Inhoud blog
  • Ik verhuis naar een andere blogsite!!!
  • De mystiek achter de tweede komst van Jezus
  • Luz de Maria 24/4
  • Zalig de armen van geest
  • Aanbidden in geest en waarheid
  • 3.33 uur 's ochtends
  • De kracht van 1 Weesgegroet
  • Ze komen eraan
  • Vreemde en grote donkere wezens zullen spoedig overal binnendringen
  • Een volgende lockdown
  • Boodschap aan Anna Shelley 24/4
  • De devotie van de 7 smarten van OLVrouw
  • Toewijdingsgebeden aan God de Vader, het H. Hart van Jezus en het Onbevlekt Hart van Maria
  • Gebeden van toewijding van ziekte, lijden en levenslasten
  • De betekenis van Pinksteren - 4
  • Om een baby uit een miskraam en geaborteerde baby's te dopen
  • Exorcismegebed over je woning en grond en toewijdingsgebed
  • Gebeden van zegening en bescherming
  • Het is eindelijk aangebroken
  • Wat God me toonde over aanstootgevende kledij...
  • Wat God me toonde over feminisme
  • De betekenis van Pinksteren - 3
  • Einde van Satans invloed in zicht
  • Red de planeet, ga CO2 uitstoten
  • Over de verliezen aan Westerse kant wordt gezwegen
  • Boodschappen aan Eduardo Ferreira
  • Boodschappen aan Pedro Regis
  • Boodschappen van OLVrouw di Zaro 8/4
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • Boodschappen aan Valeria Copponi (tot 19/4)
  • Instorting van economie, en munteenheden
  • De uitval
  • Over Poetin
  • Zal dit het einde veroorzaken?
  • Een miraculeuze foto van de Gekruisigde Jezus
  • Boodschap aan Anna Shelley 20/4
  • Luz de Maria 20/4
  • Rusland wordt verder uitgedaagd
  • De 3 daagse duisternis
  • De 9 cirkels van de Hel
  • In de Hel wegens echtscheiding
  • Meteoor op California
  • 23 april
  • De komst van de asteroide
  • Massale afname van bevolking in Europa komt eraan
  • Repost: Genezingsgebed van God de Vader
  • Opwarming van het klimaat? Niet dus.
  • Let op voor cosmetica en dergelijke producten
  • De uitleg van het merkteken van het beest door de Heer
  • De volgende pandemie
  • Over Obama: hij kan de Antichrist worden, door bezetenheid
  • Luz de Maria 16/4
  • Boodschap aan Anna Shelley 19/4
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • Een zombievirus
  • Nano chip
  • VK zal getroffen worden
  • Dit zal gebeuren door Hem
  • Het is reeds begonnen
  • Hoe de Antichrist zal werken door AI en Biotechnologie
  • Ze komen voor onze kinderen
  • Vernietiging van 3 landen
  • Bloedmanen als waarschuwend teken
  • 5 tekenen dat je een Uitverkorene bent
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • OLVrouw van Smarten
  • Adviezen om de duivel te bevechten
  • Het sociaal kredietsysteem
  • NEEM GEEN VACCINS!!! GEEN ENKELE!!!
  • BID TEGEN ABORTUS!!!
  • De betekenis van Pinksteren - 2
  • De betekenis van Pinksteren - 1
  • Goede raad: wees niet afhankelijk van de staat
  • De plannen van de wereldelites
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • Bijhorende afbeelding bij de boodschap van Lorena
  • Nog eens nieuws van de Antichrist/Maitreya
  • Boodschap aan Pedro Regis 11/4
  • Luz de Maria 12/4
  • Boodschap aan Lorena 8/4
  • Chaga
  • Dit is de waarheid
  • Boodschap aan Anna Shelley 14/4
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 9
  • Janet Klasson - 9/2 Licht van de wereld in de Goddelijke Wil
  • Geheim van gedrevenheid
  • Kom, H. Geest, kom!
  • 3 middelen die Satan gebruikt om je ziek te maken
  • Gezegend zij
  • Gods Barmhartigheid is grenzeloos
  • Boodschap aan Anna Shelley 13/4
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 7 en 8
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • De Emmaüsgangers
  • Mummie
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 6
  • Op weg naar de microchip
  • Nog steeds kunnen we het tij keren - Niburu
  • Boodschap aan John Mariani
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 5
  • Boodschappen aan Jennifer
  • 28/3 Plaats dit in je huis en land (The Unsealed Message)
  • Maria Simma openbaart 7 geheimen
  • Het Gezicht van Jezus
  • Opruimen van de wereldbevolking was altijd het doel - Niburu
  • 11 april
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 4
  • Boodschappen aan John Leary - rest van maart
  • Boodschap aan Mary of Divine Mercy
  • Grote schudding 8/4
  • Luz de Maria: Paaszondag 9/4
  • Afbraak van immuunsysteem door vaccins
  • Luz de Maria: Stille Zaterdag 8/4
  • Luz de Maria: Goede Vrijdag 7/4
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 2 en 3
  • Boodschap aan Anna Shelley 6/4
  • Zalig Pasen!!!
  • Boodschap aan Anna Shelley 8/4 DRINGEND!!!
  • Gebed op vrijdag voor de Arme Zielen
  • Boodschap aan Eduardo Ferreira 24/3
  • Droom van J. Frances 3/4
  • Boodschap aan Manuela te Sievernich (25/3)
  • Het echte gevaar van het einde van de dollar
  • Schildklier en jodium
  • Boodschap aan Manuela te Sievernich (21/3)
  • Boodschappen aan Valentina Papagna
  • Noveen van de Goddelijke Barmhartigheid - 1
  • Boodschap aan Marco Ferrari 26/3
  • Boodschap aan Gisella Cardia 3/4
  • De Kruisweg
  • 15 doodzonden in het Katholieke Geloof
  • Luz de Maria: Witte Donderdag 6/4
  • Het bankroet van Europa
  • Boodschap aan Anna Marie - Houston 11/2
  • Plaats terug brood op je huisaltaar
  • Boodschappen aan Pedro Regis
  • Palmzondag-rede van Vigano
  • Luz de Maria: Heilige Woensdag 5/4
  • Boodschap aan Luisa Piccarreta
  • Het Communisme zal opgelegd worden door de elite
  • Boodschap aan Ned Dougherty 26/3
  • Boodschap aan Anna Shelley (3/4)
  • Het verraad van Judas Iscariot (2)
  • Het verraad van Judas Iscariot (1)
  • Luz de Maria: Heilige Dinsdag 4/4
  • Luz de Maria: Palmzondag 2/4
  • Luz de Maria: Heilige Maandag 3/4
  • Interview met Luz Maria de Bonilla
  • Grafeenoxide in vaccins
  • Boodschap aan Lorena 14/3
    Zoeken in blog

    ALLES GAAT VOORBIJ, BEHALVE GOD !
    agenda

    Belangrijke data in mijn agenda

    Mijn favorieten
  • Mijn bibliotheek
  • Nieuwe blogsite
  • Archief per maand
  • 05-2023
  • 04-2023
  • 03-2023
  • 02-2023
  • 01-2023
  • 12-2022
  • 11-2022
  • 10-2022
  • 09-2022
  • 08-2022
  • 07-2022
  • 06-2022
  • 05-2022
  • 04-2022
  • 03-2022
  • 02-2022
  • 01-2022
  • 12-2021
  • 11-2021
  • 10-2021
  • 09-2021
  • 08-2021
  • 07-2021
  • 06-2021
  • 05-2021
  • 04-2021
  • 03-2021
  • 02-2021
  • 01-2021
  • 12-2020
  • 11-2020
  • 10-2020
  • 09-2020
  • 08-2020
  • 07-2020
  • 06-2020
  • 05-2020
  • 04-2020
  • 03-2020
  • 02-2020
  • 01-2020
  • 12-2019
  • 11-2019
  • 10-2019
  • 09-2019
  • 08-2019
  • 07-2019
  • 06-2019
  • 05-2019
  • 04-2019
  • 03-2019
  • 02-2019
  • 01-2019
  • 12-2018
  • 11-2018
  • 10-2018
  • 09-2018
  • 08-2018
  • 07-2018
  • 06-2018
  • 05-2018
  • 04-2018
  • 03-2018
  • 02-2018
  • 01-2018
  • 12-2017
  • 11-2017
  • 10-2017
  • 09-2017
  • 08-2017
  • 07-2017
  • 06-2017
  • 05-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 09-2016
  • 08-2016
  • 07-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 04-2016
  • 11--0001
    Levend geloof 9

    01-08-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Weg naar Heiligheid : deugden - deel 3 (17-28)

    17. Voorzichtigheid

    De voorzichtigheid is een deugd die berust op het vermogen dat God in de ziel heeft gelegd om goed en kwaad van elkaar te onderscheiden en tijdig te kunnen herkennen wat voor de ziel schadelijk is of niet. Voorzichtigheid wordt vaak onterecht verward met vreesachtigheid of lafheid. Integendeel is deze deugd in werkelijkheid een uiting van Wijsheid, en ook van eerbied tegenover datgene dat God U heeft gegeven. Om slechts enkele voorbeelden aan te halen, die in Uw onmiddellijke omgeving kunnen wijzen op onvoorzichtigheid: roken, veelvuldig alcoholgebruik, gebruik van drugs, het gebruik van medicijnen waarvan men op grond van informatie weet dat zij het lichaam en/of de geest schade toebrengen, terwijl er alternatieven voorhanden zijn die even doeltreffend doch niet schadelijk zijn. Het eten van voedingsmiddelen waarvan U weet dat Uw lichaam deze niet verdraagt, is eveneens een vorm van onvoorzichtigheid. Het is waardevol, het niet-nuttigen van deze voedingsmiddelen te beschouwen als een offer dat van U gevraagd wordt.

    Voorzichtigheid heeft vaak te maken met de wijze waarop de mens zijn lichaam behandelt. Uw lichaam mag in geen geval een afgod worden, maar het is wel de tempel van Uw ziel. Het lichaam is U gegeven om Uw stoffelijk leven hier op aarde mogelijk te maken. Uw ziel is niet aan ruimte gebonden, Uw lichaam wél. Uw lichaam is in zoverre van belang dat het niet alleen dienst doet als vervoermiddel voor Uw ziel, maar ook Uw instrument van uitboeting is. Het lichaam heeft stoffelijke behoeften, en is daardoor gevoelig voor de omstandigheden van de omgeving: honger, dorst, koude, warmte, pijn, ziekte, vermoeidheid: al deze gewaarwordingen berusten op tekorten of verstoringen in het evenwicht van Uw lichaamsprocessen.

    Deze ongemakken hebben een uitermate belangrijke spirituele functie: offers en boete, die aan God opgedragen kunnen worden tot afbetaling van de schuldenlast die de zielen tegenover Gods Gerechtigheid dragen doordat de mensheid zondigt tegen Gods Wet van Liefde, dus tegen alle deugden. Doordat Uw lichaam moet kunnen dienen als instrument voor uitboeting, wordt U geacht, het voldoende te verzorgen en in stand te houden, want het is en blijft een werktuig in Gods hand, waarover Hij naar Zijn welbehagen en volgens de noden van Zijn Gerechtigheid moet kunnen beschikken. Indien een mens volgens Gods Plan geacht wordt, zijn lichaam gedurende 70 jaar ter beschikking te stellen voor deze genoegdoening aan de Gerechtigheid, doch door overmatige toepassing van schadelijke praktijken (roken, alcoholverslaving enzovoort) zichzelf reeds op de leeftijd van 55 jaar 'onleefbaar' maakt, is het dus alsof hij 15 jaar van Gods Plan steelt. Mensen kunnen hier tegenin brengen dat alles Gods beschikking is, dus ook de leeftijd waarop iemand sterft, en dat is ook zo, maar de zonde schuilt hierin dat de mens hier door eigen handelen een toestand helpt scheppen die God uit Zichzelf nooit zou hebben gewild of bedoeld. Deze zonde of ondeugd noemt de mens roekeloosheid.

    Een ander voorbeeld is het nemen van risico's die niets te maken hebben met het Heil van de ziel: gevaarlijke stunts, recordpogingen in ondernemingen die bewuste gevaren in zich dragen en waarvan men weet dat ze slecht kunnen aflopen, levensgevaarlijke activiteiten die vermijdbaar zijn, enzovoort. Helemaal anders ligt het met bewust martelaarschap, omdat dit wordt ondergaan met de bewuste intentie, God te verheerlijken en zielen te redden. Voor het overige kan als regel worden gesteld: het zichzelf bewust blootstellen aan levensbedreigende situaties, is misbruik van Gods eigendom, want Hij is Heer van het Leven, en de mens heeft niet het recht om daar zelf over te beschikken. Geen mens weet wat God met hem voorheeft, waarom of wanneer. Het komt de mens niet toe, eigenhandig in dat Plan in te grijpen. Wanneer U dat toch doet, kan God U terecht veroordelen wegens onvoorzichtigheid. Want wat betekent dit woord in wezen?

    'Voorzichtigheid' is het vermogen om te 'voorzien', 'vooruit-te-zien'. Maar dat kan geen mens, want alleen God weet welke radertjes in elkaar moeten passen om Zijn Plan optimaal ten uitvoer te brengen, en op welk ogenblik dat moet en kan gebeuren. Alleen Hij kan 'vooruit zien'. Bedenk wel dat alles wat U hier op aarde bezit, in feite geen bezit doch slechts bruikleen is. Gebruik het daarom met de voorzichtigheid voor zoverre deze U als vermogen in de ziel is gelegd, en neem geen risico’s die zowel in dit leven als voor het Eeuwig Leven ellende kunnen brengen. Wees oordeelkundig en wijs.

    18. Gelijkmoedigheid

    Het woord zelf duidt reeds aan wat deze deugd betekent: een gelijk gemoed bezitten, een stemming zonder te grote uitschieters omhoog of omlaag. Een mens die nu eens uitbundig lacht en dan plots in zak en as zit of heel ontstemd is, kribbig, nors of opvliegend, nodigt zijn medemens niet uit om met hem in contact te treden, want men weet nooit wat men op een bepaald ogenblik aan die mens heeft. Hij is onbeheerst, wat in feite betekent dat zijn ziel de wisselende aandoeningen van het gemoed niet onder controle heeft. Gebrek aan gelijkmoedigheid wijst op een gebrek aan stabiliteit in de persoonlijkheid. Dit gebrek wordt wispelturigheid of wankelmoedigheid genoemd.

    Deze onstandvastigheid is niet alleen een ondeugd naar Uw medemens, maar ook naar God toe: evenmin als Uw medemens weet wat hij aan U heeft, weet God het. Wankelmoedigheid vormt een heel broos fundament om Uw religieuze beleving op te bouwen. Een mens die niet standvastig is in zijn gemoed, verteert geen enkele stoot op zijn ziel. Elke beproeving kan hem met een klap in elkaar doen storten. Het ene ogenblik kan hij als in een vervoering bidden, het volgende ogenblik valt hij als ongewapend in de klauwen van de satan en maakt hij werkelijk brokken in zijn omgeving. Als toegewijde aan Jezus of Maria zijn deze mensen volkomen onbetrouwbaar, want al naargelang hun stemming van het ogenblik kunnen zij zich plots keren tegen datgene waar zij normaal gesproken voor strijden. Hun Liefde is bevlekt en niet onvoorwaardelijk, en slaat heel spoedig om in haat. Hun labiele ingesteldheid maakt hen bovendien zeer beïnvloedbaar. Het ontbreekt hen vaak aan het zelfvertrouwen dat noodzakelijk is voor een rechtlijnig gedrag, en zelfs onwijze praatjes kunnen hen van hun beste voornemens afbrengen.

    Een mens in ware gelijkmoedigheid laat zich niet vlug van zijn stuk brengen. Zodra hij in iets gelooft, strijdt hij ervoor tot het uiterste. Doordat de fundamenten van zijn geloof stevig zijn, brengen ook ernstige beproevingen hem niet vlug van zijn ideaal af. Zijn Liefde zit doorgaans diep geworteld. Men zou de vergelijking kunnen maken met het verschil tussen Liefde en verliefdheid: de emotie begint met het vuur van de verliefdheid, doch pas wanneer dit vuur ook na een aantal beproevingen blijkt te blijven branden, is sprake van echte Liefde.

    Verliefdheid zonder diepe wortels is geen echte Liefde, doch een tijdelijke gemoedsaandoening. Gelijkmoedigheid gaat over het algemeen gepaard met een sterk geloof in Gods Voorzienigheid. Pas wanneer dit aanwezig is, kan het gemoed stabiel blijven in tijden van beproeving. Indien Uw hart opklaart wanneer de zon schijnt, doch verduistert bij elke donkere wolk die overdrijft, bent U licht ten prooi aan allerlei invloeden uit Uw omgeving en zelfs vanuit Uw eigen herinneringen aan bepaalde situaties uit Uw verleden. Indien U daarentegen een hart hebt dat werkt als een zonnecel, die de zonne-energie opvangt wanneer de stralen (in dit geval van Gods Licht van Liefde, Wijsheid en inspiratie) op U neerkomen, en ze afgeeft wanneer de zon zich verbergt, dan zult U ook een (relatief) zonnig gemoed bewaren wanneer de regen op Uw hart neervalt.

    Wankelmoedigheid schept een gevaar voor Uw eigen ziel en voor de stemming van Uw medemensen. Uw eigen zielsfuncties ontwrichten, is reeds een aanslag op Gods Plannen, doch Uw medemens van zijn slagkracht beroven door hem te hinderen in zijn eigen spirituele werkkracht en voornemens, komt erop neer dat U werkelijk tot instrument van Gods tegenstander wordt.

    19. Wijsheid

    Wijsheid is een ware Gave van de Heilige Geest. Het is de eigenschap van een mens die inzichten verwerft in situaties, systemen en mysteries die louter door het verstand, de intelligentie of natuurlijke kennisverwerving (studie) niet bekomen kunnen worden. Wijsheid is één van de meest opmerkelijke tekenen van Gods werking in en door een ziel. De Wijsheid stelt de mens in staat om de vele elementen van Gods Waarheid met elkaar in verbinding te brengen tot een duidelijk geheel, en wel zonder er werkelijk over te redeneren, want Gods Waarheid laat zich louter met het verstand niet vatten.

    De wijze mens weet heel goed waarnaar hij streeft, en doorgrondt vaak op intuïtieve wijze (dus niet verstandelijk maar eerder gevoelsmatig) het 'waarom' van zijn bestrevingen, de reden waarom hij voor bepaalde idealen ijvert. Hij voelt vele dingen haarfijn aan, doch kan niet steeds uitleggen waarom hij deze gevoelens heeft. Hij lijkt alleen op bovennatuurlijke wijze te weten dat het zo hoort, en dat het Gods wens is dat hij er zich voor inzet.

    Gebrek aan Wijsheid schept een gedrag dat als 'onoordeelkundig' omschreven kan worden. De onoordeelkundige mens neigt tot oppervlakkigheid, hij heeft weinig diepgang in zijn denken (en vaak in zijn voelen), hij gaat ondoordacht te werk en vervalt hierdoor gemakkelijk in dezelfde fouten. Oppervlakkigheid kan zichzelf verraden doordat de mens gemakkelijk in de verleiding komt om zijn medemens heel vlug te oordelen, zelfs op het uiterlijk (U kent ongetwijfeld wel iemand die zijn medemens terzijde schuift omdat diens uiterlijk hem 'niet ligt'). Hij neemt dan beslissingen die duidelijk niet door Hemelse invloeden bezield zijn. Wanneer deze gesteldheid een enigszins gevorderde graad bereikt, is sprake van dwaasheid. In deze toestand is de mens nauwelijks in staat om beslissingen te nemen die een gezond fundament in Gods Waarheid bezitten. Hij is onnadenkend, zelfs losbandig in zijn gedrag. Hij staat ook niet stil bij de gevolgen van zijn handelingen. Wanneer de deugd van de Wijsheid heel zwak ontwikkeld is, vertoont de mens gedragingen die kunnen wijzen in de richting van een geestesstoornis, doordat elke Goddelijke bezieling uit het gedrag verwijderd lijkt. Deze gesteldheid maakt heel vatbaar voor bekoring, dwaling, zonde, misleiding, want de mens kan in dit geval nauwelijks goed van kwaad onderscheiden.

    Er zijn vele aanwijzingen voor het feit dat onze hele moderne samenleving mank loopt op het gebied van de Wijsheid. Ik zou het ook zo kunnen uitdrukken: Onze maatschappij als geheel, in al haar verbindingen, relaties en radertjes, laat zich niet (meer) door de Heilige Geest bezielen en inspireren. Dat blijkt uit de dwaasheid van het materialisme als leidend principe: alles draait rond winstbejag, geld en de verafgoding van stoffelijke goederen als enige doelstelling van het leven. Het blijkt ook uit de lichtzinnigheid die in de samenleving heerst. Is het U bijvoorbeeld nog niet opgevallen hoezeer alles en iedereen in het belachelijke wordt getrokken? Met alles wordt de spot gedreven. De geest van onze samenleving wordt gekenmerkt door een pijnlijk gebrek aan ernst. Het is alsof werkelijk alle situaties als een grap worden beschouwd. U kunt dit onder andere merken aan de nooit eerder geëvenaarde mate waarin deze gesteldheid systematisch toegepast wordt in de media: televisieprogramma’s waarin alles (ook ernstige en zelfs zeer betreurenswaardige zaken) in het belachelijke wordt getrokken of tot voorwerp van vermaak wordt gemaakt, en reclamespots die weinig méér dan onvervalste dwaasheid zijn.

    Deze ingesteldheid maakt onze samenleving extra onveilig, want zij helpt een atmosfeer verspreiden waarin niets meer ernstig genomen wordt en waarin de waarheid steeds minder te betekenen heeft. Onder de schijn van het luchtig en ongedwongen voorstellen van de gewone dingen des levens (bijvoorbeeld op televisie, in reclame enzovoort) worden in werkelijkheid de leugen, het bedrog, de lichtzinnigheid en een gevaarlijke zorgeloosheid aangeprezen als een nieuwe levensideologie. Mens, open Uw ogen voor de valstrikken van de schijn! Eén van de grote adders die zich onder dit gras verbergen, is deze van de misleiding en vergiftiging van de jeugd. Ook ontspanning is niet steeds meer zo onschuldig. Wees waakzaam, en vergeet nooit dat Jezus U heeft verlost ten koste van onnoemelijk lijden, en dat Hij dit heeft gedaan met als enige doelstelling: het Eeuwig Heil van alle zielen en de vestiging van Gods Rijk op aarde. Dit ideaal zal niet worden verwezenlijkt zolang de mensheid het leven blijft benaderen met de lichtzinnigheid en de dwaasheid die producten zijn van geesten die de Heilige Geest hebben uitgebannen.

    20. Matigheid

    Matigheid is een deugd die alles te maken heeft met het vermogen tot onthechting van materiële dingen, dus het vermogen om de behoeften van de ziel voorrang te geven op de behoeften van het lichaam, die vaak schijnbehoeften zijn. Uw lichaam kan met veel minder rondkomen dan de hoeveelheid materiële middelen die U het gewoonlijk toevoert. Doordat de zintuigen onder allerlei wereldse invloeden een ongekend aantal behoeften voelen, is de mens gemakkelijk geneigd tot overdaad in de bevrediging ervan. Wanneer deze overdaad tot een geregeld terugkerende neiging wordt, kunnen wij spreken van gulzigheid. In feite is overdaad reeds alles wat verder gaat dan datgene wat Uw lichaam strikt nodig heeft om te leven.

    Eén van de meest sprekende voorbeelden van overdaad of onmatigheid is alcoholisme, drankzucht: het veel meer drinken (en dan nog van een drank die verslavend kan werken) dan nodig om de dorst te stillen. Een ander voorbeeld is vraatzucht: het veel meer eten dan nodig om de honger te stillen of het lichaam behoorlijk te voeden. Een veelvuldig voorkomende vorm van onmatigheid, die de vorm van verslaving kan aannemen, is snoepzucht, de hang naar suikerwaren en gelijkaardige producten die weinig voedingswaarde bezitten doch zeer veel mensen vangt in de strikken van onmatigheid, vaak uit een ongezonde drang naar compensatie voor bepaalde emotionele ongeregeldheden, complexen, verdriet enzovoort. Bij onmatigheid geeft de mens blijk van het feit dat hij niet in staat is om te voelen wanneer de grens wordt bereikt van datgene wat goed is voor hem. Matigheid is een uiting van de intelligentie die God in Uw lichaam heeft ingebouwd om U tijdig te waarschuwen tegen schade die U Uzelf kunt toebrengen. U zou onmatigheid kunnen beschouwen als het negeren van het regelmechanisme dat God Uw lichaam heeft gegeven. In dat opzicht is onmatigheid dus ook een zonde tegen Gods Wijsheid.

    Onmatigheid is een onvermogen om lichamelijke behoeften te bedwingen. Dat geldt ten aanzien van voedselopname, drank, roken, gebruik van medicijnen en zelfs van drugs, en ook ten aanzien van seksuele behoeften: een bovenmatige seksuele drift die niet onder controle wordt gehouden, is een vergevorderde vorm van onmatigheid, die onder andere kan leiden tot verkrachting en tot ongewenste intimiteiten.

    Onmatigheid kan zich ook manifesteren door de neiging om Uw medemens te verleiden tot gulzigheid, tot overmatig eten of drinken, tot roken terwijl hij daar niet echt voor voelt, enzovoort. Ik wil ook wijzen op de ondeugd in het verschijnsel waarbij U een medemens aanzet tot ongezonde gedragsverandering doordat U in het openbaar opschept over bepaalde gewoonten (bijvoorbeeld op het seksuele vlak) waaraan deze medemens niet voldoet, zodat hij zich 'abnormaal' begint te voelen en daarom poogt te volgen wat hij op grond van Uw uitspraken meent dat U zelf als norm ziet (zelfs al is dit niet zo). Op basis van dergelijke praatjes laten sommige mensen zich inderdaad tot ondeugd verleiden.

    Matigheid is één van de grote deugden die pleiten voor bezieling door Gods Geest. Om die reden is elke aansporing van een medemens tot onmatigheid breed genomen te beschouwen als een zonde tegen de Heilige Geest. U ontwricht daardoor het denken, voelen en de hele levensbeschouwing van een mens die in zich reeds de weg had gevonden om zich tegen de verleidingen en de greep van de wereld af te zetten.

    21. Offerbereidheid

    De bereidheid om offers te brengen, is voor de vestiging van Gods Rijk op aarde één van de meest waardevolle deugden. Een offer is iets waarvan U afstand doet, iets dat U zou willen hebben of willen doen, maar dat U zich ontzegt uit Liefde tot God (Jezus, Maria), omdat deze ontzegging een zeker gevoel van gemis of pijn nalaat. Alle pijn, elke last heeft een grote waarde voor het Heil van zielen. Het hele leven van Jezus en Maria op aarde is op dit gegeven gesteund geweest. Alleen om die reden konden Zij de Verlosser en Medeverlosseres van de mensheid zijn.

    De bereidheid om dingen op te offeren, is niet zo vanzelfsprekend in een samenleving waarin de weelde vrij algemeen verspreid is. Een mens die in armoede leeft, moet vele offers brengen uit noodzaak. Daarom zijn deze offers niet minder waard, want de waarde van het offer wordt in hoge mate bepaald door de liefde waarmee het gebracht wordt. Een mens die in een grotere materiële welstand leeft, kan veel meer ontberen dan een arme, want hij houdt veel meer over na het verzadigen van zijn noodzakelijke levensbehoeften. Nochtans is het vaak zo dat de welgestelde moeilijker tot offers komt dan de arme. Dit heeft veel te maken met het feit dat de arme niet zelden dichter bij God staat doordat zijn hele leven slechts in stand gehouden wordt door volkomen op God te vertrouwen. Naarmate de welvaart in de westerse wereld is toegenomen, is het leven met God minder en minder intens geworden. De welvaart is tot de god van het westen uitgeroepen. Het is echter een god die algemeen verderf van zeden, algemene hebzucht en zonde in vele uiteenlopende vormen in de zielen heeft gezaaid.

    Offerbereidheid is, breed genomen, de bereidheid om in navolging van Jezus op het kruis te gaan. Het kruis is daarbij symbool voor de lasten van het leven. Deze komen vanzelf, zij horen gewoon bij het leven in de stoffelijke wereld in een stoffelijk lichaam met zijn behoeften en zijn ontsporingen (ziekten, pijnen). Het dragen van deze lasten in Liefde, overgave en aanvaarding (toewijding!) vormt op zich reeds een offer. Doch in de engere betekenis van het woord is een offer alles wat U bovenop deze natuurlijke lasten nog vrijwillig zelf aan Uw dagelijks kruis toevoegt, dus een extra last die U Uzelf oplegt. Een voorbeeld: U eet graag chocolade, doch raakt gedurende een bepaalde tijd geen chocolade aan. Dat kan lastig zijn, maar precies dat maakt het tot een waardevol offer. Inderdaad, het ontzeggen van voedingsmiddelen is het dankbaarste terrein voor het brengen van offers, want U krijgt er voortdurend gelegenheden toe.

    De machtigste vorm van offerbereidheid is het vasten. Ik verwijs graag naar De Hemelse Bruiloft voor uitgebreid commentaar op deze uitermate waardevolle praktijk. Het ligt in de menselijke natuur om door offers afgeschrikt te worden. In onze geest is een mechanisme werkzaam dat eerder nastreeft wat wij als aangenaam ervaren, en vermijdt wat ons onaangenaam aandoet. In die zin vergt het brengen van offers dat wij tegen de menselijke natuur durven in te gaan. Is dit dan niet tegennatuurlijk, dus tegen Gods Wil? Allerminst. U mag niet vergeten dat God de mens had geschapen om steeds in volkomen gelukzaligheid in vereniging met Zijn Wil te leven. Pas door de erfzonde, de zonde van ongehoorzaamheid en hoogmoed, is het lijden in de menselijke natuur gekomen. De mens, die dus op dat ogenblik niet meer volkomen 'geprogrammeerd' was zoals God hem had bedoeld (in computertermen zou men kunnen zeggen "er is door de erfzonde een virus in zijn basisprogramma geslopen"), heeft sedertdien een groot gedeelte van zijn inspanningen gericht op het vinden van wegen om het lijden te ontvluchten, vandaar bijvoorbeeld alle inspanningen op het gebied van technologie en geneeskunde.

    Offerbereidheid is in feite een deugd waardoor de mens te kennen geeft dat hij toenadering zoekt tot God via de weg van het kruis omdat hij er zich rekenschap van geeft, en aanvaardt, dat dit de enige weg is om opnieuw aansluiting te vinden bij Gods Barmhartigheid. Waarom? Omdat de zondeschuld van de hele mensheid Gods Gerechtigheid onder druk zet, en God Zich niet volkomen met de mens kan verzoenen zolang die zondelast op de mensheid weegt: de zondeschuld is als een dik wolkendek dat zich tussen God en de mensenzielen heeft geschoven. Om de verzoening opnieuw tot stand te brengen, moet die zondelast uitgeboet worden (het wolkendek dunner en dunner gemaakt worden, zodat er opnieuw gaten in de bewolking komen om Gods Licht van Liefde en bezieling door te laten). Die uitboeting is de weg van het kruis, de opgeofferde lasten van het leven.

    Slechts weinigen hebben dit begrepen, en nog kleiner is het aantal van hen die daadwerkelijk gedurende langere tijd (bij voorkeur vanaf de beslissing om het te doen tot in het uur van de dood) de weg van de toewijding en de opoffering bewandelen. De ware offerbereidheid bloeit slechts op de Liefde tot het kruis, en op een vermogen om zichzelf boven de eigen wereldse behoeften te verheffen, wat uiteraard een vrucht van genadewerking is. De mens is zo zwak wanneer het erop aankomt, een keuze te maken voor het minder aangename boven het genot of de vermeende behoefte. De bloemenkroon trekt oneindig veel meer aan dan de doornenkroon. De ziel die heeft geleerd, te leven met de ogen en het hart op het Eeuwig Leven, zal de oneindige schatten vinden die verborgen liggen in de beproevingen en de vrijwillige offers, want haar ogen kijken dwars doorheen het werelds slijk dat om de schijnbaar mooie verlokkingen ligt. De meeste mensen betreden dit terrein van de bovennatuurlijke emoties nooit, sommigen doen dit nu en dan wel doch zijn daar weinig standvastig in, en voor een kleine minderheid wordt dit een echte levensstijl. Zij slagen erin, het lichaam zoveel mogelijk te zien als een middel om offers te brengen, in plaats van als iets dat tot doel van alle aandacht en genot moet dienen.

    Offerbereidheid is de deugd die de mens aanzet tot het uitspreken van het 'ja-woord', het "Fiat Voluntas Tua" (Uw Wil geschiede), in navolging van Maria’s "Mij geschiede naar Uw woord", dus tot de totale toewijding. Het is de deugd van de zelfverloochening, want zolang men zichzelf te belangrijk acht, zal men weinig geneigd zijn om offers te brengen.

    Talrijk zijn zij door wie de deugd van de offerbereidheid nauwelijks beoefend wordt. Het dagelijks kruis met aanvaarding en Liefde dragen, is voor weinigen weggelegd. Vele mensen komen in opstand bij de geringste tegenslag, en laten geen gelegenheid voorbij gaan om te klagen over hun beproevingen en hun lijden, of om deze op te blazen tegenover ieder die daar oren naar heeft, in de hoop, hun kruis zo zwaar mogelijk te laten lijken en zo mogelijk te worden bewonderd om hun inzet, hun moed en hun vermogen om 'zulke zware lasten te torsen'. Van hen zei Jezus overigens dat zij hun loon reeds hebben gehad, en dus voor het Eeuwig Leven nog weinig verdiensten zullen overhouden aan het kruis dat zij hebben gedragen.

    22. Boetvaardigheid

    Boetvaardigheid, de bereidheid om boete te doen, is zeer nauw verwant met de offerbereidheid. Boete is elke handeling waardoor men zichzelf een last oplegt die bedoeld is om zonden (van zichzelf of van anderen) goed te maken tegenover Gods Gerechtigheid. Terwijl offerbereidheid vaak verwijst naar de bereidheid om iets te laten wat men nochtans liever wél zou hebben of doen, verwijst boetvaardigheid doorgaans naar het wél doen van iets wat men liever niet zou doen. De beide deugden berusten echter op eenzelfde principe en gaan over het algemeen dan ook samen. De boeteling beschouwt boetedoening als hoogste goed voor de zielen, en streeft ernaar, alles wat hem genot kan verschaffen, zoveel mogelijk te vermijden. Men zou kunnen stellen: 'hij is hard voor zichzelf', al wil ik hierbij onmiddellijk aantekenen dat ook deze zienswijze afhankelijk is van wat men van het leven verwacht.

    Het ontzeggen van genot, zelfs het nastreven van relatieve zelfkastijding (men hoeft niet noodzakelijk aan zelfgeseling te doen om boeteling te zijn!) kan ervaren worden als een balsem voor de ziel, doordat het alle verbindingskanalen met God wijd openstelt. Onder 'relatieve zelfkastijding' versta ik hier: zichzelf niet in de watten leggen, geen inspanning schuwen, niet terugdeinzen voor het dragen van pijn of ongemak om voor de ziel van een medemens genaden af te smeken. Een dergelijke ingesteldheid komt bij vele mensen over als middeleeuws, eigen aan aloude strenge kloosterpraktijken of voorbehouden aan kluizenaars die dweepten met heilige intenties. Niets is minder waar. Vooral in deze tijd van relatieve overvloed is boetvaardigheid goud waard om de gemeenschappelijke zondeschuld van de mensheid te helpen afbetalen. Wie dit beschouwt als een geestelijke dwaling van een zonderling, heeft het Ware Leven met God (en met Maria) niet begrepen, en heeft evenmin begrepen dat ook in onze tijd nog steeds zielen geroepen worden tot de weg van de mystiek, het intens rechtstreeks contact met de Hemel (Maria, Jezus), een weg die gewoonlijk gepaard gaat met een genadevolle roeping tot strenge boetvaardigheid.

    Boetedoening zuivert de ziel. Die zuivering is nodig om te groeien. Ik heb het in De Hemelse Bruiloft uitgebreid over dit hele systeem gehad, en zal er daarom op deze plaats niet verder over uitweiden.

    Evenals voor de offerbereidheid geldt ook voor de boetvaardigheid dat zij door de meeste mensen geschuwd wordt, om dezelfde reden: het brengen van verstervingen en van offers wordt beschouwd als niet verenigbaar met een overvloedsmaatschappij. Eeuwenlang hebben de meeste mensen het moeilijk gehad. Ook de oorlogsjaren in de twintigste eeuw hebben vele ontberingen gebracht, en zij die deze hebben doorstaan, zijn verleid door de relatieve weelde van de naoorlogse periode. De generaties die daarna zijn gekomen, zijn opgegroeid in die relatieve weelde, en zijn vaak ook verwend door hun ouders, die wilden dat het hun kinderen beter zou vergaan dan henzelf. Bedenk daarbij dat intussen de christelijke waarden steeds minder ingevolgd zijn, en U begrijpt waarom boetvaardigheid door zeer velen wordt beschouwd als een flinke stap achteruit. Dat is betreurenswaardig, want de materiële overdaad en het stijgend onvermogen om zich iets te ontzeggen, heeft talloze zielen sterk verontreinigd.

    Het aloud Romeins gezegde "Mens sana in corpore sano" (een gezonde geest in een gezond lichaam) moet ook hierop van toepassing worden geacht. U hoeft U slechts aan te wennen om geregeld religieuze vastendagen in Uw leven in te bouwen, en U zult ervaren hoeveel zuiverder U alles gaat aanvoelen. Vasten, als koningin van de boetedoening, stort veelzijdige genaden in de ziel. Bedenk bovendien dat er nog een vorm van boetedoening bestaat die zeer waardevol is en U toch (indien U om gezondheidsredenen niet mag vasten) van lichamelijk vasten kan vrijstellen: de boetedoening van de geest, de mond en het hart. Een paar voorbeelden: leg Uzelf tijden van zwijgen op (vooral, doch niet alleen, indien U te veel spreekt), verbied Uzelf een dag lang (liever een leven lang, maar ik wil U niet meteen ontmoedigen...) om ook maar één negatief woord over Uw medemensen te uiten, leg Uzelf op om liefdevol te zijn tegen iemand die U eerder vlug op de zenuwen werkt, enzovoort. U zou er verbaasd over kunnen staan welk zalig gevoel U ’s avonds over de voorbije dag zult hebben. Waarom? Omdat Uw ziel dan de ware verbinding met God teruggevonden heeft.

    23. Betrouwbaarheid

    Betrouwbaarheid is de mate waarin Uw medemens op U kan betrouwen, dus de mate waarin hij aan U een houvast heeft. Een betrouwbaar mens is een mens waarop men kan bouwen. Dat is nodig om tot gezonde relaties te komen. Uw medemens moet weten dat U Uw woord nakomt, en niet 'ja' zegt terwijl U 'neen' denkt of althans niet met volle overtuiging achter Uw beloften staat. Betrouwbaarheid houdt in hoge mate verband met gelijkmoedigheid, want iemand met een wispelturig gemoed is als een bouwvallig huis: het is gevaarlijk om er in de buurt te blijven, vooral wanneer het waait.

    Wanneer het een mens ontbreekt aan betrouwbaarheid, wordt hij onberekenbaar genoemd: U kunt er 'geen staat op maken', en zult niet vlug geneigd zijn om hem iets toe te vertrouwen, zeker niet indien het iets belangrijks is.

    In het licht van deze laatste opmerking is betrouwbaarheid een gesteldheid die van U verwacht wordt als fundament voor toewijding. God kan geen huis bouwen op een mens waarop Hij niet ten volle kan betrouwen. U moet eerst blijk geven van het feit dat U niet te gauw uit het veld geslagen wordt, pas dan kan God U inzetten voor de verwezenlijking van Zijn Plan. Indien U dus waarlijk God (en Maria) wil dienen, zult U eerst beproefd worden, onder meer op Uw betrouwbaarheid. Wanneer U voldoende standvastig blijkt te zijn, kunnen U bijzondere taken toevertrouwd worden. Alle Werken van God zijn heilig. Een heilig Werk wordt niet toevertrouwd aan een ziel die vandaag geestdriftig is doch zich morgen reeds onderkoeld en onverschillig terugtrekt. Nauw samenwerken met God, is een heilig verbond, vergelijkbaar met een huwelijk, en dat kan alleen aangegaan worden met iemand die rechtlijnig is, en zich langdurig voor zijn zaak weet in te zetten, dus betrouwbaar is.

    Het niet nakomen van afspraken, is een uiting van onbetrouwbaarheid. Ik zal het in punt 44 nog over afspraken hebben. Laat ik hier alvast zeggen dat de mate waarin iemand stipt zijn afspraken met U nakomt, een goede aanwijzing geeft voor zijn betrouwbaarheid.

    Een andere vorm van onbetrouwbaarheid is het niet nakomen van beloften. Wanneer U Uw medemens iets belooft, moet U een inspanning leveren om deze gestand te doen. Indien dit door omstandigheden buiten Uw wil niet (meer) mogelijk blijkt, moet U de eerlijkheid hebben om hem dit te zeggen, en hem niet in het ongewisse te laten. Sommige mensen doen beloften en komen daar achteraf nooit meer op terug omdat zij vergeetachtig zijn. In dit geval gaat het doorgaans niet om een opzettelijk verzuim, doch wanneer U weet dat Uw geheugen U wel eens in de steek laat of U door overbelasting (of ziekte) dingen neigt te vergeten, doet U er goed aan, uit respect voor Uw medemens een aantekening te maken van elke belofte die U doet, opdat U ze in alle eerlijkheid kunt trachten na te komen. Een variante op het niet nakomen van beloften, is Uw medemens aan het lijntje houden.

    U doet daarbij Uw medemens een belofte zonder de echte intentie, deze ooit na te komen, bijvoorbeeld met de bedoeling, hem aan U te binden.

    Ik heb erop gewezen dat God de ziel slechts opdrachten kan toevertrouwen voor zover die ziel betrouwbaar is. Dat is het precies wat betrouwbaarheid in spiritueel opzicht zo belangrijk maakt. Een ziel waarop God niet kan vertrouwen, werkt Zijn Plan tegen doordat zij de chaos in de Schepping helpt bevorderen. God brengt grote dingen tot stand in een ziel die zich daar totaal toe leent. Het vervullen van Uw roeping, en Uw beschikbaarheid voor Gods Plan van Heil met de zielen, is doorslaggevend voor de grootte van 'het loon dat Jezus zal meebrengen' wanneer Hij de wereld zal oordelen. Bovendien mag U nog zulke grote vorderingen maken in de deugden, indien Uw betrouwbaarheid ontoereikend is, is Uw ziel als een huis waarvan de stenen nochtans van degelijke kwaliteit zijn, doch aan elkaar gemetseld zijn met een minderwaardig cement dat spoedig afbrokkelt en bij winderig weer in elkaar dreigt te zakken. Vandaar ook mijn beeld van het bouwvallig huis dat een gevaar vormt voor ieder die in de nabijheid komt, vooral wanneer het waait.

    24. Onbaatzuchtigheid

    Onbaatzuchtigheid is de ingesteldheid waarbij de mens niet de neiging heeft om voor alles wat hij doet iets terug te verwachten. Deze mens stelt al zijn handelingen vanuit zuivere Liefde, en schept meer vreugde in geven dan in krijgen. Hij stelt ze zonder de bedoeling, er enige baat bij te hebben. Het is hem er niet om te doen, tijdens zijn aardse leven vruchten te plukken van zijn verdiensten, want de vruchten der wereld interesseren hem slechts matig of zo goed als niet.

    Deze deugd vormt één van de noodzakelijke fundamenten voor oprechte, totale toewijding. In het handelen van elke dag wordt de mens in deze deugd gedreven door een zuivere betrachting van het goede, de naastenliefde, en hij wordt daarbij gestimuleerd door de vreugde van het geven. Hij voelt deze vreugde reeds bij voorbaat, in het vooruitzicht dat hij zijn medemens een vreugde zal bereiden. Hij verlangt daarbij geen ogenblik dat hem voor zijn goede daad ook maar het geringste terug zou worden gegeven. In het gebed komt de onbaatzuchtigheid tot uiting wanneer U bidt uit zuiver idealisme, zonder een intentie voor Uzelf te formuleren. U bidt niet (of slechts uitzonderlijk) om iets te bekomen waar Uzelf rechtstreeks beter van zou worden, doch louter voor de intenties van God (Jezus, Maria) of van een medemens. In het ideale geval is het voor U zelfs niet echt van belang, te weten of en waar en hoe Uw intentie verhoord is, al zou het U uiteraard vreugde bereiden indien dat zo zou blijken te zijn. De vreugde schuilt voor U louter in het feit dat U beseft dat Uw gebed Jezus en Maria behaagt en dat het ertoe bijdraagt, Hun intenties (Gods Heilsplan in al zijn geledingen) te verwezenlijken. Een grote uiting van onbaatzuchtigheid is bijvoorbeeld boetedoening, vasten, het brengen van allerlei offers uit loutere Liefde voor Jezus en Maria. Het verschaft U daarbij vreugde, iets van Uzelf (in dit geval Uw inspanning) te geven voor de intenties van de Hemel, of U voor die intenties iets te ontzeggen, Uzelf dus als het ware 'pijn te doen' uit Liefde.

    Het tegenovergestelde van deze deugd, is de houding waarbij men dingen doet in de hoop en verwachting, iets in de plaats te krijgen. Daarbij wordt dan automatisch verwacht dat hetgeen men zal terugkrijgen, iets tastbaars is (dus bijvoorbeeld geen spirituele genade, want deze wordt dan niet herkend), en dat het ten minste evenveel (materiële) waarde zou hebben als datgene wat men gegeven heeft. Indien men met deze ingesteldheid een gebed verricht, verwacht men onmiddellijk verhoring. Indien een vervulling van de verwachting niet zichtbaar volgt, voelt men zich door God bekocht, en is het gevaar niet ondenkbaar dat men alle geloofspraktijken terzijde schuift 'tot God Zijn schuld afbetaald heeft'.

    Een vorm van gebrek aan onbaatzuchtigheid, maar dan voornamelijk op een niet-materieel gebied, is de behoefte om beklaagd te worden, die bij sommige mensen aan de dag treedt. Deze mensen gebruiken hun lijden en lasten om er beter van te worden in de ogen van hun medemens, en soms zelfs om hun medemens emotioneel te manipuleren, om meer van hen gedaan te krijgen. In dezelfde lijn ligt de emotionele chantage, waarbij U een medemens in een situatie brengt waarin hij om morele redenen iets niet meer durft nalaten of niet durft doen of zeggen. Ook hier worden de gevoelens van de medemens misbruikt tot eigen nut.

    25. Onzelfzuchtigheid

    Onzelfzuchtigheid ligt niet zo ver naast onbaatzuchtigheid. Ook hier worden de noden en behoeften van de medemens boven de eigen noden en behoeften gesteld. Men heeft de neiging, zichzelf steeds weg te cijferen voor de ander. Het voornaamste verschil bestaat hierin, dat onbaatzuchtigheid een deugd is die aan de oppervlakte komt op het ogenblik waarop men iets wil doen, terwijl onzelfzuchtigheid ook tot uiting komt in Uw manier van zijn, zonder dat één of andere handeling wordt gesteld. Onzelfzuchtigheid is de gesteldheid waarbij U de ander in het middelpunt van alles plaatst en zelf in de marge gaat staan, dus Uzelf minder belangrijk maakt dan Uw medemens.

    Onzelfzuchtigheid wordt ook wel altruïsme genoemd, het tegendeel van egoïsme. Egoïsme is de houding van de mens die alles voor zich opeist, vaak ten koste van de ander, omdat hij vindt dat hij meer recht heeft op alle dingen dan zijn medemens, of omdat hij bang is dat hij minder zal krijgen indien zijn medemens iets extra krijgt. Wanneer egoïsme zo ver gaat dat U ervan overtuigd bent dat het normaal is dat alles in het leven om U heen draait, dat U het middelpunt van alles bent, heet deze ingesteldheid egocentrisme. Egocentrisme is een uiting van verregaande hoogmoed en zelfs verwaandheid.

    Onzelfzuchtigheid komt mooi tot uiting in de Liefde. Aardgebonden liefde, dus liefde voor zover deze lichamelijke aspecten heeft (het seksuele, erotische) is nooit volkomen onzelfzuchtig, doch voor een (klein of groot) gedeelte gericht op eigen bevrediging: wat kan ik uit de relatie halen? In hoeverre bevredigt zij mijn noden? Naarmate de Liefde tussen mensen 'verhevener' wordt, neemt het onzelfzuchtig karakter ervan toe. De Liefde wordt meer en meer vergeestelijkt. Waarlijk Hemelse Liefde daarentegen, zoals de mystieke liefdesrelatie tussen God (Maria) en de mysticus, is bevrijd van het lichamelijke en daardoor onzelfzuchtig. Deze Liefde wordt dermate uitgezuiverd dat zij louter drijft op de vurige behoefte om de ander het beste van zichzelf te geven: er bestaat een intens gevoelde behoefte aan 'zelfslachtoffering' ten bate van de Meester(es).

    Het is in dit licht dat U het begrip 'liefdesslavernij' van de heilige Grignion de Montfort kunt begrijpen: de totaal aan Maria toegewijde ziel, die door Maria is geroepen om zich helemaal, onvoorwaardelijk en voor eeuwig aan Haar te geven in al haar doen en laten, wordt Haar slaaf in de Liefde. Zij geeft zich volkomen aan Maria, zonder iets terug te verwachten, zonder iets voor zichzelf te vragen, louter om de vreugde, Haar volmaakt te dienen met de inzet van alles wat zij is en heeft, en van haar hele leven. De behoeften van haar Meesteres vormen de enige zin van haar bestaan, haar enige drijfveer. Zij ziet zichzelf als nietig en onbelangrijk, Maria is de Enige om wie alles gaat. Naarmate de toegewijde in deze gesteldheid groeit, wordt zij sterker in de onzelfzuchtigheid. Vereisten om hiertoe te komen, zijn vurige Liefde, diepe nederigheid, een grote gehoorzaamheid, en het vermogen om zichzelf te vergeten. Vandaar de leuze van de echt aan Maria toegewijde ziel, die ik reeds jaren geleden neerschreef: "Ik leef niet meer, Maria leeft in mij", waarmee ik toen verwees naar de woorden van de Heilige Paulus: "ik leef niet meer, Christus leeft in mij". Jezus en Maria zijn overigens de mooiste voorbeelden voor volmaakte onzelfzuchtigheid geweest. Nooit hebben Zij een handeling gesteld waardoor Zij Zichzelf in het middelpunt wilden plaatsen of waarmee Zij enige baat voor Zichzelf beoogden.

    De onzelfzuchtige mens heeft geen behoefte aan het zoeken naar eigen eer, met andere woorden hij is niet eerzuchtig. Hij heeft er geen behoefte aan, bewierookt te worden, en stelt er geen prijs op dat iedereen weet dat hij dit of dat gedaan heeft.

    Ware onzelfzuchtigheid is onmogelijk zonder vertrouwen op Gods Voorzienigheid. U moet ervan doordrongen zijn dat God steeds voor U zal zorgen, en wel des te meer naarmate U zich belangeloos inzet voor Uw medemens. Pas dan zal het voor U mogelijk zijn, Uzelf weg te cijferen voor Uw medemens, zijn belangen voorrang te geven op de Uwe.

    26. Vredelievendheid

    Een vredelievend mens betracht in alles de harmonie, een vredevolle omgang met zijn medemens. Hij houdt niet van onenigheid, onvrede of ruzies. Hij zal ten allen prijze vermijden om zijn toevlucht te nemen tot geweld, en is doorgaans ook snel geschokt wanneer hij getuige wordt van situaties waarin geweld, onvrede of onenigheid tot uitdrukking worden gebracht. Hij is geneigd om overal vrede te sluiten waar onenigheid heerst, ruzies te beslechten, misverstanden zo snel mogelijk op te ruimen (om het even of hijzelf erbij betrokken is of niet).

    Vredelievendheid is een uiting van het besef dat alles wat Gods Geest ademt, vrede en Liefde is, en dat alles wat hiervan afwijkt, niet van God komt en ook nooit door God bezield of goedgekeurd kan worden. In de politieke betrekkingen wordt vredelievendheid wel eens aangeduid met de term pacifisme, een houding die verwijst naar het zoeken naar vredevolle oplossingen voor elk probleem, en het te allen prijze vermijden van oorlogvoering. Niemand kan ontkennen dat politieke regimes die afstevenen op oorlogvoering, hetzij oorlog met andere staten hetzij de instandhouding van innerlijke strijd en vervolgingen, vroeg of laat ook steeds op andere terreinen blijk geven van onchristelijke drijfveren. Geweld en verdeeldheid worden nooit door God gewild, en een overheid die de bevolking tracht te overtuigen van het tegendeel, predikt een dwaalleer. Het is de ware christen nooit toegestaan, zich achter verdeeldheid te scharen, want wie verdeelt, kan nooit de zaak van Christus dienen. Indien twee of meer bevolkingsgroepen in een onderlinge conflictsituatie verkeren, of enig risico op onderling conflict bestaat, bestaat de enige geoorloofde houding voor de christen hierin, dat hij een voorbeeld van Liefde voorleeft, en met gebed en offers de ander naar de genade van bekering poogt te brengen.

    Deze religieuze oplossing moet hij te allen tijde de voorrang geven op louter politieke oplossingen die de onvrede kunnen bevorderen. Ik denk daarbij, onder andere, aan de situatie waarbij in een land christenen en niet-christenen naast elkaar leven. Een politiek waarbij de niet-christelijke groep met verbanning bedreigd wordt of vijandig benaderd wordt, doet afbreuk aan de christelijke leer. De enige gezonde houding, Jezus Christus waardig, bestaat hierin, dat U als christen deze mensen met Liefde benadert zodat zij vroeg of laat geraakt mogen worden door de levenshouding van de ware christen. Alleen wanneer zij in hun hart getroffen worden door Uw Liefde, zullen zij respect krijgen voor de leerstelling en de levensvisie van Christus, en kan in hen de kiem voor bekering ontwikkelen. Dàt is wat Jezus wil: breng eenheid, geen verdeeldheid. Elke redenering die U wil overtuigen van de noodzaak van politieke afscheiding of uitbanning, is een schijnoplossing die op een spirituele dwaling berust.

    Het is niet onbelangrijk, te overwegen dat U zich schuldig kunt maken aan onchristelijke activiteit indien U bijvoorbeeld tijdens een verkiezing Uw stem uitbrengt voor een politieke partij waarvan U bekend is dat zij onchristelijke waarden bevordert, onder meer racisme, gewelddadigheid, oorlog, een totalitair regime, enzovoort. U draagt hierdoor immers bij tot de bevordering van een onchristelijke samenleving en werkt dus Gods Plan tegen. Iets gelijkaardigs geldt in het verenigingsleven: Vermijd lidmaatschap van een organisatie, club of vereniging waarvan U bekend is dat zij de christelijke waarden niet bevordert of er zelfs afbreuk aan doet.

    Gebrek aan vredelievendheid ligt aan de basis van elk leerstelsel dat afscheiding, strijd en onverdraagzaamheid tussen volksgroepen predikt. Dat is bijvoorbeeld het geval bij racisme: vijandigheid ten opzichte van mensen die tot een ander ras behoren om de enige reden dat zij daartoe behoren. Bekende voorbeelden zijn het antisemitisme (jodenhaat) en de strijd tussen blanken en zwarten, zoals deze vooral in de Verenigde Staten en in Zuid-Afrika zeer intens hebben gewoed en nog steeds niet helemaal verdwenen zijn. Deze houdingen zijn volgens de christelijke leer in geen enkel opzicht aanvaardbaar.

    Een gebrek aan vredelievendheid komt op kleine schaal reeds tot uiting in de neiging om twistziek te zijn. Sommige mensen zijn zodanig teleurgesteld in het leven dat zij zich op hun medemens afreageren door om allerlei redenen ruzie te zoeken. Zij zondigen constant tegen de naastenliefde. Doorgaans hebben deze mensen de neiging, in elke aangelegenheid gelijk te willen krijgen, alsof zij er voldoening in scheppen, zich in alles boven de ander te stellen. Zij hebben vaak de neiging om zich door te zetten. Zij koesteren een geldingsdrang en willen voelen dat zij macht hebben over hun medemens. Vaak oefenen zij die macht uit door intimidatie: door stemverheffing of door in te spelen op de vrees van de ander voor conflict, overheersen zij hem. Vele mensen die zich in wezen minderwaardig voelen, tiranniseren op deze wijze hun medemens. Zij willen hun gevoel van eigenwaarde verhogen door de ander voor hen bevreesd te maken. Deze mensen handelen vanuit een gebrek aan vrede in hun eigen hart, en beminnen daarom ook niet de vrede naar hun medemens toe: gebrek aan vredelievendheid.

    Een herhaalde overtreding tegen de vredelievendheid is ook de karaktertrek van sommige mensen om mensen tegen elkaar op te zetten, onenigheden aan te wakkeren of ruzies uit te lokken. Het is moeilijk, iets lief te hebben dat men niet kent. Mensen die weinig of geen vredelievendheid bezitten, kennen de ware Vrede niet. Pas wanneer zij in zich de vonk van het heilig Vuur leren ontdekken, alsook de daarmee gepaard gaande vreugde, oogsten zij daarmee ook de Ware Liefde, die hen in staat zal stellen om de waarde van de harmonie tussen mensen, en Gods verlangen naar die harmonie, op prijs te stellen.

    27. Ingetogenheid

    Ingetogenheid is een deugd die veel te maken heeft met een hoogontwikkelde innerlijke Vrede, zelfbeheersing en nederigheid. De ingetogen ziel is een mens die alles doet om niet op te vallen, noch in woord noch in daad. Wanneer hij iets doet, doet hij dit zo onopvallend mogelijk, het liefst zelfs in het verborgene. Wanneer hij spreekt, doet hij dit met een zachte, vaak stille stem. Hij wil ten allen prijze vermijden, zijn medemensen te storen, hun rust te verstoren en de aandacht naar zich toe te trekken. Hij vermijdt alle uitbundigheid in woord en daad, precies omdat dit de ogen van anderen op hem zou doen vestigen. Hij handelt niet in de eerste plaats zo omdat hij bedeesd of schuchter zou zijn of zich minderwaardig zou voelen, doch omdat het hem stoort wanneer zijn medemens hem speciale aandacht geeft als gevolg van zijn handelen of spreken. De ingetogen mens straalt een vredige rust uit, een soort onverstoorbaarheid die zijn medemens vertrouwen schenkt. Van hem gaat geen bedreiging uit, doch een soort zalvende tegenwoordigheid. Hoe onopvallend de ingetogen mens ook tracht te blijven, er is één categorie van zielen bij wie hij vroeg of laat wél opvalt, namelijk bij hen die gevoelig zijn voor de rustige sfeer die wordt geïnspireerd door Gods Geest. De ingetogen ziel opent zich doorgaans gemakkelijk voor de vroomheid, het stil contact met God.

    De ingetogen mens verricht goede werken op een zo onopvallend mogelijke wijze, nooit om daarmee op te vallen. Vaak is de ingetogen mens zo onopvallend dat het lijkt alsof hij er niet eens is. Zo lijkt hij dus op een engel: Uw engelbewaarder is er ook, zonder dat zijn aanwezigheid de mensen opvalt. Ingetogenheid komt eveneens tot uiting in een rustige manier van reageren op dingen die in Uw omgeving gebeuren, want de ingetogen ziel laat de vrede die zij in haar hart heeft gevonden doordat zij zich met God (Jezus, Maria) verbonden weet, niet graag verstoren, en beseft dat elke opwinding waarin zij zich zou laten meeslepen, de vrede inderdaad kan wegnemen.

    Het tegenovergestelde van ingetogenheid is de uitbundigheid en de drang om op te vallen, die vaak gepaard gaat met een zucht naar erkenning. De ziel die deze houding koestert, heeft er nood aan, 'iemand' te zijn in de ogen van haar medemens. Vaak inhoudsloos of onwaardig gedrag wordt zo opvallend mogelijk tentoon gespreid in de hoop dat anderen er zullen naar opkijken en daardoor het gevoel van belangrijkheid zullen verhogen. Desnoods neemt deze mens zijn toevlucht tot aanstootgevend en schokkend gedrag, en wordt zijn hoogmoed vergroot naarmate zijn poging meer succes lijkt te hebben. Hoogmoed is inderdaad de kern van dit gedrag, evenals de nederigheid in de kern van de ingetogenheid zit.

    28. Nederigheid

    De nederigheid is één van de deugden die een ziel het meest sieren. Koester Uw nietigheid, en U zult groot zijn in Gods ogen. Nederigheid berust in principe op het vermogen om Uzelf op Uw werkelijke waarde als mens te schatten. De nederige mens is zich bewust van de nietigheid van de mens: een hoopje stof dat door God tot leven is gewekt. Dat is wat God zozeer aantrekt in de nederige mens: dat hij te allen tijde beseft wie hij is, een radertje binnen Gods Heilsplan, een ziel wier leven geen doel op zich is, doch een middel tot verwezenlijking van Gods Plan. De nederige mens is aldus eerst en vooral een mens die oog heeft voor de juiste orde waarin God de dingen beschikt heeft, en die zijn eigen plaats daarin herkent en aanvaardt. Ware nederigheid bestaat niet alleen uit het besef dat men tegenover God en binnen Zijn Plan slechts een radertje is, doch betekent ook dat men zichzelf als mens onder de mensen als klein wil beschouwen. De nederige mens is doordrongen van de relativiteit van alles, met andere woorden: hij is zich ervan bewust dat het belang van mensen en hun prestaties en verdiensten nooit overschat mag worden. Tenslotte is alles genadewerking, en niets is mogelijk tenzij God dit toestaat. De nederige ziel heeft dit begrepen, en beschouwt daarom zichzelf en haar handelingen als klein.

    De nederigheid heeft vele tegenpolen. Anders gezegd: Er zijn uiteenlopende houdingen en gesteldheden die tot uiting komen wanneer de nederigheid slecht ontwikkeld is. De eerste is uiteraard de hoogmoed. Hoogmoed is de gesteldheid waarbij de ziel zichzelf op een voetstuk plaatst, zich hoger en belangrijker waant dan de ander. Hoogmoed lag aan de basis van de val van Lucifer. Lucifer (de satan) was aanvankelijk een hooggeplaatste engel, die op grond van de hem toebedeelde krachten zo verwaand werd dat hij zich hoger begon te wanen dan God en tegen Hem in opstand kwam. Hij steeg God zelf naar de kroon, en verzette zich overigens ook tegen Gods beschikking om van de mens de kroon van de Schepping te maken, die zelfs door de engelen gediend zou worden. Omwille van dit gebrek aan nederigheid werd hij samen met zijn volgelingen uit de Hemel verstoten, want in de Hemel is geen plaats voor hoogmoed.

    Bedenk dit wel: Nederigheid blijkt hier een sleutel tot het Paradijs te zijn. Op één lijn met de hoogmoed ligt de trots. Trots wekt bovendien de bijgedachte van koppige volharding in deze gesteldheid. Trots is bijvoorbeeld de houding van de mens die een fout heeft begaan en ondanks het feit dat hij overduidelijke tekenen krijgt van zijn ongelijk, blijft volharden tegen beter weten in. Veel voorkomend is het voorbeeld van de mens die zich in een medemens heeft vergist, en terwijl alles ervoor spreekt dat hij fout is geweest, in geen geval zijn fout wil toegeven, uit vrees voor gezichtsverlies. Deze mens heeft niet begrepen hoe groot in Gods ogen de mens is die de edelmoedigheid bezit om zichzelf te vernederen om de waarheid te dienen. De trotse, hoogmoedige mens leeft inderdaad in een schijnwereld van onwaarheid, over zichzelf zowel als over zijn omgeving. In de letterlijke zin van het woord stapt hij in de voetsporen van de satan. De hoogmoedige mens heeft de neiging, op lof te azen en bejubeld of geprezen te willen worden.

    Hoogmoed wordt eveneens in praktijk gebracht door de mens die zijn medemens kleineert of neerbuigend behandelt. Dit is vaak, maar lang niet alleen, het geval in de houding van mensen ten opzichte van bedelaars, minderbedeelden, andersvaliden, mensen die in armoede leven. De hoogmoedige mens wekt de illusie dat hij meer waard is, of verstandiger, dan zijn medemens. De medemens uit de hoogte behandelen, op hem neerkijken, hem een gevoel van minderwaardigheid geven, is één van de geliefkoosde strategieën van Gods tegenstander om een ziel te ontwrichten. Waar de hoogmoedige ziel zich geen rekenschap van geeft, is dat zijzelf het groot slachtoffer is, want zij tekent het vonnis van haar eigen veroordeling. Hoogmoed is een gruwel in Gods ogen, precies vanwege de gelijkenis met het gedrag van de gevallen engelen van Lucifer. Dit is een bedenking die vooral geldt voor een mens die daadwerkelijk macht of gezag bezit. Jezus zei reeds tot Pilatus: "Ge zoudt volstrekt geen macht over Mij hebben indien deze u niet van boven was gegeven". Houd deze woorden steeds voor ogen: Indien (ik zeg dit met nadruk: indien) U boven Uw medemens komt te staan, weet dan dat deze positie U door Gods Voorzienigheid is verleend, omdat U in die positie een welbepaalde taak te vervullen hebt. Maak daar dus geen misbruik van, indien U niet veroordeeld wil worden wegens misbruik van Gods vertrouwen in U.

    Vormen van hoogmoed zijn het opscheppen in woord of daad, en de verwaandheid. Men wil hierdoor bij de medemens de indruk wekken dat men zeer zelfverzekerd is omdat men voelt dat daarvoor een reden is, namelijk dat men  werkelijk meer waard is dan de ander. Sommige mensen slagen erin, hun medemensen het gevoel te geven dat bij hen alles lukt, zonder slag of stoot, zonder inspanning, alsof zij God in hoogsteigen persoon waren, of dat zij door God veel meer begenadigd zijn dan de 'gewone mens'. Dit kan bij deze medemensen een verwoestend effect krijgen, en deze zelfs fataal blokkeren in de ontwikkeling van hun ziel, doordat zij de indruk krijgen dat God hen niet bemint. De verwaande, opschepperige mens is niet zelden verantwoordelijk voor minderwaardigheidsgevoelens bij zijn medemens.

    Een andere vorm van hoogmoed is de betweterij, waarbij in feite een zekere verwaandheid gepaard gaat met gebrek aan Wijsheid. De betweter is een mens die over alles een vaste mening heeft, en ervan overtuigd is dat hij, en hij alleen, gelijk heeft, en dit ook niet onder stoelen of banken steekt. Hij geeft zich onvoldoende rekenschap van het feit dat alle menselijke waarheden en kennis zeer relatief zijn. Met klem vasthouden aan Uw eigen gelijk, is dus vaak onwijs. Wanneer dit tot karaktertrek wordt, is sprake van verwaandheid, want het is onmogelijk dat een mens altijd gelijk heeft: geen enkel mens bezit de absolute Wijsheid of is alwetend. Een variant op de betweterij is de neiging om Uw medemens steeds te corrigeren. Door deze neiging wekt U de indruk dat Uw medemens zelden of nooit iets goeds doet, en dat Uw eigen systeem om de dingen aan te pakken automatisch in alle gevallen de enige juiste is.

    Hoogmoed kan de vorm aannemen van overdreven aandacht voor het eigen prestige, het aanzien dat de mens in de ogen van zijn medemens wil genieten. Aan deze ondeugd vallen onder andere gemakkelijk mensen ten prooi die veel in de kijker lopen, zoals in de wereld van de competitiesport, film en televisie, muziek enzovoort. Zucht naar prestige wordt dan wel eens tot doel op zich. In zekere zin vallen ook de zelfvoldaanheid en de zelfgenoegzaamheid onder de hoogmoed. Dit zijn ondeugden omdat zij uitingen van verwaandheid zijn. De zelfvoldane of zelfgenoegzame mens schept zoveel behagen in zichzelf dat hij nauwelijks een reden kan bedenken waarom hij aan zichzelf zou werken. Hij is ervan overtuigd dat hij volmaakt is, of althans geen verbetering behoeft. Vele christenen bezondigen zich aan zelfgenoegzaamheid door te menen dat een wekelijks bezoek aan de Heilige Mis, het dagelijks gebed van een rozenhoedje en de geregelde deelname aan een bedevaart hen automatisch zonder meer naar de Hemel voert. Zij achten elke verdere inspanning (meer gebed, regelmatige boete, vasten, offers, volhardende inspanning in de deugdzaamheid enzovoort) totaal overbodig. Deze mensen hebben de nijpende noden en het zwaar onevenwicht in de Goddelijke Scheppingsorde, noch hun eigen herstellende rol daarin als ware christenen, niet begrepen.

    Een enigszins geraffineerde vorm van hoogmoed is de ijdelheid. Dit is een gesteldheid waarbij een mens de neiging vertoont om te pronken met zijn of haar lichamelijke schoonheid, of althans ten minste tracht om bepaalde lichamelijke eigenschappen derwijze tot uitdrukking te brengen dat deze door de medemens bewonderd zouden kunnen worden. Zij wordt ingegeven door een zekere behaagzucht, de gedrevenheid om behagen te wekken in de ogen van de medemens. Deze gesteldheid heeft tot doel, zichzelf boven anderen te verheffen, en wordt ook niet zelden gebruikt als machtsmiddel: door lichamelijke schoonheid kan een grote macht uitgeoefend worden over de medemens, omdat de seksualiteit een grote behoefte kan zijn. Zij kan ook aan de basis liggen van ontmoediging bij de lichamelijk minder begiftigde medemens, evenals van lichamelijke onzuiverheid in allerlei gradaties, tot en met erotiek, prostitutie enzovoort. De ijdelheid kan voor een deel berusten op onzekerheid over zichzelf, en wordt dan in feite tot zelfmisleiding en zelfs onoprechtheid. Men wil iemand lijken die men niet is. Voor zover ijdelheid ingegeven wordt door machtswellust (waar ik zo dadelijk op terugkom), kan sprake zijn van geldingsdrang, die wel eens een gevoel van minderwaarde moet verbergen.

    Er is inderdaad een uiting van hoogmoed die, paradoxaal uitgedrukt, vaak berust op een gevoel van minderwaardigheid: geldingsdrang, de neiging om zich door te zetten, de eigen wil te laten gelden in een poging om anderen te intimideren of aan zich te onderwerpen. Geldingsdrang komt tot uiting in elk gedrag waardoor U Uw medemens een signaal geeft waaruit hij opmaakt "met die man/vrouw valt niet te spotten, ik kan maar beter toegeven". Geldingsdrang is een gesteldheid die neerkomt op een (weliswaar soms geraffineerde) vernedering van Uw medemens: U dringt hem in een positie waarin hij het gevoel krijgt dat hij minderwaardig is of dat hij moet toegeven (al was het maar om moeilijkheden te vermijden). Intimidatie is onverenigbaar met de Liefde die God van ons verwacht, want intimidatie is manipulatie door het opwekken van een zekere vrees of onrust, en vrees is onverenigbaar met Liefde. Een specifieke vorm van intimidatie is deze waarbij U Uw medemens onzeker maakt of een ongemakkelijk gevoel geeft door de wijze waarop U hem aankijkt. Hierbij gaat het doorgaans om het toewerpen van blikken die als onderzoekend, onvriendelijk, argwanend of kwetsend onverschillig overkomen.

    Hoogmoed kan tot uitdrukking komen in heerszucht en machtswellust. Heerszucht is de gesteldheid waarbij U gedreven wordt door de behoefte om Uw medemens te beheersen (te domineren). Machtswellust is de gesteldheid waardoor mensen genieten van de macht die zij over hun medemens kunnen uitoefenen. Macht is het vermogen om het gedrag van Uw medemens te beïnvloeden. Het leven kan U in posities brengen waarin U automatisch macht over medemensen verwerft. Dat hoeft uiteraard niet noodzakelijk te wijzen op een gebrek aan nederigheid. Dit laatste geldt slechts voor zover U Uw macht neigt te misbruiken. In dit geval is doorgaans sprake van hoogmoed, en vaak eveneens van een zucht of verlangen naar materieel gewin.

    Een modern verschijnsel is de assertiviteit. Dit is een gedragstechniek (want zo moet men dit in feite noemen) die door bepaalde strekkingen in de psychologie wordt aanbevolen als een middel om Uzelf geestelijk gezond te houden door 'niet op Uw kop te laten zitten'. In spiritueel opzicht heeft dit een bedenkelijk fundament. Assertiviteit betekent: Uzelf doorzetten, van U afbijten, vaak tot elke prijs. Deze houding bevordert de onvrede tussen mensen. Er zijn andere manieren om voor de waarheid op te komen. Een assertief gedrag zendt het signaal uit dat U Uzelf belangrijker acht dan Uw medemens, en dat U Uw zin wil krijgen, zelfs indien U daarvoor alle Liefde en vriendelijkheid moet verloochenen. In Gods ogen zult U met een dergelijk gedrag geen hoge punten scoren. Bedenk steeds dat U de waardigheid van Uw medemens hoog moet achten, en dat U bereid moet blijven om bepaalde toegevingen te doen. Het is zelfs uiterst waardevol dat U bereid zou blijven om nu en dan een deel van Uw rechten op te offeren, een toegeving te doen zelfs al bent U in het recht. Beschouw dit als een oefening in nederigheid.

    Onthoud steeds dat de mate waarin U nieuwe en steeds grotere genaden voor Uw ziel ontvangt, in belangrijke mate wordt bepaald door de graad van nederigheid die U koestert. Nederige zielen worden tot goudmijnen van genaden. Niets snijdt Gods toenaderingen tot Uw ziel sneller en abrupter af dan een uiting van hoogmoed, onder welke vorm dan ook. De nederige zielen, die nochtans de minst opvallende van alle zijn, zijn in werkelijkheid de machtigen, want zij krijgen van God alles gedaan (mits hun verzoeken niet onverenigbaar zijn met Gods Plan).

    De twee grootste voorbeelden zijn Jezus en Maria. Jezus verrichtte elke dag de grootste wonderen, doch heeft daar geen misbruik van gemaakt om Zichzelf boven de sterfelijke mens te stellen. Zodra men Hem op handen wilde dragen, verdween Hij om in afzondering te gaan bidden. Waarom? Omdat Hij slechts één doel had: niet Zijn persoonlijke verheerlijking, doch de vestiging van het Rijk Gods op aarde, en dit in volkomen onthechting van alle wereldse glorie. Maria, vervuld van Hemelse schoonheid en ongekende krachten en eigenschappen, heeft de macht gekregen om het kwaad onder Haar voeten te verpletteren. Zij wist welke onbegrensde macht Zij over mensen bezat, doch is het toonbeeld van onopvallendheid en nederigheid gebleven. Volg deze voorbeelden na tot in het heldhaftige toe, en Uw grootheid in Gods ogen zal onmetelijk zijn.