Ik ben Jaclien, °19 december 1955. Ik werkte lange tijd in de tuinbouwsector, volgde onlangs de opleiding Begeleider Animator voor Bejaarden en werk nu in een woon- en zorgcentrum met ouderen met dementie. Ik ben getrouwd met Echtgenoot en mama van vier kinderen: Dochter (°1988), Oudste Zoon (°1990), Middelste Zoon (°1992) en Jongste Zoon of kortweg Jongste (°1999). Ik schrijf graag. Heb jarenlang meegewerkt aan de Wist-je, het schoolkrantje van de plaatselijke basisschool. Ook voor allerlei gelegenheden brouw ik wel eens een tekstje. Op dit blog wil ik graag wat van mijn dagdagelijkse ervaringen, herinneringen en bedenkingen, afgewisseld met vroegere spinsels, meedelen.
"Naar waar moeten we nu?" vraagt Lutje tijdens een uitstap met enkele bewoners van het WZC. Lutje is dementerend en erg ongerust, omdat ze de plek waar we ons bevinden niet herkent. Ik leg haar uit dat we maar twee straten verder moeten en we dan "thuis" zullen zijn. "Daar is dan Sint Boris hé, dat is de plek waar u nu woont!" Lutje is voor even tevreden met het antwoord. Maar de oude man in ons gezelschap, die nog heel lucide is, maar zijn draai nog niet kan vinden in het rusthuis, merkt op: "Eigenlijk vind ik het woord "wonen" niet zo'n goed woord. Ik prefereer het woord "verblijven"!" Ik kijk hem even onderzoekend aan. "Misschien is "wonen" wel het mooiste woord, maar 't is niet zoals u het voelt hé?" "Neen" antwoordt hij met een zucht "zo voel ik het niet!"
Van de pas uitgewassen school-tas naar de vakantie-koffers, die ik samen met een vakantie-bon, won op het school-feest. Symbolen van school en vakantie. Jawel, het dringt door. 't Is schoolvakantie!
Nog één klein anekdootje dat al enkele dagen zit te kriebelen om geschreven te worden:
Jongste komt een half uurtje te laat op school. Ik loop met hem mee om het uit te leggen aan de juf. Op de speelplaats waar we langs stappen is er een turnles bezig. In hun felgroene T-shirtjes spelen een aantal kinderen een spelletje voetbal. Het zijn leerlingetjes met een mentale handicap. De turnmeester staat er rustig bij, geeft geduldig aanwijzingen. "Leg de bal neer Angie! Kom Angie, leg de bal op de grond!" stuurt hij het niet begrijpende "doelvrouwtje", een meisje met het syndroom van Down. Als ik Jongste heb afgeleverd en terugloop langs het speelveld, blijf ik heel eventjes staan kijken. Voel me warm van binnen om het geduld van de meester bij het leiden van het spel. Engelengeduld. Wie dat weet op te brengen, wie kwetsbare kinderen in hun waarde kan zien en laten zijn: engelen van mensen zijn het!
De eerste dag van de grote vakantie hebben we al bijna gehad. We zijn er nog niet aan gewend. De meerderheid van de gedachten die vandaag gedacht zijn hebben nog met school te maken. Dat zal nog wel enkele dagen duren. Hieronder deel ik een dichttekstje aan alle toffe juffen en meesters, voor wie er weer een druk schooljaar op zit. Heel speciaal wil ik veel geluk wensen aan juf Bieke, een zorgzame kleuterjuf, en de enige juf die alle vier onze kinderen onder haar hoede heeft gehad. Ze heeft nu net afscheid genomen van de school, ze is met pensioen gegaan. En eveneens geluk aan de directeur van diezelfde school, Mark, die ook net zijn loopbaan heeft beëindigd. En nu dus aan elke juf of meester met een groot hart voor kinderen:
Einde van het schooljaar
Uw klas zoals ze was dit jaar: zoveel gezichten bij elkaar met hooguit slechts één ding gemeen: dezelfde leeftijd iedereen.
En u, u kent ons stuk voor stuk wat 't mooie is, wat 't mindere in ieder van uw "kinderen".
Wie 't strevertje is, wie 't dromertje, wie vlug is of 't "na-komertje", wie ontvankelijk is, aanhankelijk of eerder stil afstandelijk.
Wie het verlegen blozertje, wie 't al te drukke gozertje, wie de bolleboos in rekenen, wie mooi schrijven kan of tekenen.
Het uitbundig babbelaartje, het handig knutselaartje, wie lief is, wie sportief is, netjes op zijn gerief is of steeds vol initiatief is.
Wie timide is, of juist brutaal, ja, dat weet u allemaal...
Elk van ons z'n eigenheid in boeiende verscheidenheid. Maar hoe anders, hoe uniek elk kind, hierin zijn we eensgezind, één in denken en in voelen en dit is het wat wij bedoelen:
We vonden 't allemaal reuzefijn dit schooljaar in uw klas te zijn!
En 't bijzondere aan deze dag is dat onze groep nu tonen mag dat wij uw inzet zeer waarderen, uw enthousiasme apprecieren, ook uw kordate, vaste hand en het aller-, àllermeest misschien dat u ons echt graag heeft gezien! jb
Het schooljaar is afgelopen. Voor de meeste gezinnen brengt dat einde drukke dagen mee met oudercontacten en zo meer. Dat hebben we hier nu dus ook achter de rug. Middelste Zoon mag overgaan naar het zesde middelbaar. Yes! Want het was toch weer een beetje spannend! Jongste krijgt altijd een rapport zonder cijfers. Maar een geschreven verslag vertelt soms meer, en in zijn geval veel positiefs. Fijn om het hem ook zelf te laten lezen. Jongste nam ook afscheid van de juf, bij wie hij twee jaar lang in de klas zat. En ik dus eigenlijk ook een beetje. Twee jaar van samenwerken, van communicatie, vooral via het heen-en-weer-schriftje, dat schept een zekere verbondenheid. Juf Karen is een lieve, zachte leerkracht bij wie we altijd terecht konden met grote en kleine problemen. Of gewoon om mee te delen, om te vertellen. Elk schooljaareinde brengt zo zijn afscheid mee, en deze keer is dat dus van haar. We gaan haar missen, zeker weten! Ook langs deze weg een welgemeend: "Dank u wel, juf Karen!" En tot slot: ook ik heb dus mijn eerste rapport gekregen sinds ik met mijn nieuwe opleiding bezig ben. De resultaten ontlokken bij mijn kinderen de wat smalende reactie: "Tss... strééverr!" Maar ik zie tegelijkertijd de glimlach achter hun blik en vermoed/hoop dat ze toch een beetje trots zijn op hun mama!
De eindeschooljaarsdrukte is al voor een stukje
voorbij: voor Jongste kan wat de muziekschool betreft de grote vakantie al
beginnen. Vorige week hield de muziekacademie haar slotconcert. En het was weer
de moeite waard. Hier onder enkele sfeerbeeldjes van het gebeuren. Wel was dit orgelpunt grootser opgevat dan op de foto's te zien
is. Het slotconcert is werkelijk een jaarlijks hoogtepuntje. Ook deze keer waren
er een heleboel instrumentklassen vertegenwoordigd en verder het kinderorkest,
de samenzangklassen, de "woord"-klas, het "symfonisch orkest". Op zaterdag was er het oudercontact op de muziekschool en kreeg Jongste zijn "rapport".
Want muziek leren in een academie is niet zomaar een hobby, het is eigenlijk een
beetje een verlengstuk van de school. Het gaat er even schools aan toe dan in de
gewone dagschool. Voor Jongste blijkt de keuze om hem muziekschool te laten
volgen een prima keuze te zijn. De cijfers op zijn rapport liegen er ook niet
om: nergens doet hij met minder dan een 9! Daar zijn we fier op. Maar bovenal dankbaar. Het is zo belangrijk voor een kind, en
zeker als er een vorm van "anders zijn" in het spel is, om iets te
ontdekken waar het echt goed in is.
Het rapportje van de muziekschool opende
de hele stoet aan uitslagen van schoolse inspanningen. Morgen... moet ik zelf
mijn rapport gaan ophalen. Er is op "mijn school" ook gelegenheid om de
resultaten te bespreken met de leerkrachten. Pa is niet helemaal tevreden
met de gang van zaken. Want vroeg hij (quasi) verongelijkt: "Hoe zit dat met het oudercontact? Waarom ben ik daar niet op uitgenodigd?"
Vandaag hield de basisschool, waar Jongste tot en met het derde leerjaar, en onze andere kinderen heel hun kindertijd hebben school gelopen, haar jaarlijks schoolfeest. Jongste wou er absoluut naar toe. Dit jaar nog en volgend jaar, omdat er zo lang nog heel wat kinderen zullen zitten die hij kent. Het schoolfeest opende, zoals altijd, met de klasvoorstellingen. Jongste genoot ervan. Stootte me telkens aan als hij een bekend gezicht zag. Vooral toen de vijfde klas, de klas met zijn vroegere klasgenootjes aan de beurt was. "Kijk daar is Finn, en dáár Tibo, en zie Ashley...!" Ik heb er ook van genoten. Ook al deden er geen eigen kinderen meer mee. En ook al was het er eigenlijk weer véél te druk, met zoveel volk op de te kleine speelplaats van de groot gegroeide school. Bij het optreden van de vroegere klas van Jongste kreeg ik toch weer een krop in de keel. Hier zou hij gewoon hebben mee gedaan, als hij niet... Het deed toch weer een beetje zeer dat hij niet gewoon meer deel uitmaakt van deze klasgroep, dat hij niet gewoon naar deze dorpsschool gaat. Maar de twee laatste schoolfeesten in de periode dat hij hier wel school liep, had hij helemaal niet willen meedoen met die klasdansjes. Dan zat hij aan de kant. Dat deed nog meer pijn toen.
De mensen van deze school hebben geweldig hun best gedaan voor Jongste. Met wat aanpassingen en de nodige duidelijkheid lukte het in de klas tamelijk goed. Al was ons kind ook daar soms vlug over zijn toeren. Maar vooral op de speelplaats was het moeilijk. Het vrij spelen tijdens de pauze is voor haast alle kinderen met ASS een heel stresserend gebeuren. Vooral als ze zo graag willen meedoen, maar het spel vaak misloopt omdat ze de ongeschreven regels van het samen spelen niet snappen. Als ze uiteindelijk niet meer mogen meedoen.
Nu, tijdens het schoolfeest, borrelden er bij Jongste kennelijk ook herinneringen op aan zijn stukje schoolloopbaan hier. Zo merkte hij ineens op dat er een boom verdwenen was op de speelplaats. Waarschijnlijk moest die plaats ruimen voor de bouwwerken die er aan de gang zijn. Jongste vond het heel erg van die boom. Net deze boom, die een heel bijzondere betekenis scheen te hebben voor hem. Want vertelde hij: "Die boom was juist mijn "boosboom"! Daar ging ik altijd achter staan als ik boos was...!"
Nadat we tijdens de borrelavond waren uitgezongen en -gedanst en we de dementerende bewoners weer naar hun eigen stekje hadden gebracht, ging ik terug naar de cafetaria, waar enkele groepjes bewoners en bezoekers nog gezellig bij elkaar zaten. Ik bestelde een "pintje" en raakte aan de praat met twee bewoners uit de leefgroep "niet dementerende ouderen", die hier bij elkaar gezelschap vonden. Twee bewoners, in mijn ogen al heel oude mensen: een mijnheer van 87 jaar, een dame van 93. Mensen met wie ik graag babbel. En naar wie ik luister met ongeveinsde interesse, nieuwsgierig naar hun verhaal en hoe ze deze periode van hun leven beleven. Want ook dat ben ik meer en meer beginnen te zien: dat héél oude mensen niet een aparte groep zijn. Ze zijn gewoon als wij, ze zijn "wij". Een deel van ons, met het enige verschil dat ze aangekomen zijn op een ander moment in het leven. De laatste periode. Als je het leven zou beschouwen als een lange lopende band, zijn zij bijna achteraan. Bijna op het punt dat ze van de band af gaan. Zo sommigen denken, het absolute niets in. Volgens anderen naar een onbekende eeuwigheid, of een nieuw bestaan. Niemand die het echt weet. Ik luister graag naar die mensen. Naar de verliezen die zij te verwerken hebben. Hun levensgezel vaak, het eigen huis, gezondheid, autonomie... Naar hoe ze de balans opmaken van hun leven, naar hoe ze aankijken tegen hun onontkoombare stervensmoment. Ook tijdens deze borrelavond bleven mijn gesprekspartners gretig vertellen. Om beurten verhaalden ze hoe hun partner was overleden, hoe en waarom ze in het rusthuis waren beland, over hun beroep... Uiteindelijk waren we de laatsten in de cafetaria. We moesten opbreken omdat er werd afgesloten. De drieënnegentigjarige dame stapte naast mij achter haar loopwagentje aan. Ze had zichtbaar genoten van de babbel. "Tja," verzuchtte ze openhartig "ik heb een schone ouderdom bereikt." En toen: "Maar evengoed blijf ik toch zo bang van de dood.." Ik keek haar aan, zag de onrust in haar blik, knikte bedachtzaam, zocht een antwoord. Maar dan ineens, nog voor ik iets zeggen kon, vroeg ze zich af: "Zou er nog wat op TV zijn vanavond?"
Vorige week was er weer een "borrelavond" in het woonzorgcentrum. Telkens een leuke activiteit vind ik. Neen, neen, niet omwille van het borreltje. Dat is enkel gereserveerd voor de bewoners. Behalve dat er op zo'n avond wordt getracteerd, zijn er ook elke keer enkele gastmuzikanten. Die spelen en zingen een heleboel bekende oude liedjes. Dan wordt er door de mensen van het rusthuis gezongen en gedanst. Met dementerende mensen is dat zowat het fijnste dat je kan doen. Ze kennen veel van die oude liedjes nog helemaal van buiten. En sommigen van hen staan nog graag op de dansvloer. Enkele personeelsleden zitten dan tussen de mensen in en nodigen diegenen waarvan ze weten dat ze dat graag willen, uit voor een dansje. Ik ook, al ben ik dan helemaal geen fuifbeest. Veel moet je er trouwens niet voor kunnen. Met enkele mensen kan je je nog aan een walsje wagen. Met de anderen is het gewoon een beetje wiebelen van het éne been op het andere. En toch is dat fijn en heel intens. Dan is het net of er een warm soort energie stroomt, dan is er echt contact.
Het is ook zo dat ik naar deze mensen heb leren zien: niet als naar een groep "ont-waard-e" wezens. Ondanks hun voortschrijdende aftakeling hebben ze in dit stadium van hun dementieproces nog veel te bieden. Bij het wegvallen van mogelijkheden, vallen er ook bepaalde onhebbelijkheden weg. Slinks zijn, achterbaks of doordacht gemeen zijn, dat kunnen ze niet meer. Ze zijn wie ze zijn. Echt en oprecht zichzelf. Wie voor hen openstaat ervaart dat het hier geen kwestie is van de éne die enkel geeft, en de ander die alleen maar ontvangt. Hier is sprake van onderling geven en nemen, van een onmiskenbare, warme, waardevolle wisselwerking.
Als alles goed is zouden, sinds zowat een klein uurtje, zijn examens achter de rug zijn. Niet dat hij dat zo meteen zal komen melden. Neen, het einde van de examenperiode moet nog uitgebreid gevierd worden natuurlijk. Met vrienden onder elkaar. Middelste Zoon is deze proefperiode een zéér voorbeeldig student gebleken. Het kan dus, heb ik soms verwonderd gedacht. Want een heleboel van mijn grijze haren, die ik nog een beetje verstop onder een laagje bruin, zijn wel aan de studiehouding van deze Zoon te danken. Twee jaren geleden nog behaalde hij, vrij onverwacht een C-attest: hij mocht niet overgaan naar het vijfde jaar. Het moment dat we na het oudercontact de school uitgingen zal ik niet meer vergeten. Die verslagenheid. Je hart dat bloedt omwille van dit kind. Ik heb niet gepreekt die dagen. We hebben hem niet gestraft. Niet mogen overgaan naar het vijfde jaar was al straf genoeg. Temeer omdat in de school van Zoon de vijfde- en zesdejaars in een aparte blok les krijgen, waar al meer vrijheid geboden wordt. Daar niet samen met je klasmakkers naartoe mogen was heel erg. Niet dat Zoon daardoor ineens zijn uiterste best ging doen. Vorig jaar, zijn herhalingsjaar, ging het nog. Maar dit schooljaar is met haken en ogen geweest. Zo, dat het, straks bij de rapportuitreiking, toch weer spannend wordt. Maar nu, dat laatste stuk, heeft hij heel hard gewerkt. En hopelijk heeft hij het gehaald. En haalt hij ook het volgende jaar, zodat hij zijn Middelbaar Diploma heeft. Dan geen gezeur meer over de doorstane puberkolder. Dan ga ik héél fier zijn op dat kind van ons. Een "moederhart" is gauw gevuld..!
Het was een akelig geluid. Het geluid dat onze vaatwasser maakte als we hem aanzetten. Onze eerste reactie was om verschrikt het apparaat weer uit te zetten. We keken of het met een ander afwasprogramma beter ging. We openden de machine, controleerden de filter. Probeerden opnieuw. Maar het akelige geluid was er weer. Het was een soort getik, maar zo snel dat ik het omschrijven zou als "knetteren". Alleen, het bleef niet duren. Het was maar bij een bepaalde functie dat de machine dat geluid produceerde. Die eerste keer wachtten we, met gespitste oren, tot het hele programma was afgewerkt. Het geluid was er maar af en toe en het resultaat van de machinale arbeid zag er prima uit. Het was weekend en dus zou het nog een poosje duren vooraleer er een technieker kon langkomen om de oorzaak van het geknetter op te sporen. Mijn eventuele afwashulpjes studeerden voor hun examens en alleen zag ik die bergen afwas ook niet zitten. Dus de volgende keer zette ik met een bang hart de vaatwasser weer aan, en daarna nog eens. En telkens werkte het apparaat de opdracht netjes af. Dat duurde zo enkele dagen. We zouden nog bijna gewend geworden zijn aan dat rare geluid. Tot ik uiteindelijk toch maar een technieker liet komen. Onze machine was ten slotte nog maar een goed jaar oud en uiteraard was ik bang dat er iets ernstigs stuk zou gaan als we zo doorgingen. En zo stapte gisteren, met de gereedschapskoffer in de hand, een technisch deskundige meneer kordaat op onze machine af. Met een verstoorde blik, alsof wij hem midden in de nacht uit zijn bed hadden gelicht. Ik voelde aan dat hij vermoedde wat er aan de hand was. Hij zette de machine even aan, hoorde het vreemde geluid, grinnikte honend en knikte. Ik keek hem niet begrijpend aan. Wist die man nu al waar dat geluid vandaan kwam? De man trok de machine open, haalde er de filter uit. "Ja, ge moet opletten hoe ge uw gerief er in zet hé! Ziet dat af! En d'er zit nog een rekkerke in ook!" En terwijl hij mij de filter aanreikte: "Ge zult dat toch wel wat fijner moeten doen, anders kunde binnenkort een nieuw machien gaan kopen." Ik nam gegeneerd het onderdeel aan, zag dat er inderdaad een elastiekje in terecht gekomen was. Ik voelde het schaamrood omhoog kruipen terwijl ik detergent nam en een afwasborstel om de filter schoon te schrobben. Ik viste het elastiekje eruit, maar vond verder dat het best meeviel met het vuil in die filter: er zat eigenlijk nauwelijks wat in. Natuurlijk, ik had hem immers pas nog schoon gemaakt. De man trok ondertussen wat water weg op de plek waar de filter had gezeten, maakte daar iets open, ging er zoekend met zijn hand in en trok die even later weer terug. "Voilà sé, dat is 't!" Hij bekeek even nader wat hij in zijn hand had. "Allé, nu heb ik al veel dingen in die machines gevonden, maar dat heb ik nog nooit meegemaakt!" zei hij en gaf me een klein, hard voorwerp, dat ik niet direct kon thuisbrengen. "Als ge nu es gewoon de handleiding leest, dan weet ge hoe ge dat moet doen. Het is heel simpel, maar ge moet het natuurlijk eerst es efkes lezen.." Het klonk weer striemend en neerbuigend. Enkele ogenblikken eerder had ik me een slons gevoeld, nu een uilskuiken. Nog een groter uilskuiken toen ik de rekening gepresenteerd kreeg: Eénenveertig en een halve euro! Ondertussen was Echtgenoot binnen gekomen. Hij draaide het voorwerp, dat net uit de pompschroef van de vaatwasser gekomen was, om en om tussen de vingers. "Maar dat is precies 'n een ... tand!" zag hij. "Een tand?" De enige van wie die kon zijn was van Jongste, die is volop aan het wisselen. Maar hoe was die nu in de machine terecht gekomen?
Later lostte Jongste het raadsel op. Jawel, bij het boterhammen eten op school was er een tand uitgevallen. En hij had die dan maar in zijn lege brooddoos gelegd. Mama had het niet gezien, en het broodtrommeltje met tand en al in de vaatwasser gestopt. En die tand was bij het pompje geraakt en telkens tikkend door de pompvleugeltjes rondgeslingerd. Vandaar dat nare geluid.
Ondertussen was het probleem van de baan. Maar ik weet niet wat ik erger vond: het bedrag dat we ervoor hadden neergeteld of de vernederende manier van doen van de technieker.
Al had hij dan misschien gelijk. Voortaan toch maar nauwgezetter doen, die vaatwasmachine inladen.
In het tuinbouwbedrijf van zijn oom staat zesjarige Michiel geboeid te kijken naar tante Riet, die met vaardige hand de paprikaplanten bewerkt. Hij ziet hoe zij van een plant een overbodige scheut aftrekt en op de grond gooit. Vlug raapt Michiel die scheut weer op. "Mag ik dat plantje hebben?" vraagt hij. "Wat wil je ermee doen?" vraagt tante. "Ik wil het thuis in de tuin planten!" "Ja maar, dat plantje zal niet kunnen groeien." "Waarom niet?" "Kijk maar, het heeft geen wortels." Michiel kijkt naar het uiteinde van de scheut en haalt dan zijn schouders op. "Geeft niet," zegt hij "thuis hebben wij nog wortels genoeg!"
Voor de schoolkrant: Neef Michiel van toen zes werd gisteren zeventien jaar.
Het schijnt dat veel kinderen, wanneer je hen vraagt waar "melk" vandaan komt, antwoorden dat het uit een brik of een fles komt. Ze zouden niet weten dat de melk die ze gewoon zijn te drinken, van koeien afkomstig is. Jongste, die weet dat wel, die is daar helemaal van op de hoogte. Hij weet dat koeien, zoals alle zoogdieren melk geven als ze een jong of jongen gekregen hebben. "Maar" vroeg hij onlangs: "sojamelk, van welk dier komt dat?"
De ballon was blauw en de kleine ballonnetjes die eronder een kraag vormden wit. Tenminste, ik meen dat het zo was. Want het is inmiddels al een poos geleden. Drie jaar om precies te zijn. Drie jaar geleden stapte ik met de dansende blauwe ballon de lift in en wandelde even later haar kamer binnen. De ballon was het alternatief voor een boeket bloemen, want dat mochten we niet meebrengen. De kamer waar ze verbleef moest zo steriel mogelijk blijven, omdat haar weerstand zo was aangetast, dat al wat een infectie kon veroorzaken moest vermeden worden. Dus geen bloemen en ook geen fruit. Ze hield nochtans van bloemen. En ze lustte zo graag vers fruit. Vooral frambozen en braambessen, maar ook aarbeien en perziken. Ach, perziken. Die doen mij ineens denken aan nog veel vroeger. Toen er bij ons thuis kistjes en kistjes perziken gekocht werden, om in te wecken. Ik zie haar daar nog zitten, de éne perzik na de andere halfdoor snijdend. Vaardig hanteerde ze het mes dan om de pit heen, wrikte de vrucht in twee, en haalde er de schil af. Ze vulde de éne pot na de andere met diepgele halve perziken, goot er suikerwater overheen en weckte de potten in een grote ketel. Soms, terwijl ze met de perziken bezig was, stopte ze zo'n halve vrucht niet in de pot maar reikte hem naar één van ons. Om ter plekke op te eten. Lekker smaakte dat! Gek dat ik daar nu ineens aan moet denken. Maar nu terug naar die dag, precies drie jaar geleden. 12 Juni, haar verjaardag. Zevenenzeventig werd ze toen. Die avond babbelde ze nog honderduit. Ze was in het ziekenhuis voor weer een nieuwe chemokuur. Die echter niet meer gebaat heeft: een maand en een dag later is ze overleden. Vandaag zou Ma tachtig jaar geworden zijn!
Vandaag vrijdag. De afgelopen week is druk geweest. Maar nu is het rustig. Nóg rustig. Want straks zijn ze allemaal weer thuis. Jongste is op bosklassen en ga ik vanmiddag ophalen. Ik had er wel naar uitgekeken, naar een weekje zonder hem. En inderdaad, als hij weg is valt er heel wat zorg weg. Nu hoefde ik hem niet naar en van school te brengen of te halen, geen school- of muziekhuiswerk te begeleiden, geen middagboterhammen in de schooltas te stoppen. Maar toch zal ik straks blij zijn als hij er weer is. Ik mis zijn heldere gekwebbel in huis. Ik hou mijn hart er ook een beetje voor vast. Best mogelijk dat hij straks heel verdrietig is. Omdat de bosklassen voorbij zijn. Zo was het vorige keer ook: hij had die laatste nacht al slecht geslapen omdat het bijna voorbij was. Afscheid nemen van dingen die hij heel graag doet is ongelooflijk moeilijk voor hem. Laatst nog, na het weekend van Autisme Vlaanderen, is hij er bijna een week van onder de voet geweest. Niet omdat het niet leuk was, maar omdat het juist wèl leuk, maar nu voorbij was! Jongste moet de kunst van "nagenieten" nog leren. Nu op dit moment is het dus rustig in huis. Stel u eens voor: de zon schijnt door de ramen, er staat een CD-tje klassieke muziek op, een subtiel etherisch geurtje uit het aromalampje vermengt zich met de geur van bijna-gebakken-brood. De twee grote zoons zitten braaf te studeren. Alleen, als je hier rond kijkt is het wat minder. Met andere woorden: nogal rommelig. Of laat dat "nogal" er maar af. Hoog tijd om de computer af te sluiten en er wat aan te doen. Een andere mogelijkheid zou zijn om me een poosje op mijn gemak in de zetel te nestelen. En eventjes te genieten van dit rustmoment. Met gesloten ogen uiteraard.
"Vlaamse filmscholen staan sterk op Annecy!" bloklettert een nieuwsbericht op de website van het Vlaams Audiovisueel Fonds. Annecy is een stad(je) in Frankrijk. Daar gaat dezer dagen het Annecy Animation Film Festival door.
Ik heb doorgaans nauwelijks weet van filmfestivals. Maar deze keer is het anders. Voor dit festival werden twee Vlaamse animatiefilmpjes vanuit de filmscholen genomineerd. Het éne is van een zekere Dries Bastiaenssen en heet "Boomkruiper". En het andere heet "Made Up" en is van ... Dochter! Het is het filmpje dat Dochter vorig jaar in augustus nog moest afwerken, en waar ik toen avond aan avond wat hand- en spandiensten aan heb verleend. (blogarchief 28 augustus) En nu is het dus genomineerd. Dochter onderbrak voor enkele dagen haar blok- en examenperiode om samen met haar Lief het festival bij te wonen.
Hier thuis, waar het ongewoon stil is, want ook Jongste is enkele dagen weg, zit ik een beetje fier te wezen achter mijn computer. Te popelen als een kind om dit te kunnen vertellen op mijn blog...
Mama studeert. Morgen heeft ze "examens". "Ik neem even pauze!" beslist ze. Ze maakt zich met een zucht los van haar cursus, gaat naar de keuken en zet de aardappels op.
De bewoners van het woonzorgcentrum zijn
weer "thuis". Hun vakantie heeft vijf dagen geduurd. Na eerst een poos
wennen denk ik dat ze verder reuzefijne dagen hebben beleefd. Met vooral
heel veel aandacht voor elk van hen. Dan zie je ze zo openbloeien.
Enkele van deze mensen kunnen nog echt grappig zijn en brengen heel wat
"ambiance". En genieten dan om in het middelpunt van de aandacht te
staan. Verbazend is wat ze soms
nog kunnen. In het woonzorgcentrum wordt hen alles voor de neus gezet
en hebben ze geen taken meer te vervullen. Op vakantie werd er steeds
gekookt, waar de mensen zo veel mogelijk bij werden betrokken.
Aardappelen schillen, appels voor de appelmoes in stukjes snijden. Of
naderhand de vaat helpen doen of bij een wandeling de rolstoel van een
medebewoner duwen... Ze zijn nog zo graag een beetje nuttig. Met hen samenleven zit niet in grote
activiteiten, maar vooral in veel samen doen: samen zingen, met enkelen
boodschappen doen bij de groentenboer, met zijn allen samen aan tafel,
een terrasje doen, naar de markt, naar de zee. Op het vakantiepark hadden we ook voor enkele
uren een speciale fiets kunnen bemachtigen. Eén waarop je vooraan een
rolstoel kan bevestigen. Met wie dat wou werd zo een paar rondjes het
park rond gereden. Ik weet niet wie daar het meeste van genoot: onze
ouderen of de jongeren die mee de begeleiding deden.
Op het moment dat dit berichtje open komt ben ik nog mee op vakantie met de bewoners van het woonzorgcentrum. Maar, om enige continïtiet op mijn blog te waarborgen, nog eens een anekdootje uit het schoolkrantje. Oktober 2000, Dochter ging nog maar net naar de middelbare school:
In 't middelbaar heten sommige schoolvakken anders. Je hebt er bijvoorbeeld geen "tekenles" meer of "knutselen". Daar heet dat "plastische opvoeding". Da's even wennen natuurlijk. Zo zei zus op een ochtend: "Oei, ik mag mijn spullen niet vergeten, want vandaag hebben wij "plastische chirurgie"!"
Van "ons" woonzorgcentrum zijn er op dit moment een aantal bewoners met vakantie. Drie begeleiders en enkele studenten zijn met twaalf demente bewoners naar een bungalowpark in Nederland getrokken. Eén van die "studenten" ben ik: de bedoeling is dat ik me daar een deel van de tijd mee dienstbaar zal maken om onze mensen een reuze vakantie te bezorgen. Voor mezelf wellicht een onvergetelijke ervaring. Gisteren heb ik de caravan mee gevolgd, onze auto volgeladen met materiaal. Heb die eerste onrustige uren in de twee gehuurde bungalows mee helpen overleven. Uren waarin de auto's moesten worden uitgeladen, een plaatsje gezocht voor het vele materiaal, de bedden gedekt, koffers leeggemaakt en bovendien onze mensen gerust gesteld en wat bezig gehouden. In het begin waren de bewoners erg onwennig met de situatie, en de meesten wilden naar huis. Zaak was dan om goed op hen te letten. Twee van onze dametjes liepen op een ogenblik rond, zusterlijk arm in arm op zoek naar de uitgang. Vast besloten om de weg naar huis te voet aan te vatten. In hetzelfde bungalowpark was net ook een groep bewoners van een naburig woonzorgcentrum neergestreken. Ook daar kenden ze dezelfde ik-wil-naar-huis-onrust. Op het asfaltweggetje van het park bewoog één van hun mensen zich langzaam voort in haar rolstoel, onder toeziend oog van haar verzorgers. Als je haar kruiste vroeg ze telkens: "Madame, weet gij wanneer de bus komt? Ik moet met de bus naar Antwerpen!" Josje van onze groep klampte zich, zoals ze vaak doet in onwennige situaties, stevig vast aan het geloof van haar kindertijd. Ze had het de hele tijd over het "Kinneke Jezus", dat haar in deze situatie vast zou komen helpen. Hij zou ervoor zorgen dat ze op tijd op het toilet geraakte, dat ze de weg terug zou vinden, dat ze naar huis zou kunnen gaan. Als ze aanvoelde dat iemand er een beetje lacherig over deed, voer ze fel uit en verdedigde haar Heiland met alles wat ze in zich had. Tijdens een ommetje dat ik met haar en een ander dametje liep, vertelde ze de hele tijd over haar "Kinneke Jezus". " Ja," pleitte ze vurig "het Kinneke Jezus hé, dat is 'n een hele brave mens, dat is..., dat is.... 'n een héle chrístelijke mens!"
De onrust bij de mensen is niet blijven duren. Diezelfde avond zaten we in een grote samenhorige groep lang en gezellig te tafelen en leken ze het best naar hun zin te hebben. Want nabijheid, erbij horen, deel uitmaken van de groep, daar blijken deze mensen nog zo verbazend gevoelig voor!
daar het verlangt dat het oog en oor en weerwoord vangt
en liefst van al: een glimlach..
Een tekstje lenen? Soms publiceer ik een dichttekstje op mijn blog. Is er één dat u aanspreekt en u graag wil lenen voor een gelegenheid? Ik zou mij heel vereerd voelen. Maar toch wil ik er graag enkele afspraken rond: -Dat mijn initialen er onder gezet worden (jb). -Dat er niets meer in gewijzigd wordt. (Wil het a.u.b. laten weten als er taal- of tikfouten in staan.) -Uiteraard niet te gebruiken voor commerciële doeleinden.
Gastenboek
Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek