voor de ziel voort te brengen. Aanvaarding is
de absolute voorwaarde om tot dankzegging te kunnen komen. Danken, doet men
gewoonlijk voor iets dat men heeft ontvangen en dat positief, voordelig of
aangenaam is. Dankzegging aan God is in feite als de handtekening op de akte
die God aan U voorlegt en waarin Hij U dag aan dag confronteert met de
bepalingen die Hij voorziet voor het volgende stukje van Uw levensweg. Door Hem
voor alles te danken, ondertekent U als het ware de act van aanvaarding.
De mens die een sterk ontwikkelde deugd van aanvaarding
bezit, beseft dat aanvaarding van beproevingen een act van naastenliefde is.
Alle lijden dat met aanvaarding, dus zonder protest, gedragen wordt, brengt
Heil over de zielen. Het is bovendien een verheerlijking aan de lijdende Jezus,
die U in de aanvaarding van het Kruis is voorgegaan, en aan de Smartvolle
Maria, die reeds bij Haar ja-woord aan de aartsengel Gabriël Haar act van
aanvaarding voor een leven van medeverlossend lijden heeft ondertekend.
Aanvaarding is een uiting van deemoed, nederigheid, en
van gehoorzaamheid. Zij komt neer op de belofte 'ik zal dienen', wat het
tegenovergestelde is van wat de opstandige engelen (dus de duivels) onder
aanvoering van Lucifer uitriepen: 'non serviam' (ik zal niet
dienen). Bedenk steeds dat deze belofte in Gods oren klinkt als engelenmuziek,
want het is op een rotsvaste deugd van aanvaarding dat Hij uiteindelijk Zijn
Rijk op aarde kan funderen. Precies daarom is deze deugd zo genadevol. Net
zoals vele aspecten van de gehoorzaamheid vindt ook de aanvaarding dus haar tegenhanger
in de opstandigheid, het protest.
In zekere zin gaat aanvaarding wel verder dan
gehoorzaamheid: U kunt iemand gehoorzamen omdat hij of zij macht over U heeft,
doch dit betekent niet automatisch dat U zijn of haar bevelen ook werkelijk
aanvaardt. Bij aanvaarding gehoorzaamt U, maar gaat U in Uw hart ook akkoord
met de strekking van het bevel. In zekere zin zou ik dus kunnen zeggen dat
gehoorzaamheid eenzijdig is: God (Maria) laat U een opdracht voelen, en U voert
deze uit. Bij aanvaarding is echter sprake van een overeenkomst in beide
richtingen: U voelt de opdracht, en zegt (met de mond of in Uw hart) dat U
aanvaardt, en dan voert U ze uit. Dit laatste is dus zoals het ondertekenen van
een contract. Bij aanvaarding handelt U méér uit vrije wil dan bij
gehoorzaamheid. Aanvaarding is de voorwaarde om de vruchten van Uw verdiensten
en lijden te plukken, want zonder aanvaarding is het lijden iets dat U opgelegd
wordt. Daar hebt U geen verdienste aan. Bij aanvaarding geeft U te kennen dat U
bereid bent om het kruis te dragen, wat tegenover God ook een grotere
garantie inhoudt dat Zijn Plan met meer overgave uitgevoerd zal worden, want U
hebt als het ware een contract getekend...
43. Overgave en toewijding
Overgave is het vermogen om Uw leven dag na dag zodanig te
laten evolueren dat niet Uw verlangens maar deze van God ermee
gediend worden. Het is het vermogen tot aanvaarding van alles wat gebeurt, in
vertrouwen op de Wijsheid van Gods Voorzienigheid, in het bewustzijn dat
gehoorzaamheid aan Gods schikkingen een vanzelfsprekend gevolg is van het feit
dat Hij alles beter weet en kan dan Uzelf. Toewijding is de levenshouding die
volkomen op dit besef berust. Toewijding is het vermogen om U totaal en zonder
enige beperking aan God (Jezus, Maria) te geven, al Uw doen en laten, werkelijk
alles in Gods handen te leggen. Het is dus afstand doen van Uzelf en van alle
vruchten van Uw handelingen, louter en alleen om daarmee Gods Plannen te
dienen. Het is met andere woorden Uzelf volkomen en vrijwillig ten dienste stellen
van God zodat Hij over U kan beschikken en U naar believen kan gebruiken als
een werktuig om Zijn doelstellingen met de wereld te verwezenlijken.
De meest gebruikelijke vorm van toewijding is deze aan de
Heilige Maagd. De Mariatoewijding als levenshouding is de kern van het
onderwerp van het boek De Hemelse Bruiloft. Vele mensen denken van
zichzelf dat zij de echte toewijding beleven, terwijl dit helemaal niet zo is.
Toewijding is oneindig veel meer dan het uitspreken van een akte of gebed van
toewijding. Ware toewijding is een levenshouding, een levensgesteldheid die
zodanig tot Uw eigen vlees en bloed wordt dat U in alle omstandigheden van Uw
leven tot een volkomen overgave en zelfgave komt, zonder protest, opstandigheid
of verzet tegen de wil van diegene aan wie U zich toewijdt. Gebrek aan overgave
komt veel vaker voor dan U wellicht vermoedt.
Een klein voorbeeld: U hebt een bepaalde dagindeling
vooropgesteld, en om één of andere reden valt deze in duigen, zodat U
onverwachts iets anders moet doen of iets wat U zich had voorgenomen, niet kunt
uitvoeren, hoe reageert U dan? Bent U geërgerd of knorrig, of aanvaardt U dit
in blijmoedigheid en offert U deze toestand op, hoewel U hem misschien
betreurt? Bedenk dat het mogelijk is dat God het wenselijker acht dat U die dag
iets anders met Uw tijd zou doen dan U zich had voorgenomen.
Wees U er steeds van bewust dat, indien U Gods
Voorzienigheid de vrije hand laat, Hij Uw leven elke dag richting kan geven om
alles voor U ten beste te regelen, en dat alles wat gebeurt of juist niet
gebeurt, op het goed van Uw ziel is afgestemd. Wat goed is voor Uw ziel,
is God beter bekend dan U. Daarom is overgave zo belangrijk voor Uw Eeuwig
Heil. Talloos zijn de mensen die krampachtig elk detail van hun leven trachten
te regelen, en ontstemd raken zodra iets anders loopt dan zij hadden gepland of
voorzien. De mens houdt doorgaans graag de touwtjes in handen, en is niet vlug
geneigd om zich in andermans handen te leggen. Nog veel minder gemakkelijk zal
hij zijn leven laten dirigeren door iemand wiens beslissingen hij niet meer kan
controleren (God, Jezus of Maria).
Voor verdere beschouwing in verband met overgave en
toewijding verwijs ik U graag naar De Hemelse Bruiloft, waarin U
zeer uitvoerig de levenswijze van ware toewijding wordt uiteengezet, maar ook
naar punt 5 van hoofdstuk 2. Alleen nog deze bedenking: elk gebrek aan
overgave, elke opstandigheid, komt neer op een weigering om het kruis te dragen
dat van U wordt gevraagd en dat U alleen maar op de schouders wordt gelegd omdat
dit voor Uw Eeuwig Goed zo moet zijn. Het is dus tevens een gebrek aan
vertrouwen op Gods Wijsheid.
44. Plichtsbewustzijn
Plichtsbewustzijn is de deugd die U in staat stelt, te allen
tijde te beseffen wat U moet doen om het goede na te streven. Het kan dus
worden beschouwd als een vorm van aandacht voor de stem van Uw geweten. Deze
deugd houdt ook verband met gehoorzaamheid.
Een gebrek aan plichtsbewustzijn komt voor bij de mens die
wij nalatig, zorgeloos of nonchalant noemen. Deze ondeugd betekent dat de mens
onvoldoende beseft wat gedaan moet worden of wat hoort. Ieder mens heeft in dit
leven een welbepaalde roeping, een opdracht die hij moet vervullen om zijn
aandeel in het volbrengen van Gods Plan te verwezenlijken. Een ziel die
voldoende geopend is voor deze opdracht, wordt door het eigen geweten
gewaarschuwd wanneer zij bezig is, de vervulling van deze ingeboren plicht te
verwaarlozen. Plichtsbewustzijn is dan het vermogen om de positie die God U in
het leven heeft gegeven, zo getrouw mogelijk te bekleden, en de daarmee gepaard
gaande taken zo gewetensvol mogelijk te vervullen. Naarmate een ziel zich
verder van God verwijdert, kan zij ook de voeling met het eigen geweten
verliezen, want het geweten zou in zekere zin vergeleken kunnen worden
met een radio die de instructies van Gods Geest opvangt, evenals de
boodschappen die reeds in de eigen ziel zijn gelegd bij haar schepping. Zodra
het bewustzijn afgesneden wordt van het geweten, voelt de ziel niet meer wat
van haar werkelijk verwacht wordt. De eigen roeping is dan niet duidelijk meer,
de mens stelt zich vragen over de ware zin van zijn leven, en het
plichtsbewustzijn kan volledig uitgeschakeld worden. Het verschil tussen goed
en kwaad wordt eveneens niet meer duidelijk herkend.
In het verlengde van wat ik zopas heb beschreven, wil ik U
erop wijzen dat het eveneens als een ondeugd te beschouwen is wanneer U de
knaging van Uw geweten (wroeging!) tracht het zwijgen op te leggen opdat
het U niet langer zou herinneren aan bedreven zonden. Laat ik wel het volgende
duidelijk stellen: indien U een zonde bedreven hebt en U hebt deze in alle
oprechtheid en met berouw gebiecht en de bijhorende penitentie en eventuele
boetedoening uitgevoerd, mag U er niet meer blijven aan terugdenken noch er op
terugkomen, want God beschouwt dit als twijfel aan Zijn Liefde en
Barmhartigheid. De schuld is vereffend, dus is voor God de rekening afgesloten.
Maar zolang U een zonde niet hebt gebiecht, mag U niet de stem van Uw geweten
trachten te verstikken door te doen alsof er niets gebeurd is. Dit is een
uiting van gebrek aan Liefde voor God en aan plichtsbewustzijn tegenover Hem,
en komt voor God ook over als een bewust afwijzen van de ingevingen van de
Heilige Geest die U er via Uw geweten (dat dienst doet als 'radio-ontvanger'
voor Gods boodschappen) onophoudelijk tracht aan te herinneren dat Uw ziel niet
in staat van genade verkeert. Negeer daarom de stem van Uw geweten nooit, want
de knaging, hoe pijnlijk zij ook is, dient precies om U te herinneren aan het
feit dat God U een kans geeft om Uw Eeuwige Zaligheid te verzekeren: deze kans
neemt de vorm aan van het Sacrament van de Biecht. Houd dit gegeven steeds voor
ogen als een aansporing om regelmatig te biechten.
Het niet nakomen van afspraken, heb ik reeds vermeld
als een overtreding van de deugd van betrouwbaarheid. Het kan ook worden
beschouwd als een gebrek aan plichtsbewustzijn, en het is tevens een vorm van
oneerbiedigheid ten aanzien van Uw medemens. Wanneer U met iemand iets
afspreekt, en zonder dat bepaalde omstandigheden buiten Uw wil U verhinderen om
deze afspraak na te komen, zodat Uw medemens vergeefs op U wacht, komt U
inderdaad Uw plicht jegens hem niet na, en schiet U tevens tekort aan respect
voor deze mens, die wellicht bepaalde regelingen heeft moeten treffen om U
tegemoet te komen.
Gebrek aan plichtsbewustzijn kan optreden in de vorm van
verwaarlozing van mensen of wezens die aan Uw hoede toevertrouwd zijn, zoals
dat het geval is bij kinderverwaarlozing en verwaarlozing van dieren. God
heeft het tot onderdeel van Uw levensopdracht gemaakt, voor deze wezens te
zorgen, en Hij verwacht van U dat U dit doet zoals Hij: met overgave, Liefde,
rechtvaardigheid. Het verzuimen of verwaarlozen van de religieuze opvoeding van
Uw kinderen, is een ander voorbeeld van gebrek aan plichtsbewustzijn:
religieuze opvoeding moet hen de christelijke waarden meegeven die zo
belangrijk zijn om een stevig fundament voor het leven van hun ziel op te
bouwen.
45. Eerbied
De eerbied is een deugd waaronder een heel brede waaier van
gedragingen en toestanden kan vallen. Enkele daarvan behoren tot de zwaarste
overtredingen tegen Gods Wet. Eerbied is, zoals het woord zegt, 'eer bieden',
'de verschuldigde eer betuigen'. Aan wie of wat? Aan God, aan Uw medemens, aan
de Schepping. Waarom eerbetoon geven? Omdat U daarmee de waarde en waardigheid
van God, Uw medemens en de Schepping erkent. Eerbied tegenover God is één van
de elementen van de Liefde tegenover God, en komt ook in de godsvrucht tot
uitdrukking. In feite is elke vorm van eerbied in het diepste van haar wezen
een vorm van eerbied aan God.
Een rechtstreekse zonde tegen de eerbied jegens God ligt in
het misbruiken van Zijn allerheiligste naam, bijvoorbeeld in het
vloeken, dat dagelijks zo veelvuldig gebeurt. Even vaak als door het
vloeken, wordt oneerbiedig jegens God gehandeld door de
godslastering. Godslastering is elke uitspraak waardoor God voornamelijk
beledigd wordt door over Hem een beeld op te hangen dat Zijn ongeëvenaarde
waardigheid neerhaalt in de oren en de geest van de mens die de godslastering
hoort, en door op een negatieve of beledigende wijze over Hem te spreken. Een
hele reeks zonden tegen de eerbied jegens God worden bovendien dagelijks
bedreven in alle kerken ter wereld door allerlei oneerbiedig gedrag, dat
volkomen ongepast is voor een mens die doordrongen zou moeten zijn van Gods
Aanwezigheid: onbetamelijke houding of kleding, spreken in de kerk (hoe vaak
bent U getuige van luidruchtige gesprekken, en daarenboven vaak over
onderwerpen die allerminst thuishoren op een gewijde plaats), verstrooid zitten
rondkijken, enzovoort, om nog niet eens uit te weiden over de hartverscheurende
wijze waarop vele Communies ontvangen worden. Met deze laatste komen wij op het
terrein van de heiligschennis, waarover ik het reeds heb gehad.
U kunt God eerbied bewijzen door Zijn Schepping te
respecteren. Daarom is bijvoorbeeld bewuste milieuvervuiling (gebruik van
pesticiden, roken, laten rondslingeren van zwerfvuil, verbranden van voorwerpen
die chemicaliën aan de lucht afgeven, enz.) een ondeugd. God heeft de Schepping
gemaakt met een ingebouwde harmonie, een evenwicht tussen die ontelbare
elementen (mens, dieren, planten, klimaat enz.) die noodzakelijk is om het
leven van de diverse lichamen mogelijk te maken. Voeding, ademhaling, alle
lichamelijke functies van alle levende wezens, zijn slechts mogelijk zoals God
deze heeft bedoeld, voor zover alle elementen van de Schepping in een
welbepaalde onderlinge harmonie leven, binnen bepaalde schommelingen. Zodra de
onderlinge schommelingen te groot worden, ontstaan onevenwichten die de
levenskracht van diverse soorten ondermijnen. Daarom allerlei afwijkingen,
uitstervende soorten, ziekten, geestelijk en emotioneel lijden, enzovoort.
Bewuste verstoring van de natuur, in welke vorm dan ook, hoort hier eveneens
onder. Mishandeling van dieren, alsook het misbruik en de uitbuiting van
dieren om commerciële redenen en uit winstbejag, zijn eveneens een gruwel in
Gods ogen. Zij zijn uitingen van een groot gebrek aan Liefde voor de wezens in
kwestie, aan eerbied voor Gods Werk, en van een totaal onvermogen om Gods
Schepping te beheren (een taak die aan de mens werd toevertrouwd). Wie zich
hieraan bezondigt, zal voor Gods Gerechtigheid zwaar ter verantwoording worden
geroepen.
Tegen de noodzaak van eerbied voor God wordt vaak en heel
zwaar gezondigd door gebrek aan respect voor het leven. Tot deze vorm behoren
de zwaarste zonden: moord, abortus, euthanasie. Bepaalde vormen van gebrek aan
respect voor het leven worden in de wetgeving van bepaalde landen niet langer
als misdaad beschouwd. Niettemin blijven zij zware overtredingen tegen de Wet
van God, en het is volgens die Wet dat Uw ziel geoordeeld zal worden.
Voor Gods Gerechtigheid kunt U Uzelf niet vrijpleiten door U te beroepen op de
toepassing van een menselijke wet, die geïnspireerd is op een dwaling tegenover
Gods Leerstellingen.
Moord is ook in de menselijke wetgeving ongeoorloofd. Het is
het eigenhandig en op gewelddadige wijze beëindigen van een mensenleven.
Abortus en euthanasie zijn tegenwoordig in diverse landen toegestaan, maar zijn
een vreselijke gruwel in Gods ogen. Waarom is dat zo? Omdat de mens hierdoor
ingrijpt op Gods Plan. In het geval van abortus geldt bovendien dat deze wordt
gepleegd als een 'oplossing' voor de gevolgen van een handeling (de lichamelijke
vereniging) die in Gods ogen vaak als onvoorzichtig kan worden beoordeeld
(alles met het oog op de omstandigheden waarin zij werd gesteld, economische
toekomstvooruitzichten enzovoort). God beschikt op grond van een Eeuwige
Wijsheid over de levensduur en de wijze van leven en sterven van elke mens.
Wanneer een mens daarop ingrijpt, bezondigt hij zich aan een zware overtreding
tegen Gods Plan. De mens heeft er geen idee van hoe zwaar hij Gods Plan
verstoort door dergelijke handelingen. Om die reden zijn en blijven dit zware
zonden van ongehoorzaamheid, onbezonnenheid en gebrek aan Liefde en
eerbied.
Eveneens een gebrek aan eerbied voor het door God beschikte
leven, is het gebruik van anticonceptiemiddelen. Eerbied tussen mensen vindt op
grote schaal reeds haar uitdrukking in alle regels die vervat zitten in de
verklaringen betreffende de mensenrechten. Doch ook op de kleinere schaal,
in de alledaagse betrekkingen tussen mensen, is deze deugd onophoudelijk aan de
orde. Van gebrek aan eerbied tegenover Uw medemens is sprake wanneer U hem van
zijn menselijke waardigheid berooft, of zelfs wanneer U hem opzettelijk of door
onachtzaamheid in een situatie brengt die hem schade kan toebrengen. Een
voorbeeld dat veelvuldig voorkomt: roken in de nabijheid van een mens die U
niet kent. In dat geval kunt U niet weten of deze mens al dan niet lijdt aan
een ziekte of lichamelijke zwakheid waardoor hij geen rook verdraagt. Houd daar
rekening mee.
Eerbied tegenover Uw medemens betekent verder dat U zijn
bezittingen respecteert. Gebrek aan eerbied ligt bijvoorbeeld in
diefstal, bedrog, in woeker, in afperserij en omkoperij. Al
deze handelingen hebben overigens ook te maken met een neiging om zichzelf
materieel te verrijken ten koste van de medemens, en geven dus ook reeds blijk
van een totaal misplaatst waardenbesef: de voorrang geven aan vergankelijke
rijkdom, ten koste van het werk en de stoffelijke verdiensten van een medemens.
Het geeft uitdrukking aan het feit dat U meent gelukkig te kunnen zijn terwijl
een medemens door Uw toedoen in problemen wordt gebracht. Het is een vorm van
de meest verwerpelijke zelfzucht. Iets gelijkaardigs geldt ook voor
vandalisme, opzettelijke verwoesting of beschadiging van de bezittingen
van een medemens, of voor het toebrengen van schade aan de dieren van een
medemens. Elk middel, elke handeling, waardoor men opzettelijk een medemens
schade berokkent of hem iets ontneemt, is een uiting van gebrek aan eerbied en
aan Liefde. Bedenk dat U met dit alles niet alleen de medemens, maar ook God in
die medemens benadeelt.
Een elementaire vorm van eerbied is de beleefdheid, die
reeds tot uiting kan komen in het begroeten van Uw medemens. In onze moderne
wereld is het niet gebruikelijk, iedereen te begroeten die men ontmoet.
Nochtans zou dit niet abnormaal of tegennatuurlijk zijn, wel integendeel, want
God woont in elke medemens. Indien U dus God wil begroeten in Uw medemens doch
dit niet te opzichtig wil doen, zou U Uzelf kunnen aanwennen, elke mens die U
ontmoet in Uw hart te begroeten. In elke ontmoeting, ook in een
'toevallige' voorbijganger op de straat, gaat God Zelf aan U voorbij, evenals
de engelbewaarder van die mens. Door dit voor ogen te houden, zult U Uw
medemensen en zelfs elke vluchtige ontmoeting heel anders beginnen te bekijken.
Onbeleefdheid kan tot uiting komen in de woorden die U spreekt, in de toon
waarmee U de woorden uitspreekt, in handelingen waarmee U Uw medemens stoort of
hindert, maar ook in de wijze waarop U naar hem kijkt, en zelfs in tekenen van
onverholen verveling. Het komt bijvoorbeeld wel eens voor dat U met iemand in
gesprek bent, en dat U aan bepaalde blikken, handelingen of bewegingen van die
mens begint te merken dat hij U in stilte duidelijk tracht te maken dat U hem
verveelt. Dat zijn uitingen van onbeleefdheid, maar ook van tactloosheid in
zoverre die mens zich niet eens de moeite getroost om zijn verveling te
verbergen. Veelvuldig wordt tegen de eerbied gezondigd door het uiten van grove
beledigingen of het uitschelden van een medemens. Nog groter is deze ondeugd
indien U achteraf nooit excuses aanbiedt.
Een veel voorkomende vorm van gebrek aan eerbied, komt tot
uiting in het bespotten van Uw medemens, hem voor de gek houden, hem
imiteren (bepaalde opmerkelijke karaktertrekken, gedragingen, zegswijzen,
gelaatsuitdrukkingen enzovoort van Uw medemens op een zodanige wijze nabootsen
dat deze hierdoor in het belachelijke worden getrokken). Ook het misbruik van
het feit dat Uw medemens minder ontwikkeld is, het misleiden van een medemens
die niet zo verstandig is, het in onrust brengen van Uw medemens, hem iets op
de mouw spelden of hem bedriegen, behoren tot het gebrek aan eerbied.
Hetzelfde geldt wanneer U Uw medemens het leven zuur maakt door allerlei
negatieve gedragingen of woorden.
Gebrek aan eerbied is ook, neerkijken op Uw medemens op
grond van zijn beroep, inkomsten, afkomst enzovoort. Deze dingen zijn zo
beschikt door Gods Voorzienigheid. Indien U daar op neerkijkt, beledigt U God
Zelf, want dit komt neer op kritiek op de Goddelijke Orde. Wanneer U Uw medemens
negeert of doet alsof hij er niet is, bent U eveneens oneerbiedig jegens
hem.
In zekere zin zou ook het misbruik van vertrouwen van een
medemens als vorm van oneerbiedigheid jegens hem beschouwd kunnen worden.
Iemand vertelt U iets in vertrouwen, en keurt U dus waardig om zijn 'geheim' te
vernemen, en achter zijn rug om verklapt U deze vertrouwelijke informatie aan
iemand anders die niet geacht werd, deze te vernemen. Er is wel een grote
uitzondering op deze ondeugd: Wanneer iemand U in het geheim medeplichtig wil
maken aan een onchristelijke daad (bijvoorbeeld een misdaad), is er geen sprake
van gebrek aan naastenliefde wanneer U dit niet geheim houdt, vaak integendeel.
Mensen geven er zich zelden rekenschap van, maar ook het
verspillen van voedsel of van andere goederen (voor zover het opzettelijk
gebeurt, niet in geval van overmacht) is een gebrek aan eerbied jegens God, die
het U heeft gegeven. Verspilzucht is de neiging om bruikbare dingen weg te
gooien. Bedenk bovendien welke kaakslag dit toebrengt aan God, die elke dag
Getuige is van de schrijnende nood van vele mensen, ook in Uw eigen dichte
omgeving.
46. Tact
Tact zou ik willen omschrijven als een fijngevoeligheid voor
de emoties en innerlijke beleving van Uw medemens. Tactloos gedrag is gedrag
dat geen rekening houdt met de gevolgen van dat gedrag in het aanvoelen bij de
medemens, en dat daardoor aanstoot geeft. Dat kan gebeuren door daden of door
woorden. U kunt een medemens schokken door iets te doen of te zeggen dat bij
hem overkomt als een brutale kwetsuur, of dat hem verbijstert door het
onverwacht gevoelloze karakter van Uw handeling of Uw uitspraak, en hem
eventueel zelfs schaadt in zijn waardigheid. Tactloosheid is tevens
onbeleefdheid die gepaard gaat met onwijsheid, en wekt bij de gekwetste de
indruk dat U weinig inzicht of inlevingsvermogen in de gevoelswereld van de
mens in het algemeen bezit. Het is een ondeugd doordat het mensen emotioneel
pijnigt of onbehaaglijk maakt. Tactloosheid vormt in wezen de kern van de
ondeugd waarnaar wordt verwezen in het gezegde dat reeds bij de Romeinen
bestond: "de mens is een wolf voor zijn medemens": Mensen kunnen
wreed zijn voor elkaar, ook met woorden, en verslinden soms elkaars hart.
Tact houdt steeds op één of andere wijze verband met het
sparen van de gevoelens van Uw medemens. Daarbij moet U er steeds op bedacht
zijn dat deze houding gepaard moet gaan met oprechtheid. Zonder oprechtheid is
tact niets anders dan voorgewend begrip voor de ander, wat heel kwetsend kan
zijn doordat deze zich door U bedrogen of zelfs belachelijk gemaakt kan voelen.
Weinige dingen zijn pijnlijker voor Uw hart dan plots tot het besef te komen
dat een medemens U niet ernstig neemt of U met geveinsde lieftalligheid
benadert, zodat U het gevoel krijgt dat hij U voor dom of oppervlakkig houdt.
Iemands gevoelens kwetsen, kan op onvoorstelbaar veel
manieren gebeuren. Bijvoorbeeld: wek tegenover een zieke niet het gevoel dat U
hem vies vindt omdat hij ziek is. Indien iemand zich bezeert, lach dan niet
omdat U de situatie komisch vindt. Indien Uw medemens iets heeft gedaan met de
bedoeling, U een plezier te doen, maak hem dan niet op een weinig fijngevoelige
manier een verwijt omdat hij het niet helemaal volgens Uw inzichten heeft
gedaan (wie garandeert U dat Uw werkwijze de enige juiste is?). Maak
geen grappen in de nabijheid van een overledene of na diens begrafenis, want
zijn dierbaren kunnen hier (terecht) aanstoot aan nemen.
In feite zou men het openlijk onbeantwoord laten van iemands
groet, eveneens een vorm van tactloosheid kunnen noemen, want het is een
gedraging die de medemens schokt: Hij heeft U eerbied betoond door U te
groeten, en U kwetst hem door hem niet waardig te keuren om Uw wedergroet te
ontvangen. Hierdoor plaatst U hem als het ware openlijk beneden Uzelf. Een andere
vorm van gebrek aan tact schuilt in het belerend spreken met Uw
medemens. Wanneer U vaak tot een mens spreekt met woorden of op een toon
alsof U hem voortdurend terechtwijst of instructies moet geven, kan dit
ergernis opwekken en zelfs kleinerend overkomen: U wekt hierdoor bij hem de
indruk alsof hij voor alles Uw aanwijzingen nodig heeft, zelf niets goeds kan
doen, nergens verstand van heeft, of dat U er automatisch van uitgaat dat Uw
eigen handel- en werkwijze de enige juiste zijn. Ik heb deze neiging ook reeds
in punt 28 besproken, omdat zij een duidelijk element van hoogmoed in zich
draagt. Zo ook is het tactloos, Uw medemens die U een vraag heeft gesteld, te
antwoorden op een zodanige wijze dat deze het gevoel krijgt dat hij in Uw ogen
dom is.
Een voorbeeldje van gebrek aan tact in het religieuze leven:
vaak verlaten mensen de kerk nog vόόr of tijdens het zendingswoord of de
priesterlijke zegen tot besluit van de Heilige Misviering. Dat is een gebrek
aan tact tegenover de priester, en bovendien een gebrek aan eerbied tegenover
Uw medemens en tegenover God. Bedenk bovendien dat de Heilige Mis een
gestructureerd geheel uitmaakt waarin elk onderdeeltje een diepe betekenis
heeft. Overweeg daarom goed dat het afbreuk doet aan de waarde van Uw
spirituele oefening indien U zelfs maar een minuut te laat in de kerk aankomt
of deze een minuut voortijdig verlaat.
47. Rouwmoedigheid
Rouwmoedigheid is de gesteldheid waarbij de ziel gedreven
wordt door een liefdevol berouw over bedreven zonden of gemaakte fouten. Ik zou
kunnen zeggen dat het vermogen om berouw te voelen neerkomt op een vermogen om
naar de eigen ziel te kijken vanuit Gods ogen, en op grond daarvan af te meten
in welke mate men God heeft bedroefd. Rouwmoedigheid heeft dus veel te maken
met liefde tot God. Een mens die onverschillig is over zijn eigen zonden,
fouten, tekortkomingen, nalatigheden en onvolkomenheden, heeft niet begrepen
wat elke fout betekent binnen dat zo broze evenwicht tussen genade en ongenade
van de mensheid als geheel. Elke fout, hoe gering ook, heeft een weerslag op
het gewicht van de collectieve zondeschuld van de mensheid als geheel tegenover
Gods Gerechtigheid, evenals elke goede daad, elk gebed, elk offer, elke
boetehandeling deze (in de andere richting) beïnvloedt.
Hoezeer rouwmoedigheid verband houdt met Liefde tot God,
kunt U merken wanneer de beschouwing van het Lijden van Jezus en de Smarten van
Maria in Uw hart een ware pijn veroorzaakt, en een neiging om in Uw eigen ziel
te kijken in het besef dat ieder mens in grotere of geringere mate aandeel
heeft in de noodzaak voor de immense Verlossingsoffers die Jezus en Maria
hebben gedragen voor de afbetaling van de zondeschuld van de hele mensheid.
Rouwmoedigheid kan zich inderdaad uitbreiden tot een diep gevoelde smart over
de zonden van de hele wereld, zelfs van alle tijden, in plaats van louter
betrekking te hebben op eigen zonden.
Rouwmoedigheid is de emotie die de deur opent voor ware
inkeer: het 'in-zichzelf-keren' voor een beschouwing van de eigen
zielentoestand. Wanneer, door het Licht van de Heilige Geest, het hart wordt
geraakt en de geest zich in zichzelf gaat keren in het besef van een begane
zonde of van een ontspoord gedrag (dat eventueel reeds lange tijd in stand
wordt gehouden), kan dit aanleiding geven tot een diepe pijn, die verband houdt
met het bewustzijn van de pijn die dit gedrag het Hart van God heeft aangedaan.
Deze gesteldheid is het berouw, de ware spijt die niet zelden gepaard gaat met
een gevoel van schaamte over de eigen onvolkomenheid, een gevoel van schuld over
de eigen negatieve bijdrage tot de zondeschuld van de mensheid.
Normaal gesproken wordt in deze gesteldheid het hart
ontvankelijk gemaakt voor de genade van zelfverbetering, eerst en vooral een
diep gevoelde behoefte tot goedmaking van de zonde, bijvoorbeeld door een
zekere vorm van boete, en daarna vaak een neiging tot het inslaan van nieuwe
gedragswegen, in de gunstigste gevallen een soort van wedergeboorte voor het
Licht'. Dit proces is wat gebeurt bij de ware bekeringen. Rouwmoedigheid
werkt motiverend: niets is meer in staat om de mens aan te zetten tot een nieuw
en deugdzamer leven dan het berouw op grond van het besef van de draagwijdte
van zelfgemaakte fouten voor de eigen ziel, de invloed ervan op de medemens, en
de wonde die zij toebrengen aan Gods Hart.
Rouwmoedigheid is als een deur die opengaat voor het Licht
en de Liefde. Zij spoort aan om meer in overeenstemming te gaan leven met Gods
verwachtingen, mede doordat de rouwmoedige ziel het gevoel krijgt dat elke
begane zonde een gemiste kans is geweest, verloren tijd die niet optimaal benut
is. Deze ziel heeft begrepen welke schade de duisternis aanricht, en zoekt
daarom met volle teugen te drinken van het Licht om de eigen wonden te genezen.
Van gebrek aan rouwmoedigheid is sprake bij de mens met een
laag zondebesef, die aan zijn eigen fouten, zonden en dwalingen niet zwaar tilt
omdat hij ze ofwel niet als dusdanig herkent, ofwel de gevolgen ervan niet kan
inschatten, ofwel niet de Liefde kan opbrengen om een nieuw leven te beginnen,
ofwel een combinatie van deze factoren in zich verenigt. In dit geval is ook
geen motivatie aanwezig om gebruik te maken van het Sacrament van de Biecht, of
indien wel gebiecht wordt, gebeurt dit zonder oprecht berouw, als een eerder
mechanische handeling, of uit gewoonte, of uit een soort vrees voor straf
vanwege Gods Gerechtigheid, doch zonder de Ware Liefde die nodig is om
werkelijk tot bekering te komen.
'Bekering' is een begrip dat vaak verkeerd wordt ingeschat.
Het heeft niet uitsluitend betrekking op zware zondaars. Bekering is een
bijsturing die elke dag opnieuw nodig kan zijn, doordat de mens geen dag vrij
is van fouten, ook al zijn ze niet altijd ernstig. In De Hemelse
Bruiloft heb ik de vergelijking gemaakt met een auto op een weg. U rijdt op
de levensweg, en begaat een zonde of fout. Deze zonde of fout is een
slippartij. Al naargelang de ernst ervan, kunt U in een afgrond, in een ondiepe
greppel, of gewoon in het gras naast de weg terechtkomen. Bekering is nu de
handeling, het manoeuvre, waardoor U opnieuw op de weg terugkeert om Uw
levensreis naar het Licht van God verder te zetten. Uw wagen kan zware schade
hebben opgelopen, of zonder een schrammetje gewoon even uit koers geslagen
zijn, maar slechts één ding telt in Gods ogen: dat U moeite doet om op de weg
terug te komen en verder te rijden. Niet de zonde is een schande, wel Uw onwil
om op de juiste weg terug te komen en naar het Licht toe te rijden.
|