-Er is momenteel veel te doen om het Higgs-deeltje of Godsdeeltje .
-Dat deeltje zou dan aan de oorsprong moeten liggen van het ontstaan van ons heelal ; en zou gewicht en ook massa gegeven hebben aan de eerste materie of elementaire deeltjes .
-Als men de formule van Einstein E=mc2 uitbreidt tot de filosofische- en allesverklarende - formule E=mc2=Psy , moet men besluiten, dat dat godsdeeltje inderdaad een transcendente en absolute oorsprong heeft ; en van oorsprong slechts een wil of een idee (psy) was van alle evoluties .
-Het Psygedeelte van de alles omvattende formule is niets anders dan de absolute logica en wil of energie, die in die logica of eeuwige wetmatigheid gelegen is ; en die zich omzet in energie, massa, materie en de deeltjes en later in de ganse schepping zelf .
-Het element Psy is niets anders dan de absolute idee (Hegel) of I.D., die zich vertoont in haar vormen, die zelf volgens Aristoteles niets anders zijn dan ideeën .
-Dus Psy =idee = vorm= materie = de deeltjes= het heelal
-Het godsdeeltje past zodoende wonderwel in de formule E=mc2=Psy ; en onstond vanuit een idee, die zelf vorm werd ons heelal...
-Of het (gods)deeltje zelf is transcendent, absoluut en niet te vinden ;maar wel te verklaren ...
Herhaling : misschien nuttig voor studenten Filosofie...
VISIE OP FILOSOFIE : Historisch overzicht, een methodische benadering en eigen visies op filosofie
-een snelcursus filosofie- door Valère De Brabandere :
*Deel I: Historisch overzicht van de Filosofie.
Een historisch overzicht van de filosofie is m.i. een uitstekende inleiding en cursus tot de discipline, die historisch gezien ook de eerste wetenschap was .
Filo-sofie betekent letterlijk 'liefde tot de wijsheid', en kan in volgende deel-disciplines ingedeeld worden :
-Meta-fysica : of over wat de wetenschappen en de fysica zelf nog niet weten ; op zoek naar het transcendente , -Ontologie : de leer van 'zijn' en van de zijnden ; -Logica : denk- en argumentatieleer ; -Epistemologie : kenleer, wat is de waarheid , en hoe kan men kennen ; -Ethica : hoe behoort men te leven, als individu en als maatschappij; wat is moraal ; -Esthetica : wat is schoonheid, en wat is kunst ; -Psychologie ; zielkunde, en leer van de menselijke gedragingen ; -... en nog andere ...
Hierna zal ik het vooral hebben over de meta-fysica en de ontologie, die men graag het hart van de filosofie noemt . Filosofie komt voort uit verwondering , beweerde Aristoteles, de voornaamste filosoof én wetenschapper uit de Oudheid ; hij zei ook, dat de mens van nature wil weten, en dat filosofie de meest goddelijke bezigheid was voor de mens, juist omdat door filosofisch te denken, de mens de fenomenale wereld wil overschrijden op zoek naar wat 'meer is' of 'meer moet zijn' .
Het oudste menselijk denken over de cosmos, de natuur en de mens zelf uitte zich in allerlei mythes, en leidde tot allerlei geloof, bijgeloof, pseudo-wetenschap en religies . Maar het was eerst bij de oud-Grieken omstreeks 600 v.c. dat men aan die mythes en vertellingen een meer wetenschappelijke uitleg of liever een filosofische basis wilde geven .
Ook toen al kon men een onderscheid maken tussen denkers, die meer idealistisch en andere meer materialistisch dit alles wilden uitleggen, en tussen enerzijds theoretische en anderzijds meer praktische filosofie . De praktische filosofie was en is tot op heden vooral de ethiek of moraal, de estetica, en de logica, die de mens voorhouden, hoe hij behoort te leven, wat hij goed en schoon kan vinden, en hoe hij het best denkt en argumenteert .
Ook duren de strijd tussen idealisme of spiritualisme en materialisme of realisme tot op heden voort in onze filosofie ; ook tussen determinisme en wils-vrijheid ; of zelfs tussen darwinisme en creationisme e.a.... Moet men het fenomenale overstijgen ; of mag en kan dat niet ?
---De Oudheid - Om een historisch overzicht te geven, moet men beginnen omstreeks 600 v.c. in Griekenland bij
Thales van Milete : hij hield het bij één oerstof nl. het water als basis of principe van alles, van alle substanties .
Anaximander : was voorstander van het 'apeiron', volgens hem een oneindige, onbepaalde stof waaruit alles door meta-morfose ontstaat, verandert en weer vergaat . Beiden waren ze ook aanhangers van het 'hylozoïsme', de opvatting, dat zowel organische als an-organische stoffen en wezens een vorm van 'leven' inhielden (cfr H.Bergson-vitalisme :'élan de vie' als innere van alles ) .
Pythagoras : richtte zijn aandacht op de 'vorm' als dusdanig ; hij plaatste dit begrip naast het apeiron - de stof-, die er door bepaald, beperkt en gevormd werd tot een ware substantie .Met deze vormen verwees hij ook naar het getal, dat de maat van de vormen en van alles was, en aldus het apeiron in zijn bepaald-zijn, zijn beperkt-zijn en in zijn veelheden vormt en schept als het ware . Door zijn aandacht voor het getal onstond bij de Grieken eveneens het begrip 'harmonie' . Alle vormen zijn zodoende harmonisch verbonden tot een cosmos of wereld-orde , -zie ook zijn harmonie in de muziek..., en zijn beroemde, wiskundige 'stelling van Pythagoras' .
Heraclitos : ontwikkelde het begrip 'worden' als basis van alle veranderingen . Dit worden werd naast de vorm en de materie een derde basis-element . De dingen zijn er slechts door de eeuwige onrust van het worden - symbool hiervan was het vuur- . Die bewegingen en veranderingen geschiedden volgens de Logos- de rede of de eeuwige Wetten- . "Panta Rhei" of alles is steeds in beweging was dan ook de samenvatting van zijn leer .
Parmenides : was de anti-pool van Heraclitos . Voor hem was het 'zijn' zelf het centrum van zijn filosofie en niet het worden . 'Worden' was voor hem een zinsbegoocheling evenals het 'vele' of meervoudige van de dingen zelf . Alleen het 'Ene' of het 'zijn' bestaan werkelijk voor hem .De mens kent het 'vele' door zijn zintuigen, die slechts dierlijke organen zijn vlgs Parmenides ; en het daarboven verheven menselijk denken zelf kent enkel het 'ene' ; 'Denken was Zijn' voor Parmenides .
Empedocles : kwam voor het eerst tot de vier beroemde elementen nl. aarde, water, vuur en lucht ; alhoewel hij daarnaast soms over een vijfde element nl; de 'ether' sprak ; dit was tevens de stof van de sterren . Later bij Aristoteles werd aan dit vijfde element ether een geestelijke inhoud gegeven .
Democritos : noemde deze elementen 'atomen'- dit zijn niet te scheiden lichaampjes- . Aldus bestonden enkel de atomen, de lege ruimten daar tussenin en verder de eeuwige bewegingen, die geregeld werden door de in die atomen voorhanden zijnde 'wetmatigheden' .
Anaxagoras: bracht het begrip 'nous' in de filosofie ; en hierdoor werd naast de mechanische, materiele werkingen in de cosmos de geest - nous- aanvaard als werkingsoorzaak voor de beweging. Voor het eerst werd de hegemonie van het materialisme gebroken en hier doen finalisme en het begrip 'telos'- doel- reeds een intrede . Een theorie 'promoiomerie' zegt, dat de delen van substanties uit dezelfde atomen bestaan als het geheel, maar de atomen van verschillende substanties zijn ook verschillend ? B.v. voedsel, dat de mens of een dier opeet, verandert in vlees na het eten, dus de atomen van alle voedsel bevatten in de kiem reeds vlees ? Nu weet men beter... Sofisten reageren tegen de al te gemakkelijke materialistisch-mechanische systemen voor de cosmos .
Protagoras : huldigde een zeker 'relationisme' in zijn wereld-beschouwingen ; volgens hem bestond er geen waarheid ; en zo wel : kon men die waarheid nooit kennen . "De mens is de maat voor alles" ; en de mens moet zich niet onderwerpen aan een god of aan een wet . Zoals de werkelijkheid aan mij verschijnt, zo is ze voor mij, en voor U zoals ze aan U voorkomt ; subjectisme ...
Scholion : materieel gezien kan het Ene niet, daar het geen 'worden' of beweging kan bevatten, en dus niet actief kan zijn . Anderzijds is het vele steeds een 'worden' en 'worden' zelf is geen 'zijn' en geen Ene ....Besluit : beide begrippen het Ene en het Vele bestaan slechts in het denken en zijn dus ideëel .
Socrates : liet zelf geen geschriften na, en is grotendeels gekend via de werken van Plato, zijn leerling . Socrates voerde gesprekken met zijn medeburgers- zijn beroemde dialogen, door Plato op schrift gesteld . zijn dialogen noemde hij 'maieutiek' of verloskunde . Zijn ironie was :" Ik weet, dat ik niet weet." Hij trachtte via dagelijkse gewaarwordingen en inzichten tot algemene begrippen te komen . De deugd stond steeds in het centrum van zijn gesprekken ; de deugd moest leiden naar het Goede, en dit moest gebeuren via het 'daimonion'-het geweten, dat goddelijk was .
-Idealistische denkers :
Plato : was zoals gezegd een leerling van Socrates . Beroemd van hem is zijn 'Ideeën-leer' ; ideeën als eeuwige, absolute oerbeelden, waaraan alle wereldse substanties slechts deelnemen als 'afbeeldingen' .. Via abstracte gemaakte deugden komt hij tot algemene vormen of ideeën van de dingen en van begrippen zoals het Goede, het Ware of het Schone, enz. . Dit is het rijk der ideale wezens, vormen, die een immaterieel bestaan hebben ergens in een hogere wereld .Het daimonion van Socrates-het geweten- wees Plato naar deze ideeën-wereld . Ook het zuiver mathematische-denken bracht hem naar die ideeële voorstelling van de cosmos bv; de cirkel, de driehoek, de punt, de vergelijking e.a. In zijn Timaios- boek over de schepping van de cosmos- liet hij het universum uit vormen zoals de verschillende driehoeken ontstaan via een systeem van juxta-positionering van die vormen tot elementen en nadien tot alle substanties en wezens in de cosmos .Deze vormen waren à priori ; en bij het waarnemen van de materiele werkelijkheid, herinneren we ons deze vormen : dit is de beroemde leer van de 'anamnesis' van Plato ; waarnemen, zich herinneren en kennis, is niets meer dan een herinnering aan een vorig leven samen met die ideeën in die hogere wereld ...
De zijns-leer van Plato luidt aldus : 1. er is alleen een 'zijn', dat door de mens gekozen wordt ; 2. dit zijn is reëel, gezien de oerbeelden ons enkel als materiele vormen verschijnen ; 3. het is een zijn dat verandert en evolueert .
Antropologie : beroemd is hier de 'gelijkenis van de grot ,daar laat Plato zien, dat de mens enkel de verschijningsvormen van de dingen ziet en aanschouwt ; de dingen ziet hij slechts als schaduwen van de oerbeelden, zonder deze ooit echt te kunnen kennen ; het blijft voor de grotbewoner bij een vermoeden van een 'licht', dat oorzaak moet zijn van dit gebeuren ...
De ziel is het 'eigenlijke' van de mens, waarvan het lichaam een verschijningsvorm is ; "Sema Soma"of het lichaam is een gevangenis voor de ziel .De ziel is echter zoals de overige vormen en ideeën onsterfelijk en eeuwig . De Eros - de liefdegod- en het streven via de rede, zet de ziel aan het Goede te doen en ook te bereiken, en moet de mens via een onthechting van het aardse naar de gelijkmaking aan God leiden .
Staat en Politiek : democratie doet ten onrechte de subjectieve verlangens van het volk heersen en tot basis maken van het sociale leven en van de staat . Ook andere staatsvormen zijn niet perfect .
Voor Plato was de ideale vorm van sociaal leven een leven in een commune onder een streng, opvoedend staatsgezag, en onder een communistisch stelsel van gemene eigendom...( zie ook Thomas More- de Utopia) .
Theologie : de God van Plato is afgeleid uit zijn Ideeën-leer . God is de absolute Waarheid, het absolute Goede, en het Schone, en moest dus eeuwig zijn ; hij is ook het enige wat de mens moest nastreven of betrachten zelf te worden . God was de demiurg- de schepper-, die de wereld niet uit het niets heeft gemaakt, doch wel uit een vervorming van de absolute oer-vormen volgens bepaalde wetmatigheden ...
---Van Plato wordt gezegd, dat alle filosofie na hem, slechts voetnota's zijn aan zijn filosofie...
Aristoteles :--was een leerling van Plato (383-322v.c.) . hij was de voornaamste filosoof én wetenschapper van de oudheid . Hij bouwde enigszins verder op de leer van Plato, maar was minder idealistisch en meer praktisch ingesteld . Hij zweefde minder in 'hogere sferen' en was meer aards-wetenschappelijk ingesteld . Hij was ook de grondlegger van de logica als discipline : het syllogisme is zijn uitvinding .
Logica : het begrip of het woord is de toverstof van de geest om iets aan te duiden of te tonen .De categorieën zijn een herleiding van die begrippen tot basis-begrippen, zoals substantie, kwaliteit, kwantiteit, causaliteit, ruimte, tijd e.a.
Het oordeel is de relatie en verbinding tussen minimum twee begrippen ; de waarheid is een eigenschap van het oordeel, dat getoetst wordt aan de werkelijkheid ; 'het zijnde is en het niet-zijnde is niet' dit is de waarheid . Waarheid is de identiteit van de kennis met de werkelijkheid . Het Syllogisme of rede is de redelijke ontwikkeling van de begrippen en de oordelen , VB. ---De Mens is Sterfelijk : major premisse, ---Socrates is een Mens: minor premisse, ---Dus Socrates is Sterfelijk : conclusio . Syllogismen onder allerlei vormen waren de basissen voor argumentaties ... Begrippen ontstaan via de zintuigen : de ziel was eerst een onbeschreven blad een 'tabula rasa' ;en uit de verscheidene ervaringen van de zintuigen wordt het begrip van de dingen gevormd .Het gemeenschappelijke uit deze vormen -ideeën- wordt geabstraheerd tot algemene begrippen om mee te redeneren . In tegenstelling met Plato behoorden deze algemene begrippen of ideeën niet in een hogere wereld thuis, maar in de 'dingen' zelf . Aristoteles bleef met beide voeten op de grond .
De Ziel : in zijn werk 'Over de ziel' aanvaardde hij toch een van buiten in de foetus gekomen en goddelijk gedeelte van de ziel, de 'Intellectus agens' of de 'Nous' -het werkend intellect, dat instond of regelaar was van de waargenomen 'begrippen' in de ziel, en die de mens tot denken, willen en streven aanzette .
Meta-fysica : was de eerste filosofie en wetenschap - 'meta ton fusica' - of de leer na de studie van de fysica ; de verdere uitleg van de werkelijkheid ...Dit was vooral een studie van het 'Zijn' ; van een zijn gelegen achter dat zijn, dat ons verschijnt in onze waarnemingen : het transcendente dat de fenomenologie overschrijdt .
Zijns-principes zijn : vorm en materie bepalen het individuele ding : de substantia prima is de materie en de substantie secunda is de vorm . Stof of materie is het vloeiend continuum van ruimte en tijd, die de eeuwige vormen ontvangen . Materie is aldus het onbepaalde dat door de vorm tot een bepaalde en beperkte substantie of 'ding' herleid wordt ; beide, zowel stof en vorm kunnen niet afzonderlijk bestaan, en bestaan slechts in een compositie . Nadien bracht Aristoteles de 'beweging' en de oorzaken van deze in als een derde beginsel . Bekend is ook de leer van de Vier Oorzaken : Aristoteles oordeelde, dat men door de oorzaken van de dingen te kennen, ware kennis van die dingen kon krijgen . Hij onderscheidde aldus vier hoofdoorzaken : nl; -de causa efficiens : of de werkoorzaak = de beeldhouwer,de beitel, -de causa materialis : de stoffelijke oorzaak = de blok marmer, -de causa formalis : de vormoorzaak = de vorm van het beeld zelf, -de causa finalis : de doel-oorzaak = doel van het beeld : een gedenksteen... - deze vierde oorzaak was voor hem de voornaamste ; daar deze oorzaak de ware aanzet was voor het maken van het beeld ; aldus benadrukte hij het belang van het doel of de 'telos' van alles en voor alles . Volgens Aristoteles zag hij het belang van die telos vooral in de biologie, bij mens, dier of plant, waar het geheel van meer belang was dan de som der delen . Een mens is meer dan een verzameling van organen ; en de groei van alles is gericht op het volwassen-worden en -zijn . De bewegingen of veranderingen zag Aristoteles als de overgang van potentie naar act, of van mogelijkheid naar werkelijkheid . Ideeën zijn slechts potenties of mogelijkheden ; en de oorzaak, die deze potentie naar act doet overgaan moet van een andere aard en sterker zijn dan de idee zelf . Hieruit onstond bij Aristoteles het axioma " De act gaat de potentie vooraf" . De absolute act, die alles vooraf moest gaan was God - de absolute Idee en vader van alle andere ideeën, vormen en dingen . God was de 'actus purus' en de Eerste Onbewogen Beweger . In zijn werk ' over de Fysica' sprak Aristoteles zich nooit volledig uit over wat de beweging aanzette of teweegbracht ; in zijn werk 'Meta-fysica' ( de naam van deze werken zijn niet door Aristoteles zelf gegeven, maar nadien toegevoegd ) lost hij dit probleem enigszins op door een beroep te doen op het 'transcendente' nl; een 'eerste onbewogen beweger; net zoals hij dat ook al eens moest doen bij de werking van de Ziel ..
Teleologie : Niets in de natuur of in de cosmos gebeurt zonder oorzaak maar ook niet zonder doel of reden .Alles beweegt naar iets toe ; de stof streeft naar de vorm via een beweging of verandering, en wel naar zijn ideale vorm of plaats . Dat doel is steeds het Goede, dat net zoals bij Plato altijd het doel moest zijn . Een bewijs van deze doeloorzaak zag Aristoteles, zoals al aangehaald, in de biologie, de studie der organen, waar alles gericht is op die eenheid van het organisme zelf van het levend wezen . De ziel was het principe van het levend wezen ; en die ziel definieerde hij als een zelfbewegende substantie ; de ziel was aldus de idee of de vorm van het lichaam en is ook een 'onbewogen beweger', afhankelijk van die 'eerste onbewogen beweger' van God zelf dus .
De ziel heeft het vermogen het hoogste te schouwen en is daarom iets goddelijks en eeuwigs, tenminste het redelijke deel er van, het 'intellectus agens' ...
De cosmos : voor Aristoteles was de cosmos eeuwig als plaats voor alle substanties en bewegingen . Het mechanische bestaat zeker in de cosmos, maar het zijn de vormen of ideeën die de beweging besturen . De beweging is eeuwig en de tijd is er de maat van, die aldus ook eeuwig moest zijn .
De substanties bestonden uit de vier elementen : aarde, water, vuur en lucht ; ook Aristoteles voegde er een vijfde element nl. de 'ether' of 'Quinta essentia' aan toe . De ether was de stof der sterren en was van een geestelijke aard . God bewoog de eerste hemelsfeer, die dan zelf voor de bewegingen van de andere sferen zorgde en de ganse cosmos in beweging zette . Onze planeet de aarde noemde Aristoteles het 'onder-maanse' en de rest van de cosmos het 'boven-maanse' of de sterrenhemel . De 'eerste onbewogen beweger moest dus goddelijk zijn . God beweegt de cosmos niet als een mechanische kracht, maar als een zuivere 'begeerte',en uit liefde..., als 'Een denken van het Denken zelf" . Ook de 'intellect agens' in onze ziel beweegt het lichaam uit begeerte ; uit een wil, die aanzet tot energie en bewegingskracht in ons lichaam ; zoals gezegd moest dit deel ook goddelijk zijn .
Ethica : de ethiek was voor Aristoteles van het allerhoogste belang .
Het bereiken van het 'Eudaimon' d.i; het Geluk was het hoogste doel en kon slechts door de deugden zoals : wijsheid, moed, rechtvaardigheid en matigheid bereikt worden, 'Virtute gaudet' -de deugd verblijdt . 'Het volgen van de gulden middenweg in alles' was de gouden regel in de moraal, niet teveel en niet te weinig . De mens was vooral een sociaal wezen voor Aristoteles . De Staat moest primeren op het individu, daar het geheel steeds aan de delen voorafging ( holisme) ?
Plotinus : (+270 n.c.) het neo-platonisme - Voor Plotinus was God het Ene, het louter Goede . De transcendente god, die door zijn emanaties immanent is in de wereld . Al het zijnde vloeit uit het Ene . Er zijn drie 'zijns-vormen' : het Ene, de Geest en de Ziel . Uit het Ene emaneert de Geest ( de Nous of de cosmos noëtos ) . Uit de Geest emaneert de Ziel, die de band is tussen de Geest en de wereld zelf . De ziel herinnert zich haar oorsprong de Geest en het Ene , en tracht die terug te bereiken . Via onthechting komt de mens in een extase, die hem terug verenigt met het Ene.
Scholion : Idealisme in de filosofie komt reeds voor bij de latere Grieken . Plato kende de Ideeën als de vormen, die zich enkel weerspiegelden in de dingen van onze werkelijkheid . Aristoteles zag die vormen meer realistisch en in de dingen zelf ; hij liet de vorm inwerken op de materie ; en dit gebeurde volgens een telos-oorzaak ; hetgeen wees op een intellect-gebeuren op een quasi idealistische wijze . Gezien echter de prima materia of de stof niet gekend of bepaald kan worden op zich, en zelf geen ware inhoud of vorm heeft, en ook niet door onze zintuigen kan waargenomen worden, is het alleen de materia secunda of de vormen of de ideeën ( zoals Aristoteles de vormen ook noemde) die we 'kennen' als een ideëel omhulsel van de dingen zelf dan . Hierdoor kan men besluiten, dat de dingen als harde materie niet bestaan, maar slechts ideeën zijn en als 'voorstellingsvormen' in de geest bestaan . puur idealisme ???
---De Middeleeuwen :
Augustinus : "Men kan twijfelen aan alles, maar men kan deze twijfel zelf niet in twijfel trekken", -is dat een voorganger van Descartes' " Je pense, donc je suis' ? Er is dus een waarheid ( reactie tegen de toenmalige sceptici) . In de mathematisch zekerheden zag Augustinus het proto-type van alle 'waar-zijn' : bv. 3+5=8 is een eeuwige waarheid, absoluut, aan alles voorafgaand - à priori dus . De waarheid berust dus in de mens zelf, in zijn geest of 'rede'. het à priorische in die rede-inhoud toont aan, dat de menselijke rede of verstand boven de wereld en de ervaring verheven moest zijn . De tijd is een extensie van de geest ; het eeuwige is het ene en het Al, de substanties ; en alles ligt in de tijd en in de ruimte . De ziel denkt niet alleen, ze wil ook . Ze verlangt als gedreven door een Eros ( begeerte) naar het Goede, de Godsstaat en het Ene . Symbolisch is de uitspraak van Augustinus : " God, ge hebt ons voor U zelf geschapen, en onrustig is ons hart tot het rust vindt in U " .
Anselmus van Canterburry ; van hem is het 'Ontologisch Godsbewijs'; " Wij denken God als het meest volmaakte wezen . Maar een wezen dat werkelijk volmaakt is, bezit ook de eigenschap van de existentie , t.t.z. dat wezen moet noodzakelijk bestaan.".
Thomas Van Aquino : +1274 voornaamste middeleeuwse wijsgeer - gaf de Aristotelische leer een Christelijk gezicht .
Kennistheorie : Men zoeke de waarheid buiten zich ; hij legt de nadruk op de ervaring, zoals Aristoteles dat deed . Via onze zintuigen komen de voorstellingen van de werkelijkheid in onze ziel . ; zonder deze phantasmata geen gedachten . " Alles wat in het verstand is, was eerst in de zintuigen. "
Het actieve verstand 'Intellectus agens' distilleert als het ware de indrukken van onze zintuiglijke ervaringen, ook van de innerlijke gevoelens tot begrippen, abstracte ideeën en logische besluiten . Dit werkend vermogen - Intellectus agens- in onze ziel is een à prioristisch vermogen of faculteit van de ziel ...
Ontologie : Hier ook was Thomas van Aquino de volgeling van Aristoteles' zienswijzen, die hij wel deed inpassen in het christelijk geloof .
Alles preëxisteert eigenlijk in God, en alles existeert on-eigenlijk in de wereld ...; alles ontstaat uit een vrijwillige emanatie uit God en wordt 'schepping' genoemd . Thomas van Aquino hanteert het hylomorphisme van Aristoteles ; alles is een samenstelling van materie en vorm ; hij ontwikkelde ook begrippen zoals potentie en act- en existentie en essentie . Enkel bij God vallen existentie en essentie tezamen . Bij bestaande zaken kan men het wezen of de essentie bedenken, terwijl men abstraheert van het bestaan en de existentie .
---Zeer beroemd van hem zijn zijn 5 godbestaans-bewijzen : 1. bewijs volgens de noodzaak van een Eerste Onbewogen Beweger, 2. het bewijs volgens een Eerste noodzakelijke oorzaak , 3. bewijs volgens de contingentie der dingen in de cosmos, 4. bewijs volgens de hiërarchie in de cosmos , 5. en het godsbewijs volgens de heersende orde, en regelmaat in die cosmos . ; "het onvolmaakte in de wereld is niet mogelijk zonder het volmaakte ..." Deze bewijzen worden aanvaard maar ook betwist ; vraag blijft of de huidige wetenschap daar nog genoeg aan heeft .
de Ziel : planten en dieren hebben ook een'ziel'; maar die van de mens is rationeel, goddelijk en onsterfelijk .
Nicolas van Cusa : de terugkeer naar het Ene van Parmenides en Plotinus . Het idee van de 'alheid' van het zijnde wortelt in de rede zelf . Het verstand scheidt de dingen en eindigt in een veelheid der tegendelen . De rede omvat alles, stijgt boven alles uit . In het doordachte oneindige vallen alle tegendelen en verschillen samen en weg ; " Een oneindige cirkel onderscheidt zich niet van een rechte lijn" . Zo ook denkt de Rede door tot in het oneindige : alles is in alles . God is de complicatie van de wereld, terwijl de wereld de explicatie is van God... Scholion : het idealistisch beeld van het Ene, gedacht door de rede is hier dominant, zoals 'wit in feite geen kleur is, maar toch in zich alle kleuren van het spectrum bevat ; zo verenigt het Ene het Al ...
---Moderne Tijden ..:
-Renaissance : nu volgt een tijdvak van experimenten ook in de natuurkunde ; nu eens zoekt men de waarheid in de Oudheid terug, en een andere keer in de vernieuwde wereld van de wetenschappen en het onderzoek . Men roept de mens uit tot een tweede God, en tegelijk kan men de 'ware god' vergeten . Hier ontstaat ook het echte rationalisme van de verlichting, de filosofie van de Rede ( zie Franse revolutie...).
Descartes : +1650 - beroemd zijn zijn 'Discours de la méthode' en 'Meditaties over de eerste filosofie' ; hij wordt wel eens de eerste moderne filosoof genoemd . "JE PENSE, DONC JE SUIS", een van de beroemdste uitspraken uit de filosofie is het uitgangspunt van de Cartesiaanse twijfel... "Alles bestaat wel in mijn gedachten ; doch ik moet wel twijfelen of alles ook in een werkelijkheid buiten mij bestaat ; één zaak is zeker, dat ik nu denk." . Maar als ik denk, dan moet ik ergens onder enige gedaante 'zijn' . en bestaan .Dit was voor Descartes een heldere en klare idee ; en hieruit volgt voor hem zijn hoofdaxioma, dat 'alles wat ik duidelijk en helder inzie, moet waar en werkelijk zijn . Zoals in de wiskunde klimt Descartes van duidelijke axioma's ( dit zijn stellingen, die quasi intuitief aangevoeld en aangenomen worden) naar meer ingewikkelde stellingen of ideeën : deze axioma's zijn dan ook aangeboren, zoals de idee van God, van de Ziel of van 'uitgebreidheid en 'denken' . Godsbewijzen : Descartes was voorstander van het Ontologisch godsbewijs : de idee van een volmaakt wezen heeft enkel als oorzaak het bestaan van een volmaakt wezen ; daar volgens de Scholastiek (middeleeuwse, christelijke wijsbegeerte) ook de oorzaak van iets groter en machtiger moest zijn dan zijn gevolg of product ; hier groter dan de idee er van (van God) ...
Spinoza : -volgens Spinoza bestaat er slechts één Substantie en dat is God of Natuur . God en de natuur zijn één en hetzelfde . Het niets heeft geen attributen ; het eindige heeft eindigende attributen en het Oneindige heeft oneindige attributen en modi's...Dus God is alles en alles is God -pantheïsme-. Zoals uit het wezen van de driehoek volgt, dat de drie hoeken samen één strekkende hoek (180°) vormen ; zo volgen ook alle dingen uit het wezen van God . Zo blijft er slechts één substantie, en maakt Spinoza een einde aan de dualiteit van Descartes, nl. van denken én uitgebreidheid ..
Leibniz : of de leer van de Monaden . Monaden zijn de werkelijke atomen van alles en in zekere zin zijn ze zelfstandige 'zielen' en dus geestelijk . Elke Monade stelt in zichzelf het ganse universum voor . "Alles is in alles" (holisme) . Er is echter een hiërarchie in de monaden volgens hun bewustzijn, gaande van de monade van God, die van de ziel tot de monaden van de 'minderbewuste' materie .. . Reactie hierop was het 'empirisme', dat enkel wat de zintuigen ons verschaften wilden onderzoeken en aldus anti-transcendent dachten . Zo hebben we filosofen als Hobbes, Locke, Hume e.a.
Hobbes : had rationele verklaringen voor de werkingen en oorzaken in de natuur en bij de mens . Hobbes was ook beroemd om zijn werk 'Leviathan' een pleidooi voor een alles omvattend, en streng staatsgezag .
Locke : volgens Locke waren er geen aangeboren ideeën of begrippen .
Hume : volgens Hume waren er slechts indrukken en voorstellingen in onze geest van die zintuigelijke indrukken . De band tussen de ideeën of gedachten zijn slechts associaties en geen oorzaken . De gewenning - habitude- is de achtergrond van deze associaties ; en causaliteit is niets meer dan een gewenning .
Berkeley : Iers wijsgeer + 1753- was een absolute idealist ; "ESSE EST PERCEPI" of 'zijn is waargenomen worden" . Voor Berkeley bestond alles slechts in de geest- maar ook in de geest van God . Berkeley was geen 'solipsist' ( misschien in de kiem een 'supra-solipsist' ?) ...
---Het Duits idealisme :
Kant : -de filosoof met de' top-slogans' : "DAS DING AN SICH KANNT MAN NICHT" of "Het innere der dingen kent men niet.", samen met het besef, dat ruimte en tijd slechts als à prioriteiten in onze geest bestaan ( het bestaan van een zogenaamde reële tijd en ruimte leiden tot antinomieën of para-doxen) .
Beroemd van Kant zijn zijn Drie Kritieken :
-1. " De Kritiek van de Zuivere Rede" : of 'over wat kunnen we kennen of weten' . Zonder ervaring is er niets te kennen . Maar er is wel een zekere vorm van à priorische kennis aanwezig in onze geest of ons brein ; dit zijn de aanschouwingsvormen van 'ruimte' en 'tijd' ... En verder : hoe zijn synthetische oordelen à priori mogelijk ? Wanneer onze aanschouwing - onze zintuigen- zich richt naar de 'dingen', kunnen we niets à priorisch van die dingen kennen ; wanneer de 'dingen' zich echter richten naar onze aanschouwing, kan men wel het à priorische veronderstellen : dit was de beroemde 'Copernicaanse wending' van Kant . Het à priori-zijn van de aanschouwingsvormen : ruimte en tijd en ook misschien van causaliteit zelf werden hiermede gesteld . Zonder dit à priorische kan men de ervaring van de wereld slechts achteraf kennen ; terwijl door het à priorische van bepaalde vormen aan te nemen, men kan anticiperen en wetmatigheden of andere eigenschappen van de dingen van te voren bepalen . Het à priorische is ook volgens Kant vooral terug te vinden in de wiskunde, bv. dat de rechte lijn de kortste afstand is tussen twee punten is een axioma van de aanschouwingsvorm-van de ruimte ; evenals 7+5=12 een zekerheid is, die via de aanschouwingvorm van de tijd à priorisch is . Zulke oordelen zijn synthetisch à priori-oordelen, die meer te kennen geven dan analytische of à posteriori oordelen . Alle kennis heeft dus twee pijlers, nl. de ervaring en de à priori-aanschouwingsvormen . Kant beschrijft hier ook de grenzen van onze 'rede', zowel van de zintuigelijke ervaring als van de à priori-vormen ; d.i. zijn 'transcendente dialectiek' ...
-2. Kritiek der Praktische Rede : over de moraal en het handelen van de mens...Kant plaatst hier zijn beroemde 'Categorische Imperatief' :"Gij zult..." of 1. "Handel zo dat de stelregel van uw willen als grondregel zou kunnen dienen van een algemene (morele) wet ." 2. "Handel zo, dat ge de mens als een doel en niet als een middel aanziet." ... God en een eeuwig leven van de ziel zijn voor Kant dan ook ethisch noodzakelijk, met het oog op de verplichting, die de zuivere rede ons oplegt ...Dit is het 'Godsbewijs' van Kant ..., en tevens een bewijs voor het eeuwig voortbestaan van de menselijke ziel, die aan zijn straf of beloning niet zal ontkomen, hier op aarde misschien wel, maar niet in de eeuwigheid ; Moraal = Rechtvaardigheid ; 'schuld én boete' ?
-3. Kritiek der Oordeelskracht : het gevoel, schoonheid, kunst en finaliteit... De doelrelatie ontdekt Kant in het gevoel, bv. in de lust, onlust of de begeerte, enz. Lust en begeerte wijzen naar iets, dat nog niet bereikt werd en als doel wordt gesteld . Verder vindt Kant teleologische bewijzen in het organische en in de levende wezens ( cfr Aristoteles), waar steeds geldt, dat het geheel primeert op de delen er van ; hetgeen een doelgerichtheid in alle samengestelde wezens (organen en levende wezens) en derhalve zelfs in alle samenstellingen van materiele substanties veronderstelt ; want alles moet één zijn in de structuur van de wereld en de cosmos . Aan de basis van deze gerichtheid van alles moet dus een zeker intellect liggen ( een Logos?) . Ook in de esthetica of 'schoonheidsleer' noemt Kant 'mooi' of 'schoon' datgene, dat zonder tussenkomst van enige begrippen, als object van een noodwendig welbehagen wordt aangenomen en aanvaard - dit is 'kunst'... Zou er buiten de geest niets bestaan ? Zou de geest alle substanties en dingen zelf scheppen ? Kant geloofde dit niet ; hij erkende het bestaan van een realiteit buiten dé of buiten onze geest of verstand ; doch deze realiteit is nooit te kennen, immers "dan innere kannt man nicht"..., weet je wel .
Scholion : Kant +1804- wordt als eerste van de Duitse idealisten genoemd ; maar hij is blijven steken bij 'het ding an sich', dat weliswaar reëel bestaat, doch niet verder te kennen is . Hij aanvaardde daarnaast wel à priorisch vormen in de geest, die getuigen van een aanname van een zekere transcendentie....
Schopenhauer : goed filosoof, excellent schrijver ,... 'pessimist'... In zijn hoofdwerk "De wereld als wil en voorstelling" heeft hij het over de 'wil' als ware inhoud van de 'dingen' zelf . Als Kant het 'innere der dingen' niet kon invullen, wendde Schopenhauer 'de Wil aan om aan deze verzuchting enigszins te voldoen .
Fichte : was een opvolger van Kant als idealistisch filosoof ; maar hij ging wel verder en aanvaardde naast de geest of liever naast het ideeële geen materiele substanties, en was aldus een absolute idealist , net zoals Berkeley dat was in Ierland .
Hegel : hij was werkelijk het 'boegbeeld' van het absoluut idealisme ...;zijn hoofdwerk was " de Fenomenologie van de Geest" . Hegel erkent, dat de vormen van het kennen en van het gekende object verankerd liggen in de geest ; maar voor hem hoefde het werkelijk bestaan van dit object niet meer . Tot en met Kant werd er echter steeds nog een realiteit buiten de geest of het verstand aangenomen ; ook Hegel wist en erkende dat op zijn manier ; "Er is geen subjectieve objectiviteit en geen reële objectiviteit : in het eerste geval zou er werkelijk objectief 'zijn' bestaan, in het tweede geval zou het gedaan zijn met de sponaniteit van het denken... . Zijn uitweg was :" Het denken van de mens, wanneer het waarheid bevat en overeenstemt met het zijn, is niets anders dan het denken van de wereldgeest zelf, die zijn objecten schept door ze te denken ; zodat de waarheid 'zijn en denken' samenvallen en hetzelfde zijn (zei Parmenides ook al zo-iets ?) . Verder nog van Hegel :" Al het redelijke is werkelijk , en al het werkelijke is redelijk". Aldus is er slechts de Absolute Idee, die zich dialectisch ontwikkelt en alle gebieden van het denken en het zijn doorloopt, schept en weer teniet doet . Zo is ook de menselijke geschiedenis en die van alles trouwens een dialectische ontwikkeling van de Absolute Idee . Een extreem van idealisme kan men ook 'solipsisme' noemen, wat enkel het eigen 'ik' of ego een bestaan en eigen gedachten als enige 'zijnden' aanvaardt .
Gerard Heymans : Eeveneens een absolute idealist en ook 'pan-psychist' . "Het sterven van het ego is niets meer dan het afsterven van een cel in onze hersenen, dat geen schade teweeg brengt aan het totale bewustzijn " of " de dood van een ego is niets meer dan het ophouden van een captiverende waarneming van het Ene of van het Super-bewustzijn ( wijst naar Supra-solipsisme ?) .
Heidegger : existentialistisch filosoof ( existentalisme legt de nadruk op de mens zelf op zijn 'er zijn in de wereld' ) .In zijn beroemdste werk 'Tijd en Zijn' gaat hij op zoek naar wat 'zijn' werkelijk betekent ; op zoek dus naar oplossing van een oud probleem . Bestaan is niet identiek met bewustzijn ; het is existentie en dit wil zeggen 'in de wereld zijn'. 'Zijn' is een uitgeworpen zijn in het Niets', "Het Niets Nietst". Volgens Heidegger moest een 'zoektocht' in de meta-fysica altijd eindigen in een vorm van 'geloven'.
Sartre : leefde in het tijdperk van het existentialisme ; "er is geen levensdoel, geen god, de mens is omringd door het niets . De existentie gaat de essentie vooraf in het zijn zelf ". Maar toch acht Sartre de mens vrij te zijn ( vrijheid en determinisme een eeuwig vraagstuk in de filosofie), en aldus moet de mens dan ook verantwoordelijk zijn voor zijn daden ...Liet Sartre dan toch nog de deur openstaan voor 'transcendente gevoelens' ? Hartmann : kiest voor een realisme uit de ervaring zelf - het fenomenologisme . Het 'innere der dingen' blijft weliswaar onbekend, en alleen het fenomeen of verschijning van de dingen zijn ons bekend, dus bouwen we onze filosofie daar op ...; net zoals Roger Bacon in de middeleeuwen de wetenschap trachtte te sructueren op inductie, t.t.z. uit de ervaring, in tegenstelling tot deductieve of analytische kennis . Scholion : volgens Hegel is er enkel de Absolute Idee, die werkzaam is als een evoluerende Logos, logica of noodzakelijke rede . Het 'moeten-zijn' van de logica ( 2+3moet 5 zijn ; Pi moet 3,14...zijn, enz.) kan men zien als een absolute Wil, die aanzet tot energie en lichamelijke beweging, dus beweging van wat we het 'materiele' noemen . Het ideeële vormt het materiele in zijn 'voorstellingen' en is enkel verbeelding van het denken zelf . Kritiek op het 'Cogito ergo sum" van Descartes kan zijn, dat men niet van het 'denken' kan overstappen naar het 'zijn zelf' ; ook niet naar dit van een 'ik' ; maar dat alles slechts ideeën zijn en blijven - geen dualismen, geen geest én materie ; immers hoe deze te verenigen ? Monisme is wel aangewezen : "de geest kan zich wel materie voorstellen, maar materie kan zich geen geest voorstellen of gedachten hebben ?" Zijn puur idealisme en solipsisme de enige consistente systemen in de filosofie ? Een materialist kan dan wel totaal stoffelijk of mechanisch materialistisch zijn, en ook zijn eigen denken of willen aldus zien ; maar dan moet hij toch aannemen, dat materie tenslotte een vorm van denken en willen bevat... Een ander zicht op stoffelijke materie geven ons ook de moderne versies van de realiteit, zoals ze geschetst worden in de Relativiteits-theorie, in de Quantum-mechanica en dito theorieën . Ook de Oosterse filosofie denkt meer idealistisch dan materialistisch, en is meestal gericht op het transcendente...
Begrippen uit de Oosterse filosofie:
India :-het vedistisch tijdvak : begrippen : Brahman = de wereldziel ; Atman = de ziel van de mens; beiden zijn ze één .De Karma is een waardebepaling van onze wereldse daden als tol of vergelding voor een volgend leven en réïncarnatie ...
Boeddhisme : -is geen echte religie, eerder een praktisch filosofisch stelsel -zie ook Zen-boeddhisme-
-leer van de 4 waarheden : alle leven is lijden - lijden vindt zijn oorzaken in begeerte - opheffing van die begeerten is opheffing van het lijden én de wedergeboorten - de weg daartoe is 8-ledig ( rechtspreken- rechtdenken- rechte contemplatie- recht geloof- recht handelen - recht streven- rechte meditatie en recht leven ) . De volledige onthechting moest leiden naar het NIRVANA = het geluk van het 'niets' ...
China : de Tao : de leer van de weg ; de Tao kan men niet kennen ;en is de weg van het juiste handelen. Confucius is vooral een moraal-ridder en filosoof geweest : van hem zijn begrippen als Ying en Yang of de leer van de tegendelen of tegenstellingen, die zeiden, dat alles als tegenstelling moest gezien worden : goed en kwaad- licht en duisternis, enz. Yoga was een leer tot zelftuchtiging en bevrijding .
Nabeschouwing en Besluiten : Dit overzicht van de filosofie-historie is zeker niet volledig . Filosofen zoals Nietzsche de 'filosoof met de hamer' van wie de slogan "God is dood", is hier niet aan bod gekomen, maar heeft zeker als negatieve filosoof dan, een grote impact gehad op de latere anti-religieusiteit en nihilisme in onze westerse wereld . Ook Marx met zijn dialectisch-materialisme werd niet genoemd, ondanks zijn grote invloed op het verloop van de geschiedenis en de latere socialistische en communistische denkers . Verlichtings-filosofen zoals Voltaire of Rousseau en andere zijn niet genoemd geworden niettegenstaande ze nieuwe ideologieën hebben helpen ontwikkelen . Ook kwamen Darwin en zijn evolutie-theorie niet aan bod (zie ook creationisten) ; evenmin als Freud met nieuwe begrippen zoals onder-bewustzijn en totaal-bewustzijn, alsook van hetlibido als seksuele drift ... Ook Wittgenstein en andere meer moderne filosofen of liever analisten van de maatschappij of de taal bleven onaangeroerd ; net zoals het 'postmodernisme'; dat blijkbaar genoeg had van allerlei verhalen en filosofische theorieën ...
--- Mag men besluiten, dat de filosofie en vooral de meta-fysica steeds op zoek was en nog is naar datgene dat de fysica of de exacte wetenschappen zelf niet konden of nog niet kunnen vinden of weten? Steeds ging men op verkenning naar '...dat wat meer is' . In sommige perioden van de geschiedenis had men weinig van ' dat meer' van doen, terwijl andere tijdvakken meer uitzagen naar wat 'transcendent' en mysterieus bleef .
Heden tendage met onze huidige wetenschappen en na de Relativiteits- en Quantum theorieën heeft ook de wetenschap en niet alleen de filosofie besef van dit 'transcendente...meer' . Dit bewijzen ook de huidige rages van 'New age', scientology, en andere vormen als 'ietsisme', enz.
* Deel II: Filosofische problemen-Methodische benadering .
-Filosofie : een definitie : het woord komt van 'Filo' - liefde tot, en van 'sofia'- wijsheid ; dus liefde tot de wijsheid of wijsbegeerte . Filosofie is een rede-wetenschap, die op zoek gaat naar de principes en diepere gronden van alle 'zijn' en 'zijnden' ; dit komt vooral aan bod in de kenleer, de ontologie, de metafysica en de psychologie ; en gaat ook op zoek naar de diepere gronden en basissen van het' behoren' ; dit komt dan aan bod in de ethiek of moraal-wetenschap ; maar ook in de logica of denkleer en zelfs in de esthetica (leer van de schoonheid en de kunst); deze laatste de ethiek, de logica en de esthetiek noemt men dan praktische filosofie ; omdat er praktisch iets kan mee gedaan worden door de mens . Filosofie was ook in de oudheid de eerste wetenschap, waaruit alle wetenschap-disciplines zijn ontstaan ; en dit vooral na Aristoteles, een van de grootste filosofen en ook wetenschapper avant la lettre . Volgens Aristoteles ontstaat filosofie met de verwondering ; maar volgens Augustinus en Descartes ook met de twijfel .
- Onderverdeling en deeldisciplines van de filosofie zijn : I. Kenleer ( critica) II. Denkleer (logica) III. Cosmologie (meta-fysica van cosmos en zijnden) IV.Psychologie (zielkunde) V. Ontologie (leer van het zijn en de zijnden) VI.Theodicee (natuurlijke en redelijke leer omtrent God) VII. Moraal -ethica ( zedenleer) . VIII. Esthetica ( leer van schoonheid en kunst) .
I. Kenleer of critica
Verantwoording : Wij achten het mogelijk om tot de diepere principes en gronden van alle zijn, zijnden en behoren ( moraal) te komen via een beroep te doen op onze rede . Vraag : wat is kennis, kennis van de waarheid, wat is de waarheid ? Waarheid of ware kennis is de gedachte of idee, die overeenstemt met de dingen, zoals die zijn buiten alle denken en gedachten om ; dit is de visie volgens het realisme . Reële kennis (realisme) ontstaat naar aanleiding van onze zintuigen, die de sensibele realiteit opslaan in de hersenen of onze geest alwaar ze omgevormd worden tot ideeën of gedachten . Dit was ook de Aristotelische-Thomistische visie . Kant was ook van mening, dat er een sensibele realiteit bestaat 'das ding an sich'; maar dat onze begrippen en voorstellingen anders zijn; zodat hij besloot met de uitspraak "das innere der dingen kannt man nicht" ... Volgens hem zijn de dingen voor ons niets anders dan in onze geest gevormde voorstellingen, die we dan zelf als werkelijkheid projecteren . In onze geest waren de à priorische principes zoals ruimte, tijd en causaliteit e.a. de werkmiddelen om tot gedachten en ideeën te komen . De 'waarheid' is hier geen overeenstemming meer van de gedachten met de realiteit, maar een onderlinge overeenstemming van gedachten of ideeën .
Berkeley ging nog een stap verder door zelfs 'het ding an sich' niet meer te aanvaarden als een realiteit; hetgeen leidde tot een volkomen idealisme en solipsisme .
Hoe komt men nu tot waarheid ? 1. volgens de rationalisten is het het zuivere rede-denken, los van alle waarneming, die ons tot ware kennis leidt . 2. volgens de empiristen komt de kennis alleen voort uit de ervaring . 3. Kant gaf een synthese, door te stellen, dat de zinnen het individuele vatten, terwijl onze begrippen op een universele wijze ontstaan volgens de à priorische vormen in onze geest van ruimte, tijd en ook causaliteit e.a. ... volgens de scholastische filosofie :" is er niets in het verstand of intellect, dat niet eerst in onze 'zinnen' was ...".
II . Denkleer of Logica.
Zoals hiervoor gelezen, hebben we enerzijds gewaarwordingen en anderzijds begrippen . Het begrip is dat wat de zaak is : bv. de mens, het dier, de substantie . We redeneren met begrippen, die de dingen ook op een universele wijze kunnen voorstellen .
Men onderscheidt : 1. het nominalisme = de mening, dat begrippen geen reëel bestaan hebben en enkel namen zijn . 2. absolute realisten = menen dat begrippen buiten de geest als zodanig ook bestaan . Voor Plato waren de ideeën de ware realiteit ; de dingen, zoals we die kennen, waren slechts een afbeelding van die eeuwige ideeën (zie ideeën-leer) . 3. gematigd realisme = zegt, dat het ding op een individuele wijze bestaat in de raliteit, en in de geest ook op een universele wijze aanwezig is ( Aristoteles) . Begrippen zijn namen of onderwerpen in zinnen, die men kan verbinden aan een predikaat of gezegde (men zegt dan iets van iets of van iemand) . Zinnen of proposities kunnen verbonden worden en leiden tot bv. een bewijsvoering of sluitrede . Van Aristoteles hebben we het syllogisme- de sluitrede- in meerdere vormen . Klassiek voorbeeld : Alle mensen zijn sterfelijk - Major praemisse Socrates was een mens - Minor praemisse Dus Socrates was sterfelijk - conclusio -besluit ...
Aristoteles onderscheidde verder ook de deductieve manier van besluitvorming - ook het syllogisme is een deductie ; en anderzijds de inductieve methode -de inductie om tot een algemeen aanvaarden of bewijs te komen vanuit meerdere, bijzondere feiten .
III Cosmologie - ontologie of leer van 'zijn' en van de zijnden in onze cosmos ... De Ontologie is het hart van de meta-fysica, daar zij tracht door te dringen tot alle 'zijn' en 'zijnden' . Cosmologie bestudeert dan eerder het bestaan van onze cosmos en de orde of wanorde (chaos), die er heerst .. De ontologie onderzoekt de positieve eigenschappen van de dingen, het fysieke lichaam, dat in het bereik van onze zinnen valt . Het meest merkbare verschijnsel is de beweging of de verandering en evolutie van de dingen of substanties . Het corporele lichaam of substantie is opgebouwd uit stof of materie en vorm (vlgs de Aristotelisch-Thomistische wijsbegeerte ) . Er is stof en vorm : de prima materia (eerste stof) en de substantiele vorm . Eerst door toevoeging van de substantiele vorm aan de prima materia ontstaan de substanties of de 'dingen' .
---Hierna enige 'top-ideeën' uit de scholastieke meta-fysica ...in het Latijn met vertaling .
A. Meta-physica generalis (algemene meta-fysica) .
Ontologia ( ontologie ) : -Ontologia cum sit scientia de ente communissimo est scientia una et scientia realis . ( ontologie, die de wetenschap is omtrent het zijn en de zijnden in het algemeen, is een reële wetenschap ) -
- Ens est id quod habet esse quadam modo ( het zijnde is dat wat het 'zijn' heeft op een zekere wijze ) .
-Divisio entis ( soorten van zijn of zijnden) : esse realis, seu physicam (res)-esse intentialis- esse rationalis -esse moralis- esse artificialis -(... reëel zijn : de zaak de substantie -potentieel zijn- redelijk zijn - moreel zijn- kunstmatig zijn, enz.) . Esse realis est esse essentia et esse existentia (Reëel-zijn bestaat uit existentie en essentie ) . Non-esse : Ente oppunitur non-esse, nihilum (Niet-zijn of het nihil is het tegenstelde van het zijn of het zijnde ) .
Principia quae a notione entis derivantur : (principes af te leiden vanuit het wezen of het zijnde . a. principium identitatis ( principe van identiteit) ; quod est, est ( wat is, is) . b. principium contradictionis (principe van het tegendeel) :quod est non non-est ( wat is, is niet niet) c. principium tertii exclusi (principe van het derde uitgeslotene) : non medium est inter ens et non-ens ( er bestaat geen derde tussen of naast zijn en niet-zijn ) .
De Unitate : (over de eenheid) . Unum per se est id quod est indivisum ( op zich is de eenheid, dat wat niet kan gedeeld of verdeeld worden) . "Omne ens est unum unitate formali" (alle zijnde is een eenheid naar vorm) . Multitudo est concrete sumpta ( veelheid bestaat als geheel gezien) ; multitudo menserata per unitatem (of veelheid naar de eenheid gemeten).
De veritate ontoligica ( over de ontologische waarheid) . Veritas in genere est quaedam confirmatis intellectus et rei ( de waarheid is de gelijkvormigheid van de zaak met het intellect) . Omne ens reale est verum ( alle reëel zijnde of zijn is waar ) . De Bono ( over het goede) . Bonum est id quod omnia appetunt ( goed is wat iedereen en alles nastreeft ) . Malum est bonitati oppositum ; non est ens, sed privatio ( Kwaad of slecht is het tegengestelde van goed; maar is geen zijnde, maar eerder een beroving van het goede ) . Malum morale (zedelijk kwaad) . De ordine : ( over de ordening of de orde) . Ordo abstracta est apta dispositio plurium secundum aliquid quod dicitur principium ordinis ( Orde is een schikking van het vele naar één ordend principe) .
De Potentia et Acta : (over potentie en act --zie Aristoteles) - Quidquid est physice mutabile, est physice compositum ex actu et potentia in eo ordine, in quo est mutabile . (alles wat fyisch aan verandering onderhevig is, bestaat uit act en potentie) .
Omne quod movetur ab alio movetur ( alles wat beweegt, beweegt door iets anders) ...sive 'deus' (uitgezonderd god) ...de 'eerste onbewogen beweger' ?
De Substantia (over de substantie) . Substantia illud quod primo stat sine determinationibus secundariis ...(substantie is dat wat zelfstandig bestaat...). Substantia dividitur in materialis et immaterialis (er zijn materiele en immateriele substanties) ... De qualitate substantiae est omnis determinatio, quae ens fit tale (Het wezen van de substantie is het er zijn op een bepaalde wijze) . De relatione ( over de relatie) : relatione est ordo respectur unius ad aliud . (relatie is een orde van het ene naar het andere) .
De entis Causis : (over de oorzaken) . Causa est principium per se influens esse in aluid ( oorzaken zijn een principe, dat 'zijn' in iets anders verwezenlijkt) . Causa finalis : id propter quod ( de doel-oorzaak of finale oorzaak : waartoe of waarom ?) Causa efficiens, tantum amore finis, eam moventis, agit (de werkoorzaak handelt uit liefde voor een doel ) . Omne agit propter finem (alles gebeurt met een doel) . Nihil est sine ratione sufficiante ( niets is er zonder voldoende reden) . En 'Nihil est sine causa ...sive Deus' ( en niets is zonder oorzaak, behalve god) ...
B. Meta-physica specialis ( bijzondere meta-fysica) .
Cosmologia : scientia mundi per supremas ejus causas, naturali lumine comparata . (cosmologie de wetenschap van de cosmos- de wereld- vanuit een natuurlijk standpunt gezien) .
De Quantitate : (over de hoeveelheid) quantum dicitur id quod est divisibile in unitate ( een hoeveel is dit wat kan in eenheden verdeeld worden ) . Quantum est discretum aut continuum ( een hoeveelheid bestaat afgezonderde eenheden of is een continuiteit) .
Continuum non constat ex divisilibus ( een continuum kan niet verdeeld worden ) . Primarius effectus formalis quantitatis est extensio actualis (het eerste effect van de vormelijke hoeveelheid is de uitgebreidheid) .
De Loco ( over de Plaats) ; Locus est terminus corporis ambientis immobilis primus (plaats is de ruimte, die een lichaam, dat niet in beweging is, inneemt ) . De Spatio : ( de afstand) spatium absolutum non est ens reale ( afstand is geen reëel wezen) .
De Qualitate ( over de hoedanigheid) . Corpora vere mutantur secundum locum, quantitatem et qualitatem ( een lichaam kan veranderen van plaats, van groote of hoeveelheid en van hoedanigheid of van wezen ) .
De Motu (over de beweging) - Motus lato sensu est quaelibet mutatio seu quilibet transitus de potentia ad actum (beweging of verandering is een overgang van potentie naar act ) ...Aristoteles .
Ook van hem is " Tempus est numerus motus secundum prius et posterius" -( Tijd is de maat van de beweging volgens voor en na) ...
-Hylemorphisme :
Materia prima et Forma substantialis : Materia prima dicitur causa formae in quantum forma non est nisi in materia ; et similiter forma est causa materiae in quantum materia non potest esse in actu nisi per formam ( vorm en materie hebben wederzijds elkander nodig om een substantiele vorm en lichaam te vormen) .
- Tot zover een samenvatting van de Scholastische meta-fysica ...
IV. Psychologie of zielkunde .
Object van de metafysische Psychologie of de zielkunde is de werking van de ziel ; er bestaat ook een praktische psychologie, die het heeft over het menselijk karakter en eerder een praktische leer is .
Psychologie als onderzoek naar de werking van de ziel gaat dan vooral naar de werking van onze zintuigen- het waarnemen - en de verwerking van de impressies in ons brein of onze ziel tot gedachten, ideeën en wilshandelingen . De ziel is datgene wat achter het denken, het willen, het voorstellen staat en er het werktuig van is .
Sommige van onze begrippen zijn vrij van alle stoffelijkheid : zoals de ideeën van het goede, het ware of het schone . Deze ideeën veronderstellen een geest of ziel in ons, in ons 'ik' of ego . De ziel is niets anders dan de vorm van het lichaam (Aristoteles) ; en is aldus een middelpunt tussen materie en energie .
-Faculteiten van de ziel :
a. Kenvermogen - zie deel I - Aristoteles erkende achter of naast de zintuigen, die de waarnemingen ontvangen en opslaan in de hersenen, het brein of de ziel, ook een onstoffelijk gedeelte, dat die impressies omzette in begrippen en voorstellingen, dat noemde hij het 'Intellectus agens', dat volgens hem goddelijk moest zijn . (eigen noot = misschien is dit 'goddelijke' wel het niet te kennen 'innere der dingen' van Kant, dat dan een transcendente, verborgene energie of bewustzijn is, de ware ziel van alle materie ?) . Kennis ontstaat tenslotte via gewaarwordingen en leidt tot oordelen en besluiten ( zie deel over de logica) . b. Streefvermogen of de Wil . Ieder wilsmotief omvat de objectieve gewaarwording - de voorstelling- het oordeel als beweeggrond-en de gevoelsneiging als drijfsveer tot handelen... Volgens Aristotels en Thomas is het streven eerder een functie van het intellect ; terwijl Schopenhauer bv. de wil zag als een aandeel in een algemene irrationele wil (voluntarisme) .
-De Wilsvrijheid van de mens . Was steeds een belangrijk probleem vooral voor de ethiek of de moraal . Er is het determinisme, dat beweert dat de wil van de mens bepaald is door aanwezige beweeggronden of motieven in onze geest . In hoeverre is de mens dan nog verantwoordelijk voor zijn daden ? Wilsvrijheid kan men ook zien als een zelfgewild, vrijwillig volgen van een bepaalde wilsneiging .
Soms zegt men, dat de mens uitwendig naar zijn 'empirische kant' gedetermineerd is ; maar innerlijk naar zijn intelligibele, geestelijke kant vrij is .
V. Theodicee - rechtvaardiging van 'god' .
Theodicee is de natuurlijke theologie ; d.i. de wetenschap omtrent god, verkregen door de rede .
Het bestaan van God kan bewezen worden door de rede, los van allle openbaring of geloof . Zie de 5 wegen van Thomas van Aquino (zie daartoe deel I) . Agnosten beweren dat onze rede daar niet toe in staat zou zijn . Pantheïsten geloven eerder in een al-godheid : god als de natuur ; of volgens Spinoza God als de enige Substantie met vele modi : alles is een verschijning van de godheid . Atheïsten loochenen het bestaan van een of vele goden . Er zijn monotheïsten en polytheïsten : ene god of veelgodendom .
Voor anderen is het bestaan van het 'kwaad' in de wereld een bewijs tegen het godsbestaan en tegen zijn toegekende almacht en goedheid ...(noot : ook een God moet zich aan de absolute logica onderwerpen ) -
VI. Ethica of Moraalfilosofie.
Ethica of moraalfilosofie is de wetenschap, die zich bezighoudt met het 'behoren' ; wat moet, of wat behoort de mens te doen, en hoe moet hij handelen zowel als individueel persoon als in een sociale gemeenschap . Wat is goed en wat is kwaad ? Dat is de hoofdvraag ...
Tot de ethica behoort ook de rechtsfilosofie . recht samengesteld via menselijke wetten noemt men positief recht . Daarnaast is er de Natuurwet of natuurrecht ; recht, dat uit de aard van de natuur zelf voorkomt en quasi evident is ... De ware opdracht van de ethica of ethiek is de zedewet te maken of op te zoeken , t.t.z. de normen die dienen gevolgd te worden om goed te doen en goed en rechtvaardig te leven . Een juist inzicht in het goede leidt ons tot de deugd en de deugd naar het geluk .
Geluk : datgene waarnaar iedereen streeft ; wat is geluk ? Het geluk is een door het bezit van alle goeds volmaakte toestand . Geluk vereist aldus : -afwezigheid van het kwade - bezit van al het goede- het bewustzijn hiervan - en de zekerheid, dat deze toestand zal blijven duren . Niets voldoet hier op aarde aan deze eisen - volgens de godsdiensten dient daarom het absolute goed te bestaan in het beschouwen van God in een hiernamaals . Elke handeling is dus goed als ze ons dichter bij dit doel brengt ...?
Volgens Aristoteles bestaat het geluk in het kennen van God en de goddelijke dingen en bezigheden ; vooral door het beoefenen van de filosofie . Het volgen in alles van 'een gulden middenweg' was voor Aristoteles ook de gulden regel van de moraal .
Volgens de Stoïci bestond het geluk in de deugd, en vooral in een leven volgens de natuur, en dus ook volgens de rede, daar de mens een deel van die natuur was ; de natuur die zelf een goddelijke status aangemeten werd . Verder leidde ook een grote gemoedsrust tot geluk (apathie en ataraxie) .
Andere opvattingen over het geluk waren het bezit van rijkdom, genot, roem ; of utilarisme als universeel eudemonisme : of het hoogste goed voor het groots mogelijk aantal ( de mens is een sociaal wezen ) . Dit inzicht moet dan ook de basis worden voor een goed politiek bestel en systeem . Een politiek bestel is monistisch of kan een republiek zijn ; maar het minst slechte systeem was en is de democratie, dwars van alle tyrannie of anarchie .
Volgens Kant was het doel van de deugd het geluk ; dit veronderstelt een handelen volgens de zedewet . De zedewet moest voor Kant geïnspireerd zijn door zijn ' Categorische Imperatieven' : 1. handel zo, zodat uw handelingen als algemene imperatief of wet kunnen gelden . 2. men moet handelen op de wijze, dat men de andere mens en ook zichzelf steeds als een doel beschouwt en niet als een middel ...
VII. Esthetica en/of leer van de schoonheid .
Naast de leer van het ware : kennisleer en denkleer of logica; en naast de leer van het goede : moraal of ethica is er ook nog een leer van het schone of van de kunst .
Volgens Plato was kunst het levend maken van de ideeën . Kunst als voorstelling en afbeelding van de wereldse dingen is aldus slechts een afbeelding van een copie van de oerbeelden, de ideeën ; dus een copie van een copie - (zie ideeën-leer) . Volgens Aristoteles was kunst de voorstelling van de werkelijkheid zelf volgens de ware maat- grootte of goede vorm en harmonie .Schoonheid was wat harmonisch, proportioneel en functioneel correct was . Volgens Kant was kunst gebaseerd op het gevoel en op de rede ; kunst veronderstelt steeds een handeling, een 'kunnen' . Volgens Hegel moest kunst het ideële benaderen .
Tenslotte is er 'abstracte kunst', die de algehele werkelijkheid benadert, de super Idee volgens logische criteria . En er is ook de reële kunst, die een ware copie van de realiteit tracht te geven ... ------------------------
* Deel III .Eigen Visies op de Filosofie en op de Werkelijkheid.
Na een kort historisch overzicht en een methodische benadering van de deel-disciplines van de filosofie, past het om eigen visies en conclusies toe te voegen, of tenminste te proberen, want dat is pas filosoferen ; "De mens wil immers van nature weten..." .
-M.i. is filosofie tot nu toe vooral een strijd geweest tussen enerzijds materialisme ( stoffelijk realisme) en anderzijds spiritualisme en idealisme (een geestelijke dimensie van de realiteit) . Of misschien ook tussen wetenschap en geloof ; rationalisme en realisme; religie en Verlichting en atheïsme...
En het was vooral Kant met zijn Copernicaanse wending en zijn antinomieën, die de aanzet was tot allerlei vormen van idealisme, ook bij mij ...
-Immaterialisme I : Argumentatie tot een vorm van idealisme :
ANTINOMIE :
---Processus 1 : Thesis : de ruimte is eindig . Als de ruimte in reële zin, als draagster van 'materiele' substanties, werkelijk bestaat, dan moet ze meetbaar zijn, t.t.z. er moet een bepaald, beperkt aantal 'x' kubieke km, of zelfs kubieke lichtjaren ruimte zijn en bestaan . Anti-thesis : de ruimte is oneindig . Als de ruimte dan wel bepaald en gelimiteerd zou zijn, dan moet ze begrensd en quasi om-muurd zijn . Door wat ? En wat is er dan na of achter die muur ??? Ja wel, alweer ruimte of uitgebreidheid ;... anders kan men zich dat niet voorstellen ... Conclusie : de ruimte is zowel eindig als oneindig ; wat een contradictie is ; een antinomie .. Oplossing : de ruimte 'bestaat' niet in zijn reële zin.; en wordt zeker niet gepercepteerd via onze zintuigen .; doch is slechts een middel à priori tot de voorstelling van alle reële, 'materiele' substanties -hetgeen Kant ook al beweerde ... De ruimte is slechts als idee in de geest en het verstand aanwezig, als middel tot het vormen en voorstellen van alle zogenaamde 'materiele' zijnden . Bijkomende conclusie : indien er geen reële ruimte bestaat, kunnen ook geen 'materiele' substanties of lichamen er zich in bevinden en bestaan ...
---Processus 2 : De 'tijd' is eveneens slechts een ideëel begrip, dat geen enkele blijvende existentie verzekert . Het 'verleden' is er niet (meer), en bestaat slechts als gedachte, idee ; ook de 'toekomst' is er (nog niet,) en bestaat ook slechts als verwachting en idee in de geest . Het 'NU', daar zouden we het moeten mee doen ; maar het 'nu' is net als de 'punt' een 'nihil', en heeft geen enkele duur ... Dus de Tijd in zijn drie 'tijdsmomenten' verleden, heden en toekomst is er enkel als idee, gedachte, bewustzijn in de (een) geest ...En aldus, al wat in de tijd gebeurt of 'is' , doet dit slechts op een ideeële wijze ... Zodoende komen we tot een volstrekt 'idealisme' ...
---Processus 3 : Het enige 'absolute zijnde' kan slechts de 'logica' zelf zijn -ongeveer als de Logos bij de oud-Grieken- De logica : t.t.z. de eeuwige wetten van de fysisca, van de wiskunde of de logica zelf . Al het overige , wat is, is contingent te noemen , niet 'absoluut moeten zijn' en afhankelijk ... Alles moet aldus uit dit enige 'absolute zijn' voortspruiten als ideeële substanties of 'zijnden' . Dit 'absolute moeten zijn' is dan ook te zien als de onbepaalde, ongekende Wil, -het moeten zijn van de logica- de 'geestelijke', ongekende energie ; en het ware 'innere der dingen', waaruit alles als voorstelling of idee (vorm) emaneert . Dit was ook het positief antwoord van Schopenhauer aan Kant, die het 'innere der dingen' niet kon kennen ...
---Besluit : Ons volstrekt idealisme leidt ons naar een 'Denken van het denken' -term van Aristoteles -; tot een Super-ego, waarin alles, ook wij, als 'moment-gedachten' 'er zijn' en terug verdwijnen als in één 'groot geheugen' ... Dit noem ik : "SUPRA-SOLIPSISME" .
--Solipsisme is m.i. een 'brug te ver'; daar het egoïstisch voorkomt, en het eigen ego tot onwaarschijnlijke hoogten optilt, waar het zichzelf nooit kan terugvinden .
--Het nieuwe concept 'SUPRA-SOLIPSISME' is beter aan te nemen ; ALDUS BESTAAT ALLES SLECHTS ( als het ware ) ALS VOORSTELLINGEN OF GEDACHTEN IN EEN SUPER-BEWUSTZIJN of SUPER -EGO , WAARVAN ALLES EN OOK ONS EGO SLECHTS MOMENT-IDEEÊN ZIJN ; NET ZOALS WE ZELF MET TIJDELIJKE GEDACHTEN BEZIG ZIJN, TERWIJ
--Zie het besluit van de filosofie van Berkeley, "...dat alles slechts in de geest bestaat, ook in een algemene geest, waaraan alles dan deelneemt" .
--Of de filosofie van Hegel, ...dat "alles slechts een trap is in de ontwikkeling van de 'absolute Idee' " en " dat de rede niet verstoken is van de werkelijkheid, en de werkelijkheid niet van de rede" .
Immaterialisme II :
ARGUMENTEN zijn wel nog geen BEWIJZEN ; maar dat is nu eenmaal FILOSOFIE...
---Het is duidelijk, dat in mijn onderwerpen en antwoorden steeds een ontologisch idealisme als basis-principe naar voor geschoven werd . En dikwijls wordt mij gevraagd meer bewijzen of argumenten, verzameld, op te voeren . Daar wil ik hierbij enigszins aan voldoen . ---Toch blijft het meta-fysica en filosofie ; dus geen wiskunde, zodat 'bewijzen' niets meer dan hypothesen en redelijke theorieën kunnen worden . ---Na opzoeking in de discussiegroepen, waarbij ik aangesloten ben, heb ik volgende argumenten van mij-zelf teruggevonden .
Arg.1. Uitgangspunt was : 'Van immaterialisme naar idealisme' : een antinomie van de 'ruimte' .:( herhaling van hierboven ). Processus ; Stelling A. - 'De ruimte is eindig' : Als de ruimte in zijn, laat ons zeggen , gewone 'materiele' betekenis en zin zou 'bestaan', moet ze een bepaalde omvang hebben ; in principe meetbaar zijn ; een bepaald aantal kubieke km. of zelfs kubieke lichtjaren tellen ; anders 'is' ze er niet . Stelling B . - 'De ruimte is on-eindig' : Indien de ruimte dan een bepaalde omvang moet hebben , moet ze wel begrensd en als het ware om-muurd zijn ...Vraag blijft dan echter : 'wat is er achter die muur of voorbij die grens ?' ..Ja, alweer ruimte ; anders kan men zich dat niet voorstellen .; dus een on-eindige ruimte . De ruimte moet aldus zowel eindig als oneindig zijn ... Wat een contradictie is ... Conclusie : De ruimte kan zodoende slechts 'ideëel' 'bestaan of zijn . ;en is ze ook samen met de 'tijd' slechts in de 'geest' bestaande ; hetgeen Kant zijn beroemde 'à priorismen' noemde ... Gevolg alle 'substanties', die zich in de ruimte bevinden, kunnen aldus ook slechts een ideëel bestaan leiden ; en net als de à priorismen zelf, waarin ze zich voordoen, slechts in dé of in een geest bestaan .--Zie ook Berkeley .
Arg.2 : Ook had ik het over het 'stoffelijk' nihiliseren van zowel 'vormen' als 'inhouden' van alle substanties . Substanties als vormen zelf, geëvolueerd vanuit de punt, dat een 'niets' is, via de lijn, naar het oppervlak, en naar het lichaam (als vorm), waarvan elk element op zich alweer een 'nihil' is, moesten op hun beurten 'onstoffelijke nihils' zijn .; en slechts bestaan als 'ideeën' .
Arg. 3 : Hetzelfde werd gezegd van de inhouden van de dingen of substanties, die we ook volgens Kant niet kunnen kennen . Want bij het zoeken naar die diepere inhouden stuit men alweer op vormen en oppervlakten, die een materieel 'niets' zijn ; zelfs bij het splitsen van de kleinste partikeltjes kan men slechts nieuwe vormen waarnemen ; maar nooit geen 'innerlijkheden' . Die inhouden zelf blijven verborgen buiten alle empirisch onderzoek, en kunnen slechts ideëel begrepen worden als een soort energie, die men slechts een naam kan geven .
Arg. 4 : Ook de 'tijd' is gezien geworden, als bestaande uit 3 delen ; nl. het verleden, het heden en de toekomst. Het verleden, dat niet meer is, en slechts in een geheugen blijft bestaan . De toekomst, die nog niet is ,en slechts als een verwachting eveneens in de geest bestaat . En het 'heden' of het 'NU' is net als de punt zonder afmetingen, een moment dat op zich een 'nihil' is . Zodat ook het begrip 'tijd' als een 'ideêel' iets moet gezien worden ...Tijd is eveneens een à priorisme van Kant ...
Arg. 5 : Verder werd gesteld, dat enige vormen van 'intelligentie' in onze wereld zeker niet kunnen geloochend of ontkend worden . ; zie onze verstandelijke-, en wils faculteiten. Niemand gaat toegeven, dat hij geen verstand of geen eigen wil heeft . Is het bestaan of het hebben van een intellectueel- of wils vermogen dan een enig feit in onze cosmos ? Ook als men, net als de ziel, intelligentie op een materiele wijze zou interpreteren en begrijpen, dan nog moet men besluiten, dat in 'materie' een vorm van intelligentie of bewustzijn verscholen moet zitten , en er uit geëvolueerd is . Aldus moet men aanvaarden, dat zogenaamde 'materie' als inhoud een zeker energiek-onstoffelijk bewustzijn moet bezitten, insluiten ,of in potentie hebben ..
Arg. 6: Hetzelfde kan gezegd worden over causaliteit, finaliteit, en vrijheid, waarvan bij de mens zeker enige vorm van te vinden is . Zonder enige vrijheid is geen verantwoordelijkheid, geen moraal en geen intentionaliteit mogelijk. En vrijheid leidt ons ongetwijfeld buiten het empirische naar het 'transcendente' en het 'ideeële .
Arg. 7 : We hadden het ook dikwijls over dualismen, of pluralismen in de filisofie ; die dan volgens mijn opinie niet konden aangenomen worden . ;Dus geen 'denken en uitgebreidheid', geen 'lichaam en ziel', geen geest en stoffelijke materie samen mogelijk ...; daar geen enkele 'osmose' tussen meerdere grond- of basisprincipes kan aanvaard worden . Hoe kan geest op 'stoffelijkheid' inwerken, enz.? "Geest kan wel materie voorstellen ; maar materie op zich kan geen voorstellingen maken" . Stoffelijke materie is aldus slechts een verschijningsvorm , een fenomeen van een ongekende, bewuste energie of geest ..; Bewustzijn zelf is echter niets anders dan voorstelling subject tot object... ---Verder heb ik nog aangehaald, van :
..Democritos en zijn a-tomen-leer . Democritos stelde dat de atomen verder ondeelbaar waren .. Is alles wat stoffelijk-materieel is dan niet niet verder deelbaar ? Democritos poneerde hierdoor, dat de inhoud van die atomen niet echt 'stoffelijk' kon zijn ...; alhoewel hij de eerste materialist werd genoemd ...
..Kant stelde dat het 'innere der dingen' niet empirisch kon gekend of gezocht worden ; zie zijn antinomieën en zijn à prioriteiten van ruimte en tijd...
..Berkeley kan hier nog aan toegevoegd worden met zijn absoluut idealisme, dat hij concludeerde uit de primaire en secundaire ontologische eigenschappen van de 'dingen' of de substanties die Locke als empirist uitgevonden had .: Volgens John Locke -Engels wijsgeer en empirist (1632-1704)- waren uitgebreidheid, grootte, vorm, aantal, beweging en rust primaire eigenschappen van de dingen of van de substanties waaraan ze werkelijk toebehoorden ; en de 'zijnden' met deze eigenschappen hadden een reëel bestaan . Secundaire eigenschappen waren kleuren, geluiden, smaken en geuren, die slechts subjectief ervaren worden en aldus niet aan de dingen echt toebehoorden . George Berkeley -Iers wijsgeer en absoluut idealist (1685-1753)- ging een stap verder, door eveneens de primaire eigenschappen als on-werkelijk te beschouwen: immers, zo zei hij : "als kleuren ( ook wit en zwart ) geen eigenschappen zijn, die toebehoren aan de substanties zelf, en aldus niet reëel bestaan, dan zijn er ook geen vormen of uitgebreidheid mogelijk, want het is eerst door de kleuren-waarneming, dat deze vormen een reëel bestaan kunnen hebben .Waar zouden zonder de kleuren de grenzen van de waargenomen voorwerpen dan nog liggen? " De primaire kwaliteiten kennen we alleen door de kennis van de secundaire, en bestaan dus eveneens alleen als ideeën . Volgens Berkeley waren zowel de primaire als de secundaire eigenschappen slechts ideeën in en van de dingen; ideeën, die slechts in de geest konden existeren. "Esse est percepi" ...of "zijn is waargenomen worden...
..Schopenhauer vulde dat innere in met een intellectuele Wil, als oorzaak en beweegreden van alles .
..Hegel zag alles eerder als een evolutie van de Absolute Idee ---"De rede is niet van de werkelijkheid en de werkelijkheid is niet van de rede verlaten".
..Leibniz tenslotte begon zijn Monadologie als volgt : 1. De monade is een eenvoudig 'iets', een enkelvoudige substantie, dus zonder delen . 2. Er moeten eenvoudige of enkelvoudige substanties bestaan, omdat er samengestelde zijn ; want samengestelde zijn samengevoegde enkelvoudige . 3. Daar in de monade geen delen zijn, is geen uitgebreidheid, geen vorm of deelbaarheid mogelijk . En die monaden zijn werkelijk de atomen van de Natuur - in een woord de 'elementen' van alle dingen ... Enz.....
Arg. 8: Besluiten voortvloeiende uit de relativiteits-theorie en de quantum-mechanica hebben aangetoond, dat de stelling van materie als mechanisch en stoffelijk, niet langer kan weerhouden worden ; gezien het enigszins gelijkschakelen van 'massa en energie' en vice versa ; en ook anderzijds met het terug invoeren in de wetenschap met een zekere 'creatio ex nihilo' een ontstaan of schepping uit het 'niets' ; namelijk door het waarnemen van sub-atomaire deeltjes die ontstaan en weer verdwijnen in het 'niets' , enz.. Materie is voor de quantum-theorie eerder een ideëel 'iets' of begrip dan een 'tastbaar' ding .
Arg. 9: Er bleef enkel nog een vorm van 'energie' over , die dan van een intellectueel, berwuste aard moest zijn . ; en op zich zelf niets meer dan de 'eeuwige logica' zelf kon zijn . De logica van de wiskiunde, de formele logica of de wetmatige natuurwetten , deze wetten waren dan het enige 'absolute' in onze cosmos ; en al het overige bestaande moest als 'contingent' worden gezien. Alles moest dus uit die eeuwige absolute Logos - logica geëmaneerd zijn . Logica is zelf een 'moeten zijn', en intelligente wilsakt als het ware, die enigszins met de Wil van Schopenhauer kan vergeleken worden . Schopenhauer vond aldus ook een oplossing voor het 'ongekende innere der dingen' van Kant ...; hij noemde dit innere een 'Wille' ...
Arg. 10. Die enige energie was dan ook de voorstelling of bewustzijn, dat alles schiep als 'idee', en waaraan wij ook samen met alles deelnemen . Een bewustzijn, dat op zich, zoals reeds aangehaald, enkel voorstelling is; -een juxta-posering van 'nietsen' als punten en nu-momenten -.en waarin object en subject samen vallen ...zie Hegel- Alles zien als 'ideeën', gedachten, voorstellingen of bewuste acten, uitgaande van een allerdiepst, onderbewust 'zijn', lijkt aangewezen .== Idealisme ... "Ken je zelf, dan ken je 'god', of dan ken je het 'principe' van alles" , wordt toepasselijk . Wij zelf , allen en alles zijn dan als het ware, slechts 'moment-ideeën' van één Super -ego ; 'Het denken van het denken' zelf -..Zie Aristoteles .
---Besluit : Geen egoïstisch solipsisme, maar een SUPRA-SOLIPSISME, als vorm van idealisme kiezen, blijft een redelijke keuze...
---Deze argumenten zijn transcendente 'richtingaanwijzers' ; Maar omtrent het 'transcendente' zelf moet men toegeven, dat het een 'Weten van niet-weten' blijft ...Maar zeker is : "Er is meer ..." ...Het blijft echter META-FYSICA
Immaterialisme III- :-- ALLES IS LOGISCHE EVOLUTIE--
-Stoffelijke materie, zien we als objecten of substanties . Substanties, de dingen dus, kennen we als vormen en hun inhouden ; of liever als inhouden en hun vormen .
-Wat zijn vormen ? Volgens Aristoteles waren vormen ideeën ; ideeën van 'zijnden' . Vormen of 'lichamen' van substanties kunnen we verder ontleden in vlakken, lijnen en tenslotte in punten .
-De punt is op zich een 'niets' een 'nihil' ; want wat meer is dan de punt moet men reeds een vlak of zelf een volume noemen .
-De 'punt' en het 'nu' zou men de eenheden van bewustzijn kunnen noemen . Bewustzijn, dat steeds een tegenstelling is van een subject tot een object of van een subject tot een ander subject .Dus hier van een materieel niets tot een ander niets . Het 'niets nietst' dan werkelijk .
- De Punt stelt zich als het ware een ander punt voor, die dan samen tot een 'voorstelling van een lijn komen .
-Maar ook de lijn is op haar beurt een nihil . Ze is de verbinding tussen twee punten, dus tussen twee nietsen . Sommigen zien de lijn als een verzameling of een juxta-positie van punten, dus weeral van nietsen .
-Het vlak ontstaat door een verbinding van rechte lijnen tussen minimum drie punten . De oppervlakte zelf is slechts een onwezenlijke grens van een 'lichaam' of een vorm, dus een stoffelijk niets; die men slechts als 'idee' kan begri!jpen .
-Lichamen en vormen van substanties zijn slechts immateriele vormen of liever ideeën .( vlgs Aristoteles was een vorm een idee ) .
-Ook de inhouden van de substanties kan men zich onmogelijk empirisch voorstellen .
-Bij het 'indringen' in iedere vorm of lichaam komt men voor een nieuwe vorm te staan . Slechts de buitenkant ( de façades) van de dingen kan men waarnemen en begrijpen . Ook als men de kleinste sub-atomaire deeltjes zou splitsen, zouden we slechts op nieuwe vormen van die gedeelde deeltjes stuiten . We blijven steeds aan de buitenkant ...
-'Het innere der dingen' kunnen we echt niet kennen ; en Kant had dat juist gezien ...
-Dit 'innere' begrijpen als een 'energie' blijft eveneens vaag ; want energie-in zijn 'materiele' zin- is slechts waar te nemen of voor te stellen als een vorm van beweging ; en beweging is een plaatsverandering van substanties, atomen of electronen .; dus van stoffelijke nietsen ...Materie zien als 'golven' is evenmin evident ; want...als golven waarvan ??? - Quid ?
-Zowel vorm als inhoud zijn aldus stoffelijke 'nihils' ; en substanties kunnen slechts als ideeën of voorstellingen begrepen worden en bestaan .
--"Nihil ex nihilo" -niets uit niets- klonk het ; maar er is het scheppingsverhaal -God en de Bijbel (creationisme) en er is ook het 'evolutionisme' van Darwin ; maar er is ook de Theorie van de BIG BANG ( de oerknal) , die eveneens zegt dat alles uit een 'stoffelijk' niets is ontstaan . --Big bang : alles emaneert uit een schijnbaar 'niets' met een massa O en een oneindige 'energie' . --Een massa O of een volledig stoffelijk-immaterieel begin enerzijds en anderzijds een oneindige energie ... Vraag blijft hier een oneindige energie teweeggebracht door wat, door welke materie ; want energie is steeds causaal-veroozaakt door 'stoffelijke' bewegingen, anders kan men zich geen energie voorstellen ; altijd valt men terug op enige stoffelijke beweging zij het in de macro-cosmos als in de micro-wereld van de atomen de deeltjes en de sub-deeltjes . --Maar als massa O verwijst naar oneindige energie, moet die energie zelf dan van een immateriele aard zijn ; dus er is een spirituele, intelligente of bewuste energie aan de basis van alle stoffelijkheid ...; de .formule E=mc2 wordt E=mc2=Psy ....
-En toch 'kennen' of ontmoeten we de dingen als quasi 'materiele' substanties ; maar deze zijn dan slechts als het ware verschijningsvormen ( fenomenologie )van uit een transcendente-bewuste-energie; die wij niet echt kunnen kennen .
-En die bewuste-energie, misschien wel te vergelijken met de 'Wil' (die Wille) van Schopenhauer, moet men begrijpen als het enige absolute ; zoals de eeuwige wetten van de logica of de wiskunde dat zijn ...
-Naast die eeuwige logische wetten, die ook in de natuur heersen, is alles contingent, afhankelijk ; en is dus voortgekomen uit die 'bewuste-energie' en logica, die eenheid, die het substraat van alles moet zijn .
-Die bewuste logica 'schept' als het ware alles in zijn 'voorstelling vanuit het 'niets', de punt zelf, het ego-centrum, dat verder door juxta-posering van deze punten of nihils alle 'zijnden' evolueert .
-Want bewustzijn is niets anders dan 'voorstelling' . En het 'moeten zijn' van de absolute logica is tevens de 'Wil' en de aanzet tot dit alles .
-"De Wereld als Wil en Voorstelling".."Het denken van het denken"... ?
-Gezien onze beperktheid, en onze deelname aan die logische evolutie is 'dieper inzicht' in dit alles onmogelijk;
-Ook dit blijft "Een weten van Niet-weten" ...
--De Logica ( Logos ?) is werkelijk het enige absolute, de eeuwige wet (ten) , waarnaast al het overige , dat bestaat dan contingent moet genoemd worden ; en emanent uit die logica moet ontstaan zijn ...
--Logica- wiskunde, enz. ..2+3 moet 5 zijn ; Pi moet 3,14... zijn, enz. Dat logisch MOETEN ZIJN is een eeuwige WIL, net als onze Wil die oorzaak is van handelingen , denken en van de meeste bewegingen in ons . Beweging is 'energie' en dan zien we bij Einstein een gelijkwaardigheid van 'Energie' en Massa' of materie ....
-Vandaar een filosofische formule "" E = mc2 = Psy ( 'Psy' staat dan voor een ongekend bewustzijn ) ., een formule die niet wiskundig kan bewezen worden, maar enkel meta-fysisch aan te nemen is ...
De wil en het 'denken' van een absolute Logica zien als substraat van 'alles', kan ook tot oplossing van meerdere problemen in de filosofie zorgen :
--DETERMINISME en WILSVRIJHEID van de mens :
--De mens als deel van een Super-bewustzijn , of logica of Super-ego ; is ook op zich een 'onbewogen beweger' en kan dus zelf causaal handelen zonder enige andere oorzaak . Maar tegelijker tijde wordt ook hij causaal be-invloed door anderen of het andere ; zodat we de mens zowel 'vrij' als onvrij' of gedetermineerd kunnen noemen . --Vandaar de verantwoordelijkheid van de mens voor zijn daden, voor zijn 'moraal' voor de ETHICA ; die we het best omschrijven als de beste toepassing van de logica voor de handelingen en daden van de mens als individu en in gemeenschap - de mens is immers een sociaal wezen . "Handel juist, zo handel je goed" ...
Kan onze vrije keuze dan toch gedetermineerd zijn ? Een andere kijk op de wils-vrijheid .
Volgens Aristoteles -in zijn werk 'Over de ziel'- beweegt de ziel de mens door zijn verlangens en zijn begeerten . -Verlangens en begeerten zijn in het geheugen opgeslagen als processen, waarop men kan inzoomen , terug wil en kan verwezenlijken . -Begeerten en verlangens zijn aldus zelf onbewogen bewegers en bronnen van energie en beweging . -De begeerte, die het meest energie heeft en het sterks is, zal het logischer wijze halen op de andere . -En na een wikken en wegen en logisch overwegen, -ook het geweten is daar een voorbeeld van- zal tenslotte de best geschikte en krachtigste keuze gevolgd worden . -Kan, mag of moet men zodoende niet spreken van een loutere determinatie van onze zogenaamde vrije wil en keuze, die tenslotte bepaald wordt door de allerlaatste en krachtigste logica of logische overweging in ons brein of onze ziel ; een determinatie en bepaaldheid door de grootste aantrekkingskracht, als men dit zo kan noemen . -En is onze zogenaamde vrije wil en keuze, dan toch bepaald door een logica, waaraan we zelf ook gehoorzamen of dat zouden moeten doen ; en ligt onze vrijheid dan misschien in het eens zijn met die logica ???- -M.a.w. is het logisch volgen van de beste keuze, die het meest aantrekkingskracht in ons brein teweeg brengt, dan ook onze vrijheid om die beste keuze te volgen ; of geeft die keuze ons de indruk van het beste gevoel en van vrij te zijn ? -Zijn we zodoende dan toch enigszins gedetermineerd ; en zijn we inderdaad slechts een deeltje in één groot logisch proces ???
--TRANSCENDENTIE VAN DE MENS - DE ZIEL : als deel van het 'super-ego' of super-bewustzijn of van het Ene of van het Transcendente, of hoe je het ook zou noemen, ; blijft de PSY als geestelijke energie ..."Na de dood valt onze Psy als een druppel water terug in de oceaan" ...
--GODSBEWIJS : god zien als dat Ene - super-ego - dat we zeker niet te persoonlijk kunnen opvatten, leidt ons naar een vorm van 'IETSISME', dat we net zoals het begrip TAO niet verder kunnen of moeten definieren ...
--Tenslotte blijft het een weten van niet-weten ; maar zoals in de "Grot van Plato" ; waar men slechts de dingen als schaduwen kon zien , kon men toch een 'LICHT' vermoeden achter de fenomenale werkelijkheid van de 'schijn' ..
--"...er is meer..." en--Nieuwe concepten waren hier onder andere Supra-solipsisme en de filosofische formule E=mc2=Psy
Conclusie : de mens blijft veroordeeld' tot denken en tot filosoferen, want dit blijft voor hem de meest 'goddelijke' bezigheid .... (Aristoteles) ; en het zoeken-zelf naar de 'zin' van het leven, is dan misschien wel de ware 'zin' van ons leven ???
--Met dank voor de lezing . -Valère De Brabandere--
- Ik kon niet nalaten, om het onderwerp, dat zowel verguisd als opgehemeld werd in enkele discussiegroepen ook hier voor te stellen, alvorens definitief af te sluiten .
HET ABSOLUTE GODSBEWIJS of HET BEWIJS VAN HET ABSOLUTE.
door Valère De Brabandere » 25 Mei 2012, 08:49
-Het enige Godsbewijs of bewijs voor het bestaan van het ABSOLUTE ZIJN .
-Men stelt vast, dat alle godsbewijzen uit de geschiedenis tot nu toe faalden of konden op een redelijke wijze weerlegd of tegengesproken worden .
-Zo had men het godsbewijs van Plato : die als eerste oorzaak een ziel of de wereldziel zag .
-Terwijl Aristoteles de kracht van de beweging eerder in de dingen zelf zocht ; een ingesloten causa finalis als oorzaak van alles .
-Thomas van Aquino had het over zijn 5 godsbewijzen ; waarvan de voornaamste die van de onbewogen beweger was als eerste oorzaak van alles, die hij God noemde .
-Verder waren er nog het ontologisch bewijs, het moreel bewijs, e.a.,, die allemaal tenslotte konden weerlegd worden, daar ze niet echt het absolute aanraakten .
-Voor de De Onbewogen beweger bv. : kan er dan geen eeuwige of cyclische beweging zijn, waarvoor geen eerste beweger nodig is ; of bestaat beweging wel echt ?
-Neen, een godsbewijs moet absoluut zijn ; en het enig mogelijk bewijs -niet van een persoonlijke god (want een god als persoon, die oneindig machtig is of oneindig goed, stuit op contradicties ); maar eerder van een ietsistisch aboluut en transcendent beginsel van alles- is alleen mogelijk vanuit de ABSOLUTE LOGICA zelf .
Modern (Gods)bewijs : subjectief ietsisme:
-Bewijs vanuit de ABSOLUTE LOGICA :
-God zou men moeten definieren als eeuwig, absoluut en noodzakelijk.
-Maar alleen aan de eeuwige wetmatigheid, de wiskunde en de logica zelf kan men dergelijke predikaten toekennen ; en buiten deze hoeft er werkelijk niets te zijn. M.a.w; al het overige is contingent en niet noodzakelijk .
-Dus 'god' kan niets anders of meer zijn dan die absolute logica zelf; waaraan of waardoor al het overige, contingent moet zijn voortgekomen en logisch geëvolueerd zijn . En ook een god als persoon zou moeten onderdanig en volgzaam zijn aan die logica .
- Besluit : god bestaat, en is de logica zelf (een nieuwe Logos), die in zich misschien een subject met een ongekende vorm van bewustzijn , maar geen persoon of geprojecteerde mens kan zijn .
-Het aldus moeten zijn van die logica, is dan ook de absolute wil waaruit alles evolueert ;wil die energie is en omgezet wordt in massa of materie (deschepping?) .
-Subjectief ietsisme . Valère De BrabandereValère -
--- positieve reactie op tal van negatieve... :
Re: HET ABSOLUTE GODSBEWIJS of HET BEWIJS VAN HET ABSOLUTE.
door Igor » 25 Mei 2012, 20:16
Willem en Blue,
Het is niet omdat jullie Valère niet (willen ?) begrijpen dat er geen andere mensen zijn die zijn stelling niet kunnen volgen.
Nochtans is het bewijs dat hij aanhaalt heel logisch opgebouwd.
Wellicht hebben jullie te weinig inzicht in deze redenering, door een gebrek aan logisch denkvermogen. Sorry voor jullie dan, maar ik heb de redenering getoond aan enkele van mijn medestudenten en iedereen kon de logica in zijn bewering volgen.
"Terug naar de univ", zou ik tot jullie zeggen... maar wellicht gaat dit nu niet meer wegens jullie leeftijd.
(-Komt uit t Groot Skepptisch DiscussieForum ) -Valère De Brabandere-
www.youtube.com/watch?v=zGyAOuN_m7w5 Nov 2009 - 1 min - Uploaded by valeredebrabandere Alert icon. We're changing our privacy policy. This stuff matters. Learn more Dismiss. Close. Filosofische...
-Filosofie en ook meta-fysica, als kern van de filosofie, begint met verwondering en ook met de twijfel . (Aristoteles) -Maar de mens wil van nature al 'weten' en filosoferen (Aristoteles) -We zien de 'dingen' slechts als de schaduwen in de grot van Plato ; en de beelden van de dingen zijn niets meer dan afspiegelingen van een 'Ideeën-wereld'. (Plato) -Ik denk, dus ik ben ( of lees... dus...er zijn gedachten en ideeën). (Descartes) -Het 'innere' van de dingen (of van de atomen en deeltjes) kan men niet kennen.(Kant) ; en het uiterlijke of de vormen van die dingen zijn slechts ideeën .(Aristoteles) -'De Wereld als Wil en Voorstelling'...,of de Wil als het ware innere der dingen.(Schopenhauer) -Alles wat is, is slechts een trap in de evolutie van de absolute idee (de absolute logica zelf) ; en de werkelijkheid is niet van de logica, en de logica is niet van de werkelijkheid verlaten.(Hegel) -De formule E=mc2 van Einstein kan m.i. uitgebreid worden tot een algemene formule- met in achtneming van alle vormen van de realiteit- tot de formule E=mc2=Psy ('Psy' zien als bewustzijn, geest, absolute logica, wil, finaliteit of I.D.). (Valère) -Maar Filosofie en ook Meta-fysica zal altijd eindigen in ' een weten van niet-weten'.(Socrates).
-Tot zover een kleine bloemlezing uit de 'meta-fysica' ...
Een Filosofische conclusie : Vraag 1 : bestaat God ?- antw. :"God is voor mij de creatieve kracht achter en in het universum, die zichzelf als energie manipuleert, als leven, als ordening, als schoonheid, als gedachte, als bewustzijn" , Henry Sloane Coffin . -Men moet aannemen, dat men het 'innere der dingen' niet kan kennen (Kant) ; en dat het uiterlijke of de vormen er van slechts ideeën zijn (Aristoteles) ; en dat ideeën zelf een evolutie zijn van een absolute idee, die de logica of de rede zelf is (het enige absolute zijn waaraan al het overige dan contingent moet zijn) . De 'dingen' ziet men slechts als 'schaduwen' in de grot van Plato . En met Hegel moet men aannemen, dat "alles is slechts een trap in de ontwikkeling van de absolute idee (de eeuwige wetmatigheid van de absolute logica zelf), en dat de rede niet verlaten is van de werkelijkheid, en de werkelijkheid niet van de rede" ... Vraag 2 : wat is de basis van de ethiek of moraal ; hoe moeten we leven ? -antw. Die absolute logica zelf kan een basis zijn voor de moraal of ethiek . Leven en handelen volgens de 'beste logica' ,alle omstandigheden in acht genomen, moet leiden tot een goede verstandhouding met onszelf en met de anderen en het andere ... Vraag 3 : Wat is de zin van het leven ? - antw. te leven volgens die logica, maar tevens inzien, dat wij zelf slechts een 'trap' zijn in die evolutie, waarvan we de weg niet kunnen kennen . En terwijl alle filosofie begint met een vorm van verwondering, eindigt ze in een nederig 'weten van niet-weten' (Socrates) ...
Een historisch overzicht van de filosofie . ---------------------------------------------------------- Een historisch overzicht van de filosofie is m.i. een uitstekende inleiding en cursus tot de discipline, die historisch gezien ook de eerste wetenschap was . Filo-sofie betekent letterlijk 'liefde tot de wijsheid', en kan in volgende deel-disciplines ingedeeld worden : Meta-fysica : of over wat de wetenschappen en de fysica zelf nog niet weten ; op zoek naar het transcendente , Ontologie : de leer van 'zijn' en van de zijnden ; Cosmologie : leer omtrent de wereld, de natuur ; Theodicee : leer omtrent 'god' ; Logica : denk- en argumentatieleer ; Epistemologie : kenleer, wat is de waarheid , en hoe kan men kennen ; Ethica : hoe behoort men te leven, als individu en als maatschappij; wat is moraal ; Esthetica : wat is schoonheid, en wat is kunst ; Psychologie ; zielkunde, en leer van de menselijke gedragingen ;... en nog andere ...
Hierna zal ik het vooral hebben over de meta-fysica en de ontologie, die men graag het hart van de filosofie noemt . Filosofie komt voort uit verwondering , beweerde Aristoteles, de voornaamste filosoof én wetenschapper uit de Oudheid ; hij zei ook, dat de mens van nature wil weten, en dat filosofie de meest goddelijke bezigheid was voor de mens, juist omdat door filosofisch te denken, de mens de fenomenale wereld wil overschrijden op zoek naar wat 'meer is' of 'meer moet zijn' . Het oudste menselijk denken over de cosmos, de natuur en de mens zelf uitte zich in allerlei mythes, en leidde tot allerlei geloof, bijgeloof, pseudo-wetenschap en religies . Maar het was eerst bij de oud-Grieken omstreeks 600 v.c. dat men aan die mythes en vertellingen een meer wetenschappelijke uitleg of liever een filosofische basis wilde geven . Ook toen al kon men een onderscheid maken tussen denkers, die meer idealistisch en andere meer materialistisch dit alles wilden uitleggen, en tussen enerzijds theoretische en anderzijds meer praktische filosofie . De praktische filosofie was en is tot op heden vooral de ethiek of moraal, de estetica, en de logica, die de mens voorhouden, hoe hij behoort te leven, wat hij goed en schoon kan vinden, en hoe hij het best denkt en argumenteert . Ook duren de strijd tussen idealisme of spiritualisme en materialisme of realisme tot op heden voort in onze filosofie ; ook tussen determinisme en wils-vrijheid ; of zelfs tussen darwinisme en creationisme e.a.... Moet men het fenomenale overstijgen ; of mag en kan dat niet ?
De Oudheid : Om een historisch overzicht te geven, moet men beginnen omstreeks 600 v.c. in Griekenland bij Thales van Milete : hij hield het bij één oerstof nl. het water als basis of principe van alles, van alle substanties . Anaximander : was voorstander van het 'apeiron', volgens hem een oneindige, onbepaalde stof waaruit alles door meta-morfose ontstaat, verandert en weer vergaat . Beiden waren ze ook aanhangers van het 'hylozoïsme', de opvatting, dat zowel organische als an-organische stoffen en wezens een vorm van 'leven' inhielden (cfr H.Bergson-vitalisme :'élan de vie' als innere van alles ) . Pythagoras : richtte zijn aandacht op de 'vorm' als dusdanig ; hij plaatste dit begrip naast het apeiron - de stof-, die er door bepaald, beperkt en gevormd werd tot een ware substantie .Met deze vormen verwees hij ook naar het getal, dat de maat van de vormen en van alles was, en aldus het apeiron in zijn bepaald-zijn, zijn beperkt-zijn en in zijn veelheden vormt en schept als het ware .
Door zijn aandacht voor het getal onstond bij de Grieken eveneens het begrip 'harmonie' . Alle vormen zijn zodoende harmonisch verbonden tot een cosmos of wereld-orde , -zie ook zijn harmonie in de muziek..., en zijn beroemde,
wiskundige 'stelling van Pythagoras' . Heraclitos : ontwikkelde het begrip 'worden' als basis van alle veranderingen . Dit worden werd naast de vorm en de materie een derde basis-element . De dingen zijn er slechts door de eeuwige onrust van het worden - symbool hiervan was het vuur- . Die bewegingen en veranderingen geschiedden volgens de Logos- de rede of de eeuwige Wetten- . "Panta Rhei" of alles is steeds in beweging was dan ook de samenvatting van zijn leer . Parmenides : was de anti-pool van Heraclitos . Voor hem was het 'zijn' zelf het centrum van zijn filosofie en niet het worden . 'Worden' was voor hem een zinsbegoocheling evenals het 'vele' of meervoudige van de dingen zelf . Alleen het 'Ene' of het 'zijn' bestaan werkelijk voor hem .De mens kent het 'vele' door zijn zintuigen, die slechts dierlijke organen zijn vlgs Parmenides ; en het daarboven verheven menselijk denken zelf kent enkel het 'ene' ; 'Denken was Zijn' voor Parmenides . Empedocles : kwam voor het eerst tot de vier beroemde elementen nl. aarde, water, vuur en lucht ; alhoewel hij daarnaast soms over een vijfde element nl; de 'ether' sprak ; dit was tevens de stof van de sterren . Later bij Aristoteles werd aan dit vijfde element ether een geestelijke inhoud gegeven . Democritos : noemde deze elementen 'atomen'- dit zijn niet te scheiden lichaampjes- . Aldus bestonden enkel de atomen, de lege ruimten daar tussenin en verder de eeuwige bewegingen, die geregeld werden door de in die atomen voorhanden zijnde 'wetmatigheden' . Anaxagoras: bracht het begrip 'nous' in de filosofie ; en hierdoor werd naast de mechanische, materiele werkingen in de cosmos de geest - nous- aanvaard als werkingsoorzaak voor de beweging. Voor het eerst werd de hegemonie van het materialisme gebroken en hier doen finalisme en het begrip 'telos'- doel- reeds een intrede . Een theorie 'promoiomerie' zegt, dat de delen van substanties uit dezelfde atomen bestaan als het geheel, maar de atomen van verschillende substanties zijn ook verschillend ? B.v. voedsel, dat de mens of een dier opeet, verandert in vlees na het eten, dus de atomen van alle voedsel bevatten in de kiem reeds vlees ? Nu weet men beter... Sofisten reageren tegen de al te gemakkelijke materialistisch-mechanische systemen voor de cosmos . Protagoras : huldigde een zeker 'relationisme' in zijn wereld-beschouwingen ; volgens hem bestond er geen waarheid ; en zo wel : kon men die waarheid nooit kennen . "De mens is de maat voor alles" ; en de mens moet zich niet onderwerpen aan een god of aan een wet . Zoals de werkelijkheid aan mij verschijnt, zo is ze voor mij, en voor U zoals ze aan U voorkomt ; subjectisme ...
Scholion : materieel gezien kan het Ene niet, daar het geen 'worden' of beweging kan bevatten, en dus niet actief kan zijn . Anderzijds is het vele steeds een 'worden' en 'worden' zelf is geen 'zijn' en geen Ene ....Besluit : beide begrippen het Ene en het Vele bestaan slechts in het denken en zijn dus ideëel . Socrates : liet zelf geen geschriften na, en is grotendeels gekend via de werken van Plato, zijn leerling . Socrates voerde gesprekken met zijn medeburgers- zijn beroemde dialogen, door Plato op schrift gesteld . zijn dialogen noemde hij 'maieutiek' of verloskunde . Zijn ironie was :" Ik weet, dat ik niet weet." Hij trachtte via dagelijkse gewaarwordingen en inzichten tot algemene begrippen te komen . De deugd stond steeds in het centrum van zijn gesprekken ; de deugd moest leiden naar het Goede, en dit moest gebeuren via het 'daimonion'-het geweten, dat goddelijk was .
Idealistische denkers : Plato : was zoals gezegd een leerling van Socrates . Beroemd van hem is zijn 'Ideeën-leer' ; ideeën als eeuwige, absolute oerbeelden, waaraan alle wereldse substanties slechts deelnemen als 'afbeeldingen' .. Via abstracte gemaakte deugden komt hij tot algemene vormen of ideeën van de dingen en van begrippen zoals het Goede, het Ware of het Schone, enz. . Dit is het rijk der ideale wezens, vormen, die een immaterieel bestaan hebben ergens in een hogere wereld .Het daimonion van Socrates-het geweten- wees Plato naar deze ideeën-wereld . Ook het zuiver mathematische-denken bracht hem naar die ideële voorstelling van de cosmos bv; de cirkel, de driehoek, de punt, de vergelijking e.a. In zijn Timaios- boek over de schepping van de cosmos- liet hij het universum uit vormen zoals de verschillende driehoeken ontstaan via een systeem van juxta-positionering van die vormen tot elementen en nadien tot alle substanties en wezens in de cosmos .Deze vormen waren à priori ; en bij het waarnemen van de materiele werkelijkheid, herinneren we ons deze vormen : dit is de beroemde leer van de 'anamnesis' van Plato ; waarnemen, zich herinneren en kennis, is niets meer dan een herinnering aan een vorig leven samen met die ideeën in die hogere wereld ... De zijns-leer van Plato luidt aldus : 1. er is alleen een 'zijn', dat door de mens gekozen wordt ; 2. dit zijn is reëel, gezien de oerbeelden ons enkel als materiele vormen verschijnen ; 3. het is een zijn dat verandert en evolueert . Antropologie : beroemd is hier de 'gelijkenis van de grot ,daar laat Plato zien, dat de mens enkel de verschijningsvormen van de dingen ziet en aanschouwt ; de dingen ziet hij slechts als schaduwen van de oerbeelden, zonder deze ooit echt te kunnen kennen ; het blijft voor de grotbewoner bij een vermoeden van een 'licht', dat oorzaak moet zijn van dit gebeuren ... De ziel is het 'eigenlijke' van de mens, waarvan het lichaam een verschijningsvorm is ; "Sema Soma"of het lichaam is een gevangenis voor de ziel .De ziel is echter zoals de overige vormen en ideeën onsterfelijk en eeuwig . De Eros - de liefdegod- en het streven via de rede, zet de ziel aan het Goede te doen en ook te bereiken, en moet de mens via een onthechting van het aardse naar de gelijkmaking aan God leiden . Staat en Politiek : democratie doet ten onrechte de subjectieve verlangens van het volk heersen en tot basis maken van het sociale leven en van de staat . Ook andere staatsvormen zijn niet perfect . Voor Plato was de ideale vorm van sociaal leven een leven in een commune onder een streng, opvoedend staatsgezag, en onder een communistisch stelsel van gemene eigendom...( zie ook Thomas More- de Utopia) . Theologie : de God van Plato is afgeleid uit zijn Ideeën-leer . God is de absolute Waarheid, het absolute Goede, en het Schone, en moest dus eeuwig zijn ; hij is ook het enige wat de mens moest nastreven of betrachten zelf te worden . God was de demiurg, de schepper-, die de wereld niet uit het niets heeft gemaakt, doch wel uit een vervorming van de absolute oer-vormen volgens bepaalde wetmatigheden ... Van Plato wordt gezegd, dat alle filosofie na hem, slechts voetnota's zijn aan zijn filosofie... Aristoteles :--was een leerling van Plato (383-322v.c.) . hij was de voornaamste filosoof én wetenschapper van de oudheid . Hij bouwde enigszins verder op de leer van Plato, maar was minder idealistisch en meer praktisch ingesteld . Hij zweefde minder in 'hogere sferen' en was meer aards-wetenschappelijk ingesteld . Hij was ook de grondlegger van de logica als discipline : het syllogisme is zijn uitvinding . Logica : het begrip of het woord is de toverstof van de geest om iets aan te duiden of te tonen .De categorieën zijn een herleiding van die begrippen tot basis-begrippen, zoals substantie, kwaliteit, kwantiteit, causaliteit, ruimte, tijd e.a. Het oordeel is de relatie en verbinding tussen minimum twee begrippen ; de waarheid is een eigenschap van het oordeel, dat getoetst wordt aan de werkelijkheid ; 'het zijnde is en het niet-zijnde is niet' dit is de waarheid . Waarheid is de identiteit van de kennis met de werkelijkheid . Het Syllogisme of rede is de redelijke ontwikkeling van de begrippen en de oordelen , VB. ---De Mens is Sterfelijk : major premisse, ---Socrates is een Mens: minor premisse, ---Dus Socrates is Sterfelijk : conclusio . Syllogismen onder allerlei vormen waren de basissen voor argumentaties ... Begrippen ontstaan via de zintuigen : de ziel was eerst een onbeschreven blad een 'tabula rasa' ;en uit de verscheidene ervaringen van de zintuigen wordt het begrip van de dingen gevormd .Het gemeenschappelijke uit deze vormen -ideeën- wordt geabstraheerd tot algemene begrippen om mee te redeneren . In tegenstelling met Plato behoorden deze algemene begrippen of ideeën niet in een hogere wereld thuis, maar in de 'dingen' zelf . Aristoteles bleef met beide voeten op de grond . De Ziel : in zijn werk 'Over de ziel' aanvaardde hij toch een van buiten in de foetus gekomen en goddelijk gedeelte van de ziel, de 'Intellectus agens' of de 'Nous' -het werkend intellect, dat instond of regelaar was van de waargenomen 'begrippen' in de ziel, en die de mens tot denken, willen en streven aanzette . Meta-fysica : was de eerste filosofie en wetenschap - 'meta ton fusica' - of de leer na de studie van de fysica ; de verdere uitleg van de werkelijkheid ...Dit was vooral een studie van het 'Zijn' ; van een zijn gelegen achter dat zijn, dat ons verschijnt in onze waarnemingen : het transcendente dat de fenomenologie overschrijdt . Zijns-principes zijn : vorm en materie bepalen het individuele ding : de substantia prima is de materie en de substantie secunda is de vorm . Stof of materie is het vloeiend continuum van ruimte en tijd, die de eeuwige vormen ontvangen . Materie is aldus het onbepaalde dat door de vorm tot een bepaalde en beperkte substantie of 'ding' herleid wordt ; beide, zowel stof en vorm kunnen niet afzonderlijk bestaan, en bestaan slechts in een compositie . Nadien bracht Aristoteles de 'beweging' en de oorzaken van deze in als een derde beginsel . Bekend is ook de leer van de Vier Oorzaken : Aristoteles oordeelde, dat men door de oorzaken van de dingen te kennen, ware kennis van die dingen kon krijgen . Hij onderscheidde aldus vier hoofdoorzaken : nl; -de causa efficiens : of de werkoorzaak = de beeldhouwer,de beitel, -de causa materialis : de stoffelijke oorzaak = de blok marmer, -de causa formalis : de vormoorzaak = de vorm van het beeld zelf, -de causa finalis : de doel-oorzaak = doel van het beeld : een gedenksteen... - deze vierde oorzaak was voor hem de voornaamste ; daar deze oorzaak de ware aanzet was voor het maken van het beeld ; aldus benadrukte hij het belang van het doel of de 'telos' van alles en voor alles . Volgens Aristoteles zag hij het belang van die telos vooral in de biologie, bij mens, dier of plant, waar het geheel van meer belang was dan de som der delen . Een mens is meer dan een verzameling van organen ; en de groei van alles is gericht op het volwassen-worden en-zijn. De bewegingen of veranderingen zag Aristoteles als de overgang van potentie naar act, of van mogelijkheid naar werkelijkheid . Ideeën zijn slechts potenties of mogelijkheden ; en de oorzaak, die deze potentie naar act doet overgaan moet van een andere aard en sterker zijn dan de idee zelf . Hieruit onstond bij Aristoteles het axioma " De act gaat de potentie vooraf" . De absolute act, die alles vooraf moest gaan was God - de absolute Idee en vader van alle andere ideeën, vormen en dingen . God was de 'actus purus' en de Eerste Onbewogen Beweger . In zijn werk ' over de Fysica' sprak Aristoteles zich nooit volledig uit over wat de beweging aanzette of teweegbracht ; in zijn werk 'Meta-fysica' ( de naam van deze werken zijn niet door Aristoteles zelf gegeven, maar nadien toegevoegd ) lost hij dit probleem enigszins op door een beroep te doen op het 'transcendente' nl; een 'eerste onbewogen beweger; net zoals hij dat ook al eens moest doen bij de werking van de Ziel .. Teleologie : Niets in de natuur of in de cosmos gebeurt zonder oorzaak maar ook niet zonder doel of reden .Alles beweegt naar iets toe ; de stof streeft naar de vorm via een beweging of verandering, en wel naar zijn ideale vorm of plaats . Dat doel is steeds het Goede, dat net zoals bij Plato altijd het doel moest zijn . Een bewijs van deze doeloorzaak zag Aristoteles, zoals al aangehaald, in de biologie, de studie der organen, waar alles gericht is op die eenheid van het organisme zelf van het levend wezen . De ziel was het principe van het levend wezen ; en die ziel definieerde hij als een zelfbewegende substantie ; de ziel was aldus de idee of de vorm van het lichaam en is ook een 'onbewogen beweger', afhankelijk van die 'eerste onbewogen beweger' van God zelf dus . De ziel heeft het vermogen het hoogste te schouwen en is daarom iets goddelijks en eeuwigs, tenminste het redelijke deel er van, het 'intellectus agens' ... De cosmos : voor Aristoteles was de cosmos eeuwig als plaats voor alle substanties en bewegingen . Het mechanische bestaat zeker in de cosmos, maar het zijn de vormen of ideeën die de beweging besturen . De beweging is eeuwig en de tijd is er de maat van, die aldus ook eeuwig moest zijn . De substanties bestonden uit de vier elementen : aarde, water, vuur en lucht ; ook Aristoteles voegde er een vijfde element nl. de 'ether' of 'Quinta essentia' aan toe . De ether was de stof der sterren en was van een geestelijke aard . God bewoog de eerste hemelsfeer, die dan zelf voor de bewegingen van de andere sferen zorgde en de ganse cosmos in beweging zette . Onze planeet de aarde noemde Aristoteles het 'onder-maanse' en de rest van de cosmos het 'boven-maanse' of de sterrenhemel . De 'eerste onbewogen beweger moest dus goddelijk zijn . God beweegt de cosmos niet als een mechanische kracht, maar als een zuivere 'begeerte',en uit liefde..., als 'Een denken van het Denken zelf" . Ook de 'intellect agens' in onze ziel beweegt het lichaam uit begeerte ; uit een wil, die aanzet tot energie en bewegingskracht in ons lichaam ; zoals gezegd moest dit deel ook goddelijk zijn .
Ethica : de ethiek was voor Aristoteles van het allerhoogste belang . Het bereiken van het 'Eudaimon' d.i; het Geluk was het hoogste doel en kon slechts door de deugden zoals : wijsheid, moed, rechtvaardigheid en matigheid bereikt worden, 'Virtute gaudet' -de deugd verblijdt . 'Het volgen van de gulden middenweg in alles' was de gouden regel in de moraal, niet teveel en niet te weinig . De mens was vooral een sociaal wezen voor Aristoteles . De Staat moest primeren op het individu, daar het geheel steeds aan de delen voorafging ( holisme) ? Plotinus : (+270 n.c.) het neo-platonisme - Voor Plotinus was God het Ene, het louter Goede de transcendente god, die door zijn emanaties immanent is in de wereld . Al het zijnde vloeit uit het Ene . Er zijn drie 'zijns-vormen' : het Ene, de Geest en de Ziel . Uit het Ene emaneert de Geest ( de Nous of de cosmos noëtos ) . Uit de Geest emaneert de Ziel, die de band is tussen de Geest en de wereld zelf . De ziel herinnert zich haar oorsprong de Geest en het Ene , en tracht die terug te bereiken . Via onthechting komt de mens in een extase, die hem terug verenigt met het Ene. Scholion : Idealisme in de filosofie komt reeds voor bij de latere Grieken . Plato kende de Ideeën als de vormen, die zich enkel weerspiegelden in de dingen van onze werkelijkheid . Aristoteles zag die vormen meer realistisch en in de dingen zelf ; hij liet de vorm inwerken op de materie ; en dit gebeurde volgens een telos-oorzaak ; hetgeen wees op een intellect-gebeuren op een quasi idealistische wijze . Gezien echter de prima materia of de stof niet gekend of bepaald kan worden op zich, en zelf geen ware inhoud of vorm heeft, en ook niet door onze zintuigen kan waargenomen worden, is het alleen de materia secunda of de vormen of de ideeën ( zoals Aristoteles de vormen ook noemde) die we 'kennen' als een ideëel omhulsel van de dingen zelf dan . Hierdoor kan men besluiten, dat de dingen als harde materie niet bestaan, maar slechts ideeën zijn en als 'voorstellingsvormen' in de geest bestaan . puur idealisme ???
De Middeleeuwen : Augustinus : "Men kan twijfelen aan alles, maar men kan deze twijfel zelf niet in twijfel trekken", -is dat een voorganger van Descartes' " Je pense, donc je suis' ? Er is dus een waarheid ( reactie tegen de toenmalige sceptici) . In de mathematisch zekerheden zag Augustinus het proto-type van alle 'waar-zijn' : bv. 3+5=8 is een eeuwige waarheid, absoluut, aan alles voorafgaand - à priori dus . De waarheid berust dus in de mens zelf, in zijn geest of 'rede'. het à priorische in die rede-inhoud toont aan, dat de menselijke rede of verstand boven de wereld en de ervaring verheven moest zijn . De tijd is een extensie van de geest ; het eeuwige is het ene en het Al, de substanties ; en alles ligt in de tijd en in de ruimte . De ziel denkt niet alleen, ze wil ook . Ze verlangt als gedreven door een Eros (begeerte) naar het Goede, de Godsstaat en het Ene . Symbolisch is de uitspraak van Augustinus : " God, ge hebt ons voor U zelf geschapen, en onrustig is ons hart tot het rust vindt in U " . Anselmus van Canterburry ; van hem is het 'Ontologisch Godsbewijs'; " Wij denken God als het meest volmaakte wezen . Maar een wezen dat werkelijk volmaakt is, bezit ook de eigenschap van de existentie , t.t.z. dat wezen moet noodzakelijk bestaan."... Thomas Van Aquino : +1274 voornaamste middeleeuwse wijsgeer - gaf de Aristotelische leer een Christelijk gezicht . Kennistheorie : Men zoeke de waarheid buiten zich ; hij legt de nadruk op de ervaring, zoals Aristoteles dat deed . Via onze zintuigen komen de voorstellingen van de werkelijkheid in onze ziel . ; zonder deze phantasmata geen gedachten . " Alles wat in het verstand is, was eerst in de zintuigen. " Het actieve verstand 'Intellectus agens' distilleert als het ware de indrukken van onze zintuiglijke ervaringen, ook van de innerlijke gevoelens tot begrippen, abstracte ideeën en logische besluiten . Dit werkend vermogen - Intellectus agens- in onze ziel is een à prioristisch vermogen of faculteit van de ziel ... Ontologie : Hier ook was Thomas van Aquino de volgeling van Aristoteles' zienswijzen, die hij wel deed inpassen in het christelijk geloof . Alles preëxisteert eigenlijk in God, en alles existeert on-eigenlijk in de wereld ...; alles ontstaat uit een vrijwillige emanatie uit God en wordt 'schepping' genoemd . Thomas van Aquino hanteert het hylomorphisme van Aristoteles ; alles is een samenstelling van materie en vorm ; hij ontwikkelde ook begrippen zoals potentie en act- en existentie en essentie . Enkel bij God vallen existentie en essentie tezamen . Bij bestaande zaken kan men het wezen of de essentie bedenken, terwijl men abstraheert van het bestaan en de existentie . ---Zeer beroemd van hem zijn zijn 5 godbestaans-bewijzen : 1. bewijs volgens de noodzaak van een Eerste Onbewogen Beweger, 2. het bewijs volgens een Eerste noodzakelijke oorzaak , 3. bewijs volgens de contingentie der dingen in de cosmos, 4. bewijs volgens de hiërarchie in de cosmos , 5. en het godsbewijs volgens de heersende orde, en regelmaat in die cosmos . ; "het onvolmaakte in de wereld is niet mogelijk zonder het volmaakte ..." Deze bewijzen worden aanvaard maar ook betwist ; vraag blijft of de huidige wetenschap daar nog genoeg aan heeft . De Ziel : planten en dieren hebben ook een'ziel'; maar die van de mens is rationeel, goddelijk en onsterfelijk . Nicolas van Cusa : de terugkeer naar het Ene van Parmenides en Plotinus . Het idee van de 'alheid' van het zijnde wortelt in de rede zelf . Het verstand scheidt de dingen en eindigt in een veelheid der tegendelen . De rede omvat alles, stijgt boven alles uit . In het doordachte oneindige vallen alle tegendelen en verschillen samen en weg ; " Een oneindige cirkel onderscheidt zich niet van een rechte lijn" . Zo ook denkt de Rede door tot in het oneindige : alles is in alles . God is de complicatie van de wereld, terwijl de wereld de explicatie is van God...
Scholion : het idealistisch beeld van het Ene, gedacht door de rede is hier dominant, zoals 'wit' in feite geen kleur is, maar toch in zich alle kleuren van het spectrum bevat ; zo verenigt het Ene het Al ...
Moderne Tijden ..: Renaissance : nu volgt een tijdvak van experimenten ook in de natuurkunde ; nu eens zoekt men de waarheid in de Oudheid terug, en een andere keer in de vernieuwde wereld van de wetenschappen en het onderzoek . Men roept de mens uit tot een tweede God, en tegelijk kan men de 'ware god' vergeten . Hier ontstaat ook het echte rationalisme van de verlichting, de filosofie van de Rede ( zie Franse revolutie...). Descartes : +1650 - beroemd zijn zijn 'Discours de la méthode' en 'Meditaties over de eerste filosofie' ; hij wordt wel eens de eerste moderne filosoof genoemd . "JE PENSE, DONC JE SUIS", een van de beroemdste uitspraken uit de filosofie is het uitgangspunt van de Cartesiaanse twijfel... "Alles bestaat wel in mijn gedachten ; doch ik moet wel twijfelen of alles ook in een werkelijkheid buiten mij bestaat ; één zaak is zeker, dat ik nu denk." . Maar als ik denk, dan moet ik ergens onder enige gedaante 'zijn' . en bestaan .Dit was voor Descartes een heldere en klare idee ; en hieruit volgt voor hem zijn hoofdaxioma, dat 'alles wat ik duidelijk en helder inzie, moet waar en werkelijk zijn . Zoals in de wiskunde klimt Descartes van duidelijke axioma's ( dit zijn stellingen, die quasi intuitief aangevoeld en aangenomen worden) naar meer ingewikkelde stellingen of ideeën : deze axioma's zijn dan ook aangeboren, zoals de idee van God, van de Ziel of van 'uitgebreidheid en 'denken' . Godsbewijzen : Descartes was voorstander van het Ontologisch godsbewijs : de idee van een volmaakt wezen heeft enkel als oorzaak het bestaan van een volmaakt wezen ; daar volgens de Scholastiek (middeleeuwse, christelijke wijsbegeerte) ook de oorzaak van iets groter en machtiger moest zijn dan zijn gevolg of product ; hier groter dan de idee er van (van God) ... Spinoza : -volgens Spinoza bestaat er slechts één Substantie en dat is God of Natuur . God en de natuur zijn één en hetzelfde . Het niets heeft geen attributen ; het eindige heeft eindigende attributen en het Oneindige heeft oneindige attributen en modi's...Dus God is alles en alles is God -pantheïsme-. Zoals uit het wezen van de driehoek volgt, dat de drie hoeken samen één strekkende hoek (180°) vormen ; zo volgen ook alle dingen uit het wezen van God . Zo blijft er slechts één substantie, en maakt Spinoza een einde aan de dualiteit van Descartes, nl. van denken én uitgebreidheid .. Leibniz : of de leer van de Monaden . Monaden zijn de werkelijke atomen van alles en in zekere zin zijn ze zelfstandige 'zielen' en dus geestelijk . Elke Monade stelt in zichzelf het ganse universum voor . "Alles is in alles" (holisme) . Er is echter een hiërarchie in de monaden volgens hun bewustzijn, gaande van de monade van God, die van de ziel tot de monaden van de 'minderbewuste' materie .. . Reactie hierop was het 'empirisme', dat enkel wat de zintuigen ons verschaften wilden onderzoeken en aldus anti-transcendent dachten . Zo hebben we filosofen als Hobbes, Locke, Hume e.a. Hobbes : had rationele verklaringen voor de werkingen en oorzaken in de natuur en bij de mens . Hobbes was ook beroemd om zijn werk 'Leviathan' een pleidooi voor een alles omvattend, en streng staatsgezag . Locke : volgens Locke waren er geen aangeboren ideeën of begrippen . Hume : volgens Hume waren er slechts indrukken en voorstellingen in onze geest van die zintuigelijke indrukken . De band tussen de ideeën of gedachten zijn slechts associaties en geen oorzaken . De gewenning - habitude- is de achtergrond van deze associaties ; en causaliteit is niets meer dan een gewenning . Berkeley : Iers wijsgeer + 1753- was een absolute idealist ; "ESSE EST PERCIPI" of 'zijn is waargenomen worden" . Voor Berkeley bestond alles slechts in de geest- maar ook in de geest van God . Berkeley was geen 'solipsist' ( misschien in de kiem een 'supra-solipsist' ?) Het Duits idealisme : Kant : -de filosoof met de' top-slogans' : "DAS DING AN SICH KANNT MAN NICHT" of "Het innere der dingen kent men niet.", samen met het besef, dat ruimte en tijd slechts als à prioriteiten in onze geest bestaan ( het bestaan van een zogenaamde reële tijd en ruimte leiden tot antinomieën of para-doxen) . Beroemd van Kant zijn zijn Drie Kritieken : 1. " De Kritiek van de Zuivere Rede" : of 'over wat kunnen we kennen of weten' . Zonder ervaring is er niets te kennen . Maar er is wel een zekere vorm van à priorische kennis aanwezig in onze geest of ons brein ; dit zijn de aanschouwingsvormen van 'ruimte' en 'tijd' ... En verder : hoe zijn synthetische oordelen à priori mogelijk ? Wanneer onze aanschouwing - onze zintuigen- zich richt naar de 'dingen', kunnen we niets à priorisch van die dingen kennen ; wanneer de 'dingen' zich echter richten naar onze aanschouwing, kan men wel het à priorische veronderstellen : dit was de beroemde 'Copernicaanse wending' van Kant . Het à priori-zijn van de aanschouwingsvormen : ruimte en tijd en ook misschien van causaliteit zelf werden hiermede gesteld . Zonder dit à priorische kan men de ervaring van de wereld slechts achteraf kennen ; terwijl door het à priorische van bepaalde vormen aan te nemen, men kan anticiperen en wetmatigheden of andere eigenschappen van de dingen van te voren bepalen . Het à priorische is ook volgens Kant vooral terug te vinden in de wiskunde, bv. dat de rechte lijn de kortste afstand is tussen twee punten is een axioma van de aanschouwingsvorm-van de ruimte ; evenals 7+5=12 een zekerheid is, die via de aanschouwingvorm van de tijd à priorisch is . Zulke oordelen zijn synthetisch à priori-oordelen, die meer te kennen geven dan analytische of à posteriori oordelen . Alle kennis heeft dus twee pijlers, nl. de ervaring en de à priori-aanschouwingsvormen . Kant beschrijft hier ook de grenzen van onze 'rede', zowel van de zintuigelijke ervaring als van de à priori-vormen ; d.i. zijn 'transcendente dialectiek' ... 2. Kritiek der Praktische Rede : over de moraal en het handelen van de mens...Kant plaatst hier zijn beroemde 'Categorische Imperatief' :"Gij zult..." of 1. "Handel zo dat de stelregel van uw willen als grondregel zou kunnen dienen van een algemene (morele) wet ." 2. "Handel zo, dat ge de mens als een doel en niet als een middel aanziet." ... God en een eeuwig leven van de ziel zijn voor Kant dan ook ethisch noodzakelijk, met het oog op de verplichting, die de zuivere rede ons oplegt ...Dit is het 'Godsbewijs' van Kant ..., en tevens een bewijs voor het eeuwig voortbestaan van de menselijke ziel, die aan zijn straf of beloning niet zal ontkomen, hier op aarde misschien wel, maar niet in de eeuwigheid ; Moraal = Rechtvaardigheid ; 'schuld én boete' ? 3. Kritiek der Oordeelskracht : het gevoel, schoonheid, kunst en finaliteit... De doelrelatie ontdekt Kant in het gevoel, bv. in de lust, onlust of de begeerte, enz. Lust en begeerte wijzen naar iets, dat nog niet bereikt werd en als doel wordt gesteld . Verder vindt Kant teleologische bewijzen in het organische en in de levende wezens ( cfr Aristoteles), waar steeds geldt, dat het geheel primeert op de delen er van ; hetgeen een doelgerichtheid in alle samengestelde wezens (organen en levende wezens) en derhalve zelfs in alle samenstellingen van materiele substanties veronderstelt ; want alles moet één zijn in de structuur van de wereld en de cosmos . Aan de basis van deze gerichtheid van alles moet dus een zeker intellect liggen ( een Logos?) . Ook in de esthetica of 'schoonheidsleer' noemt Kant 'mooi' of 'schoon' datgene, dat zonder tussenkomst van enige begrippen, als object van een noodwendig welbehagen wordt aangenomen en aanvaard - dit is 'kunst'... Zou er buiten de geest niets bestaan ? Zou de geest alle substanties en dingen zelf scheppen ? Kant geloofde dit niet ; hij erkende het bestaan van een realiteit buiten dé of buiten onze geest of verstand ; doch deze realiteit is nooit te kennen, immers "dan innere kannt man nicht"..., weet je wel . Scholion : Kant +1804- wordt als eerste van de Duitse idealisten genoemd ; maar hij is blijven steken bij 'het ding an sich', dat weliswaar reëel bestaat, doch niet verder te kennen is . Hij aanvaardde daarnaast wel à priorisch vormen in de geest, die getuigen van een aanname van een zekere transcendentie.... Schopenhauer : goed filosoof, excellent schrijver ,... 'pessimist'... In zijn hoofdwerk "De wereld als wil en voorstelling" heeft hij het over de 'wil' als ware inhoud van de 'dingen' zelf . Als Kant het 'innere der dingen' niet kon invullen, wendde Schopenhauer 'de Wil aan om aan deze verzuchting enigszins te voldoen . Fichte : was een opvolger van Kant als idealistisch filosoof ; maar hij ging wel verder en aanvaardde naast de geest of liever naast het ideële geen materiele substanties, en was aldus een absolute idealist , net zoals Berkeley dat was in Ierland . Hegel : hij was werkelijk het 'boegbeeld' van het absoluut idealisme ...;zijn hoofdwerk was " de Fenomenologie van de Geest" . Hegel erkent, dat de vormen van het kennen en van het gekende object verankerd liggen in de geest ; maar voor hem hoefde het werkelijk bestaan van dit object niet meer . Tot en met Kant werd er echter steeds nog een realiteit buiten de geest of het verstand aangenomen ; ook Hegel wist en erkende dat op zijn manier ; "Er is geen subjectieve objectiviteit en geen reële objectiviteit : in het eerste geval zou er werkelijk objectief 'zijn' bestaan, in het tweede geval zou het gedaan zijn met de spontaniteit van het denken... . Zijn uitweg was :" Het denken van de mens, wanneer het waarheid bevat en overeenstemt met het zijn, is niets anders dan het denken van de wereldgeest zelf, die zijn objecten schept door ze te denken ; zodat de waarheid 'zijn en denken' samenvallen en hetzelfde zijn (zei Parmenides ook al zo-iets ?) . Verder nog van Hegel :" Al het redelijke is werkelijk , en al het werkelijke is redelijk". Aldus is er slechts de Absolute Idee, die zich dialectisch ontwikkelt en alle gebieden van het denken en het zijn doorloopt, schept en weer teniet doet . Zo is ook de menselijke geschiedenis en die van alles trouwens een dialectische ontwikkeling van de Absolute Idee . Een extreem van idealisme kan men ook 'solipsisme' noemen, wat enkel het eigen 'ik' of ego een bestaan en eigen gedachten als enige 'zijnden' aanvaardt . Gerard Heymans : Eeveneens een absolute idealist en ook 'pan-psychist'."Het sterven van het ego is niets meer dan het afsterven van een cel in onze hersenen, dat geen schade teweeg brengt aan het totale bewustzijn " of " de dood van een ego is niets meer dan het ophouden van een captiverende waarneming van het Ene of van het Super-bewustzijn (wijst naar Supra-solipsisme ?) . Heidegger : existentialistisch filosoof ( existentalisme legt de nadruk op de mens zelf op zijn ('er zijn in de wereld' ) .In zijn beroemdste werk 'Tijd en Zijn' gaat hij op zoek naar wat 'zijn' werkelijk betekent ; op zoek dus naar oplossing van een oud probleem . Bestaan is niet identiek met bewustzijn ; het is existentie en dit wil zeggen 'in de wereld zijn'. 'Zijn' is een uitgeworpen zijn in het Niets', "Het Niets Nietst". Volgens Heidegger moest een 'zoektocht' in de meta-fysica altijd eindigen in een vorm van 'geloven'. Sartre : leefde in het tijdperk van het existentialisme ; "er is geen levensdoel, geen god, de mens is omringd door het niets . De existentie gaat de essentie vooraf in het zijn zelf ". Maar toch acht Sartre de mens vrij te zijn ( vrijheid en determinisme een eeuwig vraagstuk in de filosofie), en aldus moet de mens dan ook verantwoordelijk zijn voor zijn daden ...Liet Sartre dan toch nog de deur openstaan voor 'transcendente gevoelens' ? Hartmann : kiest voor een realisme uit de ervaring zelf - het fenomenologisme . Het 'innere der dingen' blijft weliswaar onbekend, en alleen het fenomeen of verschijning van de dingen zijn ons bekend, dus bouwen we onze filosofie daar op ...; net zoals Roger Bacon in de middeleeuwen de wetenschap trachtte te structueren op inductie, t.t.z. uit de ervaring, in tegenstelling tot deductieve of analytische kennis . Scholion : volgens Hegel is er enkel de Absolute Idee, die werkzaam is als een evoluerende Logos, logica of noodzakelijke rede . Het 'moeten-zijn' van de logica ( 2+3moet 5 zijn ; Pi moet 3,14...zijn, enz.) kan men zien als een absolute Wil, die aanzet tot energie en lichamelijke beweging, dus beweging van wat we het 'materiele' noemen . Het ideële vormt het materiele in zijn 'voorstellingen' en is enkel verbeelding van het denken zelf . Kritiek op het 'Cogito ergo sum" van Descartes kan zijn, dat men niet van het 'denken' kan overstappen naar het 'zijn zelf' ; ook niet naar dit van een 'ik' ; maar dat alles slechts ideeën zijn en blijven - geen dualismen, geen geest én materie ; immers hoe deze te verenigen ? Monisme is wel aangewezen : "de geest kan zich wel materie voorstellen, maar materie kan zich geen geest voorstellen of gedachten hebben ?" Zijn puur idealisme en solipsisme de enige consistente systemen in de filosofie ? Een materialist kan dan wel totaal stoffelijk of mechanisch materialistisch zijn, en ook zijn eigen denken of willen aldus zien ; maar dan moet hij toch aannemen, dat materie tenslotte een vorm van denken en willen bevat... Een ander zicht op stoffelijke materie geven ons ook de moderne versies van de realiteit, zoals ze geschetst worden in de Relativiteits-theorie, in de Quantum-mechanica en dito theorieën . Ook de Oosterse filosofie denkt meer idealistisch dan materialistisch, en is meestal gericht op het transcendente...
Begrippen uit de Oosterse filosofie: India :-het vedistisch tijdvak : begrippen : Brahman = de wereldziel ; Atman = de ziel van de mens; beiden zijn ze één .De Karma is een waardebepaling van onze wereldse daden als tol of vergelding voor een volgend leven en réïncarnatie ... Boeddhisme : -is geen echte religie, eerder een praktisch filosofisch stelsel -zie ook Zen-boeddhisme- -leer van de 4 waarheden : alle leven is lijden - lijden vindt zijn oorzaken in begeerte - opheffing van die begeerten is opheffing van het lijden én de wedergeboorten - de weg daartoe is 8-ledig ( rechtspreken- rechtdenken- rechte contemplatie- recht geloofrecht handelen - recht streven- rechte meditatie en recht leven ) . De volledige onthechting moest leiden naar het NIRVANA = het geluk van het 'niets' ... China : de Tao : de leer van de weg ; de Tao kan men niet kennen ;en is de weg van het juiste handelen. Confucius is vooral een moraal-ridder en filosoof geweest : van hem zijn begrippen als Ying en Yang of de leer van de tegendelen of tegenstellingen, die zeiden, dat alles als tegenstelling moest gezien worden : goed en kwaad- licht en duisternis, enz. Yoga was een leer tot zelftuchtiging en bevrijding .
Nabeschouwing en Besluiten : Dit overzicht van de filosofie-historie is zeker niet volledig . Filosofen zoals Nietzsche, de 'filosoof met de hamer' van wie de slogan "God is dood", is hier niet aan bod gekomen, maar heeft zeker als negatieve filosoof dan, een grote impact gehad op de latere anti-religieusiteit en nihilisme in onze westerse wereld . Ook Marx met zijn dialectisch-materialisme werd niet genoemd, ondanks zijn grote invloed op het verloop van de geschiedenis en de latere socialistische en communistische denkers . Verlichtings-filosofen zoals Voltaire of Rousseau en andere zijn niet genoemd geworden niettegenstaande ze nieuwe ideologieën hebben helpen ontwikkelen . Ook kwamen Darwin en zijn evolutie-theorie niet aan bod (zie ook creationisten) ; evenmin als Freud met nieuwe begrippen zoals onder-bewustzijn en totaal-bewustzijn, of van hetlibido als seksuele drift ... Ook Wittgenstein en andere meer moderne filosofen of liever analisten van de maatschappij of de taal bleven onaangeroerd ; net zoals het 'postmodernisme'; dat blijkbaar genoeg had van allerlei verhalen en filosofische theorieën ...
Mag men besluiten, dat de filosofie en vooral de meta-fysica steeds op zoek was en nog is naar datgene dat de fysica of de exacte wetenschappen zelf niet konden of nog niet kunnen vinden of weten? Steeds ging men op verkenning naar '...dat wat meer is' . In sommige perioden van de geschiedenis had men weinig van ' dat meer' van doen, terwijl andere tijdvakken meer uitzagen naar wat 'transcendent' en mysterieus bleef . Heden tendage met onze huidige wetenschappen en na de Relativiteits- en Quantum theorieën heeft ook de wetenschap en niet alleen de filosofie besef van dit 'transcendente...meer' . Dit bewijzen ook de huidige rages van 'New age', scientology, en andere vormen als 'ietsisme', enz.
-Tot zover een persoonlijke interpretatie van de filosofie-historie...
-M.a.w; filosofie blijft een poging om wijsheid, inzicht en kennis van onze realiteit te verkrijgen .
-Maar ook wat men wetenschap noemt is in feite niets meer dan een relatieve benadering via onze even relatieve zintuigen, hersenen of verstand tot een even fenomenale en relatieve realiteit, die men slechts kan zien als de 'schaduwen in de Grot van Plato', en waarvan men het 'innere der dingen' niet kan kennen volgens Kant .
-Zekerheid en zeker-zijn is alleen een vorm van logica, wiskunde of andere eeuwige wetmatigheden, die de enige absolute zijnden zijn ; waaraan al het overige contingent moet zijn .
-M.a.w; het uitgangspunt van alle kennis omtrent de absolute realiteit moet aldus enkel en alleen in die absolute kennis gezocht en gevonden worden .
-Alles is of wordt aldus : een evolutie van een Absolute Idee, wat Hegel ook al beweerde ; een Logos ? Quid ?
-Maar de mens wil van nature weten ,-wijsbegeerte-, volgens Aristoteles ; een weten, dat veeleer een 'weten van niet-weten' blijft .
Ik wens jullie alle goeds, de vrede en vooral het 'tevreden-zijn' in 2012 . Want "wie het minst verlangt, staat het dichtst bij de goden"(Socrates) ; en verder "blijft filosofie de meest goddelijke bezigheid voor de mens" ;ook al blijft het meestal bij een 'weten van niet-weten' (Aristoteles) . Want het 'innere der dingen' kan men nooit kennen (Kant) . We blijven vertoeven in de 'grot van Plato' ; maar er is meer dan de schaduwen ;er is ook nog het licht . "Ik denk, dus...er zijn gedachten of ideeën "( naar Descartes) ; en de 'wereld is slechts wil en voorstelling' (Schopenhauer ) ; want alles is slechts een 'trap in de ontwikkeling van de absolute Idee' (Hegel) . De absolute Idee als de Logos of de enige, eeuwige wetmatigheid van de logica zelf, die de bron moet zijn van al het overige en contingente .
Blijft lezen en filosoferen in 2012....Beste wensen en tot ziens !
Nog dit : -onderwerp geplaatst op forum Filosofiemagazine dd.23.10.11
TEMPUS FUGIT : wat is tijd ?
- De Tijd vliedt of vlucht weg als een pijl, immer voorwaarts . Men wordt ook steeds ouder ; maar daar gaan we het hier niet over hebben ; wel over het fenomeen TIJD zelf .
-Wat is Tijd ? Als men het vroeg aan St Augustinus (4e eeuw); beweerde hij het soms te weten ; maar als hij het moest uitleggen, dan wist hij het niet meer ,verklaarde hij zelf .
-Men heeft wel enig besef van de tijd ; maar een afdoende definitie of begrip er van is niet zo evident .
-Tijd wordt gebruikt in het gewone leven : Gebruikt hem wel zegt men soms wel eens ; of "het enige waarover de mens beschikt is een beetje tijd ".
-Maar de tijd wordt eveneens aangewend voor wiskundige berekeningen in de fysica, en is aldus verbonden met de empirische wereld .
-Maar naar inhoud is en blijft de tijd wel een transcendent fenomeen of idee, net trouwens zoals het begrip ruimte ook een begrip van transcendente aard is .
-Volgens Aristoteles was tijd de maat van de beweging ; en aldus een intelligibel begrip; want getal, tellen en meten zijn verstandsfaculteiten en vlgs A. eigenschappen van de ziel .
-De hemellichamen in hun bewegingen gaven de maat van de tijd aan . Zo doen ook de zonnewijzer, de zandloper, de mechanische uurwerken en de electrische en electronische satelliet-geleide klokken . Maar ook in de natuur -de seizoenen- en in het levensritme is enige maat van tijd terug te vinden . Er bestaat ook zoiets als objectieve en subjectieve tijd voor de mens .
-Ook St Augustinus zou de tijd verder subjectiveren en enkel verstaan als een eigenschap van of in de ziel . En ook Kant ging gedeeltelijk die weg op, door de tijd evenals de ruimte een a priori-vorm in ons verstand te noemen ; en aldus enkel te zien als een voorstellingsvorm van de dingen, waarvan men verder de ware inhoud niet kon kennen . Bergson legde vooral de nadruk op de duur van de tijd om het begrip ervan enigszins te begrijpen . En ook volgens Heidegger was : Tijd= Zijn ; want Tijd=Duur=Blijven=Zijn Hegel tenslotte zag de tijd als de evolutie van de absolute idee, maar zag de dag als een opvolging van NUs .
-En reeds vanin de oudheid verdeelde men de tijd in 3 delen : nl. het verleden, het heden of het NU en de toekomst .
-Het begrip NU was het moeilijkst te plaatsen . Men vergeleek het met de punt in de ruimte ; dus met een nihil qua grootte of uitgestrektheid. Het NU is ook het ogenblik zonder enige duur of afmeting, dus een nihil in de tijd zelf ; want als men er enige duur zou aan toekennen, zou men dit tijdsmoment alweer moeten en kunnen onderverdelen in een verleden, een heden en een toekomst .
-Het NU is werkelijk de scharnier tussen verleden en toekomst ; het verleden is immers niet (meer), en bestaat nog enkel in het geheugen of in andere bewustzijnsvormen ; en anderzijds bestaat de toekomst nog niet, en is enkel als verwachting, als planning of finaliteit in de geest of bewustzijnden aanwezig -Enkel het NU zou dan een reëel bestaan kunnen hebben ; maar is qua grootte of duur een nihil van en in die tijd .
-Aldus komt men tot inzicht en moet men concluderen, dat TIJD enkel in de geest of het bewustzijn bestaat, en dan wel als idee of als een voorstellingsvorm
-En als we aannemen, dat alles in die tijd is en bestaat of existeert, moeten we besluiten dat dit alles op een zekere ideële wijze existeert, en een geestelijke, bewuste maar ongekende energie als inhoud moet hebben.
-Tempus fugit - immer als een pijl vooruit ; alleen in onze geest en geheugen kunnen we achteruitgaan in die tijd
Gesteld door Valère De Brabandere in 'Filosofie magazine'.
d.d.: 30/09/2011
-Bewijs vanuit de ABSOLUTE LOGICA :
-God zou men moeten definieren als eeuwig, absoluut en noodzakelijk.
-Maar alleen aan de eeuwige wetmatigheid, de wiskunde en de logica zelf kan men dergelijke predikaten toekennen ; en buiten deze hoeft er werkelijk niets te 'zijn'.
-Dus god kan niets anders of meer zijn dan die absolute logica zelf; waaruit of waardoor al het overige, contingente moet zijn voortgekomen en logisch geëvolueerd zijn .
- Besluit : god bestaat en is de 'logica' zelf (een nieuwe Logos ?).
Inleiding : --------- Ik ben Valère De Brabandere, een gepensioneerde ambtenaar en een amateur-filosoof, met een eerder idealistische visie op de realiteit en met de betrachting van het nooit te kennen innere der dingenin te vullen met een evolutie van een ongekende absolute logica . Ik heb een blogje : Bloggen.be/visieopfilosofie en ben aangesloten bij tal van discussieforums-filosofie ; ben ook gebruiker bij Wikipedia, waar ik vooral filosofische onderwerpen aanmaak of aanvul .
Hieronder volgt een snelcursus filosofie, opgesteld voor al wie een beginnende interesse heeft voor filosofie of die daarmee dieper en verder wil doorgaan .
Inhoudstafel : ------------ Deel I : beknopt historisch overzicht Deel II : eigen filosofische visies Deel III : Filosofische problemen en Methodische benadering Deel IV : bijdragen onderwerpen bij forum Webfilosofen .
Deel I : historisch overzicht van de filosofie . ------------------------------------------------ Een historisch overzicht van de filosofie is m.i. een uitstekende inleiding en cursus tot de discipline, die historisch gezien ook de eerste wetenschap was . Filo-sofie betekent letterlijk 'liefde tot de wijsheid, en kan in volgende deel-disciplines ingedeeld worden : Meta-fysica : of over wat de wetenschappen en de fysica zelf nog niet weten ; op zoek naar het transcendente , Ontologie : de leer van 'zijn' en van de zijnden ; Cosmologie : leer omtrent de wereld, de natuur ; Theodicee : leer omtrent 'god' ; Logica : denk- en argumentatieleer ; Epistemologie : kenleer, wat is de waarheid , en hoe kan men kennen ; Ethica : hoe behoort men te leven, als individu en als maatschappij; wat is moraal ; Esthetica : wat is schoonheid, en wat is kunst ; Psychologie ; zielkunde, en leer van de menselijke gedragingen ;... en nog andere ...
Hierna zal ik het vooral hebben over de meta-fysica en de ontologie, die men graag het hart van de filosofie noemt . Filosofie komt voort uit verwondering , beweerde Aristoteles, de voornaamste filosoof én wetenschapper uit de Oudheid ; hij zei ook, dat de mens van nature wil weten, en dat filosofie de meest goddelijke bezigheid was voor de mens, juist omdat door filosofisch te denken, de mens de fenomenale wereld wil overschrijden op zoek naar wat 'meer is' of 'meer moet zijn' . Het oudste menselijk denken over de cosmos, de natuur en de mens zelf uitte zich in allerlei mythes, en leidde tot allerlei geloof, bijgeloof, pseudo-wetenschap en religies . Maar het was eerst bij de oud-Grieken omstreeks 600 v.c. dat men aan die mythes en vertellingen een meer wetenschappelijke uitleg of liever een filosofische basis wilde geven . Ook toen al kon men een onderscheid maken tussen denkers, die meer idealistisch en andere meer materialistisch dit alles wilden uitleggen, en tussen enerzijds theoretische en anderzijds meer praktische filosofie . De praktische filosofie was en is tot op heden vooral de ethiek of moraal, de estetica, en de logica, die de mens voorhouden, hoe hij behoort te leven, wat hij goed en schoon kan vinden, en hoe hij het best denkt en argumenteert . Ook duren de strijd tussen idealisme of spiritualisme en materialisme of realisme tot op heden voort in onze filosofie ; ook tussen determinisme en wils-vrijheid ; of zelfs tussen darwinisme en creationisme e.a.... Moet men het fenomenale overstijgen ; of mag en kan dat niet ?
De Oudheid : Om een historisch overzicht te geven, moet men beginnen omstreeks 600 v.c. in Griekenland bij Thales van Milete : hij hield het bij één oerstof nl. het water als basis of principe van alles, van alle substanties . Anaximander : was voorstander van het 'apeiron', volgens hem een oneindige, onbepaalde stof waaruit alles door meta-morfose ontstaat, verandert en weer vergaat . Beiden waren ze ook aanhangers van het 'hylozoïsme', de opvatting, dat zowel organische als an-organische stoffen en wezens een vorm van 'leven' inhielden (cfr H.Bergson-vitalisme :'élan de vie' als innere van alles ) . Pythagoras : richtte zijn aandacht op de 'vorm' als dusdanig ; hij plaatste dit begrip naast het apeiron - de stof-, die er door bepaald, beperkt en gevormd werd tot een ware substantie .Met deze vormen verwees hij ook naar het getal, dat de maat van de vormen en van alles was, en aldus het apeiron in zijn bepaald-zijn, zijn beperkt-zijn en in zijn veelheden vormt en schept als het ware . Door zijn aandacht voor het getal onstond bij de Grieken eveneens het begrip 'harmonie' . Alle vormen zijn zodoende harmonisch verbonden tot een cosmos of wereld-orde , -zie ook zijn harmonie in de muziek..., en zijn beroemde, wiskundige 'stelling van Pythagoras' . Heraclitos : ontwikkelde het begrip 'worden' als basis van alle veranderingen . Dit worden werd naast de vorm en de materie een derde basis-element . De dingen zijn er slechts door de eeuwige onrust van het worden - symbool hiervan was het vuur- . Die bewegingen en veranderingen geschiedden volgens de Logos- de rede of de eeuwige Wetten- . "Panta Rhei" of alles is steeds in beweging was dan ook de samenvatting van zijn leer . Parmenides : was de anti-pool van Heraclitos . Voor hem was het 'zijn' zelf het centrum van zijn filosofie en niet het worden . 'Worden' was voor hem een zinsbegoocheling evenals het 'vele' of meervoudige van de dingen zelf . Alleen het 'Ene' of het 'zijn' bestaan werkelijk voor hem .De mens kent het 'vele' door zijn zintuigen, die slechts dierlijke organen zijn vlgs Parmenides ; en het daarboven verheven menselijk denken zelf kent enkel het 'ene' ; 'Denken was Zijn' voor Parmenides . Empedocles : kwam voor het eerst tot de vier beroemde elementen nl. aarde, water, vuur en lucht ; alhoewel hij daarnaast soms over een vijfde element nl; de 'ether' sprak ; dit was tevens de stof van de sterren . Later bij Aristoteles werd aan dit vijfde element ether een geestelijke inhoud gegeven . Democritos : noemde deze elementen 'atomen'- dit zijn niet te scheiden lichaampjes- . Aldus bestonden enkel de atomen, de lege ruimten daar tussenin en verder de eeuwige bewegingen, die geregeld werden door de in die atomen voorhanden zijnde 'wetmatigheden' . Anaxagoras: bracht het begrip 'nous' in de filosofie ; en hierdoor werd naast de mechanische, materiele werkingen in de cosmos de geest - nous- aanvaard als werkingsoorzaak voor de beweging. Voor het eerst werd de hegemonie van het materialisme gebroken en hier doen finalisme en het begrip 'telos'- doel- reeds een intrede . Een theorie 'promoiomerie' zegt, dat de delen van substanties uit dezelfde atomen bestaan als het geheel, maar de atomen van verschillende substanties zijn ook verschillend ? B.v. voedsel, dat de mens of een dier opeet, verandert in vlees na het eten, dus de atomen van alle voedsel bevatten in de kiem reeds vlees ? Nu weet men beter... Sofisten reageren tegen de al te gemakkelijke materialistisch-mechanische systemen voor de cosmos . Protagoras : huldigde een zeker 'relationisme' in zijn wereld-beschouwingen ; volgens hem bestond er geen waarheid ; en zo wel : kon men die waarheid nooit kennen . "De mens is de maat voor alles" ; en de mens moet zich niet onderwerpen aan een god of aan een wet . Zoals de werkelijkheid aan mij verschijnt, zo is ze voor mij, en voor U zoals ze aan U voorkomt ; subjectisme ...
Scholion : materieel gezien kan het Ene niet, daar het geen 'worden' of beweging kan bevatten, en dus niet actief kan zijn . Anderzijds is het vele steeds een 'worden' en 'worden' zelf is geen 'zijn' en geen Ene ....Besluit : beide begrippen het Ene en het Vele bestaan slechts in het denken en zijn dus ideëel . Socrates : liet zelf geen geschriften na, en is grotendeels gekend via de werken van Plato, zijn leerling . Socrates voerde gesprekken met zijn medeburgers- zijn beroemde dialogen, door Plato op schrift gesteld . zijn dialogen noemde hij 'maieutiek' of verloskunde . Zijn ironie was :" Ik weet, dat ik niet weet." Hij trachtte via dagelijkse gewaarwordingen en inzichten tot algemene begrippen te komen . De deugd stond steeds in het centrum van zijn gesprekken ; de deugd moest leiden naar het Goede, en dit moest gebeuren via het 'daimonion'-het geweten, dat goddelijk was .
Idealistische denkers : Plato : was zoals gezegd een leerling van Socrates . Beroemd van hem is zijn 'Ideeën-leer' ; ideeën als eeuwige, absolute oerbeelden, waaraan alle wereldse substanties slechts deelnemen als 'afbeeldingen' .. Via abstracte gemaakte deugden komt hij tot algemene vormen of ideeën van de dingen en van begrippen zoals het Goede, het Ware of het Schone, enz. . Dit is het rijk der ideale wezens, vormen, die een immaterieel bestaan hebben ergens in een hogere wereld .Het daimonion van Socrates-het geweten- wees Plato naar deze ideeën-wereld . Ook het zuiver mathematische-denken bracht hem naar die ideeële voorstelling van de cosmos bv; de cirkel, de driehoek, de punt, de vergelijking e.a. In zijn Timaios- boek over de schepping van de cosmos- liet hij het universum uit vormen zoals de verschillende driehoeken ontstaan via een systeem van juxta-positionering van die vormen tot elementen en nadien tot alle substanties en wezens in de cosmos .Deze vormen waren à priori ; en bij het waarnemen van de materiele werkelijkheid, herinneren we ons deze vormen : dit is de beroemde leer van de 'anamnesis' van Plato ; waarnemen, zich herinneren en kennis, is niets meer dan een herinnering aan een vorig leven samen met die ideeën in die hogere wereld ... De zijns-leer van Plato luidt aldus : 1. er is alleen een 'zijn', dat door de mens gekozen wordt ; 2. dit zijn is reëel, gezien de oerbeelden ons enkel als materiele vormen verschijnen ; 3. het is een zijn dat verandert en evolueert . Antropologie : beroemd is hier de 'gelijkenis van de grot ,daar laat Plato zien, dat de mens enkel de verschijningsvormen van de dingen ziet en aanschouwt ; de dingen ziet hij slechts als schaduwen van de oerbeelden, zonder deze ooit echt te kunnen kennen ; het blijft voor de grotbewoner bij een vermoeden van een 'licht', dat oorzaak moet zijn van dit gebeuren ... De ziel is het 'eigenlijke' van de mens, waarvan het lichaam een verschijningsvorm is ; "Sema Soma"of het lichaam is een gevangenis voor de ziel .De ziel is echter zoals de overige vormen en ideeën onsterfelijk en eeuwig . De Eros - de liefdegod- en het streven via de rede, zet de ziel aan het Goede te doen en ook te bereiken, en moet de mens via een onthechting van het aardse naar de gelijkmaking aan God leiden . Staat en Politiek : democratie doet ten onrechte de subjectieve verlangens van het volk heersen en tot basis maken van het sociale leven en van de staat . Ook andere staatsvormen zijn niet perfect . Voor Plato was de ideale vorm van sociaal leven een leven in een commune onder een streng, opvoedend staatsgezag, en onder een communistisch stelsel van gemene eigendom...( zie ook Thomas More- de Utopia) . Theologie : de God van Plato is afgeleid uit zijn Ideeën-leer . God is de absolute Waarheid, het absolute Goede, en het Schone, en moest dus eeuwig zijn ; hij is ook het enige wat de mens moest nastreven of betrachten zelf te worden . God was de demiurgde schepper-, die de wereld niet uit het niets heeft gemaakt, doch wel uit een vervorming van de absolute oer-vormen volgens bepaalde wetmatigheden ... Van Plato wordt gezegd, dat alle filosofie na hem, slechts voetnota's zijn aan zijn filosofie... Aristoteles :--was een leerling van Plato (383-322v.c.) . hij was de voornaamste filosoof én wetenschapper van de oudheid . Hij bouwde enigszins verder op de leer van Plato, maar was minder idealistisch en meer praktisch ingesteld . Hij zweefde minder in 'hogere sferen' en was meer aards-wetenschappelijk ingesteld . Hij was ook de grondlegger van de logica als discipline : het syllogisme is zijn uitvinding . Logica : het begrip of het woord is de toverstof van de geest om iets aan te duiden of te tonen .De categorieën zijn een herleiding van die begrippen tot basis-begrippen, zoals substantie, kwaliteit, kwantiteit, causaliteit, ruimte, tijd e.a. Het oordeel is de relatie en verbinding tussen minimum twee begrippen ; de waarheid is een eigenschap van het oordeel, dat getoetst wordt aan de werkelijkheid ; 'het zijnde is en het niet-zijnde is niet' dit is de waarheid . Waarheid is de identiteit van de kennis met de werkelijkheid . Het Syllogisme of rede is de redelijke ontwikkeling van de begrippen en de oordelen , VB. ---De Mens is Sterfelijk : major premisse, ---Socrates is een Mens: minor premisse, ---Dus Socrates is Sterfelijk : conclusio . Syllogismen onder allerlei vormen waren de basissen voor argumentaties ... Begrippen ontstaan via de zintuigen : de ziel was eerst een onbeschreven blad een 'tabula rasa' ;en uit de verscheidene ervaringen van de zintuigen wordt het begrip van de dingen gevormd .Het gemeenschappelijke uit deze vormen -ideeën- wordt geabstraheerd tot algemene begrippen om mee te redeneren . In tegenstelling met Plato behoorden deze algemene begrippen of ideeën niet in een hogere wereld thuis, maar in de 'dingen' zelf . Aristoteles bleef met beide voeten op de grond . De Ziel : in zijn werk 'Over de ziel' aanvaardde hij toch een van buiten in de foetus gekomen en goddelijk gedeelte van de ziel, de 'Intellectus agens' of de 'Nous' -het werkend intellect, dat instond of regelaar was van de waargenomen 'begrippen' in de ziel, en die de mens tot denken, willen en streven aanzette . Meta-fysica : was de eerste filosofie en wetenschap - 'meta ton fusica' - of de leer na de studie van de fysica ; de verdere uitleg van de werkelijkheid ...Dit was vooral een studie van het 'Zijn' ; van een zijn gelegen achter dat zijn, dat ons verschijnt in onze waarnemingen : het transcendente dat de fenomenologie overschrijdt . Zijns-principes zijn : vorm en materie bepalen het individuele ding : de substantia prima is de materie en de substantie secunda is de vorm . Stof of materie is het vloeiend continuum van ruimte en tijd, die de eeuwige vormen ontvangen . Materie is aldus het onbepaalde dat door de vorm tot een bepaalde en beperkte substantie of 'ding' herleid wordt ; beide, zowel stof en vorm kunnen niet afzonderlijk bestaan, en bestaan slechts in een compositie . Nadien bracht Aristoteles de 'beweging' en de oorzaken van deze in als een derde beginsel . Bekend is ook de leer van de Vier Oorzaken : Aristoteles oordeelde, dat men door de oorzaken van de dingen te kennen, ware kennis van die dingen kon krijgen . Hij onderscheidde aldus vier hoofdoorzaken : nl; -de causa efficiens : of de werkoorzaak = de beeldhouwer,de beitel, -de causa materialis : de stoffelijke oorzaak = de blok marmer, -de causa formalis : de vormoorzaak = de vorm van het beeld zelf, -de causa finalis : de doel-oorzaak = doel van het beeld : een gedenksteen... - deze vierde oorzaak was voor hem de voornaamste ; daar deze oorzaak de ware aanzet was voor het maken van het beeld ; aldus benadrukte hij het belang van het doel of de 'telos' van alles en voor alles . Volgens Aristoteles zag hij het belang van die telos vooral in de biologie, bij mens, dier of plant, waar het geheel van meer belang was dan de som der delen . Een mens is meer dan een verzameling van organen ; en de groei van alles is gericht op het volwassen-worden en-zijn. De bewegingen of veranderingen zag Aristoteles als de overgang van potentie naar act, of van mogelijkheid naar werkelijkheid . Ideeën zijn slechts potenties of mogelijkheden ; en de oorzaak, die deze potentie naar act doet overgaan moet van een andere aard en sterker zijn dan de idee zelf . Hieruit onstond bij Aristoteles het axioma " De act gaat de potentie vooraf" . De absolute act, die alles vooraf moest gaan was God - de absolute Idee en vader van alle andere ideeën, vormen en dingen . God was de 'actus purus' en de Eerste Onbewogen Beweger . In zijn werk ' over de Fysica' sprak Aristoteles zich nooit volledig uit over wat de beweging aanzette of teweegbracht ; in zijn werk 'Meta-fysica' ( de naam van deze werken zijn niet door Aristoteles zelf gegeven, maar nadien toegevoegd ) lost hij dit probleem enigszins op door een beroep te doen op het 'transcendente' nl; een 'eerste onbewogen beweger; net zoals hij dat ook al eens moest doen bij de werking van de Ziel .. Teleologie : Niets in de natuur of in de cosmos gebeurt zonder oorzaak maar ook niet zonder doel of reden .Alles beweegt naar iets toe ; de stof streeft naar de vorm via een beweging of verandering, en wel naar zijn ideale vorm of plaats . Dat doel is steeds het Goede, dat net zoals bij Plato altijd het doel moest zijn . Een bewijs van deze doeloorzaak zag Aristoteles, zoals al aangehaald, in de biologie, de studie der organen, waar alles gericht is op die eenheid van het organisme zelf van het levend wezen . De ziel was het principe van het levend wezen ; en die ziel definieerde hij als een zelfbewegende substantie ; de ziel was aldus de idee of de vorm van het lichaam en is ook een 'onbewogen beweger', afhankelijk van die 'eerste onbewogen beweger' van God zelf dus . De ziel heeft het vermogen het hoogste te schouwen en is daarom iets goddelijks en eeuwigs, tenminste het redelijke deel er van, het 'intellectus agens' ... De cosmos : voor Aristoteles was de cosmos eeuwig als plaats voor alle substanties en bewegingen . Het mechanische bestaat zeker in de cosmos, maar het zijn de vormen of ideeën die de beweging besturen . De beweging is eeuwig en de tijd is er de maat van, die aldus ook eeuwig moest zijn . De substanties bestonden uit de vier elementen : aarde, water, vuur en lucht ; ook Aristoteles voegde er een vijfde element nl. de 'ether' of 'Quinta essentia' aan toe . De ether was de stof der sterren en was van een geestelijke aard . God bewoog de eerste hemelsfeer, die dan zelf voor de bewegingen van de andere sferen zorgde en de ganse cosmos in beweging zette . Onze planeet de aarde noemde Aristoteles het 'onder-maanse' en de rest van de cosmos het 'boven-maanse' of de sterrenhemel . De 'eerste onbewogen beweger moest dus goddelijk zijn . God beweegt de cosmos niet als een mechanische kracht, maar als een zuivere 'begeerte',en uit liefde..., als 'Een denken van het Denken zelf" . Ook de 'intellect agens' in onze ziel beweegt het lichaam uit begeerte ; uit een wil, die aanzet tot energie en bewegingskracht in ons lichaam ; zoals gezegd moest dit deel ook goddelijk zijn . Ethica : de ethiek was voor Aristoteles van het allerhoogste belang . Het bereiken van het 'Eudaimon' d.i; het Geluk was het hoogste doel en kon slechts door de deugden zoals : wijsheid, moed, rechtvaardigheid en matigheid bereikt worden, 'Virtute gaudet' -de deugd verblijdt . 'Het volgen van de gulden middenweg in alles' was de gouden regel in de moraal, niet teveel en niet te weinig . De mens was vooral een sociaal wezen voor Aristoteles . De Staat moest primeren op het individu, daar het geheel steeds aan de delen voorafging ( holisme) ? Plotinus : (+270 n.c.) het neo-platonisme - Voor Plotinus was God het Ene, het louter Goede de transcendente god, die door zijn emanaties immanent is in de wereld . Al het zijnde vloeit uit het Ene . Er zijn drie 'zijns-vormen' : het Ene, de Geest en de Ziel . Uit het Ene emaneert de Geest ( de Nous of de cosmos noëtos ) . Uit de Geest emaneert de Ziel, die de band is tussen de Geest en de wereld zelf . De ziel herinnert zich haar oorsprong de Geest en het Ene , en tracht die terug te bereiken . Via onthechting komt de mens in een extase, die hem terug verenigt met het Ene. Scholion : Idealisme in de filosofie komt reeds voor bij de latere Grieken . Plato kende de Ideeën als de vormen, die zich enkel weerspiegelden in de dingen van onze werkelijkheid . Aristoteles zag die vormen meer realistisch en in de dingen zelf ; hij liet de vorm inwerken op de materie ; en dit gebeurde volgens een telos-oorzaak ; hetgeen wees op een intellect-gebeuren op een quasi idealistische wijze . Gezien echter de prima materia of de stof niet gekend of bepaald kan worden op zich, en zelf geen ware inhoud of vorm heeft, en ook niet door onze zintuigen kan waargenomen worden, is het alleen de materia secunda of de vormen of de ideeën ( zoals Aristoteles de vormen ook noemde) die we 'kennen' als een ideëel omhulsel van de dingen zelf dan . Hierdoor kan men besluiten, dat de dingen als harde materie niet bestaan, maar slechts ideeën zijn en als 'voorstellingsvormen' in de geest bestaan . puur idealisme ???
De Middeleeuwen : Augustinus : "Men kan twijfelen aan alles, maar men kan deze twijfel zelf niet in twijfel trekken", -is dat een voorganger van Descartes' " Je pense, donc je suis' ? Er is dus een waarheid ( reactie tegen de toenmalige sceptici) . In de mathematisch zekerheden zag Augustinus het proto-type van alle 'waar-zijn' : bv. 3+5=8 is een eeuwige waarheid, absoluut, aan alles voorafgaand - à priori dus . De waarheid berust dus in de mens zelf, in zijn geest of 'rede'. het à priorische in die rede-inhoud toont aan, dat de menselijke rede of verstand boven de wereld en de ervaring verheven moest zijn . De tijd is een extensie van de geest ; het eeuwige is het ene en het Al, de substanties ; en alles ligt in de tijd en in de ruimte . De ziel denkt niet alleen, ze wil ook . Ze verlangt als gedreven door een Eros ( begeerte) naar het Goede, de Godsstaat en het Ene . Symbolisch is de uitspraak van Augustinus : " God, ge hebt ons voor U zelf geschapen, en onrustig is ons hart tot het rust vindt in U " . Anselmus van Canterburry ; van hem is het 'Ontologisch Godsbewijs'; " Wij denken God als het meest volmaakte wezen . Maar een wezen dat werkelijk volmaakt is, bezit ook de eigenschap van de existentie , t.t.z. dat wezen moet noodzakelijk bestaan.". Thomas Van Aquino : +1274 voornaamste middeleeuwse wijsgeer - gaf de Aristotelische leer een Christelijk gezicht . Kennistheorie : Men zoeke de waarheid buiten zich ; hij legt de nadruk op de ervaring, zoals Aristoteles dat deed . Via onze zintuigen komen de voorstellingen van de werkelijkheid in onze ziel . ; zonder deze phantasmata geen gedachten . " Alles wat in het verstand is, was eerst in de zintuigen. " Het actieve verstand 'Intellectus agens' distilleert als het ware de indrukken van onze zintuiglijke ervaringen, ook van de innerlijke gevoelens tot begrippen, abstracte ideeën en logische besluiten . Dit werkend vermogen - Intellectus agens- in onze ziel is een à prioristisch vermogen of faculteit van de ziel ... Ontologie : Hier ook was Thomas van Aquino de volgeling van Aristoteles' zienswijzen, die hij wel deed inpassen in het christelijk geloof . Alles preëxisteert eigenlijk in God, en alles existeert on-eigenlijk in de wereld ...; alles ontstaat uit een vrijwillige emanatie uit God en wordt 'schepping' genoemd . Thomas van Aquino hanteert het hylomorphisme van Aristoteles ; alles is een samenstelling van materie en vorm ; hij ontwikkelde ook begrippen zoals potentie en act- en existentie en essentie . Enkel bij God vallen existentie en essentie tezamen . Bij bestaande zaken kan men het wezen of de essentie bedenken, terwijl men abstraheert van het bestaan en de existentie . ---Zeer beroemd van hem zijn zijn 5 godbestaans-bewijzen : 1. bewijs volgens de noodzaak van een Eerste Onbewogen Beweger, 2. het bewijs volgens een Eerste noodzakelijke oorzaak , 3. bewijs volgens de contingentie der dingen in de cosmos, 4. bewijs volgens de hiërarchie in de cosmos , 5. en het godsbewijs volgens de heersende orde, en regelmaat in die cosmos . ; "het onvolmaakte in de wereld is niet mogelijk zonder het volmaakte ..." Deze bewijzen worden aanvaard maar ook betwist ; vraag blijft of de huidige wetenschap daar nog genoeg aan heeft . De Ziel : planten en dieren hebben ook een'ziel'; maar die van de mens is rationeel, goddelijk en onsterfelijk . Nicolas van Cusa : de terugkeer naar het Ene van Parmenides en Plotinus . Het idee van de 'alheid' van het zijnde wortelt in de rede zelf . Het verstand scheidt de dingen en eindigt in een veelheid der tegendelen . De rede omvat alles, stijgt boven alles uit . In het doordachte oneindige vallen alle tegendelen en verschillen samen en weg ; " Een oneindige cirkel onderscheidt zich niet van een rechte lijn" . Zo ook denkt de Rede door tot in het oneindige : alles is in alles . God is de complicatie van de wereld, terwijl de wereld de explicatie is van God...
Scholion : het idealistisch beeld van het Ene, gedacht door de rede is hier dominant, zoals 'wit in feite geen kleur is, maar toch in zich alle kleuren van het spectrum bevat ; zo verenigt het Ene het Al ...
Moderne Tijden ..: Renaissance : nu volgt een tijdvak van experimenten ook in de natuurkunde ; nu eens zoekt men de waarheid in de Oudheid terug, en een andere keer in de vernieuwde wereld van de wetenschappen en het onderzoek . Men roept de mens uit tot een tweede God, en tegelijk kan men de 'ware god' vergeten . Hier ontstaat ook het echte rationalisme van de verlichting, de filosofie van de Rede ( zie Franse revolutie...). Descartes : +1650 - beroemd zijn zijn 'Discours de la méthode' en 'Meditaties over de eerste filosofie' ; hij wordt wel eens de eerste moderne filosoof genoemd . "JE PENSE, DONC JE SUIS", een van de beroemdste uitspraken uit de filosofie is het uitgangspunt van de Cartesiaanse twijfel... "Alles bestaat wel in mijn gedachten ; doch ik moet wel twijfelen of alles ook in een werkelijkheid buiten mij bestaat ; één zaak is zeker, dat ik nu denk." . Maar als ik denk, dan moet ik ergens onder enige gedaante 'zijn' . en bestaan .Dit was voor Descartes een heldere en klare idee ; en hieruit volgt voor hem zijn hoofdaxioma, dat 'alles wat ik duidelijk en helder inzie, moet waar en werkelijk zijn . Zoals in de wiskunde klimt Descartes van duidelijke axioma's ( dit zijn stellingen, die quasi intuitief aangevoeld en aangenomen worden) naar meer ingewikkelde stellingen of ideeën : deze axioma's zijn dan ook aangeboren, zoals de idee van God, van de Ziel of van 'uitgebreidheid en 'denken' . Godsbewijzen : Descartes was voorstander van het Ontologisch godsbewijs : de idee van een volmaakt wezen heeft enkel als oorzaak het bestaan van een volmaakt wezen ; daar volgens de Scholastiek (middeleeuwse, christelijke wijsbegeerte) ook de oorzaak van iets groter en machtiger moest zijn dan zijn gevolg of product ; hier groter dan de idee er van (van God) ... Spinoza : -volgens Spinoza bestaat er slechts één Substantie en dat is God of Natuur . God en de natuur zijn één en hetzelfde . Het niets heeft geen attributen ; het eindige heeft eindigende attributen en het Oneindige heeft oneindige attributen en modi's...Dus God is alles en alles is God -pantheïsme-. Zoals uit het wezen van de driehoek volgt, dat de drie hoeken samen één strekkende hoek (180°) vormen ; zo volgen ook alle dingen uit het wezen van God . Zo blijft er slechts één substantie, en maakt Spinoza een einde aan de dualiteit van Descartes, nl. van denken én uitgebreidheid .. Leibniz : of de leer van de Monaden . Monaden zijn de werkelijke atomen van alles en in zekere zin zijn ze zelfstandige 'zielen' en dus geestelijk . Elke Monade stelt in zichzelf het ganse universum voor . "Alles is in alles" (holisme) . Er is echter een hiërarchie in de monaden volgens hun bewustzijn, gaande van de monade van God, die van de ziel tot de monaden van de 'minderbewuste' materie .. . Reactie hierop was het 'empirisme', dat enkel wat de zintuigen ons verschaften wilden onderzoeken en aldus anti-transcendent dachten . Zo hebben we filosofen als Hobbes, Locke, Hume e.a. Hobbes : had rationele verklaringen voor de werkingen en oorzaken in de natuur en bij de mens . Hobbes was ook beroemd om zijn werk 'Leviathan' een pleidooi voor een alles omvattend, en streng staatsgezag . Locke : volgens Locke waren er geen aangeboren ideeën of begrippen . Hume : volgens Hume waren er slechts indrukken en voorstellingen in onze geest van die zintuigelijke indrukken . De band tussen de ideeën of gedachten zijn slechts associaties en geen oorzaken . De gewenning - habitude- is de achtergrond van deze associaties ; en causaliteit is niets meer dan een gewenning . Berkeley : Iers wijsgeer + 1753- was een absolute idealist ; "ESSE EST PERCEPI" of 'zijn is waargenomen worden" . Voor Berkeley bestond alles slechts in de geest- maar ook in de geest van God . Berkeley was geen 'solipsist' ( misschien in de kiem een 'supra-solipsist' ?) Het Duits idealisme : Kant : -de filosoof met de' top-slogans' : "DAS DING AN SICH KANNT MAN NICHT" of "Het innere der dingen kent men niet.", samen met het besef, dat ruimte en tijd slechts als à prioriteiten in onze geest bestaan ( het bestaan van een zogenaamde reële tijd en ruimte leiden tot antinomieën of para-doxen) . Beroemd van Kant zijn zijn Drie Kritieken : 1. " De Kritiek van de Zuivere Rede" : of 'over wat kunnen we kennen of weten' . Zonder ervaring is er niets te kennen . Maar er is wel een zekere vorm van à priorische kennis aanwezig in onze geest of ons brein ; dit zijn de aanschouwingsvormen van 'ruimte' en 'tijd' ... En verder : hoe zijn synthetische oordelen à priori mogelijk ? Wanneer onze aanschouwing - onze zintuigen- zich richt naar de 'dingen', kunnen we niets à priorisch van die dingen kennen ; wanneer de 'dingen' zich echter richten naar onze aanschouwing, kan men wel het à priorische veronderstellen : dit was de beroemde 'Copernicaanse wending' van Kant . Het à priori-zijn van de aanschouwingsvormen : ruimte en tijd en ook misschien van causaliteit zelf werden hiermede gesteld . Zonder dit à priorische kan men de ervaring van de wereld slechts achteraf kennen ; terwijl door het à priorische van bepaalde vormen aan te nemen, men kan anticiperen en wetmatigheden of andere eigenschappen van de dingen van te voren bepalen . Het à priorische is ook volgens Kant vooral terug te vinden in de wiskunde, bv. dat de rechte lijn de kortste afstand is tussen twee punten is een axioma van de aanschouwingsvorm-van de ruimte ; evenals 7+5=12 een zekerheid is, die via de aanschouwingvorm van de tijd à priorisch is . Zulke oordelen zijn synthetisch à priori-oordelen, die meer te kennen geven dan analytische of à posteriori oordelen . Alle kennis heeft dus twee pijlers, nl. de ervaring en de à priori-aanschouwingsvormen . Kant beschrijft hier ook de grenzen van onze 'rede', zowel van de zintuigelijke ervaring als van de à priori-vormen ; d.i. zijn 'transcendente dialectiek' ... 2. Kritiek der Praktische Rede : over de moraal en het handelen van de mens...Kant plaatst hier zijn beroemde 'Categorische Imperatief' :"Gij zult..." of 1. "Handel zo dat de stelregel van uw willen als grondregel zou kunnen dienen van een algemene (morele) wet ." 2. "Handel zo, dat ge de mens als een doel en niet als een middel aanziet." ... God en een eeuwig leven van de ziel zijn voor Kant dan ook ethisch noodzakelijk, met het oog op de verplichting, die de zuivere rede ons oplegt ...Dit is het 'Godsbewijs' van Kant ..., en tevens een bewijs voor het eeuwig voortbestaan van de menselijke ziel, die aan zijn straf of beloning niet zal ontkomen, hier op aarde misschien wel, maar niet in de eeuwigheid ; Moraal = Rechtvaardigheid ; 'schuld én boete' ? 3. Kritiek der Oordeelskracht : het gevoel, schoonheid, kunst en finaliteit... De doelrelatie ontdekt Kant in het gevoel, bv. in de lust, onlust of de begeerte, enz. Lust en begeerte wijzen naar iets, dat nog niet bereikt werd en als doel wordt gesteld . Verder vindt Kant teleologische bewijzen in het organische en in de levende wezens ( cfr Aristoteles), waar steeds geldt, dat het geheel primeert op de delen er van ; hetgeen een doelgerichtheid in alle samengestelde wezens (organen en levende wezens) en derhalve zelfs in alle samenstellingen van materiele substanties veronderstelt ; want alles moet één zijn in de structuur van de wereld en de cosmos . Aan de basis van deze gerichtheid van alles moet dus een zeker intellect liggen ( een Logos?) . Ook in de esthetica of 'schoonheidsleer' noemt Kant 'mooi' of 'schoon' datgene, dat zonder tussenkomst van enige begrippen, als object van een noodwendig welbehagen wordt aangenomen en aanvaard - dit is 'kunst'... Zou er buiten de geest niets bestaan ? Zou de geest alle substanties en dingen zelf scheppen ? Kant geloofde dit niet ; hij erkende het bestaan van een realiteit buiten dé of buiten onze geest of verstand ; doch deze realiteit is nooit te kennen, immers "dan innere kannt man nicht"..., weet je wel . Scholion : Kant +1804- wordt als eerste van de Duitse idealisten genoemd ; maar hij is blijven steken bij 'het ding an sich', dat weliswaar reëel bestaat, doch niet verder te kennen is . Hij aanvaardde daarnaast wel à priorisch vormen in de geest, die getuigen van een aanname van een zekere transcendentie.... Schopenhauer : goed filosoof, excellent schrijver ,... 'pessimist'... In zijn hoofdwerk "De wereld als wil en voorstelling" heeft hij het over de 'wil' als ware inhoud van de 'dingen' zelf . Als Kant het 'innere der dingen' niet kon invullen, wendde Schopenhauer 'de Wil aan om aan deze verzuchting enigszins te voldoen . Fichte : was een opvolger van Kant als idealistisch filosoof ; maar hij ging wel verder en aanvaardde naast de geest of liever naast het ideële geen materiele substanties, en was aldus een absolute idealist , net zoals Berkeley dat was in Ierland . Hegel : hij was werkelijk het 'boegbeeld' van het absoluut idealisme ...;zijn hoofdwerk was " de Fenomenologie van de Geest" . Hegel erkent, dat de vormen van het kennen en van het gekende object verankerd liggen in de geest ; maar voor hem hoefde het werkelijk bestaan van dit object niet meer . Tot en met Kant werd er echter steeds nog een realiteit buiten de geest of het verstand aangenomen ; ook Hegel wist en erkende dat op zijn manier ; "Er is geen subjectieve objectiviteit en geen reële objectiviteit : in het eerste geval zou er werkelijk objectief 'zijn' bestaan, in het tweede geval zou het gedaan zijn met de spontaniteit van het denken... . Zijn uitweg was :" Het denken van de mens, wanneer het waarheid bevat en overeenstemt met het zijn, is niets anders dan het denken van de wereldgeest zelf, die zijn objecten schept door ze te denken ; zodat de waarheid 'zijn en denken' samenvallen en hetzelfde zijn (zei Parmenides ook al zo-iets ?) . Verder nog van Hegel :" Al het redelijke is werkelijk , en al het werkelijke is redelijk". Aldus is er slechts de Absolute Idee, die zich dialectisch ontwikkelt en alle gebieden van het denken en het zijn doorloopt, schept en weer teniet doet . Zo is ook de menselijke geschiedenis en die van alles trouwens een dialectische ontwikkeling van de Absolute Idee . Een extreem van idealisme kan men ook 'solipsisme' noemen, wat enkel het eigen 'ik' of ego een bestaan en eigen gedachten als enige 'zijnden' aanvaardt . Gerard Heymans : Eeveneens een absolute idealist en ook 'pan-psychist'."Het sterven van het ego is niets meer dan het afsterven van een cel in onze hersenen, dat geen schade teweeg brengt aan het totale bewustzijn " of " de dood van een ego is niets meer dan het ophouden van een captiverende waarneming van het Ene of van het Super-bewustzijn ( wijst naar Supra-solipsisme ?) . Heidegger : existentialistisch filosoof ( existentalisme legt de nadruk op de mens zelf op zijn ('er zijn in de wereld' ) .In zijn beroemdste werk 'Tijd en Zijn' gaat hij op zoek naar wat 'zijn' werkelijk betekent ; op zoek dus naar oplossing van een oud probleem . Bestaan is niet identiek met bewustzijn ; het is existentie en dit wil zeggen 'in de wereld zijn'. 'Zijn' is een uitgeworpen zijn in het Niets', "Het Niets Nietst". Volgens Heidegger moest een 'zoektocht' in de meta-fysica altijd eindigen in een vorm van 'geloven'. Sartre : leefde in het tijdperk van het existentialisme ; "er is geen levensdoel, geen god, de mens is omringd door het niets . De existentie gaat de essentie vooraf in het zijn zelf ". Maar toch acht Sartre de mens vrij te zijn ( vrijheid en determinisme een eeuwig vraagstuk in de filosofie), en aldus moet de mens dan ook verantwoordelijk zijn voor zijn daden ...Liet Sartre dan toch nog de deur openstaan voor 'transcendente gevoelens' ? Hartmann : kiest voor een realisme uit de ervaring zelf - het fenomenologisme . Het 'innere der dingen' blijft weliswaar onbekend, en alleen het fenomeen of verschijning van de dingen zijn ons bekend, dus bouwen we onze filosofie daar op ...; net zoals Roger Bacon in de middeleeuwen de wetenschap trachtte te structueren op inductie, t.t.z. uit de ervaring, in tegenstelling tot deductieve of analytische kennis . Scholion : volgens Hegel is er enkel de Absolute Idee, die werkzaam is als een evoluerende Logos, logica of noodzakelijke rede . Het 'moeten-zijn' van de logica ( 2+3moet 5 zijn ; Pi moet 3,14...zijn, enz.) kan men zien als een absolute Wil, die aanzet tot energie en lichamelijke beweging, dus beweging van wat we het 'materiele' noemen . Het ideële vormt het materiele in zijn 'voorstellingen' en is enkel verbeelding van het denken zelf . Kritiek op het 'Cogito ergo sum" van Descartes kan zijn, dat men niet van het 'denken' kan overstappen naar het 'zijn zelf' ; ook niet naar dit van een 'ik' ; maar dat alles slechts ideeën zijn en blijven - geen dualismen, geen geest én materie ; immers hoe deze te verenigen ? Monisme is wel aangewezen : "de geest kan zich wel materie voorstellen, maar materie kan zich geen geest voorstellen of gedachten hebben ?" Zijn puur idealisme en solipsisme de enige consistente systemen in de filosofie ? Een materialist kan dan wel totaal stoffelijk of mechanisch materialistisch zijn, en ook zijn eigen denken of willen aldus zien ; maar dan moet hij toch aannemen, dat materie tenslotte een vorm van denken en willen bevat... Een ander zicht op stoffelijke materie geven ons ook de moderne versies van de realiteit, zoals ze geschetst worden in de Relativiteits-theorie, in de Quantum-mechanica en dito theorieën . Ook de Oosterse filosofie denkt meer idealistisch dan materialistisch, en is meestal gericht op het transcendente...
Begrippen uit de Oosterse filosofie: India :-het vedistisch tijdvak : begrippen : Brahman = de wereldziel ; Atman = de ziel van de mens; beiden zijn ze één .De Karma is een waardebepaling van onze wereldse daden als tol of vergelding voor een volgend leven en réïncarnatie ... Boeddhisme : -is geen echte religie, eerder een praktisch filosofisch stelsel -zie ook Zen-boeddhisme- -leer van de 4 waarheden : alle leven is lijden - lijden vindt zijn oorzaken in begeerte - opheffing van die begeerten is opheffing van het lijden én de wedergeboorten - de weg daartoe is 8-ledig ( rechtspreken- rechtdenken- rechte contemplatie- recht geloofrecht handelen - recht streven- rechte meditatie en recht leven ) . De volledige onthechting moest leiden naar het NIRVANA = het geluk van het 'niets' ... China : de Tao : de leer van de weg ; de Tao kan men niet kennen ;en is de weg van het juiste handelen. Confucius is vooral een moraal-ridder en filosoof geweest : van hem zijn begrippen als Ying en Yang of de leer van de tegendelen of tegenstellingen, die zeiden, dat alles als tegenstelling moest gezien worden : goed en kwaad- licht en duisternis, enz. Yoga was een leer tot zelftuchtiging en bevrijding . Nabeschouwing en Besluiten : Dit overzicht van de filosofie-historie is zeker niet volledig . Filosofen zoals Nietzsche de 'filosoof met de hamer' van wie de slogan "God is dood", is hier niet aan bod gekomen, maar heeft zeker als negatieve filosoof dan, een grote impact gehad op de latere anti-religieusiteit en nihilisme in onze westerse wereld . Ook Marx met zijn dialectisch-materialisme werd niet genoemd, ondanks zijn grote invloed op het verloop van de geschiedenis en de latere socialistische en communistische denkers . Verlichtings-filosofen zoals Voltaire of Rousseau en andere zijn niet genoemd geworden niettegenstaande ze nieuwe ideologieën hebben helpen ontwikkelen . Ook kwamen Darwin en zijn evolutie-theorie niet aan bod (zie ook creationisten) ; evenmin als Freud met nieuwe begrippen zoals onder-bewustzijn en totaal-bewustzijn, alsook van hetlibido als seksuele drift ... Ook Wittgenstein en andere meer moderne filosofen of liever analisten van de maatschappij of de taal bleven onaangeroerd ; net zoals het 'postmodernisme'; dat blijkbaar genoeg had van allerlei verhalen en filosofische theorieën ...
Mag men besluiten, dat de filosofie en vooral de meta-fysica steeds op zoek was en nog is naar datgene dat de fysica of de exacte wetenschappen zelf niet konden of nog niet kunnen vinden of weten? Steeds ging men op verkenning naar '...dat wat meer is' . In sommige perioden van de geschiedenis had men weinig van ' dat meer' van doen, terwijl andere tijdvakken meer uitzagen naar wat 'transcendent' en mysterieus bleef . Heden tendage met onze huidige wetenschappen en na de Relativiteits- en Quantum theorieën heeft ook de wetenschap en niet alleen de filosofie besef van dit 'transcendente...meer' . Dit bewijzen ook de huidige rages van 'New age', scientology, en andere vormen als 'ietsisme', enz.
Deel II : eigen visie op de filosofie en op de realiteit . ---------------------------------------------------------- --Na een kort historisch overzicht van de filosofie, past het om zelf ook tot conclusies te komen of om dit te proberen : dat is pas aan filosofie doen ..."De mens wil immers weten..." M.i. is filosofie tot nu toe vooral een strijd geweest tussen enerzijds materialisme ( stoffelijk realisme) en anderzijds spiritualisme en idealisme (een geestelijke dimensie van de realiteit) . Of misschien ook tussen wetenschap en geloof ; rationalisme en realisme; religie en Verlichting en atheïsme... En het was vooral Kant met zijn Copernicaanse wending en zijn antinomieën, die de aanzet was tot allerlei vormen van idealisme, ook bij mij ... Immaterialisme I : Argumentatie tot een vorm van idealisme : ANTINOMIE : Processus 1 : Thesis : de ruimte is eindig . Als de ruimte in reële zin, als draagster van 'materiele' substanties, werkelijk bestaat, dan moet ze meetbaar zijn, t.t.z. er moet een bepaald, beperkt aantal 'x' kubieke km, of zelfs kubieke lichtjaren ruimte zijn en bestaan . Anti-thesis : de ruimte is oneindig . Als de ruimte dan wel bepaald en gelimiteerd zou zijn, dan moet ze begrensd en quasi om-muurd zijn . Door wat ? En wat is er dan na of achter die muur ??? Ja wel, alweer ruimte of uitgebreidheid ;... anders kan men zich dat niet voorstellen ... Conclusie : de ruimte is zowel eindig als oneindig ; wat een contradictie is ; een antinomie .. Oplossing : de ruimte 'bestaat' niet in zijn reële zin.; en wordt zeker niet gepercepteerd via onze zintuigen .; doch is slechts een middel à priori tot de voorstelling van alle reële, 'materiele' substanties -hetgeen Kant ook al beweerde ... De ruimte is slechts als idee in de geest en het verstand aanwezig, als middel tot het vormen en voorstellen van alle zogenaamde 'materiele' zijnden . Bijkomende conclusie : indien er geen reële ruimte bestaat, kunnen ook geen 'materiele' substanties of lichamen er zich in bevinden en bestaan . Processus 2 : De 'tijd' is eveneens slechts een ideëel begrip, dat geen enkele blijvende existentie verzekert . Het 'verleden' is er niet (meer), en bestaat slechts als gedachte, idee ; ook de 'toekomst' is er (nog niet,) en bestaat ook slechts als verwachting en idee in de geest . Het 'NU', daar zouden we het moeten mee doen ; maar het 'nu' is net als de 'punt' een 'nihil', en heeft geen enkele duur ... Dus de Tijd in zijn drie 'tijdsmomenten' verleden,heden en toekomst is er enkel als idee, gedachte, bewustzijn in de (een) geest ...En aldus, al watin de tijd gebeurt of 'is' , doet dit slechts op een ideeële wijze ... Zodoende komen we tot een volstrekt 'idealisme' ... Processus 3 : Het enige 'absolute zijnde' kan slechts de 'logica' zelf zijn -ongeveer als de Logos bij de oud-Grieken- De logica : t.t.z. de eeuwige wetten van de fysisca, van de wiskunde of de logica zelf . Al het overige , wat is, is contingent te noemen , niet 'absoluut moeten zijn' en afhankelijk ...Alles moet aldus uit dit enige 'absolute zijn' voortspruiten als ideeële substanties of 'zijnden' . Dit 'absolute moeten zijn' is dan ook te zien als de onbepaalde, ongekende Wil, -het moeten zijn van de logica- de 'geestelijke', ongekende energie ; en het ware 'innere der dingen', waaruit alles als voorstelling of idee (vorm) emaneert . Dit was ook het positief antwoord van Schopenhauer aan Kant, die het 'innere der dingen'niet kon kennen ...
Besluit : Ons volstrekt idealisme leidt ons naar een 'Denken van het denken' -term van Aristoteles -; tot een Super-ego, waarin alles, ook wij, als 'moment-gedachten' 'er zijn' en terug verdwijnen als in één 'groot geheugen' ... Dit noem ik : "SUPRA-SOLIPSISME" . 'Solipsisme' is m.i. een 'brug te ver'; daar het egoïstisch voorkomt, en het eigen ego tot onwaarschijnlijke hoogten optilt, waar het zichzelf nooit kan terugvinden . Het nieuwe concept 'SUPRA-SOLIPSISME' is beter aan te nemen ; ALDUS BESTAAT ALLES SLECHTS ( als het ware ) ALS VOORSTELLINGEN OF GEDACHTEN IN EEN SUPER-BEWUSTZIJN of SUPER -EGO , WAARVAN ALLES EN OOK ONS EGO SLECHTS MOMENT-IDEEÊN ZIJN ; NET ZOALS WE ZELF MET TIJDELIJKE GEDACHTEN BEZIG ZIJN, TERWIJL MEERDERE GEDACHTEN OF IDEEÊN IN ONS GEHEUGEN OF IN ONS BREIN AANWEZIG BLIJVEN . Zie het besluit van de filosofie van Berkeley, "...dat alles slechts in de geest bestaat, ook in een algemene geest, waaraan alles dan deelneemt" . Of de filosofie van Hegel, ...dat "alles slechts een trap is in de ontwikkeling van de 'absolute Idee' " en " dat de rede niet verstoken is van de werkelijkheid, en de werkelijkheid niet van de rede" .
Immaterialisme II : ARGUMENTEN zijn wel nog geen BEWIJZEN ; maar dat is nu eenmaal FILOSOFIE... Het is duidelijk, dat in mijn onderwerpen en antwoorden steeds een ontologisch idealisme als basis-principe naar voor geschoven werd . En dikwijls wordt mij gevraagd meer bewijzen of argumenten, verzameld, op te voeren . Daar wil ik hierbij enigszins aan voldoen Toch blijft het meta-fysica en filosofie ; dus geen wiskunde, zodat 'bewijzen' niets meer dan hypothesen en redelijke theorieën kunnen worden . ---Na opzoeking in de discussiegroepen, waarbij ik aangesloten ben, heb ik volgende argumenten van mij-zelf teruggevonden . Arg.1. Uitgangspunt was : 'Van immaterialisme naar idealisme' : een antinomie van de 'ruimte' .:( herhaling van hierboven ). Processus ; Stelling A. - 'De ruimte is eindig' : Als de ruimte in zijn, laat ons zeggen , gewone 'materiele' betekenis en zin zou 'bestaan', moet ze een bepaalde omvang hebben ; in principe meetbaar zijn ; een bepaald aantal kubieke km. of zelfs kubieke lichtjaren tellen ; anders 'is' ze er niet . Stelling B . 'De ruimte is on-eindig' : Indien de ruimte dan een bepaalde omvang moet hebben , moet ze wel begrensd en als het ware om-muurd zijn ...Vraag blijft dan echter : 'wat is er achter die muur of voorbij die grens ?' ..Ja, alweer ruimte ; anders kan men zich dat niet voorstellen .; dus een on-eindige ruimte . De ruimte moet aldus zowel eindig als oneindig zijn ... Wat een contradictie is ... Conclusie : De ruimte kan zodoende slechts 'ideëel' 'bestaan of zijn . ;en is ze ook samen met de 'tijd' slechts in de 'geest' bestaande ; hetgeen Kant zijn beroemde 'à priorismen' noemde ... Gevolg alle 'substanties', die zich in de ruimte bevinden, kunnen aldus ook slechts een ideëel bestaan leiden ; en net als de à priorismen zelf, waarin ze zich voordoen, slechts in dé of in een geest bestaan .Zie ook Berkeley . Arg.2 : Ook had ik het over het 'stoffelijk' nihiliseren van zowel 'vormen' als 'inhouden' van alle substanties . Substanties als vormen zelf, geëvolueerd vanuit de punt, dat een 'niets' is, via de lijn, naar het oppervlak, en naar het lichaam (als vorm), waarvan elk element op zich alweer een 'nihil' is, moesten op hun beurten 'onstoffelijke nihils' zijn .; en slechts bestaan als 'ideeën' . Arg. 3 : Hetzelfde werd gezegd van de inhouden van de dingen of substanties, die we ook volgens Kant niet kunnen kennen . Want bij het zoeken naar die diepere inhouden stuit men alweer op vormen en oppervlakten, die een materieel 'niets' zijn ; zelfs bij het splitsen van de kleinste partikeltjes kan men slechts nieuwe vormen waarnemen ; maar nooit geen 'innerlijkheden' . Die inhouden zelf blijven verborgen buiten alle empirisch onderzoek, en kunnen slechts ideëel begrepen worden als een soort energie, die men slechts een naam kan geven . Arg. 4 : Ook de 'tijd' is gezien geworden, als bestaande uit 3 delen ; nl. het verleden, het heden en de toekomst. Het verleden, dat niet meer is, en slechts in een geheugen blijft bestaan . De toekomst, die nog niet is ,en slechts als een verwachting eveneens in de geest bestaat . En het 'heden' of het 'NU' is net als de punt zonder afmetingen, een moment dat op zich een 'nihil' is . Zodat ook het begrip 'tijd' als een 'ideêel' iets moet gezien worden Tijd is eveneens een à priorisme van Kant ... Arg. 5 : Verder werd gesteld, dat enige vormen van 'intelligentie' in onze wereld zeker niet kunnen geloochend of ontkend worden . ; zie onze verstandelijke-, en wils faculteiten. Niemand gaat toegeven, dat hij geen verstand of geen eigen wil heeft . Is het bestaan of het hebben van een intellectueel- of wils vermogen dan een enig feit in onze cosmos ? Ook als men, net als de ziel, intelligentie op een materiele wijze zou interpreteren en begrijpen, dan nog moet men besluiten, dat in 'materie' een vorm van intelligentie of bewustzijn verscholen moet zitten , en er uit geëvolueerd is . Aldus moet men aanvaarden, dat zogenaamde 'materie' als inhoud een zeker energiek-onstoffelijk bewustzijn moet bezitten, insluiten ,of in potentie hebben .. Arg. 6: Hetzelfde kan gezegd worden over causaliteit, finaliteit, en vrijheid, waarvan bij de mens zeker enige vorm van te vinden is . Zonder enige vrijheid is geen verantwoordelijkheid, geen moraal en geen intentionaliteit mogelijk. En vrijheid leidt ons ongetwijfeld buiten het empirische naar het 'transcendente' en het 'ideeële . Arg. 7 : We hadden het ook dikwijls over dualismen, of pluralismen in de filisofie ; die dan volgens mijn opinie niet konden aangenomen worden . ;Dus geen 'denken en uitgebreidheid', geen 'lichaam en ziel', geen geest en stoffelijke materie samen mogelijk ...; daar geen enkele 'osmose' tussen meerdere grond- of basisprincipes kan aanvaard worden . Hoe kan geest op 'stoffelijkheid' inwerken, enz.? "Geest kan wel materie voorstellen ; maar materie op zich kan geen voorstellingen maken" . Stoffelijke materie is aldus slechts een verschijningsvorm , een fenomeen van een ongekende, bewuste energie of geest ..; Bewustzijn zelf is echter niets anders dan voorstelling subject tot object... ---Verder heb ik nog aangehaald, van : Democritos en zijn a-tomen-leer . Democritos stelde dat de atomen verder ondeelbaar waren .. Is alles wat stoffelijk-materieel is dan niet niet verder deelbaar ? Democritos poneerde hierdoor, dat de inhoud van die atomen niet echt 'stoffelijk' kon zijn; alhoewel hij de eerste materialist werd genoemd ...; Kant stelde dat het 'innere der dingen' niet empirisch kon gekend of gezocht worden ; zie zijn antinomieën en zijn à prioriteiten van ruimte en tijd... Berkeley kan hier nog aan toegevoegd worden met zijn absoluut idealisme, dat hij concludeerde uit de primaire en secundaire ontologische eigenschappen van de 'dingen' of de substanties die Locke als empirist uitgevonden had .: Volgens John Locke -Engels wijsgeer en empirist (1632-1704)- waren uitgebreidheid, grootte, vorm, aantal, beweging en rust primaire eigenschappen van de dingen of van de substanties waaraan ze werkelijk toebehoorden ; en de 'zijnden' met deze eigenschappen hadden een reëel bestaan . Secundaire eigenschappen waren kleuren, geluiden, smaken en geuren, die slechts subjectief ervaren worden en aldus niet aan de dingen echt toebehoorden . George Berkeley -Iers wijsgeer en absoluut idealist (1685-1753)- ging een stap verder, door eveneens de primaire eigenschappen als on-werkelijk te beschouwen: immers, zo zei hij : "als kleuren ( ook wit en zwart ) geen eigenschappen zijn, die toebehoren aan de substanties zelf, en aldus niet reëel bestaan, dan zijn er ook geen vormen of uitgebreidheid mogelijk, want het is eerst door de kleuren-waarneming, dat deze vormen een reëel bestaan kunnen hebben .Waar zouden zonder de kleuren de grenzen van de waargenomen voorwerpen dan nog liggen? " De primaire kwaliteiten kennen we alleen door de kennis van de secundaire, en bestaan dus eveneens alleen als ideeën . Volgens Berkeley waren zowel de primaire als de secundaire eigenschappen slechts ideeën in en van de dingen; ideeën, die slechts in de geest konden existeren. "Esse est percepi" ...of "zijn is waargenomen worden... Schopenhauer vulde dat innere in met een intellectuele Wil, als oorzaak en beweegreden van alles . Hegel zag alles eerder als een evolutie van de Absolute Idee ---"De rede is niet van de werkelijkheid en de werkelijkheid is niet van de rede verlaten". Leibniz tenslotte begon zijn Monadologie als volgt : 1. De monade is een eenvoudig 'iets', een enkelvoudige substantie, dus zonder delen . 2. Er moeten eenvoudige of enkelvoudige substanties bestaan, omdat er samengestelde zijn ; want samengestelde zijn samengevoegde enkelvoudige . 3. Daar in de monade geen delen zijn, is geen uitgebreidheid, geen vorm of deelbaarheid mogelijk . En die monaden zijn werkelijk de atomen van de Natuur - in een woord de 'elementen' van alle dingen ... Enz..... Arg. 8: Besluiten voortvloeiende uit de relativiteits-theorie en de quantum-mechanica hebben aangetoond, dat de stelling van materie als mechanisch en stoffelijk, niet langer kan weerhouden worden ; gezien het enigszins gelijkschakelen van 'massa en energie' en vice versa ; en ook anderzijds met het terug invoeren in de wetenschap met een zekere 'creatio ex nihilo' een ontstaan of schepping uit het 'niets' ; namelijk door het waarnemen van sub-atomaire deeltjes die ontstaan en weer verdwijnen in het 'niets' , enz.. Materie is voor de quantum-theorie eerder een ideëel 'iets' of begrip dan een 'tastbaar' ding . Arg. 9: Er bleef enkel nog een vorm van 'energie' over , die dan van een intellectueel, berwuste aard moest zijn . ; en op zich zelf niets meer dan de 'eeuwige logica'zelf kon zijn . De logica van de wiskunde, de formele logica of de wetmatige natuurwetten , deze wetten waren dan het enige 'absolute' in onze cosmos ; en al het overige bestaande moest als 'contingent' worden gezien. Alles moest dus uit die eeuwige absolute Logos - logica geëmaneerd zijn . Logica is zelf een 'moeten zijn', en intelligente wilsakt als het ware, die enigszins met de Wil van Schopenhauer kan vergeleken worden . Schopenhauer vond aldus ook een oplossing voor het 'ongekende innere der dingen' van Kant ...; hij noemde dit innere een 'Wille' ... Arg. 10. Die enige energie was dan ook de voorstelling of bewustzijn, dat alles schiep als 'idee', en waaraan wij ook samen met alles deelnemen . Een bewustzijn, dat op zich, zoals reeds aangehaald, enkel voorstelling is; -een juxta-posering van 'nietsen' als punten en nu-momenten -.en waarin object en subject samen vallen ...zie Hegel- Alles zien als 'ideeën', gedachten, voorstellingen of bewuste acten, uitgaande van een allerdiepst, onderbewust 'zijn', lijkt aangewezen .== Idealisme ... "Ken je zelf, dan ken je 'god', of dan ken je het 'principe' van alles" , wordt toepasselijk . Wij zelf , allen en alles zijn dan als het ware, slechts 'moment-ideeën' van één Super -ego ; 'Het denken van het denken' zelf -..Zie Aristoteles .
Besluit : Geen egoïstisch solipsisme, maar een SUPRA-SOLIPSISME, als vorm van idealisme kiezen, blijft een redelijke keuze... Deze argumenten zijn transcendente 'richtingaanwijzers' ; Maar omtrent het 'transcendente' zelf moet men toegeven, dat het een 'Weten van niet-weten' blijft ...Maar zeker is : "Er is meer" ...Het blijft echter META-FYSICA .
Immaterialisme III- : ALLES IS LOGISCHE EVOLUTIE-- Stoffelijke materie, zien we als objecten of substanties . Substanties, de dingen dus, kennen we als vormen en hun inhouden ; of liever als inhouden en hun vormen . Wat zijn vormen ? Volgens Aristoteles waren vormen ideeën ; ideeën van 'zijnden' . Vormen of 'lichamen' van substanties kunnen we verder ontleden in vlakken, lijnen en tenslotte in punten . De punt is op zich een 'niets' een 'nihil' ; want wat meer is dan de punt moet men reeds een vlak of zelf een volume noemen . De 'punt' en het 'nu' zou men de eenheden van bewustzijn kunnen noemen . Bewustzijn, dat steeds een tegenstelling is van een subject tot een object of van een subject tot een ander subject .Dus hier van een materieel niets tot een ander niets . Het 'niets nietst' dan werkelijk . De Punt stelt zich als het ware een ander punt voor, die dan samen tot een 'voorstelling van een lijn komen . Maar ook de lijn is op haar beurt een nihil . Ze is de verbinding tussen twee punten, dus tussen twee nietsen . Sommigen zien de lijn als een verzameling of een juxta-positie van punten, dus weeral van nietsen . Het vlak ontstaat door een verbinding van rechte lijnen tussen minimum drie punten . De oppervlakte zelf is slechts een onwezenlijke grens van een 'lichaam' of een vorm, dus een stoffelijk niets; die men slechts als 'idee' kan begri!jpen . Lichamen en vormen van substanties zijn slechts immateriele vormen of liever ideeën .( vlgs Aristoteles was een vorm een idee ) . Ook de inhouden van de substanties kan men zich onmogelijk empirisch voorstellen . Bij het 'indringen' in iedere vorm of lichaam komt men voor een nieuwe vorm te staan . Slechts de buitenkant ( de façades) van de dingen kan men waarnemen en begrijpen . Ook als men de kleinste sub-atomaire deeltjes zou splitsen, zouden we slechts op nieuwe vormen van die gedeelde deeltjes stuiten . We blijven steeds aan de buitenkant ... 'Het innere der dingen' kunnen we echt niet kennen ; en Kant had dat juist gezien ... Dit 'innere' begrijpen als een 'energie' blijft eveneens vaag ; want energie-in zijn 'materiele' zin- is slechts waar te nemen of voor te stellen als een vorm van beweging ; en beweging is een plaatsverandering van substanties, atomen of electronen .; dus van stoffelijke nietsen ...Materie zien als 'golven' is evenmin evident;want...als golven waarvan? - Quid ? Zowel vorm als inhoud zijn aldus stoffelijke 'nihils' ; en substanties kunnen slechts als ideeën of voorstellingen begrepen worden en bestaan . "Nihil ex nihilo" -niets uit niets- klonk het ; maar er is het scheppingsverhaal -God en de Bijbel (creationisme) en er is ook het 'evolutionisme' van Darwin ; maar er is ook de Theorie van de BIG BANG ( de oerknal) , die eveneens zegt dat alles uit een 'stoffelijk' niets is ontstaan . --Big bang : alles emaneert uit een schijnbaar 'niets' met een massa O en een oneindige 'energie' . --Een massa O of een volledig stoffelijk-immaterieel begin enerzijds en anderzijds een oneindige energie ... Vraag blijft hier een oneindige energie teweeggebracht door wat, door welke materie ; want energie is steeds causaal-veroorzaakt door 'stoffelijke' bewegingen, anders kan men zich geen energie voorstellen ; altijd valt men terug op enige stoffelijke beweging zij het in de macro-cosmos als in de micro-wereld van de atomen de deeltjes en de sub-deeltjes . --Maar als massa O verwijst naar oneindige energie, moet die energie zelf dan van een immateriele aard zijn ; dus er is een spirituele, intelligente of bewuste energie aan de basis van alle stoffelijkheid ...; de .formule E=mc2 wordt E=mc2=Psy .... En toch 'kennen' of ontmoeten we de dingen als quasi 'materiele' substanties ; maar deze zijn dan slechts als het ware verschijningsvormen ( fenomenologie )van uit een transcendente-bewuste-energie; die wij niet echt kunnen kennen . En die bewuste-energie, misschien wel te vergelijken met de 'Wil' (die Wille) van Schopenhauer, moet men begrijpen als het enige absolute ; zoals de eeuwige wetten van de logica of de wiskunde dat zijn ... Naast die eeuwige logische wetten, die ook in de natuur heersen, is alles contingent, afhankelijk ; en is dus voortgekomen uit die 'bewuste-energie' en logica, die eenheid, die het substraat van alles moet zijn . Die bewuste logica 'schept' als het ware alles in zijn 'voorstelling vanuit het 'niets', de punt zelf, het ego-centrum, dat verder door juxta-posering van deze punten of nihils alle 'zijnden' evolueert . Want bewustzijn is niets anders dan 'voorstelling' . En het 'moeten zijn' van de absolute logica is tevens de 'Wil' en de aanzet tot dit alles . "De Wereld als Wil en Voorstelling".."Het denken van het denken"... ? Gezien onze beperktheid, en onze deelname aan die logische evolutie is 'dieper inzicht' in dit alles onmogelijk; Ook dit blijft "Een weten van Niet-weten" ... De Logica ( Logos ?) is werkelijk het enige absolute, de eeuwige wet (ten) , waarnaast al het overige , dat bestaat dan contingent moet genoemd worden ; en emanent uit die logica moet ontstaan zijn. Logica- wiskunde, enz. ..2+3 moet 5 zijn ; Pi moet 3,14... zijn, enz. Dat logisch MOETEN ZIJN is een eeuwige WIL, net als onze Wil die oorzaak is van handelingen , denken en van de meeste bewegingen in ons . Beweging is 'energie' en dan zien we bij Einstein een gelijkwaardigheid van 'Energie' en Massa' of materie .... -Vandaar een filosofische formule "" E = mc2 = Psy ( 'Psy' staat dan voor een ongekend bewustzijn ) ., een formule die niet wiskundig kan bewezen worden, maar enkel meta-fysisch aan te nemen is ... De wil en het 'denken' van een absolute Logica zien als substraat van 'alles', kan ook tot oplossing van meerdere problemen in de filosofie zorgen :
DETERMINISME en WILSVRIJHEID van de mens : De mens als deel van een Super-bewustzijn , of logica of Super-ego ; is ook op zich een 'onbewogen beweger' en kan dus zelf causaal handelen zonder enige andere oorzaak . Maar tegelijker tijde wordt ook hij causaal be-invloed door anderen of het andere ; zodat we de mens zowel 'vrij' als onvrij' of gedetermineerd kunnen noemen . --Vandaar de verantwoordelijkheid van de mens voor zijn daden, voor zijn 'moraal' voor de ETHICA ; die we het best omschrijven als de beste toepassing van de logica voor de handelingen en daden van de mens als individu en in gemeenschap - de mens is immers een sociaal wezen . "Handel juist, zo handel je goed" ...
Kan onze vrije' keuze dan toch gedetermineerd zijn ?
-Een andere kijk op de wils-vrijheid . Volgens Aristoteles -in zijn werk 'Over de ziel'- beweegt de ziel de mens door zijn verlangens en zijn begeerten' . Verlangens en begeerten zijn in het geheugen opgeslagen als processen, waarop men kan inzoomen ,terug wil en kan verwezenlijken . Begeerten en verlangens zijn aldus zelf onbewogen bewegers en bronnen van energie en beweging . De begeerte, die het meest energie heeft en het sterks is, zal het logischer wijze halen op de andere . En na een wikken en wegen en logisch overwegen, -ook het geweten is daar een voorbeeld van- zal tenslotte de best geschikte en krachtigste keuze gevolgd worden . Kan, mag of moet men zodoende niet spreken van een loutere determinatie van onze zogenaamde vrije wil en keuze, die tenslotte bepaald wordt door de allerlaatste en krachtigste logica of logische overweging in ons brein of onze ziel ; een determinatie en bepaaldheid door de grootste aantrekkingskracht, als men dit zo kan noemen . En is onze zogenaamde vrije wil en keuze, dan toch bepaald door een logica, waaraan we zelf ook gehoorzamen of dat zouden moeten doen ; en ligt onze vrijheid dan misschien in het eens zijn met die logica ???- M.a.w. is het logisch volgen van de beste keuze, die het meest aantrekkingskracht in ons brein teweeg brengt, dan ook onze vrijheid' om die beste keuze te volgen ; of geeft die keuze ons de indruk van het beste gevoel en van vrij te zijn ? Zijn we zodoende dan toch enigszins gedetermineerd ; en zijn we inderdaad slechts een deeltje in één groot logisch proces ???
TRANSCENDENTIE VAN DE MENS - DE ZIEL : als deel van het 'super-ego' of super-bewustzijn of van het Ene of van het Transcendente, of hoe je het ook zou noemen, ; blijft de PSY als geestelijke energie ..."Na de dood valt onze Psy als een druppel water terug in de oceaan" ...
GODSBEWIJS : god zien als dat Ene - super-ego - dat we zeker niet te persoonlijk kunnen opvatten, leidt ons naar een vorm van 'IETSISME', dat we net zoals het begrip TAO niet verder kunnen of moeten definieren ... --Tenslotte blijft het een weten van niet-weten ; maar zoals in de "Grot van Plato" ; waar men slechts de dingen als schaduwen kon zien , kon men toch een 'LICHT' vermoeden achter de fenomenale werkelijkheid van de 'schijn' .. --"...er is meer..." en--Nieuwe concepten waren hier onder andere Supra-solipsisme en de filosofische formule E=mc2=Psy Conclusie : de mens blijft veroordeeld' tot denken en tot filosoferen, want dit blijft voor hem de meest 'goddelijke' bezigheid .... (Aristoteles) ; en het zoeken-zelf naar de 'zin' van het leven, is dan misschien wel de ware 'zin' van ons leven ??? Dank U voor de lezing en de studie--- Valère De Brabandere---Tielt, aug. 2009- voor 'Visieopfilosofie' , Centraal Filosofie en Wikipedia...
Deel III: Filosofische problemen-Methodische benadering . ------------------------------------------------------- Filosofie : een definitie : het woord komt van 'Filo' - liefde tot, en van 'sofia'- wijsheid ; dus liefde tot de wijsheid of wijsbegeerte . Filosofie is een rede-wetenschap, die op zoek gaat naar de principes en diepere gronden van alle 'zijn' en 'zijnden' ; dit komt vooral aan bod in de kenleer, de ontologie, de metafysica en de psychologie ; en gaat ook op zoek naar de diepere gronden en basissen van het' behoren' ; dit komt dan aan bod in de ethiek of moraal-wetenschap ; maar ook in de logica of denkleer en zelfs in de esthetica (leer van de schoonheid en de kunst); deze laatste de ethiek, de logica en de esthetiek noemt men dan praktische filosofie ; omdat er praktisch iets kan mee gedaan worden door de mens . Filosofie was ook in de oudheid de eerste wetenschap, waaruit alle wetenschap-disciplines zijn ontstaan ; en dit vooral na Aristoteles, een van de grootste filosofen en ook wetenschapper avant la lettre . Volgens Aristoteles ontstaat filosofie met de verwondering ; maar volgens Augustinus en Descartes ook met de twijfel .
Onderverdeling en deeldisciplines van de filosofie zijn : I. Kenleer ( critica) II. Denkleer (logica) III. Cosmologie (meta-fysica van cosmos en zijnden) IV.Psychologie (zielkunde) V. Ontologie (leer van het zijn en de zijnden) VI.Theodicee (natuurlijke en redelijke leer omtrent God) VII. Moraal -ethica ( zedenleer) . VIII. Esthetica ( leer van schoonheid en kunst) .
I. Kenleer of critica
Verantwoording : Wij achten het mogelijk om tot de diepere principes en gronden van alle zijn, zijnden en behoren ( moraal) te komen via een beroep te doen op onze rede . Vraag : wat is kennis, kennis van de waarheid, wat is de waarheid ? Waarheid of ware kennis is de gedachte of idee, die overeenstemt met de dingen, zoals die zijn buiten alle denken en gedachten om ; dit is de visie volgens het realisme . Reële kennis (realisme) ontstaat naar aanleiding van onze zintuigen, die de sensibele realiteit opslaan in de hersenen of onze geest alwaar ze omgevormd worden tot ideeën of gedachten . Dit was ook de Aristotelische-Thomistische visie . Kant was ook van mening, dat er een sensibele realiteit bestaat 'das ding an sich'; maar dat onze begrippen en voorstellingen anders zijn; zodat hij besloot met de uitspraak "das innere der dingen kannt man nicht" ... Volgens hem zijn de dingen voor ons niets anders dan in onze geest gevormde voorstellingen, die we dan zelf als werkelijkheid projecteren . In onze geest waren de à priorische principes zoals ruimte, tijd en causaliteit e.a. de werkmiddelen om tot gedachten en ideeën te komen . De 'waarheid' is hier geen overeenstemming meer van de gedachten met de realiteit, maar een onderlinge overeenstemming van gedachten of ideeën .
Berkeley ging nog een stap verder door zelfs 'het ding an sich' niet meer te aanvaarden als een realiteit; hetgeen leidde tot een volkomen idealisme en solipsisme .
Hoe komt men nu tot waarheid ? 1. volgens de rationalisten is het het zuivere rede-denken, los van alle waarneming, die ons tot ware kennis leidt . 2. volgens de empiristen komt de kennis alleen voort uit de ervaring . 3. Kant gaf een synthese, door te stellen, dat de zinnen het individuele vatten, terwijl onze begrippen op een universele wijze ontstaan volgens de à priorische vormen in onze geest van ruimte, tijd en ook causaliteit e.a. ... volgens de scholastische filosofie :" is er niets in het verstand of intellect, dat niet eerst in onze 'zinnen' was ...".
II . Denkleer of Logica.
Zoals hiervoor gelezen, hebben we enerzijds gewaarwordingen en anderzijds begrippen . Het begrip is dat wat de zaak is : bv. de mens, het dier, de substantie . We redeneren met begrippen, die de dingen ook op een universele wijze kunnen voorstellen .
Men onderscheidt : 1. het nominalisme = de mening, dat begrippen geen reëel bestaan hebben en enkel namen zijn . 2. absolute realisten = menen dat begrippen buiten de geest als zodanig ook bestaan . Voor Plato waren de ideeën de ware realiteit ; de dingen, zoals we die kennen, waren slechts een afbeelding van die eeuwige ideeën (zie ideeën-leer) . 3. gematigd realisme = zegt, dat het ding op een individuele wijze bestaat in de raliteit, en in de geest ook op een universele wijze aanwezig is ( Aristoteles) . Begrippen zijn namen of onderwerpen in zinnen, die men kan verbinden aan een predikaat of gezegde (men zegt dan iets van iets of van iemand) . Zinnen of proposities kunnen verbonden worden en leiden tot bv. een bewijsvoering of sluitrede . Van Aristoteles hebben we het syllogisme- de sluitrede- in meerdere vormen . Klassiek voorbeeld : Alle mensen zijn sterfelijk - Major praemisse Socrates was een mens - Minor praemisse Dus Socrates was sterfelijk - conclusio -besluit ...
Aristoteles onderscheidde verder ook de deductieve manier van besluitvorming - ook het syllogisme is een deductie ; en anderzijds de inductieve methode -de inductie om tot een algemeen aanvaarden of bewijs te komen vanuit meerdere, bijzondere feiten .
III. Meta-fysica-: ontologie of leer van 'zijn' en van de zijnden in onze cosmos ... De Ontologie is het hart van de meta-fysica, daar zij tracht door te dringen tot alle 'zijn' en 'zijnden' . Cosmologie bestudeert dan eerder het bestaan van onze cosmos en de orde of wanorde (chaos), die er heerst .. De ontologie onderzoekt de positieve eigenschappen van de dingen, het fysieke lichaam, dat in het bereik van onze zinnen valt . Het meest merkbare verschijnsel is de beweging of de verandering en evolutie van de dingen of substanties . Het corporele lichaam of substantie is opgebouwd uit stof of materie en vorm (vlgs de Aristotelisch-Thomistische wijsbegeerte ) . Er is stof en vorm : de prima materia (eerste stof) en de substantiele vorm . Eerst door toevoeging van de substantiele vorm aan de prima materia ontstaan de substanties of de 'dingen' .
-Hierna enige 'top-ideeën' uit de scholastieke meta-fysica ...in het Latijn met vertaling . ----------------------------------------------------------- A. Meta-physica generalis (algemene meta-fysica) .
Ontologia ( ontologie ) : -Ontologia cum sit scientia de ente communissimo est scientia una et scientia realis . ( ontologie, die de wetenschap is omtrent het zijn en de zijnden in het algemeen, is een reële wetenschap ) -
Ens est id quod habet esse quadam modo ( het zijnde is dat wat het 'zijn' heeft op een zekere wijze ) .
Divisio entis ( soorten van zijn of zijnden) : esse realis, seu physicam (res)-esse intentialis- esse rationalis -esse moralis- esse artificialis -(... reëel zijn : de zaak de substantie -potentieel zijn- redelijk zijn - moreel zijn- kunstmatig zijn, enz.) . Esse realis est esse essentia et esse existentia (Reëel-zijn bestaat uit existentie en essentie ) . Non-esse : Ente oppunitur non-esse, nihilum (Niet-zijn of het nihil is het tegenstelde van het zijn of het zijnde ) .
Principia quae a notione entis derivantur : (principes af te leiden vanuit het wezen of het zijnde . a. principium identitatis ( principe van identiteit) ; quod est, est ( wat is, is) . b. principium contradictionis (principe van het tegendeel) :quod est non non-est ( wat is, is niet niet) c. principium tertii exclusi (principe van het derde uitgeslotene) : non medium est inter ens et non-ens ( er bestaat geen derde tussen of naast zijn en niet-zijn ) .
De Unitate : (over de eenheid) . Unum per se est id quod est indivisum ( op zich is de eenheid, dat wat niet kan gedeeld of verdeeld worden) . "Omne ens est unum unitate formali" (alle zijnde is een eenheid naar vorm) . Multitudo est concrete sumpta ( veelheid bestaat als geheel gezien) ; multitudo menserata per unitatem (of veelheid naar de eenheid gemeten).
De veritate ontoligica ( over de ontologische waarheid) . Veritas in genere est quaedam confirmatis intellectus et rei ( de waarheid is de gelijkvormigheid van de zaak met het intellect) . Omne ens reale est verum ( alle reëel zijnde of zijn is waar ) . De Bono ( over het goede) . Bonum est id quod omnia appetunt ( goed is wat iedereen en alles nastreeft ) . Malum est bonitati oppositum ; non est ens, sed privatio ( Kwaad of slecht is het tegengestelde van goed; maar is geen zijnde, maar eerder een beroving van het goede ) . Malum morale (zedelijk kwaad) . De ordine : ( over de ordening of de orde) . Ordo abstracta est apta dispositio plurium secundum aliquid quod dicitur principium ordinis ( Orde is een schikking van het vele naar één ordend principe) .
De Potentia et Acta : (over potentie en act --zie Aristoteles) - Quidquid est physice mutabile, est physice compositum ex actu et potentia in eo ordine, in quo est mutabile . (alles wat fyisch aan verandering onderhevig is, bestaat uit act en potentie) .
Omne quod movetur ab alio movetur ( alles wat beweegt, beweegt door iets anders) ...sive 'deus' (uitgezonderd god) ...de 'eerste onbewogen beweger' ?
De Substantia (over de substantie) . Substantia illud quod primo stat sine determinationibus secundariis ...(substantie is dat wat zelfstandig bestaat...). Substantia dividitur in materialis et immaterialis (er zijn materiele en immateriele substanties) ... De qualitate substantiae est omnis determinatio, quae ens fit tale (Het wezen van de substantie is het er zijn op een bepaalde wijze) . De relatione ( over de relatie) : relatione est ordo respectur unius ad aliud . (relatie is een orde van het ene naar het andere) .
De entis Causis : (over de oorzaken) . Causa est principium per se influens esse in aluid ( oorzaken zijn een principe, dat 'zijn' in iets anders verwezenlijkt) . Causa finalis : id propter quod ( de doel-oorzaak of finale oorzaak : waartoe of waarom ?) Causa efficiens, tantum amore finis, eam moventis, agit (de werkoorzaak handelt uit liefde voor een doel ) . Omne agit propter finem (alles gebeurt met een doel) . Nihil est sine ratione sufficiante ( niets is er zonder voldoende reden) . En 'Nihil est sine causa ...sive Deus' ( en niets is zonder oorzaak, behalve god) ...
B. Meta-physica specialis ( bijzondere meta-fysica) .
Cosmologia : scientia mundi per supremas ejus causas, naturali lumine comparata . (cosmologie de wetenschap van de cosmos- de wereld- vanuit een natuurlijk standpunt gezien) .
De Quantitate : (over de hoeveelheid) quantum dicitur id quod est divisibile in unitate ( een hoeveel is dit wat kan in eenheden verdeeld worden ) . Quantum est discretum aut continuum ( een hoeveelheid bestaat afgezonderde eenheden of is een continuiteit) .
Continuum non constat ex divisilibus ( een continuum kan niet verdeeld worden ) . Primarius effectus formalis quantitatis est extensio actualis (het eerste effect van de vormelijke hoeveelheid is de uitgebreidheid) .
De Loco ( over de Plaats) ; Locus est terminus corporis ambientis immobilis primus (plaats is de ruimte, die een lichaam, dat niet in beweging is, inneemt ) . De Spatio : ( de afstand) spatium absolutum non est ens reale ( afstand is geen reëel wezen) .
De Qualitate ( over de hoedanigheid) . Corpora vere mutantur secundum locum, quantitatem et qualitatem ( een lichaam kan veranderen van plaats, van grootte of hoeveelheid en van hoedanigheid of van wezen ) .
De Motu (over de beweging) - Motus lato sensu est quaelibet mutatio seu quilibet transitus de potentia ad actum (beweging of verandering is een overgang van potentie naar act ) ...Aristoteles .
Ook van hem is " Tempus est numerus motus secundum prius et posterius" -( Tijd is de maat van de beweging volgens voor en na) ...
Hylemorphisme :
Materia prima et Forma substantialis : Materia prima dicitur causa formae in quantum forma non est nisi in materia ; et similiter forma est causa materiae in quantum materia non potest esse in actu nisi per formam ( vorm en materie hebben wederzijds elkander nodig om een substantiele vorm en lichaam te vormen) .
Tot zover een samenvatting van de Scholastische meta-fysica ...
IV. Psychologie of zielkunde .
Object van de metafysische Psychologie of de zielkunde is de werking van de ziel ; er bestaat ook een praktische psychologie, die het heeft over het menselijk karakter en eerder een praktische leer is .
Psychologie als onderzoek naar de werking van de ziel gaat dan vooral naar de werking van onze zintuigen- het waarnemen - en de verwerking van de impressies in ons brein of onze ziel tot gedachten, ideeën en wilshandelingen . De ziel is datgene wat achter het denken, het willen, het voorstellen staat en er het werktuig van is .
Sommige van onze begrippen zijn vrij van alle stoffelijkheid : zoals de ideeën van het goede, het ware of het schone . Deze ideeën veronderstellen een geest of ziel in ons, in ons 'ik' of ego . De ziel is niets anders dan de vorm van het lichaam (Aristoteles) ; en is aldus een middelpunt tussen materie en energie .
Faculteiten van de ziel :
a. Kenvermogen - zie deel I - Aristoteles erkende achter of naast de zintuigen, die de waarnemingen ontvangen en opslaan in de hersenen, het brein of de ziel, ook een onstoffelijk gedeelte, dat die impressies omzette in begrippen en voorstellingen, dat noemde hij het 'Intellectus agens', dat volgens hem goddelijk moest zijn . (eigen noot = misschien is dit 'goddelijke' wel het niet te kennen 'innere der dingen' van Kant, dat dan een transcendente, verborgene energie of bewustzijn is, de ware ziel van alle materie ?) . Kennis ontstaat tenslotte via gewaarwordingen en leidt tot oordelen en besluiten ( zie deel over de logica) . b. Streefvermogen of de Wil . Ieder wilsmotief omvat de objectieve gewaarwording - de voorstelling- het oordeel als beweeggrond-en de gevoelsneiging als drijfsveer tot handelen... Volgens Aristotels en Thomas is het streven eerder een functie van het intellect ; terwijl Schopenhauer bv. de wil zag als een aandeel in een algemene irrationele wil (voluntarisme) .
De Wilsvrijheid van de mens . Was steeds een belangrijk probleem vooral voor de ethiek of de moraal . Er is het determinisme, dat beweert dat de wil van de mens bepaald is door aanwezige beweeggronden of motieven in onze geest . In hoeverre is de mens dan nog verantwoordelijk voor zijn daden ? Wilsvrijheid kan men ook zien als een zelfgewild, vrijwillig volgen van een bepaalde wilsneiging .
Soms zegt men, dat de mens uitwendig naar zijn 'empirische kant' gedetermineerd is ; maar innerlijk naar zijn intelligibele, geestelijke kant vrij is .
V. Theodicee - rechtvaardiging van 'god' .
Theodicee is de natuurlijke theologie ; d.i. de wetenschap omtrent god, verkregen door de rede .
Het bestaan van God kan bewezen worden door de rede, los van allle openbaring of geloof . Zie de 5 wegen van Thomas van Aquino (zie daartoe deel I) . Agnosten beweren dat onze rede daar niet toe in staat zou zijn . Pantheïsten geloven eerder in een al-godheid : god als de natuur ; of volgens Spinoza God als de enige Substantie met vele modi : alles is een verschijning van de godheid . Atheïsten loochenen het bestaan van een of vele goden . Er zijn monotheïsten en polytheïsten : ene god of veelgodendom .
Voor anderen is het bestaan van het 'kwaad' in de wereld een bewijs tegen het godsbestaan en tegen zijn toegekende almacht en goedheid ...(noot : ook een God moet zich aan de absolute logica onderwerpen ) -
VI. Ethica of Moraalfilosofie.
Ethica of moraalfilosofie is de wetenschap, die zich bezighoudt met het 'behoren' ; wat moet, of wat behoort de mens te doen, en hoe moet hij handelen zowel als individueel persoon als in een sociale gemeenschap . Wat is goed en wat is kwaad ? Dat is de hoofdvraag ...
Tot de ethica behoort ook de rechtsfilosofie . recht samengesteld via menselijke wetten noemt men positief recht . Daarnaast is er de Natuurwet of natuurrecht ; recht, dat uit de aard van de natuur zelf voorkomt en quasi evident is ... De ware opdracht van de ethica of ethiek is de zedewet te maken of op te zoeken , t.t.z. de normen die dienen gevolgd te worden om goed te doen en goed en rechtvaardig te leven . Een juist inzicht in het goede leidt ons tot de deugd en de deugd naar het geluk .
Geluk : datgene waarnaar iedereen streeft ; wat is geluk ? Het geluk is een door het bezit van alle goeds volmaakte toestand . Geluk vereist aldus : -afwezigheid van het kwade - bezit van al het goede- het bewustzijn hiervan - en de zekerheid, dat deze toestand zal blijven duren . Niets voldoet hier op aarde aan deze eisen - volgens de godsdiensten dient daarom het absolute goed te bestaan in het beschouwen van God in een hiernamaals . Elke handeling is dus goed als ze ons dichter bij dit doel brengt ...?
Volgens Aristoteles bestaat het geluk in het kennen van God en de goddelijke dingen en bezigheden ; vooral door het beoefenen van de filosofie . Het volgen in alles van 'een gulden middenweg' was voor Aristoteles ook de gulden regel van de moraal .
Volgens de Stoïci bestond het geluk in de deugd, en vooral in een leven volgens de natuur, en dus ook volgens de rede, daar de mens een deel van die natuur was ; de natuur die zelf een goddelijke status aangemeten werd . Verder leidde ook een grote gemoedsrust tot geluk (apathie en ataraxie) .
Andere opvattingen over het geluk waren het bezit van rijkdom, genot, roem ; of utilarisme als universeel eudemonisme : of het hoogste goed voor het groots mogelijk aantal ( de mens is een sociaal wezen ) . Dit inzicht moet dan ook de basis worden voor een goed politiek bestel en systeem . Een politiek bestel is monistisch of kan een republiek zijn ; maar het minst slechte systeem was en is de democratie, dwars van alle tyrannie of anarchie .
Volgens Kant was het doel van de deugd het geluk ; dit veronderstelt een handelen volgens de zedewet . De zedewet moest voor Kant geïnspireerd zijn door zijn ' Categorische Imperatieven' : 1. handel zo, zodat uw handelingen als algemene imperatief of wet kunnen gelden . 2. men moet handelen op de wijze, dat men de andere mens en ook zichzelf steeds als een doel beschouwt en niet als een middel ...
VII. Esthetica en/of leer van de schoonheid .
Naast de leer van het ware : kennisleer en denkleer of logica; en naast de leer van het goede : moraal of ethica is er ook nog een leer van het schone of van de kunst .
Volgens Plato was kunst het levend maken van de ideeën . Kunst als voorstelling en afbeelding van de wereldse dingen is aldus slechts een afbeelding van een copie van de oerbeelden, de ideeën ; dus een copie van een copie - (zie ideeën-leer) . Volgens Aristoteles was kunst de voorstelling van de werkelijkheid zelf volgens de ware maat- grootte of goede vorm en harmonie .Schoonheid was wat harmonisch, proportioneel en functioneel correct was . Volgens Kant was kunst gebaseerd op het gevoel en op de rede ; kunst veronderstelt steeds een handeling, een 'kunnen' . Volgens Hegel moest kunst het ideële benaderen .
Tenslotte is er 'abstracte kunst', die de algehele werkelijkheid benadert, de super Idee volgens logische criteria . En er is ook de reële kunst, die een ware copie van de realiteit tracht te geven ... - Naast de leer van het ware : kennisleer en denkleer of logica; en naast de leer van het goede : moraal of ethica is er ook nog een leer van het schone of van de kunst .
Volgens Plato was kunst het levend maken van de ideeën . Kunst als voorstelling en afbeelding van de wereldse dingen is aldus slechts een afbeelding van een copie van de oerbeelden, de ideeën ; dus een copie van een copie - (zie ideeën-leer) . Volgens Aristoteles was kunst de voorstelling van de werkelijkheid zelf volgens de ware maat- grootte of goede vorm en harmonie .Schoonheid was wat harmonisch, proportioneel en functioneel correct was . Volgens Kant was kunst gebaseerd op het gevoel en op de rede ; kunst veronderstelt steeds een handeling, een 'kunnen' . Volgens Hegel moest kunst het ideële benaderen .
Tenslotte is er 'abstracte kunst', die de algehele werkelijkheid benadert, de super Idee volgens logische criteria . En er is ook de reële kunst, die een ware copie van de realiteit tracht te geven ...
Deel IV. Bijdragen onderwerpen filosofie bij forum Webfilosofen . ----------------------------------------------------------------
"Mijn zoektocht naar het 'innere der dingen' " -afzonderlijk verschenen bij Lulu. --------------------------------------------
Inleiding :
Webfilosofen- forum is de opvolger van de gespreksgroep filosofie op ou.nl die in 2006 opgeheven werd .
Hierna volgt een kleine verzameling van eigen onderwerpen geplaatst op het forum : echter zonder de bijhorende reacties of commentaren, waarvoor U nog terecht kunt op de website van Webfilosofen zelf .
De onderwerpen of onderwerpjes zijn chronologisch opgetekend en kunnen zowel eenvoudige levenswijsheid als diepzinnige filosofie bevatten .
Veel lees- of studiegenot . Valère De Brabandere-2011
FILOSOFIE : een beetje leren sterven ; en zoeken naar eeuwigheid ... ---------------------------------------------------------------- 01-08-2006 00:01 November-bladeren schilderen de dood in de bomen ;
November is droef en kil ; de winter zal komen ...
Maar reeds ontspringen er botten aan de takken ;
hoop op nieuw 'leven' : de natuur zal zich herpakken .
De November van mijn leven ziet uit op een winterse dood .
Mijn leven wordt kil ; en de duisternis groot .
Ik zie geen botten in vreugde ontspringen ;
misschien is er voor mij dan geen herbeginnen ?
Maar...zijn ook mijn 'kinderen' die nieuwe 'botten' niet ?
Zij vertoeven in vreugde ; nog geen November in het verschiet ...
Mijn geest vloeit uit... ; en zal niet verzwakken :
maar wordt in de eeuwige 'ziel' hernomen ; het leven zal zich herpakken
Samenspraak ----------- 01-08-2006 00:01
Parmenides:"Denken is Zijn."
Heraclitos:"Panta Rhei wekt discussies op."
Democritos:"Slechts atomen die vloeien,maar wel wetmatig."
Socrates: "Wetmatig?...Alsof we het echt weten."
Plato: "Zo is dat : wat we weten is niet meer dan de schaduw van een idee."
Aristoteles:"En van wie is dan die idee, van de Onbewogen Beweger ?"
Augustinus: "Denk nu niet zo moeilijk . Esse est Deus ."
Descartes: "Jullie brengen mij aan het twij- felen . Wat ik wel weet : Cogito ergo sum."
Spinoza: "Twijfel niet.Al het denken is één, volgens dezelfde natuur."
Leibniz: "Dan moet er één beginsel zijn ; Ik noem het maar monade."
Hume: "Zou er een oorzaak zijn ; mag ik sceptisch zijn?"
Berkeley: "Zie je dan niets ? Esse est percepi."
Kant: "Denk je werkelijk, dat je alles kunt zien?"
Darwin: "Niet alles, maar toch een ontwikkeling."
Schopenhauer:"We zien misschien niet, maar de gevolgen van de Wil zijn toch duidelijk."
Hegel: "Oorzaken,gevolgen...,het is alles besloten in het Absolute."
Marx: "Het absolute,...wat mistig.Ik zal een frisse wind laten waaien, zodat we eens wat kunnen zien en doen."
Freud: "Het Absolute ? U bedoelt zeker het Super-ego? Daarmee moeten we onbewust mee verbonden zijn."
Nietzsche: "Het absolute Super-ego, en nog meer om God te duiden. God is dood en wij leven."
Bergson: "Laten we de 'elan' van het leven volgen."
Heidegger:"Leven is dus het er zijn in het Zijn ; en wij zijn omringd door zijnden ."
Sartre: "Dat is dan existentie !...De pot op met die zijnden."
Levinas:"Kom, kom, niet grof ! Laten we opzien naar de Anderen."
Valere :"Supra-solipsisme geeft antwoord op iedere vraag."
Nieuwe Europese waarden ? ------------------------- 10-09-2006 00:00 --Hebben waarden nog waarde ?
--In zijn rede "De Europese grondwet schendt de Europese waarden" gehouden op 5 feb.2006 te Antwerpen ter gelegenheid van zijn opname als Ere-senator van de BVSE-UEF, had dhr Matthias Storme het over de grote waarden of normen, die de europese Unie vooropstelt als de 'pijlers' van de nieuwe Europese grondwet . --Deze waarden zijn :- Vrijheid ; -gelijkheid; - solidariteit ; -respect ; en -Burgerschap... --Dhr Storme was het zeker niet altijd eens met deze voorstelling, en noemde de waarden te universeel en niet-passend bij een regio als Europa . --Zijn ze te universeel en te weinig zeggend ; zijn ze leuzen maar geen normen ; zijn ze slechts 'strijdkreten van de 'barricaden' van de Franse revolutie ...? --En waar is bv. de Christelijke invloed, die Europa zo kenmerkt, gebleven ? En waar zijn de 'erfenissen' van de klassieke Grieken of Romeinen terug te vinden ? --Moeten de 'nieuwkomers' in de Europese Unie niet voldoen aan de particuliere waarden en normen, die er wel nog zijn in Europa ? --Of moet en mag die nieuwkomer die waarden en levensnormen zelf invullen ? --Moet voor de nieuwkomers en ook voor de overige Europeanen niet meer gelden, dat een echtpaar samengesteld is uit één man en één vrouw ? Of dat de man wel gelijkwaardig is aan de vrouw ; maar daarom nog niet gelijk is . --Moet het bestaan van man en vrouw genegeerd worden, en moet de traditionele instelling van het huwelijk 'verketterd' worden door de zo gezegde non-discriminatie-wetten, die gelden voor homo's, lesbiennes, enz ? --Moet het respect voor het leven vervangen worden door het recht op abortus, euthanasie, en andere ...? --De verplichting tot ruimte voor vrijheid leidt tot een morele leegte . --Niet de vrijheid van godsdienst of filosofie is verkeerd ; maar de 'vrije morele keuze' is fout ... --De vrijheid mag niet vervangen worden door de ideologie van de 'non-discriminatie' . --Verschil van mening is blijkbaar niet meer aan de orde of toegelaten in Europa . Enkel de 'Mensenrechten' komen blijkbaar nog aan bod . --Quid ??? --Terechte of on-terechte opmerkingen of bezwaren ? --Zijn de nieuwe waarden eerder strijdleuzen of pamfletten dan passende morele of ethische waarden of normen ? --Feit is dat Europa Europa moet blijven ; en niet mag wegebben in een zee van niets-zeggende universaliteit , die tot een waar moreel-nihilisme leidt .
Dura Lex, sed Lex... -------------------- 22-10-2006 00:00 --Moraal of ethiek steunen op twee hoofdprincipes, of liever op twee levenshoudingen, nl. op egoïsme en daarnaast ook op altruïsme . --Ons 'élan de vie' wil dat we leven, goed leven en overleven ; zodoende zullen we eerst en vooral onszelf moeten in acht nemen en beschermen, en soms moeten we dan wel wat egoîstisch zijn . --Maar we ondervinden daarbij, dat we met 'anderen' op weg moeten ; zij het maar met een partner of partners om onze 'élan de vie' te kunnen verderzetten, voortplanten, en om ons voortbestaan te verzekeren ; zij het ook opdat onze kinderen op ons zouden kunnen rekenen, en wij eenmaal ouder geworden op onze kinderen zouden kunnen steunen . --Maar ethiek moet er ook zijn, om ons soms tegen elkaar te beschermen, om onze eigen vrijheid te vrijwaren tegenover de vrijheid van die anderen ; en soms om samen de rangen te sluiten tegenover nog 'anderen' --Ethiek moet er ook zijn om onze gemeenschapszin te ontwikkelen ; want de mens is een 'sociaal wezen' . --Dit alles moet gebeuren in een goede orde en respect voor elkander ; dat gebeuren zelf is dan de moraal ; een afwegen tussen egoïsme en altruïsme . --Een universele moraal dringt zich op naarmate de mensheid meer universeel wordt, ...denk ik ... --Want een ware basis voor ethiek ligt ook in de 'eenheid', die wij als velen toch vormen ...; solidariteit ... --Twistpunten omtrent de 'redelijkheid' van de ethiek, die het diepste principe er van is , zullen steeds blijven oprijzen ; doch deze moeten dan met evenveel redelijkheid opgelost kunnen worden . --En wat ethisch niet bij 'algemene' wet kan en mag vastgelegd worden, kan wel rechterlijk gedoogd worden in sommige individuele gevallen toch ...; voorbeelden kan jezelf wel bedenken ..... --Ook de rechtbanken moeten zorgen voor een correcte ontwikkeling van de ethiek ; en de juiste balans verwezenlijken tussen ego en alter-ego . --Vraagje ::: Kan het, dat gewezen slachtoffers van een pedofiel, die later de man en zijn vrouw bewust vermoorden, en daarbij ook nog het huis in brand steken, door een jury op de rechtbank volledig vrijgesproken worden ??? --Dura Lex, sed Lex ...,; of rest er de ethiek geen enkele 'imperatief' meer ? Valère
Op zoek naar het Innere der Dingen . ----------------------------------- 06-11-2006 00:00 --De meta-fysica ( lett.:na-de fysica ) gaat per definitie op zoek naar hetgene de empirische wereld te buiten of te boven gaat . ; nl. hetgene, dat niet door de exacte wetenschappen kan onderzocht of gekend worden, zoals 'het innere der dingen' bv. --Want inderdaad bij iedere splitsing of deling, zelfs van het allerkleinste partikeltje of deeltje, komt men steeds weer voor een nieuwe vorm te staan, en kan men nooit het eigenlijke innere ervaren . --Dit innere kan dan alleen onrechtstreeks waargenomen worden ; en de kleinste partikeltjes zelf kunnen bij iedere waarneming dan nog in het 'niets', of in een ongekende energie terug verdwijnen. --Terecht wordt het 'innere der dingen' als transcendent beschouwd . --Het beroemde of beruchte 'innere de dingen', dat men volgens Kant niet kon kennen, is dan ook een top-probleem of vraagstuk in de meta-fysica . En misschien is dit 'innere' wel het 'zijn' zelf ? --Het 'zijn', waar Heidegger steeds op zoek naar was ; net zoals trouwens vele andere filosofen . --Men zegt, dat de filosofen de schoolmeesters van het heelal zijn ; juist omdat ze steeds naar die allerlaatste en allerinnerste en meest principiele vragen en antwoorden op zoek gingen ; om daarna hun inzichten of verworvenheden aan anderen kenbaar te maken . --Twee Top-schoolmeesters warern ongetwijfeld Kant en Aristoteles . --Kant, van wie het adagium "het innere der dingen kan men niet kennen", waardoor hij wees op de transcendentie van onze 'realiteit' ; en waarmede hij ook grens en beperking, en misschien ook wel een einde wilde stellen aan alle meta-fysica . --Kant, die het ook had over de antimonieën van de ruimte en de tijd, die zelf slechts à prioriteiten van en in de 'geest' waren ; en waardoor hij de deur openzette tot allerlei idealistische systemen, zoals idealisme, panpsychisme, pantheisme, solipsisme ...en supra-solipsisme . --Aristoteles zag de 'zijnden' en de substanties als enerzijds : vormen, die de buiten-wereldse ideeën van Plato in onze realiteit zelf plaatsten; en anderzijds als 'materie' ; niet zozeer stoffelijk bedoeld ,=want stoffelijke eenheden moeten per sé reeds van een vorm voorzien zijn . --En die materie, volgens Aristoteles, was zelf de aanzet naar en tot de vormen . --Het woord 'materie' komt immers van het woord 'mater'- moeder- voortbrengster van...de vormen, en aldus van de substanties en de dingen . --Materie was hier aldus ook het ongekende 'innere der dingen' . --Aristoteles zegt letterlijk in zijn Fysica, dat de "eerste materie verlangt naar de vormen," en dat die materie, die in alle dingen dezelfde moet zijn, noch een element, noch een hoedanigheid is ; doch slechts de potentie is tot de actualisering van de vormen, de dingen . --Aristoteles kende aan het innere der dingen, de materie, eerder een psychologische inhoud van 'verlangen naar, en gedreven zijn tot', en tegelijkertijd een teleologische eigenschap toe . --Materie alsdus voorgesteld, is misschien wel het 'zijn' zelf en het substraat van alle 'zijnden' .--Het ongekende innere, dat zijn vormen 'schept' en aldus de voortbrenger is van de dingen, die zelf zodoende slechts een ideeêle of spirituele-energieke inhoud kunnen hebben . --Wat dat ook moge wezen ??? --Het innere der dingen en het 'zijn' zelf kan niet empirisch gekend worden ; maar kan enkel net als ons eigen bewustzijn of het bewustzijn in ons allerdiepste 'ego' intuitief aangevoeld worden . --Cogito, ergo esse.." --Kortom het 'innere der dingen' blijft een mysterie, dat nauwelijks kan verhelderd worden . Valère--
Eeuwige Vrede ! --------------- 25-12-2006 09:55 ---"Kerstdag is de dag, dat ze niet schieten..." ? ---Moge het iedere dag Kerstdag zijn ! Valère--
De vrije mens. -------------- 13-01-2007 16:19 ---Hoe vrij is de mens ? Een steeds terugkerende vraag . ---In het begin van ons menselijk bestaan waren we zeker niet vrij . ---Wie heeft ons immers gevraagd, of we wel wilden leven ? ---En ook als baby waren we volledig 'gedetermineerd '. ---We konden slechts eten, slapen, en andere noodzakelijkheden verrichten, die we zeker niet bewust of vrijwillig deden . ---En naarmate we door onze contacten met de buitenwereld meer en meer qua intelligentie en ook qua wil ontwikkelden, begonnen we ook meer en meer keuzes te maken tussen meerdere 'determinaties' . ---En ook als de mens dan wel niet kon kiezen voor het begin van zijn leven ; kan hij dat wel om dit leven te beëindigen ; indien zijn leven niet levens-waardig meer zou zijn . ---Vrijheid is dan ook evenredig aan intelligentie en wil . ---En hoe complexer de intelligentie en de wil hoe complexer ook die vrijheid ... Valère--
Hoe Filosofie moet zijn... -------------------------- 13-02-2007 10:54 --" Een grote filosofie is niet een filosofie, die definitieve uitspraken doet, of die een definitieve waarheid verkondigt ; Maar groot is de filosofie, die onrust verwekt, en die een grote schok veroorzaakt . Een grote filosofie wordt ook gecontesteerd , is niet zonder verwijten ; maar is een filosofie zonder vrees, die tenslotte ergens overwint . Een grote filosofie is ook niet een theorie waartegen niets is in te brengen ; maar is deze, die werkelijk 'iets' zegt." aldus Charles Péguy --"Aude sapere"- Durft te denken ... --Hier kan nog aan toegevoegd worden : -- Een filosofie moet niet per sé kunnen bewezen worden; want dan wordt ze een exacte wetenschap, die filosoferen overbodig maakt . -- Haar objecten zelf overschrijden immers de empirische werkelijkheid ; en kunnen slechts op een redelijke wijze benaderd worden . --Filosofie zal pas na de fysica uitgeput te hebben, meta-fysica worden ; die slechts argumenten en hypothesen kan creëren ; maar tenslotte moet eindigen in een vorm van 'geloven' . --Tenslotte is het wel aangewezen ergens een visie op de werkelijkheid en een levens-visie te hebben en na te volgen ; en zo is geloven in 'iets' of een zeker -'ietsisme'- wel aangeraden- en ook logisch ... --Aude sapere... -"Het is eigen aan de mens te willen weten" -volgens Aristoteles . Valère--
"Esse est percipi" bewezen door de Q.M.... ------------------------------------------ 13-03-2007 17:28 --Zijn stellingen als :"Denken is Zijn", v. Parmenides "Je pense, donc je suis", v; Descartes "...à priori-zijn..in de geest " v. Kant " Esse est percipi" v. Berkeley, de filosofische hypothesen, die later bewezen werden door de Quantum-mechanica en de hedendaagse wetenschappen ? --De Q.M. met zijn onzekerheden en zijn stellingen over creatie en annihilisatie van materie-deeltjes in en uit het 'materiele nihil' wijst zeker in die richting ; temeer dat volgens de Q.M. het 'zijn' van de stoffelijke materie-deeltjes afhankelijk is van onze waarneming . --M.a.w; stoffelijke materie ontstaat voor het eerst bij het waarnemen ...; door contact met het 'bewustzijn' ? --Van D. Chopra- lezen wij : -" Met mijn besluit een waarnemer te worden, creëer ik de ervaring van mijn stoffelijk lichaam en die van het stoffelijke heelal ." --" Sub-atomaire deeltjes schieten het bestaan in en uit, afhankelijk van de vraag of ik - wij- ze waarnemen of niet " --"Voordat ik besluit sub-atomaire deeltjes waar te nemen, zijn ze 'waarschijnlijkheden' en wiskundige schimmen in een veld van oneindige mogelijkheden..., ..die bij het waarnemen verstarren tot materie". --Is "Esse est percipi" dan toch een feit ...?
-Klassieke vraag : "Als er een boom omver valt in het bos ; en er is niemand aanwezig die het hoort; is er dan geluid in dat bos ?" Valère--
Hoe kan men God nu nog zien ? ----------------------------- 20-03-2007 17:27 --Hoe 'zag' men God, in het verleden en nu soms nog ? --Is God oneindig machtig en almachtig ?...Een klassieke vraag hieromtrent is : 'Als God almachtig is, kan hij dan een steen maken of creëren, die hijzelf niet kan opheffen ?'...En indien God zulk een steen zou kunnen scheppen - en hij hoort almachtig te zijn-, zou daaruit resulteren, dat hij onbekwaam is de steen op te tillen ; en waar blijft dan zijn almacht ? Men kan zich wel afvragen of zijn almacht zijn eigen macht kan afnemen ?... Of moet ook God gehoorzamen aan de logica... --Is God oneindig 'goed' ?... een evenveel gestelde vraag of dilemma...'Als God oneindig 'goed' is; waarom is er dan nog zoveel kwaad, onrecht en miserie in de wereld ?' Waarom laat hij soms onoemlijk lijden toe, ook bij kinderen, die zeker helemaal geen schuld treffen ...; een contradictie, die geen uitleg kent ?... Of moet God ook hier gehoorzamen aan de logica van de gang van zaken ? --Is God oneindig 'groot' ?... probleem...; als God oneindig groot zou zijn, dan zijn wij zelf ook een deel van God , en zijn we zelf ook God .; Immers buiten hem of naast hem, die oneindig groot zou zijn, kan er niets meer zijn of bestaan... En dit is ook logisch... --Allemaal veel gestelde vragen en problemen omtrent de 'identiteit' van God..., die zeker allerlei uitleg hebben gekregen ; maar die de mens nooit volledig bevredigd hebben ; de mens, die niet meer onvoorwaardelijk gelooft... En onvoorwaardelijk geloven, is steeds minder en minder aan de hedendaagse, verlichte mens besteed . --Aan God, indien hij zou bestaan, worden in de meeste religies eigenschappen of attributen toegekend en toegewezen, die de moderne mens niet zomaar aanneemt... Hij is immers al lang genoeg 'bedrogen' geworden door de Kerk en de religie in het algemeen..., zo zegt hij . --God kan niet langer meer 'gezien' of gedacht worden als een menselijke projectie of idealisering... --Juist die al te naïeve voorstellingen houden onze mensen afzijdig van elk religieus denken en beleven ; waardoor tenslotte zelfs de moraal - ten onrechte- zou verwateren . --Als ' iets' zoals God of het godsbegrip moet blijven bestaan, moet dit 'iets' onderworpen zijn aan de logica, die het onmogelijk of onlogisch zijn van die vermeende almacht, goedheid of grootheid relativeert en slechts kan 'zien' in het licht van die logica zelf ... --Er wordt aangenomen, dat de 'wetten', zoals de wiskundige, de strict wetenschappelijke of de logische wetten het enige is of liever zijn, die echt 'absoluut' mogen genoemd worden ; al het overige zou dan 'contingent' zijn ; en aldus ook afhankelijk en geëmaneerd of voortgekomen zijn van en uit die 'logica' zelf ... --Hadden de oud-grieken het dan 'juist' voor met hun Logos als godheid ? --Een 'god' kan dan misschien gezien worden als de 'logica zelf'- de Logos- en niet langer als een menselijke projectie ; maar dan wel als een Logos of logica met een 'bewustzijn' of bewuste-energie als substraat en 'innere', en met een 'wil' of drang naar een voor ons ongekend en onbekend 'doel' ... --Zijn 'Logos' en 'Ietsisme', zowel de oude als de nieuwe visies van wat eens 'God' was voor de mensen, om mee verder te leven ??? Valère--
De 'blinde' wil als 'onbewezen' bewijs... ----------------------------------------- 01-04-2007 10:01 --Staat het niet paalvast, dat tot op heden de ganse filosofie-geschiedenis geen enkele van de echte en allerdiepste levensvragen heeft kunnen oplossen ?... .....En toch blijft men verder zoeken en filosoferen .... --Is het niet zo, dat de mens steeds meer en verder op zoek gaat naar geluk, welstand, eer, roem, macht en wijsheid ?... .....Al beseft hij best wel, deze nooit met voldoening te zullen bereiken .... --En tracht iedere normale mens niet te blijven leven, of te overleven, en om nakomelingen te hebben ?... ...En toch is hij zeker van eens te moeten sterven ; en is hij er ook van overtuigd, dat de ganse mensheid eens zal vergaan of ten onder moet gaan ...
--En zelfs als sommigen in een volledige boeddhistische onthechting proberen het geluk alhier te vinden... ; weten ze dat ze die toestand van 'nirwana' nooit zullen kennen hier op aarde . --Quid ? ... Is iedere menselijke drang dan zinloos of te vergeefs ; en is die 'wil' dan toch zo 'blind' ?... ....Individueel als mens gezien misschien wel ...; collectief als mensheid gezien in één geheel misschien niet ? --Die 'drang' naar het oneindig, hogere en eeuwige, die een 'blinde' wil is, overschrijdt alle menselijke rede ; is als ingebakken in het mens-zijn zelf ; maar geeft de mens wel een 'vaag' zicht op en vermoeden van dat 'transcendente' en 'absolute' ... --Dit 'vaag' zien en die blinde wil of drang naar dat ongekende, hogere 'Iets' ;misschien wel van 'goddelijke' aard ( Het Goede van Plato ?), is op zich wel een 'onbewezen' bewijs van de existentie en van de realiteit van dit ongekende, maar fel beoogde 'Iets' ??? Valère--
De Mens als Denker. ------------------- 13-04-2007 17:03 --Eerst denkt hij 'HET' te weten .
--Daarna weet hij 'HET' niet meer .
--En tenslotte denkt hij 'HET' niet te kunnen weten...
--Eén 'constante' in het verhaal : 'HET' ... Valère--
Filosofie is goddelijk . ------------------------ 27-04-2007 17:16 --Het hoofdwerk van Aristoteles, nl 'De Meta-fysica' begint met het Boek Alpha ; en dat luidt als volgt : " Alle mensen hunkeren van nature naar het 'kennen' . Een aanwijzing daarvoor vormt het behagen, dat wij scheppen in de zintuiglijke gewaarwordingen ; ook afgezien van hun nut, worden ze geliefd om hunnentwil ....." --De mens wil van nature en à priori 'alles' weten en kennen : het weten bij uitstek is voor Aristoteles het filosoferen zelf, dat dan ook voor de mens de meest 'goddelijke' bezigheid is . --Filosoferen zelf wordt dan het ontologisch bewijs voor de existentie van het transcendente en het absolute . Valère--
Taal en Denken... ----------------- 10-05-2007 15:42 --De Rubriek " Hoe zit dat ?" van het "Nieuwsblad" dd. 10 mei O7. Onderwerp van de dag :" Heb je taal nodig om te kunnen denken ?" --Alhoewel hier geklasseerd als wetenschappelijke rubriek, kan het onderwerp evengoed onder de noemer filosofie gebracht worden ... -.uit de rubriek lezen wij : " Denken is een proces dat ook het handelen stuurt"... "Taal is typisch een comuunicatie-middel"... "Denken is voor sommigen een soort spreken met zichzelf "... "Wat is taal ? Hoe is ze ontstaan ?"... "L.Wittgenstein zei, dat taal steeds een sociale taal is en nooit een privé-taal kan zijn....; ook als je in jezelf denkt, is dit dan nog met een taal, die sociaal of algemeen is "... " Het' blijkt' ook logisch, dat je om te denken een soort taal nodig hebt om je gedachten te benoemen "... "Maar hebben doof-stomme of blinde kinderen evengoed een taal nodig om te denken ?" "Denken is in die visie misschien een instinctief proces "... "Verder zou er een bewust en een onbewust denken zijn ..." "Wie denkt dat denken een bewust proces is, zal taal als een noodzaak zien ; en ook vice versa..." .
Quid ? = vatbaar voor discussie...; een persoonlijke mening : --Denken is m.i. à priori aan taal . Immers om tot taal te komen, moet men wel denken... --Taal is zeker- ook het denken trouwens- een evolutief proces en product . --Maar het is zeker zo, dat naar mate de taal geëvolueerd is , ook het denken fijner, veelvuldiger en complexer is geworden ... -- Besluit ::: Denken kan op zich zonder taal ; maar denken heb je wel nodig om taal te maken en te hebben... Valère--
Tao en Meta-fysica. ------------------- 19-06-2007 14: --Tao = de weg- de weg naar - naar 'iets'- naar een doel ... --Meta-fysica =de weg van de fysica van onze beperkte empirie naar het onbekende transcendente . --Op weg naar een eenheid van fysica en meta-fysica, van weten en geloven . --Door de Relativiteits-theorie en ook de Quantum-fysica hebben wij een andere voorstelling of beeld gekregen van het atoom en vooral van het deeltje, waardoor we ook gedwongen werden om 'materie' een nieuwe definitie te geven . --Voorheen was massa gelijk aan stoffelijke materie, die onvernietigbaar was, en die als substraat van en in alles aanwezig was . --Maar de Relativiteits-theorie maakte ons duidelijk, dat massa geen substantie maar een energie is, die werkelijk zelf de ware inhoud en ook de vorm is van iedere substantie . --E=mc2.-massa is equivalent aan energie laat inzien, dat in de sub-atomaire wereld deeltjes niet stabiel of statisch zijn ; maar een dynamisch proces zijn van een energie, die zich manifesteert aan ons als deeltjes en materie . --Het ontstaan van materie uit pure energie en vice-versa is het meest verwonderlijke van de moderne wetenschap en ook wel van de moderne filosofie... --De Relativitiets-theorie doet aldus het idee ontstaan, dat de ganse realiteit of cosmos één geheel is van werkende energie, die nu eens voorkomt als massa-materie, dan eens als energie, of zelfs als bewustzijn ... --'Tao' de weg van een 'bewuste-energie' ...! Valère--
Alles is Niets. -------------- 29-06-2007 21:10 ---Uit de Oosterse poësie :
"Het Doel is het Al ;
en Al wat het Doel niet is,
beschouwen we het best als Niets .
Alleen met Niets bereik je het Al .
En als je het Al bereikt;
dan is het Niets."
Valere De Brabandere--
Een uitgebreide formule : E=mc2=Psy. ------------------------------------ 01-08-2007 10:05 --E=mc2, de beroemdste formule uit de exacte wetenschappen en ook van Einstein, kan m.i. uitgebreid worden tot : E = mc2 = Psy. (Psy : staat dan voor' psyche'...)
--Of... er is een gelijkwaardigheid tussen energie = massa = en 'geest' .
--Geest zie ik dan als spiritualiteit, bewustzijn, verstand, rede, wil, intuitie en ook als finaliteit of int.design, de logica of als de idee zelf .
--Anders gezegd : de wet van behoud van energie kan uitgebreid worden tot de wet van behoud van 'geest' :.. de universele psyche .
--Verstand, inzicht, finaliteit en zeker wil kan omgezet worden in energie . Onze wil bv. kan aanzetten tot handelen of daden ; dus tot energie .
--Een vorm van geest, psyche of bewustzijn zie ik als de 'prima materia' , het substraat en het eerste principe van alles .
--Daar dit 'eerste principe' transcendent is, kan het zelf nooit ervaren of bewezen worden .
--Alleen ons diepste bewustzijn, dat onze enige zekerheid is , kan ons verwijzen naar die 'eenheid' van geest, energie, zijnde en zijn .
--Geest = energie = massa of materie . Of 'E=mc2=Psy.' .
-Kan moraal of ethiek bestaan of zinvol zijn zonder een hogere macht, een absolute orde, of een God ?
-Wat zijn bv. de 10 geboden waard, indien ze niet door een god opgelegd zouden zijn ?
-Wat is een wet zonder eventuele strafbepaling voor wie hem overtreedt ?
-Kan alles in wetten bepaald worden ?
-En wat, als men overtredingen of misdaden begaat, die men niet kan vaststellen of wettelijk kan bestraffen ?
-Het gezag van één persoon, koning of tiran werd meestal democratisch vervangen door wetten, die iedereen, ook de koning, dient na te leven .
-Maar moet ook God wetten volgen ?
-Wetten zijn meestal "gebaseerd' op logische, redelijke situaties . Wat "behoort' wordt dan wet
-En wat het meest logisch voorkomt, haalt het als wet, als moraal of ethiek .
-Ook God moet zich aan die logica houden .
-Ook Hij (voor zover Hij al bestaat) is aan al wat logisch is onderworpen of gebonden .
-Is de logica zelf dan het principe voor onze moraal of ethiek ?
-Is ook het geweten niets anders dan een logische conclusie van een thesis en een anti-thesis ?
-En wordt de logica de nieuwe god, het enige absolute "zijn', waarvoor alles, ook wij, respect moeten hebben ?
-Leef juist en logisch, dan leef je goed ! Valère--
CAUSA causarum. -------------- 08-10-2007 08:58 -Volgens Aristoteles was wijsheid de wetenschap van de beginselen en de oorzaken (Meta-fysica : Boek Alfa ).
-Hij onderscheidde vier oorzaken, nl. de materie, de vorm, de efficientie of 'bewegingsoorzaak' én de finaliteit of doel-oorzaak .
-De scholastici noemden de vierde oorzaak of finaliteits-principe ook de 'causa causarum' -d.i. de 'Oorzaak der oorzaken' .
-Finaliteit werd aldus gezien als eerste en voornaamste principe en grondoorzaak of beginsel van alle andere principes ; en dus ook van alle zijn en zijnden .
-Finaliteit als doel-oorzaak erkennen is dan ook niets anders dan een 'intelligente' oorzaak of 'beleid ' als algemeen principe aanvaarden ; de 'idee', het 'denken van het denken' als beginsel en reden van alles . Valère--
Wat is Liefde ? --------------- 14-10-2007 10:12 -In een ander onderwerp las ik ; 'Gelukkig is er de Liefde " .
-Een gelukkige vaststelling !
-Maar wat is liefde ; kan men het ook materialistisch bepalen of definieren ; of blijft het een ideëel begrip ?
-Kan de mens zonder ?
-Korte, maar belangrijke vraag .... Valère--
Filosofie en Bewijzen: --------------------- 31-10-2007 16:51 --Wat kan men bewijzen ? Filosofie gaat verder dan bewijzen . ---> naar Bryan MAGEE uit " Bekentenissen van een filosoof" . "... dat betekent evenmin, dat we kunnen bewijzen, dat onze morele overtuigingen valide zijn, of dat onze regels van de logica valide zijn, of dat de werkelijkheid buiten mezelf zou bestaan . Het beste dat we kunnen doen, is door te dringen tot de kern van de zaken ; en dat is al heel iets anders dan bewijzen ; net zoals ik denk te weten, dat muziek van Beethoven dieper gaat dan die van Mendelsohn ; zonder dat te kunnen bewijzen . Ons doel is of moet zijn, niet om iets te bewijzen, maar om te ontdekken wat de waarheid en de werkelijkheid is..." --Alle wetenschap begint met 'empirie', t.t.z. met de gemeende kennis van de fenomenen, die aan ons verschijnen ; en anderzijds met de 'rede', die meestal steunt op axioma's- zoals in de wiskunde of de logica- en die zelf dan niet verder kunnen bewezen worden . --Vandaar dat 'bewijzen' ook, en op zich relatief en onbetrouwbaar is ... --Tenslotte eindigt alle wetenschap en filosofie in een zekere intuitie en 'geloof' ; vooral in 'ons-allerdiepste-zelf ' ...; want alleen daar is de 'waarheid' verborgen . Valère--
FILOSOFIE : Vragen en Antwoorden. --------------------------------- 20-11-2007 09:05 Filosofie : vragen en antwoorden
-Zou het zo niet kunnen zijn, dat als in de filosofie weinig vragen een adequaat antwoord krijgen, dat ligt aan de vragen zelf ?
-Vragen zoals : 'bestaat god' - 'is de mens vrij en verantwoordelijk' -'heeft de mens een ziel'- 'wat is de basis voor een goede moraal of ethiek' en' is er leven of zoiets na de dood' - worden dikwijls zowel met een 'ja' of met een 'neen' beantwoord, dus zowel bevestigend als ontkennend .
-Bestaat God ? bv. ; wat stelt men zich voor door het begrip god ? Is god dat oud mannetje, dat soms van achter een wolk tot de mensen spreekt ; is hij de persoon die met eigen handen de wereld schiep in zes dagen ; en is hij de strenge heer, die straft met de roede in de hand ? --Of is het begrip 'god' niets meer of min dan een zeker 'iets' een hogere, ongekende, doch noodzakelijke en bewuste energie, die aan de basis van alles ligt ?
-Wat is vrijheid ? Kan en mag een mens alles doen wat hij zou willen ? Of is hij slechts een marionet ? Vrij en niet vrij zal ook hier een gulden middenweg zijn .
-Heeft de mens een ziel ? Is de ziel een mechanisme- zij het van geestelijke aard- dat het mechanisme van het lichaam bestuurt ? Of is dat mechanisme een eigenschap van de hersenen en van het lichaam zelf ? Beide antwoorden kunnen misschien gelden ?
-Wat is de ware basis voor de ethiek en de moraal ? Is dat de mens zelf, of moet er 'iets' zijn, dat als een 'stok achter de deur' optreedt indien nodig, wat is de rol van het geweten en van de logica zelf hier ?
-Wat is het eigenlijke 'ik' ? Kan dat ik overleven ? Wat is het 'ik' en wat is overleven of overblijven na dit leven hier ? Is dat 'ik' een moment in en van het 'al' ; dat later als een druppel water terug in de oceaan zal verdwijnen ?
-De antwoorden hangen grotendeels af van de verwachtingen, die men in de vragen inbouwt, en vooral van de bedoelde inhoud van de begrippen, die men tracht te verhelderen .
-Maar zowel vragen als antwoorden zullen het blijven doen in de filosofie . -Maar laten we ons vooral niet vangen door teveel of teweinig zeggende woorden of verkeerde voorstellingen van begrippen . Valère--
Vorige maand hielden de V.N. een wereldwijde opiniepeiling.
Er werd slechts één vraag gesteld : 'Wilt U alstublieft uw eerlijke mening geven met betrekking tot een oplossing voor het tekort aan voedsel in de rest van de wereld ?'
De peiling is echter jammerlijk mislukt, want :
in Afrika wisten ze niet wat 'voedsel' was
in Oost-Europa wisten ze niet wat 'eerlijk' was
in West-Europa wisten ze niet wat 'tekort' was
in China wisten ze niet wat 'mening' was
in het Midden-Oosten wisten ze niet wat een 'oplossing' was
in Zuid-Amerika wisten ze niet wat 'alstublieft' was
in de V.S. wisten ze niet wat 'de rest van de wereld' was...
Het Vaticaan heeft de peiling geboycot omdat in de vraag het woord 'betrekking' voorkwam...
Hoe dan nog naar gemeenschappelijke oplossingen zoeken ???
Valère--
Fusie van materialisme en idealisme. ------------------------------------ 21-08-2008 15:38 -Streeft niet alles naar 'eenheid' ?
--Kan materialisme leiden tot idealisme en vice versa ?
--Is de eeuwige strijd tussen beide top-systemen in de filosofie niet voorbij, en werden er geen compromissen voor een wapenstilstand bereikt ?
---- Materie : bestaan die 'pure', stugge, kortzichtige materialisten van weleer nog ?
--En houden ze zich nog steeds vast aan hun theorieën van 'inerte'- stoffelijke materie en aan hun gedetermineerde 'hotsende en botsende' bewegingen .?
--Of zien ze ook, dat stof en dito materie niet meer zo absoluut blijven en eerder fenomenaal zijn ?
--Moeten ook zij vaststellen, dat de mens -ook dieren en andere...- misschien 'bewust' handelen, denken, streven en willen - hoe materialistisch ze deze faculteiten ook willen voorstellen - ?
--De mens wil, denkt, plant en heeft ideeën ; daar is niet aan te tornen .
--Zijn deze energieke potenties of faculteiten uit het quasi inerte niets ontstaan -'nihil ex nihilo'-? Zijn die potenties een uitzondering in ons universum ? En leidt pure materie dan toch tot energie en 'denken' en 'willen' of bewustzijn ?
--Ideeën : kunnen idealisten aanvaarden, dat alles slechts 'bewustzijn', idee of relaties van ideeën zou zijn ?
--Maar wat zijn dan ideeën; zijn dat spirituele, logische en transcendente substanties ? Of zijn ze het substraat van alles wat is ? En is dat 'logische' niet het enige 'absolute' ???
--Beide visies idealisme en materialisme kunnen vooral nu na inzicht in onze moderne wetenschappen universeel samengaan in een eenheids- systeem, dat er een van de toekomst zal moeten worden . ; het ene kan het andere niet langer uitsluiten - zie ook de filosofische betekenis van mijn formule 'E = mc2 = Psy...' .
--Onze realiteit zien als een vibratie tussen beide systemen, ligt voor de hand .
--Maar de ware 'vibrator' blijft ons dan wel onbekend ....
--De verwondering moet blijven.... Valère--
Een ALGEMENE THEORIE: -------------------- 21-10-2008 16:40 --De mens wil nu eenmaal 'weten' . (vlgs Aristoteles ); kan dat wel ?( neen , vlgs Kant) . --Moeten we ons daarbij neerleggen ? Neen...; immers naast wat men exacte wetenschap noemt, zijn er ook nog hypothesen, is er ook nog meta-fysica, en zelfs religie, intuitie, fantasie, mythen en puur geloof ...
--Een Algemene 'Theorie' zou als volgt kunnen opgezet worden ; een beetje zoals mijn vroegere filosofische formule "E = mc2 = Psy.." , kan ze niet bewezen of gemeten worden ; want meta-fysica overstijgt nog altijd de fysica ; en exacte wetenschap gaat toch niet verder dan onze fenomenale wereld, en is aldus slechts een deel van onze 'kennis' .
--Het 'zijn' van de 'LOGICA ' , van de eeuwige 'wetten' of ideeën, zowel van de logica zelf als van de wiskunde of van andere wetenschappen, moet men zien als het enige eeuwige, absolute, immer noodzakelijke' zijn' ;
-- alles wat daarnaast 'is' of bestaat moet men dan contingent noemen ; en moet dus uit dat abolute geëmaneerd zijn . --Het 'Moeten zijn' van die logica... bv. 2 3 moet 5 zijn ; Pi moet 3,14... zijn ; of als A=C en B= C moet daaruit volgen A= B , enz....kan men vergelijken aan een MOETEN ZIJN of aan een WIL.
--Wij ervaren 'wil' in ons eigen ego en maken er kennis mee in de psychologie . Willen , naast denken of bewustzijn (? ) zet aan tot handelen, bewegen en dus tot 'energie' zelf .
--Nu 'ENERGIE' kan omgezet of gemeten worden in of als massa -volgens Einstein .-- en massa vertegenwoordigt 'materie' .
--MATERIELE 'dingen' of substanties en hun onderlinge relaties vormen aldus onze realiteit in haar extreme en fenomenale vorm ., na een proces vanuit de logica zelf ...
--DUS- : CONCLUSIE = absolute logica, ideeên en bewustzijn ~~>een 'moeten zijn '~~> Wil ~~> doen, handelen en energie ~~> massa ~~> materie en substanties ~~> onze realiteit ...; OF : "de realiteit is de Tao of de weg van de Absolute Idee(ën) .." ( vlgs Hegel ).....
--Misschien wat simplistisch voorgesteld : maar toch een reële theorie voor iemand, die nog een beetje filosoof wil zijn ... Valère--
Ik ben Valère De Brabandere
Ik ben een man en woon in Tielt (België) en mijn beroep is gepensioneerde ambtenaar.
Ik ben geboren op 27/02/1935 en ben nu dus 90 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: o.a. filosofie.