door de kleuteronderwijzer gegeven opdrachten, met betrekking tot activiteit begrijpen
een beluisterd verhaal, bestemd voor hun leeftijdsgroep, begrijpen
de bereidheid vertonen om naar elkaar te luisteren en om zich in te leven in een boodschap
beleven plezier in het gebruiken van taal en het spelen met taal in concrete situaties
inleiding
Deze activiteit vraagt wel enige aandacht van de kinderen. Misschien kan je ter inleiding de picto's van 'luisteren doe je zo' (zie lesje bij afspraken en regels) introduceren.
Zo worden de kinderen er attent op gemaakt dat ze het verhaal goed moeten volgen om de activiteit te doen slagen.
sprookje: bezoek
voorbereiding:
druk het verhaal (zie bijlage) enkele keren af.
vul op voorhand de namen in van leerlingen bij de vier personages (ieder blad vier leerlingen, zodat iedereen aan bod kan komen)
Het is de bedoeling als een kind zijn naam hoort dat hij rechtstaat en weer gaat zitten. Zo kunnen medeleerlingen ontdekken welk kind bij welke naam hoort en zullen ze hun klasgenootjes sneller leren kennen.
mogelijkheid 1
Je kan het verhaal enkele keren na elkaar vertellen, zodat iedereen aan bod is geweest.
mogelijkheid 2
Je vertelt het verhaal gedurende de week iedere morgen na het onthaal. Zo is op het einde van de week iedereen aan bod geweest.
mogelijkheid 3
Je zoekt of verzint zelf andere verhalen die je op dezelfde manier aan bod laat komen tot iedereen aan de beurt is geweest.
de kinderen zijn bereid om eigen gevoelens en verlangens op een persoonlijke manier uit te drukken
ze kunnen antwoorden op gerichte vragen in verband met voorkeuren over concrete situaties
de kinderen vertonen de bereidheid om naar elkaar te luisteren en om zich in te leven in een boodschap
inleiding
In de kring heb je een tas/koffer/doos gezet. Die tas zit vol spullen die bij jou (de leerkracht) horen. Er kan van alles inzitten. Een sjaal, omdat jij zo van sjaals houdt. Een tennisbal, omdat je van tennissen houdt. De klaspop, omdat die er ook bij hoort, enz.
Wijs steeds een kind aan dat een voorwerp mag pakken: Wat is het?
Een ander kind mag raden: Waar zou de juf dan van houden?
kennismakingsspel 1
Nu weten de kinderen waar de juf van houdt, maar de leerkracht wil ook graag weten waar de kinderen van houden. Daar heeft ze een rad voor meegebracht.
Maak een rad met afbeeldingen van voorkeuren (zie bijlage) De kinderen mogen beurtelings aan het rad draaien en hun voorkeur uitdrukken:
1) Wat doe je liever: buiten spelen of binnen spelen?
2) Waar ga je liever naartoe: de dierentuin of de kinderboerderij?
3) Wat doe je liever: naar muziek luisteren of een film bekijken?
4) Ga je liever in bad of neem je liever een douche?
5) Wie help je het liefst met klusjes: mama of papa?
6) Waar ga je het liefst op reis: naar het bos of naar zee?
7) Wat lust je het liefst: spaghetti of frieten?
8) Houd je meer van de zomer of de winter?
kennismakingsspel 2
De kinderen staan recht in de kring.
De leerkracht draait aan het rad...
1) wie liever buiten speelt gaat aan rechterkant zitten, wie liever binnen speelt aan de linkerkant
De Blobs zijn eenvoudig te lezen. De figuren hebben een duidelijke gevoels- en lichaamstaal.
Ze kunnen daarom door kinderen gemakkelijk gelezen en begrepen worden.
De Blobboom is geschikt voor kinderen vanaf 4 jaar tot volwassenen.
De Blobs zijn neutraal: niet mannelijk of vrouwelijk, niet jong of oud, van eender welke cultuur.
Daarom kunnen ze door iedereen gebruikt worden.
Blobs tonen ons onze beste kant en onze slechtste kant.
Ze vertellen niet hoe we ons moeten gedragen of wat we anders moeten doen.
Ze tonen ons enkel dat er een verscheidenheid is aan mensen.
Zonder woorden kunnen de Blobs op vele manieren geïnterpreteerd worden.
Er is geen goed of fout, maar het geeft wel een beeld van hoe iemand zich voelt.
De persoon zelf geeft een verklaring aan zijn Blob.
Kinderen zien de dingen vaak nog puur waardoor de Blobboom een goede tool is om je leerlingen te leren kennen en begrijpen.
de boom
Dit is de plaats waar de groep vertoeft: klas, jeugdbeweging, sportclub,
het gras
Het gras ligt rond de boom. Het is een plaats waar je naartoe kan gaan als je in of uit de boom geklommen bent. Het is dus niet noodzakelijk negatief. Het gras kan een plaats zijn om te bezinnen of om tot rust te komen.
Daarom is het belangrijk om de kinderen steeds te bevragen over hun keuze.
de blobs
Dit is een variëteit aan karakters en gevoelens. Verklaring van de figuren (zie bijlage)
hoe ga je te werk?
stap 1
Ieder kind krijgt een afbeelding van de blobboom (zie bijlage)
De leerkracht legt uit dat hier de kinderen van de klas op staan.
Vandaag gaan ze buiten spelen en mogen ze in de boom klimmen.
Bekijk alle kinderen maar eens goed (+/- 2 minuten)
stap2
Nu moeten de kinderen zichzelf zoeken op de afbeelding.
Welk kind zou jij kunnen zijn? (+/- 1 min)
stap 3
Als ze zichzelf gevonden hebben, mogen zij dat figuurtje kleuren.
stap 4
Ze vertellen waarom ze die bepaalde figuur gekozen hebben.
Je zal ervan verstelt staan, hoe goed kleuters zichzelf kennen.
Bij een negatieve verklaring, ga je met het kind in gesprek:
- het is een momentopname, dus vraag of hij/zij ook nog een ander figuur kan zijn
- het kind is ongelukkig, probeer samen tot een oplossing te komen, het kind te steunen
alert omgaan met voor hen bestemde audiovisuele boodschappen.
herkennen vormen van afwijzend of waarderend reageren op het anders-zijn van mensen.
respect betonen voor uitingen van leeftijdgenoten, behorend tot de eigen en de andere culturen.
impressies uiten in een persoonlijke, authentieke creatie en plezier scheppen in het zoeken en vinden.
filmpje: zebra
We bekijken het filmpje over een zebra waarbij de strepen in de war raken (zie bijlage).
Hij is in paniek en wil gewoon weer 'zebra' zijn.
De andere zebra's vinden het wel cool! Zo leert zebra trots te zijn op zijn nieuwe motievenvacht.
gesprek: anders zijn is cool
Wat gebeurde er met zebra?
Vond hij het fijn?
Hoe reageerden de andere zebra's?
Vond hij het fijn?
Zien jullie er hetzelfde uit?
Vertel eens over de verschillen: groter, kleiner - kort, lang haar - jongen, meisje - bril, geen bril - ...
verwerking: patronen stempelen
De kinderen krijgen de opdracht een afbeelding van een kindje (zie bijlage) of een zebra (zie bijlage) vol te stempelen met stempelstiften, patronen tekenen met stiften of verf, met zwart glanspapier knippen en kleven, ...