Hoofdstuk 10. Deel 1 : "Is mijn gat niet te dik voor deze fiets?"
Het hotel bleek muisstil, de kamer zelf iets minder. De ijskast, de boiler, de airco van de buren, alles zong zijn eigen liedje. Gelukkig konden we veel apparaten gewoon uittrekken. Maar het bed is een steen, misschien uit een zachte steensoort maar toch, al waren we wel zo moe dat we als een blok op onze steen in slaap zijn gevallen.
Nadat we ze vanmorgen eerst fatsoenlijke eieren hadden leren bakken was het zalig om voor de eerste keer midden in een wijde, open tuin te zitten ontbijten in volle zon.
Eigenlijk toch wel chance dat ik die apenbeet alleen zelf zie als ik op een foto sta...
Aan de receptie stonden onze huurfietsen klaar maar dat was niet direct wat we verwacht hadden. Helemaal geen sportieve dingetjes, wel van die oude bommafietsen. Paul ging er op zitten en zijn fiets bleek een platte achterband te hebben "Bike is no good. The tyre is flat." "Is no fláááááááát! Is you heavyyyyyyyyyyy." Uiteindelijk bleek ook mijn fiets plat te staan (ik ben natuurlijk ondertussen ook vrij heavy) en hebben we de bomma's bij de receptioniste gelaten, zijn in onze superauto gestapt en zelf in 't dorp een fietsenverhuurder gaan zoeken. Keuze genoeg. Honderden fietskes stonden op ons te wachten, maar ik wou er eentje met een mandje voorop zodat Paul onze zware fototas niet over zijn schouder moest hangen in deze gloeiende hitte. Jammer genoeg zijn van al de fietsjes op politiebevel de manden afgevezen. De toeristen lieten er hun spullen te achteloos in rondslingeren en er werd veel gestolen. Desalniettemin heb ik toch nog met veel palaberen zo'n mand weten te versieren en ze gingen ze op een fiets vijzen. Maar op de welke?...
Voor Paul was er geen enkele goed genoeg, proefrit na proefrit bleef hij terugkeren met het slechte nieuws dat dit geen velo was maar een grasmachine. Ik kon hem niet van het idee afbrengen dat we hier echt geen koersfiets gingen vinden en dat het halfslachtige mini-fietsje het ultieme rijtuig van hier was. Na er in geslaagd te zijn hem te overtuigen dat we niet de Mont Ventoux gingen beklimmen maar gewoon een beetje in 't zonneke tussen wat tempelruïnes dwalen en meer afstappen dan rijden, kon hij zich neerleggen bij het zevende fietske dat hij probeerde. De mand werd erop gevezen en we konden eindelijk vertrekken. Ondertussen was er een busje Nederlanders aangekomen die nu vanzelfsprekend óók zon mandje op hun rijwiel wilden Arme fietsenverhuurder, Paul als klant krijgen Er zijn makkelijker manieren om uw dag te beginnen.
Het werd reuze plezant! Ik ga niet al die namen van tempels proberen op te schrijven want er zijn er weinig met minder dan vijfdelige namen, ik zou dan zinnen krijgen als : en we reden van de tempel van koning Mahathammaracha de vierde naar die van koning Borommatrailokanat van Ayuthaya. Geef toe, geen boeiende lectuur, zeker als ge niet zelf door de ruïnes kunt slenteren. Mij maakt het ook weinig uit wie wat gebouwd heeft, mij gaat het veel meer om te sfeer, 't lekker fietsen in de zon en achter elk bosje een nieuwe Khmer-rest te ontdekken.
Ik vond alle restjes stuk voor stuk de moeite om te bezien en er rond te cirkelen, zowel de kleine als de gigantisch grote. Wat Sorasak, een klein tempeltje, stond op een sokkel waar grote olifanten uit de stenen te voorschijn stapten, andere veel grotere tempels lagen op eilanden omringd door vierkante slotgrachten. Eerst reed ik nog braaf op de weg maar al snel ben ik overgeschakeld naar pure cross-country. Oh, ginder staat er nog eentje, stuur omdraaien en er recht op af, boebbeldeboebbel door 't gras. Zalig! Voor heel mijn lichaam behalve mijn achterste...
Wat Sorasak op zijn olifantensokkel.
Maquette van Sukhothai in het visitor center.
Eén van de enorme grachten.
Het oude Sukhothai is maar liefst 70 vierkante kilometer groot en er liggen werkelijk overal gerestaureerde en nog half overgroeide ruïnes. De Boeddhakes lachen u van alle kanten toe, gesteld dat ze nog een kop hebben. De Khmertempels zijn de mooiste omdat die bekroond zijn door hoge torens in de vorm van maïskolven en versierd met vele kleine beeldjes en bas-reliëfs. Hier kwamen we enkele schoolreizen en een boel Aziatische toeristen tegen maar weeral haast geen Westerlingen, honderden huurfietsen stonden in 't park werkloos in hun stallingen te wachten. Fijn. Maar van fietsen krijgt ge, onder andere, honger...
Deel 2 : Gebeten door... een stoel!
Op de middag reden we naar 't centrum van 't park om aan de souvenir- en eetstalletjes iets te gaan knabbelen. Dolblij een klant te zien probeerden de restaurateurs ons van mekaar af te snoepen maar al fietsend zijn we natuurlijk moeilijk te pakken. Tenandere, ik had een strak omlijnd doel en daar gingen we niet van afwijken. Ons achterwerk had ons duidelijk gemaakt dat het de rest van de dag dienst ging weigeren als het tijdens de lunch niet in een stoel die naam waardig werd gezet. Dus al de barakskes met houten banken (de ene al oncomfortabeler als de andere) en die met verzamelde melkkrukjes rond lage tafeltjes vielen al uit de gratie. Opeens viel mijn oog op enkele plastic stoelen die helemaal achteraan voor een gesloten barak stonden! Ik zat nog niet neer of ik kreeg al een menukaart van een nabijgelegen tentje in de hand, onmiddellijk werd een ventilator aangesleurd en binnen 't kwartier stond er 1 verkeerd gerecht op onze tafel, 1 bord met gefrituurde stukjes kip en een bord met iets wat met een klein beetje fantasie voor frieten kon doorgaan. Een groot succes dus. Althans tot ik na de maaltijd plots op pijnlijke wijze ontdekte dat de plastic zitting van de stoel gebarsten bleek Ik stond recht, de scheur in het plastic sloot zich terug aaneen, de zitting kneep zich vast in mijn bil, ik slaakte een kreet van een gewonde tijger... Ik kreeg die verrekte stoel alleen maar van mijn zitvlak geplukt door terug te gaan zitten, zodat de scheur zich weer opende en haar tanden loste. Geloof me, zon flinterdunne reep geplet vel doet al even gemeen pijn als een apentandenafdruk in uw armen. Gebeten door een terrasstoel begot. Het moet mij toch weer gebeuren. En mijn billen waren al zo gehavend...
Na de lunch wilden we het hoogtepunt van het park, de Wat Phra Si Mahathat, gaan doorwandelen, een kanjer van een ruïne, jammer genoeg lagen de beelden in tegenlicht dus komen we deze tempel morgen best eens terug bekijken.
Wat Phra Si Mahathat.
Enkele fietsminuten later vonden we in een smalle, strakke vihara een meer dan 10 meter hoge zittende Boeddha. Het tempeltje had iets van reuze schouw met een kleine ingang, als ge binnenkomt staat ge boenk aan de voeten van dat reusachtig beeld. Ook deze hadden de gelovigen proberen vol te wrijven met bladgoud, maar ook hier kleefden de blaadjes niet goed. De reuzehanden van de Boeddha waren schilferig van 't goud en minuscule goudvelletjes dwarrelden omhoog aangetrokken door het open dak boven het beeld. Een magisch zicht... dwarrelend goud rond een stenen Boeddha.
In de muren van de tempel was een smalle trapgang van 45cm breed uitgewerkt, zodanig dat de priester destijds stiekum door de dikke muren tot aan het hoofd van het beeld kon klimmen, naast dat hoofd waren uitsparingen - een soort brede schietgaten - en daardoor kon de Boeddha dan zogezegd "spreken". Net dezelfde truk als diegene die ze in Egypte uithaalden. Bedrog is van alle landen, alle tijden, alle culturen, alle godsdiensten.
Boeddha's gezicht is zichtbaar door de driehoekige ingang...
Van dichtbij kan je niet anders dan omhoog kijken...
Of hem een handje geven...
Niet eenvoudig om te fotograferen... zo'n grote jongen in zo'n nauw tempeltje...
Deel 3 : "Nine million bicycles... maar geen goei..."
De mooiste tempel van de dag was een met drie torens in maïskolfvorm. Hij lag daar te schitteren in 't zachte avondlicht tussen eeuwenoude bomen en vijvers. Niet alleen de vorm was prachtig maar ook de basreliëfs waren nog in vrij goede staat. Heelder stripverhalen stonden rond zijn torens gebeeldhouwd...
Buiten de driedubbele stadsomwalling van Sukhothai - twee muren, drie brede grachten - begint plots het platteland. Heerlijk is het om daar te fietsen! Rijden tussen de boerenerven vol kippen en hanen die onder de houten huizen op palen rondscharrelen, langs mensen die hun velden bewerken en tussen dat alles resten van de oude stad ontdekken! Stukken van forest monasteries, tempeltjes, alles ligt hier door mekaar in opgegraven ofwel half-opgegraven vorm en soms zelfs al opnieuw overgroeid. Ge kunt u hier nog een klein beetje ontdekkingsreiziger wanen.
Uit volle borst Katie Melua nazingend van "There are 9 million bicycles in Beijing,... maar geen goei. Want ons gat is nu van steen... en we klagen steen en been... maar naar alweer een oude steen... rijden we toch altijd nog heen..." Het was op den duur een lied van 20 coupletten of meer.
Bij zonsondergang waren we nog lustig bezig met fietsen, zingen en fotograferen (moeilijke combinatie wel) in 't park en we moesten plots nog een flink sprintje trekken om nog op tijd buiten te geraken. Het was zo betoverend mooi dat we alweer de tijd vergeten waren. Ons zitvlak niet natuurlijk maar dat negeerden we gemakshalve.
Vandaag zijn we dan toch twee Belgen tegengekomen die hier ook met een auto rondbollen, maar die hebben wel een heel druk programma, die zijn aan zo'n recordpoging bezig van Thailand in 14 dagen zoals Paul oorspronkelijk ook van plan was, die sukkels leggen enorme afstanden af en zien niks. Wij hebben twee dagen en drie nachten uitgetrokken voor Sukhothai en zij lappen dat op amper één namiddag af en dat is jammer want het is hier echt plezant als ge 't wat rustig aan doet.
's Avonds bleek dat het Belgisch koppel ook in ons hotel logeerde, en nog een derde! Oók met een huurauto, maar die pakten het helemaal relax aan, die bleven overal zolang ze er zin in hadden want ze trokken toch sowieso vijf weken rond. Zalig. Vreemd toch dat het vooral Belgen zijn die hier zelf rondrijden, is dat omdat wij in België als automobilist zo doodgetreiterd worden dat wij betere oorden gaan opzoeken om eens vrolijk in 't rond te kunnen rijden? Of is het omdat wij thuis zo bangelijk getraind worden om op 700 dingen tegelijk te letten op de baan dat wij geen weg of land nog te moeilijk berijdbaar vinden?
Bij 't diner was mijn curry weer zo godsgruwelijk pikant dat ik hem maar heb laten staan, mijn poepeke is al genoeg geteisterd van dat fietszadel dat ik de binnenkant van mijn achterwerk nu ook nog niet ga laten ruïneren.
En daarna legden zij hun ijzeren gat ten ruste op hun stenen bed. Reizen is altijd een heel klein beetje lijden. Maar 't vooruitzicht is goed want morgen is er weer een dagje "Angkor Wat voor Beginners".
28-01-2009
11. We maken van ons gat ne steen.
Woensdag, 28 januari 2009.
Le Charme, Sukhothai.
11. We maken van ons gat ne steen.
Vanmorgen ging ik ze leren degelijke spiegeleieren bakken, niet zo'n snottig smoske met uitgelopen eigelen, maar een mooie, ordelijke 'sunny side up'. 't Moet niet altijd Paul zijn die het missioneringswerk doet. Ik dacht het eens origineel en opvoedkundig aan te pakken - niet door mondelinge overbrenging, ze snappen zelfs het woord "egg" niet - maar door te tekenen. Ik tekende in mijn schrijfboekske dus een koppel spiegeleieren... Het bovenaanzicht van twee spiegeleieren... En ik stak dat argeloos met een brede glimlach onder het garçonneke zijn neus... Ge had dat ventje moeten zien kijken! En een seconde later hadt ge míj moeten zien kijken toen ik mij plots realiseerde wat ik weer had aangevangen... Goed dat ik een vrouw ben want als een man deze stoot had uitgehaald had hij zeker een Thais madammeke geserveerd gekregen als ontbijt.
Na een stevig maaltje stonden we opnieuw klaar in de startblokken met onze poep in de witte talk, onze armen onder de zonnecrème en ons nieuw ochtendlied op de lippen :
Olifanten die schijten...
Tijgers die bijten...
Ge kunt 't ze niet verwijten.
Maar toeristen die bleiten
Omdat hun gat begint te slijten...
Awel, dát zijn flauwe geiten.
Dus hebben we van ons hart, en ons achterwerk, een steen gemaakt en zijn we terug zo'n rot-veloke gaan huren. Alle andere lichaamsdelen vinden het fietsen heerlijk en onze poep mag in de loop van volgende dagen nog genoeg in een zachte jeepzetel zitten dus die heeft het referendum verloren.
De keuze van de fiets verliep ook iets vlotter dan gisteren mits de nodige dreigementen langs mijn kant dat ik anders met een half uur voorsprong zou vertrekken en hij me niet meer zou terug vinden. Het ijzeren mandje werd aan Paul zijn exemplaar gevezen en weg waren we!
Wat Phra Si Mahathat
Eerst zijn we opnieuw naar de Wat Phra Si Mahathat gefietst om daar de Boeddhabeelden met hun snuiten in het oosterlicht te zien glunderen. Mooi! Hoewel er heel veel geroofd en vernield is en veel weggevoerd naar musea in Bangkok. Vandaag was het op die site wel druk want er was een grote kudde kinderen op schoolreis. Door de Aziatische toeristen werden we schuchter en giechelend gevraagd of we mee op hun foto wilden staan. Vervolgens wil natuurlijk élke Japanner van dat groepje een foto met ons. Ge zijt dan wel efkes bezig. De schoolkinderen vroegen geen foto's - die namen ze wel stiekem met hun gsm - zij kwamen bedelen voor interviews en om onze namen op papiertjes in te vullen. Vol goede wil begint ge daaraan maar als ge 30 keer uw naam en nationaliteit hebt opgeschreven komt dat wel uw strot uit. Voor Paul is 't misschien een goeie oefening maar mij zegt beroemd worden maar niks, ik ben er vrolijk fluitend vanonder gefietst. BV worden is zeker niet mijn ding, dat kost teveel tijd.
En maar handtekeningen zetten...
Een verkoopstertje (haar kraam bestond uit de twee manden die ze met een lange stok over haar schouders droeg) had een tros bananen en een pakje jackfruit liggen. Ik zag daar een gezondere lunch in dan alweer gebakken kip, dus kochten we haar fruit en reden een kilometer verder naar 't eetbarakje met de plastic stoelen. Het was nog steeds gesloten maar de buurvrouw stond er, voor we goed en wel neer zaten (op een andere stoel dan die van gisteren vanzelfsprekend) en zonder iets te vragen, al met een colake voor mij en een pintje voor Paul. Dat wist ze duidelijk nog van gisteren en ze wou duidelijk niets aan 't toeval overlaten zodat haar nieuwe vaste klanten toch zeker niet van lunchadres zouden veranderen. De menukaart hebben we niet opengeslagen want we hadden ons fruit bij. Ge zou het in België allemaal eens moeten proberen, uw bananen gaan opeten op een terras! En deze lieve vrouw was al lang content dat we naar haar terug gekomen waren om ons drinken te kopen. Wat is 't leven toch gemakkelijk als ge snel tevreden zijt.
Offergaven...
De offergaven verdringen mekaar, het lijkt soms meer op een rommelmarktje.
Maar sommige gelovigen beperken zich niet tot plastic beeldjes... Ze vlechten de mooiste offergaven uit planten en bloemen. Echte kunstwerkjes!
Deel 2 : Per paling naar de hemel.
Om tijdens de grootste hitte van de dag even binnen te zijn reden we naar 't museum. We hoopten ons daar een uurtje in airco te kunnen wentelen. Niks was minder waar. Het was er om te puffen en ze waren er dan nog in aan 't werken ook... Droge wolken stof plakten zich vast in het zweet ons aanschijns. Niet te doen. We hadden tot overmaat van ramp aan de ingang onze fototas in een locker moeten steken, dus fotograferen kon ook al niet Het is dan ook een vrij kernachtig bezoek geworden (hoewel er veel te zien was). Na een uur stonden we mottig terug buiten en waren we dolblij dat we op onze fietsjes konden springen en de wind weer langs onze lijven voelden spelen.
We zijn gewoon kriskras en zonder vooropgezet doel de ruïnes blijven doorkruisen. Zo kwamen we plots uit aan een heel mooi nieuw standbeeld van een oude koning, Ramkamhaeng. Hun Hendrik Conscience, hij leerde zijn volk lezen, 't is te zeggen : hij vond het alfabet uit. Maar hij heeft het de sukkelaars niet makkelijk gemaakt want zij hebben meer dan 50 letters om over de diverse toonhoogten bij de uitspraak nog te zwijgen. Al een chance dat onze Boudewijn ons niet 't alfabet bezorgd heeft anders hadden wij ook een 27ste letter : de oew. Van "Oewwaarde landghenoten...".
Koning Ramkamhaeng.
Eén van de eerste geschriften. Zwaar schrijfboekske wel...
In de brede laan voor dat standbeeld was een ware Scherpenheuvel-nederzetting. In het eerste kraam (nu ja, "kraam", het had dak noch muren) stonden een paar rekken met plastic zakken die levende vissen bevatten. Maar niet alleen vissen, ook kikkers, palingen, zelfs grote waterschildpadden hingen daar in de zon! In zon zakske lagen meerdere dieren te zieltogen en te wriemelen in minder dan een liter water. De bedoeling was zo'n zak te kopen en dan de dieren terug in de vijver te kieperen, ze aldus te "bevrijden" om "verdienste te verkrijgen" (een aflaat te versieren dus). Dieren bevrijden is iets dat veel merit opbrengt. Jammer genoeg moest alles weer met gebaren duidelijk gemaakt worden zodanig dat ik mijn prangendste vraag niet gesteld kreeg : "De sukkelaar die elke dag de dieren vangt... Hoe zit het daarmee? Die moet dan toch elke dag zijn hel in plaats van zijn hemel verdienen? En hoe geraakt die mens van al zijn slecht karma terug vanaf? Moet die dan, voor al die gevangen vissen en kikkers, ergens op de duur als Wiedergutmachung een heel olifantenkamp gaan leeghalen en bevrijden? Of hoe zit dat dan?...Vanzelfsprekend komt ge dit met gebarentaal allemaal niet te weten.
Maar waar ik persé een antwoord op wou hebben is wat er 's avonds met die dieren in die zakskes gebeurde als de madammen opkraamden en naar huis gingen. Gelukkig kreeg ik dat na een hele pantomime wèl te weten. De niet verkochte koopwaar werd gewoon terug in de vijver gekieperd en de volgende ochtend vingen ze ze wel terug. Tja, op die manier kunt ge de Boeddhistische cirkel van "life is misery" wel in gang houden natuurlijk...
Het kraam daarnaast had een grote gong staan waarop ge geacht werd fors te kloppen om geluk te verkrijgen. Dat is onschuldig vertier, dus aan zo'n Vlaamse Kermis doe ik graag mee. Er stond ook een kom met een soort van lottoballetjes met nummers, ge moest blindelings grabbelen en dan uw cijfer aflezen en in de bakskes op zoek gaan naar het overeenkomstig papierke om uw toekomst af te lezen.
Ik met mijn nummerke 6 naar 't bakske, maar 't stond er alleen in 't Thai en 't Chinees op Een madam naast mij wou graag helpen, las mijn epistel gedurende een paar minuten aandachtig door, knikte en zei "Good." Persoonlijk vond ik dat wel een heel kernachtige vertaling van wat in t Chinees toch wel een zin of 10 was. Paul liet zijn briefke lezen en ze knikte evenzeer en mompelde ook "Good." We zullen dus een andere vertaler moeten zoeken als we ooit willen te weten komen wat het lot nu weer voor ons in petto heeft. Want ik zou nu toch wel heel graag weten of, als mijn menopauzale zoon binnenkort geboren wordt, zijn opvolger een dochter of weer een zoon gaat zijn, dan weet ik of ik mijn eerstgeborene zijn babykleertjes moet bijhouden.
Ik denk dat dit Boeddhatje destijds met een héél hoog stemmetje sprak...
Omdat we gisteren het platteland zo betoverend vonden zijn we terug een van de vier stadspoorten uitgereden en weer door de veldjes en weiden beginnen fietsen. Tussen de buffels, de lieve honden die zo parmantig midden op de baan liggen te slapen (en me altijd zo aan mijn poezen doen denken), de vechthanen gekoesterd onder hun grote ronde rieten manden, de ganzen in de plassen, de kippen op de boomtakken... alweer op zoek naar Khmerresten en koeienvlaaien.
Die boerderijen op pootjes zijn toch zo mooi. Niemand heeft kasten, alles ligt op schabben en de kleren worden buiten onder een afdak op een koord bewaard. Soms op kapstokken, anders gewoon over een draad gedrapeerd. Zo blijft de kleding lekker luchtig en wordt ze niet klam. Iedereen kan op deze manier wel zien hoe uitgebreid uw garderobe is. De pikante lingeriesetjes zullen ergens onder een struikske hangen denk ik.
"Mijn huis staat op stelten" heeft hier direct een heel andere betekenis...
Deel 3 : "Au Bon Marché" in de pampa's.
Sobere boerderijtjes op stelten. Maar wél altijd met de dikke pick-up-truck voor de deur.
En tussen die huisjes... overal ruïnes. (Ik bedoel dus wel degelijk die twee dingen op de zijkanten van de foto.)
Op de duur waren we wel op zoek naar zéér verlaten, en uiterst geïsoleerd gelegen, Khmerrestjes want Paul kreeg plots diarree. Misschien was mijn fruitdieet van 's middags toch niet zo'n goed idee geweest?... Een beetje later dreigde ook ik van mijn sokken en mijn fiets te vallen en daardoor viel ineens onze euro dat wij normaal per dag toch wel een liter of vijf, zes drinken en nu met onze fietskes kochten wij in 't park af en toe een flesje water maar hier op de buiten hadden we dat niet gedaan. Dus reden wij met onze laatste krachten en compleet suzelut zo snel mogelijk terug naar de bewoonde wereld waar we enkele winkeltjes gezien hadden om aan de hoognodige vloeistof te geraken.
We hielden halt bij een prachtige zaak. Onderaan palen met daartussen de klassieke rommel en veestapel, maar op de eerste verdieping van het reusachtige teakhouten huis een enorm overdekt terras met als reling een zitbank en daarachter wat ge zou kunnen noemen "de oermoeder van de supermarkten".
Volledig open bevonden zich daar rekken met snoep, drinken, eten, zeep, borstels, koord, en alle andere mogelijke huishoudelijke producten. Als ge iets verder in de duisternis doordrong (de winkel was makkelijk 20 meter diep) stondt ge ineens in een kapsalon. Een plaatsje van nog geen twee vierkante meter, maar alles was aanwezig tot en met de ouderwetse haardroogkap op wieltjes. De kast daarnaast bleek de dorpsapotheek. De zijwanden van de zaak bestonden uit glazen kasten vol kussens en beddegoed, achteraan stond de toonbank van de stoffenafdeling vredig naast de uitstalling van de serviezen. Middenin de winkel, tegen een muur, bevond zich open en bloot het bed van de eigenares met aan t voeteneind haar tv. Au Bon Marché in de pampa's. Subliem.
De slaap"kamer".
De coiffeur- en apotheekafdeling.
Even betalen voor al het lekkers en snel weer verder!
We hebben (alweer zonder woorden) één en ander genomen om te knabbelen en te drinken en ons op haar veranda geïnstalleerd, waar de eigenares bij onze aankomst trouwens knus lag te slapen. Na wat vloeistoffen en noten binnengeschrokt te hebben voelden we ons al een stuk beter, we betaalden het feestje en fietsten vrolijk verder door de landelijke omgeving. Voor we t wisten was t alweer hoog tijd om snel door t park te crossen om nog net op tijd onze fietsen terug te bezorgen. Time flies when youre having fun.
Niet alle boeddhabeelden op 't platteland zijn, heu, echte "meesterwerken". Ik denk dat dit "de heilige van de humoristen" is. Of de boeddha tot wie men bidt als men "gezichtverlies" geleden heeft.
Veiligheidshalve ben ik bij de 7/Eleven een paar tonijn-sandwiches en yoghurt (er zitten hier nog volledige en heel lekkere aardbeien in!) gaan kopen want ik ben echt niet van plan voor de derde keer op rij een onvergetelijk pikante curry voor mijn neus te laten zetten en onherroepelijk voorbij te laten gaan wegens oneetbaar.
Voor 't slapengaan een babbeltje gedaan met de intelligente receptioniste en toen bleek dat dit hotel een zusterhotel heeft in de steden Lampang én Pai! Geweldig want daar gaan we allebei naartoe en we hadden daar nog geen slaapplaats. Ze was zo lief om onmiddellijk de bijhuizen te bellen en zo konden we via de foto's op haar computer ineens onze kamers kiezen in de volgende hotels! Een ongelooflijk comfortabele situatie en we kregen alweer ongevraagd korting. Ofwel moeten wij er echt als armoezaaiers uit beginnen zien ofwel zijn deze mensen krampachtig op zoek naar klanten. En ik die gedacht had dat rondreizen in Noord-Thailand moeizaam ging gaan, het gaat er hier haast even efficiënt aan toe als in de USA, en alleszins veel vriendelijker.
Maar we hopen toch in stilte dat hun zusterhotels hun matrassen bij een ander beddenbedrijf ingekocht hebben. En dat de kok geen broer van den deze is...
Enkele van de tientallen vechtvissen, elk in een apart bokaaltje aan de receptie. De dieren leven normaal in de kleine hoeveelheden water die in de rijstvelden blijven staan. Vandaar dat ze gewoon zijn om in kleine ruimtes te overleven en ze in kleine potjes bewaard worden. Zogezegd zouden ze zich niet happy voelen in een grotere ruimte... Toch blijf ik 't maar zielig vinden.
29-01-2009
12. De wisselkoers van de gelukskiezel.
Donderdag, 29 januari 2009.
Lampang River Lodge.
12. De wisselkoers van de gelukskiezel.
Ik vond het best jammer om dat mooie hotel in het plezante Sukhotai te verlaten, het had fijn geweest er gewoon een dag te kunnen zitten schrijven in de rustige tuin rond het zwembad. Maar we moeten voort anders hebben we net een dag te weinig om onze rondrit in 't hoge noorden te kunnen maken.
Hotel "Le Charme"...
Afscheid van de vechtvis aan de receptie...
Bij ons laatste ontbijt waren de eieren zelfs goed gebakken. Iets op papier tekenen helpt dus. Spijtig genoeg kunt ge niet alles wat ge wilt bekomen tekenen. Ik toch niet. Trouwens ik vind pantomimes spelen om iets uit te leggen nog altijd veel plezanter. Nadat ik één van mijn mooiste bloesjes, waar ik toch maar uit zou barsten, kado gegeven had aan de lieve receptioniste verlieten we het charmante Le Charme. Een hotel dat zijn naam nu eens níet gestolen heeft. Onderweg nog eens gewuifd naar al de mooie Khmerrestjes en 't platteland ingereden. Knalgroene, bijna fluorescerende, jonge rijstvelden. Vreemd wel, sommige veldjes liggen nog braak en anderen zijn net beplant en bevloeid. Het land is kurkdroog, de gele en grijze bladeren dwarrelen van de bomen en overal staan borden met brandgevaar. En toch blijven de mensen hun veldjes afbranden, nochtans probeert de regering deze vernietigende manier van landbouw zoveel mogelijk te ontmoedigen. Veel haalt het alleszins niet uit.
Geestenhuisjes in jong rijstveld.
De natuur levert hier soms felle kleurencontrasten en mooie beelden op. Frisse groene velden en daarin enkele nietige maar knalrode geestenhuisjes op paaltjes. Een eendenhoeder, gehurkt naast zijn lappententje, de wacht houdend over zijn honderden diertjes die in een poel naast de baan zwemmen.
Eendenpoel.
Onderweg naar Si Satchanalai ontdekte Paul nog een extra Khmerruïne en een heel leuke hangbrug. Niks zo plezant als huppelend over een lange hangbrug dartelen! Vooral met Paul, als die erover begint te denderen dan zit ge precies in de cakewalk van de Sinksenfoor.
Aan het einde van de brug lag tegen de oever een onooglijk dorpje genesteld. Alle ramen en deuren stonden open, elk huishouden leefde er min of meer op straat. Er hingen wiegjes met babys tussen de bomen en iets verder stonden doodskisten. Weer een paar meter verder klopten enkele vrouwen de was in grote tobbes. Iedereen moet er van iedereen weten welke kleur van onderbroek ze dragen vrees ik. En of ze er een dragen.
Met zo'n wiegje kweken ze matrozen.
Ik kocht aan een kraam een olifantje van 80 baht, ik gaf een briefje van 100 baht dus moest ik 20 baht weerkrijgen. De verkoopster kreeg de berekening maar niet gemaakt en mij wou ze niet geloven Dus werd er een collega bijgehaald die wel moeizaam het zwaar wiskundig raadsel opgelost kreeg. Schaterlachend gaf de vrouw toe dat ze me nog 20 baht moest. Maar die had ze niet. Dus kreeg ik als pasmunt een paar gelukbrengende kiezels! Geweldig vond ik dat. Ik zie het in België aan de kassa van de Carrefour weeral gebeuren. Vroeger heb ik In Italië regelmatig snoep of kauwgom als wisselgeld gekregen, maar gelukskiezels? Nee, dat is echt origineel. Aangezien ik vier gelukskiezels heb gekregen moet de koers van de kiezel vandaag 5 baht zijn. Hopelijk devalueert hij niet te snel want er liggen hier wel veel kiezels en anders gaan er nóg toeristen met zakken vol keitjes naar huis gestuurd worden.
De ruïne waar het eigenlijk allemaal om te doen was bestond uit alweer zo'n mooie maiskolfvormige prang en daarachter nog een Sri Lankaanse stoepa. Het tempelgebouw was nog helemaal intact en het fronton zelfs nog beschilderd in de originele gouden kleuren. Zelfs een deel van het houtwerk van het klooster was nog authenthiek. Echt heel mooi.
Deel 2 : De spontane introductie van de luchtigere kleding.
We reden verder naar het grote historische park van Si Satchanalai, een soort Sukhothai in 't klein, en daar was het helemaal heel rustig. Niets dan bossen waarin ruïnes verspreid lagen, zalig... Alweer verdwaald in Jungle Book. Ik wou dat we de tijd hadden om te fietsen want ik vermoed dat dat hier ook wel zal kunnen. Hoewel we weer geen enkele toerist zagen, op een paar monniken op bedevaart na. Wel toverachtig zo'n een paar figuren in gele, oranje en bruine pijen die tussen de bomen rondwaren.
Eigenlijk wilden we maar 1 tempel bezoeken maar ze liggen hier allemaal achter mekaar, dus liepen we toch weer van de ene naar de andere.
Een heel grote tempel stond op een sokkel van allemaal reuze olifanten. Iemand had er net aan geofferd vandaar dat er rond elk dier zijn nek een kleurige bloemenslinger bengelde. We beklommen de stenen om ze beter te kunnen fotograferen en ineens ging het "kráááááák", nee 't was geen Thaïse madam die ons noten wou verkopen, 't was Paul zijn short die de geest gaf en van voor tot achter openbarstte. Een goddelijk moment! Ik totterde bijna van de tempel van 't lachen. De sukkelaar liep echt rond in nog een paar wapperende flarden. Als hij in die klederdracht een hotel zou moeten zoeken kreeg hij misschien wel 70% korting in plaats van 40. Ofwel mochten we gewoon niet binnen, dat kan ook natuurlijk.
Echt erg was het niet want we waren er toch alleen en onze auto stond vlakbij. Tenandere 't was ook best luchtig en verkoelend denk ik, zon short met ingebouwde airco.
En natuurlijk is mijn berengezelschap er overal bij. Over wie zou ik anders later de kompléét waanzinnige reisverhalen kunnen schrijven?
(Ge zat te wachten op die foto van die opengescheurde broek hé?... Zijt maar eerlijk! Ik bezit die foto natuurlijk. Maar die op mijn blog zetten is nog een ander paar mouwen. )
Het is hier zo stil in 't bos dat ge de reuzenbladeren van de teakbomen hoort vallen. En de broeken scheuren.
Boven op de heuvel lagen nog twee watjes, we verwachtten er ook van een mooi zicht over de rivier te kunnen genieten dus we beklommen de eindeloze trap. Op de top bleek alles dichtgegroeid dus niks panorama maar wel een mooie grote zittende boeddha die net in de bloemetjes gezet was. De gelovigen maken vaak de prachtigste draken uit gevouwen plantenbladeren. Sommige exemplaren zijn wel anderhalve meter hoog. De draak heeft rode ogen gemaakt van parels. Spijtig genoeg komt er bij al dat geoffer van planten tegenwoordig nogal veel plastic kijken. Vroeger werden alleen echte bloemen gebruikt maar nu is alles versierd met plastic topjes die in de bladeren gestoken worden. Er wordt ook niet meer genaaid maar alles is aan mekaar geniet. Zelfs de bloemenslingers zijn veelal uit plastic en na enkele weken liggen die dan allemaal "de vuilen hoop" in een hoek van de tempel te vergroten, helemaal verkleurd door de zon. Een mesthoop van plastic.
Drakenoffer, een kunstwerk volledig uit planten.
Vissend vrouwtje. Niet simpel om op deze manier voor eten voor uw oude dag te moeten zorgen...
Op het heuveltje stond ook nog een piepklein tempeltje hoog op een trapje. Het had iets Guatamalteeks. Binnen was het amper drie vierkante meter groot maar het stond weer propvol offerbeeldjes. Vooral de plastic olifantjes en dansertjes zijn momenteel zeer in. Ge hebt ze in 't zwart maar de zuurstokkleurige zijn duidelijk aan een opmars begonnen. En tussen al die plastic rommel staan dan bekers met drank, kaarsen, wierookstokjes, enkele houten en stenen beeldjes, nep en echte bloemen, poppen, flessen, en jammer genoeg ook al de bijhorende verpakkingen waar al die prullen in meegebracht zijn. Kortom een vuilnishoop van jewelste maar ik veronderstel dat de god wel het onderscheid zal kunnen maken tussen afval en offer. Voor mij is 't soms moeilijk maar ik ben dan ook geen god.
Heel de familie wordt in de pick-up geladen.
Hoe fijn ronddwalen in dat bos ook weer was, we moesten verderanders zouden we nooit voor 't donker in onze lodge in Lampang aankomen.
Onderweg veranderde de natuur stilaan van een vlakte in heuvels en op de duur zelfs in heuse bergen van bijna 2000 meter hoogte. Hoe droog het hier momenteel ook is toch staat er nog water in de rivieren en zijn er nog watervallen. Het is hier een rijk, vruchtbaar gebied zelfs in de winter, een seizoen dat in onze ogen meer op een herfst lijkt. Een gloeiend hete herfst dan wel
De aankomst in de River Lodge was tof want het huisje dat voor ons gereserveerd was stond op palen aan een grote vijver. En toen begingen we een kanjer van een stommiteit. Ik wou van de zonsondergang gaan genieten aan een tempel op een heuvel in de buurt maar ik vond de naam onuitsprekelijk. Paul tikte dus iets onuitsprekelijks in ons Trees in maar al na enkele kilometers bleek duidelijk dat er iets mis liep. Volgens mij moesten we naar 't noorden en hadden we er lang moeten geweest zijn, Trees stuurde ons naar 't zuiden en loodste ons recht de stad in. En ze was van plan dat nog 10 km vol te houden. En Paul koos voor Trees in plaats van voor mij
In plaats van naast een feërieke tempel ging de zon heel romantisch onder achter de zetels van onze auto en wij reden naar godweetwaar. Maar het ging beslist een tempel zijn en hij zou ook midden in Lampang liggen, zoveel was zeker. Aangezien we nu toch al zo ver verkeerd gereden waren vond ik niet beter dan Trees haar doel, waar ze als een aan de leiband trekkende dolle hond op aanstuurde, ook maar te gaan ontdekken en de tocht tot het bittere eind vol te houden.
We kwamen inderdaad aan een door de maan beschenen tempel in 't midden van de stad. Gesloten vanzelfsprekend. De nieuwsgierigheid bevredigd konden we terug héél Lampang door in 't spitsuur. Ik wou me troosten met Ferrero rocherkes uit de 7/Eleven en Paul met een koud pintje maar we kwamen buiten met onze klassieke zak ijsblokken en hopen drinken. Tot overmaat van ramp bleek na enkele kilometers dan ook nog dat ze mijn chocolaatjes vergeten in te laden waren. Nee het zat echt niet mee. We zullen dringend eens iets moeten gaan offeren.
De gesloten tempel in 't centrum van Lampang.
Na-weeën van 't Chinese Nieuwjaar. Een dansende draak bezoekt een winkel om het volgende jaar voorspoed te brengen.
Terug in ons romantisch uitziende paalhutje bleek het een heel benepen en vooral erg donker ding te zijn, maar zo'n ramp was dat niet want t was door onze Lampang-excapade toch al zo laat dat we onmiddellijk moesten gaan dineren. Maar dat eten,... dat maakte al het gesukkel van deze vooravond ineens goed. Het was een heus buffet want hier logeerde een buslading toeristen!! Een Thais én Westers buffet! We konden ons geluk niet op! Paul heeft van alle gerechten gegeten en die is zo uiteindelijk toch aan een gang of 12 geraakt. Gul deelde hij alles met één van de vele katten in 't restaurant maar eentje daarvan was al even gelukkig en gulzig als wij en beet fors in zijn vinger. Bloed en al, dus Paul had nu eindelijk toch ook een beet en ging hem trots naar ons kotje ontsmetten.
Zelfs de Thaise dessertjes, lekker zwaar spul van sago en gefrituurde vruchtjes, waren overlekker. Nog bolronder dan we van nature al zijn waggelden we tevreden over de hangbrug naar ons hutje. Goed dat het op stevige palen staat.
"Janssens" is al op vele manieren gespeld... Maar "Mrs. Danssews" had ik nog niet in de verzameling.
30-01-2009
13. De discipline van het olifantheffen.
Vrijdag, 30 januari 2009. Pai Hot Springs Spa Resort, Pai.
13. De discipline van het olifantheffen.
Ons romantisch, maar o zo donker hutje...
Ons vertrek, na een heerlijk ontbijt (zalig zoete kokospuddingskes met pijpajuin!!! En ondertussen maar nep-zoetjes in de thee doen om niet nog dikker te worden...) met alweer een uitzicht over een rivier, was heel grappig. Op gelijke afstanden van mekaar lagen tegen de struiken die de oprit omzoomden gelukzalige poezen te zonnen. Het leek wel op een rij tuinornamentjes die ons uitgeleide deed maar dan levende en likkende exemplaren. Wat in dit land zo fijn is dat al die katten hier rond en gezond zijn. Op die kortere en kromme staarten na natuurlijk. Maar ze zijn gelukkig en lief, en voelen zich totaal niet opgejaagd of angstig zoals de sukkelaars in Sri Lanka, ge kunt ze pakken en knuffelen en ze genieten daar echt van. Ze lopen hier rond tussen honden en kippen en ge ziet dat ze niets te kort komen
Na 6 kilometer waren we al aan de Wat Pra That Lampang Luang, het doel wat we dus gisterenavond rijkelijk voorbij geschoten waren toen we daar aan de verkeerde tempel midden in Lampang arriveerden. Deze tempel is volgens de reisgidsen één van de meest opmerkelijke en best geconserveerde tempels van het land. Hij was ook echt interessant en bovenal heel geestig, letterlijk en figuurlijk. De tempel zelf was ommuurd als een versterkte Middeleeuwse vesting, de ingang werd gevormd door een lange trap met draken als reling. Op de reusachtige binnenplaats stonden diverse gebouwen waarop nog zeer oude schilderingen op de houten wanden te zien waren. Overbodig te zeggen dat ze op die antieke oude panelen wel boudweg hun elektriciteitschakelaars gevezen hadden.
De aanzet van de trapleuning.
Mensen lopen biddend enkele rondjes rond de centrale stoepa.
Prachtig houtwerk!
Eeuwenoude houtschilderingen.
Er stonden naar goede gewoonte weer overal zeer veel en zeer oude Boeddhabeelden maar wat ik het plezantste vond was dat het nog een echt religieus centrum was, de mensen kwamen er van heinde en ver om te offeren en te bidden en allerhande vreemde rituelen op te voeren.
Buiten het kaarsjes branden - waar ze eerst hun naam en het doel opschreven - en de klassieke hopen wierrookstokskes aansteken, werden er ook kunstjes gedaan met een zware koperen olifant met een handvat aan. De bedoeling was te bidden, centjes in de pot te steken en dan het gewicht zo hoog mogelijk op te heffen. Een offer aan God Fitness vermoedelijk...
Enkele meters verder speelde zich er nog een veel boeiender en mysterieuzer schouwspel af. Hier pakte de pelgrim één van de lange houten latten uit een houder en nam de stok in beide handen. Het ene uiteinde moest juist in zijn linkerhandpalm passen en vervolgens verschoof een collega dan een elastiekje totaan de plaats waar de vingertoppen van zijn rechterhand reikten. De gelovige bad vervolgens met zijn handen zover mogelijk gespreid terwijl hij de stok vasthield en na het gebed werd er dan gekeken of zijn rechterhand nu verder kwam dan het elastiekje. Ge kon dus op twee minuten uw armen laten groeien!! Ik mag er niet aan denken moest Pfizer dat trukske hier ontdekken, dan is 't ineens gedaan met Viagra in pilvorm, dan brengen ze een duur apparaatje op de markt met een latje en een elastiekje
Het "olifantgewichtheffen".
En het hoogst mysterieuze "verlengen van de armen"-ritueel...
Een offergave bestaande uit een enorme kudde minuskule diertjes. Het witte beeldje achteraan moet waarschijnlijk de boer voorstellen. Een gebed voor een grotere kudde? Een vraag om genezing van de dieren?...
Het personaliseren van de offerkaarsjes.
Ik geraakte maar niet uitgekeken, het negerke-in-mij genoot van de duizend kleurtjes en 't geflikker en geschitter van de zon in de met spiegeltjes bezette daken. En vanzelfsprekend waren er ook de klassieke rituelen van het luidden van de diverse bellen en klokken. Eén van die klokken was een uitermate geestig model. Het was een getande cirkelvormige bel... Als ge met een ijzeren staafje over de randen van de ring gleed dan produceerde het ding een speciaal soort gerinkel-geratel. Ge kunt misschien al raden wat deze heilige bel in een vorig leven geweest was?... Een groot tandwiel, de vijsgaten zaten er nog in! Van recyclage gesproken. Zelfs voor bellen en tempelklokken gaat de regel van het karma op, beginnen als tandrad uit een camion en, op voorwaarde dat ge een braaf leven geleid hebt, eindigen als heilige bel.
De deugdzame bel.
Ik veronderstel dat ge met het luiden van deze bel God Touring Wegenhulp behaagt en autopechloze ritten afsmeekt?
Klaarmaken van verse bloemen om te verkopen als offergave.
In een van de pagodes, hoog op een trapje, was stom genoeg de toegang verboden voor vrouwen. Jammer want het moet heel grappig geweest zijn, de grote tempel werd er op natuurlijke wijze (het systeem van de camera obscura) via een piepklein gaatje in de deur omgekeerd geprojecteerd op eenwitte doek. Op het laken was dan de tempel en de gelovigen die errond hun bedevaart liepen op zijn kop te zien! Waarom deze aanblik nu persé voor vrouwen verboden moet zijn mag joost weten. Paul heeft het dan maar gefilmd zo kon ik, 't tweederangswezen, t toch ook eens bekijken.
Het "Verboden-voor-vrouwen"-tempeltje. Pffft.
Zoals in elke tuin neemt de heilige Bodhi-boom een belangrijke plaats in. Dit exemplaar zijn takken worden ondersteund door talloze stokken en mooi versierde latten. Iedereen wil een deeltje van zijne heiligheid ondersteunen, alweer, in ruil voor...
Naast dit heiligdom lag nog een rood met gouden tempel volledig beschilderd met draken en bloemen. Steek het ding in een glazen visbakske met een spiegelwand achteraan en ik pak het mee voor Petit Pois. De kitsch van de kitsch maar tegelijk ook heel sprookjesachtig.
Detail van zijwand van de gouden tempel.
En dan trokken we onze schoenen weer aan, verlieten de heilige plaats, en togen alweer op pad...
Na een uurtje trokken we onze schoenen weer aan, verlieten de fascinerende gebedsplaats en trokken verder. We waren hier maar 20 kilometer verwijderd van het olifantenhospitaal dat we mee gesponsord hebben door op de Elephant Parade-veiling de grote olifant Renaissance te kopen. Ik was al gewaarschuwd dat we goed moesten oppassen om het juiste hospitaal te vinden want oneerlijke buren hebben vlak ernaast eveneens een hospitaal opgericht om de bezoekers en de giften van het FAE, Friends of the Asian Elephant van mevrouw Soraida trachten in te pikken. Ze verwijderen haar wegwijzers, hebben zelfs al een deel van haar ziekenhuis in brand gestoken en de politie grijpt niet in want de regering vindt Soraida maar een lastige dame omdat ze het land er met de neus opdrukt dat ze heel slecht met hun kostbare olifantenbestand omgaan.
Moeiteloos vonden we haar hospitaal, ze waren zelfs net een patiënt aan een infuus aan 't leggen. Nou ja, leggen... Zo'n olifant staat recht, er wordt een verrijdbare stelling naast gereden, de dokter kruipt daar op met alle instrumenten die ze nodig heeft en het infuus wordt achter het oor van het dier bevestigd. Het dier had kolieken en hij was al meer dan 60 jaar oud, het is dus niet eens zeker dat hij zal overleven. Zo'n grappig zicht : de dokteres is een tenger meisje van amper anderhalve meter. Het contrast met de patiënt kon niet groter zijn.
We ontmoetten er ook een eigenaar en een mahout van een olifant die hun zieke een bezoekje kwamen brengen. Hun dier was enkele weken geleden gevallen en had zijn kaakbeen gebroken. Gelukkig was hij door een goede verzorging al flink aan de beterhand en mocht hij binnenkort weer naar huis om terug aan 't werk te gaan. De eigenaar had uit dankbaarheid een varken geslacht en had de kop meegebracht om te offeren in het kleine tempeltje van het hospitaal.
Wie ik natuurlijk zeker wou zien was de kleine Mosha die de aanleiding was geweest tot het starten van de Elephant Parade. Het diertje was een voorpootje verloren door op een landmijn te trappen (zoals zovele Birmese olifanten) en ze heeft als eerste olifant ter wereld een prothese gekregen.
Toen we aan haar domeintje kwamen lag ze te slapen en mocht niet gestoord worden. Als het dier zou schrikken kan ze opspringen en haar verder verwonden. We hebben dan tijdens haar dutje enkele andere patiënten bezocht. Onder andere Motala, een dier dat hier al bijna 10 jaar verblijft, die ook een stuk poot mist door dezelfde reden als Mosha en die aan de basis lag van het opstarten van dit hospitaal.
De 45-jarige Motala.
Al spoedig kwam de stichtster van de FAE aangewandeld. Mevrouw Soraida is een ranke klassedame met een wandelstok en een heel lief open gezicht. Ze vertelde ons waarom ze het hospitaal begonnen was terwijl ze met ons meewandelde naar Mosha.
Een hartverwarmende ontmoeting met Mevrouw Soraida.
In haar jeugd had ze een olifant door een truck zien aanrijden en niemand wou het gewonde dier helpen. Iets later vielen er in een nationaal park 4 olifanten van een klip en alweer kwam niemand in actie om de dieren uit hun lijden te verlossen. Al die steeds weerkeerde ellende en machteloosheid greep haar zo aan dat ze besloot een hospitaal voor deze zo misbruikte dieren te stichten. Ze zijn dan wel het nationaal symbool van haar land, maar hun verzorgen of een waardig bestaan geven is er niet bij. Ze vangen en exporteren hun olifanten nog altijd. De dieren komen dan terecht in Aziatische Zoo-tjes of bij privé-personen of bedrijven waar hun meestal een droevig lot wacht. Een olifant onderhouden is een kostelijke zaak. Er gaat 200 kilo voer per dag in zo'n beestje en ze kunnen makkelijk 70 jaar worden, dus reken maar uit. Een olifant houden is echt wel een "Bezint eer ge begint!"
Soraida vertelde hoe moeizaam het destijds gegaan was om Motala te helpen. Geen enkele dierenarts wou zich verwaardigen haar afgescheurde poot te opereren en te dichten, tot Soraidas eigen dokter zo'n medelijden met haar kreeg dat hij voorstelde om zelf te proberen het dier te opereren. Zodra bekend werd dat een mensen-dokter zich inzette voor een verminkte olifant - dat het zelfs een item op het TV-nieuws werd - waren plots alle dierenartsen uit de omgeving ook bereid te helpen. Het gebeuren is zelfs nog in 't Guinness Book of Records opgenomen als de operatie waar het meeste artsen tegelijk mee bezig waren. Motala heeft tijdens de amputatie zoveel verdoving gekregen als nodig zou zijn om 70 mensen onder zeil te helpen
In het bureeltje (alles in openlucht zoals overal) van het hospitaal hingen massas fotos van allerhande olifanten die hier in de loop der jaren verzorgd waren en er lag ook een boek met afbeeldingen van de kunstwerken van de Elephant Parade in Antwerpen. Ik sla het boekje open en daar staat de foto van mijn Renaissance-ke!!
Ik werd er even emotioneel van. Zo midden in de pampas de foto zien van de grote olifant die nu bij mij thuis staat Dat voelde echt heel vreemd. Ik was op dat moment nog véél gelukkiger dan ooit dat ik hem destijds op de veiling ten bate van dit schitterende hospitaal gekocht had. Mijn olifant krijgt er nu nog meer gevoelswaarde door.
Een foto van "Re-Naissance" zoals ze bij ons thuis staat...
Er hingen ook bedankingsplaatjes aan de muren met de vermelding van de bedragen die de Elephant Parades in Nederland en België opgebracht hadden. Eerlijk gezegd was dat wel een beetje teleurstellend aangezien ik wist hoeveel de veiling - al de andere merchandising niet eens meegerekend - had opgebracht. Maar ja, de pot was ook moeten verdeeld worden onder drie liefdadigheidsinstellingen en de kosten van zon Elephant Parade (verzekeringen, reclame, zaalhuur, ) zullen ook niet bepaald laag geweest zijn.
Officiëel heeft elke werkolifant in dit land een paspoort maar ook daar wordt mee gesjoemeld. Er was net een dier van 70 jaar oud in t hospitaal aangekomen dat helemaal onderkomen, overwerkt en totaal ondervoed was. Soraida was alleszins niet van plan hem te laten gaan voor hij helemaal hersteld en flink wat bijgekomen was.
Ondertussen waren we bij de wakkere Mosha aangekomen die in haar omheining aan 't ronddartelen was. Ze droeg geen prothese omdat ze uit de twee vorige reeds uitgegroeid is en nummer drie is momenteel in de maak. Ze kon zich echter prima behelpen op drie pootjes. Over de grond rollen en ravotten met haar dikke zachte matrasjes maar zo gauw ze Soraida zag kwam ze onmiddellijk aangehuppeld.
Het oneindig lief diertje - ze geeft kopjes als een poes!! - pakte me vast met haar slurfje, zat er mee in mijn haar te woelen, en bracht op de duur telkens mijn hand naar haar mond om er op te sabbelen. Een onbeschrijfelijk gevoel : een olifant die met haar tong - die dikker was dan mijn arm - aan uw hand zit te trekken en aan uw vingers begint te sabbelen!!! Een overheerlijk kippenvelmoment! Soraida en de mahout schrokken en eisten dat ze haar mond terug opende, ze waren bang dat ze zou bijten, maar dat was helemaal niet het geval. Hoewel ondertussen heel mijn onderarm in haar muil verdwenen was voelde ik niet eens veel tanden, alleen die dikke, zachte, sterke tong. Ondertussen staat ge dan ook nog oog in oog met mekaar want ze is nog maar zo groot als een mens. Echt, hier zijn geen woorden voor. Ik heb al wel wat olifanten bepoteld in mijn leven maar nog nooit of te nimmer op zo'n intense manier!
"Kijk eens! Ik heb al melkslagtandjes!!!"
Zo'n groot beest dat zó teder is dat ge denkt dat ge met een poezeke aan 't spelen zijt... Het dier zou me waarschijnlijk zonder moeite kunnen doden en toch voelt ge feilloos aan dat ze niet gaat doorbijten en dat al dat gesabbel gewoon maar spelen is, haar unieke manier van knuffelen.
Later mocht ik haar wat banaantjes voeren. Ze nam ze aan met haar slurf en pelde ze voor ze ze opat. Maar wat ze nog veel interessanter vond was om met haar slurf te hengelen naar de volledige tros die ik net buiten haar bereik gelegd had.
Na haar maaltje begon ze een zanddouche te nemen. Ze grabbelde het zand met haar slurf en zwierde het over haar rugske, en over mijn fotoapparaat. Het dier amuseerde zich kostelijk en was duidelijk heel gelukkig. Ik had er uren naar kunnen staan kijken.
De te klein geworden protheses van Mosha.
Maar er waren nog andere patiënten het bekijken waard. Alles gebeurt hier in openlucht. De operatiekamers zijn grote overdekte hangars met stellingen en stevige palen om de patiënten aan vast te leggen. We zagen ook de enorme voedselvoorraden. Olifantengras met hopen en ladingen bananen om u tegen te zeggen. De trossen werden veilig in een gesloten hok gestapeld zodat er geen apen mee vandoor konden gaan.
Op de duur moesten we toch met veel spijt in t hart van Soraida en haar prachtige project afscheid nemen. Er stond ons nog een lange rit te wachten, en niet zo'n makkelijke.
Chiang Mai was inderdaad zoals gevreesd een heel grote stad (met een Carrefour, zelfs met een Makro) maar er lag een perfecte ringweg rond, dus zaten we al vlug op de kleinere weg waar onze rondrit door het noorden kon beginnen. Al na enkele kilometers zagen we de eerste Hmong-kinderen in traditionele klederdracht van school komen. Erg genoeg konden we er geen tijd aan besteden want tot Pai zouden we nog een bergweg met honderden haarspeldbochten moeten volgen en daar kruipt nu eenmaal veel tijd in want zoiets doet ge best langzaam én bij daglicht.
De kronkelweg door de bergen was nog mooier dan verwacht, alles is hier nog puur natuur op af en toe een klein dorpje na. Maar de weg is in perfecte staat. Overal waarschuwingsborden om in traagste versnelling te rijden, in de allersteilste bochten (soms hellingen van 20%!!!) zijn er vangrails aangebracht, kortom een klassebaan. Maar het blijft natuurlijk zeer geconcentreerd rijden want de Thai houden er de gewoonte op na zelfs op deze gevaarlijke wegen, waar ge meestal geen 50 meter rechte weg voor u ziet liggen, toch alle bochten af te snijden.
Het Pai Hot Springs Spa Resort vinden was niet zo simpel, zelfs ons Trees kende het ding niet. Maar kom, dat is niet erg, op zon momenten kan ik mij als convoyeur nog eens nuttig maken. Een mens zou zich nog overbodig gaan voelen met zo'n machientje. Alhoewel ik zéker niet klaag over ons Trees want nu ik niet meer moet kaartlezen heb ik alle tijd om van 't uitzicht te genieten.
De aankomst in de Lodge was niet leuk omdat we t nu zo lekker gewend waren om overal alleen te zijn en ineens vielen we aan de receptie middenin een groep Fransen die in konvooi (met maar liefst 13 jeep-achtigen!) achter een gids aan reden op een tocht door de bergdorpen. Ze zullen misschien wel meer afgelegen plekken zien dan wij maar ik vraag me wel af als ge als 3de in de rij rijdt hoeveel ge nog gaat zien buiten het losgereden en opgedwarreld zand van uw voorgangers, laat staan wat ge nog van de wereld merkt als ge de laatste van de rij zijt... En nooit eens op eigen initiatief kunnen stoppen om een foto te nemen of te gaan wandelen. Nee, dat systeem vind ik toch maar niks, dan liever maar wat minder zien en als eens verloren rijden. Trouwens wat is verloren rijden? Toch niks anders dan ongeplande dingen te zien krijgen?
Onze suite was heel groot met een gigantisch terras op poten dat uitkeek over een rivier die tussen weiden met klingelende koeien stroomde. Tot zover was alles in orde. Maar onze privé-warmwaterbron had de geest gegeven. Het bad op ons terras was leeg en 't water dat uit de kraan kwam was koud. Ge moet het toch maar kunnen om een natuurlijke hot spring naar de bliksem te helpen?! Onze Thaise buurman was ook flink boos want die was speciaal met zijn lief naar hier gekomen om een weekendje romantisch met zijn lief in een warm bad te zitten. Onze reclamaties aan de receptie haalden ook niets uit want nu spraken ze natuurlijk helemaal geen Engels meer. Uiteindelijk hebben we dan Maritia opgebeld, de toffe receptioniste van Le Charme in Sukhothai en zij heeft een pootje toegestoken en belde even later terug dat onze bron morgen gaat gerepareerd zijn. We zullen dan maar even droog vanop ons reuzeterras naar de oneindige sterrenhemel boven ons kijken. Droog baden dus.
Héél veel meer foto's met uitleg - van deze voor mij onvergetelijk mooie dag - vinden jullie in mijn album :
Zaterdag, 31 januari 2009. Fern Rim Than Resort, Mae Hong Son.
14. Een hernia van geluk.
Gisterenavond was ik plots zo oneindig moe, nog steeds wat emotioneel van 't bezoek aan Mosha, dizzy van die honderden haarspeldbochten, zenuwachtig door ineens tussen zo'n hoop drukke toeristen beland te zijn, behoorlijk pissig dat die dure suite zijn thermaalbad kapot bleek te zijn (de reden waarom we nu net díe kamer geboekt hadden nota bene) en koppijnerig van het gezeik aan de receptie, dat ik 't ineens kotsbeu was en gewoon zonder eten in bed ben gestapt met een dikke slaappil. Af en toe moet er ook eens bijgeslapen worden, de toerist kan niet altijd gespannen staan.
s Morgens vroeg hoorde ik een gebroebel en gekletter onder onze paalwoning maar ik sliep lekker voort. Bleek dat de bron gerepareerd was en dat Paul om half vijf begonnen was met ons reuzebad op 't terras te laten vollopen. Toen ik wakker werd stond dat bad te dampen en had Paul verse thee gezet. Het ging op slag een stuk beter met me. Lekker in de zwavel zitten sudderen met zicht op... niks... aangezien alles nog in de mist zat. Heel mysterieus. We zaten daar echt allebei als 't orakel van Pai, want veel zinnigs komt er 's morgens vroeg uit master Danssews en haar begeleider niet uit. Wel grappig, in Sri Lanka wordt Paul altijd als the master bezien en behandeld en hier ben ik het aan wie al de vragen gesteld worden en op wiens naam (nou ja, op een paar verkeerde medeklinkers na toch) alles geregistreerd wordt.
A bath with a view. Tenminste als de damp en de mist opgetrokken zijn...
Optrekkende ochtendnevel gezien vanop ons zalige terras..
Op 't ontbijtterras zaten alle Thai warm ingeduffeld met truien, mutsen en sjaals. Het leken wel sherpa's! 't Was fris, maar toch nog zeker 12° of 15°. Het was zo mooi om de mist stilaan te zien optrekken boven de rivier en de weiden, zeker toen de zon vanachter de berg kwam en alles plots in kleur begon te baden. Een madam bracht haar koe vrolijk bellend naar de oever om aan de dagelijkse graaspartij te beginnen. Pastorale in winters Thailand.
Het ontbijt was verzorgd maar er lag enkel aardbeienconfituur tussen de boterkes, allemaal in van die kleine plastic potjes, dus vroeg Paul naar de klassieke appelsienenconfituur en kreeg totaal onverwacht, in vlekkeloos Engels het magische antwoord : "We only have two kinds of marmelade sir : strawberry and butter." Vorm en inhoud zijn hier niet altijd in evenwicht. Telkens mijn dag met zon onsterfelijk onlogisch zinnetje ingeleid wordt kan hij niet meer stuk.
Genieten van de eerste stralen zon.
Aangezien hier veel gidsen en chauffeurs van toeristen logeren die redelijk goed Engels spreken heb ik weer eens een poging gedaan om te weten te komen wat dat zalig gekke wezentje is dat ik sinds Bangkok rond mijn nek heb hangen. Het koperen dikbuikige beestje reikt met zijn voorpoot in de lucht naar iets... Als in Azië mensen iemand wenken dan doen ze dat anders dan wij. Europeanen maken een wuivend, grijpend, zijdelings handgebaar, Aziaten houden hun handpalm naar onder gericht en maken dan een wenkende, een soort van krabbende, beweging. Dit diertje blijkt dus naar het geluk te wenken om het naar zich toe te halen. Zijn naam is Noe Noei en de tekst op zijn rug blijkt te luiden : "Laat het geluk tot mij komen." Het blijkt een figuurtje uit het schaduwtheater van het zuiden van Thailand en niet zo heel bekend hier in t noorden, maar ik had in de loop van vorige week toch al opgemerkt dat vele Thai die het de laatste week rond mijn nek zagen bengelen beginnen te lachen en teken doen dat het iets heel positiefs is. Een gelukbrengende amulet dus. Thailand is echt het thuisland van magische prullaria, ze zouden aan elke steentje, elk beeldje een betekenis geven. Als t maar voorspoed of geld brengt. Gelukkig dat het Boeddhisme zo soepel is dat het al dat bijgeloof vrolijk tolereert. Hier mag gebeden worden voor alles en iedereen. Moest ik alle geluksbrengers die ik tijdens deze reis al verzameld had rond mijn nek hangen dan liep ik al rond met een hernia. Een hernia van geluk.
Mijn geliefde Noe Noei!
Heetwaterbronnen.
Op weg naar Pai ontdekten we een wegeltje dat leidde naar een heuse mini-canyon! Allemaal bergruggetjes van een halve meter breed waar ge over kon wandelen, als ge tenminste geen hoogtevrees had want aan beide kanten naast u was 't wel pal bergaf voor tientallen meters. Ge zag terwijl ge de zigzaggende paadjes volgde hoe die richels zich als de tentakels van een inktvis kronkelig steeds verder en verder door het landschap uitstrekten. Ik denk dat ge er uren mee zoet zou kunnen zijn door ze allemaal af te wandelen. Maar daar is natuurlijk geen tijd voor. We hebben voor dit noordelijk rondreisje maar drie nachten en vier dagen en dat is al veel meer dan de gemiddelde toerist er voor uittrekt.
In de verte een klooster...
Het dorpje Pai bleek een heel leuk nest te zijn, een soort kruising tussen een hippie-hangout en een trendy design nederzetting. De bergvolkeren komen hier hun groenten naar de markt brengen en hun naaiwerk aan de bezoekers verkopen. De hoofdstraat bestaat voornamelijk uit toeristenwinkeltjes die zich toespitsen op Thaise toeristen die het noorden van hun land werkelijk het einde vinden. Lekker koel! En cool! Ze kopen hier - heel sjieke en goed gefotografeerde - postkaarten en beginnen die dan te schrijven, te bewerken met een speciaal stempeltje en ze te posten in de speciale brievenbusjes van Pai. Al die acties moeten ondertussen door hun vriendjes gefotografeerd worden want iedereen zal geweten hebben dat ze in Pai geweest zijn. Ze poseren alsof ze filmsterren zijn en trekken vaak de meest dramatische snuiten. Heerlijk om zien.
Huisvlijt van de bergvolkeren die ze op straat mogen zitten verkopen. De regering stimuleert die mensen hun nijverheid met alle mogelijke middelen.
Hippe winkels in de hoofdstraat van Pai.
En als contrast tussen al het trendy-gedoe : een oud huis, eveneens in de hoofdstraat van Pai...
Deel 2 : Dansen tussen de lampenkappen en een broek als een valies.
Iets verder langs de baan kwamen we per héél gelukkig toeval terecht op een stammenfeestje! Wat er juist aan de hand was weet ik niet, het bleek een soort verjaardag te zijn. Iedereen danste hand in hand in een rondedans rond een tafel waarop allerlei cadeaus lagen in prullige plastic zakjes verpakt en heel slordig op een hoop gestapeld. Een eenzame muzikant gaf midden in de cirkel de danspasjes aan terwijl hij op een heel speciale fluit voor de, vrij eentonige, muziek zorgde.
De kadootjestafel.
Het waren duidelijk mensen van verschillende stammen want er zaten minstens vier verschillende klederdrachten tussen. Eén van de vrouwen kwam naar me toe, nam mijn hand en trok me mee in de cirkel. En daar gingen we weer... Ondertussen stond Paul te filmen, dus ik was weer de paljas van dienst. Gelukkig waren er geen andere blanken te zien. De danskes duurden héél lang. Het werd een eindeloos geschuifel, een soort muzikale processie van Echternach, maar ondertussen had ik wel de kans om hun schitterende kostuums met de vele kleurtjes en glittertjes goed te bekijken.
Mijn lieve danspartner.
En schuifelen maar...
Een bepaalde stam had fijn uitgewerkte zilveren ornamenten in de vorm van vissen en vlinders op zijn rug hangen. Andere mensen droegen brede hoofddeksels met heel lange, fijne bengelende franjes. Het leken wel dansende lampenkappen uit een Walt Disney-tekenfilm. De mensen van nog een andere stam hadden dan weer allemaal 't zelfde kostuum aan, maar met een driehoek op de borst genaaid, die bij iedereen uit een ander stuk stof in een andere kleur bestond. Dat was hun schamel stukje persoonlijke bijdrage aan hun uniform. Het naaiwerk was opvallend verzorgd afgewerkt en de kleding heel proper.
Toch wel echt een dans van lampekappen uit een Disney-film?
Bij sommigen stammen droegen de mannen gigantisch wijde broeken waarvan het kruis maar 20cm van de grond hing, de stof is bestikt met heel mooi uitgewerkte cirkels. Magnifiek en volgens mij ook een heel gerieflijk kledingstuk, hoewel ik er dan wel een stuk of 20 zakken in zou maken aangezien ge toch plaats genoeg hebt. Geef mij zo'n broek en ik heb geen valies meer nodig.
Terwijl er steeds nieuwe stammen aankwamen werd er vrolijk (nou ja, vrolijk... uitbundig kunt ge ze zeker niet noemen als ze nog nuchter zijn) verder gerondedanst terwijl de meeste mannen toekeken vanop plastic stoelen onder plastic zeilen genietend van grote flessen bier en Fanta. Achteraan waren dames groenten aan 't schoonmaken, kippen aan 't plukken en dat alles in reuze potten aan 't koken en op vuurtjes aan 't roosteren. Een kip bakken is trouwens heel gemakkelijk want ge gebruikt de poten als handvat om ze te draaien. Kinderen werden ondertussen aan de borst gelegd, er werd gelachen en bijgepraat, en vooral veel getelefoneerd... In al die schitterende kostuums zit tegenwoordig altijd wel ergens een zakje voor een gsm ingenaaid.
De keukenbrigade in actie :
De groentenschoonmaaksters...
De kippenpluksters...
De plongeurs...
De... euh,... smosserkes?...
De chef, de demi-chef en de sous-chefs.
En ondertussen schuifelt iedereen vrolijk verder...
... en verder... en verder... met steeds meer volk maar op 't zelfde muziekske...
... van 't gitaarke met vier snaren.
Om van in slaap te vallen...
Of uit verveling een stuk in uw voeten te drinken... De heren der schepping zitten uiteindelijk al uren te wachten op hun diner...
Deel 3 : Authentieke gsm-ende bergstam-pubers met "shredded pork"-kapsels.
Enkele kilometers verder kwamen we in een vreemde nederzetting terecht. Een kruising tussen een Chinees vluchtelingenkamp en een toeristisch Chinatown-openluchtshoppingcenter. In de kleine rode hobbithol-achtige winkeltjes werden allerlei Chinese zaken verkocht: theepotten, allerhande soorten amuletten en geluksbrengers, kruiden, snoep en veel gedroogde vruchten (of drollekes?). Ik heb me de bakua gekocht die ik altijd al wou hebben. Zo'n spiegeltje om de slechte geesten af te wenden met de tekens van de I Tsjing op.
Een van de schattige winkeltjes...
... met allerlei onbekend lekkers.
De Aziatische toeristen kochten er vanalles, poseerden voor elk winkeltje maar vooral voor het grote gouden Chinese opschrift op een rots in 't midden van dit gekke gedoe. Niets zo leuk als Aziaten zien poseren. De snuiten die ze trekken zijn onbeschrijfelijk en die pose duurt, heel efficiënt, ook maar net zo lang als nodig is om af te drukken. Maar niet alleen de pathetische bekken die ze trekken zijn hilarisch, ook de houdingen van armen en handen. Bij die mensen is zin voor drama echt ingebakken. De jeugd speelt duidelijk videoclipfiguren na en poseert bij voorkeur met twee gespreide vingers in V-vorm. Waar is de tijd dat wij met een vredesteken op de foto gingen staan?... Maar de allerleukste vorm van poseren is ook de moeilijkste. Ze springen dan in groep omhoog en dan moet de fotograaf op 't juiste moment, als ze zo hoog mogelijk in de lucht hangen, afdrukken. Prachtig om zien! Inspirerend gewoon.
En maar poseren...
Wazige Chinese madammen verkochten er t-shirts met wazige teksten over wazigmakende rookproducten. "Flying Elaffant smokings", "Fly Pai stuff" en zaken van dat allooi... We zitten hier natuurlijk wel dicht bij de gouden driehoek waar de papavers bloeien als waren het meiklokjes. Toch wel vreemd als je er bij stilstaat dat de Thaise overheid bekend staat om zijn uiterst streng drugsbeleid. Of geldt dat misschien alleen voor toeristen?...
De Engelse taal heeft evenveel geheimen voor de Thai als hun taal voor ons...
Zoals steeds had ik in dat dorpje wat mondvoorraad op de kop weten te tikken. De gedroogde "dingetjes" die ik in zo'n mini-winkeltje gekocht had bleken een soort bessen want er zat een pit in, ze smaken naar hibiscus en ge kunt er lekker lang op kauwen. Er waren ook openluchtrestaurants waar al de Chinezen aan grote tafels zaten te eten. Het zag er niet slecht uit, maar ik heb me bij mijn bessen gehouden en Paul bij de onmisbare sesamkoekskes uit de oneindige voorraad in onze auto. Na Viëtnam zullen ze ons niet meer hebben liggen, dat we uitgehongerd van de ene groene tros bananen naar de volgende moeten laveren, sinds die reis ligt er altijd een voorraad gedroogd lekkers voor de hongerwinter in een apart zakske op de grond achter onze autozetels rond te rollen. Tussen de liters drinken natuurlijk. En de stenen die ik opgeraapt heb. En de kapotte broeken die nog nuttig zouden kunnen zijn als vod. En de sandalen die te nat waren om in de reiszak in te pakken. En de afval die we in een open zak proberen te verzamelen tot we een vuilbak zien... Kunt ge u voorstellen hoe zo'n verzameling autobodemtoestanden er uitziet na een weg van meer dan 700 haarspeldbochten?...
Een van de laatste frisse zonnebloemvelden.
Zonnebloemeke bij de zonnebloemen.
De mooie habitat van de bergstammen.
Een paar kilometer verder bezochten we een waterval waar het in 't weekend heel druk was. De locals kwamen er baden en eten. Op een open plek was een parking (allemaal sjieke pick-up trucks natuurlijk) en daarnaast was een wildgroei van open keukenkramen. De lage eettafels stonden op kleine zwevende plateaus die tussen de bomen bevestigd waren. Elke familie at op zijn eigen eilandje een combinatie van zelf meegebrachte spullen en aan de grill gekochte gerechtjes. Grappig zicht wel, bomen vol etende mensen.
Moderne meisjes, met make-up en gsm's, maar toch in de klederdracht van hun stam.
Een oudere zus klautert met haar broertjes naar de waterval voor een zwempartij. Met baby op de rug. En vanzelfsprekend de gsm aan haar oor.
We sukkelden door het struikgewas naar de waterval waar nog heel veel picknickers op de rotsen zaten, sommigen in hun stamkostuum, anderen gewoon westers gekleed. Maar toch waren sommige van die tieners, die op 't eerste zicht zo traditioneel gekleed waren, diep in hun ziel een beetje punk. Ze hadden ros gekleurde haren, opvallende make-up, kortom, ze probeerden zelfs in hun kostuums toch een persoonlijke toets te leggen. Het is een plezant zicht, zo'n dwarse stampuber die eigenlijk een beetje gothic zou willen zijn, althans toch binnen bepaalde grenzen. En iedereen ons maar weer uitnodigen om mee te eten. Maar ik heb weerstaan.
Bij deze uitnodiging om mee te eten hadden we toch onze twijfels...
Een veel voorkomend nieuw kapsel in Thailand is wat wij het "shredded pork kapsel"- noemen omdat het zo erg lijkt op het uitgevezeld rossig-gele barbe-à-papa varkensvlees dat ze hier tussen sandwiches leggen. Hun schitterende lange zwarte haren worden opgeknipt, diverse malen gepermanent zodat ze pluchig worden en naar alle kanten blijven staan, vervolgens ook nog gebleekt en al die mishandelingen resulteren in een warrig bolletje van ongelukkig rossig-oranje kleur. Zowel jonge mensen als iets ouderen dragen het, hoewel die laatsten er al eens iets purperachtigs durven doormengen. Dit is onder andere één van de redenen waarom pruikenharen en haarverlengingen zo duur worden. De Aziaten vangen tegenwoordig vanalles aan met hun prachtige haar zodat het niet meer bruikbaar is in de pruikenindustrie.
In 't water speelden een paar naakte jongetjes als wildemannen in de waterval. Ze lieten zich op de gladde rotsen vallen zoals onze kinderen op glijbanen spelen en roetsjten spetterend naar beneden. Het zag er heel plezant uit maar t bleef voor mij een raadsel dat ze niet vol blauwe plekken stonden. Hun oudere zus, in stamkostuum, moest duidelijk een oogje in 't zeil houden, maar hoe boos ze zich ook maakte, haar broertjes hadden veel te veel lol om zich iets van hun aangeklede zus aan te trekken. Ze kon hen toch niet bereiken daar lekker onderin hun waterpoeltjes.
Als we meer tijd zouden hebben, hadden we hier ook wel een verfrissend bad genomen, maar in plaats daarvan klauterden we terug naar boven en zetten onze weg verder. Door de heuvels en de dalen vol groentenvelden en vooral langs heel veel bochten. Bovenop een berg stopten we aan een uitkijkpunt waar maïskolven en aardappels geroosterd werden. Ik kocht me ogenblikkelijk een portie van die laatste, en mijn geluk kon niet op toen ik beet en proefde dat het zoete aardappels waren. Alweer een van mijn geliefde - en o zo voedzame - lekkernijen. Ik had weeral eten voor een hele namiddag.
Nog een berg verder (we zijn hier regelmatig boven de 2000 meter hoog) was er alweer een stammenfeestje aan de gang. De dag was ondertussen al verder gevorderd en de drankvoorraad duidelijk geslonken. De rondedans die we hier voor onze ogen zagen afspelen was al van een veel slordiger en rommeliger allooi dan die vorige. Er werd al flink gestruikeld, de belletjes op hun kleding rinkelden en tinkelden al een pak onregelmatiger, de snaarinstrumenten klonken vals, en de blaasinstrumentspeler keek ook niet meer zo nauw, de serieuze gezichten waren vervangen door wazige blikken, er werden zo te zien veel vettige moppen verteld (waarschijnlijk over ons) en hartelijk gelachen. En vanzelfsprekend werden we uitgenodigd om mee te feesten maar deze bende was nu toch een beetje teveel boven zijn theewater om op die uitnodiging in te gaan.
Naargelang de drank vloeit worden de schuifelpasjes iets slordiger. Maar het blijft wel de "processie van Echternach".
En ik die bang was geweest om geen mensen in lokale klederdracht meer te zien. Ik dacht echt dat we die in de jungle gingen moeten gaan zoeken om ze dan niet te kunnen vinden. Ze lopen hier begot gewoon in kuddes los en dansen naast de baan! Maar ik denk wel dat het vandaag een feestdag is want voor een normaal 's zondags uitje lijkt iedereen me te veel opgetut en is de kleding te gesoigneerd. Jammer dat geen mens Engels spreekt - ze spreken trouwens niet eens Thai - want het zijn heel vriendelijke mensen en ik zou er graag meer over weten.
Genieten van de zon kan overal. Zelfs in een afvalbak.
Bergdorpje.
Onze volgende stop was aan het Nationaal Park waar zich de Fish Cave bevond. Een mooi park met een rivier die propvol karpers zit. De bedoeling is om naar een diepe grot in de berg te wandelen en de karpers die ge daar beneden ziet zwemmen te voeren met stukken papaya. Dat levert de gelovige veel "merit" op en de karpers verdorie een flinke cholesterol. Gesteld dat het niet waar zou zijn dat al dat vissen voeren hun karma terug wat op de rechte baan helpt, het vissenetenverkoopstertje en de karpers kunnen er maar goed mee varen. Ik ben al heel blij dat de ceremonie zich hier enkel tot vissen voeren beperkte en niet tot vissen bevrijden uit plastic zakskes.
De volgevreten karpers. Karma kan lekker zijn.
Het altaar in Fish Cave. De heilige heeft een dekentje met tijgerprint rond zijn schouders gedrapeerd. Ja, in een grot kan 't koud worden. Zeker 20°... Boven nul, welteverstaan.
De tijd van 't normaal poseren is definitief voorbij! Ik doe 't nu op zijn Japans! Véél leuker!
In Mae Hong Son aangekomen gingen we ijs en drank kopen in de 7/Eleven en daar kwamen we de Nederlanders weer tegen. Ze maakten ons flink bang voor het Fern-hotel waar we naar op weg waren. Zij hadden het bezocht en afgekeurd omdat ze het zo donker gevonden hadden, het publiek piepjong, en er veel teveel honden rond liepen... Ze hadden iets veel sjieker en betaalbaarder ontdekt, het Golden Pai Hotel. Een ding dat onze Trees niet eens kende. We zijn er dan toch maar eens naartoe gereden maar het stond ons helemaal niet aan. Zo doods, geen uitzicht, en droevige, donkere kamers. Aangezien nóg veel donkerder toch al niet kon besloten we maar naar onze eerste keuze, dat Fern Resort te rijden. En dat bleek een heel goeie beslissing te zijn.
Het ligt in een nauwe vallei hoog tussen enkele bergtoppen, midden in de natuur. Bossen en rijstveldjes. De hutjes staan in 't bos verspreid en daar doorheen kronkelen heel smalle beekjes. Hier en daar staat een bamboeklepper in 't water en als die volloopt en zich leegkiepert gaat het "klok". In de stilte van 't bos klinkt dat als "KLOK!!!" En er staan hier zo wel een paar kabouters Klok... maar voor de rest is de plek de rust zelve. Het hotel is eco, dus eenvoudig, geen ijskasten of tv's, één handdoek per persoon, maar wel een zwembadje. Het personeel bestaat uit mensen van de Shan en Karen-bergstammen die met vallen en opstaan, maar met veel liefde en plezier, hier hun kost verdienen en hun gasten verwennen. Wat hier ook erg opvalt is dat ze aandacht besteden aan hun honden. Op bordjes staat dat we respect moeten hebben voor hun geliefde viervoeters omdat ze voor ons waken en gids spelen op de natuurwandelingen. Geestig! Als ge het uitgestippeld nature trail volgt gaat er een hond mee om u op 't goede pad te houden! Dat is pas origineel gevonden!
De kamer mag dan niet bepaald luxueus zijn, maar ze heeft alles wat we nodig hebben (behalve gsm-ontvangst door die hoge bergwanden), de omgeving is prachtig, de tuin is verlicht met kerstlampjes wat het zicht helemaal onaards maakt. En toen moest het eten nog komen! Dat was om helemaal lyrisch van te worden, toen ging de hemel pas écht open! Knapperige groenten-tempura en gefrituurde pompoen, in reusachtige hoeveelheden... Gevolgd door zalige curry's, die we gelukkig konden delen met vier honden. De oudste is 12 jaar en ziet eruit als een husky-achtige, heel vreemd om zo'n dier op deze plek te zien, ik denk dat hij vooral 's nachts gelukkig is als 't afkoelt. Hij heeft de zachtste pels die ik ooit bij een hond gevoeld heb, nog zachter dan die van een poes!
Na het diner spraken we Toni, de receptionist, aan om nog eens te vragen juist uit te leggen hoe we morgen naar de Karen langnek-dorpjes moeten rijden. Vol goede wil, maar met zijn kop al in de alcoholische nevelen, begon hij eraan,... maar hij kon er ook niet meer mee stoppen. Na twintig minuten was hij nog altijd met evenveel enthousiasme dezelfde route aan t uitleggen en wij ondertussen maar knikkebollen van de slaap en toch hartstochtelijk beleefd proberen blijven. Als we de girafvrouwen na deze uitleg nóg niet vinden dan zijn we echt wel uilen. Gelukkige uilen.
Het is hier zo'n rustige plek, er zijn hooguit nog een tiental andere gasten, en iedereen kruipt hier alweer lekker vroeg in zijn hutje. Dus ook voor ons tijd om de - stilaan sterkverdunde, haast homeopatische - slaapsokken aan te trekken en ons in slaap te laten kloppen door kabouter Klak, Klek en Klok.
01-02-2009
15. De Giraffennek- en de Apenarmvrouwen.
Zondag, 1 februari 2009. Fern Rim Than Resort, Mae Hong Son.
15. De Giraffennek- en de Apenarmvrouwen.
Het avondmaal omringd door de honden.
En een paar uur later... een origineel ontbijtje!
Tijdens een rijkelijk en hoogst origineel ontbijt waren we alweer omringd door dikke bundeltjes sherpa waaronder zich telkens een warmbloedige aziaat zou bevinden. Om die te ontdekken moesten er dan eerst wel enkele lagen kleding afgepeld worden. Maar lang duurt dat hier niet, in vier of vijf uur tijd evolueert de temperatuur van 12° naar 37°. Ik start de dag met sokken, een lange broek, een t-shirt, een sweater, een jeanshemd en een poncho en een uur later heb ik enkel nog een rok en topje aan. Weer iets later loop ik rond in een doorweekte rok en topje. Best plezant klimaat voor Belgen : zomer en winter op 1 dag en dan nog perfect voorspelbaar ook.
Het zwembad in het park-bos van het Fern Hotel.
Vandaag gingen we de langnekvrouwen zoeken, het bleek helemaal niet zo moeilijk. De lieve kerel van ons eco-resort (dat gerund wordt door mensen uit de bergstammen) had ons gisteren tijdens 't diner een schitterende uitleg gegeven. "After bridge you take left. Second road left." "OK, bridge and second left." "Nononono! First bridge than street and than second road left." "Yes second road." "No. First pass bridge and then one road, that is not the good one. The right one is the second one." En zo bleef dat maar doorgaan, die second road leek wel zijn mantra. Na 't eten kwam hij alweer aangelopen, met ondertussen duidelijk nog een biertje extra achter zijn kiezen : "I forgot to tell you! You cross bridge and then you take the second road, not the first on the left." "Yes, we know, the second road on the left." "No! The first road is not the good one, first you pass the bridge and than you count, the first road, the second road,.. The second road you must take." Wij durfden al niet meer knikken om aan te geven dat we 't begrepen hadden uit vrees dat hij nóg een keer zou beginnen.
's Morgens bleek de uitleg dan ook nog volslagen overbodig want ge kunt de naam van 't dorp gewoon in onze Trees intikken. Met modern comfort op zoek naar een eeuwenoude stam... Ik had voor die mensen nieuwe tandenborstels meegebracht, zoals ik vroeger naar de afgelegen dorpjes van Sri Lanka deed, maar die heb ik maar al terug beschaamd weggestopt. Elk lid van de Chan, de Karen, de Padaung, de Hmong, of hoe die stammen nog allemaal mogen heten, loopt hier met een gsm aan zijn oor geplakt, dus die mensen zijn mijn missioneringswerk met den tandenborstel al héél lang voorbij. Ik zal ze wel gebruiken om al de rode en groene curry-smosvlekskes uit Paul zijn t-shirts te schrobben.
Het was een plezante weg, we moesten wel door een 10-tal fordjes rijden. Leuk, spetterdespetter met onze auto door de rivieren. Eindelijk was die 4X4 (pro forma, want 't water was nog geen 15cm diep) dan toch eens nuttig, alleen almaar omdat hij zo hoog op zijn pootjes staat.
In Ban Huai Deau, het bewuste Karen-dorp, stond er midden in de hoofdstraat een tafeltje met daarop een verfomfaaid papier in 't Engels dat uitlegde dat er eerst 250 baht moest betaald worden alvorens het wandelpaadje naar de nederzetting van de longnecks in te mogen slagen. De bedoeling is die mensen wat centen te verschaffen aangezien het eigenlijk Birmese vluchtelingen zijn en ze geen officiëel inkomen hebben. Het geeft natuurlijk een vreemd gevoel om inkom te moeten betalen voor een dorp maar mijn hart gaat nu eenmaal naar Birmezen uit dus kan ik er best begrip voor opbrengen. Sommige rugzaktoeristen die ook rond dat papier stonden te drentelen konden dat niet. Voor hun is 't vanzelfsprekend een dagbudget dat ze kwijtraken. Ze kozen er dan ook voor om hun weg verder te zetten zonder de longnecks te gaan bekijken. Begrijpelijk, ik ben ook ooit rugzaktoerist geweest en dan moet ge inderdaad goed op de kleintjes letten.
Ik heb deze reis toch al zo dikwijls aan mijn geliefd Birma moeten denken. Wat een schrijnend verschil van leven dat de Birmezen moeten leiden in vergelijking met de Thai. Dít land heeft haast alles : rijkdom, eten, vrijheid, een redelijk politiek klimaat, en hiernaast in Birma wonen mensen in dezelfde prachtige natuur die hun evenveel zou kunnen opbrengen maar daar zijn ze arm, doodsbang voor de terreur van de overheid, lijden ze honger, moeten ze dwangarbeid verrichten, zelfs vluchten voor de militaire junta, zit Aung San Suy Chi nog altijd met huisarrest, durven ze niet met mekaar praten uit angst voor verraad, ligt de natuur vol landmijnen... Gelukkig is er sinds kort een nieuwe Thaise Eerste Minister, die eindelijk hardop durft zeggen dat er in Birma toch wel iets zou moeten veranderen. Logisch want Thailand krijgt de meeste van de Birmese vluchtelingen over zich heen en moet daardoor zijn grens grondig bewaken. Een dure affaire want het is een lange grens.
Als ge betaald hebt en het paadje naar het dorp inslaat loopt ge een honderdtal meter door een enge tunnel van kraampjes met handwerk van de Karen. Er liggen best mooie zaken tussen maar op deze manier aankomen zorgt er wel helemaal voor dat ge u in een toeristisch soort "Bokrijk met mensen" voelt binnenstappen. Maar het wordt nog erger.
Achter een bruggetje begint het echte dorp van houten paalwoningen... en voor elk huis staan tafels met handicrafts met daarachter inderdaad een langnek die aan 't weven, aan 't spinnen of aan 't naaien is. Telkens ge een stap verzet naar het volgende huis vliegt de vrouw recht, strikes the pose, wacht als een standbeeld tot de obligate foto gemaakt is en vraagt als dank iets van haar stalletje te kopen... Oeverloos onnatuurlijk.
Ze zijn inderdaad netjes uitgedost in hun stamkostuum maar probeer maar een foto te maken als er op de voor- en achtergrond altijd toeristische paraphernalia in beeld komen. Och, ze zijn zo vriendelijk dat ge best zou kunnen vragen om een beetje opzij te gaan staan om een betere foto te nemen met een neutralere achtergrond, maar het hoeft opeens niet meer voor mij. Het is allemaal een beetje te gemaakt, te geforceerd, te commerciëel. Ik begin me zelfs vragen te stellen over die ringen rond die nekken. Ja, ze zijn echt, het is een lange metalen spiraal die rond de nek gewonden zit, maar er is nog veel plaats, ze kunnen hun hals goed bewegen, het is ook niet zozeer de nek die opgerekt wordt als wel de schouders die naar beneden geduwd worden door het loodzware metaal. Maar het zit dus helemaal niet strak rond de hals, en om het toch wat comfortabeler te maken hangen ze een soort stoffen slabbetje tussen metaal en huid, wat het geheel nu niet bepaald esthetischer maakt
Eén van de meisjes is een zangeres en heeft zelfs enkele cds op haar naam staan, ze heeft dan ook een liedje gezongen. Paul heeft natuurlijk het kind al haar plaatjes gekocht om haar te steunen. De titels staan er in een erbarmelijk soort Engels op en elk liedje gaat over het droeve lot vluchteling te zijn. De zangeres woont al meer dan 10 jaar hier in dit dorpje in Thailand. Overbodig te zeggen dat de drie andere Karen-dorpen hier in de buurt (die een felle concurentie voeren om de toeristen naar hun eigen nederzetting te lokken) nu ook allemaal een madam met een lange nek hebben leren zingen zodat ze mekaars klandizie kunnen afpakken. Elk dorp zijn eigen langnekzangeres Mekaar vliegen afvangen... Een klassiek Thais gebruik blijkbaar, zie maar naar wat Soraida van het olifantenhospitaal met haar buren meemaakt.
De zangeres en Paul.
De Karen hebben ook speciale nepringen ontworpen (die achteraan open zijn en met een lint kunnen dichtgebonden worden) die ze dan pardoes rond de nek van de argeloze toerist ploffen om zo een foto te laten nemen. Dat is mij dus ook overkomen. Dán voelt ge u pas helemaal onnozel... Ondertussen draperen ze dan ook nog razendsnel wat bloemen over uw hoofd, gaan snel naast u op de bank zitten en de foto wordt genomen Ge voelt u op dat moment een bleke opgebonden struik in vroegtijdige lentebloei! Hilarisch! Enfin, ik laat het allemaal maar gebeuren, dan kan er toch eens gelachen worden.
Oh nééééé....
Oh jawèèèèèl...
Buiten ons twee waren er nog enkele Aziatische toeristen, meer volk liep er niet rond.. Ik voelde me dus wel verplicht om van elke vrouw die ik gefotografeerde iets te kopen, bij voorkeur een armbandje, dus op de duur rammelde ik zelf als een stamhoofd. Nog een uurke langer met dat gewicht rond mijn polsen en ik kan hier een nieuwe stam beginnen : de Laathi's, de Apenarmvrouwen.
Deel 2 : Achter de façades.
Ge kunt wel met die mensen praten - velen spreken zelfs beter Engels dan de Thai - maar ze dreunen lesjes op, ze hebben hun trieste vluchtelingenervaringen al te vaak verteld, het is amper nog hun eigen verhaal. Het wordt pas boeiend als ge weg komt van de tafels vol souvenirs en ge achter de façades kunt gaan kijken. Zowel van de mensen als van de huizen.
Spinnen, weven, handtasjes en kleding ontwerpen... Deze mensen maken erg mooie zaken.
Af en toe viel er een huiselijk tafereeltje te bespeuren...
Het comfort van een lekker grote badhanddoek op uw hoofd. In 38°.
Main Street.
Toen we achter de huizen door begonnen te lopen kregen we toch iets te zien van hun echte manier van leven. Houten huizen op palen, met posters van popsterren tegen de wanden van de kamer geplakt, en kalenders natuurlijk, véél kalenders, de kleding (veelal Westerse) over rekken gedrapeerd onder de huizen of onder afdakjes, plastic kinderspeelgoed. Sommige woningen waren echte rommelhopen, andere hadden prachtig opgeblonken teaken vloeren. Zoals altijd waren meubelen zeer schaars. Enkel de plastic tuinstoel lijkt in Azië een succes te zijn. Voor de rest zit iedereen 't liefst op de grond of op de plankenvloer. Tussen de huizen, naar pijnlijk goede gewoonte, hopen afval. Omringd door kippen en katten wandelden we de heuvel op en vonden daar waarachtig een houten kerkje! Ze hadden godbetert geprobeerd de Karen te bekeren!! De Karen hadden er zich echter gene choco van aangetrokken. De tekst boven het altaar was ronduit eng, nochtans was hij door een Engelse missionaris geschreven : "Hide me within Thy wounds". Stel u voor! Voor een mens met een beetje fantasie is zoiets toch gruwelijk! Gelukkig dat niemand dat hier zal kunnen lezen, laat staan begrijpen...
Het houten kerkje.
Een gezellig intiem babbelmoment : mekaar knus ontluizen. Je kan ook mooi zijn zónder halsringen. Dan draag je toch gewoon oorringen! Zolang 't allemaal maar groot is. "Less is more" is nog niet tot hier doorgedrongen.
Hier zie je goed het kleurige lapje, tussen hals en ringen geklemd, dat de huid tegen irritatie moet beschermen.
Eén van de grappigste foto's is misschien nog die van een fel opgemaakt klein longneck-madammeke dat rondloopt in een veel te groot t-shirt van de hardrockgroep Slipknot. Hilarisch en droef tegelijk. Ge weet niet of ge moet beginnen schateren of tranen met tuiten huilen.
Als folkloristische klederdracht kan dit tellen... Probeer hier maar eens poëtische foto's te nemen...
Ook deze mensen worden door eindeloos doormalende administratieve molens gedraaid... Officiële papieren invullen in een taal die ge niet begrijpt... het wordt er niet simpeler op...
Toen we terug via de tunnel van kraampjes naar onze auto liepen kwamen we de Westerse rugzakkers weer tegen. Ze vroegen ons of het de moeite waard geweest was wat we gezien hadden, en of het moreel verantwoord was, en of het zin had - die voor hen wel echt dure - inkom van 250 baht te betalen. Wat moet ge daar nu op antwoorden?...
Tja wat is nu 't beste? De longnecks betalen om hen te mogen zien en te fotograferen en hun zo een inkomen te verschaffen? Of hen weigeren geld te geven in de hoop dat ze stoppen met die ringen rond hun nekken te doen? Het is uiteindelijk een manier om aan de kost te komen als een andere en 't moet gezegd, het brengt goed op. Ze kunnen ook ten allentijde de ringen rond hun nek verwijderen en zonder door het leven gaan. We hebben verschillende vrouwen gezien die ze niet meer droegen en toch gewoon deel uitmaakten van de maatschappij. Ik denk niet dat het prettig is dat oprecht zware gewicht rond je nek te dragen (hier moet serieus wat hoofdpijn geleden worden) maar aan de andere kant is het voor veel van die vrouwen ook een schoonheidsideaal. (Trouwens hoe prettig en comfortabel moet het zijn om een superboezem te laten inplanteren? Toch ook een gewichtige aangelegenheid voor rug en schouders zou ik zo denken?) Die halsringen zíjn ook elegant én... het is die mensen hun traditie. Ik ben al lang blij dat ze tenminste de keuze hebben om de hals- en knieringen of de oorringen over de haag te zwieren als ze dat willen. Deze longnecks leven tenminste nog in familieverband én in hun natuurlijke omgeving, terwijl de ontelbare Birmezen die overal in Thaise steden als poetslui of als prostituées werken er dikwijls helemaal alleen voor staan want ze spreken geen Thais... Dat vind ik een veel gruwelijker lot dan hier die paar uur per dag in een folkloristisch outfitje uw knutselwerkjes in een kraampje voor uw deur trachten te verkopen aan toeristen, en zo snel die weer weg zijn u terug onder te dompelen in uw familieleven. In een comfortabel westers t-shirtje.
Dame die er voor gekozen had zonder de halsringen verder door het leven te gaan.
Deel 3 : Zelfzekerheid, doortastendheid, overredingskracht : de korste weg om uw doel niet te bereiken.
Naast onze auto had een vrouw een vuurtje opgesteld waarop ze zoete aardappels roosterde. Dus ik had weeral een verrukkelijke - en spijtig genoeg héél voedzame - lunch. Aangezien we toch een beetje teleurgesteld waren door het toeristische gedoe tussen de langrnekken dachten we erover om ons dan maar eens écht grondig te laten plukken. Per ongeluk in een 'tourist trap" verzeilen is niet plezant maar als ge 't in uw volle bewustzijn doet kan het héél leuk worden. En wij waren na vanmorgen écht wel in voor een goeie toeristenval en een goeie schaterpartij.
Er was hier een heel stuk verder nog een langnekdorp dat zogezegd alleen te bereiken was met een bootje. Misschien zou het er daar nog iets authentieker aan toe gaan? Alleszins dat koel boottochtje op een rivier in de jungle stond ons heel erg aan, en de eventuele nep-Karen zouden we er wel als bonus bijnemen. We moesten er alleen voor zorgen dat we een bootsman vonden die ons begreep en ons zéker niet terug zou brengen naar het dorp dat we al gezien hadden, Ban Huai Deau. We moesten hem dus aan 't verstand brengen dat we naar de Karen van Ban Nam Piang Din wilden, een dorpje dichterbij de Birmese grens. Blijkbaar een al wat gevaarlijker gebied want als ge dáár nog voorbij wilt moet ge u eerst bij de politiepost laten registreren. Iets verder ligt ook nog een kamp van wel 20.000 gevluchte Birmanen van bergstammen. Er wordt in deze buurt nogal veel geschermutseld, vandaar die strengere controles.
Wij vonden een rivier, we vonden zelfs een longtailboot en we vonden een hoop mannen die geen woord Engels spraken. Dat laatste maakte het iets minder interessant, maar aangezien we nu al twee van de drie ingrediënten hadden, een rivier én een boot, wilden we dat toch niet kwijtraken door verder op zoek te gaan naar iemand die ons zou verstaan.
De bootjes liggen vast aan stokken met lijnen. Je vist hier je boot!
Dus begonnen we die mannen met de kaart in de hand uit te leggen dat we in géén geval naar Ban Huai Deau wilden, want dat we die Karen al gezien hadden, maar dat we nu naar Ban Nam Piang Din moesten. Met nadruk : aan de Birmese grens. Aangezien Tony van 't hotel ons toch ook een keer of 30 de weg had uitgelegd wou ik deze beproefde methode hier ook toepassen. Ik slaagde er in van op een minuut of vijf toch een keer of 50 het woord 'Nam Piang Din' te gebruiken, al wijzend op mijn kaart, en Paul speelde mijn trouwe echo, dus er kon geen misverstand zijn, ze zouden het nu zeker niet meer aandurven ons naar het verkeerde dorp te brengen om zo een stiekem een besparingske van benzine te doen. Ze wisten nu dat we onze zaakjes hier kenden en dat wij beslist geen normaal toeristisch vee waren waar ze mee konden doen wat ze wilden. Oh néé, wij zouden ons niet laten vangen. Wij waren voorbereid, wij. Wij gingen naar Nam Piang Din, naar de Birmese grens, naar de échte longnecks!
De man keek ons diep in de ogen en herhaalde "Nam Piang Din" als een mantra, alsof hij tegen een stelletje gekken sprak die hij beslist niet woest wilde maken. Hij sprak ons geruststellend toe maar toch bleef voorzichtig op vragende toon de dorpsnaam herhalen en herhalen. Wij bleven ja-knikken en herhalen. Zelfverzekerd en doortastend.
Vol overtuiging dat we dit perfect aangepakt hadden betaalden we de prijs voor de boot en natuurlijk de inkom voor het dorp, stapten in de longtail, de bootsman gooide nog snel een meeneemmaaltijd voor zichzelf in een plastic zakje, zette zich achter ons aan de motor, de "zandbanken-uitkijker" drapeerde zich 5 meter voor ons op het uiterste puntje van de boeg, en weg waren wij. Naar Nam Piang Din. Zo fier als gieters dat we dat toch maar weer in orde gekregen hadden.
Het werd puur genieten Die machtige rivier slingerend tussen een indrukwekkende natuur En een boot helemaal voor ons alleen. Na enkele stroomversnellingen kwamen we aan werkzaamheden aan de rivier en was het wat sukkelen om verder te geraken, plots keerden we terug, ik grapte nog tegen Paul dat het hier een 'enkelrichtingsrivier' was en dat we terug moesten omdat we aan 't spookvaren waren, maar er bleek iets anders aan de hand. De rivierarbeiders hadden daar ook een boot liggen en onze schipper ging van hen een half jerrycanneke diesel kopen. We hadden dus blijkbaar te weinig brandstof bij om ter bestemming te geraken? Toch raar want die schipper moet toch wel gewoon zijn om toeristen naar de langnekken van Nam Piang Din te brengen? Die moet daar toch op voorzien zijn zoudt ge zeggen? We maakten ons verder geen zorgen, zaten prinsheerlijk op ons houten latje achteraan in de longtail en genoten van de prachtige jungle met zijn vogeltjes en... ineens op de oever... een heuse jonge olifant die daar lag te slapen! Ik probeerde onze schipper wijs te maken dat zoiets voor ons iets heel speciaals was en of hij even wou stoppen en omkeren voor een foto maar daar begreep hij niets van. Hij leek ook heel gehaast, alsof er echt geen tijd te verliezen was. Kortom, die olifantenfoto werd maar niks.
Voor de heel goede kijkers : een olifantenkontje.
Onderweg zagen we nog bootstations - de meer toeristische - dus onze man was zo slim zijn bootjes meer stroomopwaarts te leggen om de solitaire reizigers te onderscheppen. Best leuk want op die manier hadden wij onbewust de langste boottocht genomen. En hij duurde ook écht lang. Veel langer dan in de reisgidsen beschreven stond zelfs...
We waren al een leuke nederzetting van duidelijk inheemse mensen gepasseerd die mooi op een heuvel lag en dat zag er best ook eens de moeite uit om te bezoeken, maar niet nú want nú gingen we dus naar de langnekken van Nam Piang Din.
Geef toe : toch best de moeite om ook ooit eens naartoe te gaan...
En de boot hij vaarde en vaarde, verder en verder. Ja, 't moet gezegd we kregen echt waar voor ons geld. Uiteindelijk legden we aan tegen een heel hoge oever, wij klauterden de rand op, de schipper volgde ons met zijn zakske met zijn gekookte rijst, wij kwamen boven en wij zagen niets. Enkel een bord met "Nam Piang Din Police Post" en enkele kraampjes met fruit. Geen mens sprak ons aan, wij liepen wat doelloos naar een pad in de jungle te zoeken, vonden niets, liepen dan maar terug naar de oever waar onze schipper lekker in zijn zak met gekookte rijst zat te dabben, en vroegen hem heel verbaasd : "Longneck sir? Where longneck?" Even verbaasd antwoordde hij : "No longneck. This Nam Piang Din!" "Yes. Very good. Now longneck." "Longneck no here!!" "Hoe??? Longneck no here?!! Longneck where???"
Om dit oeverloze gesprek dat nog wel een tijdje doorging even in te korten : als we iets nauwkeuriger op de landkaart hadden gekeken dan hadden we gemerkt dat het longneckdorp ettelijke kilometers bóven het vermaledijde gat Nam Piang Din lag, en dat we hier echt níks te zoeken hadden omdat dit enkel het beruchte police check point was voor t geval ge zo gek zou zijn de Birmaanse grens te willen oversteken door de jungle...
De schipper vouwde met boeddhistisch geduld zijn rijstzak terug dicht, deed teken hem te volgen, we stapten met zijn vieren terug in de boot en vaarden... tot aan die charmante nederzetting van daarstraks die "die we ooit wel eens hadden willen bezoeken"...
Tegen de tijd dat wij dus in het longneckdorp onze blijde intrede maakten hadden die vrouwen er hun toeristische dagtaak al opzitten. Die hadden al lang hun kostuums uitgetrokken, hun rommel binnengepakt en lagen lekker in hun huis te soezen in comfortabele t-shirts... Enkele hoopvollen waren nog aan 't weven en hadden hun kraam nog niet opgeruimd en die hun geduld werd beloond want zie hier kwamen twee verse toeristen! En aangezien die twee grote helden daar nu wéér helemaal alleen liepen en zo een heerlijk weerloze prooi vormden, durfden die alweer niet anders dan bij elke vrouw die ze fotografeerden een armband te kopen. De dag werd hoe langer hoe hilarischer! We wisten dat we gingen ingepakt worden vandaag, en we hadden ook nog bewust voor die boottocht gekozen maar nu begon het toch echt wel uit de hand te lopen. Goddank maakten de meeste vrouwen zich onzichtbaar omdat ze geen zin meer hadden om te werken want anders hadden mijn armen nu over de grond gesleept van 't ijzerwerk...
Naast Aziaten voel ik mij altijd een "Vlaamse Reus"... Vetgemest en slachtrijp. (Voor de Nederlanders : een "Vlaamse Reus" is onze grootste en lekkerste konijnensoort.)
Als ik zou moeten kiezen tussen de halsringen en de oorringen zou de keuze snel gemaakt zijn... Op mijn leeftijd primeert comfort boven schoonheid. De oorringen dus.
De kerkklok, alias de velg.
Ook dit dorp had een kerkje met alweer een goddelijk goedbedoelde maar zeer griezelig uitgevallen slogan boven de deur : "Mother help of Christians". Waarom niet ineens "Beware of Christians"? Nee, de missionering gaat hier op deze manier niet willen vlotten vrees ik. De velg van een vrachtwagenwiel had in haar vorig leven zoveel karpers gevoerd dat ze nu gereïncarneerd was als kerkklok. Er lag ook nog een schooltje, lekker open hutten die drie klaslokalen voorstelden, maar wel met een computer. Helemaal op de top van de heuvel zou een kerkhof liggen, dus wij daar hijgend en puffend naartoe gestapt om exact 1 kruis te vinden aan de voet van een gigantische mesthoop. Echt succesvol was onze expeditie niet te noemen. We zijn dan ook snel op onze stappen teruggekeerd. Gelukkig zonder de nodige versierselen rond onze benen...
Het schooltje. Of beter gezegd : de klas.
Als je zo moet leren tanden poetsen dan denk je toch dat iedereen met een vals gebit gezegend is?
Kinderen die zelf "kind van de rekening" zijn van 't geweld in hun thuisland... spelen toch niet liever dan met geweren...
Terug naar beneden gerinkeld en getinkeld en de plaatselijke niet-longneck-neringdoeners ook nog iets laten verdienen door hun colabakken half te plunderen. Een warm tochtje wel. Ondertussen waren de oudste longneckmadammen al vergeten dat wij al eens gepasseerd waren en die schoten terug in de "vogue"-houding en de cinema begon helemaal opnieuw. Ik wou nog een potje kopen en als originele pingel-poging stelde Paul voor een liedje voor hen te spelen. Hij had toch al op al hun snaarinstrumentjes zitten tokkelen (ge kunt het echt geen gitaar noemen). Op de duur is het nog een heel plezante boel geworden want ze begonnen te dansen en mee te zingen en 't waren zeker geen folkloristische liedjes. Zo was voor die mensen toch ook eens de sleur van het bestaan gebroken want heel de dag "de boerin in Bokrijk" uithangen moet toch ook niet geestig zijn. Maar van de prijs van mijn pot ging nog geen 20 baht af. Liedjes zingen of niet.
Keuken, living en slaapkamer in één. Met uitzicht op de rivier. Een loft dus?
De garderobe...
We namen afscheid van de dames met de lange nekken en de reuze oorlellen en stapten terug in ons bootje om door de koelere vooravond terug te varen in een zacht briesje over de klotsende rivier. Onderweg zagen we de jonge olifant nog steeds in de oever grasduinen.
Véél levenswijzer dan op de heenweg zat ik prinsesheerlijk in mijn bootje...
Na - uit eerlijke schaamte voor onze doortastende stompzinnigheid - een flinke cent drinkgeld gegeven te hebben namen we afscheid van onze schipper. Een man die nu toch weer een heerlijk hilarisch verhaal over zotte toeristen rijker is om 's avonds met enkele pintjes onder zijn palmboom aan zijn maten te vertellen. Hopelijk al rollend van 't lachen. 't Is hem van harte gegund.
Deel 4 : Popcorn voor de karpers, parels voor de zwijnen.
Ons doel was om, na de heerlijk gekke boottocht met het langnekkenbezoek, in het kleine stadje Mae Hong Son even af te koelen en iets te gaan drinken, maar dat kwam er weer niet van want ons oog viel op iets zeer aantrekkelijks...
Aan 't meer in 't centrum van 't stadje stonden een hele nest tempels bij mekaar! En o wonder, alhoewel 't reeds valavond was waren ze nog open! Mijn alweer hongerig oog viel ondertussen op een meneerke dat popcorn verkocht maar omdat hij zo vlak naast het water zat vreesde ik dat het als visvoer bedoeld was. Al goed dat ik geen zak gekocht heb want enkele minuten later zag ik enkele gelovigen merit verdienen door de popcorn aan de karpers te geven. Ze zouden mij ook mogen voeren, ik zou hun ook wel merit geven. Een zo vaag begrip kan niet moeilijk te schenken zijn.
Het schitterende meer van Mae Hong Son...
Parels voor de zwijnen : Popcorn voor de vissen!
Dus stapten we maar zonder popcorn de tempels binnen. Ze waren gewoon goddelijk! Schitterende grote zalen met flikkerende Boeddha's die zo uit een casinoreclame weggelopen waren. Hun aureolen lichtten op in uitdijende kringen van kleurige knipperende lampjes. De klassieke waarzegspullen waren aanwezig, het deed allemaal toverachtig Birmees aan. In een donker hoekje achteraan de tempel lag op de mooie glanzende teakvloer een monnik een sigaar te roken. Enkele anderen zaten te keuvelen op het terras. Ondertussen sleepten enkele gelovigen wat offerrandes aan. Ik voorspelde mijn toekomst met de rammelstokjes, kreeg nummer 9, maar net díe papiertjes waren natuurlijk weer op. Ik zou mijn lot dus vandaag niet te weten komen.
Boeddhabeelden met flashy aureooltjes...
De waarzegbriefjesbak.
Soezelende monnik tussen een verzameling zeer oude glasschilderijtjes.
Naast de tempelzaal hadden ze een erbarmelijk museum ingericht waar meer stof dan oudheden lagen. Maar de opschriften in een soort Thais Engels maakten de saaiheid van t geheel méér dan goed.
Eén van de volgende tempels spande de kroon! In Lampang hadden we achter een hekwerk al eens een reuze pot gezien waar de mensen doorheen de tralies geld in mochten mikken. Veel van de centen lagen er vanzelfsprekend gewoon naast. Maar hier hadden ze nog iets véél leukers uitgevonden! Een houten bak, afgedekt met een glazen plaat, met daarin een draaischijf met de beeldjes van de 7 Boeddha's van elke dag. Bovenin het glas was een gleuf om geld in te steken, maar eerst moest ge met uw voet op een pedaal duwen zodat de schijf met de beelden begon te draaien en dan moest ge mikken zodanig dat uw geld bij de Boeddha van uw geboortedag viel. Dat mislukte natuurlijk altijd omdat de schijf niet op tijd afremde als ge stopte met op die pedaal te duwen. Ze stond altijd stil boven de verkeerde heilige en ge kon dus opnieuw beginnen. Héél plezant! Echt waar een kermisatrractie uit een lunapark moest er niet voor onderdoen! Nogal wat geestiger dan bij ons zo'n enge kruisweg in de kerk die totaal niet interactief is. Geloof me, deze poppenkast brengt veel meer op en er mag nog eens gelachen worden ook. Een jonge monnik zag me bezig - ik wou net de offer-emmers met pillen en sponzen en afwasprodukt, wc-papier, pillampen, snelverband etc gaan fotograferen - maar hij lonkte me, hij wist duidelijk een beter foto-onderwerp : zichzelf! Hij ging heel trots op zijn troontje zitten poseren. Het was nog een jonge kerel dus ik denk dat hij zijn troontje nog maar pas had gekregen en daar apetrots op was. En misschien had hij de clausule in zijn monikkencontract ook nog niet gelezen dat ge geen contact met vrouwen mocht hebben Jammergenoeg heb ik door dit intermezzo wel een foto vergeten te nemen van die zalige draaibak...
Een gelijkaardige draaibak uit de andere tempel. Deze werkt met diertjes in plaats van "de Boeddhabeelden van de dagen van de week".
De fiere jonge monnik op zijn troontje.
Ondertussen was de schemering ingevallen en de lichtjes van de tempels werden aangestoken, toen werd het helemaal feeëriek! Die eindeloze aantallen torentjes versierd met lichtjesslingers... Terwijl wij in de tempels hadden rondgelopen was er ongemerkt rond het meer ineens een avondmarkt gegroeid. Kraampjes met koekjes, gedroogde vruchten en massa's handwerkproducten uit de regio. Vooral de t-shirts met "Chiang Mai - Mae Hong Son : 1864 curves" was een van de bestsellers. Er zijn blijkbaar nóg mensen die al eens misselijk worden op die haarspeldenweg.
Moe maar gelukkig kwamen we terug in ons bos in het Fern Hotel. Een Canadese vrouw, Diane, die we gisteren hadden leren kennen was vandaag naar het derde langnekdorp gegaan omdat het vlak naast een vluchtelingenkamp lag en ze daar familieleden van een Birmese kennis wou bezoeken. Ze had een bescheiden kamp verwacht maar tot haar grote verbazing bleken er 20.000 mensen te wonen! Jammer voor haar kende niemand de persoon die ze zocht. Ze mocht het kamp vanzelfsprekend ook niet betreden. Een Birmese vrouw vertelde haar dat ze een baby had maar dat die werd opgevoed door haar moeder, die buiten het kamp woonde, omdat haar kindje geen vluchtelingennummer had. Moeder en kind waren dus gescheiden geraakt Dus ook hier is het toch weer dezelfde doffe ellende als in 't noorden van Sri Lanka.
Na het zalige avondmaal in ons bos, gehuld in een dikke trui en met een warme hond op onze voeten, zaten we nog even met Diane te praten. Ze vertelde dat het ook in Vancouver een uitzonderlijk strenge winter geweest.
In Amerika ook, bij ons ook, en hier hebben ze twee weken geleden een noodplan uitgevaardigd en aan de mensen die in streken wonen waar het drie dagen na mekaar minder dan 15° was dekens uitgedeeld. Ja, en van minder dan 15° kunt ge doodgaan natuurlijk... Dus overal in de wereld is deze winter abnormaal streng. En dat allemaal tijdens de opwarming van de aarde? Ge moet het toch maar kunnen. Wiens thermometer is er nu eigenlijk kapot?...
En nu is 't weeral inpaktijd, we moeten ons romantische bos met zijn klaterende beekjes en de bamboekleppers, de 20 verschillende soorten varens die hier groeien en het plezante personeel met zijn gekke hondenroedel morgen alweer verlaten...
Jammer, ik had het hier nog wel een tijdje volgehouden. Zéker in t restaurant
02-02-2009
16. Achter elke stam een nieuwe stam.
Maandag, 2 februari 2009. Mae Chaem, Phongsara Resort. 16. Achter elke stam een nieuwe stam.
Vanmorgen vertrokken uit ons varenbos. Onze eerste doel van de dag was de Surin waterval, maar eerst moest er heel dringend getankt worden. In t tankstation kwamen we tot een vreemde ontdekking : we zijn er in geslaagd een volledige tank diesel op te rijden in wat eigenlijk een benzineauto blijkt te zijn. En die vriendelijke auto die heeft ons desalniettemin braaf bergop, bergaf en door 2000 bochtjes geloodsd. Onbegrijpelijk.
Een vogelverschrikker.
Een echte boer.
Onderweg naar de waterval passeerden we een heel groot veld waar mensen van de stam met de "matrozenkraagjes" en die met de cirkels op hun kleding dikke wortelen aan 't plukken waren. Zo raakte ik alweer aan een gezonde lunch : lekkere sappige wortelen met veel meer smaak dan de Belgische. Op deze hoogte zouden ook grote zonnebloemenvelden in bloei staan in de maanden november en december, dan zien de bergen knalgeel wat een prachtig zicht moet zijn. Maar dat is het nu ook al, met al de vergezichten op de lege rijstvelden, herfstbossen met de reuze teakbomen en de mini-huisjes tegen de bergwanden. Vandaag hadden we 't gevoel dat we 't land helemaal voor ons alleen hadden.
Het wortelenplukken. Een familieaangelegenheid.
Bij de Surin waterval van wel 100 meter hoogte - een hele sappige ondanks het droge seizoen - kwamen we 1 romantisch koppeltje tegen. Hij hoorde tot de cirkeltjesstam en zij was van de concurrentie. We hebben er lekker in alle rust gepicknickt met een zak mangosteens, sesamkoekjes, gedroogde bessen, vanzelfsprekend knapperige, sappige wortelen, en liters verdunde ice-tea. En iedereen die me zo bang had gemaakt voor de drukte in Thailand... we zijn bijna overal alleen, we hebben buiten Sukhothai geen enkele touringcar met toeristen gezien.
Deel 2 : De norm van beschaving.
Omdat de wegen in zo'n perfecte staat zijn, en er ook veel meer zijn dan er op de landkaart vermeld staan, hebben we besloten om niet langer de grote baan te volgen en die onnodige reuze omweg te maken via Mae Sariang naar Chiang Mai, uiteindelijk hebben we daar niks te zoeken. We gaan dwars door het binnenland rijden en we zullen dan wel zien waar we eventueel stranden. Uiteindelijk hebben we nog twee dagen alvorens we aan de luchthaven moeten zijn en kunnen we beter rustig van 't landschap genieten dan langs hoofdbanen te rijden.
Tja, onze Trees weet natuurlijk niet álles... Maar onze Paul ook niet...
Rijstvelden in verschillende stadia van groei.
Piepjonge rijst...
Uren later en vele kilometers verder, langs hoge en verdraaid steile kronkelwegen met schitterende uitzichten, kwamen we in het dorpje Mae Chaem. Het bleek zelfs uiterst geciviliseerd te zijn, toch als ge als norm van beschaving de aanwezigheid van een 7/11 hanteert. Ik trakteerde mezelf maar onmiddellijk op Paul's eigen uitvinding : de smos-dog. Want ge weet toch maar nooit of er 's avonds nog iets deftigs te bikken valt Een goed-doorvoedde vrouw is er twee waard.
Achterin een pick-up truck is plaats voor vanalles. Vooral voor bomma's.
Die rustig hun diner verorberen terwijl de kinderen shoppen in de 7/Eleven.
Nee, die is niet vastgebonden die stond daar volledig los op te dansen...
Onverwacht vonden we iets later zelfs nog een heel degelijk hotel eigendom van een Fin die met een Thaise getrouwd was en nu Engels op zijn Thais sprak. Héérlijk, alleen jammer dat ge geen woord meer van de mens zijn polyglotte gebrabbel kon verstaan, maar zijn drinkgewoonten hadden daar misschien ook wel iets mee te maken. Het "resort" (alles noemt hier resort, het is een zeer rekbaar begrip, ze kunnen die dingen hier misschien beter "ressorts" noemen dan rekken ze nog beter) lag lekker buiten het dorpje, op een heuvel met een mooi zicht op de hoogste berg van 't land, de Doi Inthanon. We geraakten er zelfs nog aan een chaotisch maar toch degelijk maaltje. Een driedubbel doorvoedde vrouw is er drie waard.
03-02-2009
17. Een wandelend souvenirstalletje.
Dinsdag, 3 februari 2009. Mai Chang, Airport Nim Wang Godwetwa Hotel.
17. Een wandelend souvenirstalletje.
We worden echt goed in 't slapen op een plank. Maar een miserabel ontbijt verwerken - geserveerd door enkele norse Thaise madammen - dat gaat ons nog niet zo vlot af. Het hotel was 's morgens een puinhoop: alle zooi van het feestje van een motorbende van de vorige avond stond nog op de tafels, maar de Finse hotelhouder trekt zich dat precies allemaal niet meer aan. Ik vind dat als ge dan toch persé met een Thaise wilt trouwen dat ge er maar voor moet zorgen dat ze 's avonds 't kot opruimt en 's morgens haar humeur, anders vind ik dat ge er niet bepaald een zaak aan gedaan hebt. Kortom we waren blij dat we er konden vertrekken. Jammergenoeg voor ons laatste dag op 't Thaise vasteland...
Voor vandaag hadden we het bezoek aan de Doi Inthanon, de hoogste berg van Thailand gepland, hij is 2.565 meter hoog, dus dachten we enkele leuke uitzichtpunten te vinden en vooral veel watervallen.
De eerste was de Huaing Saai Leung Waterval, een hond wandelde vrolijk mee met ons naar 't water. Ze lag ook niet zo ver van de baan dus ik had ik mijn berentas meegenomen om wat foto's te maken. Er zijn nog niet veel berenfoto's gemaakt deze reis, gewoon geen tijd gehad. Straks heb ik een berenreisverhaal zonder fotos, dat zou pas een ramp zijn.
Ondertussen loop ik rond als een kerstboom opgetuigd met souvenirs... Ik ben eigenlijk al meer een wandelend souvenirkraampje. Noenoei bengelt vrolijk rond mijn hals, het t-shirt van het Olifanten Hospitaal is lekker zacht, en mijn armen hangen vol met heelder reeksen armbanden die ik bij de langnekken kocht...
Heel in de verte zie je in deze indrukwekkende natuur de tempel van Koning Bhoemibol liggen.
Bovenaan de Doi Inthanon zijn 20 jaar geleden twee moderne tempels ter gelegenheid van de 60ste verjaardag van Koning Bhoemibol gebouwd. Zielloze grijspaarse dingen die meer weg hebben van communistische mausolea dan van romantische tempels. Ze hebben zelfs roltrappen aangelegd. Wat een contrast met de fleurige, oude en drukversierde tempels zonder confort die je overal op t platteland vindt. Rondom de kille bouwsels liggen bloemperken, een soort van botanische tuinen met planten die alleen in de koelte van deze hoogte kunnen groeien. De Aziatische toeristen worden hier wild van. Heelder kuddes staan met de gekste smoelekes te poseren in bij de bloemperkjes. Bij momenten lijken er meer mensen te groeien dan planten. Ik heb geen bloemen gefotografeerd ik heb poserende (en dus springende!) en fotograferende Japanners getrokken. Véél amusantere onderwerpen. Voor een Belg waren de planten die daar groeiden trouwens heel gewoon. De Aziaten vonden natuurlijk een Westerling dan weer een exotische diersoort en dus moesten wij weer mee als curiositeit op hun fotootjes komen mee poseren. Maar ik weet ondertussen hoe dat moet.
En maar poseren...
Holland zijn tulpenbollen, België zijn "Manneken Pis"... Elk land is trots op iets anders...
Mooie moderne kunstwerken uit tegels op de zijwanden van de tempel.
Toch maar een extra trui aantrekken op deze hoogte... Of mij eens goed laten vastpakken.
Deel 2 : Beweeglijke en bibberende fotomodellen.
We reden nog een beetje hoger de berg op in de hoop nu toch eíndelijk eens een viewpoint te bereiken maar ook hier werd het niks. Alles was dichtgegroeid, er stond een radarstation, een standbeeld en een tempeltje, en een groot bord met "hoogste punt van Thailand" op, maar jammer genoeg was er van dat hoogste punt niks te merken, behalve dat het er flink frisser was. Er was een visitors center in aanbouw waar ze toch al warme vestjes, sokken, bivakmutsen en sjaals verkochten. Ah ja! Het werd hier soms 10°! Een temperatuur om dood te vallen. Dat overleeft ge toch niet zonder warmwaterkruik of door minstens helemaal ingepelst te zijn op uw ogen na?! Als ge van die groepjes Thai achterin een pick-up ziet vervoerd worden dan is het precies een lading terroristjes. Iedereen een muts op en een sjaal voorgebonden zodat alleen de ogen nog zichtbaar zijn en daar zetten ze dan dikwijls nog een zonnebril voor.
Een verkoopster met haar warmwaterkruik. Ik denk dat ze dat hier beter een "bibberbus" kunnen noemen.
Soit, ik had die ochtend net een mail gekregen waarin gemeld werd dat het bij ons nog altijd sneeuwt en ik ben weer zo stom geweest om thuis te vertrekken zonder jas dus heb ik bij de verkoopster-met-de-warmwaterkruik een verrukkelijk donkerblauw fleece-vestje gekocht. Een leuke herinnering aan een plezante dag en tegelijk wat behaaglijk zachte warmte als ik over een dikke week in t ijzige Schiphol aankom. Ik was zo blij met mijn vestje dat ik er onmiddellijk op zijn Japans mee ben gaan poseren voor het grote bord. Ik spring zo hoog dat ik wel een meter in de lucht lijk te zweven! Het zijn nog geweldige foto's geworden ook, ik ben niet van plan ooit nog normaal op een foto te staan, deze manier van poseren is véél plezanter!
Dan maar zonder mooi uitzicht terug naar beneden beginnen bollen tot we plots, in een gevaarlijk scherpe bocht, een pijltje "Viewpoint" zagen staan dat naar een heuveltje met een trapje wees. En op deze plek leggen die kiekens dan geen parkeerplaats aan! We hebben de auto dan maar in de kant gefoeffeld. En inderdaad vanop dat heuveltje leek het wel of we over heel 't Noorden van 't land konden rondkijken...
Enkele kilometers verder passeerden we een overdekte markt van de Lanna-stam. Ze verkochten er mooie groenten, de gekste gedroogde vruchten en wat juweeltjes. Zo kwam ik er ook achter dat mijn gedroogde Chinese bessen een soort abrikoosjes waren. Paul kocht gedroogde aardbeien... Een vreemde keuze als er bergen verse naast liggen. Mannen zijn ondoorgrondelijk.
En als 't niet druk is doet ge een dutje...
Het zijn hier vriendelijke kleine mensjes die nog in hun veelkleurige kostuums rondlopen als dagelijkse klederdracht en niet voor de show. De meeste zijn tenger en heel fijn gebouwd. Ik voel mij toch zo reusachtig en lomp naast die wezentjes.
De tweede waterval van de dag was Vachiratarn, ook weer een die zeker geen water tekort kwam. Ik vraag me af wat het hier in 't regenseizoen moet zijn want zelfs nu werden we al vanop 50 meter afstand nat gesproedeld!
Paul ontdekt, op de laatste namiddag van onze rondreis, nog net bijtijds dus, ook de charme van 't "Japans poseren".
Deel 3 : Hotel "Te Lourdes op de Bergen".
We reden voorbij een prachtige gouden tempel met een dak van spiegeltjesmozaïek, met draakjes en alle mogelijke glitter en dat vond ik nu wel echt de setting om onze brave degelijke trouwe auto eens te vereeuwigen. De enige auto die zon stevig spijsverteringsstelsel heeft dat 't hem niet uitmaakt wat ge hem te drinken geeft.
Het uiteindelijke doel van de dag was de Mae Ya waterval, eentje van 250 hoog, de hoogste van het land. Vroeger was het vanaf de baan een wandeling van een uur om er te geraken maar nu is er een geasfalteerde weg aangelegd die we dankbaar insloegen, jammer genoeg kende ons Trees die nieuwe weg niet dus die bleef maar panikeren en herhalen : "Herberekenen! Herberekenen!" Op haar schermke zagen we ons alweer van de wereld bollen terwijl we in de realiteit over een gloednieuwe macadam reden.
Op 't einde van de weg was 't nog een halve kilometer stappen en dan stonden we ineens voor een waterval die alle vorige in de schaduw stelde, heel breed met tientallen, misschien wel honderden trapjes en plateautjes waar het water overheen gutste. Middenin groeide op een richel ook nog een heuse boom. Geweldig mooi en ook daar waren we weer helemaal alleen op nog een ander koppel na. Onbegrijpelijk. Mae Ya was echt een schitterende bekroning van ons rondreis.
Vallende herfstblaad-"jes" in Thailand...
Een allerlaatste tempeltje alvorens op de grote baan terecht te komen...
De weg naar Chiang Mai viel reuze mee, gewoon een goede snelweg, met veel 7/Elevens, maar ik heb verzaakt aan de verleiding. Een vierdubbel doorvoede vrouw kan misschien niet meer in een vliegtuigzetel.
In de buurt van de luchthaven zochten we een hotel en we vonden het Nim Wang Godweetwa Airport Hotel. Even was het weer erg misleidend aangezien het groezelige, aftandse hotel dat ervoor lag ook snel de naam Airport Hotel op zijn gevel geplakt had, maar in die val zijn we gelukkig niet ingetrapt. Een mannetje kwam inderhaast toegesneld om ons af te leiden naar zijn parking en trachtte ons de weg te versperren naar het juiste hotel maar we hebben ons niet laten kisten. Door slim verder te rijden kwamen we in een prachtig Chinees hotel terecht.
We boekten een VIP-room want die waren lekker groot en dat is makkelijk om de bagage netjes en compact in te pakken voor de vlucht naar Koh Ngai van morgen. Een bijkomend voordeel van die kamer was dat ze ook nog op 't gelijkvloers gelegen was zodanig dat we heel eenvoudig al onze rommel uit onze auto over de terrasballustrade in onze kamer konden zwieren. De picollo vond het eerst wel een beetje vreemd maar hij scheen het toch ook wel een praktische uitvinding te vinden. Het spaarde hem ook een boel geloop en gesleur uit en door al t gerief mee over de ballustrade te kieperen had hij zijn fooi een stuk makkelijker verdiend. We hebben ze weer iets bijgeleerd. Maar ik geef toe, het zag er wem ietwat vreemd uit, twee mensen die met de meest onmogelijke rommel, al dan niet in zakskes - gescheurd en minder gescheurd - telkens over een terrasreling klimmen... Het leek wel of we inbrekers waren die niets wilden stelen maar integendeel allerlei afval wilden komen dumpen in de Vip-kamer.
Het was zo'n echt typisch Chinese kamer, alles in 't vuurrood want dat brengt geluk, een bed vol kopkussens gevuld met geurige theebladeren voor de goede nachtrust en een kussentje met een avondgebed er op geborduurd. Die laatste verkochten ze ook en daar heb ik niet aan kunnen weerstaan. Hopelijk is t kussentje kattepis-proof
We hebben in deze mooie en gerieflijke setting (met als enige minpuntje een lavabo waarvan alweer de afloop niet goed aangesloten was en waar ik dan maar de vuilmand heb ondergezet om t water op te vangen. Perfectie is écht niet van deze wereld) rustig onze 10 zakken en tassen kunnen omvormen tot een compactere en meer vliegklare bagage.
Buiten aan 't zwembad gegeten, en hoewel Chiang Mai een grote stad is en dit ding een Airport Hotel, en het toch al wel eens een toerist over de vloer moet krijgen werd ook hier alweer geen gebenedijt woord Engels gesproken. De pantomime om aan eten te geraken was dus weer hilarisch, gelukkig zat er aan een tafeltje achter ons een lieve Chinese zakenman die behulpzaam de kelners inlichtte wat wij wensten te eten. Ge kunt het niet geloven en toch gebeurt dat hier...
Op de oprit van 't hotel prijkte een metershoog beeld van een Chinese godin. Die grazieuce, die met haar wapperende jurk, ik vergeet haar naam altijd In de hall stond een prachtig altaar vol offergaven. En her en der, vooral op de meest onpraktische plaatsen - op strategische feng shui-punten dus - stonden nog wat godjes verspreid. Stel u deze toestand in België voor.
Ge komt aan een hotel en 't eerste wat ge ziet is een vier meter hoge Moeder Maria met Kind, waarvan het Kind 1 meter groot is. In de lobby vindt ge een kompleet altaar voor de H. Antonius waar ge kaarsen kunt branden en waar de genezen mensen hun krukken en prothesen aan de muren hebben gehangen. Te pas en te onpas vindt ge op vensterbanken en in bloempotten dan ook nog H. Rita's, Christoffels, Franciscussen en Jozeffen. Zoudt ge dan in dat hotel nog blijven overnachten?... Natuurlijk. Want met al die heiligen die over u waken kan 't niet anders of ge zult er genieten van een "zalige" nachtrust.