Het is een echte klassieker, maar tijdens een vakantie wordt wel eens opruimwerk verricht. Reeds een tijd geleden had ik beloofd de logeerkamer op te ruimen, en vandaag gebeurde dat eindelijk.
Ik schrok er zelf van hoeveel herinneringen er op zo'n enkele vierkante meters te vinden zijn. Aan elk voorwerp hangt wel een verhaal vast, over mij, mijn zus, mijn ouders, ... En aangezien mijn moeder niets, maar dan ook niets van vroeger kan weggooien, wemelt het er van de jeugdherinneringen. Ik zie beelden van mijn studententijd, van mijn beste jeugdvrienden, ...
Mijn eerste boek Engels, 'At my pace'- Ik was er zo fier op. In het tweede middelbaar kregen we onze eerste les Engels. De lerares Engels, Ann D'hondt, leerde me houden van de les Engels en ik schrik ervan dat ik nog zoveel lessen uit het hoofd ken. De Eerste Hulp, het Rode Kruis - Ik wist niet meer dat ik ooit een cursus E.H.B.O. volgde, maar blijkbaar wel want er zat nog een diploma bij het boek. Het moet zowat mijn eerste diploma geweest zijn. Colorer dessins is zo'n kleurboek met ornamenten. Ik kon er uren aan besteden om zo'n figuren in te kleuren. Het lijkt wel de voorganger van de mandala geweest te zijn. Ik merk ook op het boek dat ik mijn naam en adres erop zette. Dat was zoiets typisch voor mij. Op elk boek en schrift zette ik mijn naam en adres. Weet je, het eerste woord dat ik ooit kon schrijven was 'en'. Ik was zo fier dat ik dat kon schrijven, en ik schreef overal 'en' op: op het behang, op posters in mijn kamer, op boeken, op schriften. Het is een verhaal dat in de familie bijgebleven is. Sheila, het meisje van veertien was verplichte lectuur in de hogeschool. Van de weinige boeken dat ik ooit las moet dit wel een topper geweest zijn, want ik herinner me dat ik het op een recordtijd uitlas. Tijdens een opstelwedstrijd voor twaaljarigen in Vlaanderen, was ik één van de laureaten van een opstel over de Eerste Wereldoorlog. Ik mocht toen met mijn ouders en mijn meester van het zesde leerjaar mijn 'prijs' in ontvangst gaan nemen in de aula van de faculteit aan de Ledeganck in Gent. Die stad was toen voor mij 'de grote stad'. Mijn liefde voor Gent moet waarschijnlijk dan reeds ontstaan zijn. Mijn prijs, boeken over Gent en Londen, heb ik nooit weggedaan. Ik heb er altijd met volle bewondering naar gekeken en dat doe ik nu nog steeds. Eén van de boeken heet Gent, een stad met praal. Dat is het inderdaad - en al langer bekijk ik Gent als een stukje van mij. Tijdens dit opruimen gooi ik deze boeken beslist niet weg! Lichamelijke opvoeding in de normaalschool is een boekje dat ik kreeg van mijn peter die vroeger turnleraar was; nog een boekje uit zijn studententijd. Het leerboek vertelt alles over de anatomie - met aldus het accent op het 'lichamelijke'. Wees wegwijs was mijn leerboek voor de rijschool. De bladen in dit boek lijken me goed bewerkt. Ik wou mijn rijbewijs zeker en vast behalen en daarom zette ik alles op alles. Ik schreef na het theoretisch examen alle vragen op, en gaf die door aan vrienden. En niet te geloven, mijn eerste judoboek! Samen met Filip deden we enkele jaren judo in Herzele. Dat was nog eens een tijd. Op het laatste gingen we met tegenzin, en in plaats van naar de trainingen te gaan, reden we daarom met ons fietsje tot aan de frituur. Enkele meters verder staat een foto van Filip en mij, samen met Ingrid Berghmans. Toen 'zwom' ik van magerte in mijn kimono. Enkele goede boeken van Bart Moeyaert staan ook tussen de andere. Meestal heb ik ze niet uitgelezen. Maar bon, feit dat boeken van de betere schrijvers op de boekenplank staan, is voor mij ook al dik in orde. Op het rek, tussen de mappen, vind ik mijn rapporten van de lagere school. Zo nog geschreven met het geschrift van een echte onderwijzer. Zo'n geschrift bestaat denk ik niet meer. Aan mijn punten te zien moet ik een goede middelmaat geweest zijn. Zing met ons mee, liederen van de CM was de liederenbijbel van ieder die op kamp ging. We trokken naar Spa en op skivakantie naar de Franse Alpen. Mooie momenten, en liedjes die iedereen kende - vooral zij die bijvoorbeeld bij de Chriro waren, waren echte kenners. Ruth was het enige meisje in het zesde leerjaar en haar zangschriftje ligt nog bij mij, gekaft met dat oud bruin kaftpapier, gekregen van de school. Zal ik het haar eens teruggeven? Het bos onze vriend doet me terugdenken aan de bosklassen naar Herentals. We hebben nooit in dat boekje gewerkt, maar we hebben er onbezorgde momenten beleefd. Juf. Marijke en meester Robert waren er bij, en we sliepen in - hoe zal ik het noemen - hutten. Ik weet niet meer hoe het juist gebeurde, maar ik herinner me dat ik samen met Eric in de eetzaal van het hoofdgebouw was. We wilden naar buiten en de automatische deuren gingen niet open. We zagen niemand meer in de eetzaal en waren in paniek. Zo'n klein feit zette toen een dumper op mijn enthousiasme. En oh ja, gelukkig was er nog iemand in de keuken, en zij liet ons buiten. Ik wil wel geloven maar wat, was het boek van onze docent godsdienst in de hogeschool. Als verplichte lectuur mochten we kiezen uit een aantal boeken. Maar omdat hij dat bepaald boek zelf geschreven had, durfden de meeste studenten geen ander boek te lezen. Wat waren we toch braafjes! Ik kom ook hier tot het besef dat mijn middelbare tijd weinig (goede?) herinneringen nalaat. Buiten mijn boek Engels vind ik weinig sporen van de middelbare school. Dit bewijst volgens mij dat ik die tijd snel gewist heb omdat ik nauwelijks een band heb/had met de middelbare school. Heb er geen tijd meegemaakt waarnaar ik terug verwijs. En dat in tegenstelling tot mijn jeugd in de lagere school. De mooiste tijd! Het meest plaats wordt ingenomen door de cursussen van de lerarenopleiding. Ik heb ze nooit willen wegdoen, maar vandaag doe ik dat voor een deel wel. Voor elke cursus maakte ik zelf een voorblad, waarbij ik de lay-out belangrijk vond; uiteraad steeds met logo (heb altijd al een speciale band gehad met logo's). Wie nu denkt dat ik enkel aandacht besteedde aan het voorblad heeft het fout. Ik stopte heel veel tijd in het maken van inhoudstafels. Voor mij was dat prioritair alvorens te starten aan het leren van de cursus. Het nadeel was echter dat ik er zoveel tijd aan investeerde, dat ik laat moest starten met het studeren van de cursus zelf. Tijdens zo'n examenperiode belden studiegenoten om te vertellen waar ze al in de leerstof 'zaten'; en ik durfde van schaamte niet durfde toe te geven dat ik pas gedaan had met het maken van de inhoudstafel. Maar soit, ik studeerde goed aan de hogeschool en dat was omdat ik het graag deed én docenten tegenkwam die in mij geloofden. Zij motiveerden me en sindsdien heb ik me geëngageerd voor het levenslang leren. Vele dingen gaan richting papierdoos. Vroeger wou ik heel veel documentatie bijhouden, maar al jaren is dit niet meer nodig. We hebben het internet en de harde schijf is een kleinere opslagruimte in vergelijking met de documappen. Uren van studeerzweet, opzoekings- en klasseerwerk zijn nu overbodig. Maar naast die mappen (meer mappen dan in een schoolwinkel op 1 september), vind ik nog een paar leuke dingen. Eigenlijk vind ik hier de evolutie: knikkers, een jojo en een rubix (noemde dat zo)? In de lagere school hadden we de rage om te knikkeren, ook al was dat reeds passé. We ruilden knikkers, en per groepje hadden we ons eigen 'knikkerkot', ons eigen territorium zeg maar. De jojo's die aansloegen waren enkel van een bepaald merk, en de rubixen waren echt de max. In die tijd onstond ook de rage van stickerboeken van voetballers.
Destijds nam mijn vader mij en mijn zus mee naar zijn kamer bij mijn meter. Hij toonde zijn vroegere boeken van de Franse grammatica en een blikken doos, vol met oude foto's. Ik vond dat een fantastisch gevoel te weten hoe de jeugd van mijn vader en moeder was. En hoewel ik nog maar een dertiger ben, ik besef nu dat ik ook reeds kan grijpen naar dingen van vroeger. De tijd vliegt snel, maar eigenlijk heb ik ook heel wat mogen genieten, heel wat opgebouwd, op vele plaatsen geweest, vele mensen gekend. Dat heb ik te danken aan vele mensen, maar vooral aan fantatische ouders en uitstekende vrienden. Niemand wordt graag ouder, maar als ik naar die dingen terug kijk, dan ben ik blij dat ik reeds heel wat mocht opbouwen en nog zoveel dingen mag doen. Wat ik reeds kreeg wil ik nog vele jaren delen.
Een ander besef groeit ook nog sterker aan. Mijn moeder houdt alles bij, maar dan ook alles. Zij is iemand met zin voor orde, maar tevens slaagt ze erin, alles mooi bij te houden. Zij kan niets weggooien. Toch heb ik enkele dozen goed kunnen vullen en vervolgens met tape dichtgekleefd - klaar voor de papierophaling. Die tape is noodzakelijk, want anders zal mijn ma alle dingen terug naar de oorspronkelijke plaats verhuizen.
Traditioneel zijn wij er ook bij tijdens de opening van de Gentse Feesten. En deze keer, was dat wel anders. Tegenwoordig zijn te veel mensen in de ban van de Gentse Feesten. De stad waar mijn hart ligt, lijkt dan wel van iedereen te zijn. Ik ben al geen kuddedier, en nam daarom met plezier de uitnodiging voor een avondje Kortrijk aan. Een gezellig etentje in de tuin van een restaurant, gezellig praten over koetjes en kalfjes, en soms ook over een onderwerp waar ik mijn tanden dan in zet, van mij mogen er nog vele van deze avonden volgen. Het is immers het moment waarop ik besef hoe blij ik ben met goede vrienden rondom mij. Clichés als 'vrienden heb je nooit te veel' en 'echte vrienden zijn er altijd voor je', komen dan steeds in mij naar boven. Maar tevens maak ik er mij dan telkens alert op: 't Is vakantie... YES!!! Op die manier doe ik mezelf beseffen dat het echt vakantie is. Hoewel Kortrijk die avond niet op een mierrennest leek, toch kwamen heel wat mensen opdagen voor Kortrijk Congé. De organisatie noemt het een zinderende avond, en dat was het eigenlijk ook wel. Het is immers niet de gewoonte om 's nachts musea te bezoeken, maar in Kortrijk kon het wel. Om nog maar te zwijgen over de lichtgevende 'tentjes' op het water en de fanfare. Niet in elke stad zijn er Fata Morganatoestanden, maar misschien juist daarom was het net zo gezellig.
De duidingsprogramma's van de VRT nieuwsdienst verdienden al langer mijn voorkeur, en voor een deel is dit te verklaren aan een misschien wel subjectief gegeven. Het is namelijk zo dat mijn aandacht aanzienlijk verscherpt wanneer Kathleen Cools of Goede Devroy het nieuws brengen. Ik kan niet ontkennen dat deze dames grote klasse hebben. Kathleen Cools, studeerde filosofie en startte haar journalistencarrière bij Studio Brussel. Ze passeerde ondermeer langs Villa Politica en Morgen Beter - het discussieprogramma met het zuinig lachje van Tim Pauwels (onder het motto: Ik vind het zelf een goede vraag) en de indringende ogen van Kathleen Cools (onder het motto: ik heb je in mijn macht, je kan niet meer ontsnappen). Morgen Beter was voor mij de afsluiter van vele avonden. Maar hoewel ik me zelden aan iemand stoor, is toen pannellid Christine Hemmerechts er toch in geslaagd me te doen ergeren aan haar ongefundeerde woorden en haar onbeschrijflijk gedrag. Ik herinner me nog de commentaar van Filip Dewinter toen hij Kathleen Cools een uitbrander gaf: "Mevrouw je hebt je huiswerk niet goed gemaakt"; gelukkig was Tim Pauwels na enkele pijnlijke seconden de reddende engel. En ze heeft zo haar eigen tactiek met zinnen als "Laat het ons misschien even anders zeggen" en "Ik heb mij laten vertellen dat...", om nog maar te zwijgen over het lachje wanneer iemand naast de kwestie blijft antwoorden. Fantastisch. Een andere dame van hetzelfde kaliber is Goedele Devroy. Ze is germaniste van opleiding en heeft sindsdien als journaliste haar tent opgezet in de Wetstraat. Met haar blik doorboort ze iedere geïnterviewde en zet ze geen stap achteruit . Zij is een echte dame met .... (hoe zeg je dat)! Een dame met de uitstraling van een echte journaliste. Zo ken ik er weinig. Bij haar herinner ik me nog één pijnpunt: het verhoor met de kopstukken van de politieke partijen. Ze zweeg en zweeg midden in een onverstaanbare discussie terwijl de regie in haar oortje riep: "Grijp toch in en zeg iets".
Frank Vanderlinden zou wellicht in deze woorden beginnen: "Twee klassedames waar geen man op de VRT nieuwsdienst kan aan weerstaan, vrouwen die (ook) de kijkcijfers doen stijgen. Het hoeft niet altijd Sigrid Spruyt of Martine Tanghe te zijn...."