Nadat we tijdens de borrelavond waren uitgezongen en -gedanst en we de dementerende bewoners weer naar hun eigen stekje hadden gebracht, ging ik terug naar de cafetaria, waar enkele groepjes bewoners en bezoekers nog gezellig bij elkaar zaten. Ik bestelde een "pintje" en raakte aan de praat met twee bewoners uit de leefgroep "niet dementerende ouderen", die hier bij elkaar gezelschap vonden. Twee bewoners, in mijn ogen al heel oude mensen: een mijnheer van 87 jaar, een dame van 93. Mensen met wie ik graag babbel. En naar wie ik luister met ongeveinsde interesse, nieuwsgierig naar hun verhaal en hoe ze deze periode van hun leven beleven. Want ook dat ben ik meer en meer beginnen te zien: dat héél oude mensen niet een aparte groep zijn. Ze zijn gewoon als wij, ze zijn "wij". Een deel van ons, met het enige verschil dat ze aangekomen zijn op een ander moment in het leven. De laatste periode. Als je het leven zou beschouwen als een lange lopende band, zijn zij bijna achteraan. Bijna op het punt dat ze van de band af gaan. Zo sommigen denken, het absolute niets in. Volgens anderen naar een onbekende eeuwigheid, of een nieuw bestaan. Niemand die het echt weet. Ik luister graag naar die mensen. Naar de verliezen die zij te verwerken hebben. Hun levensgezel vaak, het eigen huis, gezondheid, autonomie... Naar hoe ze de balans opmaken van hun leven, naar hoe ze aankijken tegen hun onontkoombare stervensmoment. Ook tijdens deze borrelavond bleven mijn gesprekspartners gretig vertellen. Om beurten verhaalden ze hoe hun partner was overleden, hoe en waarom ze in het rusthuis waren beland, over hun beroep... Uiteindelijk waren we de laatsten in de cafetaria. We moesten opbreken omdat er werd afgesloten. De drieënnegentigjarige dame stapte naast mij achter haar loopwagentje aan. Ze had zichtbaar genoten van de babbel. "Tja," verzuchtte ze openhartig "ik heb een schone ouderdom bereikt." En toen: "Maar evengoed blijf ik toch zo bang van de dood.." Ik keek haar aan, zag de onrust in haar blik, knikte bedachtzaam, zocht een antwoord. Maar dan ineens, nog voor ik iets zeggen kon, vroeg ze zich af: "Zou er nog wat op TV zijn vanavond?"
|