Inhoud blog
  • Ik verhuis naar een andere blogsite!!!
  • De mystiek achter de tweede komst van Jezus
  • Luz de Maria 24/4
  • Zalig de armen van geest
  • Aanbidden in geest en waarheid
  • 3.33 uur 's ochtends
  • De kracht van 1 Weesgegroet
  • Ze komen eraan
  • Vreemde en grote donkere wezens zullen spoedig overal binnendringen
  • Een volgende lockdown
  • Boodschap aan Anna Shelley 24/4
  • De devotie van de 7 smarten van OLVrouw
  • Toewijdingsgebeden aan God de Vader, het H. Hart van Jezus en het Onbevlekt Hart van Maria
  • Gebeden van toewijding van ziekte, lijden en levenslasten
  • De betekenis van Pinksteren - 4
  • Om een baby uit een miskraam en geaborteerde baby's te dopen
  • Exorcismegebed over je woning en grond en toewijdingsgebed
  • Gebeden van zegening en bescherming
  • Het is eindelijk aangebroken
  • Wat God me toonde over aanstootgevende kledij...
  • Wat God me toonde over feminisme
  • De betekenis van Pinksteren - 3
  • Einde van Satans invloed in zicht
  • Red de planeet, ga CO2 uitstoten
  • Over de verliezen aan Westerse kant wordt gezwegen
  • Boodschappen aan Eduardo Ferreira
  • Boodschappen aan Pedro Regis
  • Boodschappen van OLVrouw di Zaro 8/4
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • Boodschappen aan Valeria Copponi (tot 19/4)
  • Instorting van economie, en munteenheden
  • De uitval
  • Over Poetin
  • Zal dit het einde veroorzaken?
  • Een miraculeuze foto van de Gekruisigde Jezus
  • Boodschap aan Anna Shelley 20/4
  • Luz de Maria 20/4
  • Rusland wordt verder uitgedaagd
  • De 3 daagse duisternis
  • De 9 cirkels van de Hel
  • In de Hel wegens echtscheiding
  • Meteoor op California
  • 23 april
  • De komst van de asteroide
  • Massale afname van bevolking in Europa komt eraan
  • Repost: Genezingsgebed van God de Vader
  • Opwarming van het klimaat? Niet dus.
  • Let op voor cosmetica en dergelijke producten
  • De uitleg van het merkteken van het beest door de Heer
  • De volgende pandemie
  • Over Obama: hij kan de Antichrist worden, door bezetenheid
  • Luz de Maria 16/4
  • Boodschap aan Anna Shelley 19/4
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • Een zombievirus
  • Nano chip
  • VK zal getroffen worden
  • Dit zal gebeuren door Hem
  • Het is reeds begonnen
  • Hoe de Antichrist zal werken door AI en Biotechnologie
  • Ze komen voor onze kinderen
  • Vernietiging van 3 landen
  • Bloedmanen als waarschuwend teken
  • 5 tekenen dat je een Uitverkorene bent
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • OLVrouw van Smarten
  • Adviezen om de duivel te bevechten
  • Het sociaal kredietsysteem
  • NEEM GEEN VACCINS!!! GEEN ENKELE!!!
  • BID TEGEN ABORTUS!!!
  • De betekenis van Pinksteren - 2
  • De betekenis van Pinksteren - 1
  • Goede raad: wees niet afhankelijk van de staat
  • De plannen van de wereldelites
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • Bijhorende afbeelding bij de boodschap van Lorena
  • Nog eens nieuws van de Antichrist/Maitreya
  • Boodschap aan Pedro Regis 11/4
  • Luz de Maria 12/4
  • Boodschap aan Lorena 8/4
  • Chaga
  • Dit is de waarheid
  • Boodschap aan Anna Shelley 14/4
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 9
  • Janet Klasson - 9/2 Licht van de wereld in de Goddelijke Wil
  • Geheim van gedrevenheid
  • Kom, H. Geest, kom!
  • 3 middelen die Satan gebruikt om je ziek te maken
  • Gezegend zij
  • Gods Barmhartigheid is grenzeloos
  • Boodschap aan Anna Shelley 13/4
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 7 en 8
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • De Emmaüsgangers
  • Mummie
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 6
  • Op weg naar de microchip
  • Nog steeds kunnen we het tij keren - Niburu
  • Boodschap aan John Mariani
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 5
  • Boodschappen aan Jennifer
  • 28/3 Plaats dit in je huis en land (The Unsealed Message)
  • Maria Simma openbaart 7 geheimen
  • Het Gezicht van Jezus
  • Opruimen van de wereldbevolking was altijd het doel - Niburu
  • 11 april
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 4
  • Boodschappen aan John Leary - rest van maart
  • Boodschap aan Mary of Divine Mercy
  • Grote schudding 8/4
  • Luz de Maria: Paaszondag 9/4
  • Afbraak van immuunsysteem door vaccins
  • Luz de Maria: Stille Zaterdag 8/4
  • Luz de Maria: Goede Vrijdag 7/4
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 2 en 3
  • Boodschap aan Anna Shelley 6/4
  • Zalig Pasen!!!
  • Boodschap aan Anna Shelley 8/4 DRINGEND!!!
  • Gebed op vrijdag voor de Arme Zielen
  • Boodschap aan Eduardo Ferreira 24/3
  • Droom van J. Frances 3/4
  • Boodschap aan Manuela te Sievernich (25/3)
  • Het echte gevaar van het einde van de dollar
  • Schildklier en jodium
  • Boodschap aan Manuela te Sievernich (21/3)
  • Boodschappen aan Valentina Papagna
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 1
  • Boodschap aan Marco Ferrari 26/3
  • Boodschap aan Gisella Cardia 3/4
  • De Kruisweg
  • 15 doodzonden in het Katholieke Geloof
  • Luz de Maria: Witte Donderdag 6/4
  • Het bankroet van Europa
  • Boodschap aan Anna Marie - Houston 11/2
  • Plaats terug brood op je huisaltaar
  • Boodschappen aan Pedro Regis
  • Palmzondag-rede van Vigano
  • Luz de Maria: Heilige Woensdag 5/4
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • Het Communisme zal opgelegd worden door de elite
  • Boodschap aan Ned Dougherty 26/3
  • Boodschap aan Anna Shelley (3/4)
  • Het verraad van Judas Iscariot (2)
  • Het verraad van Judas Iscariot (1)
  • Luz de Maria: Heilige Dinsdag 4/4
  • Luz de Maria: Palmzondag 2/4
  • Luz de Maria: Heilige Maandag 3/4
  • Interview met Luz Maria de Bonilla
  • Grafeenoxide in vaccins
  • Boodschap aan Lorena 14/3
    Zoeken in blog

    ALLES GAAT VOORBIJ, BEHALVE GOD !
    agenda

    Belangrijke data in mijn agenda

    Mijn favorieten
  • Mijn bibliotheek
  • Nieuwe blogsite
  • Archief per maand
  • 05-2023
  • 04-2023
  • 03-2023
  • 02-2023
  • 01-2023
  • 12-2022
  • 11-2022
  • 10-2022
  • 09-2022
  • 08-2022
  • 07-2022
  • 06-2022
  • 05-2022
  • 04-2022
  • 03-2022
  • 02-2022
  • 01-2022
  • 12-2021
  • 11-2021
  • 10-2021
  • 09-2021
  • 08-2021
  • 07-2021
  • 06-2021
  • 05-2021
  • 04-2021
  • 03-2021
  • 02-2021
  • 01-2021
  • 12-2020
  • 11-2020
  • 10-2020
  • 09-2020
  • 08-2020
  • 07-2020
  • 06-2020
  • 05-2020
  • 04-2020
  • 03-2020
  • 02-2020
  • 01-2020
  • 12-2019
  • 11-2019
  • 10-2019
  • 09-2019
  • 08-2019
  • 07-2019
  • 06-2019
  • 05-2019
  • 04-2019
  • 03-2019
  • 02-2019
  • 01-2019
  • 12-2018
  • 11-2018
  • 10-2018
  • 09-2018
  • 08-2018
  • 07-2018
  • 06-2018
  • 05-2018
  • 04-2018
  • 03-2018
  • 02-2018
  • 01-2018
  • 12-2017
  • 11-2017
  • 10-2017
  • 09-2017
  • 08-2017
  • 07-2017
  • 06-2017
  • 05-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 09-2016
  • 08-2016
  • 07-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 04-2016
  • 11--0001
    Levend geloof 9

    01-08-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Weg naar Heiligheid : deugden - deel 4 (29-37)

    29. Bescheidenheid

    Met deze deugd blijven wij in de buurt van de nederigheid. Bescheidenheid berust op een sterk ontwikkelde zin voor verhoudingen: De bescheiden mens weet hoe relatief alles is, en hij hoedt er zich voor om te zwaar te tillen aan zijn eigen verdiensten. Hij beleeft de grootste vreugde aan zijn verdiensten, zijn lijden enzovoort, wanneer hij deze verborgen kan houden, en indien dit niet lukt, zal hij de neiging hebben om zijn eigen inbreng te minimaliseren door erop te drukken dat hij slechts doet wat God van hem verwacht en met de middelen die hem door God gegeven zijn. Met andere woorden: Hij gaat zelf opzij staan door constant naar God (Jezus, Maria) te verwijzen als Oorsprong en Bron van alles. Hij wijst erop dat het in feite God (Maria) is die door zijn handen en mond werkt, en dat Hij (Zij) dus in feite ook alle eer moet krijgen voor de resultaten.

    Ook ten aanzien van zijn medemens past hij deze overtuiging toe: wanneer hij op het werelds vlak iets heeft gedaan, is hij ervan overtuigd dat de inbreng van deze of gene medemens in feite groter is geweest dan de zijne. Hierin ligt de kern van deze gesteldheid: hij is ervan overtuigd. Inderdaad, hij zegt dit niet zomaar, hij voelt dit daadwerkelijk zo aan, en is zelfs verbaasd wanneer mensen hem grote dingen toedichten, want hij heeft niet het gevoel dat hijzelf grote dingen doet. Hij is dan ook niet uit op lofbetuigingen, integendeel, hij voelt deze bijna als een verontreiniging aan, als bloemen die hem niet helemaal terecht toegeworpen worden en waarmee hij God (Maria) tekort doet indien hij ze niet onmiddellijk aan Hem (Haar) doorgeeft.

    Een tekort aan bescheidenheid uit zich in de mens die zichzelf tot middelpunt van zijn leefwereld maakt in woord en daad. Deze houding kan zich zelfs uiten in opdringerigheid. Opdringerigheid is een vorm van zichzelf naar voor schuiven, het behelst in zekere zin een kreet met de boodschap 'kijk naar mij'. U kunt geconfronteerd worden met een situatie waarin U het gevoel krijgt dat U een concreet positieve inbreng zou kunnen leveren, en op grond van Uw specifieke talenten kan dit zelfs zo zijn, maar toch grijpt U door deze houding in op Gods Voorzienigheid. Indien het binnen Gods Plan wenselijk is dat Uw inbreng herkend en erkend wordt, zullen de zaken zo geregeld worden dat Uw inbreng inderdaad gevraagd wordt of dat U niet anders kunt dan ingrijpen. Zolang de situatie daar niet werkelijk om vraagt, is Uw tussenkomst in werkelijkheid opdringerigheid. Dit kan aanstootgevend werken. Daarom ook het gezegde 'ongevraagde hulp is zelden welkom'.

    De werkelijk bescheiden mens kan in een situatie terecht komen waarin hij voelt dat hij iets goeds zou kunnen doen, doch zal zich geremd voelen om iets te ondernemen, omdat hij meteen vreest dat hij bij anderen het gevoel kan wekken dat hij zichzelf beschouwt als iemand met een hoge dunk over zijn eigen kunnen. In wezen is ook de bemoeizucht een uiting van gebrek aan bescheidenheid. De bemoeizieke mens wil absoluut het leven van zijn medemens regelen. Vaak onder de schijn van naastenliefde dringt hij binnen in de levenssfeer van de medemens: er is ook hier sprake van opdringerigheid. Men zoekt ongevraagd deel te krijgen aan bepaalde aspecten van het leven van de medemens, in plaats van zich strikt bij de vervulling van de eigen levenstaken te houden. Daarbij wekt men steevast de indruk dat men zelf beter in staat is om aan de situaties in het leven van de medemens het hoofd te bieden dan deze dit bezig is te doen. Dat kan heel ver gaan. De bemoeizucht is een fout tegen de bescheidenheid, maar houdt de ziel ook veel te veel vast in de sfeer van het wereldse. Een groot gedeelte van de energie wordt besteed aan aandacht voor allerlei futiliteiten die de ziel wegleiden van haar eigen roeping.

    Bescheidenheid, net zoals nederigheid, is een deugd die als waarlijk wereldvreemd wordt beschouwd. De moderne wereld is koel, ongevoelig en tactloos geworden. Wie zich niet weet door te zetten, valt ten prooi aan de koele berekening van hen die hun leven louter met materialistische doelstellingen leiden. Daarom is het een waar moreel martelaarschap, in een wereld als deze van vandaag, ondanks de talloze onzuivere invloeden van elke dag, stand te houden in deze deugden. Het hoeft dan ook geen verbazing te wekken dat God de kleinen zozeer bemint, en dat Hij de redding van de wereld in hun handen heeft gelegd.

    30. Eenvoud

    Ook deze deugd heeft veel te maken met een afkeer van alle opzichtigheid in woord en daad. De eenvoudige ziel heeft de innerlijke schoonheid van de ware bezieling gevonden, en beleeft deze diep in haar hart. Eenvoud is de Liefde voor het ongecompliceerde, omdat men weet dat alles wat boven het strikt noodzakelijke uitstijgt, slechts ballast voor de ziel is. De eenvoudige ziel heeft begrepen dat zij des te beter in de zuiverheid, en dus des te dichter bij God, kan leven naarmate zij zichzelf minder met allerlei indrukken belast. De enige maatstaf waaraan voor deze ziel de dingen der wereld moeten voldoen, is dat zij een bepaald doel dienen om te leven, voor het overige worden zij als overbodig beschouwd. De eenvoudige mens heeft geen boodschap aan dingen die de aandacht trekken of die op kunstmatige wijze opgesmukt zijn en daardoor eerder de zinnen bezighouden dan de ziel dienen. Een modelvoorbeeld van eenvoud is Gods beschikking dat de Messias geboren zou worden in een stal (grot), een verblijf voor dieren. Het had nochtans heel wat anders kunnen zijn voor de Zoon van God.

    De eenvoudige mens, de mens die de ware eenvoud van hart bezit, heeft de neiging, zich weinig vragen te stellen bij datgene wat de Goddelijke Voorzienigheid voor hem beschikt. Hij aanvaardt de dingen zoals zij zijn, vermijdt om erover te redeneren doch neemt ze aan als dingen die ergens in Gods Plan passen. Het maakt hem niet echt uit, te weten wat God er precies mee beoogt, belangrijk is voor hem dat hij er het beste van maakt, dit wil zeggen: ze benadert op de wijze die God van hem zou verwachten. Zijn hart weet zich voldoende open te stellen om de ware bezieling en inspiratie te ontvangen.

    Men zou kunnen zeggen dat de ware eenvoud van hart de deugd is die de mens in staat stelt om te handelen alsof hij geen eigen wil of verstand bezat, doch in alles letterlijk een werktuig van Gods Geest is. De openheid van de eenvoudige ziel komt ook tot uiting in de gesteldheid waardoor zij alle dingen om zich heen stuk voor stuk leert beschouwen als wonderen van God. De eenvoudige ziel heeft die kinderlijke trek weten te bewaren waardoor zij zich zelfs kan verheugen over een grassprietje, een vogeltje, een mooie wolk tegen een helderblauwe hemel, kortom: over alle dingen waar een werelds ingestelde ziel geen aandacht aan schenkt of die deze als vanzelfsprekend aanneemt.

    De eenvoud is het grote kenmerk van hen die zijn als de kinderen, en die daarom de grote lievelingen van God zijn. Eenvoud is bijvoorbeeld ook, zich vaak over het alledaagse kunnen verwonderen als een kind. Het is het vermogen om God te verheerlijken, de kinderlijke geestdrift te bewaren, geen nood te hebben aan 'kicks' (ervaringen die een buitengewone prikkel geven). Deze nood is een uitvloeisel van de afstomping van de ziel. Vele uitingen in de moderne samenleving wijzen op deze algemene afstomping: reclame moet schokkend zijn of ze trekt geen aandacht meer, het eenvoudige en ongecompliceerde, bijvoorbeeld in televisieprogramma’s, wordt als naïef afgedaan, enzovoort. Wie nog tevreden kan zijn over eenvoudige dingen, wordt niet zelden als achterlijk beschouwd.

    Over het algemeen is de eenvoudige ziel vrij van arglistigheid en sluwheid, omdat zij niet berekenend is. Zij ziet het leven niet als een voortdurende uitdaging die uitnodigt om het maximum aan materiële winst te vergaren, doch als een opgave die zij moet trachten te voltooien in een oprechte navolging van de christelijke leer. Dit is waarlijk de gesteldheid van de kinderziel, vόόr deze eventueel door de intriges van de wereld verontreinigd of bezoedeld wordt. Zalig zij die deze gesteldheid, waarmee God hen op de wereld heeft geplaatst, weten te bewaren doorheen hun levensjaren.

    31. Liefde tot de Stilte

    Om Gods Aanwezigheid te ervaren, moet U eerst en vooral innerlijk rust en Vrede vinden. Dat lukt des te beter wanneer U zoveel mogelijk de buitenwereld uitschakelt door zintuiglijke indrukken (onder andere: geluiden) tot een minimum te herleiden. De ziel die de stilte liefheeft, heeft begrepen dat Gods Geest slechts spreekt in een hart waarin Vrede en stilte heerst. Luidruchtigheid is een product van de activiteiten der wereld. Zij houdt de zintuigen op scherp en schept een soort alarmtoestand in de geest. Wanneer U bedenkt dat de geest zoveel mogelijk uitgeschakeld moet worden om het Ware Leven van de ziel te ervaren, waarvan de indrukken verlopen doorheen de beslotenheid van het hart, zult U begrijpen waarom de ziel die spirituele groei betracht, geregeld de behoefte zal voelen om zich in zichzelf terug te trekken.

    Hebt U er ooit bij stilgestaan waarom Maria nooit verschijnt in een stadscentrum tijdens het spitsuur, doch onveranderlijk op stille, vredige, afgelegen plaatsen zoals een berg, een bos of de beslotenheid van een kamer? Het is zelfs uitzonderlijk dat innerlijke visioenen worden geschonken op een plaats waar de ziener/zienster niet in volkomen rust van de zinnen verkeert. God houdt van de stilte. Stilte is als de geruisloze adem van de Heilige Geest. Innerlijke stilte is een prachtige bloem, die het weelderigst bloeit wanneer ook de zinnen in vrede gedompeld zijn. Dat is moeilijk met de geluiden der wereld om U heen. Het is niet zonder reden dat van oudsher de kloosters doorgaans op afgelegen plaatsen werden gebouwd. Hoe meer U het leven buiten Uzelf tot zwijgen kunt brengen, des te intenser zult U het Ware Leven in Uzelf leren kennen.

    Een ziel die de gebedsverdieping nastreeft via het contemplatief (beschouwend) gebed, zoals vooral de mystici dit betrachten, zal dit aanvankelijk ervaren als een grote leegte. Dat komt omdat hun zintuigen het niet gewend zijn, vrij te zijn van indrukken, en hun hart nog niet weet om te gaan met die uitwendige stilte en nog niet geoefend is in het leren aanvoelen van de hogere werkelijkheid, die zich slechts in de diepste kern van het hart openbaart. Een ziel die geroepen wordt tot de weg van de mystieke ervaring van het leven en haar leefwereld, dus tot het rechtstreeks contact met Maria of Jezus, leert spoedig dat niet de uitwendige leefwereld de echte realiteit is, doch dat deze integendeel slechts schijn is, die haar wegleidt van de ware werkelijkheid die zich diep in haar wil openbaren.

    Bij deze ziel wordt de 'leegte aan indrukken' opgevuld met indrukken van een niet-zintuiglijk niveau: Zij gaat dingen zien, horen en voelen (indien deze haar gegeven worden), doch deze indrukken verlopen niet via haar zintuigen, doch worden als het ware rechtstreeks op het beeldscherm van haar ziel geprojecteerd. Wanneer zij bijvoorbeeld Maria schouwt in een innerlijk visioen, ziet zij (terwijl haar ogen geopend of gesloten zijn, dat maakt geen verschil) beelden die vaak veel meer informatie in haar overdragen dan zij met haar lichamelijke ogen zou kunnen ontvangen. Zij kan daarbij tevens inwendig woorden horen, doch vooral gevoelens opvangen die vaak onafzienbaar grote hoeveelheden informatie in haar prenten. Hier geldt letterlijk: de Hemel spreekt boekdelen in de stilte.

    Dergelijke ervaringen leren dat de ziel die de stilte niet liefheeft en niet opzoekt, zichzelf van de rijkste communicatie met God kan afsnijden. Over het verband tussen mystieke ervaring en de stilte schreef ik reeds uitvoering in De Hemelse Bruiloft, en ik citeer even uit dit boek (uit hoofdstuk 15): "Mij is steeds opgevallen hoe stil het in de ziel lijkt te worden terwijl waarlijk bovenaardse gemoedsaandoeningen, bewustzijnsveranderingen en brandende verlangens er doorheen lijken te razen als in een onbedaarlijke storm. Deze vaststelling is heel opmerkelijk, en is voor mij één van vele aanwijzingen voor de Hemelse Tegenwoordigheid. Maria openbaart zichzelf steeds in de stilte, en het lijkt alsof Zij het hart leeg maakt van wereldse indrukken terwijl Zij Zelf het betreedt" (De Hemelse Bruiloft, blz. 353).

    Het is moeilijk om in een atmosfeer van lawaai van de wereld los te komen. Dat komt niet alleen door de geluiden, dus zintuiglijke indrukken, op zich, doch ook doordat een luidruchtige atmosfeer doorgaans 'geladen' is: Hij draagt niet alleen de geluidsindrukken over doch vaak ook een zekere onvrede, frustratie of geestelijke leegheid vanwege diegene die het lawaai veroorzaakt. Uw ziel kan dit onbewust opvangen, en dit kan een zeker onbehagen in U scheppen. Waarschijnlijk hebt U reeds de ervaring opgedaan dat het vaak gemakkelijker is om tot een diepgaand gebed te komen tijdens de stille uurtjes waarin iedereen slaapt. Het gezegde 'de nacht maakt vertrouwelijk' heeft onder andere te maken met het feit dat U door het ontbreken van zintuiglijke indrukken (de duisternis, de stilte, het wegvallen van allerlei activiteiten) meer uitgenodigd wordt om Uw hart te openen.

    Onze samenleving wordt gekenmerkt door een veel grotere onrust, een veel meer gejaagd levensritme dan deze van enkele generaties terug. Met dit alles is ook de stilte zeldzaam geworden. Dat is niet steeds te verontschuldigen door te verwijzen naar de stand van de technologie en de vermenigvuldiging van de verkeersmiddelen. Er zijn uitingen van lawaai die uitsluitend verband houden met de mentaliteitsverandering van de generaties. Dat blijkt bijvoorbeeld in de neiging om ongeremd muziek te laten weergalmen uit allerlei audioapparatuur, zelfs in rijdende wagens. Dat blijkt ook in allerlei vormen van ongeremd lawaai in de huizen. Mensen lijken zich steeds minder te storen aan het mogelijk hinderen van hun medemens. Burengerucht, ongeremde productie van lawaaihinder, nachtelijke tuinfeestjes enzovoort, geven uitdrukking aan een gebrek aan consideratie voor de medemens, aan het feit dat men geen rekening houdt met het leven van de medemens, en dat men volkomen op zichzelf betrokken leeft. Niet in alle gevallen is er sprake van moedwillig storen van de medemens, in de meeste gevallen is dit eerder terug te voeren op een mentaliteit die de mens laat leven alsof hij helemaal alleen op de wereld was.

    De mens die God werkelijk bij zijn leven wil betrekken, zal automatisch de vervulling van zijn leven in de diepte van zijn eigen hart zoeken, waar hij God (Jezus, Maria) kan ontmoeten. Elke vorm van luidruchtigheid is als het zoeken naar opvulling van een leegte door een middel dat weliswaar de zintuigen (over)verzadigt, doch de leegte alleen nog groter kan maken, want hierdoor snijdt de mens zijn eigen ziel nog drastischer van elk Hemels contact af.

    Een moderne overtreding tegen de Liefde tot de stilte ligt besloten in het gebruik van een draagbaar telefoontoestel in een kerk, en zeker tijdens de eredienst, stil gebed of aanbidding. Indien U een telefoontoestel bij U draagt, wees dan eerbiedig jegens God en Uw medemens door het voor de tijd van Uw kerkbezoek uit te schakelen. Geef God niet de indruk dat U Uw wereldse contacten belangrijker acht dan Uw communicatie met Hem, en vergeet nooit dat de eredienst een herdenking van het Lijden van Golgotha is.

    32. Hulpvaardigheid

    Hulpvaardigheid is de deugd waardoor U Uw medemens niet aan zijn lot overlaat, doch geen inspanning schuwt om zijn leven te verlichten. Het is de eigenschap waardoor U in alle omstandigheden bereid bent om hulp te bieden, en zelfs die hulp laat voorgaan op Uw eigen noden. Deze deugd is bij God zeer geliefd, omdat zij een uiting van naastenliefde is waardoor U het Uw medemens helpt mogelijk maken dat hij ondanks alles zijn kruis zou blijven dragen. Ieder mens krijgt een levenstaak, die bestaat uit de ontelbare kleine en grotere opdrachten van elke dag, die samen het kruis van de levensweg vormen. Het vervullen van die taak is van het grootste belang voor het volbrengen van Gods Heilsplan met de mensheid.

    Wanneer ieder mens afzonderlijk zijn eigen taken naar behoren vervult, werkt het geheel van al die volbrachte taken van alle mensen samen in de richting van de verwezenlijking van Gods grote Plan. Niet ieder mens is op al zijn taken berekend, doordat op grond van een samenloop van allerlei omstandigheden sommige opdrachten op sommige dagen te zwaar lijken. Op dat ogenblik is het voor God zeer heilvol indien een ander mens de zwaar beproefde te hulp komt, zodat met verenigde krachten de taak toch volbracht wordt, en het offer gezamenlijk wordt gebracht. Zo kan alles verder lopen. Uw medemens het kruis helpen dragen, is voor hem een kans om even op adem te komen, en voor U een genadevolle gelegenheid om aan naastenliefde te doen. In de bereidheid om Uw naaste te hulp te komen, zijn gradaties mogelijk. U kunt hulpvaardig zijn wanneer de omstandigheden U dwingen, zoals Simon van Cyrene Jezus hielp met het dragen van Zijn Kruis omdat Romeinse soldaten hem daartoe opvorderden, maar U kunt ook hulpvaardig zijn omdat dit werkelijk in Uw natuur ligt. In dit laatste geval benaderen wij tevens de deugd van de voorkomendheid, die in punt 38 ter sprake komt.

    Het tegendeel van de hulpvaardigheid komt tot uiting bij de mens die zijn medemens aan zijn lot overlaat, hem 'zijn plan laat trekken', en slechts hulp zal bieden wanneer hij vreest dat hij bij anderen gezichtsverlies zal lijden indien hij opvallend hulp weigert, of wanneer hij daar voor zichzelf voordeel in ziet. Iemand helpen in de hoop of verwachting, ervoor vergoed te worden, is geen zuivere hulpvaardigheid meer, doch een bezoedelde deugd uit eigenbelang. Mensen die slechts voor zichzelf leven en die hun leven opbouwen rond materiële beschouwingen, zullen doorgaans niet gemakkelijk tot zuivere hulpvaardigheid komen, want voor hen is alles een ruil: ik bied mijn arbeidskracht te koop aan wie mij ervoor vergoedt. Voor deze mensen is belangeloze hulp als een vorm van slecht bedrijfsbeheer: goederen en diensten gratis wegschenken, is voor hen een onverstandige zet, die onverantwoord is, en zij gaan ervan uit dat dit erop neerkomt dat zij zich hierdoor laten uitbuiten.

    33. Vurigheid

    Lauwheid mishaagt God. Hij heeft elke mens een levenstaak toevertrouwd, en ziet graag dat wij ons daaraan wijden met hart en ziel, want het is onze inbreng in Zijn Plan van Heil voor de mensheid. Vurigheid is het vermogen om datgene wat de Voorzienigheid op Uw pad brengt, met inzet tegemoet te treden, en elk onderdeeltje van Uw taak aan te vatten alsof Uw hele leven ervan afhing. De vurige ziel kent geen onverschilligheid. Zij strijdt voor Gods zaak met Vuur in hart en ziel. Zij zou het als een belediging aan God beschouwen indien zij haar taken koeltjes zou aanpakken en mechanisch zou afhandelen. Vooral in de aangelegenheden van de ziel vertoont de vurige mens een grote inzet en slagvaardigheid.

    In wezen is vurigheid de betrachting om een gelijkwaardig antwoord te geven op datgene wat God in U volbrengt. Gods Geest ontsteekt Uw hart met het ware Liefdesvuur, indien U Hem dit toelaat. Wanneer het ware Vuur in het hart oplaait, wordt U waarlijk verteerd van Liefde voor God, voor Maria, voor de medemens. U houdt er dan niet meer van, halfslachtig te reageren of half werk te verrichten. U voelt een onweerstaanbare drang om in alles wat U aanvat, tot het uiterste te gaan en het beste van Uzelf te geven. Vurigheid is de gedrevenheid van de heiligen en geroepenen. Zij worden verteerd en aangespoord door een inwendig Vuur dat hen geen rust meer laat.

    Vurigheid is één van de deugden die U naar heldhaftigheid in het spiritueel leven kan voeren. Het is de vurigheid die de martelaren bezielde om het offer van zichzelf te brengen. Het is ook de vurigheid die Jezus met een onvoorstelbare inzet heeft laten volharden tot in de Kruisdood. Het is eveneens de vurigheid die Maria staande heeft gehouden aan de voet van het Kruis in de aanschouwing van Haar stervende Zoon. Bovendien is het de vurigheid die het groot verschil maakt tussen de mens die in naam toegewijd is (aan Maria, aan Jezus) en de mens die daadwerkelijk zijn hele leven in zijn toewijding legt en vanuit een kracht die groter is dan hijzelf, alles in blinde overgave en vertrouwen aan die toewijding opoffert, en zich geen grotere vreugde kan voorstellen dan deze, zijn toewijding bekroond te weten met de brandende Liefde van het lijden voor Hem (Haar) aan wie hij zijn leven in toewijding heeft gegeven.

    Vurigheid is de eigenschap die de biddende en offerende ziel de macht verleent om de Hemel 'in brand te steken'. Wanneer de waarlijk vurige ziel bidt, is het alsof gensters tot de hemelpoort opspatten, die God ertoe dwingen om deze ziel te verhoren. God kan geen weerstand bieden aan de brandende Liefde van een vurige ziel, want zij is het spiegelbeeld van Jezus en Maria Zelf. In deze ziel is het zaad van de Heilige Geest tot bloei gekomen, en haar woorden zijn als brandende rozen die door hun vlammen een stuk duisternis van de wereld wegnemen.

    De vurige zielen moeten Gods Gerechtigheid stillen tegenover de laksheid en ongeïnteresseerdheid van de tallozen die hun opdrachten vervullen door  ontzielde handelingen. Van hen die het Vuur van de Geest hebben ontvangen, wordt daarom veel compensatie verwacht. Van hen verwacht God dat zij met hun Vuur brand stichten in de harten die Jezus niet ontvangen of die Hem ontvangen zoals in het winters Bethlehem: ongastvrij, weinig geïnteresseerd. Zij zijn de zielen waarover mensen zich verbazen wanneer de Geest hen woorden laat spreken die niet uit een mensenmond verwacht zouden worden, niet alleen vanwege de inhoud ervan, doch ook vanwege de bezieling die boven de gebruikelijke zielloosheid van de wereld uitstijgt. Het is de vurigheid die de ziel geestdriftig maakt en haar de kracht geeft om met overtuiging op de hemelpoort te blijven kloppen wanneer anderen het reeds lang hebben opgegeven. Diezelfde vurigheid is ook de bron van kracht in het lijden, en in het verlangen naar het kruis als ware bron van heiliging en eenheid met Jezus en Maria.

    De mens in wie deze deugd slecht ontwikkeld is, gaat mank aan onverschilligheid, onderkoeldheid, lauwheid, laksheid. Hij doet de dingen 'omdat het nu eenmaal moet'. Hij meet zijn inspanningen (ook op het religieus vlak) af, en is niet geneigd om iets extra te doen boven de grenzen die hij zichzelf heeft gesteld. Hij heeft de lat op een welbepaalde hoogte gelegd, en vindt het volstrekt overbodig om ze ooit te verhogen. Hij bidt soms wel, doch met weinig gevoel en weinig aandacht, eerder om zich te kwijten van iets dat hij als een plicht aanvoelt dan uit Ware Liefde. Hij woont de Heilige Mis bij, doch is zich weinig bewust van de reden noch van het nut, noch van wat daar werkelijk gebeurt.

    Jammer genoeg bestaat de basis van de christengemeenschap in deze tijden voor het grootste gedeelte uit eerder lauwe zielen. Zij zijn vaak eerder in naam christenen, doch zijn niet meteen bereid om de inspanningen en de inzet op te brengen die noodzakelijk zijn om de wereld te redden uit de vreselijke chaos waarin hij door de opstapeling van de zonde verzeild is geraakt. Waar God nu nood aan heeft voor de voorbereiding van Zijn Rijk op aarde, is een stevig fundament van vurige zielen, die bereid zijn om voor dit eeuwige ideaal door een vuur te gaan. Geef U volledig in handen van Maria, Zij is bij uitstek diegene die zielen in brand steekt en in hen de koorts ontsteekt die hen drijft naar de vurigste zelfgave voor het Heil van de zielen en de zuivering van de wereld van alle kwaad.

    34. Gehoorzaamheid

    Gehoorzaamheid is het vermogen om iemands verlangens in te willigen. In principe gebeurt dit omdat die ander macht over U heeft. Macht is het vermogen om iemands gedrag te beïnvloeden, hem bepaalde dingen te laten doen die hij eventueel liever niet zou doen, gewoon omdat U het hem opdraagt. Gehoorzaamheid kan ook dieper gaan dan louter doen wat iemand van U verwacht omdat hij/zij U in zijn/haar macht heeft: U kunt ook gehoorzamen uit Liefde. In dat geval heeft die ander niet alleen macht over U, maar werkelijk gezag, en zelfs wat ook wel charisma genoemd wordt (een uitstraling die U als vanzelf laat doen wat hij/zij van U verlangt).

    God heeft de mens geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis. Hij heeft het eerste mensenpaar wel aan een beproeving onderworpen: de grote gehoorzaamheidsproef. In de punten 4 en 21 heb ik reeds aangestipt hoe de erfzonde in wezen een zonde tegen de deugd van de gehoorzaamheid was. God had de eerste mens bekleed met enorme vermogens, doch had hem één welbepaalde grens opgelegd. Door de duivel verleid, heeft de mens deze beperking genegeerd, en deze ongehoorzaamheid heeft hem de Hemel gesloten (na dat andere bedroevende voorbeeld van ongehoorzaamheid en hoogmoed: de opstandige engelen onder aanvoering van Lucifer, die uit de Hemel verworpen werden en vanaf dat ogenblik het leger der duivels vormden), tot Jezus als de Verlosser de erfzonde van ongehoorzaamheid heeft uitgeboet door Zijn Lijden en Kruisdood, om de Hemel opnieuw toegankelijk te maken voor ieder mens die bereid zou zijn, zijn leven te leiden in gehoorzaamheid aan Gods Wet. Deze gehoorzaamheid kan dus worden beschouwd als de rode draad doorheen de gehele christelijke Leer van de enige Waarheid van God.

    Zonder gehoorzaamheid kan Gods Heilsplan niet verwezenlijkt worden, want dan is er slechts chaos. Zonder harmonie kan er voor de zielen geen Heil zijn. Daarom is gehoorzaamheid aan Hem die alles heeft geschapen en wiens onovertrefbare intelligentie en Wijsheid alles bestuurt, een absolute noodzaak. Gehoorzaamheid vormt, samen met de Liefde, de grootste verheerlijking aan God, precies doordat zij de uitvoering van Zijn Plan mogelijk maakt.

    In het licht van het bovenstaande, kan elke handeling of uitspraak waardoor U een medemens aanzet tot het kwaad, dus tot overtreding van Gods Wet, beschouwd worden als ongehoorzaamheid. Onder deze noemer kan ook de zonde worden geplaatst waarbij U behagen of vreugde schept in het kwaad dat anderen bedrijven in woord en daad, evenals de ondeugd waardoor U de geest van vroomheid of godsvrucht bij Uw medemens in de kiem tracht te smoren door hem te bespotten of hem een slecht voorbeeld voor te leven.

    God beschouwt ook gehoorzaamheid aan Uw aardse meerderen als gehoorzaamheid aan Hem omdat zij door de Goddelijke Voorzienigheid op Uw weg zijn gebracht, eveneens voor de verwezenlijking van Zijn Plan. Ik heb het reeds geschreven: ieder mens heeft zijn taak te vervullen, en het geheel daarvan moet Gods Plan ten uitvoer brengen. Uiteraard onttrekken velen zich aan hun taak of voeren zij deze niet uit zoals dit van hen wordt verwacht. Niettemin wordt van U ook gehoorzaamheid verwacht aan hen die hun taak slecht uitvoeren. Voor U geldt dit dan als een beproeving. Weet U verzekerd van Gods bijstand wanneer dit U moeilijk valt. Een vorm van gehoorzaamheid die van elke christen hier op aarde wordt verwacht, is deze aan de Paus. Paus Johannes-Paulus II wordt door Maria 'Mijn Paus' genoemd. Hij is de bezielde vertegenwoordiger van Christus op aarde. Aarzel nooit om zijn voorschriften te volgen, en hoed U voor de vele dwalingen die de Kerk bedreigen.

    Gehoorzaamheid is voor God van een dermate groot belang dat het U niet mogelijk zal zijn, een volkomen vrede in Uw hart te vinden zolang U moeilijkheden hebt met de beoefening van deze deugd. Zij beukt zolang op Uw geweten tot U voor haar zwicht. Het is ook niet te verantwoorden dat de mens zijn eigen zin zou doordrijven tegen Gods Wijsheid in. Hij weet volmaakt wat U nodig hebt voor Uw ziel, en hoe het staat met de noden van alle andere mensenzielen, en met de staat van genade of ongenade waarin de mensheid als geheel verkeert (het geheel van alle verdiensten tegenover alle zonden en ondeugden van alle mensen door alle eeuwen heen). Op grond daarvan bent U Hem volmaakte gehoorzaamheid verschuldigd, indien U niet wil dat ook Uw eigen Eeuwig Heil in het gedrang komt doordat de hele mensheid in een chaos verzinkt.

    Ongehoorzaamheid van de mensheid op grote schaal zou anarchie betekenen: een toestand van totale ontregeling doordat de mensheid zich onttrekt aan het opperste Goddelijk gezag. De bedroevende waarheid is, dat onze huidige wereld onmiskenbare tekenen van dergelijke anarchie jegens God vertoont. Precies om die reden is het zo belangrijk dat U nu resoluut kiest voor een leven in overeenstemming met de oorspronkelijke, zuivere christelijke waarden, de Leer van Jezus Christus zonder enige bevlekking door het modernisme dat deze Leer bedreigt als een slang die om de sappigste en mooiste vruchten heen kronkelt om ze te vergiftigen en iedereen te bedreigen die ervan wil proeven. Onthoud dit beeld goed, want de slang van het modernisme is dezelfde als deze van de verleiding tot de ongehoorzaamheid in het Aards Paradijs, die over de mensheid de vloek van de erfzonde heeft afgeroepen.

    De gehoorzaamheid bereikt een hoogtepunt in de totale toewijding. Ware toewijding is onmogelijk zonder volkomen gehoorzaamheid, want de toegewijde wordt tot een willoos werktuig in de handen van God (Maria). Absolute gehoorzaamheid is afstand doen van Uw eigen wil ten voordele van Gods Wil, in de wetenschap dat de Goddelijke Wil gefundeerd is op de Goddelijke Wijsheid, die absoluut en onfeilbaar is. De gehoorzame ziel is derhalve een ziel die begrijpt dat haar eigen wil niet anders kan zijn dan onvolkomen, want geen mens bezit de absolute Wijsheid noch de alwetendheid.

    Echte gehoorzaamheid is een deugd die een hoge mate van heldhaftigheid veronderstelt. In tegenstelling tot wat vele mensen menen, is onderwerping aan de wil van een ander (ook aan God of Maria) geen passief ondergaan, doch een voortdurende zelfoverwinning, die in bepaalde omstandigheden met grote innerlijke strijd gepaard kan gaan. De belangen van de mens, die vaak gekleurd worden door wat hij hier op aarde verwacht, zijn immers lang niet altijd dezelfde als deze van God (Maria). Wat Maria Haar toegewijden leert, is dat Gods belangen ook deze van de mens horen te zijn, want zij beogen niets dan het allerbeste voor de ziel. De ziel die heeft geleerd, zich zoveel mogelijk uit de greep van het wereldse los te maken, begrijpt daarom beter dan wie ook hoe diep de zin van gehoorzaamheid is.

    Een gebrek aan gehoorzaamheid komt tot uitdrukking in de opstandigheid, het protest. Opstandigheid is elke handeling of woord die blijk geeft van onwil om Gods Wet na te volgen. Opstandigheid heeft vele vormen, onder meer de volgende: U ziet een mens die U liever niet ziet (op grond van één of andere onaangename ervaring, soms op grond van een negatieve associatie die niet eens logisch te verklaren is), en U voelt meteen een negatieve stemming in U opkomen. Ook dit is stil protest tegen Gods Voorzienigheid die het zo heeft beschikt dat deze mens op dat welbepaalde ogenblik Uw pad kruist. Ook ergens aanstoot aan nemen of ergernis koesteren, zijn vormen van opstandigheid, want zij betekenen in wezen dat U in opstand komt tegen Gods besluit of toelating om bepaalde dingen Uw levensweg te laten kruisen. Wanneer iets U ergert of U neemt er aanstoot aan, zelfs al is dit op zich terecht (het is niet altijd zo, het kan ook aan Uw eigen gebrek aan verdraagzaamheid liggen), is het productiever (nuttiger voor de zielen) dat U dit gevoel onmiddellijk aan Maria opoffert en Haar smeekt om de genade tot verandering van de situatie die U ergert en van Uw eigen hart voor zover dit in Gods ogen wenselijk is (Uzelf kunt over dit laatste niet steeds objectief oordelen).

    Opstandigheid komt geregeld tot uiting bij mensen die in hun leven tegenslagen ondervinden waar zij moeilijk mee overweg kunnen, en die God onomwonden verwijten maken voor die moeilijkheden. Uit hun mond hoort U dan bijvoorbeeld uitspraken als "Waar was God toen dit gebeurde?" of "Hoe kan er een God van Liefde bestaan als dit toegelaten wordt?". Deze mensen keren zich soms totaal van het geloof af, hetzij voor een korte tijd hetzij definitief. Omdat de opstandigheid van het eerste mensenpaar, en van de gevallen engelen onder Lucifer, de eerste grote voorbeelden van ongehoorzaamheid vormden, wil ik ook alle handelingen waardoor Gods zaak wordt tegengewerkt en de mens zich uitdrukkelijk naar de satan toewendt, opnemen onder de zonden tegen de gehoorzaamheid. Enkele voorbeelden: het uitvoeren van occulte praktijken, seances en spiritisme (oproepen van geesten).

    Opstandigheid treedt bij de meeste mensen vroeg of laat duidelijk te voorschijn in omstandigheden die met beproevingen en lijden te maken hebben. De mens zoekt over het algemeen het aangename, dit wil zeggen: datgene wat hij op het lichamelijk vlak als aangenaam ervaart. De toewijding en overgave aan God (Maria) is als een plant. In de beproeving blijkt het best welke wortels deze plant heeft, want elke beproeving is als een windvlaag of een regenbui. Vele toewijdingsplanten blijken heel ondiepe wortels te hebben, want bij de geringste regenbui spoelen ze los en worden uit de grond weggerukt.

    Indien Uw toewijding (dus ook Uw vermogen tot gehoorzaamheid) voldoende diep geworteld zit, zal zij tegen stevige beproevingen bestand blijken. Het aanvaarden van beproevingen is gehoorzaamheid doordat beproevingen door Gods Voorzienigheid toegelaten worden omdat deze in Uw leven een betekenis hebben voor de vorming van Uw ziel. Hoevele mensen komen niet in opstand bij het geringste dat hun weg kruist? Het hoeven niet noodzakelijk rampen te zijn, vaak gaat het slechts om luttele, kleine dingetjes. Stille aanvaarding van de eindeloze reeks beproevingen op Uw levensweg is een ononderbroken opgave. Leer ze te beschouwen als gehoorzaamheidsproeven, en weet dat elke mislukte proef U meer op Adam, en elke geslaagde proef U meer op Jezus doet gelijken.

    35. Geloof

    Jezus zegt: "Jullie zien geen wonderen meer gebeuren omdat jullie niet geloven". Het grootste wonder is zonder twijfel de transsubstantiatie: de verandering van brood en wijn in Lichaam en Bloed van Jezus Christus tijdens de Eucharistie. Hoeveel mensen geloven hier werkelijk in? Hoeveel mensen beleven dit mysterie zoals het hoort, door diep in hun hart bewust te zijn van dit onvoorstelbaar Goddelijk geschenk? Het ontvangen van Jezus in de Heilige Communie, mits dit op passende wijze gebeurt (in diep geloof, diepe eerbied en diepe Liefde) is een gouden weg naar de heiliging. Welnu, hoe kan een mens die niet echt gelooft in het eucharistisch wonder, wél geloven in de mogelijkheid van zijn eigen heiliging, en hoe kan een ziel die niet werkelijk gelooft in de mogelijkheid van haar heiliging, daadwerkelijk en met volharding naar die heiliging streven? Heiliging veronderstelt een echt geloof.

    Weinig woorden worden zo slecht begrepen als dit: geloof. Wat is geloof? Vele mensen zien 'geloof' als een eigenschap waarmee men geboren wordt of niet. Zij menen dat wie geboren wordt in een christelijk land uit christelijke ouders, automatisch 'gelovig' is. Dat is een gevaarlijke dwaling. Geloof is heel wat méér dan dat. Geloof is ook meer dan het aannemen dat er een God bestaat. Ik wil U de omschrijving herhalen zoals deze mij bij het schrijven van De Hemelse Bruiloft is ingegeven: Geloven is het bestaan en/of de werking van iets als waarheid aannemen, zonder dat men het met eigen ogen heeft gezien of op enige wijze met zijn zintuigen heeft kunnen waarnemen.

    In de engere zin kan geloof omschreven worden als het vermogen en de bereidheid om aan te nemen dat er een bovennatuurlijke werkelijkheid bestaat die wij normaal gesproken niet kunnen zien of horen. Geloof is: kunnen aanvaarden dat God, Jezus, Maria, de Heilige Geest enzovoort bestaan, zonder dat wij Hen zien, en ook aannemen dat Hun daden werkelijkheid zijn. Deze omschrijving helpt meteen verklaren waarom de moderne westerse wereld in een zo diepe geloofscrisis gedompeld is.

    Enkele eeuwen geleden hebben in het wetenschappelijk en filosofisch denken twee grote stromingen ingang gevonden, die nog steeds hun stempel op alle denken drukken: het rationalisme en het empirisme.

    • Het rationalisme zegt dat alle verschijnselen met het verstand verklaard (moeten) kunnen worden en dat het verstandelijk redeneren de enige bron van kennis is. Dat betekent meteen dat alles wat niet met het verstand verklaard kan worden, niet aanvaardbaar is en afgedaan wordt als onzinnig, verwerpelijk, een fictie van de geest die niet ernstig te nemen is. U begrijpt meteen welk lot het religieuze beschoren is geweest, want alles wat met het bovennatuurlijke te maken heeft, is niet met ons verstand te verklaren. Hoe ironisch is het toch, dat de enige Bron van Licht, de Leer van Jezus Christus, verworpen wordt als duisternis, als een gevaar voor de geest.
    • De andere stroming, het empirisme, zegt dat alle kennis slechts gebaseerd kan zijn op zintuiglijke ervaringen, dus dat alleen datgene wat U kunt zien, horen, ruiken, voelen en smaken als bron van kennis aanvaard kan worden. Ook hier moeten wij dezelfde conclusie trekken: wat dan met het religieuze, dat nu eenmaal bovennatuurlijk, dus bovenzintuiglijk is. God kunt U niet zien, horen, voelen, smaken of ruiken, enzovoort.

    U merkt hieraan uit welke bron de wetenschap haar inspiratie haalt: zij wordt niet door Gods Geest bezield. Ik heb U deze korte verwijzing naar het wetenschappelijk denken absoluut willen meegeven omdat zij vitaal is om te begrijpen hoe het mogelijk is dat het christendom zo zwaar te lijden heeft gehad. De geloofscrisis heeft niets te maken met enig gebrek in de leer van Jezus als dusdanig, noch met het feit dat de Kerk zich meer zou moeten aanpassen bij de wereld, wel integendeel. Deze toestand houdt louter verband met het feit dat de mens zich op grote schaal heeft laten misleiden door verkeerde denkwijzen, die hem steeds verder van God hebben weggeleid en veel duisternis over de zielen heeft gebracht. Een andere factor in de geloofscrisis heeft te maken met het toenemend materialisme (het overheersend belang van het materiële, wat veel te maken heeft gehad met de toenemende ontwikkeling van de techniek). Het materialisme heeft op zijn beurt weggeleid van God en van de niet-materiële belangen van de ziel.

    Tot zover het aandeel van de maatschappij als geheel in de geloofscrisis. Ook in de ziel individueel kan de deugd van het geloof verzwakken. De beproevingen van het leven leiden vele mensen weg van datgene wat echt van tel is. Heel dun gezaaid zijn in deze tijd de mensen die leven met de blik op de Hemel, met andere woorden, zij die in alle omstandigheden doordrongen blijven van het besef dat alles zinvol is, ook (ja, vooral) het lijden, de lasten, de beproevingen. De mens knapt af op het lijden omdat hij de stoffelijke wereld (waarvan zijn lichaam deel uitmaakt) in het middelpunt stelt en als het noodzakelijk doel van al zijn aandacht beschouwt. Het ware geloof is daarentegen de gesteldheid waarbij de mens in zich de zekerheid voelt (en in stand houdt) dat het stoffelijke slechts een middel is tot het ware doel: het Eeuwig Heil voor alle zielen, en dat dit middel optimaal benut moet worden, dus als uitboetingsinstrument.

    Geloof gaat dus veel verder dan geloven dat God bestaat. Het is geloven dat Hij werkt, en wel in talloze opzichten, doorheen Zijn Heilsplan, en er ook naar leven. Vele mensen menen en verklaren over zichzelf dat zij 'zeer gelovig' zijn, terwijl het hen zelfs ontbreekt aan het meest elementaire vertrouwen op Gods Voorzienigheid, op Gods werking via andere mensen, en uit vele dingen in hun dagelijks leven blijkt dat zij geen rekening houden met de effecten van de grote Mysteries doorheen dewelke God het leven regelt: het Heilsplan, het verlossend lijden enzovoort. Deze mensen blijken in werkelijkheid uitsluitend rekening te houden met de stoffelijke elementen van het leven, en niet met de realiteit en de macht van het bovennatuurlijke. Er zijn vele uitingen van gebrek aan geloof. Eén daarvan is het bijgeloof.

    Bijgeloof is de neiging om te geloven in verschijnselen of in wezens die men quasigoddelijke krachten toedicht. Dat is bijvoorbeeld het geval met allerlei magische rituelen, amuletten, bepaalde symbolen uit primitieve godsdiensten, en zelfs elementen uit de New Age-stromingen. Men gelooft hierbij dat deze rituelen, verschijnselen, enzovoort, God vervangen en de macht bezitten om het Leven in allerlei opzichten te beheersen. Niet alleen zondigt men hier door God achteruit te stellen bij machten die tot afgoden worden, men loopt bovendien het risico, te komen tot verering van dingen die door de krachten van de duisternis gemanipuleerd worden. Wees waakzaam. Iets anders is het vertrouwen in voorwerpen die een zegening of wijding op kracht van de Rooms-katholieke Kerk van Jezus Christus hebben ontvangen: medailles, het kruisbeeld, gewijde kaarsen, paasnagels en dergelijke, uiteraard voor zover men achter deze voorwerpen steeds de drijvende kracht blijft beschouwen: de ene ware God, eerder dan de voorwerpen op zich in hun stoffelijke vorm.

    Ik wil U nog wijzen op een vorm van vals geloof: de lichtgelovigheid. De lichtgelovige mens ontbreekt het aan het vermogen om de onwaarheid in uitspraken te ontdekken, dus om ze op hun waarheidsgehalte te beoordelen. Hij vertrouwt ook te veel op zijn eigen waarneming in plaats van op de ingevingen van Gods Geest, en wordt daardoor gemakkelijk door uiterlijke schijn misleid, en hierin schuilt precies de ondeugd. Lichtgelovigheid gaat niet zelden gepaard met sensatiezucht, het najagen van bepaalde verschijnselen of gebeurtenissen die buiten het gewone liggen. Deze neiging wordt heel gemakkelijk gemanipuleerd door onzuivere geesten en mensen met bedoelingen die met Gods Waarheid niet veel meer te maken hebben.

    Zowel de lichtgelovige mens als de mens die uit is op sensationele dingen, hebben de neiging om hun leven helemaal af te stemmen op dingen die zij horen of zien en die hen zodanig fascineren dat zij deze tot middelpunt van hun hele denken en voelen laten worden. Dat is vooral betreurenswaardig wanneer het informatie betreft die door onzuivere geesten bedacht of verspreid wordt als een valstrik. Dergelijke toestanden kosten het ware geloof vaak vele zielen, want ofwel blijven de lichtgelovige mensen deze valse informatie najagen als in een koorts, en worden zij hierdoor ver weggeleid van wat echt van belang is voor Gods Plan, ofwel komen zij vroeg of laat tot de bevinding dat zij onwaarheden nagehold hebben, en verliezen zij meteen ook hun geloof in de echte Waarheid, omdat zij zich door God bedrogen voelen. Hoe is dit mogelijk? Doordat de onzuiveren hun valstrikken vaak spannen 'in Gods naam' en God woorden of uitspraken in de mond leggen die in werkelijkheid niet van God afkomstig zijn.

    Wees waakzaam, en kijk goed naar het gedrag van de persoon die U informatie doorgeeft. Indien deze zich niet in de deugdzaamheid gedraagt of merkbaar tekortschiet in de Liefde in haar vele uitingen, hebt U doorgaans redenen om aan de geloofwaardigheid van zijn uitspraken te twijfelen.

    36. Hoop

    De mens die de deugd van de hoop bezit, houdt rekening met de waarheid dat Gods Liefde alles vermag, en ook alles zal doen, op Zijn Tijd. Hij bezit het vermogen, blijmoedig te leven en met Liefde en begrip te lijden, omdat hij in al zijn doen en denken in hoge mate rekening houdt met een werkelijkheid die zich op een nog onbepaald, later ogenblik zal verwezenlijken, namelijk de Eeuwige Gelukzaligheid na dit aardse leven. Wie hoopt, verwacht dat een situatie beter zal worden. De christelijke hoop berust op de vertrouwvolle verwachting dat er voor de ziel een beter leven, een vervulling van een toekomstverlangen ligt te wachten, omdat God goed is.

    Voor wie de ware hoop koestert, zijn ook de beproevingen zoet, omdat hij ze ziet als een toenadering tot God, toestanden die het verwachte (de Eeuwige Gelukzaligheid èn de vervulling van Gods Plan) dichterbij brengen. Echte hoop is daarom geen passief afwachten, het is integendeel een bron van motivatie voor een nog meer verbeten inzet in het bestreven van het goede dat later zal komen. Hoop sluit steeds een boodschap van vreugde, belofte en verwachting in zich, want het is als een Licht dat in de duisternis schijnt. Wie de ware hoop kent, is er in de diepte van zijn hart van overtuigd dat het goede zal komen, hij leert op grond daarvan dat alle duisternis slechts schijn is en dat de ware werkelijkheid het Licht is.

    Hoop verwijst steeds naar het feit dat de mens zich in een bepaalde situatie niet helemaal goed voelt en dat hij uitkijkt naar betere tijden. Daarom ook is de hoop een Goddelijke deugd: zij draagt in zich de boodschap dat de heilstoestand van de zielen als geheel niet in overeenstemming is met Gods Wil, en zij laat de mens aanvoelen dat God Zelf verlangt naar de mogelijkheid om een Rijk van Genade te vestigen, en dat Hij daarvoor zielen nodig heeft die zich daar totaal voor inzetten. Deze inzet vergt een onophoudelijk zelfoffer, en de motivatie daartoe wordt in de ziel gelegd met het Licht van de hoop.

    Hoop is ook het houvast voor de ziel die in de put raakt door een plots besef van zondigheid. Wanneer de ziel op zeker ogenblik voelt dat zij niet in overeenstemming leeft met Gods Wet, kan de hoop dienst doen als de eerste vonk die nieuwe warmte in de kilte van het zondebesef brengt, of als ladder om uit de duistere put te klimmen en opnieuw op zoek te gaan naar het Licht.

    Het is ook mogelijk, hoop te koesteren zonder echt te geloven, doch dan leeft men in een fantasiewereld, een schijnrealiteit: U tracht dan naar iets moois en aantrekkelijks waarvan U in feite niet gelooft dat het ooit zal komen. In dit geval kan men moeilijk spreken van echte hoop, doch eerder van zelfbegoocheling, een misleiding die U aan Uzelf niet bewust wil toegeven omdat U ergens beseft dat, zodra U toegeeft dat U er niet in gelooft, Uw hele wereld en al Uw houvast in elkaar zal storten. Want daar gaat het bij echte hoop om: vertrouwen, een waar houvast, een stil weten dat het zo zal zijn.

    Een gebrek aan hoop kan tot uiting komen in twijfel, en in een ergere graad in vertwijfeling en wanhoop ten aanzien van de dingen des levens. Deze gesteldheden wijzen op een gebrek aan vertrouwen in Gods Voorzienigheid en in de Liefde waarmee Hij de mens benadert. Ook pessimisme, neerslachtigheid, droefgeestigheid kunnen het gevolg zijn van een ontsporing in de hoop. Wanneer de ziel zich voor ogen houdt dat zij in goede handen is, wat er ook gebeurt, kan zij deze toestanden overwinnen. Dat gebeurt op grond van de hoop op beterschap, die in wezen een vertrouwen in Gods liefdevolle beschikkingen is.

    Twijfel is in wezen een plots gebrek aan vertrouwen op Gods Voorzienigheid doordat de twijfelende mens opeens rekening begint te houden met de kans op mislukking van zijn goede voornemens. De twijfel kan tot op zekere hoogte gezond zijn (de deugd der voorzichtigheid), doch zodra zij de overhand krijgt, treedt een gesteldheid op die de normale werking van de ziel belemmert.

    Vertwijfeling is een gesteldheid waarbij de twijfel langduriger en intens wordt, en waarbij men er nauwelijks nog in slaagt om zichzelf te overtuigen van de mogelijkheid dat het goede zal gebeuren. Deze houding druist dus reeds lijnrecht in tegen de christelijke levenshouding, die veronderstelt dat U doorheen de duisternis van het kruis het Licht van de verheerlijking blijft zien, zoals Jezus ons dat heeft voorgedaan.

    De wanhoop is de toestand van ware capitulatie: De ziel geeft zichzelf over aan de vijand, die aast op haar complete ontmoediging. Wat is ontmoediging? De gesteldheid waarin U 'de moed ontnomen wordt'. Ontmoediging is het beroofd worden van het Licht van de hoop.

    Het is de gesteldheid waarin de ziel ook al haar normen en waarden verliest, en daardoor tevens haar ingebouwd controlemechanisme, haar zelfbeheersing, haar gedragscode. Dit betekent dat ook de zonde minder bewust bedreven wordt. Ik zou het zo kunnen uitdrukken, dat de ziel in deze gesteldheid lijdt aan een vorm van 'spirituele oververmoeidheid' of 'verbijstering' of 'verstarring'. Door de gedeeltelijke uitschakeling van de normale waarden en normen, leeft de ontmoedigde, en zeker de vertwijfelde of wanhopige ziel geleidelijk aan in de (vaak ongewilde) illusie dat 'het er allemaal niet meer op aankomt'.

    Deze gesteldheid is een broedhaard voor zonden, en overigens ook voor zelfmoordgedachten en zelfs voor krankzinnigheid. In Gods ogen is deze gesteldheid op zich een ondeugd doordat de ziel hierdoor blijk geeft van gebrek aan vertrouwen in Gods werking en Voorzienigheid, en van onwil ten aanzien van het dagelijks kruis. De moeilijkheden op Uw levensweg worden zodanig beschikt dat zij U specifieke lessen kunnen leren. Wanneer U zich uit die situatie terugtrekt (door het opgeven van de christelijke gedragsnormen, door U volledig in Uzelf terug te trekken zoals bij bepaalde geestesziekten gebeurt, door zelfmoord, door het gebruik van antidepressiva en andere zogenaamde psychotrope medicijnen) legt U daardoor tegenover God in feite de verklaring af: "Ik speel niet meer mee in het raderwerk van Uw Heilsplan", wat neerkomt op een afzweren van het kruis en een verloochening van Jezus. Elk gebrek aan hoop is in wezen een gebrek aan vertrouwen in het Licht, en daardoor een verloochening van een kernelement van Uw christelijk geloof, de enige Waarheid van God.

    Een bijzondere vorm van gebrek aan hoop ligt in het overstappen van het christelijk geloof naar een andere godsdienst. Waarom verloochent iemand zijn christelijke afkomst? Omdat hij diep binnen in zich de hoop op zijn Heil verloren heeft. Waarom gebeurt dit? Omdat de mens vaak het Heil zoekt waar het niet te vinden is, en op één of andere wijze zelden vrede neemt met de vooruitzichten voor de eeuwigheid, doch de schatkist reeds tijdens dit leven wil zien opengaan. De krachten die afwijken van de Leer van Christus pikken hier gretig op in door holle beloften die zogenaamd reeds tijdens dit leven in vervulling zullen gaan. Dit geldt voor vele niet-christelijke godsdiensten, en zeker voor sekten.

    37. Rechtvaardigheid

    Rechtvaardigheid is in wezen het vermogen om te oordelen zoals God het ingeeft, in overeenstemming met de Goddelijke Gerechtheid. De rechtvaardige is een mens die zich alleen maar laat leiden door Gods Waarheid, en zich daarbij niet laat afremmen door eigenbelang. Wanneer hij een situatie moet beoordelen, spreekt hij uitsluitend de waarheid zoals Gods Geest hem die ingeeft, zelfs indien zijn eigen oordeel hem zelf op het materiële, wereldse vlak benadeelt. Hij is eerlijk en oprecht, en indien zijn medemens gelijk heeft en hijzelf ongelijk, geeft hij dit toe. Hij dient in alles de Waarheid en niets anders.

    Het is U wellicht opgevallen dat in de Bijbel geregeld sprake is van 'een rechtvaardige' wanneer een mens wordt bedoeld die heilig leeft. Inderdaad, een rechtvaardige is in wezen een mens die in Gods ogen 'gerechtvaardigd' is, dus die in overeenstemming leeft met Gods Wil. Hij haalt daar zijn enige vreugde uit. Het volstaat voor hem dat hij Gods Waarheid in zich draagt en deze ook in alle omstandigheden verdedigt, en deze rechtlijnigheid is voor zijn ziel als een schild tegen de zonde. De rechtvaardige is op het moreel vlak als een burcht: hij sluit geen compromissen met onwaarheid, leugen of onrecht. Hij laat zich niet omkopen of verleiden tot een houding die volgens Gods Eeuwige Wet niet goedgekeurd zou worden. Elk voordeel dat hem voorgehouden wordt, wijst hij af indien hij het zou verwerven door een stelling in te nemen die niet ten dienste van God zou staan. De rechtvaardige denkt er niet aan, dingen te zeggen die hem in de ogen van zijn medemens moeten rechtvaardigen, indien hij ook maar enigszins het gevoel heeft dat hij niet volkomen gelijk heeft, en hij verafschuwt elke misleiding of elk woord waarmee hij zijn medemens iets zou kunnen voorhouden dat niet helemaal met de werkelijkheid overeenstemt. Ofwel spreekt hij honderd procent de waarheid, ofwel zwijgt hij liever, maar hij onderneemt geen pogingen om over zichzelf een bepaald beeld op te hangen of een bepaalde indruk te wekken, omdat hij geen behoefte voelt om te doen alsof. Dat geldt op elk vlak van zijn leven.

    Rechtvaardigheid is het vermogen om op belangeloze wijze te handelen in overeenstemming met Gods Wijsheid, in navolging van Gods Gerechtigheid die oordelen velt die onfeilbaar zijn. De mens is nooit onfeilbaar in zijn inschatting van een situatie omdat hij nooit elk detail ervan kan kennen en ook nooit in volmaakte overeenstemming met Gods beoordelingscriteria naar een situatie kan kijken. Doch de rechtvaardigheid kan wel een hoge graad van ontwikkeling bereiken in de ziel die zich in een zodanige mate aan God heeft overgegeven dat Hij toestaat dat Zijn Wijsheid, kracht en heiligheid als het ware verblijf nemen in de ziel. Dit is wat wij 'vereniging' noemen. Dit kan bijvoorbeeld worden vergund in situaties waarin het noodzakelijk is dat de ziel een bijzondere taak vervult en daarom in hoge mate door de Heilige Geest bezield moet zijn om Gods Plan te dienen. De mate waarin dit gebeurt, is afhankelijk van de genadewerking, maar ook van de openheid en de bereidheid tot toewijding en overgave bij de ziel zelf.

    Een element van de rechtvaardigheid is de integriteit. Dit is de eigenschap waardoor de mens rechtschapen is, in alle omstandigheden onverzettelijk is in de praktische toepassing van de waarheid, en onomkoopbaar is. Een integer mens laat zich niet verleiden tot onrecht door giften of beloften die hem het leven vergemakkelijken, bijvoorbeeld 'zwijggeld' om bepaalde informatie met een duistere of misdadige inhoud niet te onthullen. Rechtvaardigheid veronderstelt dat U elke mens in zijn waardigheid gelijk behandelt, omdat alle mensen broeders en zusters van elkaar zijn, en kinderen van één en dezelfde God. Daarom is het een ondeugd indien U bijvoorbeeld één of meer van Uw kinderen voortrekt op Uw andere kinderen, en hen geen gelijke kansen geeft. Wel is een onderscheid geoorloofd in die zin dat een kind dat door het leven in een bepaalde fase zwaarder wordt beproefd dan een ander kind, tijdens die fase meer aandacht of steun van U ontvangt, zolang dit in een sfeer van volkomen begrip en Liefde in alle richtingen verloopt en er geen oogmerk bestaat om te schaden. Indien het 'relatief benadeeld' kind hiervoor geen begrip opbrengt, maakt het zich schuldig aan jaloersheid of afgunst. Vang deze toestand tijdig op door een liefdevol gesprek in volle openheid, zonder achterhouding van om het even welke informatie.

    Het ongelijk behandelen van mensen komt vaak tot uiting in het verschijnsel dat vele mensen de neiging vertonen, een medemens vriendelijker te behandelen naarmate deze rijker, mooier of invloedrijker is. Deze vorm van onrechtvaardigheid behelst vaak ook eigenbelang: men wil een 'goede relatie' om er zelf beter van te worden, men wil pronken met rijke kennissen, met een knappe vriend(in), enzovoort, omdat dit het eigen prestige verhoogt in de ogen van de wereld.

    Onrechtvaardigheid is de gesteldheid van de ziel die Gods Waarheid niet dient en die geneigd is om de voorrang te geven aan eigen belangen, ook al gaat dit ten koste van de waarheid. Deze ziel vertoont de neiging, anderen te benadelen telkens zij terecht komt in een situatie waarin zij voordeel voor zichzelf ziet mits zij de waarheid wat kan 'bijsturen'. Zij neemt dan haar toevlucht tot leugens, onterechte beschuldigingen, het verspreiden van verhalen die de ander in een slecht daglicht stellen, enzovoort. Zij neemt hier zelf weinig of geen aanstoot aan, want haar moreel waardenbesef wordt achteruit geschoven ten bate van het materieel voordeel dat zij met haar gedrag beoogt. Zielen die zwak zijn in de deugd van de rechtvaardigheid, raken gemakkelijk verzeild in een afwijkend, zelfs misdadig levenspatroon, want zodra hun verblinding voldoende groot wordt, schakelen zij de waarheid uit als hun grootste hinderpaal, en zondigen zij zonder enige scrupule.