,Mijn dorp
Toen ik in mijn dorp verliefd werd reed ik door zandwegen naar haar, door diepe voren mul zand waar ik met mijn fietsje door denderde in blijde verwachting van de ontmoeting die zou uitlopen op onze trouw en kindjes. Ik veroverde langzaam mijn dorp door te wandelen naar de bossen, mij te ergeren aan de cross mania die toenmaals kampioenen opleverde maar de hele omgeving verpestte met lawaai en stank, ontmoette mensen in de plaatselijke voetbalclub en de school en leefde er aangenaam en gelukkig.
Korte tijd nadat ik er woonde veranderde de tijd. Er was sprake van de vaart der volkeren, van gewestplannen en verkavelingen, geroddel over burgemeesters die hand- en spandiensten leverden aan grondeigenaars en boeren, het succes van een kleine koekenbakker die suikerachtige wolken over de gemeente stuurde. De verkavelingen kwamen er, gedeeltelijk en zogezegd voor de plaatselijke bevolking die wel eens in een moderne woning wilden leven, en met veel mensen die in de rand van de bossen en erin hun woning wilden verwerven. Mee in de vaart der volkeren, los van het dorpse leven ontwikkelden die nieuwe verkavelingen terwijl in het dorp de middenstand stilaan uitstierf, enkel nog een grootwarenhuis overbleef. Het verkeer nam toe.
Het verkeer nam toe maar dat was niet zomaar een toevallig gegeven. Mijn dorp was ondertussen gefusioneerd met een ander dorp met daartussen een expressweg die in mijn hoofd wel zou worden omgebouwd tot een heuse autoweg. De vaart der volkeren deed hier ook haar werk. Door een ondoordachte beslissing van het toenmalig gemeentebestuur verloor het nieuwe dorp zijn onschuld. Alle verkeer dat vanuit de naburige gemeenten van het nieuwe dorp naar de autoweg moest, werd afgeleid naar de overgang tussen de twee dorpen, die nu mijn dorp waren geworden. Van heinde en verre, zelfs uit het buitenland werd mijn nieuwe dorp overstroomd door auto’s en steeds meer en grotere vrachtwagens zodat de leefbaarheid in beide dorpen, die nu mijn dorp waren, met rasse schreden afnam. De roep om iets met dat verkeer te doen steeg omdat de leefbaarheid van mijn dorp afnam.
Ondertussen was de koekjesfabriek met de weeïge geur uitgegroeid tot een potige kmo die na de generatiewissel steeds meer appetijt kreeg. Met de steun van grote heren werden plannen gemaakt om de wereld te veroveren. En zo geschiedde. In de loop der jaren bouwde men het imperium uit dat nu het centrum van mijn oorspronkelijk dorp beheerst. Niet enkel bouwde men steeds meer grote en hogere gebouwen, er kwam steeds meer volk werken en er reden steeds meer vrachtwagens in en uit. Daarbij bleef het niet. Men kocht de buren uit die niet konden weerstaan aan de aanlokkelijke voorstellen zodat nu het halve dorp eigendom is geworden van de koekjesbakkers en de plannen voor verdere uitbreidingen zich laten raden. Het dorp waar koekjes werden gebakken is stilaan in de uitverkoop voor een multinational die er niet thuis hoort.
Mijn oorspronkelijke dorp is in zijn kern, rond de kerk, druk, erg druk, onleefbaar bijna, zodat nieuwe ingrepen zich opdringen. Lang leeft de wil om de koekjesbakkers nog meer armslag te geven en het dorp, mijn dorp van vroeger, te ontlasten van al dat drukke verkeer. Een ringweg dus. Nadat jaren geleden een reservatiestrook werd voorzien, maar om de uitbreiding van de bakkerij weer werd verlaten, is er nu weer een plan om een ringweg te maken zodat het bedrijf kan aansluiten op de autoweg in zijn achtertuin. Dat daarbij weer beton zal worden gegoten door woon- en landbouwgebied is een detail in de plannen. Ontharding is in Vlaanderen een doelstelling maar hier komt er meer verharding. ( In woongebieden mag er van de Vlaamse Regering geen verharding bijkomen, in landbouwgebied moet er tegen 2050 20 % onthard worden.)
Ter compensatie wordt een deel van een woonuitbreidingsgebied geschrapt en worden de onbebouwde delen van het Scheutbos ingebracht. De compensatie is dus nogal symbolisch want nog meer woningen brengen nog meer verkeer met zich mee, de straten rond het woonuitbreidingsgebied zijn woonstraten die niet meer verkeer kunnen verdragen en het Scheutbos is in een vorige procedure reeds beschermd. Blijkbaar denkt men er niet aan overbodige verharding uit te breken of de lintbebouwing een halt toe te roepen.
Ondertussen blijft het bij de burgers stil. De burgers van mijn dorp zijn niet geneigd voor hun dorp te strijden. Zij hebben de verkavelingen ondergaan, een deel van het bos verloren aan bebouwing. Nu is het weer ongelooflijk stil. Niettegenstaande er grote veranderingen op til zijn. Ikzelf heb besloten het initiatief nu eens aan anderen over te laten. Het moeten niet altijd dezelfden zijn die op de barricaden staan.
Misschien is de tijdsgeest er ook niet naar. Wie gelooft nog in de procedures die opgezet zijn, de inspraak die geen medezeggenschap oplevert omdat de beslissingen al binnenskamers zijn voorbereid en doorgepraat met de belanghebbenden, de compensaties doekjes voor het bloeden zijn. Het moeten mensen met veel moed zijn die het dorp willen beschermen. Misschien lees ik de tijd verkeerd en vinden de mensen dat ze mee moeten, mee met de ontwikkelingen, mee met de roep om meer, groter, winstgevender. Daar lijkt het naar.
(Noot: In Idegem werd de verlenging van omgevingsvergunning van het palletverwerkend bedrijf Foresco niet toegekend omdat er overlast is door zwaar transport en hinder voor de woonomgeving. Het bedrijf zal de productie verplaatsen.)
|