Maak van je hart een stakingspost waarin je kost wat kost je vuur brandend houdt. Omdat er simpelweg geen alternatief is. Weiger je uitdoofscenario. Laat de toekomst niet als een stolp over je heen trekken. Duw terug. We hebben je nodig.
Voed je vlammen. Tot je hart als een kloppend protestlied uit je keel klinkt zich de lucht inzingt als een spreekkoor waarin nu elk moment een ander in kan vallen. En nog een. Hoor. Je bent niet alleen.
Zie je hoe de nacht een stadion is geworden waarin wij die dachten veilig thuis te zijn gekomen nu worden uitgedaagd tot een uitmatch tegen sterren die ons ongunstig staan.
We zouden forfait kunnen geven omdat zij zich zo hoog ophemelen maar niets, niemand straalt zo dichtbij als wij dat kunnen wanneer we staan voor waar we in geloven. Dus.
Blaas je hart aan. Spreek het toe. Word Vuur. Vuur. Vuur.
Lieve
Vrouw van Syracuse, die om ons, uw kinderen, in tranen uitgebarsten
zijt, laat u troosten door een hulpbehoevend gebed. Wij hebben u zo
nodig.
Schenk
ons het licht dat afstraalt uit uw zachte ogen, schenk ons de warmte
die uitgaat van uw bekommerd moederhart, schenk ons de sterkte van de
innerlijke rust, gij die toch de Koningin van de Vrede zijt.
Al
onze zorgen vertrouwen wij u toe: wat ons aan pijn en smart is
toegedacht en door uw hand verzacht, misschien genezen wordt; wat ons
gemoed bezwaart en in uw Hart gelouters of gelenigd wordt; wat onze
ziel bedreigt en uw genaderijkdom opvangen of afwenden zal.
Wat
gij, tot schreiens toe bewogen, uw Zoon vragen oogt, kan door een God
die Liefde is niet afgewezen worden.
Verenig
daarom uw tranen met de onze, lieve Moeder in de hemel, maak een
zegenend gebaar, laat uw Hart aan het woord en spreek met Jezus over
de gunst die wij u afsmeken.
Lieve
Vrouw van Syracuse, Wenende Moeder van Barmhartigheid, onntferm u
over ons. Amen.
(
gebed van de heer Ernest Luyten zaliger gedachtenis)
Wenende
Moeder,
wij
hebben U nodig!
Wij
vragen het licht dat uw goedheid uitstraalt;
Wij
smeken om de kracht van uw Hart;
Wij
hunkeren naar de vrede, waarvan U de Koningin bent.
In
vertrouwen klagen wij U onze nood:
troost
ons in de smart, genees onze ziekten;
vervul
ons hart met berouw en liefde;
heilig
onze zielen.
Weet,
o bedroefd en onbevlekt Hart, dat Jezus voor uw heilige tranen niets
kan weigeren.
O
goede Moeder, moge onze tranen zich verenigen met de uwe opdat uw
goddelijke Zoon ons de genade schenke die wij zo vurig afsmeken.
Olie-, oliedomme staat
die leerlingen vanaf twaalf jaar
nog altijd letterlijk met A labelt of B. Welkom in het middelbaar!
Aan Vlaanderen een vraag: wanneer ligt de maatschappij volledig plat?
Is dat wanneer de notarissen en de senators staken?
Of als de loodgieters, de bakkers en de havenarbeiders niet opdagen?
Ah, inderdaad! Het land ligt op zijn gat als de dakwerkers nakateren,
als alle winkeliers hun schup afkuisen, als de onthaalmoeders
de luiers zelf aandoen, als koks hun kat sturen naar Nam Fong,
Mister Spaghetti en naar alle internaten.
En wie is nu het slimst, iemand die weet
waar de Aconcagua ligt (vraag uit De slimste mens ter wereld)
of wie het hele stroomschema kan tekenen en uitvoeren
voor een schoolkeuken, het Sportpaleis, Wetstraat-vergaderzalen?
Iemand die weet hoeveel een flamingo weegt of iemand die een tillift kan
bedienen zonder dat de bomma valt op koude tegels voor het licht uitgaat?
Wij moesten maar eens over A- en B-ministers praten.
Dan zouden ze misschien verstaan hoe het aanvoelt. Alsof wij tweede keus zijn,
alsof een stiel leren slechts een plan B kan zijn
voor als de A-richting iemand niet ligt, niet gaat.
Straks vraagt gij, Vlaanderen, nog losgeld voor het woord intelligent
dat gij al eeuwenlang gegijzeld houdt, alleen voor quizzers reserveert,
voor dokters, architecten, wetenschappers, voor mevrouw Michiels en advocaten.
Terwijl wij, trappenmakers, de hellingsgraad berekenen,
de ideale afstand tussen treden.
Kunt gij dat, Vlaanderen? En weet gij alles, zoals wij, mecaniciens,
over de juiste spanningskracht
op bouten van de nokkenas of hoe de distributieriem vervangen dient
voor een perfecte kleptiming?
Zolang gij, Vlaanderen, niet ook de vakman slim noemt
in kranten, spelprogrammas en journaals,
zijt gij de As in uw naam VlAAnderen niet waard.
Kelvin Kamau, Miguel Angel, Charlotte Sibaers, Amber Serresen, Nyano Van Mechelen,
Louys Fraryn, te Antwerpen geboren omstreeks 1570,deed zijn studies in Gent en is later met zijn ouders uitgeweken naar Spanje.
Op reis in Mexico, treedt hij er in bij de Dominicanenorde en wordt opgenomen in het Sint Hyacinthusklooster aldaar in 1602.
Van omstreeks 1609 tot 1620 is hij als missionaris werkzaam in de Filippijnen. Op weg naar Japan wordt hij op het eiland Formosa gevangen genomen door Hollandse vrijbuiters die de missionaris overleveren aan Japanse kerkvervolgers.
Na twee jaar folterende gevangenschap wordt hij samen met de augustijnermonnik Petrus de Zuniga en dertien Japanners, leden van de Rozenkransbroederschap, door vuur gemarteld te Nagasaki op 20 augustus 1622.
Laat ons bidden:
Almachtige en Barmhartige God,
Aan de volken van het Verre Oosten
Hebt gij uw eniggeboren Zoon doen kennen door de prediking van de H Louys Fraryn, die trouw is gebleven tot in de marteldood.
Wij vragen U op zijn voorspraak dat ook wij in het geloof bevestigd worden.Amen
[23] De majesteit van de onvergankelijke God hebben zij verruild* voor de afbeelding van de gestalte van een vergankelijk mens, en van vogels en van viervoetig en kruipend gedierte.
[24] Daarom heeft God hen prijsgegeven* aan hun onreine begeerten, zodat zij hun eigen lichaam onteren.
[25] Zij hebben de goddelijke waarheid verruild voor de leugen, en de schepping geëerd en aanbeden in plaats van de schepper; Hij is gezegend in eeuwigheid! Amen.
[26] Daarom heeft God hen prijsgegeven aan onterende hartstochten. Hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang verruild voor de tegennatuurlijke.
[27] Eveneens hebben de mannen de natuurlijke gemeenschap met vrouwen opgegeven en zijn ze in lust voor elkaar ontbrand: mannen plegen ontucht met mannen. Zo ontvangen zij aan den lijve het verdiende loon voor hun afdwaling.
[28] En omdat zij zich niet verwaardigd hebben God te erkennen, heeft God hen prijsgegeven aan hun nietswaardige gezindheid, zodat zij alles doen wat niet te pas komt.
[29] Vervuld* zijn zij van allerlei ongerechtigheid, boosheid, hebzucht en slechtheid; vol nijd, bloeddorst, ruzie, bedrog en kwaadaardigheid. Roddelaars zijn het,
[30] lasteraars, haters* van God, vermetel, verwaand, protserig, vindingrijk in het kwaad, ongehoorzaam aan hun ouders,
[31] onverstandig, onbestendig, zonder liefde en zonder mededogen. [32] En geheel en al bekend met Gods vonnis, dat wie zulke dingen doet de dood verdient, bedrijven zij deze misdaden niet alleen, maar juichen die ze die ook toe bij hen die ze begaan.
Rom 2, 5-9
[5] Met je botte en onboetvaardige gezindheid stapel je voor jezelf een kapitaal van toorn op tegen de dag* van de toorn, wanneer Gods rechtvaardig oordeel openbaar zal worden.
[6] Hij zal iedereen loon naar werken geven:
[7] het eeuwig leven aan hen die door standvastig het goede te doen, streven naar onvergankelijke heerlijkheid en eer;
[8] maar toorn en gramschap wacht hen die weerspannig de waarheid verwerpen en de ongerechtigheid omhelzen.
[9] Kwelling en benauwdheid wacht elke mens die het kwade bedrijft, de Jood in de eerste plaats, maar ook de Griek;
De eerste
lezing tijdens de katholieke mis van zaterdag 16/07/22
is duidelijk
bedoeld voor Poetin en trawanten:
Uit de profeet Micha 2,1-5.
Wee over hen die
onrecht beramen en in hun bed boze daden bedenken om die bij het eerste
morgenlicht te bedrijven, machtig als hun handen zijn.
Begeren zij
akkers, dan roven zij die, begeren zij huizen, dan nemen zij die! Zij leggen
beslag op de man en zijn huis, op de bezitter en op zijn bezit.
Daarom, zo spreekt
de Heer, ga Ik tegen dat soort lieden nu eens een boze daad bedenken,
iets dat gij niet
van uw nek kunt schudden, en rechtop gaan zult gij niet meer; het wordt
beslist een kwade tijd!
Op die dag zal men
een spotlied op u aanheffen en zal er een droevige klaagzang klinken:
'Wij zijn te
gronde gericht, totaal te gronde gericht! Het erfdeel van mijn volk geeft Hij
aan vreemden! Ach, Hij ontrukt het mij! Aan de goddelozen deelt Hij onze
akkers uit!'
Dan zult gij
niemand meer hebben die u een erfdeel toewijst in de gemeente van de Heer.