
Tekst & tekeningen: Karel Biddeloo.
De rode ridder is te gast in kasteel "Graustein".De burchtheer doet zijn beklag tegen Johan over een "bergkoning" die rooft,plundert,ontvoert,losgeld eist,....Natuurlijk vraagt de burchtheer(Herr Grolscher) of "Herr Johan" hier iets aan zou kunnen doen.Opeens stormt er een wachtpost de kamer binnen,hij meld dat soldeniers van de burcht de lichamen van de soldaten gevonden hebben aan de voet van het hooggebergte die Grolscher eerder al op onderzoek uitstuurde.De burchtheer is woedend en vertrekt samen met Johan onmiddelijk naar de plaats van het onheil.Wanneer de ridders aankomen blijkt er nog 1 man in leven te zijn.Hermann,een van Grolscher's beste soldaten.In zijn laatste woorden vertelt hij over de bergkoning die hun in de val lokte met een magisch licht.Johan besluit dat hij de zaak zal uitpluizen en beklimt het gebergte terwijl Grolscher en zijn mannen terugkeren naar Graustein.Hij wordt echter al in het oog gehouden door een krijgshaftige vrouw die denkt dat Johan een spion van Grolscher is. Net als ze besluit om Johan uit te schakelen door een goedgemikte steenworp,bemerkt ze een grote,hongerige holenbeer achter haar.
|