Instructie m.b.t. de toepassing van het oude artikel 9,3 en het artikel 9bis van de vreemdelingenwet.
Bepaalde specifieke humanitaire situaties kunnen de toekenning rechtvaardigen van een machtiging tot verblijf van een vreemdeling in toepassing van het oude artikel 9, derde lid en artikel 9bis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het
grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen:
1. Langdurige procedures
1.1 Vreemdelingen met een onredelijke lange asielprocedure van 3 jaar (families met schoolgaande kinderen) of vier jaar (alleenstaanden, andere families)
Deze situatie betreft de vreemdeling van wie de asielprocedure minstens vier jaar geleden werd ingeleid bij de asielinstanties, zijnde de Dienst Vreemdelingenzaken, het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS), de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RVV) of de (inmiddels afgeschafte) Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen, of nog, de vreemdeling die minstens vier jaar heeft moeten wachten alvorens een uitvoerbare beslissing vanwege deze zelfde instanties hem werd betekend
betreffende zijn asielaanvraag.
De termijn van vier jaar wordt teruggebracht op drie jaar voor de
vreemdeling die één of meerdere kinderen ten laste heeft en onderhoudt, die regelmatig schoolliepen in het kleuter, lager, secundair en/of hoger onderwijs tijdens de duur van de asielprocedure en/ of tijdens de periode van verblijf volgend op de asielprocedure.
De periode van drie of vier jaar wordt betekend vanaf de datum van indiening van de asielaanvraag bij de bevoegde dienst zoals bedoeld in artikel 71/2 van het KB van 8 oktober 1981, tot de datum van betekening van een uitvoerbare beslissing waarmee de asielaanvraag wordt afgesloten.
Indien de Raad van State of de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de beslissing betreffende de asielaanvraag heeft vernietigd, wordt de termijnwaarbinnen deze instantie een uitspraak doet, in rekening gebracht. Dit geldt evenzeer voor de termijn die nodig is voor de betrokken asielinstantie omopnieuw over de asielaanvraag te beslissen.
Er zal geen rekening worden gehouden met de duur van de asielprocedure, indien deze geheel of gedeeltelijk te wijten is aan het misleidend gedrag van de aanvrager.
1.2 Vreemdelingen met een onredelijk lange asielprocedure van 4 jaar (families met schoolgaande kinderen) of 5 jaar (alleenstaanden, andere families), waarbij procedure voor de Raad van State en/of een regularisatieprocedure volgend op een asielprocedure wordt meegerekend.
Deze situatie betreft de vreemdeling van wie de asielprocedure, aangevuld met de duur van het annulatieberoep tegen de beslissing van de asielinstanties bij de Raad van State en/of de procedure van onderzoek van de aanvraag tot het bekomen van een machtiging tot verblijf in toepassing van het oude artikel 9, lid 3 en/of art. 9bis van de vreemdelingenwet, ingediend tijdens of na de asielprocedure, reeds minstens 5 jaar duurt of 5 jaar geduurd heeft, omdat de Raad van State (asielaanvraag) of de Dienst Vreemdelingenzaken (verblijfsaanvraag) binnen die periode geen beslissing genomen heeft.
Het annulatieberoep bij de Raad van State of de verblijfsaanvraag in
toepassing van het oude artikel 9, lid 3 en/of art. 9bis van de
vreemdelingenwet moet, hetzij nog hangende zijn, hetzij afgesloten zijn na 18 maart 2008 [datum van het regeerakkoord].
De verblijfsaanvraag op basis van artikel 9bis van de vreemdelingenwet moet ingediend zijn voor 18 maart 2008.
De termijn van vijf jaar wordt teruggebracht op vier jaar voor de vreemdeling die één of meerdere kinderen ten laste heeft en onderhoudt, die regelmatig schoolliepen in het kleuter, lager, secundair en/of hoger onderwijs tijdens de duur van de asielprocedure en/ of tijdens de periode van verblijf volgend op de asielprocedure.
De termijn in het kader van een procedure artikel 9, lid 3 en/of art. 9bis vreemdelingenwet volgend op de asielprocedure (of op de asielprocedure en Raad van State procedure) wordt enkel meegerekend indien de aanvraag binnen de vijf maanden na de definitieve beslissing door de asielinstanties of de Raad van State werd ingediend.
De termijnen van vier of vijf jaar bevatten ook alle wettelijke termijnen voor het indienen van een beroep ten aanzien van een negatieve beslissing betreffende de asielaanvraag. De termijn tussen de datum van de betekening aan de betrokkene van de definitieve beslissing betreffende zijn asielaanvraag en deze waarop eventueel een aanvraag artikel 9,3 en/of art. 9bis vreemdelingenwet werd gedaan, wordt eveneens meegeteld, evenwel beperkt tot twee maanden.
De derde paragraaf en de laatste paragraaf onder 1.1 zijn ook hier van toepassing.
2. Bepaalde prangende humanitaire situaties
Als basisprincipe kan gesteld worden dat er sprake is van een prangende humanitaire situatie indien een verwijdering van de aanvrager in strijd zou zijn met de internationale mensenrechtenverdragen, in het bijzonder het Internationaal
Kinderrechtenverdrag en het EVRM.
Volgende situaties worden beschouwd als prangende humanitaire situaties. Deze opsomming neemt de discretionaire macht die de Minister of zijn gemachtigde bezit niet weg om andere gevallen dan deze die hieronder worden opgesomd te beschouwen als zijnde prangende humanitaire situaties.
Een bijzondere aandacht zal hierbij uitgaan naar vreemdelingen die behoren tot een kwetsbare groep.
2.1 De vreemdeling die ouder is van een Belgisch minderjarig kind en die een reëel en effectief gezin vormt met dit kind.
2.2 De vreemdeling die ouder is van een minderjarig kind dat een EU-burger is, indien het kind over voldoende bestaansmiddelen beschikt, eventueel verkregen via deze ouder en wanneer de ouder effectief instaat voor de zorg van het kind;
2.3 De familieleden van een EU-burger die buiten het toepassingsgebied van de gezinshereniging (artikel 40bis van de wet) vallen maar van wie het verblijf dient te worden vergemakkelijkt in toepassing van de Europese richtlijn 2004/38, zijnde, de familieleden, ongeacht hun nationaliteit, die in het land van herkomst ten laste zijn van of inwoonden bij de EU-burger, of die wegens ernstige gezondheidsredenen een persoonlijke verzorging door de EU-burger
nodig hebben;
2.4. De vreemdeling die gemachtigd of toegelaten werd tot een onbeperkt verblijf in België als hij minderjarig was en die daarna is teruggekeerd (al dan niet onder de dwang van zijn ouders) naar zijn land van herkomst maar die geen aanspraak kan maken op een recht op terugkeer zoals voorzien in de wet of in de koninklijke besluiten, zoals de vreemdeling van wie het paspoort of de verblijfstitel werd afgenomen wanneer hij is teruggekeerd naar het land van herkomst of de jonge vrouw die tegen haar wil uitgehuwelijkt werd, voor zover deze persoon de nodige bewijzen van deze toestand kan voorleggen;
2.5 De echtgenoten met een verschillende nationaliteit die afkomstig zijn uit landen die hun gezinshereniging niet toelaten, met het gevolg dat ingeval van verwijdering naar hun respectieve landen van herkomst, hun gezinscel zou verbroken worden, in het bijzonder, wanneer ze een gemeenschappelijk kind hebben;
2.6 Vreemdelingen die een Belgisch pensioen of invaliditeitspensioen genieten, maar die hun recht op verblijf in België verloren hebben ingevolge hun terugkeer naar het land van herkomst;
2.7 Families met schoolgaande kinderen met een afgesloten of hangende asielprocedure voor zover
1) Ze een ononderbroken verblijf van tenminste vijf jaar in België
kunnen aantonen en een asielaanvraag hebben ingediend vóór 1 juni
2007, - datum van inwerkingtreding van de nieuwe asielprocedure, -
waarvan het onderzoek tenminste één jaar heeft genomen bij de
asielinstanties, namelijk, de Dienst Vreemdelingenzaken, het
Commissariaat- generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, of in
het voorkomend geval, de voormalige Vaste Beroepscommissie voor
vluchtelingen. De vereiste periode van vijf jaar ononderbroken verblijf
vangt aan op de datum van de eerste asielaanvraag in België.
2) De (een) schoolgaande kind(eren) minstens sedert 1 september
2007 school liep(en) in een door de één van de Gemeenschappen
georganiseerde, erkende of gesubsidieerde onderwijsinstelling waar ze
regelmatig de lessen gevolgd hebben in het kleuter-, lager, secundair
onderwijs en/of hoger onderwijs tijdens de duur van de asielprocedure
en/of tijdens de periode van verblijf volgend op de asielprocedure;
2.8 Voor aanvragen ingediend 3 maanden te rekenen vanaf datum van 15 september 2009 zal ook de vreemdeling met een duurzame lokale
verankering in België in aanmerking komen.
Deze situatie betreft de vreemdeling, die het centrum van zijn affectieve, sociale en economische belangen in België heeft gevestigd.
Het bestaan van een duurzame lokale verankering in België is een
feitenkwestie die onderzocht wordt binnen de soevereine
beoordelingsbevoegdheid van de minister of zijn gemachtigde.
Volgende vreemdelingen komen in aanmerking:
A. De vreemdeling die voorafgaand aan zijn aanvraag een
langdurig ononderbroken verblijf in België heeft dat minimum 5 jaar
bedraagt; En die voor 18 maart 2008 [de datum van het regeerakkoord] gedurende een periode een wettig verblijf in België heeft gehad (waarbij elk verblijf in aanmerking komt dat gedekt wordt door een wettelijk afgegeven verblijfsdocument, behalve een toeristenvisum) of, die voor die datum, geloofwaardige pogingen heeft ondernomen om in België een wettig verblijf te bekomen.
B. Of de vreemdeling die, voorafgaand aan zijn aanvraag, sinds 31
maart 2007 een ononderbroken verblijf in België heeft en die een
kopie van een arbeidscontract bij een bepaalde werkgever voorlegt,
hetzij van bepaalde duur van minstens één jaar hetzij van onbepaalde
duur, dat minimaal voorziet in een inkomen equivalent aan het
minimumloon.
Hiertoe :
Moet het dossier binnen drie maanden na de aanvraag aangevuld
worden met een positief advies, afgeleverd door de Gewesten
betreffende de aangevraagde arbeidskaart B.
Of
Moet het dossier aangevuld worden met een arbeidskaart B
afgeleverd door de Gewesten, en dit op basis van een Attest van
Immatriculatie van drie maanden afgeleverd met dit doel.
Bij zijn onderzoek naar de duurzame lokale verankering in België zal de minister of zijn gemachtigde zich niet laten leiden door één factor, maar hij zal kijken naar het geheel van de feitelijke elementen samen.
Onderstaande feitelijke elementen worden door de minister of zijn
gemachtigde in het onderzoek weerhouden, naast de eerder genoemde voorwaarden:
- Sociale banden in België. De schoolloopbaan en inburgering van de
kinderen.
- Kennis van één van de landstalen, of alfabetiseringscursussen
gevolgd hebben.
- Werkverleden en werkbereidheid, beschikken over de kwalificaties
of competenties afgestemd op het arbeidsaanbod, o.m. inzake
knelpuntberoepen, uitzicht hebben op werk en/of de mogelijkheid
hebben om in het eigen levensonderhoud te voorzien.
In voorkomend geval, houdt de minister of zijn gedelegeerde rekening met het advies van de lokale besturen of een daartoe erkende dienst voor één of het geheel van de genoemde elementen.
De verblijfsmachtiging toegekend aan de personen bedoeld in punt B, zal slechts voor een jaar worden toegekend, en dit onder opschortende
voorwaarde van de toekenning van de arbeidskaart B door de Gewesten.
Een verblijfsmachtiging zal na een jaar slechts worden vernieuwd wanneer op dat ogenblik dezelfde voorwaarden voorzien voor de arbeidskaart B vervuld zijn en dat de persoon ook effectief gewerkt heeft gedurende het eerste jaar.
De minister of zijn gemachtigde gaat na of de betrokkene in aanmerking komt (zoals voorzien in 2.8 A of 2.8 B), of het dossier volledig is en of het dossier niet kennelijk ongegrond is.
Wanneer dit het geval is,
- kan hij oordelen dat het dossier voldoende gemotiveerd is om te
oordelen dat de betrokkene duurzaam lokaal verankerd is.
- of legt de minister het dossier voor aan de Commissie voor Advies
van Vreemdelingen voor een niet-bindend advies. De Commissie
voor Advies van Vreemdelingen kan de betrokkene oproepen en
horen. Indien de minister of zijn gemachtigde nadien van dit
advies afwijkt, dient hij dit te motiveren.
Algemene slotbepaling
Deze instructie is niet van toepassing op personen die een actueel gevaar vormen voor de openbare orde of nationale veiligheid, of op personen die de Belgische autoriteiten manifest probeerden te misleiden of fraude hebben gepleegd.
De vreemdelingen die aan bovenstaande voorwaarden beantwoorden, en die reeds een aanvraag in toepassing van het oude artikel 9, lid 3 of het huidig artikel 9bis van de vreemdelingenwet hebben ingediend, die nog steeds hangende is bij de Dienst Vreemdelingenzaken, hoeven geen nieuwe aanvraag in te dienen. Zij hebben evenwel de
mogelijkheid om hun dossier aan te vullen door middel van een aangetekend schrijven aan de Dienst Vreemdelingenzaken. In de gevallen bedoeld in 2.8, dient dit te gebeuren binnen de 3 maanden te rekenen vanaf datum van 15 september 2009.
Met bijzondere persoonlijke dank aan Sint Jozef Patroonheilige van Belgë, niemand beter dan Hij heeft dit uit zijn ervaring begeleid.
|