|
1.
Maria is
een toonbeeld van nederigheid. In elk contact met een medemens gedraagt Zij
Zich als de mindere, die niets anders wil, dan dienen en Liefde geven. Zij
werkt Haar nederigheid uit in hulpvaardigheid en in de betrachting om altijd en
overal onopvallend op de achtergrond te blijven. Waar een groepje mensen bij
elkaar staat, valt Zij meestal als laatste op. Zij is doorgaans ook de stilste
van allen. Zij aarzelt ook niet om Zich zelfs lichamelijk kleiner te maken dan
Haar gesprekspartner, door bijvoorbeeld op één knie te rusten terwijl Zij tot
een kind spreekt. Zo vermijdt Zij dat Haar medemens ook letterlijk naar Haar
zou opzien, en dat er voelbaar afstand zou zijn tussen Haar en Haar
gesprekspartner.
2.
In alle
omstandigheden van het leven lijken Marias innerlijke Vrede en rust
onverstoorbaar. Zij oefent een volmaakt geduld. Maria beschouwt alle
gebeurtenissen van het leven als een beek, die Gods water van Leven zacht langs
Haar ziel heen laat vloeien. Geen druppel komt vóór Gods tijd bij de ziel aan,
en indien de ziel een welbepaalde druppel voortijdig tracht te drinken, zal
deze haar niet laven, doch schaden. Zo loopt Maria niet op de dingen vooruit,
doch wacht geduldig, en offert intussen al Haar gewaarwordingen en beproevingen
op aan God, opdat Haar geduld Genaden moge helpen scheppen. Geduld is voor
Maria tevens een onderdeel van Haar blind vertrouwen op Gods werking: Nadat Zij
een bepaalde gebeurtenis, situatie, ontwikkeling of ziel aan God heeft
opgedragen, wacht Zij vol vertrouwen op het ogenblik waarop God een verandering
brengt. In de meeste gevallen stelt Zij na de toewijding niet actief
handelingen of spreekt Zij niet actief woorden om de zaak te bespoedigen.
3.
Maria stoot
geen enkele medemens af. Zij tracht hen allemaal, zonder uitzondering, van
dienst te zijn op hun weg naar God. Zij, de Onbevlekte, de volmaakt heilige,
wordt in de tweede helft van het Openbaar Leven van Jezus tot een
boezemvriendin voor Maria Magdalena, die vóór die tijd een vrouw van lichte
zeden was. Nadat Magdalena door Jezus heel diep is geraakt, zal Maria de
bevrijding van deze ongelukkige afronden: Wanneer Magdalena op zekere dag aan
Marias voeten geknield bitter weent over haar verleden, richt Maria haar op.
Magdalena zal Haar voortaan tegelijkertijd beschouwen als haar Meesteres, haar
Voorbeeld en haar beste Vriendin. Maria zal haar nooit nog met één woord aan
haar zondige verleden herinneren.
4.
Maria staat
nooit stil bij het verleden. Zij spreekt niet over wereldse gebeurtenissen noch
over Haar verleden, tenzij er een speciale les in schuilt, die Zij als
onderrichting wil gebruiken. Zij staat soms een aangename herinnering in Haar
geest toe, en dankt God ervoor, doch leeft verder totaal in het heden. Telkens
een pijnlijke herinnering bovenkomt, beschouwt Zij dit moment als een gelegenheid
om voor God een pijn te beleven die zielen dichter bij Hem kan brengen. Zij
doet dit niet in een gesteldheid van droefgeestigheid, doch van liefdevolle
aanvaarding van een kans om Haar Liefde te vervolmaken. Marias Liefde IS
volmaakt, doch dit besef houdt Zij ver buiten Haar geest: Zij wil tot iedere
prijs een steeds mooiere Bloem voor God worden. In deze gesteldheid bewijst Zij
andermaal Haar nederigheid, doordat Zij, die volmaakt heilig is geschapen en
volmaakt heilig leeft, ervan uitgaat dat Haar Liefde, zoals deze van elke
andere ziel, verder vervolmaakt kan worden.
5.
Vanaf het
Openbaar Leven van Jezus noemen velen Maria Moeder, omdat Zij de Moeder is
van Jezus van Nazareth, de befaamde Profeet, die door de meest verlichte
zielen als de Messias wordt herkend. Dat is de rol die Zij Haar hele leven lang
met Hart en ziel zal vervullen, in de diepste spirituele betekenis van het
woord: Zij is voor iedereen, jong en oud, man of vrouw, de belichaming van de
zorgzaamheid, de bescherming en de spirituele opvoeding. Reeds tijdens het
Openbaar Leven van Jezus wordt Maria af en toe ook als Meesteres
aangesproken, door zielen die hierdoor naar Haar unieke relatie tot de
Meester, de Rabbi van Nazareth, verwijzen. Vooral na de Hemelvaart van Jezus
zullen de leden van de jonge Kerk van Christus Haar met de beide hoedanigheden,
Moeder en Meesteres aanduiden. Maria aanvaardt en draagt deze beide
aanduidingen als een eerbetoon aan Haar Goddelijke Zoon, die zo blijkt dit
uit heel veel situaties die mij zijn getoond in en door Haar verder wordt
geëerd alsof Hij nog levend onder de christenen zou zijn.
6.
>Maria
schuwt niet alleen de deelneming aan festiviteiten, zoals eerder aangetoond.
Zij zoekt geen menselijke contacten. Zij is heel gastvrij, doch gaat zelden uit
eigen beweging bij mensen op bezoek. Wanneer Zij dit toch doet, is het meestal
om hulp te bieden, en zonder uitzondering beschouwt Zij het bezoek als een
gelegenheid om God en Zijn Werken te verheerlijken, want in alle contact met
mensen spreekt Zij nauwelijks over andere onderwerpen dan Gods Woorden en Zijn
Waarheid. Zij verliest geen tijd met wereldse gesprekken.
7.
Maria laat
Zich door geen enkele tegenslag of negatieve gebeurtenis ontmoedigen. Zij
beschouwt elk gebeuren in Haar leven als een bouwwerk van Gods Voorzienigheid,
en leeft bovendien in het besef dat het Licht altijd het laatste woord heeft,
want dat Gods Gerechtigheid steeds elk door de duisternis in het leven geroepen
onevenwicht herstelt. Deze ingesteldheid maakt Maria altijd en overal tot een
spreekbuis van onwankelbare hoop en een bron van bemoediging. Zij leert
ontelbare medemensen op een heel andere wijze naar hun leven en hun
beproevingen kijken, en draagt er zo toe bij, dat het leven van velen heel wat
zinvoller wordt en ook door deze zielen als zinvoller wordt ervaren, en niet
door spirituele leegheid en negatieve gesteldheden onvruchtbaar blijft. Zo
draagt Maria ertoe bij, dat vele zielentempels worden omgevormd tot kleine
burchten van hoop en moed.
8.
Het
unieke voorrecht van Marias Onbevlekte Ontvangenis betekent geenszins dat Zij
vrij is van bekoringen. Zij krijgt Haar heiligheid niet ten geschenke, wel
integendeel. De satan valt Haar veelvuldig en hard aan. In elke bekoring zegt
Zij tot God: God van Israël, dit dient niet Uw Werken. Verscheidene malen zal
God Haar eraan herinneren dat Hij Haar de macht heeft gegeven om de duivel aan
Zich te onderwerpen. Zij vraagt dan om toelating om de duivel te bestrijden
zoals elke ziel dit moet doen. Zelden zal Zij gebruik maken van Haar
buitengewone macht over de duivel. Zij doet het slechts ter verheerlijking van
God, nooit om Haar eigen kruis te verlichten noch om Haar macht tentoon te
spreiden.
9.
God heeft
Maria de macht gegeven om wonderen te doen. Zij krijgt deze macht niet louter als
geschenk, Zij verdient deze ook Zelf op basis van de Wet van Gods
Gerechtigheid, door Haar volharding in het volmaakt heilige leven dat Zij uit
eigen vrije wil leidt. Eén van de grootste bewijzen voor Haar nederigheid
levert Maria hierdoor, dat Zij de Haar geschonken macht slechts weinige malen
gebruikt, en zo goed als nooit in bijzijn van een medemens.
10.
Maria wordt
gedreven door een absolute behoefte aan Vrede met al Haar medeschepselen. Om
deze reden maakt Zij nooit ruzie. Zij beoefent een volmaakte vergevingsgezindheid
en koestert nooit wrok. Zij verzoent vele zielen met elkaar. Maria weet dat elk
gebrek aan volkomen Vrede in het hart de opname en het doorgeven van de Liefde
kan remmen, en dat onenigheid met een medemens de werken der duisternis in stand
houdt, alsook een vruchtbare bodem vormt voor steeds nieuwe bekoringen tegen
deze medemens.
11.
Marias
zelfbeheersing is volmaakt. In alle omstandigheden gedraagt Zij Zich zodanig
dat Zij in staat is om elk medeschepsel dat met Haar in contact komt, in elk
opzicht een goed gevoel te geven. Dit gebeurt bij Haar spontaan, omdat Haar
Liefde zo totaal is, dat Zij slechts het geluk van elk medeschepsel op het oog
heeft. Wanneer Zij in contact is met een ziel die kwaadwillig is en werkelijk
het kwaad méér bemint dan de Liefde, zal het Haar een inspanning kosten om deze
gesteldheid ten volle te laten schitteren. Vooral in dergelijke omstandigheden
zet Zij Zich totaal in voor de uitstraling van alle Liefde die Zij in Zich
draagt, opdat de betreffende ziel moge worden geraakt.
12.
Maria vermijdt
zoveel mogelijk alle contact met de buitenwereld. Wanneer Zij buitenshuis komt,
sluit Zij Zich inwendig zoveel mogelijk af voor de indrukken uit Haar omgeving,
omdat Zij Haar Hart volkomen op God gericht wil houden. Zij kijkt niet actief
naar gebeurtenissen rondom Haar, luistert niet actief naar gesprekken, doch
leeft intens inwendig. Dit betekent dat Zij Haar zintuiglijke indrukken eerder
beperkt tot indrukken uit de natuur, omdat deze minder gemakkelijk de ziel
verontreinigen dan indrukken uit menselijke activiteiten. Wanneer Zij inkopen
doet, beperkt Zij Haar aandacht tot datgene wat Zij werkelijk nodig heeft. Op
deze wijze zorgt Zij ervoor dat de zintuiglijke indrukken beperkt blijven en de
geest (het denken) niet te actief wordt. Elke uiting van materialisme, en alle
tijd die mensen aan materialistische activiteiten, werelds denken en wereldse
gesprekken verliezen, wijdt Zij ononderbroken aan God, opdat Genaden mogen
worden vrijgemaakt voor de zielen die volledig in dat alles opgaan.
13.
Marias
enige Kind (Jezus) is wel van nature Goddelijk, doch God heeft beslist dat de
Messias als Mens met menselijke trekken moet opgroeien. De opgroeiende Jezus
moet dus als Mens opgevoed worden. Maria is voor de jonge Jezus de Gids op de
weg naar volwassenheid. In elk contact met jongeren is Maria de zachte en
liefdevolle Opvoedster, die in Haar hele optreden volledig steunt op Gods Leer,
die in elke situatie van het dagelijkse leven onderricht geeft in de deugden,
en die eerder het zelfvertrouwen en de positieve eigenschappen stimuleert en
aanmoedigt, dan op het negatieve te wijzen. Maria is er Zich ten volle van
bewust, dat slechts de ziel wier zelfvertrouwen op een gezonde wijze wordt
gevoed, de kracht kan opbrengen om de onophoudelijke strijd tegen de duisternis
in het leven te winnen.
14.
Marias
grootste drijfveer in al Haar gedragingen is deze, dat Zij absoluut niet wil
zondigen. Haar Liefde voor God, voor Zijn Werken en voor de Schepping is zo
totaal, dat Zij in geen enkel opzicht wil afwijken van de Wet van de Liefde.
Elke zonde is een overtreding op Gods Wet van de Liefde. Maria stelt Zich in
elke situatie, vóór elke handeling die Zij zal stellen en vóór elk woord dat
Zij zal spreken, de vraag, hoe Zij maximale vruchtbaarheid kan brengen voor de
voltooiing van Gods Werken en van het grote Heilsplan voor alle zielen in alle
tijden. Daarom wil Zij elk element van Haar optreden, van Haar spreken, en van
Haar innerlijke gesteldheden, gedachten en gevoelens volkomen in
overeenstemming brengen met Gods Wet. Zo wil Maria de tijd die Haar op aarde
toegemeten is, volmaakt en totaal benutten, en niets dan Licht en Liefde om
Zich heen verspreiden.
15.
Maria stelt
Zich geen enkel werelds doel. Zij leeft werkelijk van dag tot dag, van uur tot
uur in openheid ten aanzien van Gods inspiraties en leiding, omdat Zij weet dat
elke minuut van het aardse leven uitsluitend aan de ziel wordt gegeven opdat
deze haar bijdrage tot Gods alomvattende Werken zou kunnen leveren. Plannen maken,
is organiseren volgens menselijke tijd. Maria gaat ervan uit dat de ziel haar
handelen zoveel mogelijk moet afstemmen op Gods inspiraties en op de
tijdstippen waarop Hij deze inspiraties schenkt, teneinde haar grootste
vruchtbaarheid te verwezenlijken. De ziel leeft immers niet voor het wereldse,
doch om haar persoonlijke bijdrage tot de vervulling van Gods grote Plan met de
Schepping te leveren, en slechts God weet wanneer Hij welke bijdrage vanwege
een bepaalde ziel het beste kan gebruiken. Om deze reden ziet de organisatie
van Marias dagen er precies uit zoals God Haar dagen maakt via al Zijn
inspiraties en tekenen, de zielen die Hij op Haar pad brengt, enzovoort.
16.
Maria aanvaardt
zelfs zonder protest onrechtvaardigheid die jegens Haar wordt bedreven. Zij
offert dit telkens op om Genaden te bekomen voor de bestrijding van alle
ongerechtigheid in de wereld. Zij aanvaardt dergelijke situaties als
beschikkingen van God, die heeft geoordeeld dat Haar leven hierdoor
vruchtbaarder zou worden voor Zijn Heilsplan. Uit deze gesteldheid blijkt
Marias buitengewone zelfbeheersing, die ertoe aanleiding heeft gegeven dat ik
Haar ooit in gebeden de Koningin van Golgotha noemde, nadat ik Haar in
diverse visioenen in die nochtans verpletterende omstandigheden onder de
aanblik van Haar stervende Zoon had gezien met een onbeschrijflijke
waardigheid. Op Golgotha weent de Moeder van Smarten, doch veel heviger
inwendig (onzichtbaar, in het Hart) dan uitwendig (zichtbaar en hoorbaar). Uit
Haar mond komen geen verwensingen, geen negatieve woorden. Zij ondergaat
slechts, begrijpt dat het moet gebeuren, verloochent Haar eigen
gevoelens, en offert al Haar pijnen op, opdat de duisternis die Zich daar vóór
Haar ogen voltrekt, in Licht zou worden veranderd.
17.
Maria is
zodanig bekommerd om het welzijn van Haar medeschepselen (mensen en dieren) dat
Zij hun noden vooruitziet. Zij geeft hiervan bijvoorbeeld blijk op het
bruiloftsfeest te Kana. Wat de medemens betreft, beoefent Zij deze deugd in de
eerste plaats wat de belangen van het zielsleven betreft. Zij zal zielen ook
bijstaan in hun materiële noden, want hoewel Zij Zelf nauwelijks overvloed
bezit, deelt Zij zelfs zoveel mogelijk met anderen. Liever vast Zij een dag
wanneer Zij de gelegenheid ziet om Haar voedsel voor die dag weg te geven aan
een arme medemens of zelfs aan een hongerig dier. Zij bedrijft deze
weldaden zo verborgen mogelijk. In deze situaties vertoont Maria het absolute
hoogtepunt van de onzelfzuchtige Liefde en naastenliefde.
18.
Maria vermijdt
alle leeg tijdverdrijf. Zij vult al Haar tijd met handelingen, gedachten en
woorden die rechtstreeks of onrechtstreeks Gods Werken kunnen helpen
bevorderen. Aan handelingen die hiertoe niet kunnen bijdragen, begint Zij niet
eens. Noodzakelijke wereldse handelingen (waterkruiken vullen, eten bereiden,
enzovoort) verbindt Zij ononderbroken met toewijding en stil gebed, en maakt
deze zo in hun uiteindelijke uitwerkingen tot spirituele handelingen die de
Liefde doen stromen en hierdoor Gods Werken bevorderen. Hoewel Zij de
heiligheid bezit om zelfs de meest banale handeling of situatie in iets
waardevols om te zetten, doet Zij bewust afstand van alles wat louter wereldse
elementen in zich draagt: spelletjes, uitvoerig winkelen, wereldse gesprekken,
enzovoort.
19.
Maria laat
Zich nooit leiden door negatieve verwachtingen. Zij weet dat zielen inwendig
kunnen verduisteren en onvruchtbaar kunnen worden in hun gedrag wanneer zij
voor de toekomst iets negatiefs verwachten, zelfs in heel kleine dingen. Maria
geeft negatieve verwachtingen geen kans omdat Zij er vast van doordrongen is
dat God alles ten beste regelt. Het negatieve dat niettemin gebeurt, is
op het vlak van het eeuwige Heilsplan nooit een definitieve situatie, doch
steeds een tijdelijke fase, die door God des te spoediger in Licht kan worden
omgezet naarmate de ziel de beproeving van harte toewijdt.
20.
Maria is
een uitstekend luisteraar. Zij luistert naar de noden van zielen. Zij doet dit
niet oppervlakkig en niet uit beleefdheid, doch vanuit de wil om doelgerichte
genaden voor deze zielen te bekomen, en om hen ervan te overtuigen dat zij in
hun moeilijkheden niet alleen staan. Zo vertegenwoordigt Zij de luisterende
God, die intens met Zijn schepselen meeleeft en hen nooit vergeet. Door deze
houding weet Maria vele zielen de kracht te geven om in hun beproevingen te
volharden.
21.
Om het
even wat Maria doet, Haar innerlijke beleving is voortdurend verbonden met de
hogere dingen. Bij elke handeling, zelfs de meest banale, is het alsof Haar
Hart voortdurend de bovenaardse werkelijkheid aftast, en Haar handeling tracht
te situeren binnen het geheel van Gods Werken. Zij stelt Zich voortdurend voor
de geest, wat de handeling precies zal betekenen voor Gods Heilsplan en voor de
ontwikkeling van de betrokken zielen. Zo geeft Maria al Haar handelingen een bovenaardse,
spirituele waarde.
22.
Hoewel
Maria zoals elk levend wezen in de wereld leeft, verwijlen Haar echte
waarneming en al Haar gewaarwordingen eigenlijk steeds in de bovenaardse
werkelijkheid: Zij ziet alles, doch laat vele waarnemingen bewust niet tot Haar
Hart toe. Haar Hart filtert al datgene weg, dat louter werelds is en Haar zou
kunnen wegleiden van wat echt van tel is. Hierdoor is het alsof Zij slechts een
klein gedeelte van datgene wat om Haar heen gebeurt, werkelijk in Haar geest
registreert.
23.
Maria is niet
wraakzuchtig of haatdragend. Wanneer een medemens iets tegen Haar heeft
misdaan, werkt Zij aan zijn bekering door hem met Liefde te behandelen, geen
slecht woord over hem te spreken, en ook slechts over hem te denken in
gedachten vervuld van Licht. Zij weet dat elke negatieve gedachte en elk
negatief woord de bekering van een dwalende ziel kan remmen, en dat
negativiteit zich heel snel onder zielen verspreidt.
24.
Maria brengt
heel veel offers en doet heel veel boete. Daarbij onderwerpt Zij Haar lichamelijke
gevoelens van pijnen en ongemakken zodanig aan de beleving van de Liefde en het
verlangen om God te dienen, dat Zij in dat lijden vreugde ervaart, in het besef
dat Haar leed zaad van Goddelijk Leven voor zielen in zich draagt.
25.
Maria
zorgt ervoor dat elke handeling, elke gedraging, elk woord en elke
lichaamshouding dragers van Licht, Liefde en zuiverheid zijn, opdat Zij elk
ogenblik niets anders zou verspreiden dan Licht, en een zichtbaar model moge
zijn voor een leven in Gods Tegenwoordigheid. Zo helpt Zij duistere neigingen
uitroeien in zielen die met Haar in contact komen.
26.
Maria is
een Vredesapostel. Om het even hoe Haar medemens Haar behandelt, Zij voorkomt
elk mogelijk conflict door Haar buitengewone zelfbeheersing, die haar kracht
put uit Marias onvoorwaardelijke Liefde en uit het bewustzijn dat zielen ook
buiten hun wil tegen elkaar worden opgezet. Zij weet dat elke onenigheid Gods
Werken minder vruchtbaar maakt en de ellende in de wereld vergroot. Maria
tracht ook te bemiddelen tussen Haar medemensen wanneer deze tegen elkaar zijn
gekeerd. Zij doet dit heel discreet, zonder Zich op te dringen.
27.
Maria is
een heel blijmoedige ziel. Zij is Zich ervan bewust dat een blijmoedige
gesteldheid veel Licht verspreidt, de medeschepselen tot ontspanning en
innerlijke Vrede brengt, en hierdoor ieder met wie de ziel in contact komt,
beter in staat stelt om de eigen beproevingen vruchtbaar te doorstaan. Maria
ervaart blijmoedigheid als een bron van Goddelijke kracht, die Haarzelf
vruchtbaar maakt in alles wat Zij doet en zegt, en die Haar medeschepselen
draagt in de gewaarwording van Gods nabijheid. Om deze reden behoort de
ervaring van gebrek aan blijmoedigheid in andere zielen voor Maria tot de
zwaarste kruisen. Door Haar blijmoedigheid bewijst Maria Haar absolute macht
over Haar eigen Hart: Zij staat geen enkele bedroevende of teleurstellende
ervaring toe om Haar gemoed te verduisteren.
28.
Maria
ontwikkelt een buitengewoon vermogen om Zich te verheugen en op een zeer
beheerste wijze geestdriftig te zijn over vele kleine dingen. Dit valt Haar
niet moeilijk, omdat Zij elk detail van Haar dagelijks leven als een bouwwerk
van Gods Voorzienigheid weet te beschouwen. Deze ingesteldheid stelt Haar in
staat om zeer intens in contact te blijven met de bezieling die Gods Geest de
ziel in al haar werken en woorden tracht in te storten opdat zij elke situatie
zou gebruiken voor de verwezenlijking van Gods Plannen.
29.
Eén van
de grote bronnen van Marias kracht bestaat uit Haar Wil om Zich door niets te
laten ontmoedigen en om alles op een positieve wijze te beschouwen. Zij ziet in
alles iets goeds, ook al zit dit soms diep verborgen, omdat Zij weet dat Gods
Werken en Plannen met alles gediend kunnen worden indien de ziel elke situatie
vanuit haar hart met Licht vervult. Precies door deze ingesteldheid laat Maria
Zich door geen enkele beproeving (en deze zijn in Haar leven heel talrijk)
ontmoedigen.
30.
Wie Maria
veelvuldig en langdurig bezig ziet en hoort, wordt getroffen door Haar gelijkmoedigheid.
Haar stemming vertoont zo goed als geen wisselingen. De grootste extremen die
ik zie, zijn Haar betoverende glimlach enerzijds, en een ingetogen droefheid
anderzijds. Voor het overige geen plotse schommelingen: elk contact met Maria
is als een boottocht op een rimpelloos meer, waarbij diegene die Haar ziet of
met Haar spreekt, dit contact beleeft als een ervaring zonder enige schok, in
een volmaakte geborgenheid van hart, en als het ware een gelijkmatige injectie
van Hemelse zaligheid beleeft. Maria slaagt hierin door Zich voor ogen te houden,
dat God elke ziel op elk ogenblik wil gebruiken als kanaal voor Zijn Licht,
Liefde en kracht. Haar gelijkmoedigheid is één van de vele gesteldheden
waardoor Zij Haar volmaakte zelfbeheersing aantoont: niets brengt Haar van Haar
stuk, omdat Zij God totaal in Zich laat leven.
31.
Marias medelijden
is volmaakt: Ondanks Haar eigen talrijke beproevingen vindt Zij steeds de
beproevingen van Haar medemens belangrijker, en zoekt Zij voortdurend middelen
en wegen om Haar lijdende medemens met het Licht van de ware hoop en met veel
bemoediging te ondersteunen en hem inwendig tot rust en Vrede te brengen. Zij
geeft geen enkel medemens het gevoel alsof Zij zijn beproevingen onbelangrijk
zou vinden. Niettemin beklaagt Zij Haar lijdende medemens niet, doch helpt hem
zijn beproevingen gebruiken als bruggen naar Heil en zegen.
Slotbeschouwing
De
Meesteres van alle zielen verlangt ernaar dat de zielen alles wat Zij (Maria)
in Haar leven op aarde jegens God deed, jegens Haar zouden doen: Zij wijdde
alles aan God toe, de zielen wijden alles het beste aan Haar toe, want Zij is
Gods geliefkoosde Brug naar de Bron der Genaden, de vlekkeloze Transformator
die al onze handelingen, gebeden, opofferingen, toewijdingen enzovoort, zuivert
en oneindig versterkt met Haar volmaakte Liefde, en deze dan aan Gods Werken
toevoegt. Wij zouden het zo kunnen uitdrukken, dat Maria de
Vruchtbaarheidsfactor is voor elke ziel die het zaad van Jezus Christus in zich
tot bloei tracht te brengen. De kracht van Marias leven op aarde was de kracht
van de totale en alomvattende toewijding. Wij moeten Haar hierin navolgen, door
alles aan Haar toe te wijden, want Zij is de volmaakte, alles
veredelende Brug naar Gods Hart. Zo kan en moet deze onderrichting in wezen
worden beschouwd als een Gids voor totale toewijding aan Maria.
Maria is
de Dageraad van Gods Rijk op aarde, het Licht van de opgaande zon, dat de
duisternis breekt en geleidelijk overvloeit in het Licht van de Middagzon
(Christus), Teken voor de voltooiing van de Verlossing in de ziel. Naarmate de
opgaande zon (Maria) in de ziel (die zich door totale toewijding één met
Maria heeft willen maken) wordt tot Middagzon (Christus), wordt in de ziel haar
Verlossing voltooid. De Meesteres van alle zielen is aldus de Brug naar deze
voltooiing. In de totaal aan Maria toegewijde ziel, die haar Verlossing
voltooit, herhaalt Maria Zelf tevens als het ware Haar volmaakte vereniging met
Christus.
Door een
Goddelijk Mysterie kan elke ziel, die bereid is om zich totaal en
onvoorwaardelijk aan Maria weg te geven om door Haar te worden gebruikt in de
strijd tegen de duisternis, in zo verregaande mate deel krijgen aan de
gesteldheden die Maria als mens volmaakt beheerste, dat zij onder Marias
leiding, heerschappij en bezieling langs de vruchtbaarste wegen naar haar eigen
heiligheid kan worden gevoerd. De Hemelse Meesteres tracht dit Mysterie in Haar
toegewijden te voltooien door innerlijke begeleiding en inspiraties, en via
verhoging van de bewustwording van de ziel. Dit laatste tracht Zij
hoofdzakelijk via de Wetenschap van het Goddelijk Leven te volbrengen, die Zij
in al Haar onderrichtingen via Haar Myriam naar de zielen brengt.
Voor de
Meesteres van alle zielen,
Myriam
oktober 2010
Uit : www.maria-domina-animarum.net
|