|
29. Bescheidenheid
Met deze deugd blijven wij in de buurt van de nederigheid.
Bescheidenheid berust op een sterk ontwikkelde zin voor verhoudingen: De
bescheiden mens weet hoe relatief alles is, en hij hoedt er zich voor om te
zwaar te tillen aan zijn eigen verdiensten. Hij beleeft de grootste vreugde aan
zijn verdiensten, zijn lijden enzovoort, wanneer hij deze verborgen kan houden,
en indien dit niet lukt, zal hij de neiging hebben om zijn eigen inbreng te
minimaliseren door erop te drukken dat hij slechts doet wat God van hem
verwacht en met de middelen die hem door God gegeven zijn. Met andere woorden:
Hij gaat zelf opzij staan door constant naar God (Jezus, Maria) te verwijzen
als Oorsprong en Bron van alles. Hij wijst erop dat het in feite God (Maria) is
die door zijn handen en mond werkt, en dat Hij (Zij) dus in feite ook alle eer
moet krijgen voor de resultaten.
Ook ten aanzien van zijn medemens past hij deze overtuiging
toe: wanneer hij op het werelds vlak iets heeft gedaan, is hij ervan overtuigd
dat de inbreng van deze of gene medemens in feite groter is geweest dan de
zijne. Hierin ligt de kern van deze gesteldheid: hij is ervan overtuigd.
Inderdaad, hij zegt dit niet zomaar, hij voelt dit daadwerkelijk zo
aan, en is zelfs verbaasd wanneer mensen hem grote dingen toedichten, want
hij heeft niet het gevoel dat hijzelf grote dingen doet. Hij is dan ook niet
uit op lofbetuigingen, integendeel, hij voelt deze bijna als een
verontreiniging aan, als bloemen die hem niet helemaal terecht toegeworpen
worden en waarmee hij God (Maria) tekort doet indien hij ze niet onmiddellijk
aan Hem (Haar) doorgeeft.
Een tekort aan bescheidenheid uit zich in de mens die
zichzelf tot middelpunt van zijn leefwereld maakt in woord en daad. Deze
houding kan zich zelfs uiten in opdringerigheid. Opdringerigheid is een
vorm van zichzelf naar voor schuiven, het behelst in zekere zin een kreet met
de boodschap 'kijk naar mij'. U kunt geconfronteerd worden met een situatie
waarin U het gevoel krijgt dat U een concreet positieve inbreng zou kunnen
leveren, en op grond van Uw specifieke talenten kan dit zelfs zo zijn, maar
toch grijpt U door deze houding in op Gods Voorzienigheid. Indien het binnen
Gods Plan wenselijk is dat Uw inbreng herkend en erkend wordt, zullen de zaken
zo geregeld worden dat Uw inbreng inderdaad gevraagd wordt of dat U niet anders
kunt dan ingrijpen. Zolang de situatie daar niet werkelijk om vraagt, is Uw
tussenkomst in werkelijkheid opdringerigheid. Dit kan aanstootgevend werken.
Daarom ook het gezegde 'ongevraagde hulp is zelden welkom'.
De werkelijk bescheiden mens kan in een situatie terecht
komen waarin hij voelt dat hij iets goeds zou kunnen doen, doch zal zich geremd
voelen om iets te ondernemen, omdat hij meteen vreest dat hij bij anderen het
gevoel kan wekken dat hij zichzelf beschouwt als iemand met een hoge dunk over
zijn eigen kunnen. In wezen is ook de bemoeizucht een uiting van gebrek aan
bescheidenheid. De bemoeizieke mens wil absoluut het leven van zijn medemens
regelen. Vaak onder de schijn van naastenliefde dringt hij binnen in de
levenssfeer van de medemens: er is ook hier sprake van
opdringerigheid. Men zoekt ongevraagd deel te krijgen aan bepaalde
aspecten van het leven van de medemens, in plaats van zich strikt bij de
vervulling van de eigen levenstaken te houden. Daarbij wekt men steevast de
indruk dat men zelf beter in staat is om aan de situaties in het leven van de
medemens het hoofd te bieden dan deze dit bezig is te doen. Dat kan heel ver
gaan. De bemoeizucht is een fout tegen de bescheidenheid, maar houdt de ziel
ook veel te veel vast in de sfeer van het wereldse. Een groot gedeelte van de
energie wordt besteed aan aandacht voor allerlei futiliteiten die de ziel
wegleiden van haar eigen roeping.
Bescheidenheid, net zoals nederigheid, is een deugd die als
waarlijk wereldvreemd wordt beschouwd. De moderne wereld is koel, ongevoelig en
tactloos geworden. Wie zich niet weet door te zetten, valt ten prooi aan de
koele berekening van hen die hun leven louter met materialistische
doelstellingen leiden. Daarom is het een waar moreel martelaarschap, in een
wereld als deze van vandaag, ondanks de talloze onzuivere invloeden van elke
dag, stand te houden in deze deugden. Het hoeft dan ook geen verbazing te
wekken dat God de kleinen zozeer bemint, en dat Hij de redding van de wereld in
hun handen heeft gelegd.
30. Eenvoud
Ook deze deugd heeft veel te maken met een afkeer van alle
opzichtigheid in woord en daad. De eenvoudige ziel heeft de innerlijke
schoonheid van de ware bezieling gevonden, en beleeft deze diep in haar hart.
Eenvoud is de Liefde voor het ongecompliceerde, omdat men weet dat alles wat
boven het strikt noodzakelijke uitstijgt, slechts ballast voor de ziel is. De
eenvoudige ziel heeft begrepen dat zij des te beter in de zuiverheid, en dus
des te dichter bij God, kan leven naarmate zij zichzelf minder met allerlei
indrukken belast. De enige maatstaf waaraan voor deze ziel de dingen der wereld
moeten voldoen, is dat zij een bepaald doel dienen om te leven, voor het
overige worden zij als overbodig beschouwd. De eenvoudige mens heeft geen
boodschap aan dingen die de aandacht trekken of die op kunstmatige wijze
opgesmukt zijn en daardoor eerder de zinnen bezighouden dan de ziel dienen. Een
modelvoorbeeld van eenvoud is Gods beschikking dat de Messias geboren zou
worden in een stal (grot), een verblijf voor dieren. Het had nochtans heel wat
anders kunnen zijn voor de Zoon van God.
De eenvoudige mens, de mens die de ware eenvoud van hart
bezit, heeft de neiging, zich weinig vragen te stellen bij datgene wat de
Goddelijke Voorzienigheid voor hem beschikt. Hij aanvaardt de dingen zoals zij
zijn, vermijdt om erover te redeneren doch neemt ze aan als dingen die ergens
in Gods Plan passen. Het maakt hem niet echt uit, te weten wat God er precies
mee beoogt, belangrijk is voor hem dat hij er het beste van maakt, dit wil
zeggen: ze benadert op de wijze die God van hem zou verwachten. Zijn hart weet
zich voldoende open te stellen om de ware bezieling en inspiratie te ontvangen.
Men zou kunnen zeggen dat de ware eenvoud van hart de deugd
is die de mens in staat stelt om te handelen alsof hij geen eigen wil of
verstand bezat, doch in alles letterlijk een werktuig van Gods Geest is. De
openheid van de eenvoudige ziel komt ook tot uiting in de gesteldheid waardoor
zij alle dingen om zich heen stuk voor stuk leert beschouwen als wonderen van
God. De eenvoudige ziel heeft die kinderlijke trek weten te bewaren waardoor
zij zich zelfs kan verheugen over een grassprietje, een vogeltje, een mooie
wolk tegen een helderblauwe hemel, kortom: over alle dingen waar een werelds
ingestelde ziel geen aandacht aan schenkt of die deze als vanzelfsprekend
aanneemt.
De eenvoud is het grote kenmerk van hen die zijn als de
kinderen, en die daarom de grote lievelingen van God zijn. Eenvoud is
bijvoorbeeld ook, zich vaak over het alledaagse kunnen verwonderen als een
kind. Het is het vermogen om God te verheerlijken, de kinderlijke geestdrift te
bewaren, geen nood te hebben aan 'kicks' (ervaringen die een buitengewone
prikkel geven). Deze nood is een uitvloeisel van de afstomping van de ziel.
Vele uitingen in de moderne samenleving wijzen op deze algemene afstomping:
reclame moet schokkend zijn of ze trekt geen aandacht meer, het eenvoudige en
ongecompliceerde, bijvoorbeeld in televisieprogrammas, wordt als naïef
afgedaan, enzovoort. Wie nog tevreden kan zijn over eenvoudige dingen, wordt
niet zelden als achterlijk beschouwd.
Over het algemeen is de eenvoudige ziel vrij van arglistigheid
en sluwheid, omdat zij niet berekenend is. Zij ziet het leven niet als een
voortdurende uitdaging die uitnodigt om het maximum aan materiële winst te
vergaren, doch als een opgave die zij moet trachten te voltooien in een
oprechte navolging van de christelijke leer. Dit is waarlijk de gesteldheid van
de kinderziel, vόόr deze eventueel door de intriges van de wereld verontreinigd
of bezoedeld wordt. Zalig zij die deze gesteldheid, waarmee God hen op de
wereld heeft geplaatst, weten te bewaren doorheen hun levensjaren.
31. Liefde tot de Stilte
Om Gods Aanwezigheid te ervaren, moet U eerst en vooral
innerlijk rust en Vrede vinden. Dat lukt des te beter wanneer U zoveel mogelijk
de buitenwereld uitschakelt door zintuiglijke indrukken (onder andere:
geluiden) tot een minimum te herleiden. De ziel die de stilte liefheeft, heeft
begrepen dat Gods Geest slechts spreekt in een hart waarin Vrede en stilte
heerst. Luidruchtigheid is een product van de activiteiten der wereld. Zij
houdt de zintuigen op scherp en schept een soort alarmtoestand in de geest.
Wanneer U bedenkt dat de geest zoveel mogelijk uitgeschakeld moet worden om het
Ware Leven van de ziel te ervaren, waarvan de indrukken verlopen doorheen de
beslotenheid van het hart, zult U begrijpen waarom de ziel die spirituele groei
betracht, geregeld de behoefte zal voelen om zich in zichzelf terug te trekken.
Hebt U er ooit bij stilgestaan waarom Maria nooit verschijnt
in een stadscentrum tijdens het spitsuur, doch onveranderlijk op stille,
vredige, afgelegen plaatsen zoals een berg, een bos of de beslotenheid van een
kamer? Het is zelfs uitzonderlijk dat innerlijke visioenen worden geschonken op
een plaats waar de ziener/zienster niet in volkomen rust van de zinnen
verkeert. God houdt van de stilte. Stilte is als de geruisloze adem van
de Heilige Geest. Innerlijke stilte is een prachtige bloem, die het weelderigst
bloeit wanneer ook de zinnen in vrede gedompeld zijn. Dat is moeilijk met de
geluiden der wereld om U heen. Het is niet zonder reden dat van oudsher de
kloosters doorgaans op afgelegen plaatsen werden gebouwd. Hoe meer U het leven
buiten Uzelf tot zwijgen kunt brengen, des te intenser zult U het Ware Leven in
Uzelf leren kennen.
Een ziel die de gebedsverdieping nastreeft via het
contemplatief (beschouwend) gebed, zoals vooral de mystici dit betrachten, zal
dit aanvankelijk ervaren als een grote leegte. Dat komt omdat hun zintuigen het
niet gewend zijn, vrij te zijn van indrukken, en hun hart nog niet weet om te
gaan met die uitwendige stilte en nog niet geoefend is in het leren aanvoelen
van de hogere werkelijkheid, die zich slechts in de diepste kern van het hart
openbaart. Een ziel die geroepen wordt tot de weg van de mystieke ervaring van
het leven en haar leefwereld, dus tot het rechtstreeks contact met Maria of
Jezus, leert spoedig dat niet de uitwendige leefwereld de echte realiteit is,
doch dat deze integendeel slechts schijn is, die haar wegleidt van de ware
werkelijkheid die zich diep in haar wil openbaren.
Bij deze ziel wordt de 'leegte aan indrukken' opgevuld met
indrukken van een niet-zintuiglijk niveau: Zij gaat dingen zien, horen en
voelen (indien deze haar gegeven worden), doch deze indrukken verlopen niet via
haar zintuigen, doch worden als het ware rechtstreeks op het beeldscherm van
haar ziel geprojecteerd. Wanneer zij bijvoorbeeld Maria schouwt in een
innerlijk visioen, ziet zij (terwijl haar ogen geopend of gesloten zijn, dat
maakt geen verschil) beelden die vaak veel meer informatie in haar overdragen
dan zij met haar lichamelijke ogen zou kunnen ontvangen. Zij kan daarbij tevens
inwendig woorden horen, doch vooral gevoelens opvangen die vaak onafzienbaar
grote hoeveelheden informatie in haar prenten. Hier geldt letterlijk: de Hemel
spreekt boekdelen in de stilte.
Dergelijke ervaringen leren dat de ziel die de stilte niet
liefheeft en niet opzoekt, zichzelf van de rijkste communicatie met God kan
afsnijden. Over het verband tussen mystieke ervaring en de stilte schreef ik
reeds uitvoering in De Hemelse Bruiloft, en ik citeer even uit dit
boek (uit hoofdstuk 15): "Mij is steeds opgevallen hoe stil het in de
ziel lijkt te worden terwijl waarlijk bovenaardse gemoedsaandoeningen,
bewustzijnsveranderingen en brandende verlangens er doorheen lijken te razen
als in een onbedaarlijke storm. Deze vaststelling is heel opmerkelijk, en is
voor mij één van vele aanwijzingen voor de Hemelse Tegenwoordigheid. Maria
openbaart zichzelf steeds in de stilte, en het lijkt alsof Zij het hart leeg
maakt van wereldse indrukken terwijl Zij Zelf het betreedt" (De
Hemelse Bruiloft, blz. 353).
Het is moeilijk om in een atmosfeer van lawaai van de wereld
los te komen. Dat komt niet alleen door de geluiden, dus zintuiglijke
indrukken, op zich, doch ook doordat een luidruchtige atmosfeer doorgaans
'geladen' is: Hij draagt niet alleen de geluidsindrukken over doch vaak ook een
zekere onvrede, frustratie of geestelijke leegheid vanwege diegene die het
lawaai veroorzaakt. Uw ziel kan dit onbewust opvangen, en dit kan een zeker
onbehagen in U scheppen. Waarschijnlijk hebt U reeds de ervaring opgedaan dat
het vaak gemakkelijker is om tot een diepgaand gebed te komen tijdens de stille
uurtjes waarin iedereen slaapt. Het gezegde 'de nacht maakt vertrouwelijk'
heeft onder andere te maken met het feit dat U door het ontbreken van zintuiglijke
indrukken (de duisternis, de stilte, het wegvallen van allerlei activiteiten)
meer uitgenodigd wordt om Uw hart te openen.
Onze samenleving wordt gekenmerkt door een veel grotere
onrust, een veel meer gejaagd levensritme dan deze van enkele generaties terug.
Met dit alles is ook de stilte zeldzaam geworden. Dat is niet steeds te
verontschuldigen door te verwijzen naar de stand van de technologie en de
vermenigvuldiging van de verkeersmiddelen. Er zijn uitingen van lawaai die
uitsluitend verband houden met de mentaliteitsverandering van de generaties.
Dat blijkt bijvoorbeeld in de neiging om ongeremd muziek te laten weergalmen
uit allerlei audioapparatuur, zelfs in rijdende wagens. Dat blijkt ook in
allerlei vormen van ongeremd lawaai in de huizen. Mensen lijken zich steeds
minder te storen aan het mogelijk hinderen van hun medemens. Burengerucht,
ongeremde productie van lawaaihinder, nachtelijke tuinfeestjes enzovoort, geven
uitdrukking aan een gebrek aan consideratie voor de medemens, aan het feit dat
men geen rekening houdt met het leven van de medemens, en dat men volkomen op
zichzelf betrokken leeft. Niet in alle gevallen is er sprake van moedwillig
storen van de medemens, in de meeste gevallen is dit eerder terug te voeren op
een mentaliteit die de mens laat leven alsof hij helemaal alleen op de wereld
was.
De mens die God werkelijk bij zijn leven wil betrekken, zal
automatisch de vervulling van zijn leven in de diepte van zijn eigen hart
zoeken, waar hij God (Jezus, Maria) kan ontmoeten. Elke vorm van
luidruchtigheid is als het zoeken naar opvulling van een leegte door een middel
dat weliswaar de zintuigen (over)verzadigt, doch de leegte alleen nog groter
kan maken, want hierdoor snijdt de mens zijn eigen ziel nog drastischer van elk
Hemels contact af.
Een moderne overtreding tegen de Liefde tot de stilte ligt
besloten in het gebruik van een draagbaar telefoontoestel in een kerk, en
zeker tijdens de eredienst, stil gebed of aanbidding. Indien U een
telefoontoestel bij U draagt, wees dan eerbiedig jegens God en Uw medemens door
het voor de tijd van Uw kerkbezoek uit te schakelen. Geef God niet de indruk
dat U Uw wereldse contacten belangrijker acht dan Uw communicatie met Hem, en
vergeet nooit dat de eredienst een herdenking van het Lijden van Golgotha is.
32. Hulpvaardigheid
Hulpvaardigheid is de deugd waardoor U Uw medemens niet aan
zijn lot overlaat, doch geen inspanning schuwt om zijn leven te verlichten. Het
is de eigenschap waardoor U in alle omstandigheden bereid bent om hulp te
bieden, en zelfs die hulp laat voorgaan op Uw eigen noden. Deze deugd is bij
God zeer geliefd, omdat zij een uiting van naastenliefde is waardoor U het Uw
medemens helpt mogelijk maken dat hij ondanks alles zijn kruis zou blijven
dragen. Ieder mens krijgt een levenstaak, die bestaat uit de ontelbare kleine
en grotere opdrachten van elke dag, die samen het kruis van de levensweg
vormen. Het vervullen van die taak is van het grootste belang voor het
volbrengen van Gods Heilsplan met de mensheid.
Wanneer ieder mens afzonderlijk zijn eigen taken naar
behoren vervult, werkt het geheel van al die volbrachte taken van alle mensen
samen in de richting van de verwezenlijking van Gods grote Plan. Niet ieder
mens is op al zijn taken berekend, doordat op grond van een samenloop van allerlei
omstandigheden sommige opdrachten op sommige dagen te zwaar lijken. Op dat
ogenblik is het voor God zeer heilvol indien een ander mens de zwaar beproefde
te hulp komt, zodat met verenigde krachten de taak toch volbracht wordt, en het
offer gezamenlijk wordt gebracht. Zo kan alles verder lopen. Uw medemens het
kruis helpen dragen, is voor hem een kans om even op adem te komen, en voor U
een genadevolle gelegenheid om aan naastenliefde te doen. In de bereidheid om
Uw naaste te hulp te komen, zijn gradaties mogelijk. U kunt hulpvaardig zijn
wanneer de omstandigheden U dwingen, zoals Simon van Cyrene Jezus hielp met het
dragen van Zijn Kruis omdat Romeinse soldaten hem daartoe opvorderden, maar U
kunt ook hulpvaardig zijn omdat dit werkelijk in Uw natuur ligt. In dit laatste
geval benaderen wij tevens de deugd van de voorkomendheid, die in punt 38 ter
sprake komt.
Het tegendeel van de hulpvaardigheid komt tot uiting bij de
mens die zijn medemens aan zijn lot overlaat, hem 'zijn plan laat trekken', en
slechts hulp zal bieden wanneer hij vreest dat hij bij anderen gezichtsverlies
zal lijden indien hij opvallend hulp weigert, of wanneer hij daar voor zichzelf
voordeel in ziet. Iemand helpen in de hoop of verwachting, ervoor vergoed te
worden, is geen zuivere hulpvaardigheid meer, doch een bezoedelde deugd uit
eigenbelang. Mensen die slechts voor zichzelf leven en die hun leven opbouwen
rond materiële beschouwingen, zullen doorgaans niet gemakkelijk tot zuivere
hulpvaardigheid komen, want voor hen is alles een ruil: ik bied mijn
arbeidskracht te koop aan wie mij ervoor vergoedt. Voor deze mensen is
belangeloze hulp als een vorm van slecht bedrijfsbeheer: goederen en diensten
gratis wegschenken, is voor hen een onverstandige zet, die onverantwoord is, en
zij gaan ervan uit dat dit erop neerkomt dat zij zich hierdoor laten uitbuiten.
33. Vurigheid
Lauwheid mishaagt God. Hij heeft elke mens een levenstaak
toevertrouwd, en ziet graag dat wij ons daaraan wijden met hart en ziel, want
het is onze inbreng in Zijn Plan van Heil voor de mensheid. Vurigheid is het
vermogen om datgene wat de Voorzienigheid op Uw pad brengt, met inzet tegemoet
te treden, en elk onderdeeltje van Uw taak aan te vatten alsof Uw hele leven
ervan afhing. De vurige ziel kent geen onverschilligheid. Zij strijdt voor Gods
zaak met Vuur in hart en ziel. Zij zou het als een belediging aan God
beschouwen indien zij haar taken koeltjes zou aanpakken en mechanisch zou
afhandelen. Vooral in de aangelegenheden van de ziel vertoont de vurige mens
een grote inzet en slagvaardigheid.
In wezen is vurigheid de betrachting om een gelijkwaardig
antwoord te geven op datgene wat God in U volbrengt. Gods Geest ontsteekt Uw
hart met het ware Liefdesvuur, indien U Hem dit toelaat. Wanneer het ware Vuur
in het hart oplaait, wordt U waarlijk verteerd van Liefde voor God, voor Maria,
voor de medemens. U houdt er dan niet meer van, halfslachtig te reageren of
half werk te verrichten. U voelt een onweerstaanbare drang om in alles wat U
aanvat, tot het uiterste te gaan en het beste van Uzelf te geven. Vurigheid is
de gedrevenheid van de heiligen en geroepenen. Zij worden verteerd en
aangespoord door een inwendig Vuur dat hen geen rust meer laat.
Vurigheid is één van de deugden die U naar heldhaftigheid in
het spiritueel leven kan voeren. Het is de vurigheid die de martelaren bezielde
om het offer van zichzelf te brengen. Het is ook de vurigheid die Jezus met een
onvoorstelbare inzet heeft laten volharden tot in de Kruisdood. Het is eveneens
de vurigheid die Maria staande heeft gehouden aan de voet van het Kruis in de
aanschouwing van Haar stervende Zoon. Bovendien is het de vurigheid die het
groot verschil maakt tussen de mens die in naam toegewijd is (aan Maria,
aan Jezus) en de mens die daadwerkelijk zijn hele leven in zijn toewijding
legt en vanuit een kracht die groter is dan hijzelf, alles in blinde overgave
en vertrouwen aan die toewijding opoffert, en zich geen grotere vreugde kan
voorstellen dan deze, zijn toewijding bekroond te weten met de brandende Liefde
van het lijden voor Hem (Haar) aan wie hij zijn leven in toewijding heeft
gegeven.
Vurigheid is de eigenschap die de biddende en offerende ziel
de macht verleent om de Hemel 'in brand te steken'. Wanneer de waarlijk vurige
ziel bidt, is het alsof gensters tot de hemelpoort opspatten, die God ertoe
dwingen om deze ziel te verhoren. God kan geen weerstand bieden aan de
brandende Liefde van een vurige ziel, want zij is het spiegelbeeld van Jezus en
Maria Zelf. In deze ziel is het zaad van de Heilige Geest tot bloei gekomen, en
haar woorden zijn als brandende rozen die door hun vlammen een stuk duisternis
van de wereld wegnemen.
De vurige zielen moeten Gods Gerechtigheid stillen tegenover
de laksheid en ongeïnteresseerdheid van de tallozen die hun opdrachten
vervullen door ontzielde handelingen. Van hen die het Vuur van de Geest
hebben ontvangen, wordt daarom veel compensatie verwacht. Van hen verwacht God
dat zij met hun Vuur brand stichten in de harten die Jezus niet ontvangen of
die Hem ontvangen zoals in het winters Bethlehem: ongastvrij, weinig
geïnteresseerd. Zij zijn de zielen waarover mensen zich verbazen wanneer de
Geest hen woorden laat spreken die niet uit een mensenmond verwacht zouden
worden, niet alleen vanwege de inhoud ervan, doch ook vanwege de bezieling die boven
de gebruikelijke zielloosheid van de wereld uitstijgt. Het is de vurigheid die
de ziel geestdriftig maakt en haar de kracht geeft om met overtuiging op de
hemelpoort te blijven kloppen wanneer anderen het reeds lang hebben opgegeven.
Diezelfde vurigheid is ook de bron van kracht in het lijden, en in het
verlangen naar het kruis als ware bron van heiliging en eenheid met Jezus en
Maria.
De mens in wie deze deugd slecht ontwikkeld is, gaat mank
aan onverschilligheid, onderkoeldheid, lauwheid, laksheid. Hij doet de dingen
'omdat het nu eenmaal moet'. Hij meet zijn inspanningen (ook op het religieus
vlak) af, en is niet geneigd om iets extra te doen boven de grenzen die hij
zichzelf heeft gesteld. Hij heeft de lat op een welbepaalde hoogte gelegd, en
vindt het volstrekt overbodig om ze ooit te verhogen. Hij bidt soms wel, doch
met weinig gevoel en weinig aandacht, eerder om zich te kwijten van iets dat
hij als een plicht aanvoelt dan uit Ware Liefde. Hij woont de Heilige Mis bij,
doch is zich weinig bewust van de reden noch van het nut, noch van wat daar werkelijk
gebeurt.
Jammer genoeg bestaat de basis van de christengemeenschap in
deze tijden voor het grootste gedeelte uit eerder lauwe zielen. Zij zijn vaak
eerder in naam christenen, doch zijn niet meteen bereid om de
inspanningen en de inzet op te brengen die noodzakelijk zijn om de wereld te
redden uit de vreselijke chaos waarin hij door de opstapeling van de zonde
verzeild is geraakt. Waar God nu nood aan heeft voor de voorbereiding van Zijn
Rijk op aarde, is een stevig fundament van vurige zielen, die bereid zijn om
voor dit eeuwige ideaal door een vuur te gaan. Geef U volledig in handen van
Maria, Zij is bij uitstek diegene die zielen in brand steekt en in hen de
koorts ontsteekt die hen drijft naar de vurigste zelfgave voor het Heil van de
zielen en de zuivering van de wereld van alle kwaad.
34. Gehoorzaamheid
Gehoorzaamheid is het vermogen om iemands verlangens in te
willigen. In principe gebeurt dit omdat die ander macht over U heeft. Macht is
het vermogen om iemands gedrag te beïnvloeden, hem bepaalde dingen te laten
doen die hij eventueel liever niet zou doen, gewoon omdat U het hem opdraagt.
Gehoorzaamheid kan ook dieper gaan dan louter doen wat iemand van U verwacht
omdat hij/zij U in zijn/haar macht heeft: U kunt ook gehoorzamen uit Liefde. In
dat geval heeft die ander niet alleen macht over U, maar werkelijk
gezag, en zelfs wat ook wel charisma genoemd wordt (een uitstraling die U
als vanzelf laat doen wat hij/zij van U verlangt).
God heeft de mens geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis.
Hij heeft het eerste mensenpaar wel aan een beproeving onderworpen: de grote
gehoorzaamheidsproef. In de punten 4 en 21 heb ik reeds aangestipt hoe de
erfzonde in wezen een zonde tegen de deugd van de gehoorzaamheid was. God had
de eerste mens bekleed met enorme vermogens, doch had hem één welbepaalde grens
opgelegd. Door de duivel verleid, heeft de mens deze beperking genegeerd, en
deze ongehoorzaamheid heeft hem de Hemel gesloten (na dat andere bedroevende
voorbeeld van ongehoorzaamheid en hoogmoed: de opstandige engelen onder
aanvoering van Lucifer, die uit de Hemel verworpen werden en vanaf dat ogenblik
het leger der duivels vormden), tot Jezus als de Verlosser de erfzonde van
ongehoorzaamheid heeft uitgeboet door Zijn Lijden en Kruisdood, om de Hemel
opnieuw toegankelijk te maken voor ieder mens die bereid zou zijn, zijn leven
te leiden in gehoorzaamheid aan Gods Wet. Deze gehoorzaamheid kan dus worden
beschouwd als de rode draad doorheen de gehele christelijke Leer van de enige
Waarheid van God.
Zonder gehoorzaamheid kan Gods Heilsplan niet verwezenlijkt
worden, want dan is er slechts chaos. Zonder harmonie kan er voor de zielen
geen Heil zijn. Daarom is gehoorzaamheid aan Hem die alles heeft geschapen en
wiens onovertrefbare intelligentie en Wijsheid alles bestuurt, een absolute
noodzaak. Gehoorzaamheid vormt, samen met de Liefde, de grootste verheerlijking
aan God, precies doordat zij de uitvoering van Zijn Plan mogelijk maakt.
In het licht van het bovenstaande, kan elke handeling of
uitspraak waardoor U een medemens aanzet tot het kwaad, dus tot
overtreding van Gods Wet, beschouwd worden als ongehoorzaamheid. Onder deze
noemer kan ook de zonde worden geplaatst waarbij U behagen of vreugde schept in
het kwaad dat anderen bedrijven in woord en daad, evenals de ondeugd waardoor U
de geest van vroomheid of godsvrucht bij Uw medemens in de kiem tracht te
smoren door hem te bespotten of hem een slecht voorbeeld voor te leven.
God beschouwt ook gehoorzaamheid aan Uw aardse meerderen als
gehoorzaamheid aan Hem omdat zij door de Goddelijke Voorzienigheid op Uw weg
zijn gebracht, eveneens voor de verwezenlijking van Zijn Plan. Ik heb het reeds
geschreven: ieder mens heeft zijn taak te vervullen, en het geheel daarvan moet
Gods Plan ten uitvoer brengen. Uiteraard onttrekken velen zich aan hun taak of
voeren zij deze niet uit zoals dit van hen wordt verwacht. Niettemin wordt van
U ook gehoorzaamheid verwacht aan hen die hun taak slecht uitvoeren. Voor U
geldt dit dan als een beproeving. Weet U verzekerd van Gods bijstand wanneer
dit U moeilijk valt. Een vorm van gehoorzaamheid die van elke christen hier op
aarde wordt verwacht, is deze aan de Paus. Paus Johannes-Paulus II wordt door
Maria 'Mijn Paus' genoemd. Hij is de bezielde vertegenwoordiger van Christus op
aarde. Aarzel nooit om zijn voorschriften te volgen, en hoed U voor de vele
dwalingen die de Kerk bedreigen.
Gehoorzaamheid is voor God van een dermate groot belang dat
het U niet mogelijk zal zijn, een volkomen vrede in Uw hart te vinden zolang U
moeilijkheden hebt met de beoefening van deze deugd. Zij beukt zolang op Uw
geweten tot U voor haar zwicht. Het is ook niet te verantwoorden dat de mens
zijn eigen zin zou doordrijven tegen Gods Wijsheid in. Hij weet volmaakt wat U
nodig hebt voor Uw ziel, en hoe het staat met de noden van alle andere
mensenzielen, en met de staat van genade of ongenade waarin de mensheid als
geheel verkeert (het geheel van alle verdiensten tegenover alle zonden en
ondeugden van alle mensen door alle eeuwen heen). Op grond daarvan bent U Hem
volmaakte gehoorzaamheid verschuldigd, indien U niet wil dat ook Uw eigen
Eeuwig Heil in het gedrang komt doordat de hele mensheid in een chaos verzinkt.
Ongehoorzaamheid van de mensheid op grote schaal zou anarchie
betekenen: een toestand van totale ontregeling doordat de mensheid zich
onttrekt aan het opperste Goddelijk gezag. De bedroevende waarheid is, dat onze
huidige wereld onmiskenbare tekenen van dergelijke anarchie jegens God
vertoont. Precies om die reden is het zo belangrijk dat U nu resoluut
kiest voor een leven in overeenstemming met de oorspronkelijke, zuivere
christelijke waarden, de Leer van Jezus Christus zonder enige bevlekking door
het modernisme dat deze Leer bedreigt als een slang die om de sappigste en
mooiste vruchten heen kronkelt om ze te vergiftigen en iedereen te bedreigen
die ervan wil proeven. Onthoud dit beeld goed, want de slang van het modernisme
is dezelfde als deze van de verleiding tot de ongehoorzaamheid in het Aards
Paradijs, die over de mensheid de vloek van de erfzonde heeft afgeroepen.
De gehoorzaamheid bereikt een hoogtepunt in de totale
toewijding. Ware toewijding is onmogelijk zonder volkomen gehoorzaamheid, want
de toegewijde wordt tot een willoos werktuig in de handen van God (Maria).
Absolute gehoorzaamheid is afstand doen van Uw eigen wil ten voordele van Gods
Wil, in de wetenschap dat de Goddelijke Wil gefundeerd is op de Goddelijke
Wijsheid, die absoluut en onfeilbaar is. De gehoorzame ziel is derhalve een
ziel die begrijpt dat haar eigen wil niet anders kan zijn dan
onvolkomen, want geen mens bezit de absolute Wijsheid noch de alwetendheid.
Echte gehoorzaamheid is een deugd die een hoge mate van
heldhaftigheid veronderstelt. In tegenstelling tot wat vele mensen menen, is
onderwerping aan de wil van een ander (ook aan God of Maria) geen passief
ondergaan, doch een voortdurende zelfoverwinning, die in bepaalde
omstandigheden met grote innerlijke strijd gepaard kan gaan. De belangen van de
mens, die vaak gekleurd worden door wat hij hier op aarde verwacht, zijn immers
lang niet altijd dezelfde als deze van God (Maria). Wat Maria Haar toegewijden
leert, is dat Gods belangen ook deze van de mens horen te zijn, want zij beogen
niets dan het allerbeste voor de ziel. De ziel die heeft geleerd, zich zoveel
mogelijk uit de greep van het wereldse los te maken, begrijpt daarom beter dan
wie ook hoe diep de zin van gehoorzaamheid is.
Een gebrek aan gehoorzaamheid komt tot uitdrukking in de
opstandigheid, het protest. Opstandigheid is elke handeling of woord
die blijk geeft van onwil om Gods Wet na te volgen. Opstandigheid heeft vele
vormen, onder meer de volgende: U ziet een mens die U liever niet ziet (op
grond van één of andere onaangename ervaring, soms op grond van een negatieve associatie
die niet eens logisch te verklaren is), en U voelt meteen een negatieve
stemming in U opkomen. Ook dit is stil protest tegen Gods Voorzienigheid die
het zo heeft beschikt dat deze mens op dat welbepaalde ogenblik Uw pad kruist.
Ook ergens aanstoot aan nemen of ergernis koesteren, zijn vormen van
opstandigheid, want zij betekenen in wezen dat U in opstand komt tegen Gods
besluit of toelating om bepaalde dingen Uw levensweg te laten kruisen. Wanneer
iets U ergert of U neemt er aanstoot aan, zelfs al is dit op zich terecht (het
is niet altijd zo, het kan ook aan Uw eigen gebrek aan verdraagzaamheid
liggen), is het productiever (nuttiger voor de zielen) dat U dit gevoel
onmiddellijk aan Maria opoffert en Haar smeekt om de genade tot verandering van
de situatie die U ergert en van Uw eigen hart voor zover dit in Gods ogen
wenselijk is (Uzelf kunt over dit laatste niet steeds objectief oordelen).
Opstandigheid komt geregeld tot uiting bij mensen die in hun
leven tegenslagen ondervinden waar zij moeilijk mee overweg kunnen, en die God
onomwonden verwijten maken voor die moeilijkheden. Uit hun mond hoort U dan
bijvoorbeeld uitspraken als "Waar was God toen dit gebeurde?" of
"Hoe kan er een God van Liefde bestaan als dit toegelaten wordt?".
Deze mensen keren zich soms totaal van het geloof af, hetzij voor een korte
tijd hetzij definitief. Omdat de opstandigheid van het eerste mensenpaar, en
van de gevallen engelen onder Lucifer, de eerste grote voorbeelden van
ongehoorzaamheid vormden, wil ik ook alle handelingen waardoor Gods zaak wordt
tegengewerkt en de mens zich uitdrukkelijk naar de satan toewendt, opnemen
onder de zonden tegen de gehoorzaamheid. Enkele voorbeelden: het uitvoeren van
occulte praktijken, seances en spiritisme (oproepen van geesten).
Opstandigheid treedt bij de meeste mensen vroeg of laat
duidelijk te voorschijn in omstandigheden die met beproevingen en lijden te
maken hebben. De mens zoekt over het algemeen het aangename, dit wil zeggen:
datgene wat hij op het lichamelijk vlak als aangenaam ervaart. De
toewijding en overgave aan God (Maria) is als een plant. In de beproeving
blijkt het best welke wortels deze plant heeft, want elke beproeving is als een
windvlaag of een regenbui. Vele toewijdingsplanten blijken heel ondiepe wortels
te hebben, want bij de geringste regenbui spoelen ze los en worden uit de grond
weggerukt.
Indien Uw toewijding (dus ook Uw vermogen tot
gehoorzaamheid) voldoende diep geworteld zit, zal zij tegen stevige
beproevingen bestand blijken. Het aanvaarden van beproevingen is gehoorzaamheid
doordat beproevingen door Gods Voorzienigheid toegelaten worden omdat deze in
Uw leven een betekenis hebben voor de vorming van Uw ziel. Hoevele mensen komen
niet in opstand bij het geringste dat hun weg kruist? Het hoeven niet noodzakelijk
rampen te zijn, vaak gaat het slechts om luttele, kleine dingetjes. Stille
aanvaarding van de eindeloze reeks beproevingen op Uw levensweg is een
ononderbroken opgave. Leer ze te beschouwen als gehoorzaamheidsproeven, en weet
dat elke mislukte proef U meer op Adam, en elke geslaagde proef U meer op Jezus
doet gelijken.
35. Geloof
Jezus zegt: "Jullie zien geen wonderen meer gebeuren
omdat jullie niet geloven". Het grootste wonder is zonder twijfel de
transsubstantiatie: de verandering van brood en wijn in Lichaam en Bloed van
Jezus Christus tijdens de Eucharistie. Hoeveel mensen geloven hier werkelijk
in? Hoeveel mensen beleven dit mysterie zoals het hoort, door diep in hun hart
bewust te zijn van dit onvoorstelbaar Goddelijk geschenk? Het ontvangen van Jezus
in de Heilige Communie, mits dit op passende wijze gebeurt (in diep geloof,
diepe eerbied en diepe Liefde) is een gouden weg naar de heiliging. Welnu, hoe
kan een mens die niet echt gelooft in het eucharistisch wonder, wél geloven in
de mogelijkheid van zijn eigen heiliging, en hoe kan een ziel die niet
werkelijk gelooft in de mogelijkheid van haar heiliging, daadwerkelijk en met
volharding naar die heiliging streven? Heiliging veronderstelt een echt geloof.
Weinig woorden worden zo slecht begrepen als dit: geloof.
Wat is geloof? Vele mensen zien 'geloof' als een eigenschap waarmee men geboren
wordt of niet. Zij menen dat wie geboren wordt in een christelijk land uit
christelijke ouders, automatisch 'gelovig' is. Dat is een gevaarlijke dwaling.
Geloof is heel wat méér dan dat. Geloof is ook meer dan het aannemen dat er een
God bestaat. Ik wil U de omschrijving herhalen zoals deze mij bij het schrijven
van De Hemelse Bruiloft is ingegeven: Geloven is het bestaan en/of de
werking van iets als waarheid aannemen, zonder dat men het met eigen ogen heeft
gezien of op enige wijze met zijn zintuigen heeft kunnen waarnemen.
In de engere zin kan geloof omschreven worden als het
vermogen en de bereidheid om aan te nemen dat er een bovennatuurlijke
werkelijkheid bestaat die wij normaal gesproken niet kunnen zien of horen.
Geloof is: kunnen aanvaarden dat God, Jezus, Maria, de Heilige Geest enzovoort
bestaan, zonder dat wij Hen zien, en ook aannemen dat Hun daden werkelijkheid
zijn. Deze omschrijving helpt meteen verklaren waarom de moderne westerse
wereld in een zo diepe geloofscrisis gedompeld is.
Enkele eeuwen geleden hebben in het wetenschappelijk en
filosofisch denken twee grote stromingen ingang gevonden, die nog steeds hun
stempel op alle denken drukken: het rationalisme en het empirisme.
- Het rationalisme
zegt dat alle verschijnselen met het verstand verklaard (moeten) kunnen
worden en dat het verstandelijk redeneren de enige bron van kennis is. Dat
betekent meteen dat alles wat niet met het verstand verklaard kan worden,
niet aanvaardbaar is en afgedaan wordt als onzinnig, verwerpelijk, een
fictie van de geest die niet ernstig te nemen is. U begrijpt meteen welk
lot het religieuze beschoren is geweest, want alles wat met het
bovennatuurlijke te maken heeft, is niet met ons verstand te verklaren.
Hoe ironisch is het toch, dat de enige Bron van Licht, de Leer van Jezus
Christus, verworpen wordt als duisternis, als een gevaar voor de geest.
- De
andere stroming, het empirisme, zegt dat alle kennis slechts
gebaseerd kan zijn op zintuiglijke ervaringen, dus dat alleen datgene wat
U kunt zien, horen, ruiken, voelen en smaken als bron van kennis aanvaard
kan worden. Ook hier moeten wij dezelfde conclusie trekken: wat dan met
het religieuze, dat nu eenmaal bovennatuurlijk, dus bovenzintuiglijk is.
God kunt U niet zien, horen, voelen, smaken of ruiken, enzovoort.
U merkt hieraan uit welke bron de wetenschap haar inspiratie
haalt: zij wordt niet door Gods Geest bezield. Ik heb U deze korte verwijzing
naar het wetenschappelijk denken absoluut willen meegeven omdat zij vitaal is
om te begrijpen hoe het mogelijk is dat het christendom zo zwaar te lijden
heeft gehad. De geloofscrisis heeft niets te maken met enig gebrek in de leer
van Jezus als dusdanig, noch met het feit dat de Kerk zich meer zou moeten
aanpassen bij de wereld, wel integendeel. Deze toestand houdt louter verband
met het feit dat de mens zich op grote schaal heeft laten misleiden door
verkeerde denkwijzen, die hem steeds verder van God hebben weggeleid en veel
duisternis over de zielen heeft gebracht. Een andere factor in de geloofscrisis
heeft te maken met het toenemend materialisme (het overheersend belang
van het materiële, wat veel te maken heeft gehad met de toenemende ontwikkeling
van de techniek). Het materialisme heeft op zijn beurt weggeleid van God en van
de niet-materiële belangen van de ziel.
Tot zover het aandeel van de maatschappij als geheel in de
geloofscrisis. Ook in de ziel individueel kan de deugd van het geloof
verzwakken. De beproevingen van het leven leiden vele mensen weg van datgene
wat echt van tel is. Heel dun gezaaid zijn in deze tijd de mensen die leven met
de blik op de Hemel, met andere woorden, zij die in alle omstandigheden
doordrongen blijven van het besef dat alles zinvol is, ook (ja, vooral) het
lijden, de lasten, de beproevingen. De mens knapt af op het lijden omdat hij de
stoffelijke wereld (waarvan zijn lichaam deel uitmaakt) in het
middelpunt stelt en als het noodzakelijk doel van al zijn aandacht
beschouwt. Het ware geloof is daarentegen de gesteldheid waarbij de mens in
zich de zekerheid voelt (en in stand houdt) dat het stoffelijke slechts een
middel is tot het ware doel: het Eeuwig Heil voor alle zielen, en dat dit
middel optimaal benut moet worden, dus als uitboetingsinstrument.
Geloof gaat dus veel verder dan geloven dat God bestaat. Het
is geloven dat Hij werkt, en wel in talloze opzichten, doorheen Zijn Heilsplan,
en er ook naar leven. Vele mensen menen en verklaren over zichzelf dat zij
'zeer gelovig' zijn, terwijl het hen zelfs ontbreekt aan het meest elementaire
vertrouwen op Gods Voorzienigheid, op Gods werking via andere mensen, en uit
vele dingen in hun dagelijks leven blijkt dat zij geen rekening houden met de
effecten van de grote Mysteries doorheen dewelke God het leven regelt: het
Heilsplan, het verlossend lijden enzovoort. Deze mensen blijken in
werkelijkheid uitsluitend rekening te houden met de stoffelijke elementen van
het leven, en niet met de realiteit en de macht van het bovennatuurlijke. Er
zijn vele uitingen van gebrek aan geloof. Eén daarvan is het bijgeloof.
Bijgeloof is de neiging om te geloven in verschijnselen of
in wezens die men quasigoddelijke krachten toedicht. Dat is bijvoorbeeld het
geval met allerlei magische rituelen, amuletten, bepaalde symbolen uit
primitieve godsdiensten, en zelfs elementen uit de New Age-stromingen. Men
gelooft hierbij dat deze rituelen, verschijnselen, enzovoort, God vervangen en
de macht bezitten om het Leven in allerlei opzichten te beheersen. Niet alleen
zondigt men hier door God achteruit te stellen bij machten die tot afgoden
worden, men loopt bovendien het risico, te komen tot verering van dingen die
door de krachten van de duisternis gemanipuleerd worden. Wees waakzaam. Iets
anders is het vertrouwen in voorwerpen die een zegening of wijding op kracht
van de Rooms-katholieke Kerk van Jezus Christus hebben ontvangen: medailles,
het kruisbeeld, gewijde kaarsen, paasnagels en dergelijke, uiteraard voor zover
men achter deze voorwerpen steeds de drijvende kracht blijft beschouwen: de ene
ware God, eerder dan de voorwerpen op zich in hun stoffelijke vorm.
Ik wil U nog wijzen op een vorm van vals geloof: de
lichtgelovigheid. De lichtgelovige mens ontbreekt het aan het vermogen om
de onwaarheid in uitspraken te ontdekken, dus om ze op hun waarheidsgehalte te
beoordelen. Hij vertrouwt ook te veel op zijn eigen waarneming in plaats van op
de ingevingen van Gods Geest, en wordt daardoor gemakkelijk door uiterlijke
schijn misleid, en hierin schuilt precies de ondeugd. Lichtgelovigheid gaat
niet zelden gepaard met sensatiezucht, het najagen van bepaalde
verschijnselen of gebeurtenissen die buiten het gewone liggen. Deze neiging
wordt heel gemakkelijk gemanipuleerd door onzuivere geesten en mensen met
bedoelingen die met Gods Waarheid niet veel meer te maken hebben.
Zowel de lichtgelovige mens als de mens die uit is op
sensationele dingen, hebben de neiging om hun leven helemaal af te stemmen op
dingen die zij horen of zien en die hen zodanig fascineren dat zij deze tot
middelpunt van hun hele denken en voelen laten worden. Dat is vooral
betreurenswaardig wanneer het informatie betreft die door onzuivere geesten
bedacht of verspreid wordt als een valstrik. Dergelijke toestanden kosten het
ware geloof vaak vele zielen, want ofwel blijven de lichtgelovige mensen deze
valse informatie najagen als in een koorts, en worden zij hierdoor ver
weggeleid van wat echt van belang is voor Gods Plan, ofwel komen zij vroeg of
laat tot de bevinding dat zij onwaarheden nagehold hebben, en verliezen zij
meteen ook hun geloof in de echte Waarheid, omdat zij zich door God bedrogen
voelen. Hoe is dit mogelijk? Doordat de onzuiveren hun valstrikken vaak spannen
'in Gods naam' en God woorden of uitspraken in de mond leggen die in
werkelijkheid niet van God afkomstig zijn.
Wees waakzaam, en kijk goed naar het gedrag van de persoon
die U informatie doorgeeft. Indien deze zich niet in de deugdzaamheid gedraagt
of merkbaar tekortschiet in de Liefde in haar vele uitingen, hebt U doorgaans
redenen om aan de geloofwaardigheid van zijn uitspraken te twijfelen.
36. Hoop
De mens die de deugd van de hoop bezit, houdt rekening met
de waarheid dat Gods Liefde alles vermag, en ook alles zal doen, op Zijn
Tijd. Hij bezit het vermogen, blijmoedig te leven en met Liefde en begrip
te lijden, omdat hij in al zijn doen en denken in hoge mate rekening houdt met
een werkelijkheid die zich op een nog onbepaald, later ogenblik zal
verwezenlijken, namelijk de Eeuwige Gelukzaligheid na dit aardse leven. Wie
hoopt, verwacht dat een situatie beter zal worden. De christelijke hoop berust
op de vertrouwvolle verwachting dat er voor de ziel een beter leven, een
vervulling van een toekomstverlangen ligt te wachten, omdat God goed is.
Voor wie de ware hoop koestert, zijn ook de beproevingen
zoet, omdat hij ze ziet als een toenadering tot God, toestanden die het
verwachte (de Eeuwige Gelukzaligheid èn de vervulling van Gods Plan) dichterbij
brengen. Echte hoop is daarom geen passief afwachten, het is integendeel een
bron van motivatie voor een nog meer verbeten inzet in het bestreven van het
goede dat later zal komen. Hoop sluit steeds een boodschap van vreugde, belofte
en verwachting in zich, want het is als een Licht dat in de duisternis schijnt.
Wie de ware hoop kent, is er in de diepte van zijn hart van overtuigd dat het
goede zal komen, hij leert op grond daarvan dat alle duisternis slechts schijn
is en dat de ware werkelijkheid het Licht is.
Hoop verwijst steeds naar het feit dat de mens zich in een
bepaalde situatie niet helemaal goed voelt en dat hij uitkijkt naar betere
tijden. Daarom ook is de hoop een Goddelijke deugd: zij draagt in zich de
boodschap dat de heilstoestand van de zielen als geheel niet in overeenstemming
is met Gods Wil, en zij laat de mens aanvoelen dat God Zelf verlangt naar de mogelijkheid
om een Rijk van Genade te vestigen, en dat Hij daarvoor zielen nodig heeft die
zich daar totaal voor inzetten. Deze inzet vergt een onophoudelijk zelfoffer,
en de motivatie daartoe wordt in de ziel gelegd met het Licht van de hoop.
Hoop is ook het houvast voor de ziel die in de put raakt
door een plots besef van zondigheid. Wanneer de ziel op zeker ogenblik voelt
dat zij niet in overeenstemming leeft met Gods Wet, kan de hoop dienst doen als
de eerste vonk die nieuwe warmte in de kilte van het zondebesef brengt, of als
ladder om uit de duistere put te klimmen en opnieuw op zoek te gaan naar het
Licht.
Het is ook mogelijk, hoop te koesteren zonder echt te
geloven, doch dan leeft men in een fantasiewereld, een schijnrealiteit: U
tracht dan naar iets moois en aantrekkelijks waarvan U in feite niet gelooft
dat het ooit zal komen. In dit geval kan men moeilijk spreken van echte hoop,
doch eerder van zelfbegoocheling, een misleiding die U aan Uzelf niet bewust
wil toegeven omdat U ergens beseft dat, zodra U toegeeft dat U er niet in
gelooft, Uw hele wereld en al Uw houvast in elkaar zal storten. Want daar gaat
het bij echte hoop om: vertrouwen, een waar houvast, een stil weten dat het zo
zal zijn.
Een gebrek aan hoop kan tot uiting komen in twijfel, en
in een ergere graad in vertwijfeling en wanhoop ten aanzien van de dingen des
levens. Deze gesteldheden wijzen op een gebrek aan vertrouwen in Gods
Voorzienigheid en in de Liefde waarmee Hij de mens benadert. Ook pessimisme,
neerslachtigheid, droefgeestigheid kunnen het gevolg zijn van een ontsporing in
de hoop. Wanneer de ziel zich voor ogen houdt dat zij in goede handen is, wat
er ook gebeurt, kan zij deze toestanden overwinnen. Dat gebeurt op grond van de
hoop op beterschap, die in wezen een vertrouwen in Gods liefdevolle
beschikkingen is.
Twijfel is in wezen een plots gebrek aan vertrouwen op Gods
Voorzienigheid doordat de twijfelende mens opeens rekening begint te houden met
de kans op mislukking van zijn goede voornemens. De twijfel kan tot op zekere
hoogte gezond zijn (de deugd der voorzichtigheid), doch zodra zij de overhand
krijgt, treedt een gesteldheid op die de normale werking van de ziel belemmert.
Vertwijfeling is een gesteldheid waarbij de twijfel
langduriger en intens wordt, en waarbij men er nauwelijks nog in slaagt om
zichzelf te overtuigen van de mogelijkheid dat het goede zal gebeuren. Deze
houding druist dus reeds lijnrecht in tegen de christelijke levenshouding, die
veronderstelt dat U doorheen de duisternis van het kruis het Licht van de verheerlijking
blijft zien, zoals Jezus ons dat heeft voorgedaan.
De wanhoop is de toestand van ware capitulatie: De ziel
geeft zichzelf over aan de vijand, die aast op haar complete ontmoediging. Wat
is ontmoediging? De gesteldheid waarin U 'de moed ontnomen wordt'.
Ontmoediging is het beroofd worden van het Licht van de hoop.
Het is de gesteldheid waarin de ziel ook al haar normen en
waarden verliest, en daardoor tevens haar ingebouwd controlemechanisme, haar
zelfbeheersing, haar gedragscode. Dit betekent dat ook de zonde minder bewust
bedreven wordt. Ik zou het zo kunnen uitdrukken, dat de ziel in deze
gesteldheid lijdt aan een vorm van 'spirituele oververmoeidheid' of
'verbijstering' of 'verstarring'. Door de gedeeltelijke uitschakeling van de
normale waarden en normen, leeft de ontmoedigde, en zeker de vertwijfelde of
wanhopige ziel geleidelijk aan in de (vaak ongewilde) illusie dat 'het er
allemaal niet meer op aankomt'.
Deze gesteldheid is een broedhaard voor zonden, en overigens
ook voor zelfmoordgedachten en zelfs voor krankzinnigheid. In Gods ogen is deze
gesteldheid op zich een ondeugd doordat de ziel hierdoor blijk geeft van gebrek
aan vertrouwen in Gods werking en Voorzienigheid, en van onwil ten aanzien van
het dagelijks kruis. De moeilijkheden op Uw levensweg worden zodanig beschikt
dat zij U specifieke lessen kunnen leren. Wanneer U zich uit die situatie
terugtrekt (door het opgeven van de christelijke gedragsnormen, door U volledig
in Uzelf terug te trekken zoals bij bepaalde geestesziekten gebeurt, door
zelfmoord, door het gebruik van antidepressiva en andere zogenaamde psychotrope
medicijnen) legt U daardoor tegenover God in feite de verklaring af: "Ik
speel niet meer mee in het raderwerk van Uw Heilsplan", wat neerkomt op
een afzweren van het kruis en een verloochening van Jezus. Elk gebrek aan hoop
is in wezen een gebrek aan vertrouwen in het Licht, en daardoor een
verloochening van een kernelement van Uw christelijk geloof, de enige Waarheid
van God.
Een bijzondere vorm van gebrek aan hoop ligt in het
overstappen van het christelijk geloof naar een andere godsdienst. Waarom
verloochent iemand zijn christelijke afkomst? Omdat hij diep binnen in zich de
hoop op zijn Heil verloren heeft. Waarom gebeurt dit? Omdat de mens vaak het
Heil zoekt waar het niet te vinden is, en op één of andere wijze zelden vrede
neemt met de vooruitzichten voor de eeuwigheid, doch de schatkist reeds tijdens
dit leven wil zien opengaan. De krachten die afwijken van de Leer van Christus
pikken hier gretig op in door holle beloften die zogenaamd reeds tijdens dit
leven in vervulling zullen gaan. Dit geldt voor vele niet-christelijke
godsdiensten, en zeker voor sekten.
37. Rechtvaardigheid
Rechtvaardigheid is in wezen het vermogen om te oordelen
zoals God het ingeeft, in overeenstemming met de Goddelijke Gerechtheid. De
rechtvaardige is een mens die zich alleen maar laat leiden door Gods Waarheid,
en zich daarbij niet laat afremmen door eigenbelang. Wanneer hij een situatie
moet beoordelen, spreekt hij uitsluitend de waarheid zoals Gods Geest hem die
ingeeft, zelfs indien zijn eigen oordeel hem zelf op het materiële, wereldse
vlak benadeelt. Hij is eerlijk en oprecht, en indien zijn medemens gelijk heeft
en hijzelf ongelijk, geeft hij dit toe. Hij dient in alles de Waarheid en niets
anders.
Het is U wellicht opgevallen dat in de Bijbel geregeld
sprake is van 'een rechtvaardige' wanneer een mens wordt bedoeld die heilig
leeft. Inderdaad, een rechtvaardige is in wezen een mens die in Gods ogen
'gerechtvaardigd' is, dus die in overeenstemming leeft met Gods Wil. Hij haalt
daar zijn enige vreugde uit. Het volstaat voor hem dat hij Gods Waarheid in
zich draagt en deze ook in alle omstandigheden verdedigt, en deze
rechtlijnigheid is voor zijn ziel als een schild tegen de zonde. De rechtvaardige
is op het moreel vlak als een burcht: hij sluit geen compromissen met
onwaarheid, leugen of onrecht. Hij laat zich niet omkopen of verleiden tot een
houding die volgens Gods Eeuwige Wet niet goedgekeurd zou worden. Elk voordeel
dat hem voorgehouden wordt, wijst hij af indien hij het zou verwerven door een
stelling in te nemen die niet ten dienste van God zou staan. De rechtvaardige
denkt er niet aan, dingen te zeggen die hem in de ogen van zijn medemens moeten
rechtvaardigen, indien hij ook maar enigszins het gevoel heeft dat hij niet
volkomen gelijk heeft, en hij verafschuwt elke misleiding of elk woord waarmee
hij zijn medemens iets zou kunnen voorhouden dat niet helemaal met de
werkelijkheid overeenstemt. Ofwel spreekt hij honderd procent de waarheid,
ofwel zwijgt hij liever, maar hij onderneemt geen pogingen om over zichzelf een
bepaald beeld op te hangen of een bepaalde indruk te wekken, omdat hij geen
behoefte voelt om te doen alsof. Dat geldt op elk vlak van zijn leven.
Rechtvaardigheid is het vermogen om op belangeloze wijze te
handelen in overeenstemming met Gods Wijsheid, in navolging van Gods
Gerechtigheid die oordelen velt die onfeilbaar zijn. De mens is nooit
onfeilbaar in zijn inschatting van een situatie omdat hij nooit elk detail ervan
kan kennen en ook nooit in volmaakte overeenstemming met Gods
beoordelingscriteria naar een situatie kan kijken. Doch de rechtvaardigheid kan
wel een hoge graad van ontwikkeling bereiken in de ziel die zich in een
zodanige mate aan God heeft overgegeven dat Hij toestaat dat Zijn Wijsheid,
kracht en heiligheid als het ware verblijf nemen in de ziel. Dit is wat wij
'vereniging' noemen. Dit kan bijvoorbeeld worden vergund in situaties waarin
het noodzakelijk is dat de ziel een bijzondere taak vervult en daarom in hoge
mate door de Heilige Geest bezield moet zijn om Gods Plan te dienen. De mate
waarin dit gebeurt, is afhankelijk van de genadewerking, maar ook van de
openheid en de bereidheid tot toewijding en overgave bij de ziel zelf.
Een element van de rechtvaardigheid is de
integriteit. Dit is de eigenschap waardoor de mens rechtschapen is, in
alle omstandigheden onverzettelijk is in de praktische toepassing van de
waarheid, en onomkoopbaar is. Een integer mens laat zich niet verleiden tot
onrecht door giften of beloften die hem het leven vergemakkelijken,
bijvoorbeeld 'zwijggeld' om bepaalde informatie met een duistere of misdadige
inhoud niet te onthullen. Rechtvaardigheid veronderstelt dat U elke mens in
zijn waardigheid gelijk behandelt, omdat alle mensen broeders en zusters van
elkaar zijn, en kinderen van één en dezelfde God. Daarom is het een ondeugd
indien U bijvoorbeeld één of meer van Uw kinderen voortrekt op Uw andere
kinderen, en hen geen gelijke kansen geeft. Wel is een onderscheid
geoorloofd in die zin dat een kind dat door het leven in een bepaalde fase
zwaarder wordt beproefd dan een ander kind, tijdens die fase meer aandacht of
steun van U ontvangt, zolang dit in een sfeer van volkomen begrip en Liefde in
alle richtingen verloopt en er geen oogmerk bestaat om te schaden. Indien het
'relatief benadeeld' kind hiervoor geen begrip opbrengt, maakt het zich
schuldig aan jaloersheid of afgunst. Vang deze toestand tijdig op door een
liefdevol gesprek in volle openheid, zonder achterhouding van om het even welke
informatie.
Het ongelijk behandelen van mensen komt vaak tot uiting in
het verschijnsel dat vele mensen de neiging vertonen, een medemens
vriendelijker te behandelen naarmate deze rijker, mooier of invloedrijker is.
Deze vorm van onrechtvaardigheid behelst vaak ook eigenbelang: men wil een
'goede relatie' om er zelf beter van te worden, men wil pronken met rijke
kennissen, met een knappe vriend(in), enzovoort, omdat dit het eigen prestige
verhoogt in de ogen van de wereld.
Onrechtvaardigheid is de gesteldheid van de ziel die Gods
Waarheid niet dient en die geneigd is om de voorrang te geven aan eigen
belangen, ook al gaat dit ten koste van de waarheid. Deze ziel vertoont de
neiging, anderen te benadelen telkens zij terecht komt in een situatie waarin
zij voordeel voor zichzelf ziet mits zij de waarheid wat kan 'bijsturen'. Zij
neemt dan haar toevlucht tot leugens, onterechte beschuldigingen, het
verspreiden van verhalen die de ander in een slecht daglicht stellen,
enzovoort. Zij neemt hier zelf weinig of geen aanstoot aan, want haar moreel
waardenbesef wordt achteruit geschoven ten bate van het materieel voordeel dat
zij met haar gedrag beoogt. Zielen die zwak zijn in de deugd van de
rechtvaardigheid, raken gemakkelijk verzeild in een afwijkend, zelfs misdadig
levenspatroon, want zodra hun verblinding voldoende groot wordt, schakelen zij
de waarheid uit als hun grootste hinderpaal, en zondigen zij zonder enige
scrupule.
|