Maandag, 19 januari 2009.
Bangkok, Siam@Siam Hotel.
2. Kippenvel in Bangkok.


De aankomst op Suvarnabumi was een groot succes. Na de perfecte vlucht met t weldoend dutje, een goede landing, alle bagage die werd teruggevonden en zelfs de ontdekking van een rookkot kon het niet meer stuk. Maar deze keer was t hok van zon bangelijke kwaliteit dat ge eigenlijk de moeite niet meer moest doen om een eigen sigaret te verspillen. Eens goed diep inademen en ge had de lucht van 3 pakjes Johnson binnen. Weliswaar tweedehandslucht, of beter gezegd tweedelongslucht. Oprecht vies. Ik hoop en bid dat ik, zoals altijd op reis, morgen mijn pak sigaretten weer over de haag kan gooien.
In de hall onmiddellijk een bank gevonden en zelfs Thaïse GSM-kaarten kunnen kopen om tegen menselijke tarieven naar onze huis- en poespassers te kunnen bellen. Met wat vriendelijke hulp ook nog ons Pandorake (de laptop) in gang kunnen lopen en tot overmaat van vreugde voor 1000 baht een internetabonnement voor een maand op de kop getikt! De techniek staat hier voor niets. Als ge dit allemaal rond wil krijgen in Sri Lanka zijt ge toch wel een dag of vijf bezig.

De auto afhalen bij Avis ging ook supervlot. De Toyota 4x4 Fortuner 2 is groot, staat hoog op zijn pootjes en ziet er - op een dikke bluts na - fantastisch uit. Grappige naam toch weer : "Fortuner". Alle typenamen van auto's in 't Oosten zijn ofwel heel protserig en duiden op veel geld bezitten zoals "Big Saloon" ofwel refereren ze aan iets wat geluk brengt. Ik zie ons in België al rondrijden met een Audi "Big Spender" of een Volkswagen "Klavertje Vier".
En toen begon het avontuur
Gewapend met drie kaarten (kompleet verschillende...) en een pasgekochte Avis-wegenatlas, waar alle namen ook in Thais schrift in stonden, reden we Bangkok binnen... De GPS die we in België speciaal voor deze reis hadden aangeschaft kon nog niet gebruikt worden want daar moesten we hier eerst nog een kaartje met de wegen in Thailand voor gaan kopen. Dus was het nog de goede oude kaartleester die ons ter plaatse zou moeten brengen, zijnde... moi. Misschien zijn vanaf morgen mijn kaartlees-dagen wel geteld?... En ben ik vervangen door een Hollands-sprekende madame uit een bakske...
Ik had een heel makkelijke weg gevonden zodanig dat we vanaf de luchthaven bijna altijd maar rechtdoor moesten rijden. Heel eenvoudig, ik richtte mij op het Victory Monument. Het was een kleine omweg in kilometers, maar heel makkelijk te vinden. Op de duur zag ik een lijnbus die naar dat monument reed en konden we die zelfs gewoon volgen. Een beetje tegen de zin van mijn chauffeur want die vond dat traag... Alsof in een file niet iedereen even langzaam voortsukkelt?
Overal ziet ge banen en autostrades, naast u, onder u, boven u. Het lijkt bij momenten zo grauw en grijs als Tokio. Jammer genoeg waren alle interessantste verkeersborden (die met de omleidingen) enkel in Thaise krulletjes geschreven. Desalniettemin schoten we goed op en hielden de zon netjes achter ons. Ik vind het altijd een heel geruststellend gevoel als de zon niet opeens aan een andere kant staat.

Twee poezen soezen op een electriciteitspaal.
Het liep allemaal perfect tot Paul mijn tamme en brave manier van op onze bestemming te geraken maar weinig sportief vond en eens zijn zin wou doen en ondanks mijn aanwijzingen en waarschuwingen een piepklein straatje in schoot. Zonder dit voorval waren we op 45 minuten op onze bestemming geweest. Dat klein straatje heeft ons echter de das omgedaan want het leidde naar nog kleinere straatjes zodanig dat we plots klem zaten in een doodlopende steeg waar iedereen op straat zat te eten. En daar stonden we dus, met onze dikke auto tussen de eenden - gekookte zowel als levende - en we geraakten niet meer gedraaid.
De mensen waren ontzettend behulpzaam, zetten hun plastic bordje even weg, en begonnen met hun armen, hun vorken nog in hun hand, te zwaaien om ons er uit te loodsen. Heerlijk vond ik dat. Telkens Paul aan zijn stuur kwam raakte hij zijn ruitewisser en schoot die in gang (béétje belachelijk want het is hier kurkdroog), vloekte, zette dat ding terug af, gaf terug een ruk aan zijn stuur, raakte zijn pinkers... Kortom ik vond het een schitterende ongevraagde demonstratie om eens te zien dat werkelijk álles aan die auto goed functioneerde en dat vond ik toch ook weeral heel geruststellend.
Het is niet makkelijk om ineens (met een flinke portie jetlag dan nog) in een onbekende auto te stappen en dan direct links te moeten beginnen rijden natuurlijk. Ik zou het niet durven. Maar Paul plukt hier de vruchten van zijn jaarlijkse training in Sri Lanka.
Dus uit deze negorij geraakten we ook moeiteloos uit. Paul ietwat roodaangelopen, ik met een Boedha-glimlach, van weliswaar een dikke Boedha. Na nog enkele eigenzinnige toertjes (al grommelend tussen zijn tanden) door nog wat kleine straatjes kon ik hem toch wijsmaken dat de stand van de zon een heel interessant gegeven was. Trouwens ik zag ondertussen ook de wolkenkrabber van ons hotel boven de daken opdoemen. Soms krijgt de kaartlezer nog wel eens hulp van hierboven.
Binnen de kortste keren waren we terug op de grote baan, die we nooit hadden mogen verlaten, en na nog 1 rood licht (die hier minutenlang duren, gelukkig ziet ge op borden de seconden aftellen tot het weer groen wordt) kwamen we aan het Siam@Siam Hotel. De check-in was uiterst sympathiek en voorkomend, en de kamer tof en het uitzicht vanop de 17de verdieping overweldigend.
Even opgefrist en dan besloten om eerst de shopping af te maken. Er moest nog dringend een kaart voor onze gps gevonden worden. Aangezien het hotel vlak naast een groot shoppingcenter ligt hadden we die kaart ook al binnen t half uur gekocht. En twee paar schoenen én twee olifanten én twee kleedjes. Die laatste zullen zeker na 1 wasbeurt ofwel verkleurd ofwel uiteen gevallen zijn, maar dat geeft niet. Het zijn buikverhullende kleren met grote bloemmotieven en dat is al wat telt op dit moment.
Het was een modern grootwarenhuis met geplakte prijsetiketjes en toch kreeg ik ongevraagd de olifantjes opgesolferd aan zo maar even een derde van de prijs die op t etiketje stond! Vreemd. 1600 baht werd opeens 500, 600 nog maar 200 en dat allemaal op twee minuutjes tijd. Ze pingelen tegen zichzelf begot! Zo heb ik t graag, snel en efficiënt.
Onze buit in t hotel gaan droppen en dan een taxi genomen naar Wat Po om van daar met een ferry (voor 3 baht! Ongeveer 3 oude Belgische frankskes! Waar zoudt ge hier nog voor dat bedrag geraken? Nog niet tot in een café-toilet!) over te zetten naar Wat Arun.



Een heel speciale tempel versierd met potscherven. Heel geestig en we hadden hem nog nooit bezocht. We waren er bijna alleen dus t was nog makkelijk om te fotograferen ook. Alleen jammer dat hij 76 meter hoog was dus Paul heeft allemaal stukskes tempel getrokken. Hij kreeg hem met geen macht op 1 fotoke. Het tegenlicht was ook niet echt plezant. Maar kom, de fotos van de eerste dagen dienen toch maar om warm te lopen. En van warm lopen gesproken : de temperatuur is hier zalig!!! Amper 27° en heel droog. We zweten zelfs niet hoewel we die tempel weer moesten bezoeken in aangeklede toestand. Lange broek en aanverwanten. De lucht was een beetje bewolkt of zullen we t maar ineens smog noemen? t Resultaat was net als mijn vorige Bangkok-ervaring : binnen het uur een snotaanval. Maar een gewaarschuwde vrouw telt voor twee dus ik had deze keer mijn Cirrus-pillen bij de hand en ben geen WC-papier moeten gaan kopen om in mijn neus te steken.
Ik had dan ook nog de chance van een prachtige rosse poes met gouden ogen te kunnen fotograferen die zich in de zon op de tempelstenen lag te koesteren. Ton sur ton. Op de duur bleek er een volledige familie rossen en half-rossen te zitten. Heel doodgemoedereerd en helemaal niet angstig. Fijn om straatdieren toch gelukkig te zien.
Ik had onderweg ook al huisdierentoebehorenwinkels gezien, die waren er vroeger niet, en er lopen veel honden met een halsband, dus ze gaan hier duidelijk niet meer direct allemaal de pot in.
Na de beklimming van Wat Arun hebben we op de oever nog iets gedronken. Niet op een terrasje met een makkelijke stoel ofzo, dat is er op deze over niet, gewoon een colake uit de poot. Vervolgens gleden we terug met de ferry naar de overkant in het avondlicht. Best mooi en je hebt een uitzicht op de wolkenkrabbers van Bangkok gemengd met de tempelspitsen. De rivier is druk bevaren door vrachtboten en sampanachtigen die toeristen vervoeren. En ferrys. De oevers bestaan uit groezelige huizen met houten terrasen die boven t water op palen hangen. Er is totaal geen mooi waterfront hier. Wel jammer, ze laten een mooie kans voorbijgaan.
Op de overkant even gesnuisterd in de bangelbarangs (onze privé-term voor souvenirkraampjes met bangelijke inhoud) en dan helemaal rond het Koninklijk Paleis gelopen omdat Paul toch persé wou trachten het misgelopen twee kilo zware Ramayana-boek uit de Cambodja-reis alsnog voor me te kopen. Dat boek wordt stilaan een running gag. In hoeveel winkels is dat al gezocht heb...
Het Paleis bleek trouwens gesloten want het was een feestdag. Toch heeft die wandeling nog een paar zeer speciale fotos opgeleverd van de ranke torenspitsen achter de omwalling, dus t was de pijnlijke voeten en de vermoeidheid best waard. We hebben maar flink ons best gedaan om in beweging te blijven en niet te gaan slapen zo worden we de jetlag nog t snelst de baas.

Een taxi genomen om terug naar 't Siam@Siam Hotel te rijden, waarvan de chauffeur vanzelfsprekend beweerde dat hij t kende. Hem toch maar t visitekaartje gegeven voor alle zekerheid. Paul viel als een blok in slaap maar ik hield een oogje in t zeil en dat was weer heel nuttig, want het eindigde er weer mee dat ik de man de weg moest wijzen.
Eerlijk gezegd, ik sta verstomd van mezelf. Hoe moe ik ook ben en hoe lastig de jetlag is, ik ben er vanmorgen toch maar in geslaagd om ons regelrecht en zonder omwegen t stad in te loodsen. Iets waar ik behoorlijk bang van was. Bangkok is big. Very big. Naar t schijnt meer dan 10 miljoen mensen. En ik denk dat ze voor hun Kerstmis allemaal een brommerke gekregen hebben.
Hoop en al een zinnige en heel nuttige dag, maar ik zal wel blij zijn morgen uit Stinkstad weg te zijn, en ons beider neuzen zeker. Ik snap niet hoe mensen in deze luchtvervuiling en dit lawaai überhaupt kunnen overleven..
Vanavond zijn we op t roofterrace van ons design-hotel gaan dineren. Helemaal op de 25ste verdieping! In openlucht! Een enig uitzicht op al de verlichte en flikkerende wolkenkrabbers. Een prachtig einde van een zinnige dag. t Eten was nog lekker ook hoewel er geen enkele Thaise schotel op t menu stond. Maar de jumbo praws waren heel geslaagd en lekker vers.
En nu is er een bedje. Een kamer vol rommel - en toch weer een half uitgepakte valies - maar orde wordt er niet geschept want morgen moet toch alles weer ingepakt. Er gaat geslapen worden in gestrekte houding. Eindelijk. Heerlijk.
--------------------------------------
Wil je meer foto's zien van Wat Arun?...

Mee over zijn terrassen wandelen?...

Zijn details bewonderen?...

De kleinste versieringen van dichtbij zien zoals ik ze zag?...

Of wil je meer zien van 't Koninklijk Paleis of het uitzicht vanop het dakterras van het hotel? Bangkok by night?
Klik dan op 't fotoalbum dat bij dit hoofdstuk hoort :
http://picasaweb.google.be/laathi.webalbums/Thailand2009Hoofdstuk219Februari2009?authkey=Q4TQ4cdJZUo#
Morgen of overmorgen Hoofdstuk 3 : van Bangkok naar Kantchanaburi!