Adam Hochschild | The Congo Under The Horror Of King Leopold II...
Adam Hochschild | The Congo Under The Horror Of King Leopold II...
Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 2016 - Aflevering 4
Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 20161
Aflevering 4
De aanvaarding van wat is, betekent geen apathie en de zingeving aan het leed wil niet zeggen dat het wel ergens deugd zou kunnen doen: “Eeuwenlang is de cultus van het lijden als werktuig ter rechtvaardiging van het onrecht en tot onderdrukking schaamteloos uitgebuit”2, aldus Sölle, maar tegelijk wijst zij er op dat de verbanning van leed (en van de dood) “tot bijna elke prijs” oneigenlijk is, alsook het marchanderen met leed, het relativeren en het bagatelliseren ervan omwille van de omvang. De aanvaarding van wat is, betreft eveneens “degenen, die overal ontkend werden en die gedwongen werden zichzelf te ontkennen. [Ook tegenover] het zieke, beschadigde incapabele leven, moet men de opvatting der acceptatie van het lijden zien (...)”3
In het boek Job is de (door Sölle aan God toegeschreven4) beproeving tiranniek, maar tegenover de tiran wordt de kleine geholpen: “De gehele schepping, vaak ook de zon, de maan en de sterren worden opgeroepen de zwakke tegenover de overmachtige te helpen. Is de beproeving doorstaan, dan gaat het recht van de machtige zulke beproevingen op touw te zetten te niet. [De beproevers] worden machteloos gemaakt, doordat de beproeving tegen de verwachting en tegen de wil van de tiran in doorstaan wordt. Dat is echter alleen mogelijk bij een absoluut 'rein' ongespleten wezen, dat de dood niet schuwt. Alleen hij, die bereid is zich te offeren (…) zal de beproevende God machteloos kunnen maken.”5 In de interpretatie van Sölle “is Job juist vroom omdat hij niet gelooft”6; hij is sterker dan God daar hij met zijn onbeantwoorde schreeuw op een andere God - Christus - blijft wachten.7
Deze waarheid verwijst onwillekeurig naar de Orpheusmythe (waarover Sölle niet spreekt) in een cultuur die wellicht helemaal losstaat van de joodse (en uiteraard van de christelijke, gezien de datering), waarin de liefde en de kunst een heilig huwelijk aangaan. De liefde van Orpheus voor zijn door een adder doodgebeten Eurydikè krijgt gestalte in een aanklacht van het onrecht in de artistieke vorm van de elegie waarvan de oprechtheid maakt dat zij in staat is de ganse natuur te ontroeren en de macht van de dood over het leven (tijdelijk) ongedaan te maken. Het kunstwerk is daar de drager van de kracht van de waarheid waartegen niets of niemand, ook niet een vermeende godheid, opgewassen kan zijn, en het ontleent aan die waarheid het wonder dat wij benoemen als schoonheid.
4Men kon opmerken dat de beproever Satan is en Jahweh staat dit toe omdat Hij het uiteraard niet kan weigeren. Tegelijk valt voor de interpretatie van Sölle wel iets te zeggen want Satan is een schepsel Gods gedoemd om hem te gehoorzamen - waar hij dat niet doet, verliest het verhaal zijn consistentie.
'Trauma en levenslust' Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 20161 - Aflevering 3
'Trauma en levenslust'
Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 20161
Aflevering 3
Trauma en levenslust: de twee in juxtapositie scheppen een koan, een geleide tot nadenken, tot het geven van zin aan iets dat op het eerste gezicht alleen maar tegenstrijdigheden in zich heeft, want dat is de indruk die men krijgt waar in de getraumatiseerde ziel alsnog de levenslust leeft omdat men geneigd kan zijn te denken dat levensleed en levenslust elkander tegenspreken.
Het kunstwerk etaleert met het bloedrode lichaam de alsnog aanwezige, niet te stoppen levensdrang die zich zoekt te bevrijden van het aszwart dat aan de gedachten kleeft en dat ze ook overheersen wil zoals in het sterven, de dood het leven. Maar het lijf verzet zich en bindt de strijd aan zoals ook de kleuren dat doen op het schilderij. Er is een kracht in ons die ervoor zorgt dat wij in die strijd nimmer ten onder gaan en die daarin schuilt dat wij ons niet verzetten tegen wat is.
Die houding van aanvaarding wordt mogelijk als wij de werkelijkheid beminnen, als wij ermee op houden eisen te stellen aan wat het lot ons toebedeelt. Zoals wij pas echt van iemand houden als wij de persoon aanvaarden zoals die is, onvoorwaardelijk, zonder die te willen veranderen of zogezegd 'verbeteren', wat echter totaal anders is dan onverschilligheid, waarin immers geen spoor van liefde te bekennen valt.
Dat is wat Dorothee Sölle lijkt te suggereren.2“(...) De 'geest van koopmanschap', zoals [de door de kerk verbannen] Meister Eckart het noemt, is hier uitgesloten.”3 Het gaat om “een leer van handelen 'zonder waarom'”4 en “een ik-sterkte die in het lijden niet vernietigd wordt.”5
En hier herinnert men zich de in onze inleiding geciteerde uitspraak van Albert Camus: “Au milieu de l’hiver, j’apprenais enfin qu’il y avait en moi un été invincible.”6 De liefde blijkt sterker dan het ongeluk. En “de mystieke liefde (…) transcendeert iedere God die minder is dan liefde.”7 Het lijden maakt het pijnlijke proces van het zich losmaken van de dingen mogelijk. “Bedoeld is niet alleen, dat het beter is, onrecht te lijden dan onrecht te doen (…) [maar wel] te weten, dat degene, die onrecht lijdt, ook sterker (niet alleen moreel beter) is dan degene, die onrecht doet.”8 En het is wellicht die waarheid welke aan 'Trauma en levenslust' zijn onmiskenbare authenticiteit verleent.
Trauma en levenslust' Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 2016 - Aflevering 2
'Trauma en levenslust'
Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 20161
Aflevering 2
Dorothee Sölle betoogt dat nieuwe pijnen de kop opsteken in deze tijd en dat wij ertoe neigen ze te verdringen2 terwijl zij de Japanse theoloog Kazoh Kitamori laat opmerken dat pijn inherent is aan de liefde.3 Sölle stelt het ontvluchten van pijn gelijk aan de apathie: pijn maakt ons sterk, zegt Sölle, en ze verwijst naar het volk van Vietnam4 - een voorbeeld van een hedendaags equivalent zijn wellicht de Palestijnen.
Maar ook de dagelijkse (fabrieks)arbeid in het geïndustrialiseerde westen wordt door leed getekend. Aanvankelijk verstomt het lijden, vervolgens komt het klagen, tenslotte gaat men over tot rationele taal en actie in een poging om de situatie veranderen.5“Een van de traditionele mogelijkheden om je zelf uit te drukken is vandaag de dag zoek geraakt: het gebed. Het vermogen, met zichzelf in dialoog te treden, lijkt steeds meer mensen zinloos én overbodig.”6“De vraag welk wereldbeeld iemand heeft (…) is onwezenlijk; beslissend is, wie de partner in de dialoog van de mens is, Christus of de Mammon of de eigen vitaliteit.”7 Bidden is een verzetsdaad: men wenst iets anders dan wat de maatschappij aanbeveelt.8
Voor Dorothee Sölle is de (artistieke en intellectuele) arbeid derhalve gebed, zoals ook in de islam wordt gesuggereerd en het verzet zit hem in het engagement zonder hetwelk de hedendaagse kunst haar naam niet meer verdient. Edoch, de kwestie waarvoor men zich dan moet engageren wordt een wespennest door de macht van (religieus en politiek gestuurde) ideologieën en zo moet kunst zichzelf verheffen boven politieke kleuren en zal waar kunstenaarschap vertrouwd zijn met de bedelaarsstaf. Aan schatrijke artiesten is meestal een reukje, alsook aan religieuzen die hun optrekje hebben in kastelen en die een vette wedde trekken van de staat: hun gesprekspartner kan in geen geval de man zijn van Gethsemane.
Kunst verwijst naar de pathos van het leven die zonder de lijdenservaring oneigenlijk blijft met als wezenlijke component Gethsemane, de verlatenheid, ook door God, wat leidt tot een uiterste opmerkzaamheid.9 En zo beeldt Trauma en levenslust niet de heldhaftigheid van frontsoldaten af zoals de staatse monumenten op bestelling dat doen, die worden opgericht met wat nog rest van het geld van de slachtoffers van de politieke leugens nadat die begraven werden en om de troosteloosheid te verhullen van een leed dat niet te peilen is: wars van alle leugens wijst het kunstwerk naar de waarheid van het leed dat zich verankerd heeft in trauma's waarmee de levenslust een strijd aangaat die van een andere orde is en die niet zoals de oorlog naar de eeuwige dood leidt doch naar oorden waar iets dat schoonheid wordt genoemd misschien ontkiemen kan.
'Trauma en levenslust' - Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 2016
'Trauma en levenslust'
Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 20161
Kris Lippeveld, Trauma en levenslust (2016)
Met dank aan de kunstenaar
Met de massamoordenaars aan de macht, beleven wij heden de barre winter van de tijd, maar herinneren wij ons wat in 1953 de Franse auteur Albert Camus neerpende: “Au milieu de l’hiver, j’apprenais enfin qu’il y avait en moi un été invincible.”2 Deze mysterieuze zin getuigt van een verborgen kracht in het binnenste van de mens, de kracht die het hem mogelijk heeft gemaakt om de tijden te overleven en er ondanks alles vandaag nog te zijn. Zij is moeilijk te definiëren maar zij keert menigmaal terug in de geschiedenis, in allerlei vormen, en in de westerse cultuur bestaat zij zowel in haar Helleense als in haar christelijke pijler. In de Helleense verschijnt zij bijvoorbeeld in de uiteindelijke thuiskomst van Odysseus na zijn omzwervingen in de vele werelden die in normale omstandigheden aan het oog van de stervelingen onttrokken blijven en die zich pas tonen waar een strijd zich aandient op leven of dood en in de weliswaar multi-interpretabele zogenaamde christelijke pijler komt het heil pas via de weg van het kruis in het verschiet.
Paradoxaal maar helemaal niet tegenstrijdig en bijna als een koan dient zich zoals in Augustinus' symbolisme een werkelijkheid achter het louter stoffelijke aan, echter onbereikbaar voor wie niet het vereiste offer brengen, zoals ook het geval is waar de betekenis van een tekst pas kan veroverd worden waar men zich (van kindsbeen af) gewijd heeft aan het zich eigen maken van de taal, waarbij het bereikte resultaat mede afhangt van de geleverde inspanningen: geen gratie zonder offer, al is er ook nog het mysterie van de genade.
“Het zich bewust zijn van de onmacht is iets dat het lijden fundamenteel bepaalt”3, zo schrijft de protestants-marxistische 'god-is-dood-theologe' Dorothee Sölle. Het ongeluk is fysiek en psychisch, in de pijn, maar ook sociaal, in het isolement, zegt Sölle, en zij citeert Simone Weil: “'Het ongeluk maakt belachelijk'”4 - waar vandaan de afwezigheid van solidariteit (het “verloochend, verraden en verlaten worden”5) met de lijdenden en alleen een eigen lijdenservaring kan de neerbuigende caritas tot echt medelijden maken.6 Maar dat kan evenmin een reden zijn om een oorlog goed te praten als een vermeende schuld. “Er zijn vormen van smart [zie bijvoorbeeld het leed van onschuldigen], die iedere vorm van schuld oneindig ver te boven gaan”7, aldus Sölle. “Edith Stein is met andere joden naar de gaskamers gegaan, hoewel zij gered kon worden en haar dood niemand hielp”8 en daarvoor bestaat geen uitleg. Sölle haalt ook het tragisch conflict van Agamemnon aan die zijn dochter in een zoenoffer met de goden betrekt.9
Het te allen prijze uit de weg gaan van leed (heden bekend als het in het materialisme algemeen verbreid sentiëntisme van Peter Singer) brengt geen heil: “Als de ervaringen van het lijden, de 'pathai' van het leven verdrongen worden, verdwijnt ook het pathos van het leven en de kracht en intensiteit van de genoegens ervan.”10“In deze betekenis kan men de apathie van de maatschappij als een deel van haar nekrofiele oriëntering in de zin van Erich Fromm begrijpen. Nekrofilie is liefde tot het dode, het verstarde, het onbeweeglijke, 'de wens van het organische door 'ordening' in het anorganische te veranderen' (E. Fromm, Das Menschliche in uns, Zürich 1968, 49)”11 - “het ideaal van de middenklasse”12 - “een banaal optimisme”13 - “een verstarring van het leven”14 - wat uitmondt in blindheid voor het lijden en in stompzinnigheid.15
'Complotdenkers'!? - Aflevering 2a: Een voorgeschiedenis van de huidige neonazi's (naar Gie van den Berghe, De mens voorbij)
'Complotdenkers'!?
Aflevering 2a: Een voorgeschiedenis van de huidige neonazi's1 (naar Gie van den Berghe, De mens voorbij2)
"Velen, ook Charles Darwin zelf, vreesden dat de beschaving de natuurlijke selectie grotendeels tenietgedaan had en de evolutie van de soort mens tot stilstand was gekomen. Dringende en dwingende maatregelen waren noodzakelijk. De niet-fitten, de zich ongebreideld voortplantende minderwaardigen, moeten aan banden gelegd worden. Geesteszieken en criminelen moeten afgezonderd worden, van voortplanting uitgezonderd."3 Aldus hebben de 'heersers der aarde' beslist4 die met de Verlichting hun intrede deden: zij die zich laten leiden door het licht van de rede; de Bijbel wordt vervangen door de Encyclopédie; kennis zal het mensras perfectioneren. "Wil men bevolking en voedselvoorraad beter op elkaar afstemmen, dan moet ofwel de bevolkingstoename worden afgeremd ofwel moeten de zwakke leden worden geëlimineerd", zo zegt Malthus5: "'De armenwetten creëren de armen die ze bijstaan."6van den Berghe schrijft: "Anderhalve eeuw lang zullen Malthus' populatieprincipe en de politieke consequenties die hij eraan vastknoopte worden overgenomen door sociaaldarwinisten, eugenetici, geleerden, politici en racisten. Met telkens weer de boodschap dat de in sociaal, economisch, intellectueel, biologisch of genetisch opzicht minderwaardigen zich veel sneller voortplanten dan de meerwaardigen. Proletariër versus bourgeois, unfit versus fit, abnormaal versus normaal, jood versus ariër."7 Er is degeneratie maar wie de maatschappij verontreinigen, moeten weggezuiverd worden en in dat proces zullen artsen een hoofdrol spelen.8"De gezondheidszorg werd steeds centraler georganiseerd, en stukje bij beetje werd de hele westerse maatschappij gemedicaliseerd."9"De inenting tegen pokken was de eerste grootschalige, door de staat georganiseerde, succesrijke gezondheidscampagne. Maar de strijd was nog lang niet gestreden. De uit Azië overgekomen cholera richtte vanaf 1830 ware slachtingen aan. Epidemieën golfden over Europa (...) Er kwamen quarantainemaatregelen, militaire versperringen en medische controles voor wie uit besmet gebied kwam. Eind 18de eeuw voerden enkele Duitse staten een soort medische politie in om epidemieën te bestrijden."10"Gezondheid werd stilaan een obsessie."11"Medici werden steeds vaker betrokken bij het bevolkings- en gezondheidsbeleid (dalend geboortecijfer, epidemieën)."12"De grote massa werd gemedicaliseerd. In 1883 voerde Bismarck als eerste de verplichte ziekteverzekering in, met artsen in overheidsdienst en gratis behandeling."13
Eind 19de eeuw werd in Duitsland een medische identiteitskaart ingevoerd en een ministerie van volksgezondheid opgericht. G. Hoffman schrijft over een medisch Utopia in zijn Moraal van de macht: "De bevolking in Hofmanns denkbeeldige staat wordt jaarlijks aan een grondig medisch onderzoek onderworpen. Zieken en gehandicapten worden doorverwezen naar de medische politie; kanker en tbc worden behandeld door middel van 'euthanasie'. Geesteszieken en gehandicapten vormen een te zware economische last en worden van bij de geboorte uitgeschakeld. De mensheid van ellende bevrijd, luidde een aantal jaren later de titel van een ander geschrift van dezelfde auteur."14"In De Toverberg (1924) belicht Thomas Mann het medisch Utopia heel wat kritischer. In het sanatorium waar de roman zich afspeelt, een wereld van medische afzondering waarin men in plaats van een foto een röntgenopname van de geliefde koestert, bepalen artsen of iemand ziek is, kan men alleen in naam gezond zijn. Patiënten moeten voortdurend 'temperaturen', krijgen ziekte aangepraat, worden geneeskundig betoverd. Alles is onder medische controle. De zich beaat overleverende patiënten worden in fysieke en psychische kabinetten doorgelicht met röntgenstralen en psychoanalyse."15
Darwin treedt Malthus bij met zijn strijd om het bestaan en de natuurlijke selectie en hij inspireert Samuel Butler die in 1863 schrijft over de nakende machtsgreep van de machines en in 1872 volgt de utopische roman Erewhon; or, Over the Range, "een bijna profetische visie waarin zaken als organicisme (de maatschappij als menselijk lichaam), sociaaldarwinisme, artificiële intelligentie, DNAonderzoek en transhumanisme verwerkt zijn of aangekondigd worden."16 Men wil liefdadigheid afschaffen die immers de natuurlijke selectie tegenwerkt en "de Franse antropoloog, filosoof en socialist Georges Vacher de Lapouge (1854-1936) stelde voor een grootstad in te richten met gratis alcohol en voorbehoedsmiddelen, een oord waar alle menselijke wrakhout zou aanspoelen en zichzelf in geen tijd te gronde zou richten. In een in 1913 verschenen essay over eugenetica in de oudheid omschrijft Allen G. Roper, een Engels classicus, urbanisering als een nieuw en efficiënt wapen van de natuur om de unfit door snelle verspreiding van ziekte te elimineren.Anderen wilden niet aan de maatschappij, maar aan de mens zelf sleutelen. Eigen volk of de soort mens verbeteren door goede geboorten te bevorderen en slechte te beperken: eugenetica."17
""Het angstbeeld van een op sterven na dood volkslichaam hield in dat de beroepsexpert, de arts, de patriottische plicht had tussenbeide te komen. Slecht functionerende cellen, schadelijke individuen die het staatslichaam verzwakken en uitputten, moeten verwijderd, geëlimineerd, en waar mogelijk voorkomen worden. (...) alle sociaal onaangepasten en ongeneeslijken chirurgisch weggesneden worden, als de zieke appendix uit een gezond lichaam. Wie helen wil, moet soms vernietigen. De bereidheid van staat en arts om tussen te komen groeide. De paradox tussen genezen en doden vervalt als al wie van de norm afwijkt, al wie abnormaal is, als ziektekiem wordt gezien. Het rotte deel wegsnijden wordt een therapeutische noodzaak, een goede daad, een verdienste."18
En dit was reeds lang voor de nazi's in de USA aan de gang: "Medici (...) zullen een vooraanstaande rol spelen in de eugenetische beweging (...). Begin 20ste eeuw zullen artsen de zuiverheid en gezondheid van de jonge Amerikaanse natie bewaken door alle fysiek en mentaal minderwaardig lijkende immigranten de toegang tot de nieuwe wereld te ontzeggen. Al even vanzelfsprekend zullen ze als selectieheren van de volksgezondheid ijveren voor massale sterilisatie van zwakzinnigen, geesteszieken en criminelen. Zoals ze enkele decennia later, in nazi-Duitsland, mensen zullen selecteren voor sterilisatie, 'genadedood' en gaskamer."19
"Eind 19de eeuw al voerden artsen in Duitse kolonies medische experimenten uit op in kampen opgesloten inboorlingen. Ze transplanteerden kankerweefsel, brachten wormen in bij kinderen, infecteerden gezonde mensen. In Duitsland zelf werd toen ook op prostituees geëxperimenteerd, onder meer door Emil Adolf von Behring, de man die de serumtherapie tegen difterie bedacht. Behring spoot mensen in met syfilis in de hoop dat er immuniteit zou ontstaan."20
De Schotse industrieel en filosoof William Rathbone Greg (1809-1881) schrijft: "Een samenleving die toelaat en mogelijk maakt dat erfelijk minderwaardigen huwen en zich voortplanten, is ziek. De staat (...) moet drastisch optreden, zoals een tuinier onkruid wiedt om rozen ruimte te geven."21 Thomas Henry Huxley (...) stelt in 1893: "dat de overheid de natuurlijke groei moet leiden en cultiveren, levensomstandigheden verbeteren en 'zwakken en misvormden verwijderen zoals een tuinman de minder goede planten uittrekt'."22"Eind 19de eeuw al pleitten sommige artsen en politici voor de „genadedoodâ voor ongeneeslijk zieken. Gedaan met leed en pijn, verzorging en kosten. (...) stelde Alfred Jost in 1895. (...) Controle over leven en dood komt aan het sociaal organisme toe. Jost bedacht ook het begrip negativen Lebenswert, dat de rechtvaardiging van medisch gedirigeerde „genadedoodâ in zich draagt. Aanvankelijk (...) mochten ongeneeslijken zelf kiezen of ze eruit wilden stappen. Maar geleidelijk verschoof de klemtoon naar abnormaliteit, waardeloosheid, kostprijs en gevaar voor de maatschappij."23
Reeds Plato (in De Staat) bepleit dat paarvorming en voortplanting niet aan het toeval mogen overgelaten worden24 en in zijn Utopia neemt de grote humanist Thomas Morus (1478-1535) die ideeën over: "Euthanasie voor terminaal zieken mag, huwelijk en voortplanting zijn rationeel geregeld."25Dit en nog veel meer is voorafgegaan aan het nazisme en pas "midden jaren 1920 tekent Adolf Hitler in Mein Kampf op dat 'indien men kans zag om slechts zeshonderd jaar lang alle lichamelijk gedegenereerde en geestelijk zieke individuen buiten staat te stellen en de kracht te ontnemen om kinderen te verwekken, men de mensheid niet alleen van een geweldige last zou bevrijden, maar daarmee ook een herstel mogelijk maken zoals men zich heden ten dage bijna niet kan voorstellen'."26
Maar Eugenetica bestond dus ook in de VS: onder leiding van de natavists werden kruistochten georganiseerd tegen sociale en hygiënische wantoestanden. De mormonen ontrieden het ouderschap aan ongezonde individuen. De profeet Noyes stichtte een commune (Oneida) waar mensen wetenschappelijk 'gekweekt' werden door selectie. Op de Indianen, de autochtone Amerikaanse bevolking, werd een genocide gepleegd. Racistische wetten werden gestemd. Chinese immigranten werden ervan beschuldigd de builenpest te hebben veroorzaakt die in 1900 uitbrak op Honolulu. In die tijd ontstonden bewegingen zoals 'Clean up America' die aan geboortebeperking deden en inentingen verplichtten en de 'Race Betterment Foundation' (gesticht in 1906). In 1905 introduceerde de Amerikaanse psycholoog Goddart een IQ-test om ongeschikte individuen te detecteren: idioten, imbecielen en debielen over wie hij schrijft: "Al deze waardeloze zielen kosten pakken geld aan de gemeenschap. Ze moeten geïdentificeerd worden en morons moeten gesteriliseerd worden."2728
Zie het vervolg in de aansluitende kader!
1Dit is het hoofdstuk 27 uit Panopticum Corona (Jan Bauwens, Serskamp 2021), pp. 450-458, getiteld: 'Wij zijn de heersers der aarde'.
2Berghe, van den, Gie. (2009). De mens voorbij. Over vooruitgang en maakbaarheid. 1650-2050, Meulenhof/Manteau. Een PDF van het boek is voorhanden op het internet – zie: http://www.serendib.be/boeken/De-mens-voorbij.htm
4"Wij zijn de heersers der aarde, de koningen van de zee", aldus vangt het refrein aan van een strijdlied uit de nazitijd waarvan het auteurschap verborgen wordt gehouden - in het Duits getiteld: Der mächtigste König im Luftrevier. (Zie ook: https://www.neues-deutschland.de/artikel/8297.wir-sind-die-herren-der-welt.html )
'Complotdenkers'!? - Aflevering 2b: Een voorgeschiedenis van de huidige neonazi's (naar Gie van den Berghe, De mens voorbij)
'Complotdenkers'!?
Aflevering 2b: Een voorgeschiedenis van de huidige neonazi's1 (naar Gie van den Berghe, De mens voorbij2)
De wetenschap werd gebruikt als legitimatie voor de uitsluiting en de verminking van de armen. De voortplanting van mensen met slechte genen werd gecriminaliseerd en moest sterilisatie onder dwang verantwoorden. De dwangwet van Harry Laughlin uit 1922 stond model voor de nazisterilisatiewet.3 Guy van den Berghe schrijft: "De Amerikaanse natie moest op wetenschappelijke en legale wijze behoed en gezuiverd worden van mensen van het verkeerde slag. Weinigen vroeger zich af of dat zomaar kon in een democratie, integendeel, velen vonden dat absoluut noodzakelijk. Geen wonder dus dat er onder de dictatuur zoveel meer zal kunnen."4 Sterilisatie onder dwang werd ingevoerd in Vaud (Zwitserland) in 1928, in Denemarken (1929), in Alberta (Canada) (1928), in British Columbia (Canada) (1933), in Zweden en Noorwegen (1934), in Finland en Danzig (1935), in Estland (1936). "In Zweden werden in de periode 1935-1976 minstens zestigduizend jonge vrouwen tegen hun wil gesteriliseerd. Mentaal en fysiek gehandicapte vrouwen die niet in staat waren om voor hun kinderen te zorgen, maar ook mensen met een zeer slecht zicht of een 'ongezonde seksuele appetijt."5
Eugenetica betekent dat een land zich van zijn unfits moet ontdoen en ter verantwoording wordt zelfs de Bijbel erbij gehaald (Exodus 20:5).6 In de jaren 1920-1930 werd op Amerikaanse handelsbeurzen reclame gemaakt voor eugenetica met waarschuwingen tegen rassenvermenging en degeneratie.7 van den Berghe citeert een redenering die reeds bij Darwin gangbaar was: "Hoe lang zullen wij Amerikanen, die zo zorgvuldig omspringen met de stamboom van onze varkens, kippen en vee, het ouderschap van onze kinderen aan toeval en 'blind' sentiment overlaten?"8
Op het door o.m. Winston Churchill bijgewoonde eerste internationaal congres over eugenetica o.l.v. Leonard Darwin op 24 juli 1912 in Londen, uit politicus Arthur Balfour de volgende kritiek: "We zeggen dat de fitten overleven. Maar het enige wat dat betekent is dat zij die overleven fit zijn."9van den Berghe: "De blijvende eugenetische bezorgdheid dat 'de biologisch fitten in aantal afnemen door daling van het geboortecijfer' moet volgens de doctrine van natuurlijke selectie verkeerd zijn. Want als families van hoger opgeleiden hun aantal niet op peil kunnen houden, betekent dat natuurlijk niets anders dan dat ze niet fit zijn."10
Maar de eugenetica radicaliseert: zwakzinnigen worden afgezonderd en gesteriliseerd en huwelijkskandidaten moeten een gezondsheidsattest voorleggen.11 En men wil ook de armen weg: "Een oppervlakkig meevoelend mens geeft de bedelaar een aalmoes; wie dieper meevoelt, bouwt een armenhuis; wie radicaal meevoelt zorgt ervoor dat de bedelaar niet geboren wordt."12 De Franse eugeneticus Charles Richet die deze sociale selectie bepleit en die zelfs aan pasgeborenen het recht op leven ontzegt, krijgt er in 1917 zelfs de Nobelprijs voor de Geneeskunde voor!13De Mental Deficiency Act uit 1913 ontzegt zelfs aan mensen die niet in staat zijn hun zaken fatsoenlijk te regelen het recht op vrijheid.14
"Tien jaar later [in 1926] zal politieke agitator Adolf Hitler in het korte nawoord bij Mein Kampfschrijven dat 'een staat die zich in het tijdperk van de rassenvergiftiging aan de verzorging van de beste elementen van zijn ras wijdt op een goede dag meester moet worden over de aarde'".15 En daar weerklinkt het Nazi-strijdlied:
"De machtigste koning van storm en van wind/is de arend geweldig en groot./De vogels zij sidderen en beven van angst/voor zijn snavel en klauwende poot./Als de leeuw verheft zijn gebrul des nachts/dan verschrikt hij de dieren ter wereld./Ja, we zijn de heersers der aarde, de koningen van de zee./Tiralala, tiralala, tiralala, tiralala, hoi hoi./Ja, we zijn de heersers der aarde, de koningen van de zee."16
Er is kritiek op de verregaande manipulatie van het volk, onder meer in Brave New World van Aldous Huxley (1894-1963) maar men blijft pleiten voor eugenetica, rassenhygiëne, sterilisatie en vandaag is dat consumptie-eugenetica geworden, een 'kind op maat', genen tegen woekerprijzen, 'egg freezing service', 'create your own genetically healthy child online' of de stunt van de eerste mannelijke zwangerschap.17
Maar het gaat gestaag richting staatsinmenging: "Op termijn kunnen trends in de gezondheidszorg, zoals de uitbreiding van genetische testen tot de hele bevolking en de alarmerende kosten-batenanalyses, tot meer centraal gestuurde eugenetica leiden. Biomedisch onderzoek en supervisie worden almaar grootschaliger, met steeds meer staatsinmenging."18 Met alle gevolgen van dien: "De Franse bioloog en geneticus Jacques Testart (...) verzette zich tegen bepaalde vormen van onderzoek omdat hij ervan overtuigd was dat ze tot nieuwe eugenetica zouden leiden. Hij (...) wijst erop dat eugenetica steeds meer in dienst komt te staan van het liberalisme en dat de tijd niet ver meer af is dat mensen geselecteerd zullen worden op concurrentievermogen."19
Uit deze uitweiding moge blijken dat in de menselijke zoektocht naar het goede beheer van de aarde, aberraties altijd al van de partij zijn geweest en dat de hypothese dat de huidige pandemie hier op de een of andere manier mee te maken heeft, allerminst moet beschouwd worden als een complottheorie maar veeleer als een reële mogelijkheid.20
(J.B.)
1Dit is het hoofdstuk 27 uit Panopticum Corona (Jan Bauwens, Serskamp 2021), pp. 450-458, getiteld: 'Wij zijn de heersers der aarde'.
2Berghe, van den, Gie. (2009). De mens voorbij. Over vooruitgang en maakbaarheid. 1650-2050, Meulenhof/Manteau. Een PDF van het boek is voorhanden op het internet – zie: http://www.serendib.be/boeken/De-mens-voorbij.htm
In de coronacrisis die bij ieder van ons nog vers in het geheugen ligt, deed zich een fenomeen voor dat bestempeld werd als 'complotdenken' en waarover nu nog steeds aldus geoordeeld wordt, al willen sommigen het liever allemaal verzwijgen omdat zij vrezen dat wij alsnog mogen hopen dat mettertijd de waarheid sowieso aan het licht zal komen.
Waar zich malafide politiek in het debat heeft gemengd, was het genoemde fenomeen ongetwijfeld van de partij maar als het adjectief 'malafide' verwijst naar opportunisme, belandt men met het hele thema in een wespennest omdat berekening met het oog op eigenbelang sowieso aan politieke activiteiten van ongeacht welk pluimage inherent is.
Een gezond wantrouwen in het 'systeem' dat onze zaakjes moet bedisselen is terecht omdat machtsmisbruik een kwaad is dat altijd om de hoek loert en men kan zelfs zeggen dat in een vrije marktsysteem waar de middeldoelomkering regeert, dit kwaad het goede overheerst: dienstbaarheid aan het volk als voorwendsel voor plundering. En hier volgt nu niet een 'maar' zoals in het leugenachtige maar courante antwoord: “U hebt volledig gelijk, maar...” en waarvan de vertaling kort en bondig luidt: “U hebt volstrekt ongelijk!” - integendeel.
Dat de actuele extreemrechtse wereldpolitiek alsnog blijkt weg te komen met de 'rechtvaardiging' dat onderhandelen enkel in een ideale en derhalve onbestaande wereld thuishoort en dat in de realpolitik waarbij zij zegt te zweren, alleen het recht van de sterkste mag gelden (“Diplomatie is voor Utopia, dus pakken wij gewoon wat wij hebben willen!”) illustreert niet alleen dat wantrouwigheid jegens het 'systeem' gezond kan zijn maar bewijst bovendien dat het een plicht is voor wie hun vrijheid en de menselijke vrijheid of de menselijkheid tout court willen gehandhaafd zien. De verwisseling van het doel met het middel is dermate ingeburgerd dat dit het nieuwe normaal werd, wat betekent dat kritiek daarop bestraft wordt met excommunicatie, en dit zonder verantwoording of rechtvaardiging omdat de afwijking van de norm sowieso als misdadig opgevat wordt.
Opportunistisch als het is, gebruikt het 'systeem' nu deze dwang uitgaande van het groepsinstinct om te kunnen ontkomen aan het principe van de verantwoording en derhalve om à volonté onrecht te kunnen plegen. En het gaat hier nota bene niet om een terugkeer naar de natuur met haar recht van de sterkste: deze misdaad heeft een absoluut karakter daar zij bewust en berekenend het recht van de sterkste door het rechtssysteem wil verdedigd zien, dus in principe ook door wie daardoor onrecht ondergaan: deze gruwel transformeert aldus voorrechten tot rechten.
Dat wantrouwen jegens het 'systeem' terecht is, en dus een recht, maar bovendien een plicht, laat zich ook anderszins zien, met name in de door het systeem hardnekkig gehandhaafde maar zich even hardnekkig verbergende praktijk van de beschuldiging van haar slachtoffers.
Met betrekking tot de al dan niet vermeend complotterenden inzake de coronacrisis is dat duidelijk en wel omwille van verschillende redenen: het machtssysteem dat zich sowieso wil handhaven, acht zichzelf volmaakt, het pleit zich vrij van elke mogelijke onvolkomenheid en verdedigt met hand en tand haar uitschuivers ten koste van de waarheid, zoals elke leugenaar dat doet. Het heeft een totalitair karakter en het verwisselt derhalve haar eigen fictie met de werkelijkheid, waarbij bij uitstek het kwaad dat zij verricht, in de schoenen van haar slachtoffers wordt geschoven.
We herhalen hier ons voorbeeld van intussen enkele jaren geleden omdat het exemplarisch is voor de gang van zaken op zowat elk terrein waarop dit zwartepietenspel door het systeem bedreven wordt, precies omdat het zodanig onzichtbaar wordt gemaakt dat haar slachtoffers gaan meehelpen aan de handhaving ervan.
We bespraken hoe de maatschappelijke veroordeling van homoseksualiteit in wezen neerkomt op de veroordeling van mensen , meer bepaald bij de verklaring van de oorsprong van de uitdrukking “uit de kast komen”. Wie uit de kast komen, zijn daar op een keer ook in opgesloten en in feite gaat het veeleer om een kist want de slachtoffers van die gemene handelwijze uit de tijd kregen de opdracht zichzelf te verloochenen en hun leven te ruilen voor een toneel. Dat gebeurde doorgaans in de puberteit van de betrokkenen met de medewerking van de notabelen, zijnde de pastoor en de huisarts, die immers aan de betrokkene diets maakten dat deze zijn familie tot schande zou brengen als hij of zij zich niet levenslang verborg, wat in feite neerkomt op het lot van levend begraven te worden nadat men werd veroordeeld en gekist.1
Tot niet zo heel lang geleden gold homoseksualiteit hier als een ziekte en in meer religies geldt ze nog altijd als een zonde, waarmee de politiek middels het (religieuze en naderhand medische) systeem haar eigen falen op de rug schuift van de slachtoffers die ze ermee maakt.2 Het systeem doet hetzelfde met alle andere ongewensten, waaronder bovenal moet verstaan worden: allen die al dan niet terecht economisch onrendabel worden geacht, onder wie vrouwen, kinderen, gehandicapten, zwakkeren, ouderen, zieken,vreemdelingen, vluchtelingen, mensen zonder papieren of zonder rechten en zo meer.
Mensen zijn beïnvloedbaar en als kuddedieren extreem beïnvloedbaar door gezagsargumenten, wat de detectie bemoeilijkt van het mechanisme achter hun onterechte veroordeling (die zoals gezegd het falen van wie de veroordeling uitvaardigen, moet verkappen), vooral als dit een instrument is van een heersende religie of van een wetenschap, bij uitstek de geneeskunde, die hier vandaag de religieuze taken stelselmatig overneemt, vooral inzake de verschuiving van zonde naar ziekte. In de twee gevallen wordt de schuld bij het slachtoffer gelegd en wast het systeem zelf zich schoon van elke blaam.
Vaak leidt het er zelfs toe dat de veroordeling die schuilt achter de diagnose, die immers een taxering of een vorm van demonisering inhoudt, ziekmakend is vanwege enerzijds het voor slachtoffers verleidelijke ziektegewin en anderzijds de neiging tot het wegwerken van de cognitieve dissonantie waarvan zij te lijden hebben.3 De diagnose geeft de patiënt een verleidelijke, valse geruststelling en hij weet dan ook zijn eigen malaise te plaatsen, zij het tegen de prijs van zijn autonomie of vrijheid. Het 'systeem' dat kapitalistisch en derhalve leugenachtig is, doet dat echter niet en volgt de slinkse weg van de zogenaamde 'compartimentering', een begrip van de Nederlandse socioloog Abram de Swaan, waarmee onder meer het gemak waarmee misdaden worden begaan, verklaard kan worden.4
Een bedrieglijk systeem heeft ook geen nood aan een eigen consonantie omdat het geen psychè heeft en dus niet psychisch kan lijden; het wil die alleen kunnen voorwenden zoals een bedrieger een dubbele boekhouding behoeft om zijn bedrog te kunnen maskeren. Systemen zijn geen personen en derhalve kan van hen niet worden geëist dat zij verantwoording afleggen; het is een dwaling om te denken dat zij ook maar het geringste menselijke vertrouwen waard zouden kunnen zijn.
Vandaar neigt het neoliberalistische totalitarisme ertoe om onze vrijheid die het valselijk als haar streefdoel voorwendt, aan de ketenen te leggen en wel op een bijzonder verborgen en dus moeilijk te bestrijden manier: het tracht de rechten van LGBTQ+-personen terug te schroeven, voert het racisme opnieuw in alsook de slavernij, met name in de vorm van een schaamteloos gepropageerde herkolonisering. En het moet dan ook geen verwondering wekken wanneer na de abortus- en de euthanasiewetten, ook werk gemaakt wordt van algemene massamoordpartijen waarbij, zoals in een Europees totalitarisme van welhaast een eeuw geleden, in den duik alle economisch onrendabele mensen van het leven worden benomen. Als die niet al aan de gang zijn!
“De veroordeling van de 'verkeerde' mensen door de nieuwe financiële en politieke elite die zoals voorheen onveranderd bestaat uit dezelfde dienaren van Mammon, krijgt voortaan gestalte in onaantastbare, heilige, want wetenschappelijke vormen: het in het leven roepen van een research naar de oorzaken van homoseksualiteit verkapt a priori de stelling dat mensen die met betrekking tot dit thema niet beantwoorden aan het traditionele concept, ongewenst zijn - indien zij niet meteen fysiek worden uitgeschakeld, dan dienen zij toch verbannen of 'verbeterd' te worden, 'bijgewerkt', zoals dat gebeurt met zaken die het aandurven om weerstand te bieden aan de gekende vormen van manipulatie die erop gericht zijn om nog uitsluitend bestuurbare en vervangbare massaproducten te fabriceren welke passen in het kraam van Mammon.
Zo kan naast misdadige wil alleen nog onverstand verantwoordelijk zijn voor het koortsachtig zoeken naar de oorzaken van homoseksualiteit. Immers, wie zich er terdege rekenschap van geven dat homo's zich door de band niet voortplanten, krijgen meteen de verklaring in de schoot geworpen voor het feit dat actueel de overgrote meerderheid van de mensen (en van de dieren?) heteroseksueel gericht zijn en dat 'slechts' vijf percent van de bevolking zich tot de homopopulatie kan bekennen. Want dit is het geval gesteld dat er een 'homo-gen' zou bestaan: het gen plant zich dan bijna niet voort.
Inderdaad, er bestaat niet zoiets als een 'homo-gen', het gaat veeleer om een wellicht bijzonder moeilijk na te speuren complex conglomeraat van fysieke constituties welke resulteren in de seksuele geaardheid in kwestie die dan ook kan beschouwd worden als slechts een 'bijwerking' van die fysieke condities. Maar de zaak is dat dit helemaal geen verschil uitmaakt met betrekking tot de conclusie van hier boven: het bestaan van een 'homo-gen' wordt overbodig om uit te kunnen leggen waarom een meerderheid van de bevolking heteroseksueel geaard is, de uitleg dat homo's zich niet voortplanten, volstaat.
Ook vermeende 'foute' identificatieprocessen tijdens de opvoeding en ongeacht welke andere mogelijke invloeden worden overbodig als verklaring omdat de natuur geen enkel wezen in een welbepaalde richting stuurt zodat de seksuele geaardheid van een mens wordt bepaald zoals van een opgegooid geldstuk bepaald wordt of het op kruis valt of op munt: de verdeling is fifty-fifty; mannen vallen niet op mannen of op vrouwen en ook vrouwen vallen niet op vrouwen of op mannen maar mensen vallen op mensen en over de kwestie of dat dan mannen zijn of vrouwen hebben de betrokken personen helemaal niets in de pap te brokken omdat die zaak uitsluitend door (natuurlijk) toeval wordt beslecht.
Maar als het feit dat homo's een minderheid vormen het gevolg is van het feit dat zij zich (door de band genomen) niet voortplanten, dan kan de homoseksuele geaardheid bezwaarlijk nog als een afwijking worden beschouwd omdat het in de minderheid zijn van de homo's het gevolg is van een gedrag (namelijk het voortplantingsgedrag en meer bepaald het feit dat hun seksualiteit niet tot voortplanting kan leiden).
Bovendien is ook het teleologisch argument dat homoseksualiteit veroordeelt, achterhaald: dit argument betreft de 'afwijking' waarbij koppelvorming onder mensen van hetzelfde geslacht de voortplantingsfunctie zou missen. Maar de voortplanting is slechts één van de vele mogelijke functies van de seksualiteit en het verengen van de seksualiteit tot haar voortplantingsfunctie volgt uit helemaal niets anders dan uit de zingevingsdrang die ons in feite helemaal niet toekomt en die slechts eigenbelang verkapt omdat het daar in wezen gaat om het opdringen van ons eigenste willetje aan de dingen - zoals elders aangetoond.
Edoch, van zodra men het inzicht eigen is dat bij koppelvorming door de betrokkenen van nature helemaal geen rekening wordt gehouden met hun geslacht, vervalt eveneens de inhoud van het concept van de seksuele geaardheid. Omdat koppelvorming zich wars van de geslachtelijkheid van de betrokkenen voltrekt, is er ook helemaal geen 'geaarheid' nodig om die te verklaren, wat in feite betekent dat dit concept een spook is, een soort zinsbegoocheling, iets dat slechts een schijn van betekenis heeft.
Uit deze eenvoudige vaststellingen volgt dan uiteraard dat het moreel problematiseren van de 'seksuele geaardheid' - precies omdat zij niet eens bestaat - een misdaad is jegens alle betrokkenen die daar hinder van ondervinden. En over die hinder moet men het hebben omdat zij in de plaats getreden is van de gaskamers van weleer. De gaskamers waren, weliswaar een tijdlang nadat de gruwel zich had voltrokken, fysiek aantoonbaar. De 'hinder' daarentegen welke resulteert uit de allernieuwste vormen van vervolging, is nog minder zichtbaar dan het gifgas waarmee Hitler de mensen die hij haatte om het leven bracht maar zij is niet minder dodelijk.
Die hinder is er, zoals algemeen geweten, in de vorm van discriminatie maar eigenlijk is het gebruik van deze termen oneigenlijk omdat de betrokkenen in de eerste plaats door hun veroordeling het slachtoffer worden van ontmenselijking en ontmenselijking is een misdaad van een heel ander type dan discriminatie. Discriminatie heeft te maken met rechten en met voorrechten, terwijl de misdaad van de ontmenselijking veel dieper ingrijpt in het leven van het slachtoffer. Het bewuste proces van ontmenselijking ontsnapt nog steeds aan het begrip van zelfs geschoolde hulpverleners omdat dit begrip een empathisch vermogen vereist dat niet vanzelfsprekend is en die kwestie kan ook zeer concreet worden gemaakt.
De uitdrukking “uit de kast komen” werd inmiddels gemeengoed maar het is allerminst overbodig haar betekenis te verklaren: van mensen over wie gezegd wordt dat zij met betrekking tot hun seksuele geaardheid uit de kast gekomen zijn, moet uiteraard worden aangenomen dat zij ooit in een kast terecht kwamen. Meer bepaald zijn zij daar in gestopt en dat is het werk van meerdere personen die al dan niet bewust in dienst staan van een homofobe cultuur, zoals die gangbaar was in de katholieke middens tot zowat twee generaties geleden. Een puber vertelt aan zijn ouders dat hij homo is, wat angst, hysterie en schaamte teweeg brengt omdat die geaardheid door de homofobe cultuur in kwestie niet alleen als afwijkend wordt beschouwd, zoals het hebben van te korte benen, maar meteen ook als immoreel. De ouders van de puber stappen naar een vertrouwenspersoon en raadgever die vaak de huisarts is - tot voor kort meestal een man. De huisarts laat het kind bij zich ontbieden en die vertelt hem met een geveinsde vertrouwelijkheid dat homoseksualiteit weliswaar niet langer verboden is maar desalniettemin zondig en vooral: dat het blijk geven van die geaardheid door een navenant gedrag, schande brengt over de betrokkenen.
Er is een zeker begrip voor die geaardheid, zo vertrouwt de arts aan het kind toe; je kan het dus wel doen, maar breng dan ook begrip op voor je ouders: beloof mij dat zij het niet aan de weet komen, zij zouden daar immers eeuwig onder lijden want het is hoe dan ook een schande om een homokind te hebben, dat kun je toch begrijpen?
En wat kan een puber met blind vertrouwen in zijn opvoeders anders nog doen dan een lot alsnog te aanvaarden dat echter door geen mens kan gedragen worden omdat de inhoud daarvan, die pas na het verdict en met mondjesmaat zal doorsijpelen, niets anders inhoudt dan het levend begraven worden van een nog springlevend kind in een kast? En men spreekt wel over een kast omdat er geen lijk in ligt maar in feite gaat het om een kist met daarin een mens die weliswaar dood lijkt omdat hij zwijgt maar dat zwijgen werd hem opgelegd 'voor zijn eigen goed' omdat hij door te spreken alleen zichzelf nog kon ter dood veroordelen.
Ik heb je ouders gerustgesteld, zo werkt de arts dan verder het voorgeschreven programma af: ik heb hen verteld dat het gaat om een neiging eigen aan de puberteit, een tijdelijke neiging. En je bent verstandig, je ziet al waar ik heen wil want er is een oplossing voor jouw probleem. Je ouders zullen je binnenkort vragen hoe het met je gaat op dat gebied. Je begrijpt toch wel wat je hen dan moet antwoorden? Inderdaad, vertel hen dat ze op twee oren mogen slapen, vertel hen dat het over is.
Dit kind daarentegen zal alleen nog slapeloze nachten kennen. Dit kind slikt omdat het zijn ouders moet beliegen maar omdat het gelooft wat de dokter zegt, begrijpt het ook de noodzaak van wat in zijn verdere explicatie door de geleerde man wordt voorgesteld als een 'leugentje om bestwil'.
Nu is het op het ogenblik dat het kind aan de arts belooft die instructies te zullen volgen, dat het eigenhandig in die kast stapt. Vroeger was het echt een kist, vandaag is het althans in onze contreien en in het merendeel van de gevallen gelukkig een kast omdat daarvan gezegd kan worden dat men er weer uit kan komen. Vroeger kon dat niet en in zekere conservatieve culturen kan dat nog steeds niet.
Het kind doet een belofte, zij het op grond van leugenachtige informatie, en het komt die ook na omdat kinderen, in schril contrast met de meeste volwassenen, trouw zijn: het kind leeft aanvankelijk aseksueel maar van zodra het enige zelfstandigheid heeft verworven, gaat het ofwel levenslang een rol acteren (in vele gevallen stapt het in een heterohuwelijk met op de koop toe kinderen en al hoeft dit op zich geen ramp te worden: vaak leidt het tot een immens lijden of een drama) ofwel gaat het deelnemen aan het sociale leven van gelijkgestemden, wat dient te gebeuren in een subcultuur want niet-homofiele verwanten moeten zoals door het kind beloofd voor schande worden behoed.
Het vergt een portie empathie om zich de miserie voor de geest te kunnen halen waarmee een mens van voor de tijd dat hij volwassen is, bedeeld wordt en dan nog door degenen die hem het naast aan het hart gelegen zijn maar het hoeft geen betoog wat dit zal betekenen voor wie dat te verwerken krijgen omdat dit gewoon niet te verwerken is.
Dat ondanks de vermeende welstand, de economische en de technologische vooruitgang, de talloze mogelijkheden om met allerhande wantoestanden komaf te maken, de toegang tot informatie voor principieel iedereen en het bestaan van instituties die beloven te waken over rechten en over mensenrechten, het vandaag alhier nog mogelijk is om partijen te stichten die geheel openlijk een homofobe of een anderszins discriminerende politiek voeren, is bijna onbegrijpelijk als men niet aanneemt dat die partijen in feite de wil vertolken van de mensen zelf, die onmiskenbaar wolven voor hun medemensen zijn.
En zoals iedereen dat kan vaststellen, zelfs met gesloten ogen, verslinden zij, exact zoals wolven dat doen, vooreerst de zwaksten: de ongeborenen, die immers nog geen burgers zijn, geen burgerrechten hebben en openlijk ten prooi zijn aan de massamoord van abortus provocatus; de ouderen die in de modieuze maar waanzinnige media als lastpakken worden afgeschilderd, lastpakken voor de anderen wegens hun economisch negatief nut maar ook lastpakken voor zichzelf die, als ze het maar willen inzien, maar beter voor euthanasie kunnen opteren zodat zij zelf de kist in stappen, geheel vrijwillig en alleen door inzicht gedreven, zoals ook homo's dat doen, in blind vertrouwen op hen die zich hun leiders noemen en die misschien niet geheel verantwoordelijk zijn voor hun geluk maar wel voor het ongeluk dat ze hen toestoppen met een gemene list, uitgebroed door een maatschappij die derhalve alleen de naam van 'samenzwering' verdient.
Op 9 juni trekken wij naar de stembus, de stemming is geheim, zij eist van ons geen enkele verantwoording voor wat wij doen onttrokken aan het oog van allen en hierin schuilt het kwaad: het wordt beschermd door de krachten van de duisternis, men kent aan de moord het recht toe om zich te onttrekken aan het licht. En dit zijn allemaal vruchten van de criminele samenzwering die wil doorgaan voor een samenleving. Toen ik onlangs een bezoek bracht aan een bejaarde en die vroeg om raad inzake de stembusgang, kreeg ik het volgende devies: “Stem alsof je het in het openbaar moet doen, op een podium waar iedereen je kan vragen wat je motieven zijn.” (Cf.: Tisallemaiet, onze tekst d.d. 29 mei 2024: https://blog.seniorennet.be/tisallemaiet/archief.php?ID=2602169 )
3Cognitieve dissonantie is onaangenaam en als handelingen en overtuigingen onderling tegenstrijdig zijn, tracht men die te herinterpreteren met het oog op consistentie.
Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 20: âAlles van waarde is weerloosâ
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 20: “Alles van waarde is weerloos”
Kris Lippeveld, Pareidolie, antropomorfisme, animisme (2026). Met dank aan de kunstenaar.
In het Atheense feest de Chaldeia werden zij samen gevierd: Athena, de godin van de wijsheid, de edele krijgskunst, de beschaving, de ambachten en de schone kunsten, en Hephaestos met de sterke armen, de god van het vuur, de smeedkunst en de ambachten, schepper van de schone Pandora en, als wapensmid van de helden en de goden, de smid van Poseidons drietand, Herakles' schild en het borstharnas van Achilles. Athene en Hephaestos hadden derhalve niet alleen met de oorlog te maken, zij waren ook de patroons en de inspiratiebronnen van de plastische kunstenaars waarvan het gros zich nu geëngageerd met artistieke wapens tegen de oorlog keert.1
Hephaistos of Vulcanus, ook Mulciber geheten, is een van de twaalf goden van het Pantheon van de Hellenen; hij werd gebaard door Hera zonder de tussenkomst van een man en omdat hij zo lelijk was, werd hij in zee geworpen waar nimfen hem grootbrachten, waarna hij van de dwerg Kedalion de smeedkunst leerde; zijn atelier bevond zich onder de vulkanen waar Cabeiren en Cyclopen hem bijstonden.2
Het schilderij, getiteld: “Pareidolie, antropomorfisme, animisme” van Kris Lippeveld lijkt met zijn man van lava naar Hephaestos te verwijzen maar ook naar het animisme, tegenpool van het materialisme en aldus een veroordeling van het niets en niemand ontziende neoliberalistisch kapitalisme dat uitmondt in geweld en in de vernietiging van het leven. Voor animisten zijn niet alleen mensen maar ook dieren, planten en stenen met leven bezield; die opvatting vereist respect voor het mysterie en biedt verzet tegen de materialistische ideologie wiens hoogdagen neigen naar hoogmoed met in haar zog de val. Bij pareidolie worden in de dingen figuren herkend die alleen binnenin onszelf bestaan en antropomorfisme is het projecteren het menselijke op dieren en dingen. De drie termen verwijzen naar een opwaardering van de heden genegeerde maar tegelijk begeerde poëtische facetten van een suggestieve werkelijkheid waar ten langen leste iedereen voor leeft en naar streeft omdat alle materie hunkert naar bezieling - het bezit van een radio is geen eindwaarde, het beluisteren van muziek is dat wel.
En zo is kunst niet iets om te bezitten, kunst wrikt zich heden uit de tentakels van de geldgod los, bevrijdt zich van musea en concertzalen, overstijgt tijd en ruimte, verspreidt zich via internet en andere middens die vooralsnog niet aan banden liggen; ofschoon onbetaalbaar heeft kunst lak aan geld en aan privaatbezit omwille van haar universaliteit: iedereen herkent wat waar is, schoon en goed maar zoals de dichter het verwoordt, is alles van waarde weerloos.3
(J.B., 12 maart 2026)
1 In deze door polarisering en oorlog getekende tijd zijn dat John Heartfield in Nazi-Duitsland met zijn alleszeggende collage uit 1932 getiteld: “Krieg und Leichen - Die letzte Hoffnung der Reichen” (Cf. https://heartfield.adk.de/node/5854 ), en in zijn zog eenreeks zich in de strijd werpende verzetshelden, authentieke hedendaagse tekenaars en schilders die naar de kern gaan van de malaise die nu als een kanker in de wereld woekert en die zoeken hem te duiden en te vatten omdat aan elke mogelijke remedie een diagnose moet voorafgaan, een doorzien van het probleem, wat lastiger nog is dan de behandeling. (Cf.: J.B., Over de oorsprong van de oorlog. Aflevering 10: De oorlog en de parels. Cf.: https://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3363632 ).
2De mythologische context is als volgt: kunst haalt al haar krachten uit de oertijd: Chaos wordt bevrucht en zo geordend door Eros en aldus ontstaan de Hemel (Ouranos) en de Aarde (Gaia), de Hel, de Dood, de Slaap, de Twist alsook het Recht. De kinderen geboren uit vader Hemel en moeder Aarde worden door hun vader opgeslokt maar moeder Aarde redt haar jongste telg, de Tijd (Kronos). Die ontmant zijn vader, werpt zijn organen in de zee die dan gaat schuimen en zo de Liefde (Aphrodite) voortbrengt. Kronos huwt zijn zuster Rhea en ook hij verslindt zijn kinderen, doch Zeus, de jongste, wordt gered: hij geeft zijn vader een door Metis gebrouwd braakmiddel en redt zo zijn broers en zusters. Zeus, nu de oppergod, huwt zijn zuster Hera, krijgt veel buitenechtelijke kinderen en als wraak baart Hera zonder de tussenkomst van hem of van een andere man, de lelijke Hephaestos die zij ontgoocheld in zee werpt en die daar door nimfen grootgebracht wordt en van de dwerg Kedalion de smeedkunst leert. Onuitgemaakt of nu Zeus ofwel zijn zoon Hephaistos Metis had bezwangerd, at, na een ruzie met Hephaestos, Zeus zijn nicht Metis op maar zij verteerde niet, zij steeg hem naar het hoofd en veroorzaakte zo'n migraine dat Hephaestos hem moest verlossen door zijn hoofd te klieven met een bijl. (Kris Vansteenbrugge, Uit het schuim van de zee. De Griekse Mythologie in 136 verhalen, uitgeverij Heras 2012 (2011), pp. 13-27.) “En ziet: uit het hoofd van Zeus steeg een volwassen vrouwspersoon op, fier rechtop, gehelmd en geharnast, met lans en schild. Het was Athena.” (Kris Vansteenbrugge, o.c., pp. 28-29. ) (Cf.: https://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3363632 ).
3“Alles van waarde is weerloos” is een beroemde versregel van de Nederlandse dichter en schilder Lucebert.
11-03-2026
Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 19: Robotisering en geweld
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 19: Robotisering en geweld
Dat geweld robotiseert, betekent dat daar waar aan mensen de vrijheid wordt onthouden omdat hun doen en laten gestuurd wordt door conditionering middels geweld, zij ermee ophouden mens te zijn en zij veranderen in willoze, gehoorzame automaten zoals ook gebeurt met gedomesticeerde dieren.
Maar ook het omgekeerde geldt: robotisering maakt de weg vrij voor geweld omdat daar waar egalisering van een groep middels het opleggen van een sturende ideologie en moraal deze groep eendrachtig maakt, de macht die daaruit resulteert niet in handen van de groep zelf berust maar wel bij wie de groep manipuleren.
De aan een groep opgelegde eendracht geschiedt in functie van nog meer groepsmanipulatie in de vorm van dwang, welke bij ongehoorzaamheid overgaat in het geweld dat zich in die dwang verbergt. Het in de groep naar binnen sluipen van controle van buitenaf gebeurt aldus door middel van een tweespan - 'Baai en Blesse'1 - waarvan in ons verhaal Baai fysiek van aard is - het geweld - en Blesse psychisch - de plichtsethiek. De perfecte combinatie van die twee in één enkel instrument dat zowel de gewelddadige als de morele dwang omvat, verwezenlijkt zich in het geld, waarover niet zonder redenen gezegd wordt dat het de zweep is van destijds.
Nu zou geld volstrekt waardeloos papier zijn indien er niet de stok achter de deur was welke de macht ervan ook hard maakt als een reële dreiging en die stok is uiteraard de wet waarvan de opvolging wordt afgedwongen door een fysiek apparaat dat het gemunt heeft op de lichamen van hen van wie gehoorzaamheid verlangd wordt. En de werkzaamheid van dit systeem is te danken aan onze lichamelijkheid en meer bepaald aan onze gevoeligheid voor pijn en aan de kwetsbaarheid of dus de vernietigbaarheid van ons leven. Ons lichaam is het pand waarmee wij worden gechanteerd.
Zolang een groep gehoorzaamt aan zijn manipulator, is geweld onnodig en zelfs schadelijk voor alle partijen maar de afwezigheid van zichtbaar geweld is bijzonder verraderlijk omdat achter elk systeem dat gehoorzaamheid opeist een macht schuilt die op geweld is gebaseerd. Zo bijvoorbeeld is het katholicisme met zijn zogenaamd christelijke ethiek ontkoppeld van de wereldlijke macht volstrekt ondenkbaar en het dankt zijn succes aan de complexiteit van het instrumentarium waarmee het deze macht en dit geweld weet te verbergen. Waar de ontkoppeling aan de orde is omdat andere belangengroepen nieuwe stelsels introduceren, kan men de leegloop van de kerken aanschouwen, de ridiculisering van de voorheen zo serieus genomen 'waanzin' en de totale krachteloosheid van de leiders die, bijvoorbeeld, ten tijde van de Tweede Wereldoorlog er nog moeiteloos in slaagden om hele legers jongeren naar het oostfront te lokken of dus de dood in te jagen.
Religie - maar ook andersoortige moraal - lijkt zoals muziek de zeden te verzachten maar zij doet dat alleen maar omdat zij - zoals muziek - met haar cadans de massa in het ritme van de maatstrepen houdt, welke de (beschikbare) tijd opdelen in (bezette) fragmenten die feitelijk toebehoren aan wie de uitvoering van het muziekstuk dirigeren. Elke uitschuiver wordt direct gehoord en afgestraft door eenieders strenge blikken of door algemeen gelach en dit soms adembenemend mooie en meeslepende want exalterende keurslijf, uit louter trillingen gefabriceerd, maakt elk fysiek geweld totaal overbodig: alle uitvoerende muzikanten doen middels zelfdiscipline van kindsbeen af hun uiterste best om geen fouten te maken en dus om volstrekt onopvallend te blijven, om niet uit de toon te vallen, om eendrachtig zoals robots te doen wat van hen verlangd wordt, en dit élke seconde opnieuw - zelfs een slipper van één tiende seconde wordt onmiddellijk door iedereen opgemerkt. De dirigent heerst over de tijd van elk van zijn muzikanten en er rest gewoon geen tijd meer waarin nog iets anders mogelijk zou zijn dan volgen.
Op die manier verbergt de schoonste vrede soms het meest afzichtelijke geweld, het is immers geen sinecure om reeds kleine kinderen zo te hersenspoelen dat op elke seconde van hun verdere leven beslag wordt gelegd. Dat men uiteindelijk bereid is om te gaan sneuvelen aan een oorlogsfront middenin de vernietiging van al het moeizaam opgebouwde, bewijst dat de beschreven eendracht niet door vrijwilligheid en samenwerking wordt gedragen maar door louter dwang uitgaande van mensverachters.
Traagzaam trekt de witte wagen door de stille strate toen, en 't is wenen, en 't is klagen dat ze bin' de wijte doen! Stap voor stap, zo gaan de peerden, traagzaam, treurig, stille en stom, en zij kijken, of 't hun deerde, dikwijls naar hun meester om; naar hun' meester, die te morgen zijn beminde peerdenpaar, onder 't kammen en 't bezorgen, zei de droeve nieuwemaar. 'Baai,' zo sprak hij, 'Baai en Blesse, heden moeten... stille! fraai! moeten wij naar de uitvaartmesse, met de wagen, Blesse en Baai!' En toen, na zijn hand te doppen in 't gewijde water klaar, zegent hij de hoge koppen van 't onachtzaam peerdenpaar. En hij kust en kruist ze beiden, en "gij," zegt hij, "Blesse en Baai, moet een lijk naar 't kerkhof leiden Baai en Blesse, stille! fraai! Schuimen zoudt ge en lastig zweten, zo 'k u zonder wete liet van de mare, en zoudt verheten, gave ik u den zegen niet!" En hij zelve kruist en wijdt hem eer hij ze in de breidel vangt, met het water, dat bezijd hem aan de ruwe bedspond hangt. Want hij slaapt bij zijne beminde peerden en bezorgt ze trouw, trouwer als voor eigen kinde eigen moeder zorgen zou. Hij besproeit, en met gewijden pallem speerst hij peerd en stal, om de lijkvaart te bevrijden van gevaar en ongeval. Ha! wie weet hoeveel gevaren die niet hebben uit te staan, die met peerden, - God bewaar' hen! - die met hunne meesters gaan? Traagzaam rijdt en rolt de wagen, treurig door de strate voort, en 't is krijsen en 't is klagen, dat men onder 't dekzeil hoort. Stap voor stap zo gaan de peerden, ziende naar hun meester om; stap voor stap, alsof 't hun deerde, traagzaam, treurig, stille... en stom!
Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 18: Polarisering
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 18: Polarisering
De verwerping van de mondiale instellingen inzake milieuzorg, geneeskunde, rechtspraak, diplomatie en politiek door de huidige extreemrechtse regering in de VS, gekoppeld aan hun 'uitnodiging' om politiek, economisch en militair hun kant te kiezen, is uiteraard een regelrechte daad van mondiale polarisering die, als hij klakkeloos wordt opgevolgd, zonder ook maar de geringste twijfel in niets anders kan uitmonden dan in een nieuwe wereldoorlog.
De term 'uitnodiging' zetten wij hierboven tussen aanhalingstekens omdat hier in feite dwang wordt uitgeoefend, getuige de ongehoorzaamheidstaksen en de bemoeienissen vanwege de usurpator in politiek en rechtspraak, vooral dan op het punt waar wij geacht worden om mee te betalen voor door de VS opgezette agressieve oorlogen alsook voor een niet onder stoelen of banken gestoken plan tot herkolonisatie, wat in werkelijkheid neerkomt op de herinvoering van de slavernij. De wereld wordt opnieuw verdeeld in het deel van de heren en dat van de slaven.
En dat deze woorden helemaal niet overdreven zijn, kan men vaststellen aan de hand van het gewicht van de eigen geldbeurs: de neoliberale 'upper class' alom ter wereld roomt heden met een ongekende gezwindheid de inkomsten van de ganse bevolking van haar vazallen af en ondervindt hiervan kennelijk niet veel tegenstand omdat het volk alhier alsnog zijn vertrouwen in zijn leiders stelt die echter zo corrupt zijn als de pest.
De vergelijking met het voorstel van straatbendes om burgers tegen betaling bescherming te bieden gaat volledig op omdat in de twee gevallen de agressor en de beschermer één en dezelfde instantie zijn. De politiek van de huidige VS kan worden samengevat in de simpele bedreiging vanwege de cowboys uit de Hollywoodproducties: “Uw geld of uw leven!”
(J.B., 10 maart 2026)
10-03-2026
Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 17: De troeven van de leugen
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 17: De troeven van de leugen
Wat zich in de jongste jaren afspeelt op het politieke theater en dan vooral op het theater van de wereldpolitiek is ongezien en wekt verbazing maar toch is in een democratie de handelwijze van toppolitici een betrouwbare weerspiegeling van het gedrag en van de opvattingen van de doorsnee burger die immers zelf zijn leiders heeft gekozen.
Waar eertijds nog een rem stond op onverdraagzaamheid en egoïsme, zijn we nu een drempel over die de drempel van de schaamte is en die is gesneuveld van zodra de voorheen verborgen onhebbelijkheden van de kiezer openlijk door de verkozenen worden uitgestald en voorgesteld als deugden. Schaamte immers is de angst voor schande terwijl schande ontstaat door het publiek worden van schuld maar als gezagdragers het zeggen en ook doen, hoeft niemand nog te vrezen dat hun nabootsing bestraft zal worden: de overname van hun ideologie met de navenante praktijken wordt dan zelfs een must en al wie achterblijven op dat vlak, worden beschouwd als 'niet mee met de tijd'.
We hebben de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken horen zeggen in een toespraak tot zijn Europese vazallen ter gelegenheid van de jongste veiligheidsconferentie in München dat we helemaal niet bang hoeven te zijn om oorlog te voeren en deze vertegenwoordiger van een keizer die zich de winnaar van de Nobelprijs voor de vrede waant, veroordeelde de wereldvrede in één adem met de milieuzorg, het wereldburgerschap, het geloof in onze internationale instellingen en in het internationaal recht en de diplomatie alsook de scheiding der machten die ons moet beschermen voor de zelfberechting van politici of de dictatuur.1 Maar wat meer is: enkele uitzonderingen niet te na gesproken, nemen alle ministers die standpunten klakkeloos over, ons allen aldus dwingend tot onderwerping aan de meest afzichtelijke usurpators en aan een gewisse slavernij met een garantie van meerdere generaties, zo niet eeuwen - edoch, eeuwen kan uiteraard de wereld op die wijze niet meer meegaan.
Het volslagen gebrek aan samenhang in de uitleggingen van de politieke wereldtop neemt inderdaad de laatste twijfel weg omtrent het feit dat wij allemaal worden ingepakt in een gigantische leugen die zelfs allang geen moeite meer doet om zichzelf te verbergen omdat zij sowieso alleen nog in het geweld gelooft: versta ons goed, zo declameren de schaamtelozen: wij onderhandelen niet langer, wij drijven geen handel meer, wij pakken gewoon wat we hebben willen en wie zal het ons beletten!?
Andermaal en tot vervelens toe maar desalniettemin andermaal weze het gezegd dat niet Trump en zijn gecompromitteerden deze wereld leiden maar wel de anonieme, volstrekt stuurloze en onverzadigbare hebzucht welke zich laat benoemen als de kapitalistische economie of het neoliberalisme, in religieuze middens bekend als het gouden kalf of de mammon, de geldgod. Zelfvernietigend is zoals elke zucht of verslaving ook de hebzucht of de machtswellust en zoals een heuse pandemie grijpt deze ziekte om zich heen en steekt zij allen aan; reeds zien wij hoe alom troonopvolgers in hun voorbeeldfunctie de fictie propageren van het meest misleidende heldendom ooit van de frontsoldaat terwijl zij aldus alleen maar de belangen dienen van het monster waaraan zij hun positie danken.
De doofheid en de blindheid voor een werkelijkheid die zich voltrekt voor onze ogen is, zoals een onpartijdig besje het verklaarde, grotendeels te danken aan het feit van de generatiewisselingen want blijkt het geen illusie om gaan te geloven dat het mensdom mettertijd verstandiger kan worden? Immers, als wij uiteindelijk de zaken gaan begrijpen, is de tijd gekomen dat men ons ten grave draagt en wij worden dan vervangen door kinderen die helemaal niets weten en wiens hoofden zullen worden gevuld met de leugens van de dag die destijds ook onze hoofden op hol hebben gebracht. Op die manier handhaven zich de fabels en de oorlog, het onrecht en de ficties van het wereldlijke toneel, de monsters en de dieven.
Over de oorsprong van de oorlog Aflevering 16: Gedoemd tot spoedig verdwijnen
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 16: Gedoemd tot spoedig verdwijnen
Waar in de drukke winkelstraten van onze wereldsteden ijverig op koopjes jagende toeristen op de stoep ongestoord voorbijlopen aan bedelaars, geknield en met de handen uitgestoken, kan niemand nog in twijfel trekken dat alle geluk en welvaart fake is en dat betekent dat van zodra het lot je van je geld berooft, niemand nog acht op je zal slaan, ook al zit je op de stoep geknield met uitgestoken handen, wat wel te verstaan geschiedt van het ene ogenblik op het andere en zonder dat ook maar iemand daarvoor op het matje zal worden geroepen.
Waar deze onverschilligheid heerst, moet je je portemonnee omklemmen alsof je leven ervan af hing want je leven hangt er inderdaad van af en dat wil zeggen dat één ogenblik van verstrooidheid fataal voor jou kan zijn. Het ogenblik waarvan sprake is de scharnier van het luik tussen twee werelden: de wereld van wie geld bezitten en de wereld van de armen; de wereld van wie meetellen en de wereld van wie dat niet doen; de wereld van wie respect genieten en de wereld van de onaanraakbaren; de wereld van wie familie hebben, vrienden en relaties en de wereld van wie moederziel alleen zijn; de wereld van wie vertoeven in the American dream en de wereld van wie geconfronteerd worden met de opgestoken middelvinger, de wereld van wie bestaan en die van wie zichzelf overleven.
Een ogenblik van verwardheid: het is te wijten aan een heel klein mankement, een zorg die plots opduikt in de gedachten, een kortstondige faling van de zuurstoftoevoer naar de hersenen door een vermoeid hart of gewoon de ouderdom die aanklopt om je erop te wijzen dat je tijd er bijna op zit want de wereld van het gouden kalf teert op jong bloed en veracht de grijze haren, hij wil onervarenen die nog vatbaar zijn voor de illusies waarmee hij hen betovert om hen dan voor zijn kar te spannen onder een cinema van beloften over welvaart en geluk.
Let er maar eens op: naarmate je ouder wordt, ga je de geldbeugel met steeds vastere greep omklemmen, de kramp kruipt in je hand, roversblikken hebben het al in de mot, je durft bijna de straat niet op vanwege de terechte vrees dat het je einde kan betekenen, in het land van het gouden kalf, waar niet alleen geluk maar ook het leven zelf verkocht wordt en genadeloos wordt onthouden aan wie dralen met betalen. Genadeloos vanwege de onverschilligheid van wie vooralsnog paraderen, op koopjesjacht, op de drukke boulevards van onze metropolen, en die genadeloos de bedelaars passeren, geknield, met uitgestoken handen.
De tijd verhardt, er wordt nu jacht gemaakt op schooiers, zij immers staan de grote leugen in de weg, lichten een tipje van de sluier op waarmee de waarheid toegedekt is, roet strooien zij in het eten van wie op de terrassen in de zon hun rijkdommen uitstallen, er elkaar de ogen mee uitsteken. Met stokken worden zij verjaagd zoals men zelfs niet met de honden doet, zij bekladden immers het straatbeeld dat het beeld is van de droom waarover men niet weten mag dat hij uitmondt in de oorlog.
Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 15: Oorlogspropaganda
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 15: Oorlogspropaganda
Zoals ook gebeurde ten tijde van de zogenaamde coronacrisis, worden ook nu ongewenste video's middels speciale programma's automatisch van de blogs en van het hele internet weggehaald. Wat erger is: ook de teksten worden onleesbaar gemaakt en dat gebeurt door ze ongevraagd en automatisch te vertalen van het Nederlands naar het Engels en dan terug naar het Nederlands; als dat enkele keren achtereenvolgens gebeurt, schiet er van de oorspronkelijke tekst uiteraard niet veel meer over. Dat hangt ook af van de instellingen van het toestel van de gebruiker en blijkbaar gaan wat dat betreft vooral de telefoons en de tablets hun eigen gangetje. In het vervolg zullen om die reden onze teksten vergezeld worden van een tekst in PDF, een publicatieformaat dat hopelijk moeilijker te saboteren valt.
(J.B., 3 maart 2026)
02-03-2026
Manufacturing Consent (Chomsky & Herman) â Over de leugenfabriek van de demon van het geld
Manufacturing Consent (Chomsky & Herman) – Over de leugenfabriek van de demon van het geld
Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 14: De toren van Babel
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 14: De toren van Babel
Misschien wel de belangrijkste oorzaak van de oorlog is het feit dat het lot van de mens verkeerdelijk verwisseld wordt met dat van de wereld: men probeert er immers voor te zorgen dat de wereld beter wordt en als dat ook maar kon, dan zou men wedden op de vestiging van een eeuwige, vredige paradijslijke burcht op aarde. Edoch, dit zou het lot van niet één menselijk wezen kunnen wijzigen: wij worden ter wereld geworpen, in het beste geval gaat het een tijdje goed, al zijn we ook dan nooit tevreden en misschien juist dan nog het minst, maar uiteindelijk takelen wij af en volgt een gewisse dood. Voor niet één mens wordt een uitzondering gemaakt en dat zou ook niet gebeuren als men erin zou slagen om van de wereld een vakantieoord voor iedereen te maken.
De vergelijking met de onderlinge verwisseling van onze gezondheid en de volksgezondheid gaat volledig op: Hitler verbeterde de volksgezondheid in Duitsland, niet door te investeren in de geneeskundige zorg maar door de artsen door beulen te vervangen en de zieken uit te moorden. De zaak is alleen dat er niet zoiets bestaat als 'volksgezondheid', het is een abstract begrip en geen mens heeft daar wat aan, het is een bedrieglijke sluier over de realiteit. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor de economie: bij een goed draaiende economie met mooie cijfers wint uiteindelijk niemand, in tegendeel: zij gaat zelfs ten koste van onszelf. En zo ook gaat het met al die andere menselijke maaksels: het zijn illusies en zij dreigen hun instrumenteel karakter te verwisselen voor hun heerschappij.
Wat baat het dat steden ons overleven, dat zij duizend jaar oud worden? Steden, beschavingen, de wereld? Het kan het lot van niet één mens veranderen. Bovendien treedt altijd overal gewenning op en zelfs heel snel. Wij achten onszelf vrij als wij zekere ketenen denken te hebben verbroken maar nieuwe ketenen nemen de plaats in van de oude, het is een spel waarvan het einde nooit in zicht kan komen omdat het verleggen van de grenzen sowieso moet botsten op onze nood daaraan. Wij bouwen alleen maar aan een toren van Babel, die echter niet kan blijven groeien omdat het materiaal dat naar de top versleept wordt om hem nog hoger te maken, onderweg voor herstelwerken zal stranden. De toren verandert dan spontaan in een kanker: hij slorpt al onze krachten op maar geeft ons niets meer in de plaats. De volksgezondheid is een toren, de economie, de beschaving, de wetenschap, de vooruitgang, de hele wereld is een toren waarin wij onszelf verliezen: ware het niet beter indien wij ons lot aanvaardden en de eenvoud waarmee alle dieren, planten en alle andere levende wezens vrede nemen?
(J.B., 2 maart 2026)
01-03-2026
Charlie Chaplin, The great dictator (1940) fragment
Charlie Chaplin, The great dictator (1940) fragment
Isfahan en het sprookje van de kernbom
Isfahan en het sprookje van de kernbom
Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 13: Geen oorlog kent een einde
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 13: Geen oorlog kent een einde
Spreken over de oorsprong van de oorlog kan niet zonder ook het einde ervan te bevragen maar uit alle getuigenissen uit de eerste hand blijkt dat aan een oorlog nooit een einde komen kan, zoals ook zo vaak verbeeld door kunstenaars die helaas maar zelden toegang tot de harten van de mensen krijgen.
Om te beginnen met het laatst genoemde, blijkt uit onderzoek ter plekke dat museumbezoekers en in casu bezichtigers van het Lam Godsretabel in de Sint-Baafskathedraal te Gent bij het buitenkomen van de kerk vaak denken dat het kunstwerk welgeteld drie luiken heeft: één centraal luik en twee zijluiken, een linker en een rechter. Over de geschiedenis van het werk wordt zelfs door zogenaamde kenners de grootste onzin verteld, al was het maar om er hun politieke gelijk mee te illustreren maar dat is dan alweer een heel ander paar mouwen. Het zijn allemaal groteske facetten van het nieuwe normaal ingevolge de zapcultuur die op haar beurt rechtstreeks uit de hebzucht volgt: men heeft het ene nog niet vast of men grijpt al naar het volgende en op die manier verliezen wie alles begeren zich in de begeerte zelf: zij bezitten niet maar zij zijn bezeten en de bezetenen hebben geen eigen hart meer, zij zijn handlangers geworden van een harteloze want anonieme, onpersoonlijke machinerie, een golem die het bestuur over zijn bestuurders heeft overgenomen, de slang die in haar staart bijt en die aldus zichzelf verslindt.
En zo is het de perversie van de huidige zogenaamde vrije welvaartswereld dat alle kunst hermetisch lijkt te zijn geworden: zij lijkt ingepakt in veelsoortige omhulsels en omheiningen en de woorden van een gids, bedoeld om deze sluiers weg te nemen en de toegangspoort te openen tot die andere wereld die op zijn minst de onze iets te zeggen heeft, blijken contraproductief, ze verwijderen de toeschouwer met zijn gulzige blik alleen maar van het zielenvoedsel en de banken her en der in kunstzalen blijven onbezet door de vreemde haast die alle mensen sinds het aanbreken van de nieuwe tijd tot zijn vertolkers heeft gemaakt en tot doofstomme blinde schimmen die ontsnappen aan de greep van de werkelijkheid zoals ook de werkelijkheid aan hun greep ontsnapt, zodat de wereld, daar hij zich van de hemel van de muzen heeft vervreemd, is gaan gelijken op de hades.
Toch is het dat wat zij bepleiten aan wie een bijzonder oor werd aangenaaid waarmee zij stemmen horen van hierboven: nimmer kunnen oorlogen worden beëindigd omdat zij definitief en onomkeerbaar zijn zoals de dood die zij verwekken en zoals ook het Zijn zelf declameert - “die verschrikkelijke Vishnu-gestalte, als duizend zonnen tegelijk'” - in woorden die de eeuwigheid trotseren: “'Ik ben de tijd die alles verslindt'.”1
(J.B., 1 maart 2026)
1Zoals geciteerd door Ludo Noens, in: Ludo Noens,Het ingebeelde universum. De ontregelende confrontatie met het onmogelijke, Aspekt, Soesterberg 2024, pag. 190. De context: Noens verwijst naar de woorden in de Baghavad Gita gesproken door Krishna [Vishnu] tot Arjuna:“(...) En wie zal er door de wijde oneindigheid van de ruimte de zij aan zij gelegen universa tellen, elk haar Brahma inhoudend, haar Visnu, haar Shiva? Wie kan in hen de Indra's tellen, al die Indra's zij aan zij, die tegelijk regeren in al de ontelbare werelden.'” (Ludo Noens, o.c., pag. 190.) “(...) Er zijn ontelbare universa buiten dit ene, en hoewel zij ruimtelijk onbegrensd zijn, bewegen zij zich als atomen in Jou. Daarom word je onbegrensd genoemd.'” (Ludo Noens, o.c., pag. 191.) In de Bhagavad Gita vraagt Arjuna aan Krishna [Vishnu] één keer diens ware, eeuwig, goddelijke gestalte te mogen zien. “Die verschrikkelijke Vishnu-gestalte - 'als duizend zonnen tegelijk' - blijkt het universum en alle leven daarin zélf te zijn, in al haar eindeloze en duizelingwekkende verscheidenheid. Arjuna ziet dan tot zijn ontzetting die grandioze diversiteit en uitgestrektheid samengevat als het lichaam zelf van de 'god der goden': een hallucinante gedaante met ontelbare armen en benen en hoofden en ogen en monden (…) 'Ik ben de tijd die alles verslindt'.” (Ludo Noens, o.c., pag. 191.)
28-02-2026
Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 12: De oorlog en de regenboog
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 12: De oorlog en de regenboog
Käthe Kollwitz
De stelling dat de oorlog het verlengstuk is van de economie, is alleen maar correct waar het gaat om een economie met een kapitalistisch karakter, wat betekent: een economie gebaseerd op het principe van het privaatbezit, hetwelke gegrond is in de hebzucht of in het egoïsme en dat type van economie, die het natuurlijke recht van de sterkste in de mensenwereld naar binnen lijkt te smokkelen, zal onvermijdelijk een concurrentieel karakter hebben.
Het fundament van het concurrentiemodel is de intermenselijke vijandigheid, het is de huldiging van het principe dat de mens een wolf is voor zijn medemens: homo homini lupus. Concurrentie geldt weliswaar ook in de sport maar omdat die, althans tot voor kort, niets te maken had met winstbejag, staat men daar elkaar niet naar het leven: sport is altijd een se disportare geweest, een zich ontspannen, wat inhoudt dat men de strijd die daar gevoerd wordt, niet au serieux neemt, maar speelt: het is een voorbereiding op de zelfhandhaving in een zeker maatschappelijk systeem. In de sport wordt ook rekening gehouden met de validiteit van de deelnemers, men dient met andere woorden 'sportief' te strijden: mannen mogen niet tegen vrouwen worden uitgespeeld of volwassenen tegen kinderen en die morele eerlijkheidsregels worden dan spontaan getransponeerd naar het maatschappelijke bestaan dat er alsnog 'menselijker' door wordt. De tendens om in de sport het amateurisme als voorbijgestreefd te gaan beschouwen, kan daarom alleen op onverstand berusten, zoniet wordt hij aangewakkerd door de meedogenloosheid van het grootkapitaal. En het is misschien wel het grootste kwaad van deze tijd dat het grootkapitaal kan beschikken over de middelen om ervoor te zorgen dat haar critici vrijwel automatisch geassocieerd worden met communistische ideologieën en bovendien met de dictatoriale politieke verschijningsvormen ervan.
Dat het grootkapitaal, dat nota bene een even anonieme en onpersoonlijke macht is als de hebzucht zelf die het drijft, zichzelf wil handhaven omdat het zoals alle natuurkrachten onderhevig is aan een blinde traagheid, brengt mee dat het niet alleen de strijd zelf op de spits zal drijven maar dat het ook de onderliggende intermenselijke vijandigheid maximaal zal aanwakkeren. En dat brengt uiteraard ook mee dat alle vormen van intermenselijke samenwerking systematisch en maximaal gedwarsboomd zullen worden.
Die strijd tegen intermenselijke samenwerking wordt structureel gevoerd en wel op een bijzonder doortastende wijze: elke geleverde inspanning moet financieel worden vergoed en dat gebeurt met geen andere bedoeling dan om daar de volledige controle over te krijgen en om aldus te kunnen verhinderen dat het schenken en het ontvangen 'om niets' nog langer mogelijk zijn. Want op de keper beschouwd is het recht van de sterkste niet zomaar een natuurlijk model: van nature helpen wij, mensen, elkaar omdat wij sociale wezens zijn maar die spontaneïteit wordt ondermijnd middels door het kapitaal geïnduceerde tegennatuurlijke beginselen zoals het betaalsysteem, het systeem van straf en beloning - straf en beloning wel te verstaan met betrekking tot gehoorzaamheid en dus in functie van een welbepaald systeem van slavernij, de loonslavernij. Waar destijds ongehoorzaamheid bestraft werd met de zweep, wordt zij nu bestraft door het achterwege houden van de beloningen waaraan wij gewend gemaakt zijn, de lonen waarmee wij door wie ons overheersen, worden geconditioneerd.1 En vanzelfsprekend is dat systeem even sterk als de hebzucht in onszelf.
Die hebzucht nu, wordt aangewakkerd door de afwezigheid van sociale of beschermende realiteiten, zodat elke dictator er zal naar streven om van een gemeenschap een massa te maken2, wat wil zeggen: een bende enkelingen, en wat neerkomt op de huldiging van het aloude principe van 'verdeel en heers'. Totalitaire systemen halen hun macht door het systematisch ondermijnen van alle vormen van spontane intermenselijke samenwerking en op die manier worden eerst binnen één en dezelfde maatschappij de burgers afgericht om elkaar (economisch) te bestrijden en er naderhand het hele volk des te gemakkelijker te kunnen toe brengen om andere volkeren als vijandig te gaan beschouwen en er oorlog mee te voeren. Waar dat mogelijk is, is de onderwerping van de mens aan het monster van de macht een onwrikbaar feit.
De symptomen van het totalitarisme zijn in wezen makkelijk te bespeuren omdat ze allemaal verordeningen en tendensen betreffen die er op gericht zijn om de natuurlijke menselijke samenwerking en de zelfredzaamheid te ondermijnen en vandaar ook is de strijd van de dictator tegen het volk altijd repressief: bewegingen die uit het volk zelf voortkomen, zoals alle vormen van emancipatie, worden gekortwiekt met de meest afschuwelijke middelen teneinde te bekomen dat iedereen alleen komt te staan en dat allen zich noodgedwongen zullen richten op het centrale gezag dat 'voor hen zorgt', wat betekent: dat hen afhankelijk maakt, dat hen aan de leiband houdt, zoals het vee in de stallen dat niet weet dat het te eten krijgt om daarna in de richting van het abattoir te worden gedreven.
Vrijheid is de absolute voorwaarde voor menselijkheid maar van vrijheid kan geen sprake meer zijn waar vrouwen moeten geloven dat zij minderwaardige wezens zijn, ongeschikt om voor iets anders te dienen dan als lustobjecten, broedmachines en voedsters van toekomstige werklui en soldaten. Vrijheid is volstrekt onbestaande waar de uniciteit van de menselijke persoon tot voorwerp gemaakt wordt van spot en waar derhalve één en slechts één door de overheid gewenst menstype aan iedereen wordt voorgehouden met uiteraard de boodschap: volg dit toonbeeld na, deze heilige of deze vedette, en wie daar niet in slagen, moeten maar hun conclusies trekken, waaronder dan te verstaan is dat zij ongewenst zijn, dat zij maar betert kunnen wegvluchten, dat zij zichzelf maar moeten opruimen ofwel, als zij alsnog wensen te blijven, dat zij moeten doen alsof zij niet bestaan door bijvoorbeeld in de kast te kruipen; dat zij vrede moeten nemen met een tweederangspositie in de maatschappij of dat zij de pikorde moeten respecteren, dat zij maar beter tijdig geaborteerd kunnen worden of voor euthanasie kiezen. Kortom: waar regenboogvlaggen worden opgeruimd, wordt de eigenheid van de mensen niet langer geduld, heersen racisme en nog andere waanzinnige ideologieën en heeft de mens zijn plaats afgestaan aan de robot, de lege huls, de slaaf, de frontsoldaat, het lijk op de gigantische begraafplaats onder het toeziend oog, of de gesloten blik, van de stenen vader en moeder van Käthe Kollwitz.3
(J.B., 28 februari 2026)
1Cf. o.m.: Alfie Kohn, Punishhd rewards, Houghton Mifflin Company, Boston New York 1999.
2Cf. : Hannah Arendt, Totalitarisme, Boom, Amsterdam, vijfde oplage 2021 (eerste druk 2014), in het Nederlands vertaald door Remi Peeters en Dirk De Schutter. Oorspronkelijk: Totalitarianism, deel III, alsook (in een appendix) een gedeeltelijk samengevat negende hoofdstuk uit deel II,getiteld: The Decline of the Nation-State and the End of the Rights of Man. Voor een synthetisch overzicht en bespreking van dit werk, zie: Hannah Arendt over Totalitarisme (J.B., Serskamp 27 mei tot 28 juni 2021), Cf.: https://blogimages.bloggen.be/tisallemaiet/attach/93208113704.pdf
Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 11: De oorlog en de parels (vervolg): Kris Lippeveld, Trauma en levenslust (2016)
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 11: De oorlog en de parels (vervolg):
Kris Lippeveld, Trauma en levenslust (2016)
Giftig is de lucht, wolken van rook, kerosine, as en de stank van cadaverine in grachten en schachten, het lawaai van vliegtuigmotoren, de verschrikking van de explosies, alcohol voor de ontsmetting van afgerukte ledematen, verdovende middelen die de altijd verse rekruten, nog tieners, onderdompelen in de illusie dat het allemaal niet echt is ofwel tijdelijk en dat morgen de zon weer schijnen zal, de voorwendsels van plicht en roem, de vergissing en de onmogelijkheid om ze ongedaan te maken, het voorgoed wegglijden van de geliefden aan wie men niet meer zeggen kan dat de overheidsbeloften leugens waren en dat men nimmer terug zal keren omdat alleen het zwart wacht.
Als men nog over oorlog spreekt, dan over lang geleden maar de frontsoldaat weet dat hij zal blijven duren, dat men er elke ochtend middenin nachtmerries, zweet en bloed, verminkt mee opstaat, dat het schrikbeeld nooit zal wijken, de behandelingen, pleisters op een houten been, tot men zelf afhaakt.
Een hoge muur is gekomen tussen hem en zijn geliefden voor altijd, hij wenst dat hij in de greppels was gebleven, er is zijn lichaam dat wil leven maar zijn hoofd is nu een zwarte kool, zijn ogen diepe putten die nog altijd niets dan dode maten zien, zijn gedachten zijn alleen maar zwanenzangen, kreten in de leegte, wanhoopsdaden, bataljons, geweren, kanonnen, obussen, landmijnen, verloren vrienden, herinneringen aan schone leugens en verraad, afkeer van het circus der herdenkingen, monumenten en gelogen woorden, afkeer van een maatschappijsysteem waarin aarden nooit meer tot de mogelijkheden zal behoren: daarmee is hij nu voorgoed alleen, te midden van wie fuiven, vieren en onwetend zijn.
Vladslo en het treurend ouderpaar, zij staan apart ofschoon het kind zowel aan vader als aan moeder toebehoorde maar leed heeft met de dood gemeen dat men het versteend alleen moet ondergaan, het samenzijn is altijd tijdelijk ofschoon wij het verlangen voor de eeuwigheid; het leed, de splijtzwam.
Hij wil zich schoon wassen, maar het blauwe water wijkt en hij daalt af in een zee van giftig groen, zijn dieprood bloed snakt naar bevrijding en in zijn naar binnen gekeerd oor dreunt in een bezwerende cadans de kreet uit Cold Song1, de wereld van de eeuwige oorlog; het lijf leeft nog, wil zich verzetten tegen 't trauma wijl aan de horizon het asgrijs van het front blijft duren.
(J.B., 27 februari 2026)
“The Cold Song” (Een libretto in King Arthur van Henry Purcell uit 1691 op tekst van John Dryden)
“What power art thou, who from below Hast made me rise unwillingly and slow From beds of everlasting snow? See'st thou not how stiff and wondrous old Far unfit to bear the bitter cold, I can scarcely move or draw my breath? Let me, let me freeze again to death.”
1Cf. https://www.youtube.com/watch?v=TnkVgKzKPt8
25-02-2026
Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 10: De oorlog en de parels
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 10: De oorlog en de parels
In een wereld die door corruptie is verziekt, zijn psychopaten in hun element; op één been klimmen zij er naar de top en zij 'regeren', zoals zij hun plundertochten heten, en zorgen er ook voor dat elke tegenstand geweerd wordt. Die tegenstand komt uiteraard vanuit het kamp van wie geestelijk nog gezond genoeg zijn om van de maatschappelijke malaise ziek te worden en aldus ontplooit zich het publieke geheim van een gigantische paradox, niet onbekend aan vaklui in de daarop betrekking hebbende sectoren: de carrièrejagers blijken lui die de psychische ruïne waartoe zij zichzelf bij het verkopen van hun ziel veroordeeld hebben, ontvluchten en eenmaal aan de top beland, schieten van hen alleen nog lege hulzen over, windhanen, te koop voor amper dertig zilverlingen. Het resterende segment van geestelijk gezonde mensen wordt overeenkomstig de natuur die altijd voor corruptie passen zal, gedwongen tot verzet tegen de malaise; het vormt de zogenaamde linkervleugel van de maatschappij die door de potentaten die als zwarte vlaggen uit de poel van extreemrechts oprijzen, gedemoniseerd worden, ziek verklaard, opgepakt en veroordeeld zonder vorm van proces maar in den duik middels broodroof en ondermijning van gezondheid en reputatie. Vaak worden ze in een medische dwangbuis geïmmobiliseerd teneinde te beletten dat via hun monden de waarheid zich alsnog toegang tot de wereld kan verschaffen want uiteraard: niets vrezen de usurpartors zozeer als het aan het licht komen van de leugen waarop zij teren en die hen in het zadel houdt.
De tegenstanders van hun onoprechte wandel kunnen zij weliswaar fysiek bedreigen en kortwieken maar aan de levenskiemen die hen zullen blijven kentekenen en die schieten bij het geringste straaltje zon dat door het wolkendek priemt, kunnen zij niet raken. Die scheuten uiten zich als ongedwongen biotopen van kunst die onafwendbaar kritisch en geëngageerd zal zijn, vernietigend voor het kwaad omdat zij het licht der waarheid in zich hebben dat niet verdragen wordt door wedijver die zich afspeelt in de krochten van de nacht en die altijd op de vlucht is voor de klaarte.
Uiteraard worden hier de waarschuwingen bedoeld van een immer vermaledijd broederschap dat van de adem van de opperwezens leeft en dat, de eigen adem inhoudend, naar parels vist die de mensheid van megalomane overheersers moeten redden doch die van haar plek verdreven wordt door politiek benoemde narren die ons brood en spelen bieden en zo proberen om met die parels ook ons aller heil te doen belanden bij de zwijnen.
In de context van de derde grote oorlog denken we, omdat hij op de tweede gelijkt, in de eerste plaats aan John Heartfield die ofschoon zijn even simpele als ware boodschap alom bekend is, helemaal niet wordt gehoord, daar men andermaal massaal de kinderen naar het front drijft om daar in de dwangbuis van een bedrieglijke plichtsethiek elkander te verminken.
Hedendaagse politici verkeren in de gevaarlijke waan de door henzelf aan het volk voorgehouden goden te overtreffen maar alsnog verborgen geesten blazen artiesten hun adem in om 't mensdom uit het slop te halen. Zo vermocht de muze van het heldendicht, de welsprekendheid en de wijsbegeerte, Kalliope, het om alvast tijdelijk aan de goden van de onderwereld en aldus ook aan de dood het hoofd te bieden met het inspireren van haar zoon Orpheus die met zijn lier alles en allen in beroering brengen kon: samen met acht van haar zusters vormden zij het negental der muzen maar de plastische kunstenaars ontvangen hun levensadem van twee andere kinderen van de oppergod: Athena en Hephaistos, die als volgt ontsproten aan de fundamenten van het universum.
Kunst haalt al haar krachten uit de oertijd: Chaos wordt bevrucht en zo geordend door Eros en aldus ontstaan de Hemel (Ouranos) en de Aarde (Gaia), de Hel, de Dood, de Slaap, de Twist alsook het Recht. De kinderen geboren uit vader Hemel en moeder Aarde worden door hun vader opgeslokt maar moeder Aarde redt haar jongste telg, de Tijd (Kronos). Die ontmant zijn vader, werpt zijn organen in de zee die dan gaat schuimen en zo de Liefde (Aphrodite) voortbrengt. Kronos huwt zijn zuster Rhea en ook hij verslindt zijn kinderen, doch Zeus, de jongste, wordt gered: hij geeft zijn vader een door Metis gebrouwd braakmiddel en redt zo zijn broers en zusters. Zeus, nu de oppergod, huwt zijn zuster Hera, krijgt veel buitenechtelijke kinderen en als wraak baart Hera zonder de tussenkomst van hem of van een andere man, de lelijke Hephaestos die zij ontgoocheld in zee werpt en die daar door nimfen grootgebracht wordt en van de dwerg Kedalion de smeedkunst leert.
Onuitgemaakt of nu Zeus ofwel zijn zoon Hephaistos Metis had bezwangerd, at, na een ruzie met Hephaestos, Zeus zijn nicht Metis op maar zij verteerde niet, zij steeg hem naar het hoofd en veroorzaakte zo'n migraine dat Hephaestos hem moest verlossen door zijn hoofd te klieven met een bijl.1“En ziet: uit het hoofd van Zeus steeg een volwassen vrouwspersoon op, fier rechtop, gehelmd en geharnast, met lans en schild. Het was Athena.”2
Athena, de godin van de wijsheid en de edele krijgskunst (geheel onderscheiden van de oorlogsgod Ares die bloeddorstig was, laf en dom), de godin van de beschaving, de ambachten en de schone kunsten, en Hephaestos of Vulcanus met de sterke armen, de god van het vuur, de smeedkunst en de ambachten, zijn sinds oudsher de inspiratiebronnen van de plastische kunstenaars en in de hedendaagse geschiedenis die gekenmerkt wordt door polarisering en oorlog zijn dat John Heartfield in Nazi-Duitsland met zijn alleszeggende collage uit 1932 getiteld: “Krieg und Leichen - Die letzte Hoffnung der Reichen”3, en in zijn zog eenreeks zich in de strijd werpende verzetshelden, authentieke hedendaagse tekenaars en schilders die naar de kern gaan van de malaise die nu als een kanker in de wereld woekert en die zoeken hem te duiden en te vatten omdat aan elke mogelijke remedie een diagnose moet voorafgaan, een doorzien van het probleem, wat lastiger nog is dan de behandeling.
Op die manier wordt krediet gegeven aan een gedachte waarmee Dostojevski zijn personages in De idioot laat spelen: de gedachte dat de wereld uiteindelijk zal gered worden door schoonheid.
(J.B., 25 februari 2025)
1Kris Vansteenbrugge, Uit het schuim van de zee. De Griekse Mythologie in 136 verhalen, uitgeverij Heras 2012 (2011), pp. 13-27.
Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 9: Intermezzo
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 9: Intermezzo
In de dood die voorafgaat aan het leven zijn wij zoals vissen in het water en wij komen deze wereld binnen zoals vissen die aanspoelen op het strand: naar adem happend en immer vechtend als in een element dat niet het onze is, veroordeeld tot uiteindelijk creperen. Wij belanden hier via de gekende toegangspoort die om die reden heilig is, die ons gewis biologeert en onze laatste krachten opeist, want het is de scharnier tussen die twee: de wereld van volmaakte vrede en die van een niet te peilen onrust.
Want wij, doden, blijken voor het leven niet bestemd ofschoon wij het verlangen, zozeer dat we bereid zijn om voor een kort en lastig verblijf hier te betalen met onze zee van eeuwige vrede. De dood die wij daarna ingaan, is beslist een andere dan deze die voorafgaat aan de wonderlijke smart der aangespoelden maar dat is ook alles wat wij daarvan kunnen weten.
De niet te peilen diepten van het Zijn lijken de horken die menen dat zij over de aarde kunnen heersen, niet te raken maar dat komt alleen omdat zij geen gevoelens hebben: die hebben zij verkwist, verkocht voor geld waarmee zij zandkastelen kopen en landsgrenzen verleggen, luchtkastelen zoals ook de getallen op bankrekeningen de wereld rond, die gewoon weggespoeld worden van zodra het tij keert zonder sporen na te laten.
Maar niets is meer onloochenbaar dan pijn, die zonder twijfel uit een onpeilbaar Vernuft ontsproten status van bestaan die alleen maar kan toenemen - een lot dat wij schuwen ofschoon het ons uiteindelijk van het eeuwig niet-zijn redt.
(J.B., 23 februari 2026)
21-02-2026
Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 8: Een onheilspellende combinatie
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 8: Een onheilspellende combinatie
De combinatie in kwestie is die van macht met onverstand: niets is gevaarlijker dan verantwoordelijkheid die in handen is gekomen van een onwijze en dat geldt heden nog steeds voor een regering van een land dat aan zichzelf een voorbeeldfunctie toeschrijft voor de rest van de wereld alsook een alwetendheid omtrent zijn geschiedenis én toekomst die echter faliekant strijdt met de feiten maar zo gaat het er nu eenmaal aan toe in elk totalitair systeem, zoals betoogd door een van zijn slachtoffers, de joodse wijsgeer Hannah Arendt.1
Iedereen (behalve misschien Rutte en de zijnen) weet dat paaien dan geen uitstel van executie is maar de bespoediging ervan want een ijdeltuit wordt aangemoedigd door wat hij in zijn waan voor lof aanziet: alleen het antwoord van de terechtwijzing is op zijn plaats maar dat vergt moed wanneer de tegenstander Goliath heet.
In de rol van de rebel tegen de reus zit nu een pacifistisch Belgisch politieker die de wereld rond (want zo ver reiken de media van de usurpator) godbetert wordt beschuldigd van het aanzetten tot haat en doodslag terwijl die zaken juist het mikpunt van zijn strijd uitmaken. Edoch, andermaal Hannah Arendt: in een totalitair systeem doet de inhoud van wat men zegt er niet meer toe want “elke ideologie (…) leent zich tot een totalitair gebruik. (…) als een passe-partout om alles (…) logisch uit te leggen.”2En verder: “Zo ook blijkt een totalitair regime erin te slagen “haar slachtoffers te overtuigen van hun schuld aan misdaden die ze nooit gepleegd hebben.”3
En wie het voor ons opnemen, verdienen alle steun - immers: “(…) In een situatie waarin de scheidingslijn tussen fictie en werkelijkheid uitgewist wordt door de monsterachtigheid en de innerlijke consistentie van de beschuldiging, is niet alleen een sterk karakter vereist om te weerstaan aan de voortdurende bedreigingen, maar ook een groot vertrouwen in medemensen - kennissen, vrienden, buren, die 'het verhaal' nooit zullen geloven - zodat men niet zwicht voor de puur abstracte mogelijkheid van schuld. Zeker, dit toppunt van een kunstmatig gefabriceerde waanzin kan alleen in een totalitaire wereld bereikt worden.”4
In dit geval wordt (meer dan terechte) kritiek beschouwd als een doodsbedreiging, wat alleen maar illustreert hoe de leugen altijd met een ei zit: de vrees dat zij ontmaskerd wordt, wat zich hoe dan ook ooit zal voltrekken en wellicht eerder dan men geneigd is te geloven. By the way: het geweld tegen homo's en andere leden van de LGBTQIA+-gemeenschap is nooit zo snel toegenomen als sinds het aantreden van Trump die op die wijze alsnog poogt de massa te doen wegkijken van het Epstein-spektakel waarmee volgens zekere insiders zijn Russische rivaal hem tot ons aller onheil in de tang houdt.
En wat nog de geschiedenis van W.O.II betreft, is Amerika pas op de kar gesprongen in 1944 en het aantal gesneuvelde Russen bedroeg zowat het twintigvoudige van het Amerikaanse. Echter, belangrijker om weten is ons inziens dat de Hitlers oorlog werd gefinancierd door het grootkapitaal die de gek inzette als handpop voor de massamoord. De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen maar die baten niet waar de vereiste kennis en de bekwaamheden voor het uitvoeren ervan het laten afweten.
(J.B., 21 februari 2026)
1“[Arendt] begrijpt dat in totalitaire regimes de inhoud van ideologieën er nauwelijks toe doet en uitgevreten wordt door (…) de logiciteit als handelingsprincipe: elke ideologie (…) leent zich tot een totalitair gebruik. (…) als een passe-partout om alles (…) logisch uit te leggen. (…) De veelzijdige, altijd meerduidige ervaring van de complexe werkelijkheid wordt ingeruild voor de
logische zekerheid van een idee. Ofwel worden feiten ontkend tot ze passen binnen het keurslijf van een tot in het absurde uitgewerkte, volkomen fictieve ideologische consistentie (…). Ofwel worden feiten gecreëerd zodat ze passen binnen het keurslijf van de ideologie: aanvaarden dat er 'inferieure rassen' of 'uitstervende klassen' bestaan en niets doen om ze daadwerkelijk uit te roeien, is inconsequent”. En de vertalers citeren Arendt: “'Je kunt niet A zeggen zonder B en C te zeggen, enzovoort, het rijtje af tot aan het einde van het moorddadige alfabet' (p. 340)” (Hannah Arendt, Totalitarisme, Boom, Amsterdam, vijfde oplage 2021 (eerste druk 2014), in het Nederlands vertaald door Remi Peeters en Dirk De Schutter. Oorspronkelijk: Totalitarianism, deel III, alsook (in een appendix) een gedeeltelijk samengevat negende hoofdstuk uit deel II, getiteld: The Decline of the Nation-State and the End of the Rights of Man.), pp. 14-15, zoals weegegeven in: Hannah Arendt over Totalitarisme (J.B., Serskamp 27 mei tot 28 juni 2021), pp. 2-3. Cf.: https://blogimages.bloggen.be/tisallemaiet/attach/93208113704.pdf
Verder uit het genoemde overzicht, o.m., p. 7: “Een totalitair regime vergt “de fabricatie van grote massa's geïsoleerde en verlaten individuen, die niet samengehouden worden door een gemeenschappelijk belang.” (Arendt, o.c., p. 18) Leugenachtige propaganda “presenteert ideologieën als onfeilbare wetenschappelijke voorspellingen.” (Arendt, o.c., p. 18) “De fictieve waarheid van de propaganda [wordt omgezet] in een functionerende werkelijkheid” waarbij de fanatieke kern en de leider verborgen worden gehouden.” (Arendt, o.c., p. 18)” (p. 3) en: “In het totalitair systeem worden feiten geminacht en aan de fictie aangepast. Hannah Arendt schrijft inzake het Rusland van Stalin: “alle feiten die niet overeenstemden, of dreigden niet overeen te stemmen, met de officiële fictie – gegevens over de oogstopbrengst, criminaliteit, echt gepleegde 'contrarevolutionaire daden', in tegenstelling tot de latere verzonnen samenzweringen – werden behandeld als niet-feiten (…) zodat elke regio en elk district van de Sovjet-Unie zijn officiële, fictieve statistieken kreeg op dezelfde manier als ze de niet minder fictieve normen van de vijfjarenplannen ontvingen.” (Arendt, o.c., p. 54)” alsook p. 19: “Het volk belandt aldus in “de griezelige rust van een volkomen imaginaire wereld.” (Arendt, o.c., p. 142) alsook par. 9 (“Totalitarisme, de verwisseling van fictie en werkelijkheid en het prijskaartje daarvan”) (pp. 22-25, corresponderend met: Arendt, o.c., p. 155-184) alsook par. 14 (“De ideale onderdaan van een totalitaire heerschappij is de mens voor wie het onderscheid tussen feit en fictie en tussen waar en onwaar niet langer bestaat”) (pp. 40-45, corresponderend met Arendt, o.c., pp. 321-349).
4Hannah Arendt over Totalitarisme (J.B., Serskamp 27 mei tot 28 juni 2021 - zie hoger), pp. 55-56, corresponderend met: Hannah Arendt, o.c., pp. 141-142.)
20-02-2026
Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 7: Crypto-oorlogsretoriek
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 7: Crypto-oorlogsretoriek
De speech van Marco Rubio1 op de Veiligheidsconferentie in München was een staaltje van retorica maar dan wel retorica in de betekenis van leugenaarskunst en dit omwille van de leugens uiteraard maar ook door de verdraaiingen, de verzwijgingen, de eenzijdigheid, het paaien en het bespelen van de onzekerheidsgevoelens met altijd op de achtergrond de door de V.S. gecultiveerde (ofschoon in de speech zelf veroordeelde) angst, hier ingevolge de kwestie of de V.S. ons zal beschermen als Poetin ook de rest van Europa binnenvalt, en de moderator ter plekke wees ook op de bijval die de spreker krachtens herhaald applaus genoot telkenmale als hij daarop zinspeelde.
Een sprankeltje hoop om te beginnen: wat niet mag vergeten worden, is dat Rubio weliswaar de V.S. vertegenwoordigt maar dan wel een specifiek en hopelijk een zeer tijdelijk fragment dat in feite extreemrechts vertegenwoordigt terwijl, zoals dat in een democratie hoort, de andersdenkenden in de zijlijn ongeduldig nieuwe verkiezingen afwachten.
De beïnvloedingstactiek van megacommerçant Trump bestaat er kennelijk in om eerst te dreigen, om te laten zien wat er gebeuren kan bij ongehoorzaamheid om vervolgens beleefd om instemming te verzoeken, aldus de prooi de gelegenheid gevend om alsnog haar waardigheid te bewaren en zich zonder gezichtsverlies over te geven aan het roofdier, een wolf in schapenvacht.
Rubio start zijn toespraak met de herinnering aan de stichting van de veiligheidsconferentie (mede n.a.v. het gevaar van kernwapens) ten tijde van een Europa verdeeld (in het hart van Duitsland) tussen vrijheid en communisme, en ziedaar reeds de polarisering en het heropflakkerend Mccarthyisme.
Hij benadrukt de samenhorigheid van de V.S. met Europa in de wereldoorlogen maar vergeet dat in W.O.II de Russen behoorden tot de alliantie tegen nota bene de te stoppen zelfingenomen nationalist Adolf Hitler.
Hij noemt het globalisme inert voor het oplossen van conflicten en verwijst naar Gaza en naar Iran en godbetert ook nog naar Venezuela, waar Trump optreedt als de grote vredestichter, weliswaar met geweld dat echter gerechtvaardigd wordt “omdat diplomatie alleen werkt in een ideale wereld” - en Trump is alvast een vredestichter in de door de Amerikanen gecontroleerde media, de plek waar hij zijn publiek in de illusie brengt van zijn Nobelprijswinnaarschap voor de vrede.
“A foolish idea”, zo noemt Rubio het geloof in het wereldburgerschap en hij verwijt internationale instituties, “systems beyond our control”, te handelen uit eigenbelang, hierbij uit het oog verliezend dat dit weliswaar alleen maar het geval is waar zij opereren als machten van hetzelfde kapitaal dat Trump in het zadel heeft gehesen en dat zijn niet alleen de phamareuzen maar ook en vooral de wapenindustrie want beleggers maken sowieso abstractie van ethiek.
Een ethiek rond klimaat speelt zijns inziens alleen maar de vijand in de kaart en met zijn standpunt over zogenaamde massa-immigratie die 'onze' cultuur zou ondermijnen, polariseert hij er lustig op los en doet hij alsof de vierde wereld, de rijkmaker bij uitstek van de geprivilegieerden, helemaal niet bestaat.
Desnoods pakt de V.S. die problemen alleen aan, maar liever samen met Europa, zo betoogt hij: Europa, de wieg van de V.S., met wie we onze te verdedigen levenswijze delen, op wiens verleden we trots zijn en met wie we verder willen gaan. Maar eerst moeten we inzien dat we fouten maakten en daarom moeten we her-industrialiseren, onze grenzen bewaken en zo onze beschaving beschermen.
We vechten samen, aldus Rubio, voor onze mensen, onze beschaving, onze levenswijze: het klinkt allemaal overtuigend maar in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog alarmeerde John Heartfield de wereld met de waarschuwing: “Krieg und Leichen, die letzste Hoffnung der Reichen”, aldus verwijzend naar het feit dat oorlog vooreerst een klassenstrijd is waarin volkeren in de illusie worden gebracht dat ze elkaars vijanden zijn om hen er aldus toe te brengen elkaar uit te moorden - een vuile zaak, gestuurd door het grootkapitaal, met het oog op het vrijwaren van tanende voorrechten en macht.
De V.S. willen samen met Europa strijden, aldus Rubio, maar zonder angst voor industrialisatie, technologie, klimaatzaken en oorlog. Hoort men dit goed? Jawel, zonder angst voor oorlog, dat zegt hij. Het konden de woorden zijn van de Russische patriarch: vreest de dood niet! - zo immers bemoedigde die corrupte figuur, bevriend met de paus, de Russische soldaten bij het begin van de inval in Oekraïne en intussen bedraagt het aantal oorlogsslachtoffers aldaar 1,2 miljoen - de patriarch zelf vecht uiteraard niet mee en dat zal ook Rubio niet doen, al zijn vooraanstaanden er niet vies van om als soldaten te poseren voor het spijzen van hun media.
Rubio verheerlijkt de westerse levenswijze, de reden voor het bestaan van de NAVO. Hij noemt zichzelf een kind van de kolonisering en teert kennelijk op de jammerlijke onwetendheid bij zijn publiek omtrent de ware toedracht daarvan en van de immense tragedies in haar zog.
Maar de handlanger van het gouden kalf krijgt spreekrecht en zijn publiek ter plekke bestaat uit politici waarvan het merendeel de onwetendheid delen van de massa die hen in het zadel hielp en aldus gaat het van de regen in den drop en slinkt de hoop dat de oorlogsmodus waarin de wereld nu geraakt is, ooit nog teruggeschroefd kon worden.
“Laten we opnieuw ‘samen uitbreiden en koloniseren’. Zet de trans-Atlantische alliantie in om het Westen een nieuw tijdperk van dominantie binnen te loodsen. Ruil klimaatambities, sterke welvaartsstaten en liberale democratie in voor grootsheid en veiligheid.” - aldus citeert Pieter Stockmans in MO* d.d. vandaag 19 februari 2026 de Amerikaanse minister Rubio uit zijn speech op de recente Veiligheidsconferentie in München en wat alles behalve geruststellend is: Rubio kreeg er een staande ovatie voor!1
Deze actuele feiten illustreren overvloedig wat hoger werd aangehaald: de verantwoordelijkheid voor de genocide onder Hitler wordt weliswaar aan de dictator toegeschreven maar ligt veeleer bij de corrupte en onverantwoordelijke getuigen die deze gek lieten begaan en vandaag herhaalt zich die geschiedenis.
Hetzelfde geldt overigens m.b.t. de voor '200 jaar België' geplande festiviteiten in het Brusselse Jubelpark dat met bloedgeld van de kolonisator Leopold II werd opgericht.
Voor wie de geschiedenis van het kolonialisme en van het totalitarisme niet kennen, en daartoe behoort kennelijk het voltallige applaudisserende publiek in München, de volgende met commentaren en literatuurverwijzingen aangevulde synthese (uit 2023) van het ophefmakende boekwerk over de kolonisering van de Congo onder Leopold II, van historicus Adam Hochschild, getiteld: “De geest van koning Leopold II en de plundering van de Congo”2,
2Adam Hochschild, “De geest van koning Leopold II en de plundering van de Congo”, Meulenhoff/Kritak 1998 (in een Nederlandse vertaling door Jan Willem Bos). (Oorspronkelijk: King Leopold's Ghost. A Story of Greed, Terror and Heroism in Colonial Africa, Adam Hochschild 1998): onder de titel: “De plundering van de Congo en de genocide van 1890 tot 1910.” Cf.: https://blogimages.bloggen.be/tisallemaiet/attach/93208122348.pdf
Dit is het! Dit, hier, is het boek dat ik al in mijn jeugd koortsachtig zocht tot in de rommeligste boekenwinkels, op gezellige oude markten en hoog in het gebinte van ontelbare bibliotheken. Gij zult het niet vinden! zo klonk het t' allen kante: het boek dat gij zoekt, moet immers nog geschreven worden, en wie zal dat doen? Een groot geleerde met pensioen?
Dit hier is die ene, vaak vergeten peiler van de twee pilaren waarop de ganse westerse beschaving rust. Want naast het monotheïstische christendom dat sinds tweeduizend jaar de wereld overspoelde, is dit die andere en nog veel oudere bron, met wel duizend goden en evenveel verhalen: mysterieus en meer dan sprookjesachtig, maar o zo verklarend als wij dié vragen àchter de vragen stellen zoals bij uitstek kinderen dat doen: hoe zijn wij uit de chaos voortgekomen? Waarom verbeeldt onze achillespees de kwetsbaarheid? Kan een man een kind baren uit zijn hoofd of uit een van zijn dijen?
De woorden van de wetenschap zijn niet zomaar uit het Oud Grieks gewonnen: in Hellas ligt de oorsprong der begrippen, de kiem van de rede die ons de moderne wereld schonk. Want het begin der tijden reikt de einder van de toekomst de hand in de beloften van de nanotechnologie, de eugenetica, de megapsyche van het mensdom en Andromeda.
Uit het schuim van de zee, zo luidt het antwoord op de vraag van een oude man die alle leed en lusten heeft gekend: het wonderbare wezen dat uitgerekend door de broosheid die haar schoonheid geeft, moeiteloos alle krachten van de kosmos aan zich onderwerpt om ze dan eindeloos opnieuw te baren, werd zelf geboren uit het schuim der zee:
"Kronos hieuw Ouranos de geslachtsorganen af en wierp ze ver weg in de zee. En waar het zaad van Ouranos zich vermengde met het zeewater begon dit laatste te schuimen en uit het schuim kwam een onbeschrijflijk mooi en lieftallig wezen te voorschijn, Aphrodite, de godin van de liefde, een kind van de hemel en de zee." (p. 14)
Dit is een boek dat weidse velden behoeft met narcissen bezaaid, glooiende dalen vol boterbloemen en koele meertjes in de zon langs wier zanderige oevers een voltallig koor van nimfen danst, scanderend in een heilige vervoering:
"Toen ze met Zeus in het huwelijk trad
kreeg Hera als bruidscadeau van haar grootmoeder Gaia
een gouden appelboom.
Ze plantte de boom in haar eigen tuin,
die zich bevond op de hellingen van het Atlasgebergte,
dat is aan de westelijke kant van de wereld,
waar 's avonds de door paarden getrokken zonnewagen
van de god Helios op de aarde nederdaalt
en waar de weiden zich bevinden
waar de onmetelijke kudden koeien en schapen van Atlas grazen." (p. 19-20)
En dan krijgt dit verhaal een wending die wat herinnert aan de boom des levens uit de joodse heilige schrift: op een dag stelen de Hesperiden de gouden vruchten, en Hera laat de boom bewaken door de honderdkoppige draak Ladon - later nog door redder Herakles geveld.
Edoch, ware redding in het Grieks klinkt wel verrassend anders: toen op een dag de twee zonen van Hera's priesteres de plaats innamen van de zieke ossen die haar kar voorttrokken naar haar heiligdom, vroeg zij aan de godin een beloning voor hen beide. En ziet: Hera liet de twee terstond dood neervallen ter aarde: "Want, zo sprak de godin, de dood is het mooiste geschenk dat een mens kan te beurt vallen!" (p. 21)
Wie weet overigens dat de godin Hera een tempel had "op de heilige grond van Olympia (...) ouder nog dan die van Zeus? Te harer ere werden daar Spelen gehouden, de Heraiën, uitsluitend bestemd voor vrouwen. Maagden, naar men zegt." (p. 21)
Ooit nam Hera wraak op haar ontrouwe echtgenoot door bij zichzelf en zonder tussenkomst van een man, een zoon te verwekken, Hephaistos, die zo lelijk was dat zij hem maar meteen in zee wierp, waar nimfen hem voedden; een dwerg bracht hem later de smeedkunst bij. Uit wraak jegens zijn moeder smeedde Hephaistos haar een gouden zetel die zich om haar heen klemde en die haar zo gevangen zette. In ruil voor haar bevrijding eiste de lelijkaard Aphrodite als gemalin. Uiteraard was zij hem ontrouw en zo werd hij de 'hoorndrager'. (pp. 22-23)
Onder Zeus' kinderen waren de oorlogsgod Ares en ook Athena: zij was een bastaard, haar vader verorberde haar moeder maar kon haar niet verteren. "En ziet: uit het hoofd van Zeus steeg een volwassen vrouwspersoon op, fier en rechtop, gehelmd en geharnast, met lans en schild". (pp. 28-29)
Het verhaal over Erichthonios verklaart waarom Athena de kraai, haar lievelingsvogel, vervloekte en inruilde voor de uil; hij was het immers die haar meldde dat de bewaaksters van baby Erichthonios het verbod hadden overtreden om hem te bekijken: hij was geboren met een kronkelend slangenlichaam. Wie zijn bewaaksters waren, waarom het kind misvormd was en hoe het Erichthonios verder verging, staat allemaal nog in dezelfde paragraaf, compact én vloeiend. (p. 30-32)
Ook de maagdelijke wijsheidsgodin Athena had haar zwakheden. Zo maakte zij blind wie haar naaktheid aanschouwde. Zij leerde Arachne weven doch duldde niet dat haar leerlinge zich beter achtte dan Athena zelf van wie zij de lering loochende. Na een weefduel verhing Arachne zich, Athena kreeg spijt en veranderde de dode in een spin aan wie zij beval eeuwig te weven. (pp. 33-34)
Dan komt het verhaal van Poseidon met zijn burcht op de zeebodem, met zijn drietand en zijn gouden paardenkoets waarmee hij stormen bedwong tijdens zijn tochten over de oceanen. Wie wist dat zijn zoon Triton een 'zeemeerman' was? (pp. 36-38)
Hoe goden het aan boord legden om hun escapades te onttrekken aan het oog van hun jaloerse echtgenote, wordt onder meer verteld in het verhaal van Leto die door Zeus werd bezwangerd. "Sommigen beweren dat Zeus haar en zichzelf tijdens de paring veranderde in een kwartel (...)" (p. 39) Maar wie gelooft dat zij zich zo makkelijk liet verschalken, heeft het mis. Het vervolg van dat verhaal verklaart onder meer hoe de Egeïsche zee aan haar naam kwam, waar zich het middelpunt van de wereld bevindt en hoe de Pythische Spelen van Delphi zijn ontstaan.
Hermes dan, werd amper één dag na de bevruchting geboren en tegen de avond van zijn eerste levensdag weidde hij al de koeien van Apollo in 't gebergte. Uit de darmen van die koeien en uit het schild van een schildpad maakte hij de eerste lier. Hij bestal Apollo maar wist zich voor 't gerecht van Zeus zo geliefd te maken met zijn lier dat hij opgenomen werd als twaalfde god en benoemd tot goddelijke bode alsook tot god van de handel. (pp. 41-43)
Het verhaal van Io, de dienstmaagd van Hera die echter met haar echtgenoot Zeus aanpapte, is betoverend mooi. In een raamvertelling daarin verhaalt een fluitspelende Hermes aan de door Argos bewaakte Io die door Hera in een koe veranderd was, het verhaal van de fluit - andermaal een metamorfose, dit keer van de door Pan op de hielen gezeten nimf Syrinx die de goden om bescherming smeekte. Syrinx' bede werd aanhoord, zij werd veranderd in een rietstengel, waaruit Pan zijn fluit sneed. Hermes hakte nu een ingedutte Argos het hoofd af om Io te bevrijden, maar Hera stuurde een horzel op haar af zodat zij vluchtte en zich in zee stortte - de Ionische Zee. Maar hiermee is het verhaal opnieuw nog lang niet verteld. (p. 44-46)
Verliefd op de koningsdochter Europa, begaf Zeus zich in stierengedaante tussen haar vee en nodigde haar uit om plaats te nemen op zijn rug om haar vervolgens te ontvoeren alover de Middellandse Zee tot op Kreta waar hij weer zichzelf werd en zich met Europa verenigde. Europa kreeg drie zonen, waaronder Minos van Knossos, stamvader van de Minoïsche cultuur. Europa's ongeruste vader stuurde zijn zonen vruchteloos naar haar op zoek. Een van hen was Kadmos, die het orakel van Delphi raadpleegde. Het verdict luidde dat Zeus zelf het spoor verborg en dat hij met zijn mannen een koe moest volgen en een burcht bouwen waar ze strandde. Daar wilden zijn makkers drinken aan een bron, bewaakt door een monsterslang die hen verslond. Maar Kadmos versloeg de slang en Athena voorspelde hem dat hij als slang zou sterven nadat hij eerst een roemrijke stad had gesticht met de hulp van krijgers opgeschoten uit de tanden van de slang die hij op Athena's bevel daar zaaide. Die krijgers moordden elkaar uit, behalve vijf: de Sparti, met wie hij Thebe stichtte. (pp. 47-49)
Kadmos kreeg vier dochters, onder wie Semele, en ook met haar verenigde Zeus zich in de gedaante van een knappe jongeman. Toen hij zich bekend maakte, wilde zij de godheid zien en hij beloofde het haar ook ofschoon hij wist dat niemand god kon zien en blijven leven. Toen hij aan haar verscheen, brandde Semele op, en Zeus riep Hermes ter hulp om met een keizersnede nog gauw haar vrucht te redden en die in te planten in zijn eigen dij, en zo werd Dionysos geboren. (pp. 50-52)
In het verhaal van Ino wordt de oorsprong van de Isthmische Spelen verklaard: zij herdachten Ino en haar zoontje die tragisch om het leven kwamen. En even tragisch verging het haar zuster, Agave. Dionysos werd door vijf nimfen opgevoed, hij maakte wijn, leefde uitbundig en telde onder zijn volgelingen maenaden alsook saters, onder wie Pan. Na omzwervingen terug in Thebe organiseerde hij daar een orgie waarop Agave te gast was. Bedwelmd door de wijn aanzag zij haar zoon voor een wild dier, doodde hem en at van zijn vlees. Toen sprak Kadmos de beroemde woorden: "Prijst nooit iemand gelukkig voor hij zijn laatste dag heeft geleefd". (pp. 56-58)
En ook de zuster Autonoë verging het slecht. Haar zoon Aktaion zag op een keer Artemis naakt baden, waarop deze hem in een hert veranderde, zodat zijn honden hem verscheurden. Zeus bezwangerde de koningsdochter Kallisto - een tempeldienares van Artemis die geslachtsbetrekkingen verbood - en toen Artemis het merkte, veranderde ze haar prompt in een berin, die Arkas baarde, die op beren jaagde. Toen die op het punt stond om zijn moeder te doden, veranderde Zeus ook hem in een beer en van de twee maakte hij de sterrenbeelden Grote en Kleine Beer. (pp. 59-60)
Toen Demeter's dochter Persephone verdween, was zij uitzinnig van verdriet en prins Triptolemos vertelde haar "dat op een naburige weide een meisje was geschaakt door een geweldenaar in een door vurige zwarte paarden getrokken wagen. Daarna was de aarde opengescheurd en had het hele gespan verzwolgen [in het zogenaamde 'hol van Pluto (of Hades)']". Helios, de zonnegod die alles ziet, bevestigde dat Hades de dader der ontvoering was. Zeus werd ter hulp geroepen doch kon niets meer doen aangezien Persephone reeds gegeten had van de granaatappel die een terugkeer uit de onderwereld onmogelijk maakt. Van droefheid verdorde toen de ganse natuur en zo werd een compromis gesloten: een deel van het jaar mocht Persephone bij haar moeder, dan werd de natuur blij en ontlook de lente; het andere deel moest zij bij Hades in de onderwereld leven, dan verdorde alles en werd het winter. Hier rond werden de Eleusische mysteriën gesticht, uitbundige feesten over de levenscyclus. (pp. 61-63)
Betoverd door een jaloerse Aphrodite, deelde de koningsdochter Myrrha met een list het bed met haar vader. Toen die haar herkende, vluchtte zij naar Arabië maar toen zij zwanger bleek, schaamde ze zich zozeer dat ze niets meer wenste te zijn, noch levend noch dood. De goden veranderden haar in een myrrheboom die uit zijn bast welriekende gomhars weent om de verloren eer. Uit de schors werd Adonis geboren, een kind zo schoon dat Aphrodite hem adopteerde die het aan Persephone ter bescherming gaf. Ze kregen ruzie over het kind, en Zeus besloot dat het gedurende een derde van het jaar bij Persephone zou verblijven en een derde bij Aphrodite. Over het laatste derde besliste hij zelf en hij koos voor Aphrodite. Aphrodite werd verliefd op Adonis en de jaloerse Ares, in de gedaante van een ever, doodde hem. Adonis' bloed kleurde een beek rood die via de Styx naar de onderwereld stroomde. Waar het bloed van Adonis de aarde doodrenkte, ontsproten alom anemonen. (pp. 64-65)
Dan is er het verhaal van Tantalos die het allemaal voor de wind ging totdat hij de alwetendheid van de goden op de proef wilde stellen. Hij nodigde hen bij hem aan tafel uit en schotelde hen zijn eigen zoon Pelops voor. Alleen de nog in rouw verkerende Persephone at een stuk van zijn schouder, de andere goden doorzagen en verafschuwden de daad. Tantalos belandde in de Tartaros, de diepste hel, gefolterd door een eindeloze kwelling: staande in het water komt hij om van de dorst en onder altijd wijkende vruchten verhongert hij. Zeus liet de stukken van Pelops lichaam weer samenstellen, alleen het opgegeten stuk schouder ontbrak, het werd vervangen door ivoor. Poseidon werd verliefd op Pelops en schonk hem een stel paarden en een renwagen. (pp. 66-68)
De kunst van het paardenrennen kwam Pelops ten goede toen zijn oog viel op Onomaios' mooie dochter Hippodameia. Onomaios immers daagde elke huwelijkskandidaat uit tot een renwagenwedstrijd en boven de paleispoort hingen de dertien hoofden van Pelops' voorgangers tentoon. Hippodameia echter werd verliefd op Pelops en beraamde het plan om haar vader's wagenmenner Myrtillos om te kopen en zijn wagen te saboteren. Zijn loon: de helft van het rijk en de eerste huwelijksnacht met Hippodameia. Pelops won maar misgunde Myrtillos zijn loon en duwde hem van een rots naar beneden. Myrtillos kon Pelops en diens nageslacht nog net vervloeken. Om voor zijn misdaad vergeving te bekomen van zijn vader Hermes en van de andere goden, stichtte Myrtillos de Olympische Spelen. (pp. 69-71)
Maar hiermee werd de beknopte inhoud van slechts de eerste eenentwintig van de in totaal honderdzesendertig verhalen weergegeven. Ze bestrijken een kleine vierhonderd bladzijden en worden aangevuld met een vooral voor oningewijden bijzonder welkome, overzichtelijke genealogie en ook een uitgebreid trefwoordenregister. De tekst wordt verlucht met grappige pentekeningen van de grafische kunstenaar en cartoonist Kurt Vangheluwe. Het boek ligt vlot in de hand met zijn plooibare doch stevige kaft, de bladspiegel oogt fraai en ook lettertype en lettergrootte komen de leesbaarheid zeer ten goede. Een kanjer dan toch, een unicum in de Nederlandse taal en niet van de eerste de beste, een onschatbare rijkdom aan culturele bagage met eeuwigheidswaarde. Binnen pakweg driehonderd jaar zal men dit boek nog lezen in Vlaanderen en in Nederland, en zonder te overdrijven: als een boek het verdient om vertaald te worden, dan wel deze prachtige parel.
Nog iets over mythologie als ware kennis
Wie de oude, zangerige verzen leest waarin gewag gemaakt wordt van de mythologische oorsprong van de dingen, kan zich niet van de indruk ontdoen dat hij te maken heeft met metaforen verweven met welluidende vertelsels, veeleer dan met wat wij vandaag 'overtuigingen' zouden noemen. De Griekse oorsprongsmythentreffen wij vandaag meestal aan in een of andere moderne taal en in de vorm van een haast redelijk verslag, terwijl ze eigenlijk gebaseerd zijn op de verzen van, in dit geval, vooral, een van de meesterwerken van een groot dichter, namelijk de Theogonia van Hesiodos: een muzikaal gedicht van meer dan duizend verzen dat er geen twijfel laat over bestaan dat hier vooral de menselijke fantasie van eeuwen aan het werk is geweest, vanuit het opzet om in een symfonische vorm het grote verhaal van het ontstaan van de wereld zo indrukwekkend, zo beeldend en zo volledig mogelijk te vertellen ten behoeve van het kind dat zich verwonderd afvraagt waar wij dan vandaan komen. Geen mens is er die zich die vraag niet heeft gesteld, en er is ook geen mens die de vraag van het kind onbeantwoord kan laten. En het dichterlijke antwoord is ook rijk en mistig genoeg om niet ontkracht te kunnen worden, om de fantasie veeleer te voeden dan ze in te tomen, en om zodoende hoop te schenken aan de mens die zich per slot van rekening verloren weet in de oneindige uitspansels van de ruimte en de tijd. Diezelfde rijkdom en mistigheid die onze vragen weliswaar niet onbeantwoord laten, maar die ze tevens verveelvoudigen, vindt men trouwens ook terug in de zogenaamd wetenschappelijke benaderingen van ten slotte exact dezelfde problemen, die nimmer wijken, doch die terugkeren, telkenmale met hernieuwde kracht geladen en met steeds weer onverwachte verrassingen. Het is daarom beslist niet zo, dat mythen 'prewetenschappelijke verklaringen' zouden zijn; veel beter kunnen wij onze wetenschappen als 'neomythische verhalen' bestempelen.
De Grieks-Romeinse oorsprongsmythen zijn ons het beste bekend, maar misschien eerder nog de Joods-Christelijke, en het verwondert ons dan ook terecht wanneer wij vaststellen dat, in tegenstelling tot de Helleense, de Joodse ontstaansverhalen bij velen van ons niet eens in strijd worden geacht met wat de moderne wetenschappen ons leren. Wij noemen de Griekse mythen moeiteloos pre-wetenschappelijk, en als wij zelf aan wetenschap doen, dan beschouwen we het zelfs geheel onbewust als een vanzelfsprekendheid dat wij geloof hechten aan wat de wetenschappen ons aangaande de oorsprong van de dingen leren, terwijl wij de mythologie als een folklore beschouwen. Anders blijkt het gesteld, althans bij velen, wanneer het wetenschappelijke arsenaal aan kennis naast de Joods-christelijke mythologie wordt gelegd. Deze laatste geldt immers zeer vaak als 'geloof', en ze blijft een eigen bestaan leiden naast het huidige 'spel' van de wetenschappen.
Niettemin gebeurt zulks niet onterecht. Immers, de vragen die aan de basis liggen van de mythen, en deze die de wetenschappen hebben doen ontstaan, zijn in de grond dezelfde. Het wetenschappelijke denken is complex geworden en wegens zijn vele, hoge specialisaties uitgelopen op bijna louter technische aangelegenheden, wat het nadeel met zich brengt dat de oorspronkelijke vragen soms geheel uit het gezichtsveld verdwijnen. In de oude mythen daarentegen, blijven die vragen zelf uitdrukkelijk aanwezig en kunnen de prachtige metaforen principieel zelfs bij volslagen leken onmiddellijk de bijzondere gevoelens losmaken die eigen zijn aan de verwondering waarin het ganse opzet van de grote zoektocht naar verklaringen duidelijk wordt. Scholieren die met louter wetenschappelijke gegevens worden volgepropt zonder eerst terdege kennis gemaakt te hebben met het wonder van de mythen, dreigt het daarom te vergaan zoals de reizigers in de karavaan, uit de nachtmerrie van Kaspar Hauser in Werner Herzog's gelijknamige filmdrama: zij trekken door de leegte van een woestijn, echter zonder kop of staart, zonder oorsprong en geheel onwetend omtrent enig doel. Het schrikbeeld van de volslagen stuurloosheid is ongetwijfeld de allerzwaarste last waarmee de jonge generaties, welke uiteindelijk de toekomst van de mensheid vertegenwoordigen, worden opgezadeld wanneer men hen de schoonheid en de verwondering, zoals deze bij uitstek in de mythen spreekt, onthoudt. En die stuurloosheid is niet alleen een zware last: zij is op de keper beschouwd moordend en onhoudbaar, zowel voor de wetenschappen zelf als voor hun beoefenaars. Immers, de wetenschappelijke bedrijvigheid zelf lijdt er zwaar onder wanneer zij haar beginselen, die haar ziel zelf zijn, moet ontberen, en zo mag het dan ook niemand nog verwonderen dat er 'wetenschappen' ontstaan, of althans bedrijvigheden, die, geheel losgekoppeld van enige oorsprong of enig doel, alleen nog technische complexen zijn die niet alleen geen aarde aan de dijk brengen, maar die bovendien, met een knipoog naar de - mythologische - toren van Babel, nog slechts energie en tijd verspillen die men dan elders tekort komt, zodat zij verworden tot een alles verslindend, louter 'spel'. De doelen zijn dan middel geworden en het middel werd tot doel verheven, om het te zeggen met de auteur van de toren van Babel, met Christus, met Augustinus, met Marx, met Illich en ook met de postmodernen. Het zijn de mythe van de eeuwige Sisyphus, de Tantaloskwelling, de draad van Ariadne. De zaak is nu dat pas deze oerlegenden ons het licht schenken waarin wij ons bewust kunnen worden van waar we aan toe zijn. (1)
OVER DE AUTEUR
Kris Vansteenbrugge (°Grijsloke, 1940) is arts (chirurg) van beroep, net zoals Tsjechov, Slauerhoff en vele andere getalenteerde schrijvers. Hij is dramaturg, romanschrijver, essayist, dichter en marathonloper. In het spoor van zijn naamgenoot Chrisolius, een Armeense missionaris en martelaar die in de derde eeuw de Vlamingen in Grijsloke tot het Christendom kwam bekeren, bekeerde dokter Kris Vansteenbrugge onze gewesten tot de helende loopcultuur als stichter van Vlaanderen's (momenteel tijdelijk (?) opgeschorte) mooiste loopkoers, Dwars door Grijsloke, die in augustus 2011 aan zijn eenendertigste uitgave toe was. Kris Vansteenbrugge is tevens een kenner van de literatuur en in het bijzonder van de Griekse Mythologie. Met Uit het schuim van de zee - de Griekse mythologie in 136 verhalen - komt hij tegemoet aan een aloude vraag naar een volledige, authentieke en overzichtelijke weergave van de verhalen die de basis uitmaken van de bakermat van de westerse cultuur - een unicum in de Vlaamse letteren, met een gezwinde pen en in een vlekkeloos hedendaags Nederlands. Kris Vansteenbrugge publiceerde eerder onder meer "Dwars door Grijsloke - Kanker en hartinfarct moeten niet zijn", over de nieuwe gezondheidsleer, "De mens... een loopdier - De heksen van Grijsloke", "Grijsloke's Olympiade", over de mythologische oorsprong van de verschillende Antieke Spelen" (Grijsloke 2000), "O jerum jerum jerum" (2006), een autobiografie, en nog een aantal toneelstukken. Voor meer info, zie: www.bloggen.be/pierpont & www.bloggen.be/kris & www.bloggen.be/dzeus .
Dat het goede niet gratuït is en dient te worden gemaakt, wel te verstaan door mensen, is een grondstelling in de ethiek van onder meer de wijsgeer Augustinus van Hippo, die aan het kwaad geen eigenheid toekent maar het daarentegen een resultaat noemt van een tekort aan het goede. Het goede moet tot stand worden gebracht door menselijke inspanningen en in tijden waar het kwaad heer en meester over de wereld werd, waar met andere woorden vriendjespolitiek en corruptie heersen, worden met het oog op de bestrijding van dat kwaad vaak bovenmenselijk te noemen inspanningen vereist oftewel heldenmoed. Zoals edelmetalen zich van andere onderscheiden doordat zij niet aan corrosie onderhevig zijn, zo onderscheiden helden zich doordat zij niet aan corruptie onderhevig blijken en dat maakt hen even kostbaar als zeldzaam.
De activiteit die wordt vereist om het kwaad te bestrijden, is geen opzichtig spectakel met bombarie en wapengekletter: fysiek gezien vergt het zelfs geen greintje kracht vanwege de spieren of vanwege het intellect want het is een werkzaamheid die zich afspeelt in wat eertijds de menselijke ziel genoemd werd, nu te vertalen als het bestaan van een fundamentele oprechtheid bij degene aan wie het lot van medemensen werd toevertrouwd.
Wanneer Hitler in zijn Derde Rijk zijn gang kon gaan, was dat alleen te wijten aan een totaal gebrek aan oprechtheid bij al degenen die getuige waren van zijn daden: zij zwegen en zij verzaakten eraan de gruwel die hij aanrichtte, te veroordelen. De verantwoordelijkheid voor de shoah, de kampen waar zes miljoen onschuldige burgers op industriële wijze werden afgemaakt, wordt weliswaar aan Hitler toegeschreven maar ligt veeleer bij wie die gek lieten begaan, alleen bleken dezen ongevoelig voor verantwoordelijkheid, zoals zij ook vatbaar bleken voor corruptie.
Waarmee gezegd werd hoe ook heden de vork aan de steel zit in een scenario waarin alweer het sprookje over de kleren van de keizer uit de kast kan worden gehaald. De voorraad met uitvluchten om de zaken op hun beloop te laten, is even onuitputtelijk als leugenachtig maar alleen de zich opnieuw met urgentie profilerende morele proef kan uitmaken, en wel zonder een zweem van twijfel, wie de bekwaamheid bezitten om het volk van wie zij het vertrouwen genieten, in deze tijd van helaas nakende oorlog, te leiden.
(J.B., 18 februari 2026)
16-02-2026
Over de oorsprong van de oorlog Aflevering 4
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 4
N.a.v. Vance's toespraak op de veiligheidsconferentie in München vorig jaar en Rubio's verklaring aan de pers van gisteren in Bratislava1 onderzocht het Nederlandse instituut Clingendael of Trumps ideeën ook in Europa kunnen aarden. Uit het gisteren verschenen rapport blijkt volgens het dagblad Trouw dat in Nederland zo'n 20 percent van het volk sympathiseert met de MAGA-ideologie terwijl ruim de helft meent dat de Westerse beschaving bedreigd wordt; tevens zou blijken dat Amerikaanse politici nu openlijk Europese partijen van extreemrechts steunen die de ideologie van het recht van de sterkste aanhangen.2 Simon Tibo van De Morgen beaamt: “Ook uit de nieuwe Amerikaanse nationale veiligheidsstrategie blijkt dat de regering de antidemocratische krachten in Europa verder wil aanwakkeren” terwijl hij er anderzijds op wijst dat“MAGA ook veel inspiratie putte uit Europese politieke ideeën.”3
In ons artikel, getiteld: “De kerk en extreem-rechts”4 van 30 oktober 2019 kon worden opgemerkt dat in het kader van de samenwerking tussen moordzuchtige Amerikaanse dictaturen5 en de katholieke kerk er ook vandaag (i.e.: oktober 2019 en dus tijdens de eerste regeerperiode van Trump) “(...) een nauwe samenwerking op til is tussen extreemrechts en de katholieke kerk die de haren ten berde doet rijzen. Iedereen weet dat bij het in voege treden van de euro, de Amerikaanse dollar flink is gezakt en dat de euro dreigde de plek van de dollar in te nemen op de internationale markt.6 Amerika bleef niet bij de pakken zitten en sommige critici beweren dat het nu een prioriteit geworden is voor de USA om de EU de wind uit de zeilen te halen en wel met de beproefde divide et impera-tactiek. Alvast heeft Trumps beste strateeg, Steve Bannon, zich heden gevestigd in een klooster op een boogscheut van het Vaticaan - een klooster dat onder de dekmantel van Centrum voor het Herstel van de Christelijke Waarden in Europa, een opleidingscentrum blijkt voor extreem-rechtse nationalisten die de autonomie van de eigen natie willen terugwinnen en dus ook de ondergang van de EU. (...)”7
Waarmee gezegd is dat het van bij het begin van de totalitaire machtsgreep van het kapitaal, welke overeemkomt met de regeerperiode van de kliek van Trump, een doel was om Europa te verdelen middels steun aan de Europese extreemrechtse nationalistische politici. Waarbij nota bene ook de V.S. dit koekje van eigen deeg te vreten krijgen omdat de ideologie van het nationalisme paradoxaal genoeg ook de interne verdeeldheid meedraagt in de kiem. Eenzelfde verbrokkeling is overigens aan de gang in het Rusland van de nationalist Poetin en zoals alle dictaturen doorheen de geschiedenis hebben ook deze twee geen andere keuze om die interne verbrokkeling te lijf te gaan dan middels het voeren van oorlogen met andere naties want zij doen dat in de hoop aldus de eenheid van het eigen volk te kunnen bewaren en daarmee ook de eigen persoonlijke macht - het is de laatste redplank van de rijken, zoals John Heartfield een eeuw geleden heeft opgemerkt.
5Deze dictatoriale regimes werden ingezet met de middels het pauselijke requerimientogesteunde Spaanse veroveraars die zowat vijfhonderd jaar geleden in het spoor van Columbus de Inca's en de Azteken kwamen onderwerpen op straffe van totale vernietiging en dood. (Cf.: Zal de kerk de Amazonevolkeren redden? - http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3184707 ;
Dat Angelelli een martelaar was, werd duidelijk na later onderzoek want de officiële versie van de doodsoorzaak luidde dat de bisschop was omgekomen bij een verkeersongeval en de katholieke kerk is die officiële versie blijven onderschrijven totdat de kust veilig was, meer bepaald tot dertig jaar na zijn dood. (https://en.wikipedia.org/wiki/Enrique_Angelelli)
Die politieke strategie herinnert aan de historie van pater Damiaan en aan die van Oscar Romero, nog twee martelaren die werden genegeerd zolang er geen profijt mee te behalen was. Pater Damiaan werd door de katholieken wandelen gestuurd toen hij het verbod overtrad nog terug te keren naar het vasteland waar hij om hout kwam bedelen om de leprozen mee te begraven; hij werd echter als groot weldoener erkend door het stamhoofd van een plaatselijke gemeenschap en pas nadat zijn heiligheid boven alle twijfel verheven was, werd zijn lijk in stukken gereten door de 'relikwieënjagers' van de kerk. (Zie: Ludo Noens, Molokaï: het eiland der verworpenen.)
Ook de El Salvadoraanse aartsbisschop Oscar Romero verzette zich tegen de door de latere president Duarte gesteunde en door de USA bewapende militaire junta die zowat 75.000 burgers ombrachten en hijzelf werd op 24 maart 1980 vermoord, korte tijd nadat hij in Leuven een eredoctoraat ontving; de kerk weigerde hem lange tijd te erkennen terwijl zij zich verschuilde achter de valse beschuldiging van communisme terwijl Romero alleen maar zijn bevrijdingstheologie (het geloof in solidariteit met de armen) praktiseerde. (https://nl.wikipedia.org/wiki/Jos%C3%A9_Napole%C3%B3n_Duarte ;
Dat de Argentijn Jorge Bergoglio paus is kunnen worden, is mede te danken aan het feit dat deze steunpilaar van de conservatieve autoritaire katholieke elite die de bevrijdingstheologie bestreed, tijdens die vuile oorlog niet behoorde tot de verzetslieden-martelaren ofschoon hij toentertijd (van 1973 tot 1979) provinciaal was van de Jezuïetenorde. ( https://nl.wikipedia.org/wiki/Paus_Franciscus ;
Nog in Zuid-Amerika was er in Chili van 1974 tot 1990 de eveneens door de VS gesteunde dictatuur van de rooms-katholieke mensenrechtenschender Augusto Pinochet met 130.000 arrestaties, tienduizenden martelingen en drieduizend executies. ( https://nl.wikipedia.org/wiki/Augusto_Pinochet ) Deze dictatoriale regimes werden ingezet met de middels het pauselijke requerimientogesteunde Spaanse veroveraars die zowat vijfhonderd jaar geleden in het spoor van Columbus de Inca's en de Azteken kwamen onderwerpen op straffe van totale vernietiging en dood. ( Zal de kerk de Amazonevolkeren redden? - Zie: http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3184707 ;
In Afrika kennen we de katholieke dictatuur van de onlangs overleden Robert Mugabe van Zimbabwe maar ook in Europa kunnen we er niet naast kijken: het verkapte bondgenootschap van de kerk met extreemrechts toonde zich van 1939 tot 1975 in het Spanje van massamoordenaar Franco "die zich in 1953 na het concordaat met de Heilige Stoel "Caudillo de Espana por la Gracia de Dios" ("leider van Spanje bij de Gratie Gods") liet noemen." (https://nl.wikipedia.org/wiki/Francisco_Franco ;), in de praktijken van de kerk(en) tijdens de tweede Wereldoorlog "waarbij de angst voor het communisme ze soms in de handen van rechts-autoritaire regimes dreef." (Jan Bank, God in de oorlog. De rol van de Kerk in Europa 1939-1945, Balans 2017. Recensent E. Sengers schrijft over het boek: "[Bank] (...) laat zien dat de kerken in het interbellum een weg moeten zoeken tussen de autoritaire regimes die soms sterk voor, soms sterk tegen ze zijn - waarbij de angst voor het communisme ze soms in de handen van rechts-autoritaire regimes dreef." Zie: https://www.bol.com/nl/f/god-in-de-oorlog/9200000036327109/?country=BE ;
7 Cf.: J.B., “De kerk en extreem-rechts”, 30 oktober 2019. Cf.: http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3185753 . En verder: “De huidige Hongaarse president Victor Orban die het eigen land tot een ware slavenstaat heeft herschapen, is alvast één van de beste leerlingen van de klas en een straks niet meer te tellen aantal extremisten zitten klaar om in zijn spoor te treden eenmaal zij, gefinancierd door 'geheim privé kapitaal' verkozen zullen zijn. (De VRT wijdde er een reportage aan, getiteld: "Op bezoek in het Italiaanse klooster waar Steve Bannon 'gladiatoren' wil opleiden om joods-christelijke waarden te verdedigen":https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2019/01/28/italiaanse-klooster-steve-bannon/) Precies zoals in de achtertuin van de USA in het verdokene financiële militaire maar ook katholieke steun werd verleend aan de Argentijnse, Salvadoraanse en Chileense dictaturen, kunnen vandaag de Europese dictators in opgang rekenen op de kerk die in de samenzwering met superpopulisten zonder twijfel een kans ziet om uit het diepe dal te klimmen waarin zij ingevolge de huidige wereldwijde schandalen is beland. (Zie onder meer: Frédéric Martel,Sodoma. Het geheim van het Vaticaan, Uitgeverij Balans Amsterdam 2019(oorspr.: éditions Robert Laffont, Parijs 2019).
14-02-2026
Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 3
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 3
Zoals eerder betoogd, is het goede een maaksel1 en omstreeks het jaar vierhonderd van onze tijdrekening stelde Augustinus van Hippo dat het kwaad geen entiteit op zich is doch een tekort aan het goede. Als deze stellingen kloppen - en er is geen reden om aan te nemen dat ze dat niet zouden doen - dan is de oorlog niet iets dat wordt gefabrikeerd maar een gevolg van een tekort aan welbepaalde constructieve menselijke bedrijvigheden. Oorlog steekt met andere woorden de kop op waar zekere activiteiten en meer bepaald deze die de vrede handhaven, achterwege zijn gebleven.
Het grootste kwaad van deze tijd bestaat erin dat de idee dat het goede een constructie is, dat het gemaakt moet worden en onderhouden, niet met open armen wordt ontvangen door een blasé menstype dat niets minder nastreeft dan goddelijke almacht en onsterfelijkheid. De tragiek van die absolutistische drang werd reeds in de Oudheid opgemerkt en heeft figuren gecreëerd zoals de weetgierige Pandora, de hoogvlieger Icarus en de opstandige Sysiphus, die de goden naar de kroon staken en daarvoor stuk voor stuk met een gruwelijk lot werden bestraft - alleen Prometheus werd van zijn ketens bevrijd maar hij was dan ook goddelijk van oorsprong.
Het inzicht dat de mens niet onbestraft de goden hun almacht kan benijden was eigen aan de Hellenen maar niet aan de aanhangers van de openbaringsgodsdiensten die daarentegen via de menswording van hun godheid, de grote verleiding van de vergoddelijking van de mens als zijn doel voorop hebben gesteld. De les die de Griekse tragedies ons leren is er een van nederigheid en van aanvaarding van het menselijk lot, zijnde het gegeven dat wij schepselen zijn en nimmer in goden kunnen veranderen; de openbaringsreligies daarentegen propageren een hoogheidswaanzin door het schepsel mens te verleiden tot een geloof in zijn goddelijkheid. Ook het Hindoeïsme en het Boeddhisme houden de massa aan het lijntje met die perversie in de gedaante van een reïncarnatiegeloof dat focust op het bereiken van de verlichting via stadia die corresponderen met maatschappelijke kasten welke specifieke plichten meebrengen met voor wie ze nakomen de belofte op het opklimmen in de pikorde na elke wedergeboorte.
Die religies teren echter op beloften gedaan door mensen, niet door goden, en zij functioneren als verborgen machtsinstrument zoals het geloof in 'the Amercan dream' dat vandaag doet of het geloof in winst in het spel van de economie maar ook in dat van de lotto. Het zijn beproefde methoden van massamanipulatie naar het model waarvan ook de steekproeven worden aangewend die immers eveneens de factoren onwetendheid en heil (of dreiging) inzetten om met de controle en de sanctionering van een klein gedeelte van de mensen, de massa in de greep te houden en waarvan de tactiek van de belastingcontroleur wellicht de meest bekende is.
Dat wij er kennelijk maar niet achter komen dat het er zo aan toe gaat, heeft als reden dat we ons maar moeilijk kunnen inbeelden dat de mens tot een dergelijk kwaad in staat is: deden wij dat wel, dan werden we ons tevens bewust van de mogelijkheid van het kwaad in onszelf terwijl wij veel liever een struisvogelpolitiek voeren waarbij we ook en in de eerste plaats de zelfkennis ontvluchten en aldus ook de wijsheid moeten missen die daarmee sinds oudsher in verband wordt gebracht. Een weetje is licht om te dragen maar in ware kennis of in wijsheid is veel smart.2
2Cf. Prediker 1:18: “Want in veel wijsheid ligt veel verdriet, en als iemand kennis vermeerdert, vermeerdert hij smart.” (Nederlandse vertaling volgens het NBG: https://www.bible.com/nl/bible/328/ECC.1.18.NBG51 ).
12-02-2026
Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 2
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 2
Het is niet in de eerste plaats de economie die de ethiek bepaalt en waar zij dat alsnog doet, wordt zij niet gestuurd door zichzelf maar door nog andere invloeden: een hoogconjunctuur leidt niet noodzakelijk tot verval en rijkdom is geen poort naar de ondergang zoals ook armoede en ziekte de mens niet noodzakelijk beter maken; daarentegen is uiteraard de aanwending van de middelen doorslaggevend voor hun betekenis en dat is een morele kwestie die echter keuzevrijheid vereist om zich te kunnen manifesteren.
Eertijds werd de moraal gedicteerd door religies die een zekere maatschappelijke orde wisten te handhaven maar dan wel meestal op de manier waarop ook dictators dat doen, met name middels strenge sanctionering van het gedrag en dus middels vrijheidsberoving: in een dictatuur is de enige persoon met keuzevrijheid de dictator zelf, het volk werd er herleid tot een massa van allemaal gelijke, gehoorzame, willoze burgers die welhaast functioneren zoals door de dictator geprogrammeerde automaten. Volgens Plato is de allerbeste staatsvorm de dictatuur maar dan wel op voorwaarde dat de dictator goed en bekwaam is en naar dat model vormde zich de katholieke kerk in de absolute zekerheid dat zij in haar geheel, en dus als massa, het lichaam vormde van Christus, met als hoofd de paus van Rome, een man met wereldlijke macht en met in zijn zog een hele resem aan moordende dictators die zich door God zelf uitverkoren achtten en waarvan men zich bijvoorbeeld Francisco Franco nog herinnert maar evenzeer de conquistadores, de kolonisatoren en de beheerders wereldwijd van opvoedingssystemen, politieke partijen, banken en nog andere hersenknederijen. Desnoods kan Spinoza er nog worden bij gesleurd om te bepleiten dat dwang de vrijheid van de wijze helemaal niet schaadt omdat die immers het inzicht deelachtig is in de noodzaak daarvan maar naar de mening van de ontelbare dodelijke slachtoffers van het geweld van dictatoriale regimes kan uiteraard niet meer worden gevraagd en de overlevenden zwijgen als vermoord daar zij als geen ander het klappen van de zweep hebben moeten leren kennen. De dictators daarentegen blijven hun gang gaan zoals blijkt uit de plannen voor grootse festiviteiten ter gelegenheid van tweehonderd jaar België in het Jubelpark, een van de domeinen bekostigd met het bloed van naar schatting twaalf miljoen Congolezen tijdens de beroving van hun land onder Leopold II.1
En waar het geweld op de achtergrond blijft, waar de zaken met zogenaamd vreedzame middelen worden bedisseld, is meestal sprake van geïnstitutionaliseerd geweld, geweld dat ingebouwd wordt in de structuren van de instituties die het menselijk bestaan 'bewaken'. Dat kunnen zichtbare instellingen zijn zoals opvoedingsbedrijven, erkende religies en gehele staten maar het kan ook gaan om de minder tastbare doch niet minder impactrijke dwang van sociale verplichtingen en in het leven ingebakken ideologieën en gewoonten. Geen eeuw geleden kon men geen kerkgebouw voorbijgaan zonder een kruisteken te moeten slaan, waarbij dezelfde ziekelijke dwang gold als deze die men ervaart als men onder een ladder door moet lopen; de abstinentie in de zondagsmis werd bestraft met broodroof terwijl de mensen die leefden van de hand in de tand, zedig zwegen wanneer zij elke vrijdag moesten toekijken hoe de visboer het neusje van de zalm kwam afleveren bij Eerwaarde Heer pastoor die hen verbood om op vrijdag vlees te eten, alsof zij dat ook maar konden betalen. En zij die denken dat dit alles voltooid verleden tijd is, kunnen als zij niet ziende blind zijn van exact het tegendeel worden overtuigd door de krant van vandaag ter hand te nemen: die hypocrisie vindt men namelijk nog steeds terug en vooral dan bij de hoogwaardigheidsbekleders: men leest er dat een gewezen rector van een katholieke universiteit zijn achterban ervan verzekert dat hij alle rechtsmiddelen zal inzetten om zijn gelijk te halen bij een kwestie waarbij de plaatselijke gemeenschap een stukje van zijn parktuin wenst te onteigenen voor de aanleg van een weg in functie van de veiligheid van zwakke weggebruikers en in hoofdzaak schoolgaande kinderen2 onder wie nog elke dag veertien gewonden ofwel doden vallen ingevolge verkeersonveilige situaties.3
Intussen heeft de zogenaamde wetenschap de fakkel overgenomen van een althans in onze contreien zo goed als versleten kerk en de nieuwe biechtvader is de huisarts die middels medisch onderzoek van zijn patiënten, van wie hij bijvoorbeeld lichaamsvloeistoffen aftapt, een dossier opmaakt dat hun geheimen dikwijls heel wat gedetailleerder onthult dan zij zelf kunnen beseffen. Het gevecht om de wereldheerschappij tussen de kerk met haar tanende macht en het zelfverzekerde medische wereldinstituut herinnert men zich maar al te goed, tenzij men ziende blind is, van de recente coronacrisis waar tegen zwart wit moest worden gezegd terwijl alle mensen zwegen (of het zwijgen werden opgelegd) alsof de hele wereld opgeslokt was door de dystopische romans van George Orwell.4 Edoch, teruggrijpen naar de verleden toestanden waarvan de tijd het lof verveelvoudigd heeft maar de gruwel uitgewist, is wel het allerslechtste wat men kan doen: het is een bekend gegeven dat omverwerpers van dictators binnen de kortste keren zelf dictator worden en met instellingen gaat het er kennelijk eender aan toe, waarbij vooral de vergetelheid in de kaart speelt van het kwaad dat immers sowieso de grootste vijand van de waarheid is. Het eerste en meest noodzakelijke verweer tegen de afgang die ten oorlog stuurt, is om die reden het levend houden van de herinneringen aan de gruwel: niet door het organiseren van een soort van toerisme in de tijd waartoe het geschiedenisonderwijs (voor zover het nog bestaat) dreigt af te glijden maar door het onder de aandacht brengen van persoonlijke getuigenissen uit het verleden maar ook uit de eigen tijd, waarbij er alles aan gedaan wordt om de banalisering daarvan te voorkomen.
Dat die banalisering aan de gang is en op de koop toe bewust wordt in de hand gewerkt, blijkt uit het zich van krommenaas gebaren van politici die nu kennelijk geheel probleemloos dansen naar de pijpen van wapenhandelaars waarbij zij ook nog blijken weg te komen met de fabel dat de algehele vernietiging van het mensdom met als aanloop daartoe de massale omvorming van burgers tot soldaten, het enig mogelijke antwoord is op het megalomane gedrag van een handvol gekken aan de top.
De opmerkelijke evolutie van de ethiek in de moderne westerse samenleving in de richting van een heel andere definiëring van goed en kwaad dan men gewend was in de voorbije eeuwen, heeft haar wortels niet in de economie, zoals bepaalde verklaringsmodellen voorhouden: zij heeft een veel dieper gelegen oorzaak waarvan de huidige economische toestand slechts één van de vele kenmerken is.
In de meestal op de Abrahamitische godsdiensten gestoelde moraal (waartoe ook zekere atheïstische vormen van ethiek behoren) die vandaag lijken weg te deemsteren, wordt aangenomen dat het goede, samen met het ware en het schone, afkomstig is van de godheid. God, en aldus ook de goddelijke geboden die de moraal vormen, maakt zich kenbaar via Zijn Woord, met name in de Heilige Schrift, en daarnaast ook in de Natuur en door middel van het Geweten.
De ontwikkeling van de wetenschap heeft echter de absolute credibiliteit van deze ooit zo heldere en betrouwbare begrippen aan het wankelen gebracht: de natuur is niet langer het 'tremendum et fascinans' maar datgene waarin wij ingevolge een verborgen machtswellust de uitdaging zijn gaan zien om het te onderwerpen en beheersen; de Heilige Schrift werd ontmaskerd als een maaksel van mensen die zich profeten achtten omdat zij geloofden door de godheid geïnspireerd te zijn - zij geloofden stemmen te horen die in feite projecties waren van eigen gedachten in een tijd waarin het begrip daarvan nog onbestaande was; het geweten tenslotte wordt nu wetenschappelijk beschouwd als de interiorisering van wetten - destijds door de godheid gegeven (de 'tien geboden') maar vandaag door de staten (en de door de wereldgemeenschap, bijvoorbeeld als de verzameling van de mensenrechten) opgelegd en reeds in de brieven van Paulus aan de Romeinen stelt de apostel dat hij zich pas door de wet van de zonde bewust werd. De zonden van destijds die werden beleden en uitgeboet door de ziel, zijn vandaag getransformeerd in overtredingen waarvoor men op het matje wordt geroepen en beboet met (meestal) een geldsom welke arbeid en dus leed vertegenwoordigt, te betalen aan de overheid die deze schulden int. Het hiernamaals is een 'hiernumaals' geworden en de hemel werd vervangen door een aards paradijs dat zich concreet vertaalt in en evenredig is met geldelijk bezit, de bron van wereldse rechten en macht.
Uitgerekend op die manier werd de moraal van weleer totaal op zijn kop gezet want waar eertijds de wereld als 'des duivels' gold - getuige onder meer het evangelische verhaal over de verzoeking van Jezus in de woestijn waar de duivel aan de Christus in ruil voor een knieval zijn wereldrijk aanbiedt -, wordt vandaag uit de wereldse rijkdom geput voor het belonen van de 'goeden' terwijl de booswichten worden gestraft door aan hen (gedeelten van) die rijkdom te onthouden en in de zaligsprekingen - een hart onder de riem voor wie het hard te verduren hebben - wordt het derven van wereldse lusten en goederen beloond met de goddelijke belofte aan een onwerelds geluk.
De mensen hechten geen geloof meer aan beloften, ook niet als die (al dan niet vermeend) goddelijk van oorsprong zijn, maar vergeten wordt dat ook het wereldse loon (dat naar de woorden van de Heiland onverenigbaar is met het goddelijke loon - denk maar aan de uitspraken: “niemand kan twee heren dienen, niet god en de mammon” en : “zij hebben hun loon reeds ontvangen”) niets meer is dan een belofte waarvoor dan op de koop toe uiteindelijk helemaal niemand meer garant staat. Van een werelds loon gelooft men weliswaar dat het tastbaar en concreet is, het is immers een zeker gewicht aan goud, vertaald in een som geld en dan verder vertaald in een getal op een persoonlijke bankrekening maar de waarde die dit vertegenwoordigt, is louter ruilwaarde en dat betekent dat in kwesties die er echt toe doen, het gaat om een waarde van nul komma nul: waar honger heerst, zal geen mens die een brood bezit, dit aan een vreemde verkopen, ongeacht de omvang van de aangeboden som. De band tussen wat leeft (in casu: ons lichaam en het broodnodige brood) is van levensbelang en stelt de afspraken die onder mensen (als burgers) worden gemaakt (in casu: omtrent de ruilwaarde van het geld) in zijn schaduw.
Vaak moeten zich tragedies voordoen om ons in staat te stellen om te begrijpen dat het werelds loon een kostelijke illusie is maar de begoochelingskracht van het wereldse voedt zich met zelfbedrog: geen mens laat zich om de tuin leiden als hij niet eerst zichzelf bedriegt, met name door voor de verleiding in kwestie te bezwijken. En dat is in het bijzonder het geval inzake de lusten waarbij de machtswellust de kroon spant.
Hierbij dient men in het achterhoofd te houden dat lusten wezenlijk regelovertredingen zijn, zoals ook de moderne psychologie moet bekennen en zoals blijkt uit de praktijk van het verleggen van grenzen: de naakte enkel verschafte slechts lust zolang hij bedekt hoorde te zijn en een steeds toenemende permissiviteit met het oog op meer vrijheid resulteert paradoxaal genoeg in het totaal verdwijnen van de lust in het lichamelijke en derhalve in het verdwijnen van de lichamelijkheid zelf, namelijk via de weg van de perversies. Het begint met het verdwijnen van het verbod om de enkel te ontbloten en de permissies schuiven op totdat het ganse lichaam 'opgebruikt' werd en dus als lustobject verdwenen maar de wil tot lust kan niet worden gestopt en dient derhalve steeds verder liggende verboden op te heffen en na de totale ontkleding van de mens kan men alleen nog verder gaan door hem te vellen. Het is misschien alles behalve kort door de bocht om hier te stellen dat op die manier alleen nog het geweld overschiet als ultieme manifestatie van de vrijheid: het geweld en de oorlog.
(Wordt vervolgd)
(J.B., 11 februari 2026)
08-02-2026
Big Brother en de golem
Big Brother en de golem
Gezondheid is een privézaak behalve waar het gaat om besmettelijke aandoeningen: ziedaar een simplistisch voorbeeld van hoe zich een grensgebied opdringt tussen eigendom en gemeenschappelijk bezit.
Er bestaat geen eenvoudige oplossing voor de kwestie van de eigendom, enerzijds omdat wij er niet aan uit kunnen voortdurend in elkanders vaarwater te zitten en anderzijds omdat het leven afhankelijk is van levensmiddelen die schaars zijn, wat bijvoorbeeld meebrengt dat roodkapje moet oppassen voor de boze want hongerige wolf.
Niemand kan er aan uit, de natuur is wispelturig, misoogsten zijn onvermijdelijk en bij hoogconjunctuur rijst de bevolkingsdruk alras de pan uit: waar tekorten zijn, neemt het leed toe en als strijd noodzakelijk is voor het terugdringen van die tekorten, zal het leed dat de tekorten meebrengt worden afgewogen tegen het leed van de oorlog en gaat men misschien aan het vechten. Op die manier lijken oorlogen even onvermijdelijk als misoogsten, ze zijn warempel bijna een natuurfenomeen, alleen zijn het meestal niet tekorten die aan de basis liggen van vijandigheden onder mensen maar wel ongeremde hebzucht en grootheidswaanzin.
Maar wat betreft privézaken en gemeenschappelijk bezit oppert zich nog een ander probleem, met name dat van de vertegenwoordiging van het gemeenschappelijke goed. Wie immers is bekwaam én betrouwbaar genoeg om uit te maken wanneer het nodig is dat wij een stuk van onze privacy inleveren voor het welzijn van allen? Eigenbelang en machtsmisbruik, om slechts die twee te noemen, kunnen immers nimmer worden uitgesloten.
Een dictatuur is pas verkieslijk al de dictator zelf bekwaam is (en dat ook blijft!) en als hij het goed voorheeft met het volk, wat wel een uitzonderingstoestand mag heten en hetzelfde geldt voor de monarchie en de theocratie: zij staan in de schaduw van de democratie waarbij het volk zelf de gemeenschappelijke goederen beheert maar om heel praktische redenen moet men zich laten vertegenwoordigen en dat doet men door zijn vertegenwoordigers te kiezen. Onvermijdelijk botst ook die staatsvorm op zekere grenzen maar op een beter alternatief is het tot op heden wachten: de verfijning van de vertegenwoordiging is alles waarop men hopen mag.
Hierbij oppert zich nog een extra onvermijdelijke malaise, namelijk het kwaad inherent aan de systematisering van processen welke nodig zijn voor het bestuur van een gemeenschap. In zijn Götzen-Dämmerung uit 1895 stelt Friedrich Nietzsche: “Der Wille zum System ist ein Mangel an Rechtschaffenheit.” Systemen immers zijn geen mensen en kunnen niet ter verantwoording geroepen worden, zij kunnen niet gestraft worden omdat zij niet kunnen lijdenen leren, terwijl taken van levensbelang op hun 'schouders' worden gelegd.
Men moet daarom altijd voor ogen blijven houden dat systemen werktuigen zijn: de verantwoordelijkheid voor hun werking ligt bij degenen die deze werktuigen maken en hanteren en zij kunnen zich niet zomaar aan hun verantwoordelijkheid onttrekken door de zwarte piet door te schuiven naar het 'helaas' onvolmaakte systeem, zoals onlangs een universiteitsrector meende toe mogen doen met betrekking tot het werktuig dat Artificial Intelligence heet, wat getuigt van onbegrip inzake de vertrouwenskwestie in het proces van het delegeren en wat uiteraard niet uitnodigt tot credibiliteit want voor hetzelfde geld wordt de relatie tussen de mens en zijn gebruiksvoorwerpen omgekeerd met onvermijdelijk de totale ondergang tot gevolg. Men mag geen macht in handen geven van Big Brother maar nog veel meer geldt dat men geen macht mag delegeren aan een golem.
(J.B., 8 februari 2026)
07-02-2026
De detectie van de Untermensch
De detectie van de Untermensch
Hitler maakte zich sterk dat de uitroeiing van de 'onvolmaakten' een zaak was die uiteindelijk het volk ten goede kwam: hij verving de hoogopgeleide artsen, paramedici, sociale werkers en nog andere zorgverleners door ongeletterde beulen en bespaarde op die manier fortuinen die anders uitgegeven werden aan de verpleging van ouderlingen, andersvaliden, zieken, marginalen, asielzoekers en nog andere zogenaamd 'verlieslatende' groepen uit de samenleving. De Führer wilde Duitsland weer groot maken na de nederlaag ingevolge de Eerste Wereldoorlog en hij stelde zich niet tevreden met een herstel van de economie: hij beoogde niets minder dan de wereldheerschappij, met zijn zogenaamde 'Derde Rijk', een imperium in de lijn van het eerste, het Heilig Roomse Rijk, en het tweede, het Duitse Rijk.1 Zichzelf en zijn trawanten, verenigd in een geheim genootschap, jutte hij op met onder meer een krankzinnige rassenleer om aldus zichzelf tot de messias van het uitverkoren volk te kunnen uitroepen en alle middelen, inclusief genocide, te kunnen inzetten als gewettigd voor de onderwerping van de zogenaamde 'Untermenschen': andere volkeren maar dus ook de hoger genoemde groepen uit de eigen natie. Hitler werd gefinancierd door het grootkapitaal dat dan ook deze besparingspolitiek ten koste van talloze onschuldige mensenlevens wilde en bepaalde. En vandaag lijkt het monster waarvan men geloofde dat men het verslagen had, zich te hebben vermenigvuldigd: de huidige leiders van China, Rusland, de V.S. en nog andere staten delen eenzelfde megalomanie die zich pas kan realiseren door dienst aan de mammon - lees: door de onderwerping van de mens aan een (moordende) economie gericht op de verrijking en vergoddelijking van de bezittende klasse - die later door de geschiedenis zal worden ontmaskerd als een klasse van bezetenen.
Het begint allemaal met grootheidswaanzin en dat is zichzelf voorhouden dat men meer waard is dan een ander. Het is een 'spel' binnen de pikorde waar geldt dat geluk een kwestie is van sociale vergelijking maar tegelijk volgt deze waanzin ook uit de miskenning van de eigen gebrekkigheid en sterfelijkheid. De vernedering van anderen is de gemakkelijkste manier van zelfverheffing maar die verheffing is vermeend: zij berust op leugens die dan ook met hoogdringendheid in stand gehouden dienen te worden.
Tot die leugens behoren in de eerste plaats de voorwendsels voor het zich kunnen voltrekken van gigantische misdaden want snode plannen worden altijd in het verborgene gesmeed en bedrog noopt tot een dubbele boekhouding waarbij de ware, misdadige verborgen dient te blijven terwijl de geopenbaarde het publiek een rad voor de ogen moet draaien en uiteraard wordt daarbij het tegendeel voorgewend van wat er in werkelijkheid gaande is: maatregelen, zogezegd in functie van de volksgezondheid, decimeren de bevolking of wetten inzake onderwijs, houden de massa dom. Men hoeft geen hogere studies te hebben gedaan om in te zien dat waar bijvoorbeeld kapitalen worden besteed aan bevolkingsonderzoek ter preventie van darmkanker terwijl men het nalaat om de harddrug alcohol alsook nicotine te verbieden, er iets niet klopt: de genoemde inconsistentie valt echter wel te begrijpen in het licht van het feit dat de beide houdingen elkaar pas tegenspreken waar men de ware toedracht uit het oog verliest, met name louter winstbejag.2
Er zullen altijd mensen zijn die graag blijven geloven in het sprookje van the American Dream, dat een illusie te voorschijn tovert gelijkaardig aan die waarin men belandt als men op de lotto speelt, of in religies die goden vermenselijken en derhalve mensen vergoddelijken, maar het kapitalisme verkapt de hulde aan de klassenmaatschappij die, erger nog dan de natuur met zijn recht van de sterkste, dit recht ook nog eens beschermd wil zien middels in wetten vastgelegde voorrechten. De gelijkenissen tussen de gang van zaken bij de huidige grootmachten en deze ten tijde van het nazisme in Duitsland betreffen uiteraard niet alleen de propaganda maar evenzeer de misdaden, die dankzij de hedendaagse media echter veel moeilijker te verbergen zijn dan destijds terwijl om dezelfde reden het verzet daartegen veel makkelijker de kop wordt ingedrukt.
Actueel is nu de kwestie van de genetische screening die zich graag profileert als een zaak van medische ethiek terwijl het ook hier overduidelijk is dat het morele andermaal een dekmantel moet zijn voor zich verhullende economische belangen. Aan mensen gaan vertellen dat zij er bij te winnen hebben als zij zich laten nakijken op hun aanleg om in de loop van hun bestaan bepaalde ongeneeslijke ziekten te ontwikkelen, is wat commerçanten doen wanneer zij alleen maar eigen gewin op het oog hebben. De waarheid is dat slechts de bezittende klasse er (met het oog op de doeltreffendheid van hun investeringen) bij gebaat is om te weten wie voor hen wel of niet winstgevend zullen zijn en wie dan ook nog geloven dat die informatie zal gebruikt worden om de betrokkenen tijdig ter hulp te kunnen schieten, zullen terugkeren van een koude kermis.
Destijds was er alleen de reputatie als cruciale informatiebron om potentiële werknemers te screenen, weliswaar aangevuld met de gegevens uit de biecht, maar het zou onverstandig zijn voor wie hun winst tot elke prijs willen maximaliseren indien zij de informatie uit de medische sector niet te baat zouden nemen. Met respect voor ieders privacy weet elke doorgewinterde commerçant aan jan of an met de pet alras een handtekening te ontfutselen onder een verklaring die aan de behandelende artsen carte blanche geeft, want dat is wat zij nodig hebben om goede punten te scoren in een systeem dat draait om de voorrang van het geld.
2De zorg om de gezondheid van burgers en hier in het bijzonder senioren, kan pas een geloofwaardig argument zijn voor het bevolkingsonderzoek naar darmkanker als diezelfde zorg zich ook toont in een wetgeving die ons tegen die ziekte beschermt. Die zorg blijkt totaal afwezig in onze wetgeving inzake de handel in alcohol en tabak, overduidelijk omdat hoge taksen deze vergiften winstgevend maken voor de staat. Stoute tongen beweren dat ook preventief kankeronderzoek de staatskas spijzigt en niet omdat het de kosten voor de verpleging van die ziekte zou inperken maar omdat het onderzoek als zodanig letaal zou zijn, wat dan een besparing zou betekenen inzake pensioenen. Letaal bleken alvast reeds de maatregelen inzake de preventie van borstkanker waarvan aan het licht kwam dat screening slapende kankercellen wekt.
06-02-2026
âDat magâ - Het goede is geen feit: het wordt gemaakt
“Dat mag”
Het goede is geen feit: het wordt gemaakt
De stelling dat verwende kinderen verkieslijker zijn dan kinderen met een waterbuikje gaat aan het wankelen als men in rekening brengt wat er van die kinderen kan worden omdat het een feit is dat wie hebben moeten vechten, het er in het leven dikwijls beter afbrengen. Verwendheid is het vanzelfsprekend vinden van het genot dat men heeft van het bevredigd zijn van zijn behoeften, wat een gevaarlijke onverschilligheid daartegenover voedt welke zich vertaalt in ondankbaarheid. Die ondankbaarheid betreft uiteindelijk een houding jegens die mensen die met hun arbeid en derhalve middels leed, gezorgd hebben en zorg dragen voor de luxe waarin men zelf mag leven.
Verwendheid maakt blind voor het feit dat het goede van het leven en uiteindelijk ook het leven zelf geen vanzelfsprekendheden zijn, geen zaken die er van nature zijn en al zeker geen zaken waar men recht op heeft. Als men met andere woorden de dingen missen moet waarvan men geniet als men verwend is, kan men nergens terecht om zijn beklag te doen, precies omdat hetgeen waarop men bogen kon, geen rechten waren doch gunsten. Het goede is derhalve een gunst, uitgaande van een of meer personen die het zonder nood of dwang geheel vrijwillig schonken.1
Het goede bestaat dan ook uitsluitend als iets dat werd of wordt gegeven, het is aldus geen entiteit op zich, het ontstaat krachtens de handeling van het geven waarin uiteraard personen betrokken zijn, met name de gever(s) en de ontvanger(s).
De gever heeft geen plicht om te geven maar hij weet dat de ontvanger, ofschoon ook hij geen plicht heeft tot ontvangen, het geschenk niet zal weigeren omdat het hem goed doet en hij dit ook weet en ondervindt. De ontvanger heeft strikt gezien geen plicht tot dankbaarheid jegens de schenker omdat die door de schenking reeds afstand deed van wat hij schonk maar het al dan niet dankbaar zijn tekent hem wel en niet zomaar oppervlakkig als iemand die al dan niet sympathiek oogt maar in die zin dat het uiteindelijk zijn eigen wezen vastlegt.
De ondankbare immers wordt spontaan geassocieerd met de dief, zij het een dief die men niet betrappen kan omdat hij zelf niets deed, niets van een ander wegnam, daar hij de schenking louter onderging, maar wel omdat hij het naliet iets te doen, met name liet hij het na om de schenker als zodanig te erkennen, wat hij had kunnen doen middels een teken van dankbaarheid. Juridisch gezien hebben gunsten geen betekenis, weldoeners azen niet op een beloning en wie hun weldaden genieten in ondankbaarheid, worden daar ook niet voor vervolgd omdat de wet zich beperkt tot het vrijwaren van de rechten - indien zij zich met gunsten inliet, dan ging het immers niet langer om gunsten doch om plichten.2
De ondankbare ontvanger miskent de schenking en derhalve ook de schenker die door zijn schenking het goede tot stand bracht en bijgevolg miskent de ondankbare ontvanger ook het goede als zijnde een persoonlijke creatie: hij doet alsof het goede een natuurlijk gegeven is, zoals een appel aan een boom - en uiteraard een boom die men tot zijn bezit kan rekenen. En hier belandt men bij het fenomeen van het privaatbezit, dat is ontstaan met handelingen die lijnrecht staan tegenover de gunsten, de schenkingen of de weldaden, met name de inbeslagnames of de veroveringen welke wezenlijk geweldplegingen zijn.
Eigendom is een complex iets omdat wij nillens willens het eigen lichaam beschouwen als het onze en we zijn er mede verantwoordelijk voor. Maar het eigen lichaam is in het verleden, in het heden en in de toekomst verbonden met dat van onze moeder en met de lichamen van onze clan maar ook met de rest van de natuur vanwege de levensnoodzakelijke behoeften want lichamen zijn niet zelfbedruipend, wij moeten ademen, eten en op velerlei wijzen onderonsen om in leven te kunnen blijven. Zolang wij kunnen erkennen dat onze clan en de natuur, incluis het hele heelal, het onze zijn, lijken problemen uitgesloten want daar vervalt dan ook spontaan de betekenis van het privaatbezit.3 Maar de werkelijkheid is om de een of andere reden niet gediend met deze al te mooie insteek die verwijst naar een toekomstig toneel waarin de wolf en het lam in vrede samenleven4: de wolf die roodkapje opeet, is boos, of wild, hij heeft geen zeg over zijn daden omdat hij instinctmatig handelt, hij gehoorzaamt zijn natuur die wij niet kennen dan door de tragedies zoals verhaald in Roodkapje en de boze wolf.
Op die manier blijkt ook dat er nog werk is aan de winkel vooraleer het Bijbelse Utopia zich realiseren kan: zoals ook de dode en blinde natuur, moeten wilde dieren worden getemd en moeten mensen worden beschaafd, en dat alles kan bezwaarlijk gebeuren zonder slag of stoot en vrij van allerlei risico's en gevaren. De wereld zoals wij die kunnen wensen, staat (nog) mijlen ver af van de wereld zoals hij vandaag aan ons verschijnt en willen wij onze wensen waar maken, dan verbinden zij ons ertoe te werken aan de toekomst. Kinderen mogen dan al denken dat hun smartphones aan de bomen groeien: al het goede van het leven en het leven zelf werden ons gegeven, het zijn gunsten. Dankbaarheid daartegenover kan worden geuit door de aanvaarding van een uitnodiging die wij geheel vrijwillig tot onze plicht kunnen maken om mee voort de werken aan de voltooiing van de realisatie van die wens. Het goede en het leven zelf, het zijn geschenken, met veel zorg tot stand gebracht en ons gegeven, door personen die het goede voor ons wensen, en uitgerekend het voortduren van die werkelijkheid komt in gevaar waar dankbaarheid niet langer als een morele plicht beschouwd wordt. Om die reden stuit het tegen de borst wanneer een nieuwsoortig gedrag zich gelden laat, dat mensen ervan weerhoudt om “dank u” te zeggen en waar hen gevraagd wordt of zij het een of andere aangebodene willen, niet langer antwoorden zoals weleer: “Ja, dank u wel” maar kort en bijna bruut: “Dat mag.”
(J.B., 6 februari 2026)
1De veronachtzaming van deze visie resulteert in inconsistenties van zekere regelgevingen, zoals bijvoorbeeld in de zogenaamde mensenrechten, omdat er geen rechten zonder plichten denkbaar zijn, zoals er ook geen ontvangers zonder schenkers kunnen zijn, want evenmin als geschenken hebben wij rechten van nature. Zo kan men geen aanspraak maken op het recht op euthanasie zonder ook de plicht tot het plegen daarvan aan mensen op te kunnen leggen, terwijl uiteraard niemand een ander onder dwang kan zetten om medemensen te doden.
2Echter, niet alles kan als plicht aan mensen worden opgelegd - zie verderop in deze tekst.
3Als iedereen alles tot zijn bezit mag rekenen, verliest het begrip 'bezit' zelf uiteraard elke inhoud.
4Bedoeld wordt hier de passage uit de Bijbel in Jesaja 11:6-9: “Dan zullen wolven en schapen bij elkaar leven. Panters en geitjes zullen samen liggen rusten. Kalveren en jonge leeuwen groeien samen op. Een kleine jongen zal ze hoeden. Koeien en beren zullen samen gras eten. Hun jongen zullen samen spelen. Leeuwen zullen net als koeien hooi eten. Baby's zullen spelen bij het hol van een adder. Kleuters zullen giftige slangen uit hun nest pakken. Niemand zal een ander nog kwaad doen op Gods heilige berg.” (Zie: https://www.biblegateway.com/passage/?search=Jesaja%2011&version=BB;HTB;LSG;NIV )
05-02-2026
Friedrich Nietzsche over goed en kwaad - Afleveringen 2 en 3
Friedrich Nietzsche over goed en kwaad
Aflevering 2. Zur Genealogie der Moral
In Zur Genealogie der Moral1(zoals vermeld in het boek: geschreven ter vervollediging en ter verduidelijking van Jenseits von Gut und Böse)vraagt Nietzsche zich af waar men het dan vandaan haalt om te stellen dat iets goed of slecht is2 en daar blijkt dat morele begrippen geen redelijke oorsprong hebben maar veeleer door toeval tot stand gekomen zijn.3
De (Griekse en Romeinse) adel leeft egoïstisch en volgens de natuur die het recht aan de sterken geeft terwijl de zwakkeren zich moeten tevreden stellen met de dienstbaarheid waarvan ze dan maar een deugd maken, wat meebrengt dat zij het daaraan tegengestelde egoïsme van de sterken als ondeugdelijk bestempelen.4
De priesterklasse, aldus Nietzsche, kweekt een ressentiment door de natuurlijke waarden om te keren. Aan slaven wordt namelijk geleerd dat zij schuld hebben tegenover hun meesters en dat ze die moeten uitboeten. Hun moraal maakt dat ze hun leed zien als een rechtvaardige straf. Uiteraard keuren zij dan de daaraan tegengestelde moraal van hun meesters af en aldus kunnen zij zich boven hen verheven achten.
Nietzsche zegt dat er geen ander, eigen fundament bestaat voor de altruïstische moraal, die dus zelfbedrog is, en men beschouwt die moraal als goed omdat men eraan gewend is. De priesterklasse die de slavenmoraal predikt, gelooft aldus dat zij de sterke tot haar moraal moet bekeren, dat zij de wilde moet temmen.
Verwant met het schuldbewustzijn is het zich binden aan beloften, wat de slaaf voorspelbaar en beheersbaar maakt en wat staat tegenover de bevrijdende kracht der vergetelheid. Het natuurlijke leedvermaak dat sterkeren hebben tegenover zwakkeren, richt zich bij de zwakkeren op zichzelf en uit die frustratie vormt zich een schuldbewustzijn, een verantwoordelijkheidsgevoel voor de eigen daden, een zichzelf met ascese straffende ziel. Ten langen leste heeft op die manier de zwakkere betekenis gegeven aan het zinloos leed van zijn slavernij.5
De wetenschapper overschat zichzelf want hij is verwant met de priester omdat hij zijn ascese van hem heeft afgekeken: beiden geloven in een waarheid die zij zoeken als een doel op zich. Nietzsches ideaal is dat de mens leert te leven zonder doel.6
Aflevering 3. Een bedenking bij Nietzsche's Genealogie van de moraal
Nietzsche beschouwt het christendom als een slavenmoraal met geen ander fundament dan een ressentiment tegenover de herenmoraal en derhalve als een perversiteit of een tegennatuurlijkheid.
Het altruïsme heeft geen ander fundament dan ressentiment, zo betoogt Nietzsche, maar hij staart zich blind op het verleden en op de koop toe wil hij ook nog dat verleden vergeten maar wat dan gezegd van het altruïsme van zovele vrijheidsstrijders: zij betalen met hun leven voor het welzijn van anderen7 met wie zij zich kennelijk identificeren, met wie zij hun lot verbonden hebben, zodat men zonder een zweem van twijfel kan stellen dat zij dat altruïsme funderen op de hoop en derhalve op de toekomst welke zij met de kracht van hun hoop uiteindelijk ook waar weten te maken.
De conclusie dat men op grond van Nietzsche inzichten dan maar moet terugkeren naar de natuurlijke, 'edele' waarden, is zodoende een bijzonder problematische stellingname. Het is immers niet de eerste keer in de loop van de evolutie dat zich een 'perverse' of een 'vreemde' kentering voordoet met kennelijk bijzonder heilzame gevolgen. De tarwe, een afwijkend gewas, voedt de hele wereld en de mens is een 'onaf' en derhalve een afwijkend dier. Maar het leven zelf is een kentering in de ontwikkeling der dingen daar de wetten die het voortdrijven, deze van de dode stof vierkant tegenspreken: de tweede wet van de thermodynamica, de vervalwet, lijkt daar te worden omgebogen tot een wet van toenemende complexiteit.
Eensgelijk kan het voortkomen van altruïsme uit egoïsme gezien worden als alleen maar een schijnbare tegenstelling. En is het overigens niet pas vanuit de realiteit van het altruïsme dat het egoïsme van de aan de cultuur voorafgaande natuur aan het licht komt, zoals het ook pas vanuit de realiteit van de complexiteit van het leven en het denken is dat aan het licht komt dat alles aan verval onderhevig zou zijn? De feiten spreken met andere woorden de theorieën tegen en in dat geval moet men uiteraard niet de feiten maar wel de theorieën laten varen.
2Nietzsche heeft het over zijn “Gedanken über die Herkunft unsere moralischen Vorurteile (...)”. Cf.: F.W. Nietzsche, Zur Genealogie der Moral. Eine Streitschrift, in: Friedrich Nietzsche, Werke III, Verlag Ullstein Gmbh, Frankfurt/M, Berlin, Wien 1976, 1969 (Oorspronkelijk: 1886), Vorrede, 2, pag. 763.
3Met dit standpunt zet Nietzsche zich af tegen een publicatie uit 1877 van zijn vriend Paul Rée, getiteld: Der Ursprung der moralischen Empfindungen. die hij pervers noemt en hij stelt: “Vielleicht habe ich niemals Etwas gelesen, zu dem ich dermaszen, Satz für Satz, Schlusz für Schlusz, bei mir Nein gesagt hätte wie zu diesem Buche (...)” (Nietzsche, o.c., pag. 766) en hij stelt een nieuwe, 'genealogische' onderzoeksmethode voor.
7Zie bijvoorbeeld: Costica Bradatan, Sterven voor een idee. Filosoferen met gevaar voor eigen leven, Ten Have, Utrecht 2016. (Oorspronkelijk: Dying for ideas. The Dangerous Lives of the Philosophers, Bloomsbury Academic, 2015.)
03-02-2026
Friedrich Nietzsche over goed en kwaad - Aflevering 1. Jenseits von Gut und Böse
Friedrich Nietzsche over goed en kwaad
Aflevering 1. Jenseits von Gut und Böse
Max Wildiers mag dan wel stellen (samen met zijn achterban, de katholieke kerk) dat aan de grondslag van een cultuur een metafysica ligt: waar Friedrich Nietzsche laat zien hoe de slavenmoraal van het christendom een overlevingsstrategie is, blijkt ten langen leste het tegendeel, namelijk de superstructuur als product van de infrastructuur: de westerse cultuur volgt weliswaar voor een groot stuk uit het geloof maar op zijn beurt is het geloof een gevolg van de onderdrukking, en wel als een verweer daartegen, waarin meer bepaald de slaaf van de nood een deugd maakt en hij zijn plicht identificeert met zijn lot. Deze analyse gebeurt in zijn Jenseits von Gut und Böse (1886) en in Zur Genealogie der Moral (1887).
Zoals het denken een verinnerlijkte dialoog is1, zo kan men het willen opvatten als een verinnerlijking van een machtsverhouding met een ondergeschikte - die opvatting past alvast bij Nietzsche's opvatting over de wil zoals verwoord in Jenseits von Gut und Böse: “Das, was "Freiheit des Willens" genannt wird, ist wesentlich der Überlegenheits-Affekt in Hinsicht auf Den, der gehorchen muss: "ich bin frei, "er" muss gehorchen" (…). Ein Mensch, der will -, befiehlt einem Etwas in sich, das gehorcht oder von dem er glaubt, dass es gehorcht.”2 (“De zogenaamde 'wilsvrijheid' is eigenlijk het superioriteitsgevoel tegenover wie moet gehoorzamen: ‘Ik ben vrij, hij moet gehoorzamen’ (…). Een mens die wil, beveelt [iets in] zichzelf [dat gehoorzaamt of waarvan hij gelooft dat het gehoorzaamt].”)
Men kan zijn wil opleggen aan zijn lichaam zoals men zijn wil kan opleggen aan wie gehoorzaamheid verschuldigd zijn, en dat zijn de zwakkeren, over wie men aldus macht uitoefent. Derhalve is moraal de leer van de machtsverhoudingen. Religie is machtsuitoefening door de omkering van de waarden (de installatie van een slavenmoraal met de plicht tot dienstbaarheid) en het socialisme kweekt een kuddemens die de moraal bepaalt - uiteindelijk legt de sterkste kudde de moraal aan iedereen op.
(Wordt vervolgd)
(J.B., 3 februari 2026)
1Zie: E. de Strycker, De kunst van het gesprek. Wat waren de dialogen van Plato? De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen/Amsterdam 1976.
2F.W. Nietzsche, Jenseits von Gut und Böse. Vorspiel einer Philosophie der Zukunft, in: Friedrich Nietzsche, Werke III, Verlag Ullstein Gmbh, Frankfurt/M, Berlin, Wien 1976, 1969 (Oorspronkelijk: 1886), par. 19., pag. 582. Zie ook: https://www.gutenberg.org/cache/epub/7204/pg7204.txt
01-02-2026
De Einsteintelescoop
De Einsteintelescoop
31-01-2026
Onze cultuur en Max Wildiers
Onze cultuur en Max Wildiers
De tijd vliegt, inmiddels al dertig jaar geleden overleed de rebelse katholieke theoloog en schrijver Max Wildiers maar hij blijft actueel. In zijn essay uit 1988 heeft de kapucijn (die dan 84 is) het over cultuur en meer specifiek over de toekomst van de westerse cultuur. Cultuur ontstaat waar de mens in dialoog gaat met de natuur en Wildiers meent dat niet de economie het fundament ervan uitmaakt maar veeleer een zekere metafysica die dan ook de sleutel vormt tot het begrijpen ervan met als centrale waarden die van de zedelijkheid.1
Edoch, sinds de opgang van het mechanistisch wereldbeeld in de zeventiende eeuw telt Europa twee culturen: deze uit de oudheid en de middeleeuwen die gefundeerd is op het beeld van de wereld als hiërarchisch geordende sacrale eenheid en die (vooral) vanuit haar ethiek en esthetiek het menselijk geluk nastreeft en deze die de wereld ziet als een door de zich aldus emanciperende mens rationeel te beheersen machine.2 De eerste steunt op ontzag voor de natuur, de tweede wil hem beheersen.
Wildiers noemt het een misvatting dat Erasmus (1466-1536) de aankondiger zou zijn van een nieuwe tijd: de natuurwetenschappen interesseerden de humanist niet maar wel de oude culturele waarden.3 Pas met Bacon en Descartes krijgt het nieuwe wereldbeeld ingang door de nieuwe, experimentele methode van de fysica, een kennis die het meesterschap over de natuur in het vooruitzicht stelt, wat in de mens de machtswellust wekt en een toename van geluk belooft.4
Een viertal eeuwen later is door de technische en wetenschappelijke vooruitgang, met onder meer de kernenergie, de genetica en het communicatienetwerk, de beheersbaarheid van de wereld een vaste overtuiging geworden. Tegelijk echter geven zowel de mogelijkheid van een aanwending van de kennis voor het kwaad (kernwapens) als het vreedzaam gebruik ervan (milieubelasting) aanleiding tot onzekerheid en angst maar het kwaad zit ook dieper.5 Wildiers: “De bron van ons onbehagen is de metafysische leegte die eigen is aan een mechanistisch wereldbeeld.”6
Edoch, eveneens onder invloed van nieuwe wetenschappelijke inzichten maakt momenteel weer een nieuw wereldbeeld opgang, “een soort resacralisatie van het Universum”7, die zowel bij gelovigen als bij atheïsten bewondering wekt voor natuur en kosmos.8 “Wij hebben thans een autonoom technisch Universum (Jacques Ellul) opgebouwd [en dit] is thans onze meest vertrouwde wereld geworden. Dit (…) wordt in zijn groei en ontwikkeling niet door de menselijke willekeur maar door een innerlijke logica geleid, alsof het ging om een levend organisme.”9
Edoch, die wonderbare wereld heeft iets onmenselijks, hij is (gewild) eenzijdig en draait alleen om efficiëntie en macht in een materialisme waar geen plaats is voor dichters of metafysici. Bovendien geeft die wereld teveel macht in handen van broze mensen: “Zijn wij bij machte meester te blijven over de geesten die wij hebben opgeroepen?”10 Zullen kernwapens worden ingezet bij oorlog en betekenen de nieuwe uitvindingen ook in vredestijd geen vergiftiging van het milieu? Wij kennen een innerlijke onvrede.11 Welke finaliteit dient de technologie?
Zij is werkzaam inzake de communicatie, de kunst, het maatschappelijke leven en de techniek. Welke krachten drijven ons en waarheen? Naar bevrijding of naar vernietiging? De technologische samenleving moet gehumaniseerd worden, anders brengt zij geestelijke armoede.Wildiers verwijst naar Hans Jonas: “De voor goed bevrijde Prometheus, die dank zij de wetenschap een nooit gekende kracht en dank zij de industrie een rusteloze aansporing kreeg, roept om een ethiek die zijn macht weet te beteugelen en hem ervan weerhoudt tot onheil van de mens te dienen.”12 De technologie heeft ons op een dwaalspoor gebracht en moet ondergeschikt worden gemaakt aan de ethiek en de esthetiek en zij moet iedereen ten goede komen, het evenwicht herstellen en tot een meer humane wereld leiden.13
(J.B., 31 januari 2026)
1Max Wildiers, Het verborgen leven van de cultuur, Davidsfonds en Kredietbank, Leuven/Brussel 1988, pp. 11-25.
In het verrassend rijke essay Liefde in tijden van eenzaamheid - over drift en verlangen1, vertelt Paul Verhaeghe eerst over hoe in de clan of de familie genot en goederen verdeeld worden tussen de partijen rond de man en de vrouw, waarbij in de loop van de tijd het patriarchale in de plaats komt van het matralineaire met het tot stand komen van het monotheïstisch patriarchaat waarin de man middels strenge regels en met het onderstrepen van de tegenstelling tussen de geslachten, de (gevreesde) vrouw 'onschadelijk' tracht te maken. Vandaag is het monotheïstisch patriarchaat verdwenen en komt bij de man de angst voor de vrouw weer naar boven, getuige de agressie (zoals bij clitoridectomie) én de aanbidding tegenover haar, alsook verdwijnt de scherpe tegenstelling tussen de geslachten, er komt een meer gedifferentieerde genderidentiteit. De man vreest namelijk door de vrouw herleid te worden tot een willoos lustobject en zo zichzelf te verliezen. Maar het verdwijnen van de klassieke regelgeving inzake man-vrouwverhoudingen resulteert niet in de mogelijkheid van een totale bevrediging: in plaats daarvan blijkt men almaar minder zin te hebben in seks. Desondanks blijft de blinde drift, door Verhaeghe behandeld in het derde en laatste deel van zijn boekwerk.
Drift beduidt controleverlies en sowieso geweld, ook inzake de seksualiteit: men wordt gedreven naar iets dat men niet wil, zoals in de fascinatie voor horror en perversie maar de mens moet het (door Milgram aangetoonde2 en door onder meer Joseph Conrad3 beschreven) monster in zich in toom houden. Het gaat hier niet om een regressie4 want reptielen kennen dit niet: “[De drift] is de bron van een vreemdsoortig genieten dat door het subject niet verlangd wordt. Verlangen en drift staan tegenover elkaar zoals de schone en het beest. Beter: zoals het bekende tegenover het andere.”5 Het verlangen wil niet bevredigd worden, de drift kan niet bevredigd worden. Dieren hebben instincten, geen driften, de drift is typisch menselijk, hij treedt op bij het overschrijden van een grens en men verliest zich erin.
Inzake seksualiteit is een beveiligingsmechanisme ingebouwd: de drift stopt bij het bereiken van het orgasme. Verhaeghe: “Maar wat als een dergelijk eindpunt ontbreekt? De man of vrouw die blijvend in extase gebracht wordt tot steeds hogere niveaus, de achtbaan die blijft ronddraaien, de gillende massa die niet tot bedaren te brengen is? Elke massarevolutie eindigt in een paroxisme van bloed waarbij vergeleken voetbalhooliganisme kinderspel is. De drift is inherent traumatisch”6
“De drift drijft het subject voorbij de eigen grens”7 Daar bestaat tegelijk aantrekking en angst, tremendum et fascinans, en het verbod maakt het verbodene aantrekkelijk: men wil opnieuw regels omdat zonder maat de zin in seks verdwijnt. De “allesverslindende liefde” verwekt seksuele trauma's verwant aan de oorlogsneurosen ingevolge ongebreideld geweld door de afwezigheid van de normale regelgeving en men spreekt dan over een “orgie van geweld.”8
De groep stimuleert overgave aan (zowel het uitoefenen als het ondergaan van) geweld en verdooft het bewustzijn, het trauma ontstaat pas als de groep uiteenvalt: PTSS. “De getraumatiseerde herinnert zich het trauma niet, hij herbeleeft het.”9 In zelfhulpgroepen probeert men het onverwoordbare alsnog gezegd te krijgen en te bezweren in de eigen (scanderende) taal van lotgenoten, zoals bij rap. De wet verbiedt het verlangen dat zij uitgerekend daardoor mogelijk maakt.10 Het neoliberalisme gedoogt zowat alles waardoor niets nog begerenswaardig is en vandaag worden de clerici afgelost door de medici maar de tolerantie is illusoir want verkapt een (economische) oorlog: alles is te koop voor elkaar beconcurrerende individuen.11 Dan rijst de vraag, aldus Verhaeghe: “Wat drijft mij naar die transgressie, voorbij het punt waar ikzelf ophoud te bestaan?”12
Voor Freud streven wij naar een zo laag mogelijk spanningsniveau maar dat is het nirwana, de dood: eros en thanatos. Eencelligen en andere wezens die geen seks kennen omdat zij zichzelf quasi perfect repliceren, leven eeuwig maar vernieuwing (door reductiedeling) vergt seksualiteit en “seksualiteit impliceert dood.”13“La petite mort”, zoals het orgasme wordt genoemd, verwijst hiernaar. In tegenstelling tot wat Freud meent, zijn eros en thanatos voor Verhaeghe twee verschillende vormen van leven en zo vraagt de bioloog zich af of hij de honingbij moet bestuderen of niet veeleer de zwerm.
Ter afronding van zijn essays wijst Verhaeghe erop dat naast de blinde drift en de burgerlijke banaliteit een derde weg openligt, die van de liefdesverhouding die een sublimatie van het onmogelijke is. Maar intussen werd met de bedenkingen over de verstrengeling van de eros met de thanatos en van het individu met het volk, een kwestie aangesneden die zich vandaag14 actualiseert in Europa waar zich een oorlogsfront aan het uitbreiden is: dreigt het zich opofferen van het individu aan het volk met de aangereikte, al dan niet vermeende inzichten niet gelegitimeerd te worden en betekent een morele verantwoording daarvan middels die inzichten geen terugkeer naar de wet van de sterkste en naar de horror zoals de door de auteur aangehaalde Joseph Conrad beschreven? Want eenmaal het hek van de dam is, stokt élke dialoog, grijpt de transgressie plaats naar het uitvoeren van wat men eigenlijk niet wil, en opent zich de weg naar een nimmer te stoppen roes waarvan in ons continent niemand meer in leven is om nog te getuigen van de gruwel die hij verkapt.
(J.B., 29 januari 2026)
1Paul Verhaeghe, Liefde in tijden van eenzaamheid. Over drift en verlangen, De Bezige Bij, Amsterdam 2013 (2011).
2Stanley Milgram, Behavioral study of obedience (1963) en Obedience to Authority: An Experimental View (1974).
4Paul Verhaeghe, o.c., pag. 200: “Mijn stelling is dat wij [in de drift] juist het verst verwijderd zijn van het natuurlijk-biologische. Dieren kennen geen Auschwitz (…). Het gaat om het stuk biologie dat geen psychologie kan worden en omgekeerd. (...) De woede en agressie die [bij de drift] vaak komen kijken, zijn steeds uitingen van onmacht en onvermogen die in natuurlijke omstandigheden onbekend zijn bij het dier. (...)”
10Verhaeghe verwijst hier naar de belangrijke brief van Paulus aan de Romeinen over de relatie tussen de wet en de zonde. Cf.: Paul Verhaeghe, o.c., pag. 227.
14Ter herinnering: Verhaeghes essays dateren van 2011.
28-01-2026
Orpheus en Eurydicè film (Gia Coppola)
Orpheus en Eurydicè film (Gia Coppola)
26-01-2026
De wereld op zijn kop
De wereld op zijn kop
Het is avond en donker, een man staat onder een lantaarn de grond af te speuren.
– Wat doet u hier?
– Ik heb mijn sleutelbos verloren.
– Hier?
– Neen, ginder wat verderop.
– Waarom zoekt u ginder wat verderop dan niet?
– Omdat het hier klaarder is.
Er zit een logica in wat de speurder doet: in het donker ziet men niks en is de kans om daar iets te vinden nul, dus is alles beter dan dat.
Gelijkaardig is het volgende probleem.
In de kerk zit een weduwnaar, geknield en prevelend.
– Wat doet u hier?
– Ik bid voor mijn vrouw die overleden is.
– Gelooft u dat ze dan terug zal komen?
– Neen, maar als ik niets doe, zal ze zeker en vast niet terugkomen.
Het geloof vertrekt van de machteloosheid, onder meer en vooral tegenover de eindigheid van het bestaan. Men weet dat de dood het einde is maar er is nog de logische mogelijkheid dat dit niet zo is, derhalve houdt men met die mogelijkheid rekening. Men vergeet dat men aldus het weliswaar eindige leven zelf ondergeschikt maakt aan een onsterfelijk bestaan waarvoor men geen andere reden heeft om aan te nemen dat het waar is dan deze dat zij een louter logische mogelijkheid is, dat wil zeggen een mogelijkheid die geen rekening houdt met de werkelijkheid.
De absurditeit waaraan de gedragingen van de sleutelzoeker en de pilarenbijter onderhevig zijn, volgt uit een drang tot algehele controle over de zaken waarvoor wij sowieso de duimen moeten leggen. Die drang verplaatst het zwaartepunt van ons handelen van de concrete situatie in de wereld naar een afbeelding daarvan in ons hoofd. We stellen ons dan niet langer tevreden met schipperen, we wensen daarentegen alles te beheersen. Maar precies omdat die wens impliceert dat we gaan werken met iets dat volledig beheersbaar is, moeten we onze toevlucht zoeken tot een afbeelding van de werkelijkheid: de werkelijkheid zelf ontsnapt immers voortdurend en fataal aan onze greep. En het gevolg daarvan is dat datgene wat we dan gaan beheersen, een eigen fantasie is en zeker niet de realiteit.
Edoch, op het vlak van eigenzinnigheid en koppigheid steekt de mens de ezel naar de kroon: hij wil alsnog zijn zin doordrijven en uiteraard kan hij dat pas doen als hij de ganse werkelijkheid reduceert tot de afbeelding die hij daarvan maakt in zijn hoofd. Vergelijk het met de wegenkaart die de autobestuurder naar zijn bestemming moet gidsen: de bestuurder volgt blindelings zijn gps en belandt in de vaart.
Maar waar de ganse werkelijkheid dient herleid te worden tot het beeld dat men zich daarvan vormt, zijn de gevolgen eender en dan uiteraard ook ingrijpender. De wetenschap waarmee het mensdom zo hoog oploopt, is niets anders dan de reductie van wat echt is tot een prentje en waar men zich verlaat op wat zij allemaal uitkramen, herleidt men ook zichzelf tot een prentje van zichzelf. Het is warempel een oud zeer dat de hele westerse cultuur tekent en dat haar richting de ondergang voert.
In zijn Kritik der Grundlagen des Zeitalters1 uit 1973 heeft Rudolf Boehm het over dit foute en uiteindelijk doodlopende spoor waarop ons denken zich begeven heeft. Boehm spreekt daar over het weten dat een doel op zich geworden is, een 'weten om te weten', vanuit een drang om te zijn zoals de goden: almachtig en onsterfelijk. Wat gebeurt tegen de prijs van het offer van het leven zelf.2
(J.B., 26 januari 2026)
1Boehm, Rudolf, Kritiek der grondslagen van onze tijd, Het Wereldvenster, Baarn. (Oorspronkelijk: Kritik der Grundlagen des Zeitalters (1973)). Nederlandse vertaling door Willy Coolsaet met een taalkundige revisie d.d. 2011 van Guy Quintelier. De integrale tekst van het werk is beschikbaar op het internet op het volgende adres: https://www.marxists.org/nederlands/boehm/1977/kritiek/index.htm
Iedereen is er intussen van op de hoogte dat wij allen door het 'systeem' gewantrouwd worden en dat zich overal camera's verschuilen en microfoons, dat wij doorgelicht worden bij elke sollicitatie en controle. Maar tegelijk is het, omgekeerd, ook zo dat dit systeem van ons een blind vertrouwen vereist: wij deponeren ons have en goed bij de banken, we geven onze gezondheid in handen van medische firma's en wij vertrouwen de opvoeding van onze kinderen toe aan de staat; we moeten er maar op vertrouwen dat betaalkaarten blijven werken, dat onze rekeningen niet geplunderd worden door hun onzichtbare beheerders of dat de persoonlijke informatie die van ons vereist wordt om toegang te kunnen krijgen tot diensten die wij niet kunnen missen, niet misbruikt worden - om maar enkele voorbeelden te noemen. Maar van mensen van wie blind vertrouwen wordt vereist terwijl zij tegelijk gewantrouwd en gecontroleerd worden, kan men, om het op de zachtst mogelijke manier uit te drukken, zeggen dat zij onmenselijk behandeld worden en dat betekent: niet zoals mensen. En zelfs niet als dieren want wij stellen vertrouwen in onze huisdieren. In geen geval worden wij behandeld als medestanders of als medewerkers: er wordt vanuit gegaan dat wij tegenstanders zijn, erop uit om te verslinden, te branden en te moorden, ja, misdadigers. Maar wie is het dan die ons wantrouwt, ons blind vertrouwen opeist en ons op die wijze ontmenselijkt?
Wie is degene die ons controleert, die ons fortuin beheert, die zich zegt te ontfermen over onze opvoeding, over onze gezondheid en over onze toekomst? Want stel eens dat op een dag men in een winkel zijn inkopen doet, men haalt zijn betaalkaart boven en zij werkt niet meer; daarop gaat men naar zijn bankkantoor (als dat nog bestaat want vandaag zitten al die diensten 'online') en daar krijgt men te horen dat zijn rekening op nul staat; men werpt tegen dat dit onmogelijk is maar de bediende antwoordt dat hij alleen maar kan voortgaan op wat er in de databanken genoteerd staat; hij draait zijn computerscherm naar de klager toe en wijst onder diens rekeningnummer een getal aan dat ontegenzeggelijk gelijk is aan nul komma nul.
Maar dat kan nooit gebeuren, zegt u? Wel, enkele dagen geleden hebben de burgers van een westers land van hun regering te horen gekregen dat, indien de omstandigheden dat vereisen, de staat onmiddellijk beslag kan leggen op al hun eigendommen. Het gaat hier om een Europese staat die als voorbeeld kan dienen voor alle andere Europese staten want met die 'omstandigheden' wordt uiteraard de oorlogssituatie bedoeld en die geldt voor alle lidstaten van de NAVO.
Verder is het ook zo dat de meeste landen hun burgers in het ongewisse laten over het feit dat zij die praktijken allang toepassen, zij het op een indirecte wijze en wel via de ontwaarding van de betrokken munt of via 'aanpassingen' van de wet die bijvoorbeeld het ongemerkt plegen van pensioenroof mogelijk maken.
Wie blind vertrouwen moeten schenken en tegelijk totaal gewantrouwd worden, en dan bovendien nog door een instantie waar men nimmer bij kan, worden in een toestand van totale onzekerheid gebracht en niet zomaar onzekerheid over de een of andere kwestie: het betreft de totale onzekerheid over het feit of men morgen nog zal leven en zodoende hangen allen die in dat geval zijn met een zwaard van Damocles boven het hoofd.
Edoch, vandaag is iedereen in dat geval en dit feit wordt bovendien gebruikt om die onmenselijkheid goed te praten: klaag niet want het is voor iedereen gelijk. Het burgerschap is een staat van gevangenschap en absolute slavernij.
In bepaalde omstandigheden zou het onmenselijk zijn om de dingen op hun beloop te laten en volgens sommigen getuigt dan niet het gebruik van geweld doch het afzien van geweld als ultiem redmiddel van onmenselijkheid.
Onmenselijk is bijvoorbeeld de bureaucratie die het in alle rellen en protesten niet om niets zwaar te verduren krijgt en kennelijk alleen nog met geweld valt te bestrijden. Arendt schrijft: “De aantrekkingskracht van het geweld stijgt naarmate de bureaucratisering van het openbare bestaan toeneemt. In een volledig ontwikkelde bureaucratie is er niemand overgebleven met wie men kan overleggen, bij wie men zijn klachten kwijt kan, op wie machtsdruk kan worden uitgeoefend.”1
Bureaucratie verhindert ons te handelen, het is “een tirannie zonder tiran.”2 En wie kan de filosofe tegenspreken waar Arendt wat verderop Pareto citeert: “'Vrijheid (…) waarmee ik de macht om te handelen bedoel, wordt in de zogenaamde vrije en democratische landen met de dag kleiner, behalve voor misdadigers.'”3
Maar als de machteloosheid toeneemt, wil geweld haar compenseren. Dictators die hun greep op het volk dreigen te verliezen, grijpen naar geweld. Geweld kenmerkt machteloosheid.
De bureaucratie lijkt een toonbeeld van de redelijkheid, de ratio is er versteend in wetten en in regels, alle handelen gereguleerd, geprogrammeerd door technocraten, door wetenschapslui, die op hun beurt gehoor geven aan de regerende instanties. En herinnert dit niet aan het “non posse peccare” van Aurelius Augustinus?
In een bureaucratie wordt niets meer zonder voorschriften gedaan, voorschriften of programma's uitgedokterd door specialisten en uit te voeren door mensen die verondersteld worden niets te weten en niets te kunnen, mensen die verondersteld worden geen mensen te zijn doch robots. De poging om het ideaal te verwezenlijken strandt in de hel der ontmenselijking.
En in een kapitalistisch systeem gehoorzaamt de regering aan de bezitters. Maar bezitter wordt men niet door arbeid te verrichten: bovenaan de piramide van de bezitters bevinden zich degenen die zich boven alle wetten en regels hebben verheven, die zij straffeloos overtreden, alsof zij geen burgers waren maar goden. Zij maken de voorschriften of ze laten ze maken. Aan hen is alle creativiteit, of tenminste alle initiatief. Niet middels arbeid hebben zij de top bereikt maar met geweld: zij doden wie geen gehoor geven aan hun bevelen en ze hebben op die manier altijd vrij spel.
(J.B., 24 januari 2026)
1Hannah Arendt, Over geweld, Olympus (Atlas Contact), 2021 (2004), (Oorspronkelijke titel: On violence, Harcourt 1969, pag. 104.
3Hannah Arendt, o.c., pag. 105. Vilfredo Pareto (1848-1923) naar wie het Pareto-principe is genoemd, dat zegt dat (in, Italië) 80 pct. van de bezittingen in handen is van 20 pct. van de bevolking.
22-01-2026
Woke of waan (3)
Woke of waan (3)
In de democratie of de volksheerschappij delegeert het volk zijn macht aan een of meer leiders die in naam van het volk regeren. Het verkiezen van leiders gebeurt echter niet in het openbaar (bijvoorbeeld door de hand op te steken) maar in een stemhokje waar niemand ziet voor wie de kiezer kiest: de stemming is geheim. En naast de vele voorwendsels is daar ook een echte goede reden voor, het stemhokje is immers verwant met de slaapkamer, in die zin dat daar dingen gebeuren waarmee anderen geen zaken hebben omdat ze niet redelijk te verantwoorden zijn.
De rede heeft te maken met de openbaarheid omdat denken een verinnerlijkte dialoog is terwijl men zich in de dialoog verantwoordt en waar openbaarheid geschuwd wordt, zijn altijd dingen aan de gang die het daglicht niet mogen zien omdat zij niet verantwoord kunnen worden. Niet omdat ze verkeerd zouden zijn maar wel omdat de rede niet de laatste zeg heeft over het menselijke doen en laten. Om bij de hier gehanteerde vergelijking tussen stemhokje en slaapkamer te blijven: levende wezens worden niet ingevolge redelijk overleg maar wel door hun natuur gedwongen om te copuleren en de natuur is wijzer dan de meest verstandigen onder de mensen omdat het denken anticipatie is, terwijl die anticipatie in de natuurlijke evolutie werd geïncorporeerd in een mechanisme dat gewenst of efficiënt gedrag selecteert middels gissen en missen. Het denken is met andere woorden een verinnerlijking van het proces van de natuurlijke selectie welke werkzaam is binnen elk individu apart, waarbij de afstraffing van ongewenst gedrag niet meer de slachtoffers eist die de natuurlijke proef niet hebben overleefd. Binnen het individuele denken 'herinnert' men zich het gissen en missen van voorgangers uit voorbije millennia, men hoeft zichzelf niet meer in de waagschaal te werpen, dat doet men alleen nog in zijn hoofd.
Maar de wijsheid van de natuur betreft het lot van haar geheel en niet noodzakelijk dat van het individu: het individu beschikt dan ook over de mogelijkheid om af te wijken van natuurlijke drijfveren en het doet dat door verstandelijk overleg. Uiteraard vergt dit overleg een inzicht in de wijsheid van de natuur waarbij vergissingen mogelijk zijn. Een (te) eenvoudige illustratie daarvan vindt men in de geneeskunde waar de appendix onnodig werd verwijderd: uit het feit dat men zijn functie niet kende, meende men te mogen besluiten dat hij er helemaal geen had. Onverstand gaat vaker gepaard met een teveel aan zelfzekerheid of met een gebrek aan twijfel en derhalve ook met een overschatting van het verstand of een onderschatting van de betekenis van de natuurlijke gang van zaken.
Wat in de slaapkamer gebeurt, wordt beschermd, het wordt afgeschermd van de buitenwereld of van derden die zich immers bevinden in de sfeer van het redelijke waar zij sowieso om verantwoording vragen voor alles wat anderen (en zijzelf) doen en laten. Eender is het principe dat in het stemhokje van kracht is: niemand heeft zaken met het kiesgedrag van een ander omdat, alle propaganda ten spijt, niet de redelijkheid de doorslag geeft bij het kiezen van zijn vertegenwoordigers voor de uitoefening van macht over zijn leven. Kiezen gebeurt door de band op grond van egoïstische motieven tenzij de kiezer ofwel altruïstisch stemt ofwel overtuigd werd door andermans kiespropaganda.
Egoïsme is de regel, altruïsme is de uitzondering en propaganda is een amalgaam van al het denkbare. Niemand kijkt toe en het ego krijgt zijn gading maar daar vaart het geheel wel bij volgens de 'natuurlijke' regel dat waar ieder voor zichzelf zorgt, dit egoïsme uiteindelijk de ganse groep ten goede komt. In die regel zit het recht van de sterkste vervat, dat een natuurlijke grond heeft, maar het redelijke wordt evenwel niet buitengesloten. Het is niet omdat medici soms de bal misslaan (zoals m.b.t. de functie van de appendix) dat de geneeskunde betekenisloos wordt en zo ook krijgt in het stemhokje reflectie enige betekenis.
Dit alles om te zeggen dat ofschoon het bestaan van parlementen ('parlement' is verwant met het werkwoord 'parler') het anders laat uitschijnen, de democratie niet (of niet exclusief en zelfs niet in de eerste plaats) steunt op redelijk overleg: het aandeel van redelijke argumenten in de drijfveren van het stemgedrag moet de duimen leggen voor dat van de driften. Het redelijk overleg zelf in het parlement wordt overigens ook nog eens ontkracht doordat uiteindelijk niet het sterkste argument het haalt maar wel het standpunt dat de meeste stemmen haalt: de stemming maakt het aandeel van de rede quasi ongedaan; de kwantiteit wint het van de kwaliteit omdat de stem van degenen die goede argumenten voor hun standpunt missen, evenwaardig is aan de stem van wie wél beschikken over goede argumenten en dit terwijl men met Spinoza moet beamen dat het uitmuntende even zeldzaam als moeilijk is.
De wrevel hieruit volgend vormt de basis van Plato's fabel over het narrenschip dat vierentwintig eeuwen later even triomfantelijk als dom over de wereldzeeën zwalpt maar of de redelijkheid die de idealist zo hoog in het vaandel voert, volstaat om ons heil te bewerken, valt in het licht van wie zijn visie in de politiek hebben binnengeloodst, nog altijd te bezien: ook het marxisme en het communisme met hun op redelijk overleg gebaseerde en zogenaamde planeconomie worden door corruptie aangevreten en door onverstand, meermaals uitmondend in ware rampen. De triomf is hier even misplaatst als in het neoliberaal systeem dat, alle argumenten (!) van Adam Smith ten spijt, geheel stuurloos het milieu om zeep helpt en dictators voor haar kar spant om het natuurlijke recht van de sterkte als wet in de cultuur in te planten. Blijkt dan wellicht dat wij er beter aan doen al het hoogdravende vaarwel te zeggen en vrede te nemen met... geschipper.
Bij de democratische verkiezing van de volksleiders zijn redeloze driften werkzaam en de verkozen leiders dienen blindelings te zorgen voor de uitvoering daarvan, wat betekent dat zij de rede daarvan ten dienste stellen, wat geschiedt middels de zogenaamde retorica of de welsprekendheid, die dan onvermijdelijk een leugenaarskunst zal zijn. Dat is de reden waarom aan politici geen vakspecifieke eisen worden gesteld voor de taak van het zogenaamde regeren, wat echter wel het geval is met betrekking tot de meeste andere beroepen of specialisaties waarin men zijn werkzaamheden delegeert vanuit het inzicht dat die taakverdeling loont voor iedereen. Geneesheren moeten zich bekwamen in gezondheidswetenschappen met het oog op het genezen van allerlei fysieke kwalen maar voor politici geldt slechts dat zij gedwee het programma dat zij kenbaar maken, ongeacht hoe, tot wet te zullen verheffen: dat programma hoeft helemaal niet te deugen want wijsheid is hier van geen tel, alleen de bekwaamheid om listen te verzinnen wordt vereist. De discrepantie tussen argumenten en drijfveren is nergens zo groot als in de politiek en daarom ook is het aan het licht brengen daarvan de enige methode om te verhinderen dat het monster van de hypocrisie ongeremd zijn gang kan gaan.
(J.B., 22 januari 2026)
21-01-2026
Woke of waan (2)
Woke of waan (2)
Emancipatie volgt op een re-bellie of een terug-vechten, meer bepaald tegen meestal geïnstitutionaliseerd en derhalve onzichtbaar gemaakt maar niet minder destructief geweld en rebellie is op haar beurt meestal een antwoord op verontwaardiging maar dan rijst de vraag of verontwaardiging sowieso een solide basis kan zijn voor rebellie. Uiteraard is zij dat waar men zich beschadigd weet door instituties die zich hardnekkig handhaven in dienst van zekere bevoorrechten maar verontwaardiging kan ook aangepraat zijn, zoals ook behoeften oneigenlijk kunnen zijn en wie op macht(sbehoud) belust zijn, zullen de gelegenheid niet laten liggen om ook van die list gebruik te maken.
Verontwaardiging is een morele categorie en zal derhalve te maken hebben met gedrag dat zich per definitie verhoudt tot derden en dus met het sociale maar waar de leden van een gemeenschap 'onthoofd' werden - in de betekenis van geëgaliseerd, gerobotiseerd of onderworpen - vervalst zich uiteraard de ethiek omdat zij daar het voorwendsel wordt voor depersonaliserende en op hun beurt gedepersonaliseerde autoriteiten die zich immers transformeren tot blinde mechanismen waarvan de werking in het maatschappelijke domein vergelijkbaar is met de werking van blinde driften in het domein van de psychologie. Blinde driften zijn verwant met valse behoeften omdat zij - wegens het ontbreken van een authentieke nood - nooit bevredigd kunnen worden en derhalve onbestuurbaar zijn en om die reden vergelijkbaar met een om zich heen grijpende brand of enig ander rampzalig natuurverschijnsel.
Verontwaardiging is authentiek waar de bevrediging van wezenlijke behoeften verhinderd wordt ingevolge onrechtmatige ingrepen vanwege derden maar zij kan dat niet zijn waar dat het geval is inzake valse of verworven behoeften, behoeften die werden aangepraat door uitgerekend degenen die achteraf de bevrediging ervan blokkeren - uiteraard met het oog op verslaving en onderwerping van in dit geval de massa. Verontwaardiging wordt met andere woorden een toneel waar haar object een onrechtpleger is door wie men er als het ware ingeluisd werd omdat de schuld voor het begane onrecht dan uiteindelijk niet ligt bij de 'onrechtpleger' maar bij de verontwaardigde zelf, wat betekent dat de verontwaardiging in wezen een zelfverontwaardiging is, waarvan de bron zich situeert in de instemming die men gegeven heeft met het bedrog en dus werd veroorzaakt door de eigen toegeeflijkheid of zwakheid. En waar men verontwaardigd is met betrekking tot zichzelf zal zich de rebellie richten tegen de eigen misstap en kan emancipatie niets anders meer betekenen dan het zich bevrijden van een juk dat men zichzelf heeft opgelegd en dat bestaat uit die toegeeflijkheid jegens eigen zwakheden - welke dan terug te voeren zijn tot onrechtmatige wensen of verlangens.
Het koesteren van onrechtmatige wensen of verlangens is een grotendeels onbewuste activiteit waartoe men kan worden verleid door degenen die de beschikking hebben over de middelen om het onderbewuste van de massa te infiltreren en dat zijn er vandaag heel wat. De menselijke psyche blijkt vanuit talloze pogingen om het in kaart te brengen, een bijzonder complex systeem (maar ook meer dan een louter systeem) dat samenhangt met het fysieke - met het zenuwstelsel, met de werking van de klieren, met het zintuiglijke en met het verstand - en derhalve ook met het maatschappelijke en al zijn toebehoren, waaronder het communicatieve dat zich echter (met gemak) van het stoffelijke vervreemdt zoals het geld zich van de waren vervreemdt, wat wil zeggen: zonder directe grond en dus absurd maar alsnog met effect of dus met (mogelijk of zelfs waarschijnlijk) achterliggende gronden. Het gaat hier om de werkelijkheid van de leugen en de list die, ofschoon zij onwaar zijn en geen echt bestaan hebben, er toch in slagen om de dingen te beheersen - precies zoals een natuurbrand, die in feite een activiteit is zonder dader en derhalve helemaal géén daad maar een 'negativiteit', in staat blijkt om de dingen waarvan ons voortbestaan afhankelijk is, in de as te leggen en derhalve in staat is om ons leven zelf te bedreigen, om ons te doden. De werkelijkheid van desinformatie, reclame en propaganda betreft inderdaad onbestaande dingen - want aan leugens beantwoordt in de werkelijkheid niets - terwijl hij zelf niet ontkend kan worden. Deze werkelijkheid is binnengeslopen in de communicatiesystemen, verbergt zich daar, vernietigt vanuit zijn positie de waarde van de communicatie en aldus de communicatie zelf die op haar beurt het maatschappelijke vergiftigt en daarmee ook de ethiek of wat voor ethiek gehouden wordt.
In twee woorden komt het aangekaarte kluwen hier op neer dat de massa niet verontwaardigd kan zijn, dat haar verontwaardiging per definitie gefaket is, en wel omdat zij elke grond mist, daar zij niet bestaat uit personen die in de kern van hun wezen geraakt kunnen worden, maar wel uit de fabricaten van een groepsleider, een demagoog: de leden van een massa zijn gedepersonaliseerde individuen, ontzielde lichamen, handlangers van een potentaat... die op zijn beurt een product is van de massa die hem immers in het zadel heeft geholpen en die hem aanbidt. Maar het motief dat de machthebber in zijn positie bracht, het motief van de kiezer, het motief zelf is niet ontsprongen aan verstandelijk inzicht of aan rede maar aan een zwakheid, aan een toegeeflijkheid jegens zekere krachten die het goede leven tegenstaan, die onpersoonlijk zijn en blind. De vraag is alleen of moet aangenomen worden dat deze blindheid natuurlijk is en noodlottig ofwel of er een alternatief bestaat dat op de een of andere manier deze afgrond weet te overbruggen. En uiteraard bestaat die brug maar de zaak is nu dat zij niet eens en voorgoed gebouwd wordt en vervolgens onaantastbaar blijft: precies zoals het leven zelf is haar voortbestaan afhankelijk van permanente zorg. Onze cultuur lijkt daarom kunstmatig, wat sommigen ertoe brengt om haar te verwerpen en de natuur te gaan verheerlijken maar zij is niet minder kunstmatig dan (de natuur van) het leven zelf, dat immers een bijzonder broos plantje is, in zijn verschijning, zijn bestaan en zijn voortbestaan afhankelijk van onophoudelijke toewijding en zorg. En uiteraard omsluit dit antwoord meteen een nieuwe vraag.
(J.B., 21 januari 2026)
20-01-2026
Woke of waan
Woke of waan
Het feminisme en de golf van nog andere emancipatiebewegingen, waaronder de emancipatie van homo's, bijvoorbeeld na het herstel in de jaren volgend op de tweede wereldoorlog, hebben mede te maken met de verontwaardiging over de gruwelijke gevolgen van dictatoriale en totalitaire systemen maar de grondslagen van die systemen zelf werden niet aangepakt en zijn helemaal niet verdwenen zodat op dit vlak in feite geen wezenlijke hervormingen hebben plaatsgevonden doch veeleer symptoombestrijdingen en oppervlakkige aanpassingen die als het ware een laagje vernis vormen over de rottigheid heen en dat is dan ook de reden waarom de door zekere bevolkingsgroepen bekomen vrijheden heden weer aan het wankelen gaan. In tegenstelling tot wat in menige theorie beweerd wordt, is de opvatting dat zich herhalende mentaliteitswijzigingen te maken hebben met een slingerbeweging van links naar rechts en terug, onjuist en gaat het in wezen om een hardnekkigheid eigen aan repressie die wortelt in eerder biologisch en genetisch geprogrammeerde structuren. Een mooi voorbeeld is het proces van de bevrijding van de (loon)slavernij in die zin dat een oppervlakkige beschouwing het kon laten uitschijnen dat nu eens de heren (de patroons) het voor het zeggen hebben en dan weer de slaven (de arbeiders) wat zich dan zou weerspiegelen in een beurtrol van liberale en socialistische regeringen, terwijl het wezenlijk gaat om de hardnekkigheid waarmee het (natuurlijk verankerde) recht van de sterkste zich doorzet, nu en dan gehinderd door opstootjes van de onderdrukten in gevolge onoplettendheid van de overheersers. Toen een paar duizend jaar geleden het Romeinse Rijk de wereld aan zich onderwierp, waren er alom opstanden waaronder ons door allerlei historische bewegingen deze van de joden welbekend gebleven zijn en waarvan wij onthouden dat die opstandelingen alras terug in het gareel werden gebracht met militaire maar vooral ook met politieke en ideologische middelen, namelijk door de inlijving van de opstandelingen nadat dezen eerst geïdentificeerd werden met de christenen, zijnde degenen die gehoorzaamheid boden aan een zekere slavenmoraal of dus een moraal van 'vrijwillige' onderwerping aan het Romeinse gezag. Er wordt ons geleerd dat het wereldse rijk (van de Romeinen) weliswaar de wereld veroverde terwijl het christendom de harten voor zich won maar die voorstelling van zaken doet de waarheid geweld aan, wetende dat de zogenaamd overtuigende kracht van deze religie (van dienstbaarheid) door Friedrich Nietzsche werd ontmaskerd als een ultieme overlevingsstrategie: de slaaf maakt van de nood een deugd door het hem opgelegde werk als zijn plicht te gaan beschouwen en door zijn meester, zijn onderdrukker, lief te hebben zodat hij in feite het onderdrukt worden liefheeft, wat heel duidelijk tot uiting komt in de christelijke godsdienst met als na te volgen ethisch voorbeeld de gekruisigde die door zijn marteldood het heil bereikt. Vanuit puur natuurlijk oogpunt gaat het hier om een perversiteit die intussen echter een dominante plek veroverd heeft in de geschiedenis van de mensheid en wel in die mate dat zij het zogenaamd natuurlijke bij wijlen is gaan overheersen. Als men de achtergronden uit het blikveld houdt, lijkt het dan alsof staatsvormen pendelen tussen bijvoorbeeld fascisme en socialisme maar het gaat alleen maar om een zichzelf voortdurend versterkend fascisme dat zodoende gebruik maakt van een methode waarbij zekere toegevingen in functie staan van daarop volgende verstrakkingen. Een ander en gelijkaardig voorbeeld vindt men terug waar de Britten middels Mahatma Gandhi, die de ahimsa predikte, de geweldloosheid en meer bepaald het geweldloos verzet, het Hindoeïsme zouden hebben proberen te gebruiken in hun gewezen kolonies, Zuid-Afrika en India, ter onderdrukking van opstanden. Het kastenstelsel functioneert immers sinds oudsher ter bescherming van de voorrechten van de rijken, daar men gelooft in de wet van het karma welke voorhoudt dat men zijn maatschappelijke positie in voorgaande levens verdiend heeft.
De huidige oorlogslogica toont andermaal hoe de moraal wordt bepaald door militaire suprematie en zet de hachelijke positie in de verf van de 'tegennatuurlijke' ethiek van bijvoorbeeld het christendom maar ook die van andere 'religies', incluis de humanistische. Het terugdraaien van de 'mensenrechten', die zich verzetten tegen de voorrechten welke de producten zijn van een door het neoliberalisme in de cultuur naar binnen geloodst 'recht van de sterkste' is dan onvermijdelijk aan de orde. De verontwaardiging over het onrecht lijkt dan de duimen te moeten leggen voor de angst voor de pleger ervan of de machthebber.
De maatschappelijke positie van de vrouw, de homo, de allochtoon, de anders-valide, de bejaarde, het (al dan niet reeds geboren) kind, de niet neoliberaal gerichte mens, de Wankja uit het beroemde gedicht van J. Slauerhoff1 of de kunstenaar is in gevaar en daarmee de essentie van de mensheid en haar toekomst omdat alle (dode) materie in functie staat van immateriële (levende) waarden, omdat alle mensen geboren worden uit vrouwen, omdat kinderen de toekomst van de mensheid zijn, omdat de mens niet het werktuig maar het doel is van de economie en omdat wij geen wegwerpdingen zijn.
Maar wij leven vooralsnog in een democratie, wat betekent dat de aanwending van macht in functie van megalomanie kan worden afgestraft, tenminste zolang de verontwaardiging de bovenhand behoudt op de waanzin, want het maakt deel uit van de list der potentaten om ook degenen die zij overheersen en plunderen, ertoe te verleiden te geloven in de leugen van 'the American dream', het lotto-sprookje, het fabeltje dat iedereen rijk kan worden en dat nu verteld wordt door zekere handlangers van de mammon in de vorm van de verblindende parabel dat uiteindelijk allen profiteren van de rijkdom van de rijken en die bestaat bij de gratie van de onwetendheid omtrent het feit dat arbeid de enige niet-misdadige bron van rijkdom is.
De democratie moet worden gekoesterd als enig ofschoon niet onfeilbaar verweer tegen dictaturen en totalitaire regimes, welke hun valse reden van bestaan ontlenen aan angsten die zij zelf creëren eenmaal zij met de vergiftiging van het leven begonnen zijn. Dictators eisen de hegemonie op als verweer tegen een door hen gecreëerde vijand waarvan zij de massa bang maken om die (massa) dan voor hun kar te kunnen spannen, meer bepaald als onnadenkende entiteit die vanuit zijn angst klakkeloos het bevel volgt om zich te gaan offeren aan een door hen gecreëerd oorlogsfront zoals straks een eeuw geleden door John Heartfield werd onthuld.2 Die werkelijkheid is des te meer wraakroepend omdat, zoals vandaag wereldwijd iedereen die zijn ogen en oren durft te geloven, dagelijks kan getuigen, de dictators in oost en west uitsluitend in hun eigen waanwereldje de meest voorbeeldigen onder de mensen zijn.
(J.B., 20 januari 2026)
1J. Slauerhoff, De Schalmei (Serenade, 1930), “Zeven zonen had moeder:/Allen heetten Peter,/Behalve Wanjka die Iwan heette.//Allen konden werken:/Eén was geitenhoeder,/Eén vlocht sandalen,/Eén zelfs bouwde kerken;/Maar Iwan die Wanjka heette/Wilde niet werken.//Op een steen in de zon gezeten/Bespeelde hij zijn schalmei.//'O, mijn lieve,/Mijn lustige,/Laat mij spelen/In de schaduw van mijn/Korte rustige vallei./Laat andren werken,/Sandalen maken of kerken./Wanjka heeft genoeg aan zijn schalmei.'”
Topgangsters, zoals veel huidige potentaten-regeringsleiders, nemen weliswaar geheel schaamteloos en makkelijk het woord 'God' in de mond maar te denken dat zij religieus zouden zijn, is een kwalijke vergissing, tenzij religie wordt geherdefinieerd.
Heel wat auteurs laten zich ertoe verleiden om de huidige toestand van vrijheid in het westen op de korrel te nemen, in de zin van: vroeger was alles verboden maar nu moet alles kunnen. En die 'maar' verraadt dan dat zij eraan denken om redenen te genereren om terug te kunnen krabbelen. Wat zij dan in feite doen, is aanschurken tegen de extreemrechter zijde, die met hun angstvallige, zieke brouwsels beslist haar profijt zal doen.
Want staan wij een ogenblik stil bij die 'maar' van hierboven. Paul Verhaeghe legt (in het kader van de psychologie) de verrechtsing uit als een zoektocht naar de (verloren) oervader.1 Binnen steeds kleiner wordende groepen, gaat het Ik hoogtij vieren, het wordt van elke sociale band ontdaan: “Het tijdperk van de egocratie is een feit”2.
Niets aan de hand maar er schuilt een adder onder het gras. De auteur beschrijft de veranderende seksualiteit: ook daar worden “de klassieke normen en waarden”3 vervangen door “strikt individueel bepaalde afspraken (…) tussen twee unieke individuen”4 en Verhaeghe schrijft: “Op het vlak van de seksualiteit betreft dit de fameuze 'mutual consent' en 'informed consent': alles inzake genot mag, als er [afgezien van de leeftijd of de eis van volwassenheid van de betrokkenen] maar wederzijdse instemming is.”5
Vervolgens wijst hij op de normalisering van homoseksualiteit en hij oppert dat andere perversies, parafilieën zullen volgen en bij die gelegenheid steekt hij de draak met de normaliteit middels de introductie van het neologisme 'normofiel'.6
Zeker, dit zijn observaties en beschrijvingen van feiten maar potentaten van extreemrechts zijn er als de kippen bij om daar een welbepaalde nuance aan te geven. Er zijn al veel teveel dingen die moeten kunnen, zo suggereren zij: al dat woke-gedoe is ziek. En beslist vinden zij gehoor bij medemachthebbers die eigen voordeel ruiken.
De vraag die niet gesteld wordt, luidt dan uiteraard: wie zal onze (zuur verworven) vrijheid aan banden leggen? Wie heeft daartoe het recht? Wie heeft het recht om aan een medemens op te leggen wat hij al dan niet mag doen tussen de muren van zijn slaapkamer? Wie heeft het recht om ook daar camera's en microfoons te plaatsen? Wie heeft het recht om dan die beelden te bekijken, om die tapes te beluisteren en ze aan zijn oordeel te onderwerpen en te gaan sanctioneren?
In vroegere eeuwen (maar ook nog vandaag in zekere werelddelen) bestond er een legaal antwoord op die vraag en wel dankzij het geloof in God en in zijn délégués, dat de basis vormt van de theocratie: de mens heeft zichzelf niet gemaakt, hij is een schepsel Gods en derhalve behoort hij toe aan God die hem de wet kan opleggen. Maar wat meer is: de Bijbelse boodschap dat God de wereld zozeer liefgehad heeft dat hij er zijn eniggeboren zoon heen zond, wordt door potentaten zo geïnterpreteerd dat zij hun wereldse macht kunnen verklaren als zijnde goddelijk van oorsprong. En wie hun gezag afwijzen, zagen aldus de tak af die hen dragen moet en die zonde bewerkt uiteindelijk de dood van de ziel met als bestraffing het eeuwige vuur dat dan uiteraard alhier reeds branden moet.
Topgangsters, zoals veel huidige potentaten-regeringsleiders, nemen geheel schaamteloos en makkelijk het woord 'God' in de mond maar te denken dat zij religieus zouden zijn, is een kwalijke vergissing. Zij willen als de goden zijn.
(J.B., 12 januari 2026)
1Paul Verhaeghe, Liefde in tijden van eenzaamheid. Over drift en verlangen, De Bezige Bij, Amsterdam 2013 (2011) pag. 150.
In 1966 eindigde het tijdperk van de 'index' of de lijst met de verboden boeken van de katholieke kerk maar dat van de A.I. was toen, met als pioniers Marvin Minsky en John McCarthy, al enkele jaren aan de gang en het betreft hier meer bepaald een 'index' om u tegen te zeggen.
De uitschuiver van de UGent-rector doet een beetje denken aan de uitschuiver van die andere zogenaamde BV met die andere Porsche, want A.I. is een Porsche voor wie voor intellectueel willen doorgaan, met alle voor- en nadelen van het hoge snelheidsvoertuig in kwestie, waarbij dan de nadelen ter gelegenheid van uitschuivers aan het licht dreigen te komen.
De UGent treft hier uiteraard geen schuld - was het niet een UGent-professor die het aandurfde om in de media te waarschuwen voor deze Porsche1, wat immers heiligschennend is in deze tijd van blinde dienst aan de automaten van Elon Musk en aanverwanten uit het nieuwste totalitarisme?
De link met de oldtimer legt zich waar nu weer alles in het werk gesteld wordt om de chauffeur in kwestie te verontschuldigen en maar meteen van de nood een deugd te maken met het voorwendsel dat het allemaal met de allerbeste - zijnde pedagogische - bedoelingen gebeurde, met andere woorden: om te tonen hoe het niét moet.
Evenmin immers als die andere televisiefiguur is de huidige in opspraak gebrachte clown met deze 'vergissing' aan zijn of haar proefstuk toe want is het niet een publiek geheim dat de toespraken waarmee deze 'redenaars' applaus oogsten op hun voorstellingen (en hier stond bijna 'ludieke voorstellingen' maar het adjectief kroop rap weer weg bij de gedachte dat met dit toneel wel handenvol geld gemoeid is en dan hebben we het over miljarden), geschreven worden door artiesten die in de werkloosheid zitten of van een leefloon eten?
Maar om bij het onderwerp te blijven: hoe kan het anders dan dat A.I. en informatie uit het internetbrein, dat immers in handen is van een handvol potentaten, stante pede transformeert in propaganda? Wanneer Chomsky en Herman het in 1988 over propaganda hadden2, stond het internet nog in zijn kinderschoenen maar vandaag blijkt het verworden tot het (prompt aangewende) kernwapen van een totalitarisme dat alle voorgaanden in zijn schaduw stelt. Zonder leedvermaak, aldus mijn buurvrouw: is het dan geen schone zaak dat de leugenmachine ook hen niet spaart die er als eersten hun profijt mee doen?
2Noam Chomsky en Edward S. Herman, Manufacturing Consent. De politieke economie van de massamedia, vertaling naar het Nederlands door Jan Reyniers, Epo, Berchem 2025. Oorspronkelijk: Manufacturing Consent. The Political Economy of the Mass Media, Pantheon Books, New York 1988.
08-01-2026
De explosie van hersentumoren
De explosie van hersentumoren
Ter gelegenheid van de viering van het stralende kerstekind komt hoe dan ook het thema van de straling weer ter sprake. Want er is een toename van hersentumoren en, verdacht genoeg, wordt 'straling' als 'onbewezen oorzaak' in één adem genoemd met de factoren 'roken' en 'alcohol'.
Dat adres verwijst naar de onlangs overleden stralingsdeskundige prof. André Vander Vorst in een verslag van een hoorzitting van het Vlaams Parlement.
In dat verslag wordt verwezen naar een onderzoek van prof. Dirk Adang, deskundige in onder meer ecotoxicologie en medische biofysica van de Hasseltse Universiteit waarbij vastgesteld werd dat het sterftecijfer van zeventien ratten langdurig blootgesteld aan een lage dosis straling van gsm, antenne en wifi, dubbel zo hoog was als normaal en dat, op één na, hun doodsoorzaak een hersentumor bleek.
Over dat onderzoek werd overigens een artikel gepubliceerd, getiteld “Gsm-straling toch schadelijker dan gedacht” maar ook de link (via Wikipedia) naar dit artikel geeft “No results found for your search” op een Engelstalige webstek van Elsevier vol mooie prentjes.
De WHO, ons welbekend van de medische instructies uit de coronatijd, houdt vol dat de schadelijkheid van de straling in kwestie onbewezen is.
Maar mogen wij echt op beide oren slapen? Want stoute tongen hebben het alweer over belangenvermenging en doofpotoperaties. Edoch, sinds de fact check methode ingang heeft gevonden, weten wij dat dit allemaal fake news is.
(J.B., 8 januari 2026)
05-01-2026
De antichrist: het 'non posse peccare'
De antichrist: het 'non posse peccare'
De kritiek van Friedrich Nietzsche op het christendom die inhoudt dat de ethiek in deze religie de moraal is van de zich aan zijn meester onderwerpende slaaf die van de nood - de onmogelijkheid om zich van de overheerser te bevrijden - ook heel letterlijk een deugd maakt - namelijk de deugd van de dienstbaarheid of van de slavernij - werd uiteraard alsnog door de christenen zelf verworpen maar blijkt wel wortel te hebben geschoten bij de antichrist(enen) die immers, gewapend met deze gewetenssusser, gretig toehappen door het natuurlijke recht van de sterkste in te lijven binnen hun cultuur die daardoor volstrekt pervers wordt - zoals in het historisch voorbeeld van het nazisme.
Edoch, waar de diefstal een recht werd, is het privaatbezit dat niet langer. Het privaatbezit dat de ultieme grondslag vormt van de individualiteit. Althans binnen de overtuiging die gehoorzaamt aan de regel van het gouden kalf die luidt dat je bent wat je hebt. Van zodra de moraal van de antichrist opgang maakt en de wereld aan zich onderwerpt, sneuvelt in dezelfde beweging meteen de daar tegenover staande regel dat alle mensen kinderen zijn van één en dezelfde god en derhalve elkaars broeders of gelijken.
Waar in de christelijke ethiek de dief zichzelf uiteindelijk excommuniceert of buiten de gemeenschap plaatst omdat hij handelingen verricht die het licht van de openbaarheid niet mogen zien, zal de hoger genoemde perversie, welke erin bestaat dat de openbaarheid zich voortaan afspeelt in een volstrekte duisternis - een contradictie die zich alsnog wil manifesteren en die uiteraard het gesjoemel tot hoogste wet verheft - ervoor zorgen dat de diefstal het middel bij uitstek wordt waarmee men gelooft mét zijn ego zichzelf of zijn ziel te kunnen vrijwaren.
De wegbereider voor die perversie welke maakt dat de openbaarheid van geen tel meer kan zijn, is vanzelfsprekend degene die verantwoordelijk is voor de teleurgang van de schaamte en de schande en uiteraard handelt die verantwoordelijke onverantwoordelijk omdat hij niet langer een persoon is: hij vertegenwoordigt een massa, onderhevig aan ongeordende driften.
Schaamte ontstaat bij het openbaar worden van een misdaad maar dan wel op voorwaarde dat degenen die de misdadiger te kijk stellen, zich moreel van hem onderscheiden. Waar het publiek van de openbaarheid uit criminelen bestaat, kan niet langer van schaamte en schande sprake zijn; de misdaad wordt niet als zodanig onderkend omdat de massa zichzelf niet zal veroordelen en zo weergalmt het historische “Barabbas vrij!”
De huidige Amerikaanse politiek is een immer voorspelbaar geweeste consequentie van het kapitalisme dat een maatschappij heeft gegrondvest van burgers wiens individualiteit steunt op de heiliging van het privaatbezit. De verafgoding van het geld of de dienstbaarheid aan de mammon is onverenigbaar met het onder meer in het christendom gegronde broederschap dat een samenleving moet schragen die om die reden van bij het prilste begin veroordeeld was tot hypocrisie of tot ongeloofwaardigheid. Zoals elders al aangestipt, bestaat de politiek van extreemrechts erin, deze hypocrisie aan het licht te brengen, niet om ze te bestrijden maar om de daardoor verborgen misdaden voortaan ongestraft te kunnen bedrijven. Zij kunnen immers niet veroordeeld worden door een publiek dat zelf bloed aan de handen heeft, wat betekent dat het licht van de openbaarheid niet meer bestaat. En de gevolgen van de zich aldus manifesterende nieuwe realiteit zijn niet te overzien.
(J.B., 5 januari 2025)
04-01-2026
Das Lied von der Erde (Li Tai Po - Gustav Mahler)
Das Lied von der Erde (Li Tai Po - Gustav Mahler)
Schubert, Winterreise (film)
Die Winterreise (Film)
w
Schubert, Winterreise
Schubert, Winterreise
02-01-2026
K
K
Over de tijd en de eeuwigheid
Over de tijd en de eeuwigheid
Nadat zij werden verricht en niet meer wijzigbaar zijn, verheffen zich onze daden van deze aarde en zij zweven ten hemel, waar zij ons zoals sterrenbeelden stil en tot in de eeuwigheid blijven aankijken.
Eenmaligheid, onomkeerbaarheid en onherroepelijkheid culmineren in de dood en de dood is niets anders dan de manifestatie van deze zaken.
We dienen te weten dat het goede niet zomaar samenvalt met het prettige of met het aangename en menige ethiek leert ons dat het goede meestal lastig is. De kudde verschaft weliswaar een gevoel van geborgenheid maar waar roofdieren de kudde opjagen, worden wie niet hard genoeg kunnen rennen, prompt door die kudde achtergelaten.
Wie de massa als een instrument bespelen, zien niet om naar mensen, zij kennen alleen aantallen; zij malen niet om waarheid en kennen slechts waarschijnlijkheid; de plaatsen van het goede en het schone worden ingenomen door die van de smaak van het ogenblik, een verwante van de windhaan.
Wie niet geloven in de komst van God op aarde, verdwijnen in het alsmaar zwarter wordende gat van de tijd maar ook de gelovigen worden door de slokop niet gespaard: op de keper beschouwd weten zij tenslotte niet of aan hun geloof ook maar een greintje werkelijkheid beantwoordt, afgezien van deze die zij zelf tot stand brengen. Alles is zodanig vloeibaar dat elke vaste grond wel een illusie moet zijn. Onvaster nog dan vloeibaar, zijn de dingen als van damp of gas of lucht. Of nog onvaster: het zijn geesten.
IJzer en koper zijn vaste stoffen maar in een radiootje staan zij in dienst van de elektriciteit die minder materieel is, het is de verplaatsing van elektronen in aan elkaar grenzende atomen van bijvoorbeeld koper in de buitenste schil, het zijn dus golven. En op hun beurt staan in dat radiootje de elektrische golven in dienst van de muziek: de geluidsgolven die dan weer in dienst staan van betekenisgolven. De betekenis van muziek is de emotie die zij teweeg brengt in wezens van menselijke makelij. Emoties zijn bewegingen die nog fijnstoffelijker zijn dan de golven van het geluid, zij zijn de vormen waarin geluidsgolven door een componist gegoten worden. Of door de muzen die de componisten de muziek inblazen. En muzen zijn wezens uit een immateriële wereld.
Hoe men het ook draait of keert, dit is geen fantasie maar dagelijkse realiteit: de stof ontleent haar betekenis aan het onstoffelijke dat zij dient. En vanaf dat punt verliest ons verstand elke denkbare greep op het gebeuren.
Van dat gebeuren zijn de handelingen die aan de vrijheid van de wil ontspringen, de meest betekenisvolle maar ook de minst materiële zaken. En uitgerekend die ontsnappen aan het alsmaar zwarter wordend gat van de tijd. Nadat zij werden verricht en niet meer wijzigbaar zijn, verheffen zich onze daden van deze aarde en zij zweven ten hemel, waar zij ons zoals sterrenbeelden stil en tot in de eeuwigheid blijven aankijken.
(J.B., 2 januari 2025)
01-01-2026
Het slechte voorbeeld
Het slechte voorbeeld
Dat het huidige Amerikaanse regime (naast nog enkele andere) een tijdelijke plaag is die met nieuwe verkiezingen eventueel tot de niet allerfraaiste jaren van de geschiedenis zal gaan behoren, is een wat al te optimistische opvatting waarmee sommigen het gigantische probleem dat zich nu stelt, als opgelost beschouwen. Twee en misschien drie termijnen van telkens vier jaar Trump betekenen acht of twaalf jaar aan een stuk het enige en hoogst mogelijke voorbeeld voor een hele generatie van televisiekijkende kinderen in de V.S. en in een nog veel groter deel van de wereld. Niemand kan ontkennen dat de topgangster alle aandacht van zowat iedereen, dagelijks en de wereld rond, naar zich toe trekt en het is geen geheime vrees dat dit fataal zal zijn voor opgroeiende kinderen die dat voorbeeld immers zonder meer klakkeloos imiteren, als ook hun ouders dat al niet doen, wat zeker geldt voor zowat de helft van de opvoeders in de V.S. Want wat kinderen te zien krijgen tijdens hun cruciale vormingsjaren, zoveel is zeker, gaat er nooit meer uit. Nevermore.
Nu dient men zich eerst rekenschap te geven van het feit dat het maatschappelijke voorbeeld altijd een constructie is, een constructie van de machthebbers, met het oog op het behoud en de uitbreiding van hun macht. Zo bijvoorbeeld is de paus van Rome, het voorbeeld bij uitstek voor elke katholiek ter wereld, geen spontaan handelende persoon maar zelfs meer dan letterlijk 'a puppet on a string', een constructie van een instituut dat zich handhaaft middels een heel leger van specialisten en dat nauwgezet alle voorschriften uitdoktert waaraan het toonbeeld of het voorbeeld dient te voldoen. Aan het decor van het hele santenkraam werd eeuwen gewerkt door de beste architecten, schilders en decorateurs die de mensheid ooit heeft opgeleverd; de verkleedpartijen die ermee gepaard gaan alsook de balletten die door de hele entourage opgevoerd worden, werden door genieën gecomponeerd; alle woorden die het Voorbeeld in de mond neemt, werden door de eeuwigheid zelf geselecteerd, gewogen en gekozen; kortom: het voorbeeld is een kunstwerk waaraan tallozen vijlen en schaven om het zo echt mogelijk te laten lijken, zo geloofwaardig mogelijk - wat uiteraard wil zeggen dat het een kostelijke leugen is.
De natuurpracht is geen leugen want het is geen menselijk maaksel en het is de grootste frustratie van elke schilder en van elke artiest zonder meer dat hij die nooit zal evenaren. De spontaneïteit van het kleine kind is allerminst een maaksel en dat geldt voor al wat onverbloemd en naakt is: dat en niets anders maakt dat de dingen schoon zijn, waar en goed. Het zijn pas de verkleedpartijen en de opsmuk die het schone perverteren; het is de hooggeleerde welsprekendheid die aan leugens vleugels geeft; het zijn de verzonnen verzen van papier die het Woord verbergen en gekunstelde muziek probeert het vogelengezang naar de kroon te steken. Maatschappelijke voorbeelden zijn telkenmale opnieuw constructies, weldoordacht, en met het oog op het wegkapen van de spontane menselijke bewondering voor al wat uit de hand van de Schepper komt. De blikken worden omgeleid, weg van het Licht, naar stegen vol met lampionnen, glitter en glamour, geschetter en gebrul, pruiken, ronkende titels en nog andere valluiken en valkuilen.
Zijn laarzen lappen aan het milieu is ontkennen dat men lucht moet inademen om te kunnen blijven leven. Parfum is wat de huidige heerser roemt. Het zal onze tijd nog wel duren, zo bazuint de egoïst het uit, en wat anders kunnen de kinderen daaruit leren dan dat hij hen gewoon laat stikken?
De vraag of men die voorbeelden moet blijven eren, vecht met de angst om af te moeten rekenen met de wraak van de duivel. Chantage immers is wat de massa in de tang houdt en daartoe is dreiging nodig, dat wil zeggen: wapens, alsook het toneel waarop zij actief zijn - de oorlog. Het slechte voorbeeld dringt ons zijn wil op met op de achtergrond als waarschuwing het oorlogsgeweld dat ons verlamt, financieel droog legt en in de rij doet lopen. Te vrezen valt dat, alle goede voornemens ten spijt, deze gang van zaken zich onverminderd doorzet in het nieuwe jaar.
(J.B., nieuwjaar 2026)
31-12-2025
Gastvrijheid
Gastvrijheid
Wie door een wereldstad wandelt, wordt geconfronteerd met een grote variëteit aan mensen die allemaal op pad zijn. Onder hen is er de speciale groep van de toeristen, zoals zij genoemd worden, degenen die op toer of op tournee zijn. Deze mensen zijn in de stad niet thuis, zij zijn er op bezoek - te gast zoals men zegt.
Zoals het verhaal Philemon en Baukis van Ovidius (†17 P.X.) bewijst1, is het aanbieden van gastvrijheid aan vreemden of bezoekers sinds oudsher een heilige plicht. Zij bestaat in het verschaffen van onderdak en voedsel, zodat de gasten zich thuis voelen en de eik en de linde die tot voor kort de toegang tot elk boerenhof sierden, herinnerden daaraan: in Ovidius' verhaal ontvangen twee oudjes buiten hun weten de goden Zeus en Hermes die hen voor hun gastvrijheid belonen, onder meer met hun metamorfose in deze twee elkaar eeuwig omstrengelende bomen.
Dat toeristen gasten zijn, is maar een halve waarheid omdat een gast een genodigde is, terwijl een toerist eigenlijk zichzelf heeft uitgenodigd: hij koopt de gastvrijheid die hij geniet. Met andere woorden wordt in het toerisme de gastvrijheid geperverteerd: zij is verworden tot handelswaar. Immers, in Ovidius' verhaal betuigen de gasten aan hun gastheren hun dank na de goede ontvangst maar in het toerisme dwingen de gasten met geld de gastvrijheid van hun gastheren af. Zij stellen hen te werk en zo perverteren ze de rollen: zij zorgen ervoor dat zij hun gastheer niet hoeven te danken en dat, andersom, hij degene wordt die dank verschuldigd is.
De werkgever bedankt zijn werklieden niet: hij geeft hen een loon en zorgt er zo voor dat zij hem dank verschuldigd zijn. Het geld zorgt voor de vlekkeloze omkering van de plichten en de rechten maar dan wel tegen de prijs van de ontheiliging van elke menselijke onderneming die aldus tot een mechanische transactie wordt gedegradeerd.
Ook en vooral ter gelegenheid van allerlei festiviteiten lijkt de gastvrijheid tot een handel verworden, een ruilhandel in dit geval, een handeltje in relatiegeschenken, een geldspel waarvan alleen de mammon beter wordt, gereserveerd voor de bezittende klasse die hem dient en die de ontmenselijking van de wereld bespoedigt.
Een half miljoen mensen of tien percent van de arbeidsbekwame bevolking van het land zullen vanaf nieuwjaar hun werkloosheidsuitkering verliezen, wat een gevolg is van het zogenaamde 'koninginnenstukje' van de huidige rechtse regering die zich hiermee bekent tot de vleugel van extreemrechts. Tegen elke logica in gelooft die regering te mogen verwachten dat een derde van de van den dop geschrapten gauw werk zullen zoeken en vinden maar zelfs als dat het geval zou zijn, resten er dan nog driehonderdduizend mensen over wie de vraag hoe zij dan moeten overleven.
Wie elke dag zijn buikje rond kan eten, stelt zich geen vragen en in dat geval zijn zonder ook maar één uitzondering alle leden van de regering van dit land: zij genieten uitkeringen, noem het voor mijn part inkomens, om u tegen te zeggen, aangevuld met nog allerlei onkostenvergoedingen en fiscale voordelen. Zij beseffen niet dat jan met de pet het vandaag moet rooien met een bedrag dat allang niet meer volstaat om gezond van te eten: twee stukken fruit per dag, tenminste eens in de week vis, dagelijks verse groeten en melkproducten zit er voor de meesten onder ons niet meer in. Zij moeten winkelen in derderangssupermarkten die rijk worden van de verkoop van ronduit brol waarvan men alleen maar ziek kan worden. Naar geneeskundige zorgen kunnen zij ook fluiten en waar die alsnog voorhanden zijn, liggen zij buiten het bereik van heel wat mensen.
Mensen die zwak zijn, ziek of slecht te been, geraken niet tot aan het ziekenhuis dat weliswaar minimale dienstverlening garandeert maar dat uiteraard geen rekening kan houden met het probleem van het vervoer of met het gegeven dat de zieken dikwijls niet in staat zijn om uren in een lange gang hun beurt af te wachten tussen andere zieken van wie zij dan ook nog eens worden besmet met verkoudheden, longziekten en dies meer, wat maakt dat een volgende afspraak met de dokter afgebeld zal moeten worden, tenminste als zij telefonisch verbinding kunnen krijgen met de kliniek en als hun belkrediet de lange wachttijden overleeft.
Dat iedereen aan de slag kan in een maatschappij die de economie moet dienen in plaats van andersom, is een illusie omdat concurrentiebekwaamheid een ijzersterk zenuwstelsel vergt - bovenop de eis dat men ook voor al het overige verkeert in topconditie. Maar van de sportlessen in de schooltijd herinnert men zich dat een zeker deel van de klasgenoten 'zwak' is: buiten beschouwing gelaten of dat te maken heeft met erfelijkheid, met ondervoeding of met stress en ziekte, is dat een aan iedereen bekend gegeven. Wie niet sterk is, moet slim zijn, maar ook dat spreekt niet vanzelf: elke klas telt enkele knappe koppen maar een zeker fragment van de leerlingen kunnen gewoon niet mee en vandaag weet men dat dit meestal helemaal niet de schuld is van de kinderen die daarvan de slachtoffers zijn en niet de daders. Edoch, zonder een zeker intellectueel vermogen is men in deze concurrentiemaatschappij een vogel voor de kat en ook dat weet iedereen. Echter, bij de aflevering van koninginnenstukjes, doen de mensen alsof hun neus bloedt: zij kijken of zij onder de veroordeelden vallen en is dat niet het geval, dan trekken zij verder hun eigen plan en zien niet naar de anderen om.
De honderdduizenden mensen die in dit land vanaf overmorgen geen inkomen meer ontvangen, zullen aankloppen bij de zogenaamde openbare commissies voor maatschappelijk welzijn in de gemeente waar zij wonen want, de misdaad buiten beschouwing gelaten, missen zij elke andere keuze. In die commissies zetelen door het volk verkozenen en derhalve burgers die gehoor moeten geven aan de wensen van het volk. Maar die wensen zijn, zoals wij weten uit de cijfers, hoe langer hoe minder fraai. Immers, zowat de helft van de burgers stemmen voor extreemrechts dat de partijen van de onverdraagzamen verzamelt. Dat zijn degenen die niet verdragen dat de centen waarvoor zij hard hebben gewerkt, in handen komen van mensen die niet werken. Maar de OCMW's moeten hun geld halen bij deze onverdraagzamen, wat gebeurt door het heffen van belastingen en die zullen, dankzij het koninginnenstukje, uiteraard gelijk een raket de hoogte in schieten.
Wat aan de gang is, is de verplaatsing van de last van het steungeld van de staatskas naar de gemeentekassen. Dit lijkt op hetzelfde neer te komen maar te denken dat dit verschil niet zonder gevolg zal blijven, is wel bijzonder optimistisch gegokt. De werkende jan met de pet zal nu zeer zichtbaar zijn centen afstaan aan de niet werkende jan met de pet die bijvoorbeeld zijn broer zal zijn, zijn neef, zijn zuster of zijn buurvrouw. Nog één stap in die richting en aan de familieleden van de niet werkenden zal worden gevraagd om in te staan voor het inkomen van de 'luiaards'.
Nu is genoegzaam bekend dat de solidariteit waarop onze maatschappij boogt, een bijzonder precair gegeven is dat alsnog bestaat met dank aan zaken zoals bijvoorbeeld de anonimiteit. Valt die weg, dan is gegarandeerd het hek van de dam. Frustraties, haat en ruzies zullen ongetwijfeld ongeziene proporties aannemen en binnen de kortste keren is een burgeroorlog aan de gang. We kenden al de Franse Revolutie en de Amerikaanse Burgeroorlog, om slechts die twee bekende gebeurtenissen te vernoemen - en moet het nog vermeld dat burgeroorlogen nog veel wreder zijn dan oorlogen tussen naties? - maar wat ons nu te wachten staat zal de bijtende spot aan het licht brengen die in de benaming van het 'koninginnenstukje' schuilt.
(J.B., 30 december 2025)
29-12-2025
Handlangers van de duivel
Handlangers van de duivel
Wat Trump wil, wanneer hij beveelt: “We will say Merry Christmas proudly again”, is niet het wederkeren van het christendom, getuige het feit dat de potentaat de armen alleen maar verjaagt en ook het rijkere deel van de wereld aanspoort om dat te doen; noch wenst hij een pact met de kerk te sluiten, die hij al belachelijk heeft pogen te maken met zijn imitatie van de paus - hij wil hooguit zelf paus zijn, ja, keizer! Wat de usurpator beoogt, is de vervulling van een prepuberale droom: de glitter en de glamour van een dennenboom die het Guinness Book of Records haalt alsook overdadige kerstdiners in zijn grootste balzaal aller tijden met als gasten en tafelgenoten zijns gelijken en trawanten: figuren zoals Vladimir Poetin, Kim Yong-un, Elon Musk en Mark Rutte.
Het is een schromelijke vergissing om lui die een religieuze overtuiging uitbazuinen zonder er ook naar te leven, anders te beschouwen dan als hypocrieten ofwel aanhangers van een dubbele moraal en de Nazoreeër zelf liet hieromtrent helemaal geen twijfel over: Hij verjoeg de farizeeën uit het sanhedrin en de handelaars uit de tempel; Hij spelde wie dachten Maria Magdalena te kunnen veroordelen, eens en voorgoed de les en Hij typeerde zijn volgelingen als degenen die hun rijkdommen uitdelen aan de armen die hij zalig predikte op een berg; Hij herhaalde dat zijn rijk niet van deze wereld is, welke wordt beheerd door de duivel zelf en begrijp het goed: niemand kan met de Satan mee regeren zonder voor het kwaad een knieval te doen.
De volgelingen van Jezus van Nazareth verdienen alle respect en zo ook degenen die niet kunnen geloven in wat zij als sprookjes van de hand doen maar wie een geloof voorwenden zonder daarvan ook getuigenis af te leggen, weten van zichzelf dat zij bedriegers zijn, platte opportunisten en lepe commerçanten. Het is een absurditeit om de handlangers van de heer van deze wereld ernstig te nemen.
(J.B., 29 december 2025)
28-12-2025
Op de dag van de onschuldige kinderen
Op de dag van de onschuldige kinderen
Een snaar wordt aangespannen door aan de twee uiteinden te trekken en dat gebeurt in exact tegengestelde richtingen en uiteraard ook met exact dezelfde trekkrachten maar alleen daardoor komt er spanning in de snaar, kan zij worden getokkeld en zal ze trillen en eventueel verbonden met een klankkast muziek maken. Die snaar kan model staan voor de democratie of die staatsvorm waarbij het volk regeert door zijn verkozen vertegenwoordigers. Een regering wordt gevormd met ruimte voor een oppositie, en de twee staan samen borg voor de productie van betekenisvolle geluiden in het parlement.
De tegengestelden zorgen ervoor dat alles in het juiste midden blijft en waar een van de twee partijen het laken naar zich toetrekt en de andere verbiedt of uitsluit, springt de snaar. Kritiek is van levensbelang voor de democratie zoals ook zonder gesprekspartner een gesprek onmogelijk is. Zonder kritiek geen groei of verbetering omdat kritiek de essentie is van onderwijs: de muziekpedagoog die de leerling het meesterschap bijbrengt over zijn instrument, doet niets anders dan hem op zijn fouten wijzen, keer na keer, en alleen met die dialogische methode wordt uiteindelijk het beoogde resultaat bereikt: een correcte uitvoering van de partituur. Sturen is voortdurend bijsturen en dit automatisme wordt beheerst door elke chauffeur. Waar bijsturing en kritiek ontbreken, dreigt binnen de kortste keren stuurloosheid, met alle gevolgen van dien.
Kritiek wordt gegeven door zogenaamde 'tegenstanders' maar in acht genomen de essentie van kritiek, kunnen tegenstanders de beste medestanders zijn. Het onmogelijk maken van kritiek door zijn tegenstanders te liquideren, resulteert heel vlotjes in het verlies van zijn kwaliteiten. Immers, de eigen lof die dan overschiet, zal uiteraard leugenachtig en onbetrouwbaar zijn en per definitie uitgaan van lieden die het tegendeel beogen van wat opvoeders en leraren doen omdat vleiers niet het welzijn maar de overheersing van de gevleide op het oog hebben en derhalve niets anders dan zijn ondergang. Wie hun 'tegenstanders' uitschakelen, worden om die reden een speelbal van vijandelijke listen.
Terwijl zij meent zichzelf aldus te versterken, brengt de huidige Amerikaanse regering door de systematische uitschakeling van haar tegenstanders, door het demoniseren en het fnuiken van de oppositie, door het aan banden leggen van andere meningen alsook door irrationele angsten zoals onder meer xenofobie, het land en dat deel van de wereld dat zij pretendeert te vertegenwoordigen, in onmiddellijk gevaar. Het euvel schuilt in een fundamenteel onverstand omtrent het wezen van het denken zelf, dat een verinnerlijkte dialoog is, en in de miskenning van de waarde van het open debat waarop alle rechtgeaarde denken berust.
In historisch perspectief is het de Verlichting die in de achttiende eeuw een kentering veroorzaakte in het geestesleven dat bevrijd werd van het juk van de onwetendheid in zijn vele vormen. De weliswaar veeleisende rede die het zelfbestuur mogelijk maakt, trad in de plaats van het blinde geloof en van de gemakzuchtige overgave aan de willekeur van dictators allerhande. De Verlichting herstelt met het vieren van de openbaarheid het recht en in de bestrijding van onverdraagzaamheid en discriminatie vormt zij de grondslag voor de geboorte van wat wij heden kennen als de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens waarvan het doel bestaat in het garanderen van een maximale vrijheid en derhalve van het geluk voor elke mens. Voor de mens van vandaag maar ook voor die van de toekomst. Zo ontstaat meteen een politiek van duurzaamheid en van respect voor het milieu zodat het nageslacht zich kan blijven handhaven.
Dat die kostbare historische verworvenheden welke zich verankerd hebben in stabiele maatschappelijke structuren die het leven schragen, eensklaps in het gedrang blijken te komen, vindt zijn oorzaken in een nepotisme dat resulteert uit de combinatie van vooral egoïsme, opportunisme, vleierij en uiteraard een beschamend gebrek aan fundamentele eerlijkheid, eigen aan de winzucht welke woekert in elk kapitalistisch systeem. Dat die ondeugden de wind in de zeilen krijgen, wordt versterkt door het feit dat de deugd verlamd wordt, de loef afgestoken wordt door de dreiging van een enorm geweld, door het bestaan van het juk van een disproportioneel gevaar, een zwaard van Damocles: de door menigeen maar kennelijk zonder gevolg met de vinger gewezen nucleaire vernietigingscapaciteiten van de grootmachten. Zij leggen een druk op de wereld die mensen verhindert om vrijuit te spreken zodat het aan het licht komen van de waarheid bemoeilijkt wordt en het rechtvaardige handelen de strijd verliest tegen bedrog en winzucht.
Het gebeurt steeds vaker: hersenloze miljardairs die zichzelf in beeld wurmen en de politiek bepalen. Deze nitwit-betweters herschrijven de geschiedenis en de wetenschappen en ze bepalen onze agenda. Dubieuze en onbetrouwbare aftroggelaars omringd door lui van hetzelfde kaliber irriteren mateloos en gaan zo aan de haal met de aandacht en vervolgens met het bezit van iedereen. Tegen de tijd dat de mensen het spel doorzien, zijn ze oud en kunnen ze niets meer doen; hun plaats wordt ingenomen door kinderen die nog van toeten noch van blazen weten en die zich opnieuw door dezelfde roofdieren laten verslinden.
Het eigenaardige aan de hele zaak is dat die lui helemaal niets te vertellen hebben: ze werken zich naar het voorplan met steeds weer hetzelfde inhoudsloos gebrabbel opgeluisterd met applaus, fanfaremuziek en vlaggen, glitter, glamour. Zij bezitten alles maar zij zijn niets: achter het maatpak in de limousine en achter het gebrabbel zit helemaal niets meer. Zij zijn omhulsels zonder inhoud, namen zonder verantwoordelijkheid, lichamen zonder ziel. Hun topprestatie bestaat in de genocide.
(J.B., dag van de onnozele kinderen 2025)
27-12-2025
Exponent van de dubbele moraal
Exponent van de dubbele moraal
Heiligheid trekt aan maar dat het vaak schijn is en derhalve slechts een verlokkingsmiddel, hoeft, enkele feiten in acht genomen, helemaal niet te verwonderen. Het aas dat wordt uitgeworpen voor de vis is voorbeeldig voor de praktijk van de verleiding welke een eufemisme is voor misleiding: honger zorgt ervoor dat de vis een feestmaal ziet verschijnen en het komt derhalve bij het onschuldige beestje helemaal niet op om te gaan denken dat achter de taart een ijzeren haak wacht die zo meteen zijn verhemelte zal doorboren om hem met een ruk op het droge te trekken, waar hij binnen de kortste keren de verstikkingsdood sterft.
De vijand van de vis maakt gebruik van zijn kennis van de behoeften van zijn prooi alsook van diens onwetendheid omtrent het gevaar dat hem fataal zal worden en het komt niet bij de jager op om ook maar een greintje medelijden te gaan koesteren met het arme dier: zoals voor de vis het gevaar overschaduwd wordt door diens honger, zo ook overschaduwt de honger van de jager een eventuele zin voor een greintje altruïsme. Bovendien is er het feit dat altruïsme, behalve dan voor vegetariërs of veganisten, over de grenzen van de soort heen voor het merendeel onder ons als misplaatst wordt ervaren of dan toch als helemaal geen must.
In de geschetste, vrij natuurlijke gang van zaken loert op de achtergrond een dubbele moraal waarvan de ene vleugel aangedreven wordt door betrachtingen die aan de andere tegengesteld lijken: het stillen van de honger is een lovenswaardige activiteit in dienst van het leven en derhalve alvast op het eerste gezicht onverenigbaar met, en zelfs tegengesteld aan het ombrengen van andere levende wezens. Maar de moraal achter de jacht snijdt pas hout zolang die voor het eigen leven een absolute noodzaak is.
Respect voor ander leven en dan zeker respect voor soortgenoten is geboden zolang die ons niet naar het leven staan. Het ombrengen of zelfs maar het benadelen van anderen om de eigen luxe te maximaliseren is misdadig, alleen al omdat luxe en preferenties, en wel zeer in tegenstelling tot noodzaak en behoeften, helemaal geen grenzen kennen. Waar een slokop ongeremd zijn gang kan gaan, houdt hij niet op met het elimineren van anderen totdat zij allemaal 'vernietigd' zijn.
De dubbele moraal bestaat niet alleen inzake de jacht maar hij is een alomtegenwoordig gegeven. Klinisch psycholoog Paul Verhaeghe bespreekt het fenomeen waar hij de opsplitsing hekelt tussen liefde en drift, welke nogal wansmakelijk uit de hoek komt waar mannen de redder willen uithangen ter gelegenheid van hun prostitueebezoek: zij willen zogezegd de vrouw in kwestie, waarop ze hun lusten botvieren, redden van een bestaan als hoer om, alle dierlijkheid van hun gedrag ten spijt, alsnog zichzelf als supermens of held te kunnen wegzetten.
Het aperte gebrek aan elementaire eerlijkheid inherent aan de dubbele moraal etaleert zich heden wereldwijd in de schurkenstreken van grote naties die middels verkapte dreigementen elke mogelijke kritiek smoren in de kiem. De leiders van de actuele wereldoorlog knipogen naar elkaar waar zij onder valse voorwendsels aan miljoenen mensen het leven ontnemen uit louter persoonlijk winstbejag want zij houden een oorlog aan de gang om hun wapens te kunnen slijten met aan de beide zijden van het front de allang versleten smoes van de strijd tegen 'de vijand'. Die smoes wordt door de slachtoffers ervan zelf beleden zoals bij uitstek door onze navobaas, eveneens om redenen van persoonlijk profijt. Maar weet: tegen die gang van zaken zal eerlang en vanuit de basis een wereldwijde opstand ontstaan zoals nooit voorheen geschiedde.
(J.B., 27 december 2025)
26-12-2025
Geschoeid op de leest van de communistische dictatuur
Geschoeid op de leest van de communistische dictatuur
Vandaag wordt de link gelegd van het Trumpisme met het beruchte Mccarthyisme waarover wij al moesten berichtten op 22 september l.l. naar aanleiding van enkele publicaties van die datum over het onderwerp in een... Sri Lankaanse krant.1 Kennelijk kan men het zich minder vlot veroorloven om de waarheid te vertellen op de plek van onheil dan om dat te doen van op een veilige afstand, een afstand in de tijd maar evengoed een afstand in de ruimte. Want veilig is het niet om in de onmiddellijke aanwezigheid van de crimineel zijn daad als misdaad te benoemen: de wet van het lijfbehoud gebiedt de dader om wie zich daaraan wagen, stante pede dood, zo niet monddood te maken en het waarachtige relaas door een spectaculaire Hollywoodproductie te vervangen.2
Wie Wikipedia erop naslaan, vinden onder Mccarthyisme een uitleg over wat ook wel de 'tweede rode schrik' genoemd wordt, de golf van onbewezen verdachtmakingen in de V.S. in de jaren 1930 tot 1950 van vermeende sympathisanten met het communisme tegenover wie de V.S. geheel ongrondwettelijk agressie gebruikte.3 Vergelijk opnieuw met de eerder aangehaalde (2600 jaar oude) fabel van Aesopus over de troost van het misprijzen voor wat men niet bereiken kan.4 Het communisme werd immers gedemoniseerd terwijl de Sovjets in een alliantie met het Westen Hitler versloegen, een vrijheidsstrijd waaraan bijna dertig miljoen Russen (de helft van het totale aantal gesneuvelden van de Tweede Wereldoorlog) het leven opofferden. In die tijd bouwden de Russen een atoombom (1949), kwam in China Mao aan de macht (1950) en startten de V.S. een oorlog tegen Noord-Korea (1950). De emancipatie van de vrouwen en de strijd tegen kinderarbeid en slavernij werden als 'communistisch' weggezet en derhalve als verwerpelijk (de omgekeerde wereld!) zoals ook nu onder Trump opnieuw gebeurt, en wel met geen ander doel dan de voorrechten van de superrijken te vrijwaren en de armen geheel straffeloos om te kunnen brengen - het beoogde van elke kapitalistische structuur. De Amerikaan lijkt niet te beseffen dat hij aldus een dictatuur van communistische makelij invoert met een paranoia die doet denken aan het Roemenië van Nicolae CeauÈescu, alleen omvat het speelterrein daarvan dankzij een (al dan niet vermeende) militaire overmacht heden de hele wereld.
2Zie ook: Noam Chomsky en Edward S. Herman, Manufacturing Consent. De politieke economie van de massamedia, vertaling naar het Nederlands door Jan Reyniers, Epo, Berchem 2025. Oorspronkelijk: Manufacturing Consent. The Political Economy of the Mass Media, Pantheon Books, New York 1988.
Inbrekers forceren het deurslot en komen je woonst binnen in het midden van de nacht; als je het merkt, zijn ze allang met de noorderzon verdwenen en ben je alles kwijt. Ze laten zichtbare sporen na die nauwkeurig opgetekend worden door de speurders van de politie, ofschoon de pakkans amper tien percent bedraagt en het duurt nog een hele tijd vooraleer je alles weer op een rijtje hebt, in de kamers van je huis maar ook in je hoofd, want het voorval heeft enkele van je zekerheden doen sneuvelen en je gevoel van veiligheid kreeg een flinke deuk. Er volgen slapeloze nachten, je bent bang om alleen te zijn of om je huis nog te verlaten, er wordt nagegaan of de daders bekenden kunnen zijn en de onwetendheid reikt allerlei scenario's aan met daarbij passende verdenkingen. Het duurt nog een hele tijd voor de storm in je hoofd gaat liggen, al dan niet dankzij psychologische bijstand maar helemaal vergeten doe je het waarschijnlijk nooit. Zo gaat het nu eenmaal met inbraak, die nota bene jaarlijks één van elke honderd woningen treft.
Maar er bestaan ook andere vormen van inbraak, die niet de voordelen hebben die woninginbraak wél te bieden heeft. Want geef toe: meestal wéét je ook dat er bij je ingebroken werd, vooreerst omdat bezittingen weg zijn en er specifieke schade kan opgemeten worden. Er zijn ook inbraken waarover je helemaal onwetend blijft. En die zijn meestal een stuk gevaarlijker, zoals ook ziekten gevaarlijker zijn waarvan je niet weet dat je ze hebt. Schrammen kun je zien en daar past altijd wel een pleister op maar microben beroven je ongemerkt van je gezondheid en krijg je het euvel alsnog in de mot, dan is het veel te laat voor een remedie.
Aan sommige vormen van inbraak valt helemaal niets te verhelpen, om te beginnen omdat ze niet als zodanig geboekstaafd staan en daartoe behoren de gevallen waarbij de inbrekers je open en bloot op de huid komen zitten en daarvan bestaan een eindeloos aantal varianten. De politie krijgt dagelijks klachten van lui van wie geld, juwelen of nog andere valuta afhandig werden gemaakt en als hen dan de vraag gesteld wordt hoe dit kon gebeuren, moeten zij bekennen dat ze het allemaal eigenhandig hebben weggegeven. Ze hebben de inbreker die een smoes vertelde, er zelf in gelaten, ze hebben hem of haar een kopje koffie aangeboden, het relaas van zijn voorgewende ellende aangehoord en hem vervolgens met een gulle gift tevreden gesteld. “Anders kreeg ik hem niet buiten, meneer”, zo luidt dan de uitleg die uiteraard van geen tel kan zijn. En nog lastiger wordt het als de dieven verwanten zijn die men immers niet wil of niet kan aangeven. Blij zijn dat men niet veel méér kwijt is en beter opletten in het vervolg, zo luidt de vriendelijke vermaning waarmee de beroofden vrede moeten nemen, zij zijn dan “gezet zoals een puit op een wegel”, zoals de volksmond het zegt.
Edoch, vandaag is diefstal bijzonder sluw geworden, de middelen om mensen van hun hebben en houden te ontdoen, zijn gigantisch en in tijden van crisis moet de bestrijding van die zaken achterwege blijven door personeelstekort. Daarvan hebben rovers niet te lijden, zij werken met aannemers, onderaannemers enzovoort en zelf worden zij nooit opgepakt.
Zo is de superdief van deze tijd misschien wel de baas van het machtigste land op aarde en hij onderscheidt zich in bijna niets meer van pakweg Dzjengis Khan, Napoleon of Nero en misschien is hij nog wel het best te vergelijken met figuren zoals Luckey Luciano of Al Capone. Wij laten in het midden wie hij dan wel mag zijn maar dat de man de beschikking heeft over vrijwel al het goud van deze wereld, heeft hij uiteraard allerminst te danken aan zijn noeste arbeid want, ga maar na, die kerel heeft nog nooit zijn handen vuil gemaakt, al zal er wellicht wel bloed aan kleven.
Wij krijgen wel de indruk dat het om een noeste werker gaat omdat wijzelf, en dat wil zeggen alle acht miljard verminderd met een zeker percentage opportunisten, al ons hebben en houden aan ons zweet te danken hebben. Wie niet kan werken, kan misschien wel heel tijdelijk overleven maar wie wat bezit verzamelde, heeft daarvoor ook moeten knokken. Rijkelui worden om die reden bekeken voor eerlijke en hard werkende mensen maar vaker zijn zij geen van beide. In deze wereld wordt de rode loper uitgerold voor topgangsters en worden eerlijke lieden weggezet als sukkelaars of, in de taal der gangsters, 'losers'.
Dat daad en misdaad kennelijk zo makkelijk in elkander overlopen en dat het verschil tussen de brute inbreker en de onschuldige huidzitter of aftroggelaar vaak bijna fictief is, moet men wellicht wijten aan het feit dat alle mensen in oorsprong kinderen van dezelfde Eva zijn. De almacht van de oermoeder en de eenheid met haar nageslacht maakt alle grenzen flou maar die worden meteen opnieuw ingesteld middels het principe van het privaatbezit, de ware oorsprong van het kapitalisme.
Met het matriarchaat als origine der culturen en daarin de eenheid van de moeder met het kind, is haar almacht verzekerd maar evengoed het bestaan van haar rivaal die grenzen trekt waar er oorspronkelijk geen waren, en dit middels wetten die van kracht zijn dankzij de werkelijkheid van het geweld. Die twee kunnen een huwelijk aangaan en zo ontstaat bijvoorbeeld wat men de maffia heeft genoemd.
Daarbij vormen de kinderen van de almachtige Eva een familie en zij dwingen de tegenstander die het kapitalisme belichaamt op de knieën door hem zijn geld afhandig te maken. Als troost krijgt hij op het toneel van de wereld de rol toebedeeld van de heerser die hij echter allerminst kan zijn, hij moet immers gehoor geven aan de instructies 'van hogerhand' - van de almachtige. Zijn koningschap over de aarde wordt een kostelijk toneel, zijn macht een luchtkasteel. De zaken die er echt toe doen, spelen zich af achter de schermen en daar gaat het effectief om een strijd op leven en dood, al bespaart men de tinnen soldaatjes de dracht van de kennis van de ware toedracht van die allergruwelijkste feiten. Ga het maar na, zo fluistert Omsk Van Togenbirger het ons van op zijn tot een gammele kruk herleid spreekgestoelte toe: ik kan het niet dikwijls genoeg herhalen, “Krieg und Leichen, die letzste Hoffnung der Reichen.”
(J.B., 25 december 2025)
24-12-2025
Kerst heeft een prijs
Kerst heeft een prijs
Samenhangend met de cognitieve dissonantietheorie van Leon Festinger is het verschijnsel van de groepsaffiliatie of het zich aansluiten bij een groep zonder dat daar goede redenen voor bestaan. Dit laatste is van belang want zolang er goede redenen zijn om zich aan te sluiten bij een groep, is er met affiliatie niets mis, doch van zodra die goede redenen ontbreken, kan men spreken over groepsdruk en over persoonlijke vrijheidsbelemmering.
Groepsdruk kan geïnduceerd worden in functie van zekere vormen van 'misdaad', wat reeds het geval is bij reclame, mode en ideologisering en het blijkt moeilijk en soms zelfs bijna onmogelijk om daaraan te weerstaan. Denk maar aan een groep met een leider die het voortouw neemt in het belachelijk maken van een groepslid: waar externe controle ontbreekt, blijkt iedereen met de groep mee te doen, ook al gaat het slachtoffer in kwestie eronderdoor.
Is de leider bovendien een 'echte' leider, zoals een leraar op school of een president, dan is het zaakje fataal. Doet het slachtoffer zijn beklag bij papa, dan bestaat de kans dat papa de leraar gelooft en niet zijn kind. Tijdens de hoogdagen van de katholieke kerk konden op die manier de geestelijken hun gang gaan; bij kindermisbruik werden hun slachtoffers niet geloofd en zelfs vaker geestesziek verklaard.
Dat is overigens nog steeds het geval in fundamentalistische vormen van religie en voor de slachtoffers is het begrijpelijkerwijze bijzonder traumatiserend omdat zij zich realiseren niet langer veilig te zijn en nooit veilig geweest te zijn: het veiligheidsgevoel is voor hen voortaan een waan en zij ontwikkelen een levenslange onrust die dan geheel onterecht paranoia wordt genoemd, wat het trauma alleen maar erger maakt.
De hele wereld is getuige hoe vandaag voor de leiders van het volgens sommigen machtigste land de rode lopers worden uitgerold door ons, ook als zij op pad zijn om ons tot op het bot te pluimen en Navosecretaris-generaal Rutte gedraagt zich daarbij als een knipmes. De demoraliserende invloed van dat gedrag op de hele bevolking kan maar moeilijk worden onderschat: men is getuige van het voortaan onmiskenbare feit dat de leiders van het land waarvan men het burgerschap heeft, geen leiders zijn doch vazallen en wel vazallen van figuren die leven van diefstal, leugens en bedrog en door wie men straffeloos gechanteerd wordt. Men wordt zich bewust van het feit dat de moraal waarin men werd opgevoed en die de eerlijke arbeid in dienst van de gemeenschap prijst, een fabeltje vanjewelste is.
Jan met de pet ziet nu eens en voorgoed dat hij elke dag om vijf uur opstaat en elke avond weer afgebeuld thuis komt om de wapens te betalen waarmee als de tijd daartoe rijp bevonden wordt, alle jannen met de petten elkaar moeten gaan verminken, zo niet uitmoorden, aan een front dat wordt gecreëerd door die 'leiders' in de vorm van een lijn op een landkaart. Absurder kan het niet maar het gebeurt telkenmale opnieuw en wel zonder enige vorm van protest omdat men vreest voor uitsluiting uit de groep. Dat is groepsaffiliatie.
Vrijheid of zelfbevrijding worden, zoals enkele artikels eerder aangehaald uit een boek van Paul Verhaeghe, betaald met de minimumprijs van de eenzaamheid. Dat geldt voor verzet tegen elk gedrag dat met groepsaffiliatie geassocieerd kan worden en dezer dagen hebben wij het voorbeeld van de kerst. Trump gebiedt: “Vanaf nu wensen we elkaar opnieuw een Merry Christmas!” Ik zie het ons al doen in koor en Rutte doet het ons allen voor.
(J.B., 24 december 2025)
Van USA naar BSA?
Van USA naar BSA?
Waar de Vlaamse dramaturg Dirk Biddeloo zijn pantoffelheld laat zweren dat hij de afwas doet zoals hij dat ook heeft beloofd1, zinspeelt hij op Aesopus' fabel over de vos en zijn (vergeefs begeerde) druiven die de troost van de minachting voor het onbereikbare verklaart.2 Beide verhalen illustreren door hun behandeling van de omgang met frustraties de cognitieve dissonantietheorie3 van de Amerikaanse psycholoog Leon Festinger, tevens de ontwerper van de drie jaar oudere theorie van de sociale vergelijking die aan de basis ervan ligt en die inhoudt dat mensen zichzelf bekijken door andermans ogen. Verschil veroorzaakt onlust en dwingt tot gelijkmaking. Het vreemde bedreigt en frustreert en de frustratie houdt aan totdat de bedreiging wijkt.
Maar dat verschil frustreert pas waar men voor die anderen de duimen moet leggen; waar men beter af is, verschaft dit verschil plezier en zo lijkt geluk een zaak van sociale vergelijking: niet het verschil zit ons dwars maar wel het beheerst worden door anderen daar dit ons met zelfverlies bedreigt. De actuele politiek van Festingers geboorteland is een toelichting bij zijn bevindingen van driekwart eeuw geleden.
Inzake de politieke situatie oppert zich een in feite eigentijds probleem dat zich laat benoemen als het onvermogen om met frustraties af te rekenen op een andere manier dan door de vernietiging van datgene waarvan men verschilt.
Aldus in het geding is, alle schone schijn ten spijt, een onkunde om met anderen handel te drijven, een onvermogen tot communicatie, een tekort aan aanpassingsvermogen, kortom: een schrijnend gebrek aan intelligentie. Het probleem van de huidige Amerikaanse politiek bestaat in niets anders dan in het feit dat daar nu nitwits aan de touwtjes trekken en uiteraard maken die er een zootje van, zij voeren Plato's fabel op over het narrenschip.
Narren aan het roer, een onvermijdelijk gevolg van nepotisme. Vriendjespolitiek duidt op het onvermogen om te delegeren of dus op dictatuur: macht wordt uitgedeeld aan lui op wie men vat heeft terwijl zij toekomt aan wie bekwaam zijn om de problemen aan te pakken.
Die bekwaamheid is nochtans voorhanden maar zij wordt geminacht zoals de druiven door de vos omdat men ze zelf missen moet. Zo komt het dat men dan niet alleen degenen minacht door wie men overtroffen wordt maar tevens versmaadt men hun eigenschappen of dus de dingen die hen beter maken. En het behoeft geen betoog dat dit nergens anders uitmonden kan dan in de reinste Barbarij.
(J.B., Kerstavond 2025)
1“Als ik zeg dat ik de afwas doe, dan doe ik ook de afwas!”
2https://www.gutenberg.org/cache/epub/28/pg28.txt: “The Fox and the Grapes: One hot summer’s day a Fox was strolling through an orchard till he came to a bunch of Grapes just ripening on a vine which had been trained over a lofty branch. “Just the thing to quench my thirst,” quoth he. Drawing back a few paces, he took a run and a jump, and just missed the bunch. Turning round again with a One, Two, Three, he jumped up, but with no greater success. Again and again he tried after the tempting morsel, but at last had to give it up, and walked away with his nose in the air, saying: “I am sure they are sour.” It is easy to despise what you cannot get.” (Editor: Joseph Jacobs, 1992).
3Cognitieve dissonantie is een begrip uit 1957 van Leon Festinger en beduidt de onlust veroorzaakt door psychosociale onverenigbaarheden. Men tracht die op te heffen door middels herinterpretatie een zekere consonantie ter zake te herstellen teneinde de consistentie binnen de persoonlijkheid terug te winnen.
23-12-2025
De worm en het Kerstekind
De worm en het Kerstekind
Het was naar zijn eigen zeggen de grootste angst van de filosoof Jaap Kruithof die toentertijd door menigeen en heel terecht 'het geweten van Vlaanderen' werd genoemd, dat de democratie, ontegenzeggelijk de 'minst slechte van alle staatsvormen', op een keer wel eens een gek aan het roer zou kunnen brengen van het schip dat onze wereld is. En vandaag is het zo ver.
En hoe het zo ver is kunnen komen? Via sluipwegen, uiteraard. Dat antwoord is kort maar het benadert misschien wel de waarheid. Trump is altijd al een extravagant figuur geweest maar pas na zijn verkiezing tot volgens sommigen de machtigste man op aarde - en dat is naar de vierde zin van de vierde paragraaf van de tweede brief aan de Korintiërs “de god van dit tijdperk” - blijkt die zich te ontpoppen tot een entiteit die wel uit een sprookjeswereld lijkt te komen. Trump lijkt onwaarschijnlijk en wel in die mate dat, mocht op een dag aan het licht komen dat hij helemaal niet bestaat doch een plastieken pop is die via hightech werd bestuurd door een leger volksmanipulatoren bijgestaan door de meest gesofisticeerde A.I., het zou misschien helemaal geen verwondering wekken.
Alvast alles - en vooreerst het gestaag uitlekkende chantagemateriaal - wijst er op dat de man in kwestie “a puppet on a string” is in de betekenis van een door (onbekende?) derden bestuurde eigenaar van omzeggens alle wereldse macht. Dat kenmerk werd sinds de oudste tijden toegeschreven aan de duivel, ook nog getypeerd als de niet-persoon bij uitstek. En in de nieuwste tijden blijkt dat men er toentertijd niet zo heel ver naast gegokt heeft.
Personen dragen een verantwoordelijkheid, men kan hen ter verantwoording roepen voor wat zij doen, men kan hen vragen waarom zij iets doen en zij dienen daarop een antwoord te kunnen geven, zo niet worden zij beschouwd als onverantwoordelijk, onvoorspelbaar ook en gevaarlijk en dan moeten zij op het matje worden geroepen, zij moeten verschijnen voor een rechter. Vandaag proberen vooral de machtigen onder de mensen de verantwoordelijkheid voor hun beslissingen en voor hun daden steeds vaker af te schuiven op niet-personen, zoals massa's, instituties, firma's of bedrijven. Die handelwijze heeft zelfs een specifieke logica in het leven geroepen, de zogenaamde paraconsistente logica, wat in feite een eufemisme is voor de volstrekt inconsistente logica, een logica die gelooft zich gedurende zijn proces voor een poos aan de eis van consistentie te kunnen onttrekken terwijl zijn werking alsnog berust op de afleidingsregels waarvan het fundament zich uiteraard nimmer aan die consistentie kàn onttrekken. Het alsnog opvoeren van het onmogelijke is daarom ook zoals elke leugen tijdelijk en vandaar wordt in de Heilige Schrift de duivel “de god van dit tijdperk” genoemd, dat het actuele tijdperk is. Dat de duivel de niet-persoon bij uitstek is, betekent dat hij zoals personen handelt doch zich direct na de handeling aan die handeling onttrekt alsof een ander die gepleegd had, ofwel 'niemand'.
Handelingen hebben personen nodig om zich te kunnen voltrekken en daarom kunnen gebeurtenissen aan welke men niet vragen kan waarom zij bestaan en die men daarom als noodlottig bestempelt, niet het gevolg zijn van persoonlijke beslissingen of van vrije keuzes maar volgen zij noodzakelijk uit de hier beschreven demonische 'activiteiten'. En het is naar die onverantwoordelijkheid dat ook de door Kruithof gebruikte uitdrukking ter typering van de huidige wereld als een 'schip zonder stuurman' verwijst.
Onverantwoordelijkheid is immoraliteit bij uitstek, het is het zich onttrekken aan de openbaarheid van bepaalde zaken, het zich afscheuren van delen van het geheel; het is het doen alsof men niet tot het geheel behoort waarin men nochtans bestaat, het is het fundament van de 'compartimentering' die naar de inzichten van socioloog Abram de Swaan de misdaad faciliteert en hem tegelijk verbergt - de misdaad die zoals een dief in de nacht lichtschuw is, ook met 'licht' in de betekenis van 'verstand', omdat hij niet wil weten van zichzelf.
Die demonische consequentie van de democratie zat echter altijd al in de kiem van haar bestaan verborgen als een worm die haar ooit aan zou vreten, die haar van binnenuit zou verslinden, en wel in de anonimiteit van de stemming die de macht geeft aan de meerderheid, die de kwantiteit verheft boven de kwaliteit en die aldus aan de waarheid, de kwaliteit bij uitstek, de doodsteek toedient. En dat is de sluipweg waarvan hoger sprake. Het is de weg van wie niet wandelen doch sluipen alsook besluipen, het is de weg der adders in het gras, die het gemunt hebben op de zwakke plekken van de levenden, om hen daar te bijten, hun gif in hun bloed te spuiten zodat het stremt, ront, verkilt, stolt - en hen aldus van het leven te beroven en naar de onderwereld te trekken waar zij heersen over de duisternis en de onwetendheid - een heerschappij die insgelijks van deze eeuw is en derhalve bijzonder tijdelijk, want reeds wordt de geboorte van de Waarheid aangekondigd.
Verkapte massa-executie - Een interview met Omsk Van Togenbirger
Verkapte massa-executie
Een interview met Omsk Van Togenbirger
Officieel om gezondheidsredenen hebben ze hem opgepakt en in feite geïsoleerd, zoals ze altijd en overal met klokkenluiders hebben gedaan en wanneer ons gesprek van start gaat, zet hij een radiootje aan dat ruis geeft, kennelijk om te verhinderen dat eventuele derden meeluisteren. Men zou hier meteen gaan denken aan 'geestelijke' gezondheidsredenen en meer bepaald aan paranoïde schizofrenie maar op fouten tegen de logica heb ik onze vriend nooit kunnen betrappen, zeer integendeel, en als ik mij ertoe verplicht voel om het interview dat ik met de oude man mocht hebben, weer te geven, helaas op een plek waar bijna niemand het vernemen kan, word ik overmand door een gevoel dat beslist vergelijkbaar zal zijn met wat hem de hele tijd overkomt: heeft hij mij aangestoken met zijn paranoia of ga ook ikzelf nu redeneren zonder onbewust alle gedachten weg te kapen die verboden zijn? Intussen ken ik het onbetwijfelbare antwoord op die vraag maar laat ik nu van start gaan, alle overtollige beschrijvingen achterwege latend omdat hier geen tijd meer te verliezen valt en ik meen wat ik nu zeg.
Hij spreekt traag en bedachtzaam, niet gehaast en opgewonden zoals geesteszieken doen die in de greep zijn van psychosen en ook niet geheimzinnig zoals iemand doet die aandacht trekken wil: Omsk Van Togenbirger is dezelfde man van vroeger, alleen een heel stuk ouder nu, en kennelijk getekend door een leed dat niemand peilen kan totdat hij kennis heeft genomen van zijn boodschap en die is niet min. Hou u vast want wat een kerstboodschap had kunnen zijn, is de aankondiging van de geboorte van de duivel en wees verzekerd: voordat het wordt gesproken, wordt elk woord, zoals hij zelf zegde, twee keer omgedraaid.
- Ze hebben zich verraden, zo verklaart hij, met hun bombardementen op die zogenaamde drugstransporten vanuit Latijns-Amerika. U moet weten dat dit een tactiek is, toegepast door fascisten sinds het begin der tijden en ik bedoel: onaangekondigd als het kan en zo ongezien als maar enigszins mogelijk is omdat alles geschiedt wars van wet en rechtspraak.
Het valt mij op dat hij moeite heeft met spreken, alsof hij beneveld werd met tranquillizers maar tegelijk klinkt iets dat gelijkt op een zucht van verlichting tussen zijn woorden in, kennelijk omdat hij het eens aan iemand zeggen kan die het zal meenemen buiten de muren van deze medische burcht die zogezegd de maatschappij beschermen moet tegen desinformatie en massale krankzinnigheid.
- Desinformatie, het is voor hen een besmettelijke ziekte, zo legt hij me uit, die zij ook willen uitroeien met alle mogelijke middelen omdat zij bestaan bij de gratie van een fictie die zich verheft zoals een luchtkasteel dat door een 'verrader' zo doorprikt kon worden. Van die fictie leven zij, aan die leugen danken zij hun macht, aan die leugen en aan de massa-executie die zij moet verbergen en voor zichzelf kunnen verschonen.
Een ogenblik heb ik me afgevraagd of hij de draagwijdte van zijn woorden wel begreep maar hij bleef overtuigd klinken de hele tijd en ook bezonnen, zoals wijze, oude mensen spreken die al aankijken tegen de muur die opdoemt waar het leven aan zijn eind gekomen is. Het is niet talmen wat hij doet maar wikken en wegen.
- Zij beschikken over de macht om elke kritiek in de kiem te smoren, zij doen met andere woorden wat zij willen en die willekeur komt aan het licht waar zij tekeer gaan en zonder vorm van proces doch in de volle openbaarheid datgene voltrekken wat nimmer het licht mag zien.
Het gelijkt op orakelen wat hij doet maar met het verstrijken van de minuten word ik gewaar hoe dit niets dan bedachtzaamheid is en speuren naar middelen om het gezegd te krijgen.
- Stel eens, zegt hij, dat die drugsboten helemaal geen drugsboten waren, want dat is een mogelijkheid, er bestaat geen enkele controle door derden over die zaken, en stel eens dat dit aan het licht kwam: zou men dan spreken over misdaden en moorden?
- U hoeft mij niet te antwoorden, zo voegt hij er meteen aan toe, want ik ben nog niet uitgepraat, ik ben er namelijk van overtuigd dat hier drugstrafiek in het geding is maar dat is niet het punt: het punt is dat als men dat zou ontdekken, men zou geneigd zijn om te spreken over een rechtmatig handelen maar dat is het nu eenmaal allerminst. Men moet begrijpen dat alleen een oorlogslogica deze handelwijzen in staat is te verschonen en dat wil zeggen dat daar geen ander recht dan dat van de sterkste speelt. Maar laat ik nu met de deur in huis vallen want onze tijd raakt snel op...
Hij draait het klankvolume van het radiootje een beetje hoger, leunt een weinig voorover om verstaanbaar te blijven en gaat dan door met zijn betoog.
- De tactiek die zich verraadt in de handelwijze voor de aanpak van de bestrijding van drugstrafiek is zoals ik al zei fascistisch van makelij en daarmee bedoel ik, om het allemaal zo kort mogelijk te houden, dat men aan niemand gaat vragen wat men al dan niet mag doen en, meer zelfs, dat men tracht om iedereen buiten zijn geheime zaakjes te houden. De mensen hebben er namelijk geen zaken mee, met het spel dat met hen wordt gespeeld, begrijpt u? Want zo denken zij gewis: zij zullen het u niet vertellen als zij het zo gepland hebben dat zij u zullen afmaken.
Zijn woorden verontrusten mij een beetje en hij knikt om te verduidelijken dat hij meent wat hij vertelt.
- U herinnert zich de coronatijd en ook die 'achterklap' op alsnog aan het licht gebrachte officiële documenten waar uitgelegd wordt hoe men de risico's voor wie vaccins krijgen toegediend verbergt in een mist van woorden? Het is niet onbelangrijk wat ik nu ga zeggen en daarom lees ik die paragraaf hier nog eens voor.
Hij haalt een papier uit zijn binnenzak alsook een leesbril, overhandigt mij dan de tekst en gebiedt mij hem zelf voor te lezen.
– Ik weet dat u de tekst kent, zegt hij, maar ik wil dat u hem nogmaals voorleest, klaar en duidelijk, want dit is van groot belang. Het gaat erom dat men mensen ertoe brengt dat zij uit eigen beweging naar de slachtbank trekken: men vraagt hen om hun toestemming te geven tot medische handelingen die in plaats van hen te genezen, hun dood kunnen betekenen. Lees maar meteen de laatste zin voor, onder 'Results of the study', ik heb het in de marge aangestreept!
Ik neem het stukje papier van de heer Van Togenbirger aan en lees de tekst voor: “This risk is sufficiently obscured in clinical trial protocols and consent forms for ongoing COVID-19 vaccine trials that adequate patient comprehension of this risk is unlikely to occur, obviating truly informed consent by subjects in these trials.”1
- Dank u wel. Moord met voorbedachten rade, toch? Want u dient te weten wat dit risico in wezen inhoudt, waarschijnlijkheid is immers niet zomaar een abstractie, ziet u? Als ik zeg dat u een kans van één op honderdduizend hebt om te overlijden als u voor een zekere behandeling kiest, dan kunt u misschien denken dat u relatief veilig bent maar de waarheid is dat dit betekent dat er voor elke honderdduizend mensen die dat doen, één echte dode valt te betreuren. Dat zijn tien doden op een miljoen; dat zijn tienduizend lijken op een miljard en er zijn acht miljard mensen op deze aarde. En nu kunnen we misschien verder praten.
– Ziet u, zo gaat hij onmiddellijk door: ik besef dat men van hogerhand niet wenst dat er aldus wordt gesproken omdat dit roet in het eten gooit van wie er op gebrand zijn om de massa als een bron van inkomsten te gebruiken. Noteer dat men in die termen denkt: massa, zo zegt men, en dat geeft de valse indruk dat het niet om mensen gaat, dat het gaat om zaken waarvan er genoeg zijn, of zelfs teveel, en dat het niet zo nauw steekt. Maar dat zijn grove leugens want het gaat om u en ik, het gaat om uw ouders en om uw kinderen. Begrijpt u dat goed? Maar loop niet weg want ik ben nog niet aan het eind van mijn Latijn, ik zweer dat ik het zo kort mogelijk houd.
Hij neemt het papiertje van me aan en stopt het terug in zijn jaszak, kijkt me doordringend aan en vertelt verder.
- 'Informed consent' of toestemming met zaken waarover men goed dient ingelicht te worden, zoals de wet het immers voorschrijft, bestaat niet meer, met dank aan de heerschappij van het bedrog. Maar als u dacht dat dit het einde is, dan bent u stekeblind zoals bijna iedereen vandaag, want het laten ondertekenen door de betrokkenen van hun terdoodveroordeling is een stap die voortaan gewoon wordt overgeslagen. Dat gebeurde in het nazitijdperk, zoals u wel weet, maar het gebeurt vandaag opnieuw, en als het algemeen bekend zal worden, zal het kwaad allang geschied zijn. Fascisten handelen nu eenmaal achter onze ruggen om, zij bedisselen hun plannen in de hoogheidswaanzin welke mede een gevolg is van de heroïne of de heldendrugs welke zij gulzig snuiven op hun festiviteiten, of denkt gij dat de paradijsjes van de machtigen der aarde waarvan nu en dan wat uitlekt om dan gauw weer in de doofpotten van de geschiedenis te verdwijnen, zich daar tevreden stellen met een profijtig pilsje, laat het nog een heel goed wijntje zijn? Glinton in een jurk, Tremp in het gezelschap van minderjarige meisjes, in de club van de nog gauw monddood want dood gemaakte topgangster die Hepstein heet? Denk u echt dat zij een frisse pint gaan pakken zoals ook u en ik doen als de molens draaien op het plein en als de wieken waaien en het kermis is voor groot en klein? Heroïne, cocaïne, en misschien nog heel andere drugs waarvan wij nog nooit hoorden, genotmiddelen welke zoals ook alcohol doet maar dan in een nog veel grotere mate, de gebruikers naar het hoofd stijgen en in de waan brengen dat zij goden zijn? Immers, gedragen zij zich niet als goden, die zonder vorm van proces mensen afmaken?
- Niet zomaar afmaken, zult u zeggen, want het gaat over drughandelaars en dat zijn criminelen, maar ik zei het al dat dit helemaal niet ter zake doet want voor hetzelfde geld vermoorden zij wie hun machtsstreven in de weg staan of wie de klokken luiden over wat zij doen, begrijpt u?
- En denk vervolgens eens goed na over de middelen die hen ter beschikking staan, alsook over wat in andere dictaturen reeds gebeurde, zo gaat hij verder: de macht van in de eerste plaats het medische bedrijf is ronduit griezelig. U weet dat een eeuw geleden Aldous Huxley daarover al fantaseerde met zijn Brave New World maar de werkelijkheid, mijn beste, overtreft, zoals onze goede vriend William Shakespeare al wist, de stoutste fantasie en dat is in deze zaken helemaal niet anders.
Nu neigt hij zich voorover zoals mensen doen die absoluut niet willen dat buitenstaanders ook maar iets opvangen van wat zij gaan vertellen.
- Het is geen geheim meer dat men over zowat iedereen zowat alles weet, nietwaar? En wat anders denkt u dat men doet met die gegevens dan ermee spelen zoals de armen spelen met de kaarten van verdriet? De kaarten van plezier in het spel van de machtigen der aarde, mijn allerbeste... en laat ik u nu eindelijk wat verklappen.
- U gaat naar de dokter voor een routineonderzoek waartoe u uitgenodigd werd of niet, dat speelt geen rol, en u denkt dat u gezond bent, totdat u terug moet voor de uitslag. Het verdict luidt 'ernstig ziek', u weet wel hoe men dat nu noemt, niemand die er zal tegen protesteren, men doet alsof men alles in het werk stelt om het te voorkomen en om het te genezen. Maar u hebt nog een kans, zo wordt u althans gezegd, met een zekere behandeling en u gaat terug, u laat zich behandelen maar wat u niet weet en ook niet weten wil, is dat u pas dan en uitgerekend onder het voorwendsel van een geneeskundige behandeling, ziek gemaakt wordt. U wordt bestraald en op de koop toe vertelt men u dat u bestraald wordt en aldus wordt u ter dood veroordeeld. En vertel mij niet dat dit niet kan want het gebeurde in de nazitijd op grote schaal en die tijd is nu terug met een fascisme om u tegen te zeggen.
- Wie met de massa bezig zijn, bekommeren zich niet om mensen, zoals wie de volksgezondheid willen dienen, dit zullen doen ten koste van uw en mijn gezondheid omdat er nu eenmaal minder zieken zullen zijn waar zij worden uitgeroeid, begrijpt u? Inderdaad, daar waar de zieken worden uitgeroeid, blijven alleen gezonde mensen over en zegt men dat het volk als zodanig ook gezonder is, terwijl men helemaal vergeet dat gezondheid een eigenschap is van levende lichamen en allerminst een eigenschap kan zijn van aantallen. Kent u het bollenprobleem? Het is een bijzonder misleidend probleem uit de wiskunde en het handelt over witte en zwarte bollen die blindelings uit een vat worden genomen, ik ga het hier niet uit de doeken doen, het gaat er alleen om dat de eigenschap van het wit of zwart zijn, welke wel kan toegekend worden aan elke bol apart, helemaal geen eigenschap kan zijn van het geheel van alle bollen. Om die reden is ook de zogenaamde volksgezondheid een wanbegrip. Voor de dwaas Hitler die nu samen met zoveel andere fascisten opnieuw verafgood wordt door velen, was de volksgezondheid ermee gediend als men de artsen verving door beulen omdat op die manier de zieken heel wat sneller en ook makkelijker verdwenen. Dezelfde dwaasheid wordt begaan in communistische systemen die immers stellen dat het algemeen belang primeert boven dat van de enkeling. U moet daar eens over nadenken.
- Ik ben niet uitverteld, maar mijn leeftijd verbiedt mij helaas om dit gesprek nog voort te zetten. Misschien tot een andere keer? Het was mij een waar genoegen.
- Het genoegen was helemaal aan mijn kant. Mag ik u nog het beste wensen?
Als in een wazige spiegel van de Vlaamse auteur Ludo Noens confronteert sciëntisten met het bijzonder precair karakter van hun wereldbeeld en met de voorbarigheid van een enthousiasme dat met de zelfverheerlijking, of is het een zelfvergoddelijking, van de mens speelt. Niet zozeer omdat het werk een aantal hiaten blootlegt in die zelfverzekerde opvattingen - wat het weliswaar doet - maar eerst en vooral omdat daar de vinger wordt gelegd op een nog veel pijnlijkere wonde: het uiteindelijk fictief karakter van de criteria welke de zogenaamde realiteit moeten scheiden van de fictie.
Het belichten van die flinterdunne of misschien wel geheel onbestaande, genoemde grens maakte sinds de vroegste publicaties van deze hedendaagse auteur deel uit van de kern van de betekenis van zijn werk maar in de jongste publicaties treedt de ernst van de kwestie steeds meer op de voorgrond: terwijl Noens zich er aanvankelijk op toelegde om middels niet meteen simpele literaire middelen de werkelijkheidswaarde van de fictie aan het licht te brengen, maakte hij ook werk van het aan het licht brengen van het fictief karakter van zekere 'onbetwijfelbare' realiteiten. Deze verwoording vertoont niet geheel toevallig enige verwantschap met die met betrekking tot 'the unsinkable', zoals ooit de Titanic werd genoemd, waarvan echter de noodlottige bestemming binnen de kortste keren de zeebodem bleek te zijn want een gelijkaardig zwaard van Damocles lijkt met de overpeinzingen in de genoemde literatuur boven het hoofd van steeds meer takken van de boom van de wetenschappen te hangen.
Om te beginnen is er de zichzelf tot 'heilige wetenschap' verklarende theologie die het moet opnemen tegen het geschiedkundig onderzoek, de fysica en de psychologie. Tegelijk blijkt steeds vaker hoe ook historisch onderzoek vervalst wordt (denk maar aan inspanningen die nog steeds geleverd worden om de Congohistorie te verdonkeremanen) en ook de psychologie heeft haar beste tijden gehad: de haring van haar menigvuldige veroordelingen van zogenaamde 'abnormalen' bakt niet meer sinds de slachtoffers van die ronduit demoniserende praktijken op de barricaden zijn gaan staan en de dieptepsychologie alsook de psychoanalyse werden grotendeels naar het rijk der fabels verwezen.
Wat betreft de laatstgenoemde discipline worden de zaakjes nu veeleer beheerd door de farmacie die op haar beurt in ongenade dreigt te vallen bij de massa nadat zij als economische topbedrijvigheid volgens velen een wat onfrisse rol speelde in een recente wereldwijde zogenaamde coronacrisis die een totalitarisme aan het licht bracht waarin menigeen de voorbode van een nieuwe wereldoorlog meende te ontwaren.
In de zogenaamde 'harde' wetenschappen dan met op kop de fysica en de kosmologie, schuift de vaste grond onder de voeten van de onderzoekers weg ingevolge zich om de haverklap verversende theorieën en paradigma's waarvan de kwantummechanica niet de geringste is, naast de ooit als absolute waarheid voorgestelde speculaties over het ontstaan van het heelal.
Voor een meer uitvoerige behandeling van deze kwestie, wende men zich tot het werk van Ludo Noens maar hier belangt ons een zekere paragraaf aan in zijn jongste publicatie met betrekking tot het verschijnsel van de levitatie.
Die 'onmogelijkheid' wordt daar allerminst lichtzinnig behandeld: zij kadert in een positief wetenschappelijk gefundeerde situering en meer bepaald leent het boek ons de ogen (en de geest) van verschillende vooraanstaande natuurvorsers voor het beschouwen van het verschijnsel van de zwaartekracht. Maar dus ook voor het verschijnsel van de levitatie bestaan verschillende wetenschappelijk verklaringen, meer bepaald waar die het gevolg is van de werking van zekere winden, van magnetisme of van geluid (de zogenaamde ultrasone of akoestische levitatie waarmee monniken in Tibet zware stenen zouden verplaatsen) maar in het geval van heiligen zou de bevrijding van de zwaartekracht het gevolg zijn van een mystieke extase. Nu wijst onze auteur op de volgens zijn onderzoek meer dan tweehonderd geregistreerde gevallen van levitatie onder (meestal) heiligen van de katholieke kerk en onder hen bevindt zich Thomas van Aquino.
Zoals enkele afbeeldingen van de geleerde van inmiddels duizend jaar geleden tonen, was Thomas nogal corpulent, wat aanleiding zou hebben gegeven tot enige hilariteit bij het ter sprake komen van de genoemde bijwerkingen van de mystieke vervoering tijdens zijn gebed. Sinds de opkomst van fotografie en film is het aantal meldingen van levitatie enigszins geslonken, wat inzake het verschijnsel lijkt te wijzen op een soort lensschuwheid maar toch blijft er een niet weg te werken residu van ernst bestaan hetwelke wordt gevoed, enerzijds door steeds vaker opduikende verklaringen binnen de wetenschappen zelf maar anderzijds ook door het bewaren van een vrome stilte in religieuze middens waarop deze 'bovennatuurlijke' zaken betrekking hebben. Het is de rol van vorsers om het onzichtbare aan het licht te brengen teneinde het ook te kunnen verklaren en op die manier werden in het verleden boze geesten vervangen door microscopisch waarneembare bacteriën, virussen of vergiften en werden aan goden en demonen toegeschreven verschijnselen verklaard met wiskundige formules. Maar toch: er is een onverklaarbare hardnekkigheid in het geloof dat miljarden mensen, onder wie vele vorsers en geleerden, ervan weerhoudt om het onverklaarbare dat nu en dan verschijnt in een wereld waarin het niet thuis lijkt te horen, zomaar af te wijzen omdat er een schijn van heiligheid mee gemoeid is.
Om te beginnen is er het mysterie dat de tand des tijds helemaal geen vat blijkt te hebben op 'heilige gebeurtenissen' zoals bij uitstek het jaarlijkse kerstfeest wereldwijd, dat zich aldus in de dimensie van de onsterfelijkheid lijkt te situeren. Wetenschappelijke bevindingen smelten weg als sneeuw in de zon bij de aanblik van de kerststal waarvan niemand nog betwijfelt dat die een product is van de kinderlijke fantasie. Edoch, wetenschappelijke criteria blijken gewoon niet van toepassing op deze zaken, zoals men ook niet kan beoordelen of het goede en het schone, waar zijn. Waarom ook zou men de vliegkunst van de grote kerkvader Sint Thomas van Aquino, auteur van het Thomisme, fundament voor de katholieke theologie, in twijfel trekken als het nog veel groter mysterie van de verrijzenis de kern uitmaakt van het christelijke geloof?
De beschreven getuigenissen van de eerste opstanding kunnen weliswaar worden afgedaan als historische vervalsingen of als inbeeldingen maar waaraan niet getornd kan worden is aan de hoop dat de verrijzenis alsnog een realiteit zal blijken en die hoop is gegrondvest in de liefde die geen mens kan loochenen en die de mythische Orpheus ertoe aanzette om af te dalen in de diepste krochten van de hel.
(J.B., 21 december 2025)
20-12-2025
Orpheus en Eurydicè (volledig, PDF)
Orpheus en Eurydicè (volledig, PDF)
Sympathie voor schurken
Sympathie voor schurken
Nu Trump aan de macht is, de clown die zich verkleedt in de paus van Rome en die de mond vol heeft over 'God' terwijl hij alles behalve de parabel van de rijke jongeling genegen blijkt, lustig om zich heen bombardeert en tegelijk hengelt naar de Nobelprijs voor de Vrede, is een woordje over sympathie voor schurken geen luxe-aangelegenheid.
Sympathie voor schurken is een gedrag dat van alle tijden is en dat de menselijke nood aan confirmatie en aan consolidatie etaleert, meer bepaald de nood om de zogenaamde cognitieve dissonantie op te heffen.
Cognitieve dissonantie is een begrip uit 1957 van de socio-psycholoog Leon Festinger en het beduidt de onlust veroorzaakt door psychosociale onverenigbaarheden. Men tracht die op te heffen middels pogingen om de genoemde onlust weg te werken en dus om een zekere consonantie ter zake te herstellen teneinde de consistentie binnen de persoonlijkheid terug te winnen.
Dit kan op verschillende manieren gebeuren, en zo bijvoorbeeld betekent dat voor een katholiek gelovige dat hij ophoudt met zondigen: de zonde immers schept een kloof tussen, enerzijds, wat hij doet en, anderzijds, wat hij (volgens zijn religie) zou moeten doen - de bekende kloof tussen Sein en Sollen. Maar deze gelovige kan de genoemde kloof ook op een heel andere manier dicht maken.
De 'zondaar' kan de genoemde dissonantie namelijk ook wegwerken door zijn religie te verwerpen. Hij kan dan bijvoorbeeld de veeleisende Christusfiguur vervangen door Lucifer die immers in het zondigen helemaal geen graten ziet. En het is voor een deel ook in die zin dat men het sympathiseren met zogenaamde schurken moet verstaan.
De tendens om met schurken te gaan sympathiseren neemt toe onder invloed van uiteenlopende factoren. Om het gemakshalve bij het gegeven voorbeeld te houden, is het duidelijk dat de druk die de heersende moraal uitoefent op het volk, van grote betekenis zal zijn: de neiging om te 'zondigen' (tegen de regels van de heersende moraal) wordt door die moraal ingeperkt, of beter nog: zij wordt ingeperkt door de middelen die door de heersende moraal worden aangewend om het gedrag te reguleren.
Zo zullen mensen minder geneigd zijn om te stelen wanneer bij diefstal het afhakken van een hand als strafmaat geldt. Waar daarentegen straffeloosheid van de partij is, zal men zich niet langer aan de morele voorschriften storen en zal men de moraal verwerpen of verwisselen voor een moraal waarin dieven optreden als de nieuwe helden. Bij uitstek gebeurt dit dan waar dieven aan de macht zijn en waar derhalve niet slechts straffeloosheid geldt maar waar bovendien beloningen worden uitgeloofd aan wie het voorbeeld in kwestie genegen zijn.
Het probleem is niet min omdat het hele zaakje draait om de vraag of de criteria welke gehandhaafd worden teneinde goed en kwaad te onderscheiden, gerechtvaardigd zijn. Met andere woorden duikt hier de vraag op welke moraal dan wel de goede moraal is. En het is evident dat we hier te maken krijgen met een slang die in haar eigen staart bijt; men moet immers eerst beschikken over een moraal vooraleer men zich kan uitspreken over het al dan niet deugen van een zaak, in casu een bepaalde moraal.
Een objectief of wetenschappelijk fundament voor een moraal is niet te vinden, hoezeer men ook zoekt: het zal steeds willekeurig zijn omdat de vraag of het goede waar of onwaar kan zijn, absurd is, evenals de vraag of het schone waar of onwaar is. In een maatschappelijke context zal een fundament voor een moraal veelal worden gekozen of gefabrikeerd en aangewend door de sterkste, in functie van het consolideren van diens machtspositie.
Zo bijvoorbeeld wordt het katholicisme al gedurende twee millennia benut door potentaten om het volk eronder te houden, zoals door Friedrich Nietzsche werd verklaard. Het christendom als slavenmoraal is in overeenstemming met de wensen van de heersers en schenkt aan de slaven een zekere gemoedsrust of een consonantie van het innerlijk, die echter verdwijnt en verandert in onvrede van zodra de betrokken 'gelovigen' zich tegen die opgedrongen religie gaan verzetten.
Het adjectief 'opgedrongen' volgt nota bene helemaal niet uit gevoelens van vijandigheid jegens de moraal in kwestie maar uit de vaststelling dat mensen als katholiek worden beschouwd van zodra zij het zogenaamde doopsel hebben ontvangen, wat gebeurt op een ogenblik dat zij pas enkele dagen oud zijn en derhalve in het volstrekte onvermogen verkeren om zich tegen de inlijving door deze religie te verzetten. Dat verzet kan later komen, na de bewustwording van wat men werd aangedaan, en sympathie met zogenaamde 'ketters' zal dan uiteraard worden aanzien als vanzelfsprekend.
Volledigheidshalve: aldus werd het christendom als zodanig, dat een niet altijd even duidelijke verzameling is van uitspraken gedaan door een bepaalde persoon, helemaal niet veroordeeld noch goedgepraat, echter wel de aanwending ervan door machtswellustelingen. En het is geen sinecure om in dat wespennest enige klaarheid te scheppen.
(J.B., 20 december 2025)
19-12-2025
A.W.W.
A.W.W.
18-12-2025
Over wat verborgen is (2)
Over wat verborgen is (2)
De betekenis van wereldbeelden verandert in de mate dat de wereld verandert, ook als aan die wereldbeelden zelf helemaal niets gewijzigd wordt. Dit is zo omdat een wereldbeeld betrekking heeft op de wereld en het geldt des te meer naarmate die betrekking authentieker is. Zo is een wereldbeeld volgens welk de zon rond de aarde draait, waar totdat wordt aangetoond dat de aarde rond de zon draait. Maar andersom is het ook denkbaar dat een wereldbeeld geheel onwaarachtig lijkt tot op het ogenblik dat de wereld zelf zodanig kentert dat het wereldbeeld in kwestie waar wordt: objectief gezien is het altijd waar geweest, zoals ook het geocentrisme altijd fout was, alleen blijkt dit pas nadat de wereld in het daartoe vereiste stadium is beland.
Men zegt dan dat de waarheid 'uitkomt' en dat gezegde geeft gehoor aan een ander gezegde, namelijk: “Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel.” In dat gezegde kan de leugen verwijzen naar de veroordeling van een wereldbeeld dat mettertijd alsnog waar zal blijken. En 'mettertijd' betekent dan: nadat de wereld een zekere verandering heeft ondergaan, bijvoorbeeld door een ontdekking of ingevolge een andere gebeurtenis.
Het precair karakter van wereldbeelden komt echter pas aan het licht in ogenblikken van grote ontdekkingen of van ingrijpende gebeurtenissen. Zolang ontdekkingen uitblijven en er verder niets gebeurt, zijn wereldbeelden stabiel, ze lijken waar en betrouwbaar. Een wereldbeeld dat onvergankelijk lijkt, wijst dan ook vooreerst op het uitblijven van ingrijpende gebeurtenissen en vooral dan op een stilstand inzake inzicht en begrip.
Dat impliceert echter niet dat waar inzichten zich wijzigen, de wereldbeelden die daarmee in strijd blijken, ook meteen vergaan. Ze kunnen een hardnekkigheid vertonen die doet denken aan de wet van de traagheid, omdat zij vast geworteld zitten in het leven. Anderzijds is het tevens niet ondenkbaar dat inzichten louter vermeende inzichten zijn, die achteraf alsnog onjuist blijken want niets of niemand garandeert dat verandering per definitie gelijk is aan verbetering of vooruitgang. Want het is niet zo dat alles spontaan evolueert naar steeds meer waarheid, ook al lijkt die illusie sterk gevoed te worden door het zich opstapelen van technische verworvenheden - die zijn vaak louter en alleen te wijten aan de voortgang van de tijd die als zodanig de opstapeling van ongeacht wat meebrengt. Een garantie dat verandering meer waarheid brengt, is er evenmin als een garantie dat het verloop van tijd (dat spontaan verandering meebrengt) zou volstaan voor een toename van schoonheid of van goedheid en voor de hand ligt het voorbeeld van de eeuwig groeiende afvalberg alsook dat van een steeds meedogenlozer wereldgebeuren.
Het is ook mogelijk dat de hardnekkigheid van wereldbeelden niets te maken heeft met de hoger genoemde 'traagheid' maar wel met een verborgen zekerheid. Die zekerheid manifesteert zich niet in wetenschappelijke bewijzen maar blijkt uit een vorm van trouw welke men ook terugvindt onder mensen die om elkander geven. Ook wanneer buitenstaanders geliefden attent maken op de onzekerheden die zij aangaan door blindelings aan elkaar trouw te zweren, laten die zich niet van de wijs brengen door de weliswaar goedbedoelde waarschuwingen, ook al hebben die hun waarde al menigmaal bewezen. Mensen eigenen zich het recht toe om te handelen wars van zekere bewezen waarheden, waarschijnlijkheden en zekerheden en dat recht komt in feite neer op het recht op vrijheid.
Zonder vrijheid is er slechts het 'kristallen paleis' van Dostojewski of een totalitair systeem in eender welke vorm. De mens is daarin dan herleid tot een loutere uitvoerder van programma's, voorgeschreven door wie aldus over hem heersen: degenen die hem zijn menselijkheid, zijn leven en zijn toekomst trachten te ontfutselen en die een voorganger hebben in Herodes.
Dat de zekerheden waarvan sprake verborgen blijven, heeft het nadeel dat ze zich niet meteen bewijzen aan de wereld maar tegelijk het voordeel dat zij niet zo makkelijk geaccapareerd kunnen worden. De takken van een grote palmboom sluiten zich er omheen zolang zij weerloos zijn en totdat zij zich vanuit de kracht van de waarheid zelf kunnen meten met de openbaarheid. Wat aldus tot leven komt, wordt gewis alsnog veroordeeld door een wereld die alleen oren heeft naar klinkende munten, bewijzen en programma's en het moet zich daarom blijvend verhullen in een geheim dat aan elk werelds oog ontsnapt.
(J.B., 18 december 2025)
17-12-2025
Over wat verborgen is
Over wat verborgen is
Opscheppen lijkt onschuldig maar dat is het misschien wel allerminst en daarom moet daar worden bij stilgestaan nu de feesten naderen want op feesten zijn opscheppers van de partij. Het scheppen laten zij aan anderen over maar opscheppen kunnen zij dus wel en zo bijvoorbeeld scheppen zij op over de geplande gigantische balzalen waarin de festiviteiten van de toekomst hun bestemming zullen krijgen. Samen met collega-opscheppers zullen zij in die zalen hun gigantische successen vieren van het afgelopen jaar. Niemand immers op de hele wereld zal kunnen zeggen dat zijn balzaal groter is, niemand kan aanspraak maken op een gelijkaardig recht op de Nobelprijs voor de Vrede en niemand op aarde kan zeggen zoveel zorg te dragen voor mens en milieu of zoveel respect op te brengen voor de soevereiniteit van andere naties, niemand in de ganse geschiedenis heeft zoveel durf vertoond om met de vier alom en ook door alle kinderen gekende initialen op het voorhoofd aan iedereen kenbaar te maken dat hij de grootste narcist aller tijden is. En als hij voorwaar de allermachtigste man op aarde is, zal zijn voorbeeld uiteraard aanstekelijk werken - ook en vooral voor kinderen - en krijgen wij binnen de kortste keren een Unwertung aller Werte, zoals ze dat een dikke eeuw geleden Nietzsche nazegden en zoals het nu herhaald wordt: een omkering van alle waarden, precies zoals voorspeld in George Orwell zijn 1984: oorlog is vrede, vrede is oorlog. Weg met het christendom en een warm welkom aan de nieuwe 'herenmoraal', de moraal van het recht van de sterkste!
Want het is uiteraard de sterkste die opschept en meer bepaald schept hij op over het feit dat hij sterker is dan wie zwakker zijn. Want al wie opscheppen moeten, krachtens wat zij doen, ook eer betuigen aan alle opscheppers die hen in die kunde overtreffen, totdat zij van de piramide van de pikorde de absolute top bereiken, de top van wie zij het schitterende voorbeeld volgen, dat zij nooit zullen evenaren en waaraan zij derhalve alle eerbetoon en dank verschuldigd zijn: de dood die eeuwig op ons aller graven danst.
(J.B., 17 december 2025)
16-12-2025
Estafette
Estafette
“Nihil nove sub sole”: het lijkt een onschuldige uitdrukking maar de vraag luidt of zij wel waarheid in zich bergt want zij verklankt een statische geschiedenisopvatting, zij staat voor de overtuiging dat er wezenlijk niets verandert zodat de waarheden zoals aangereikt in het boek Genesis, in de Veda's of in de Helleense mythen, niet kunnen inboeten aan geldigheid. Het starre vasthouden aan de wetten van de Thora, de lessen in het Nieuwe Testament, de verzen van de Koran, de SanÄtana Dharma uit de BhÄgavata-PurÄá¹a of de voorschriften uit de Avesta, laat eigenlijk geen wezenlijke ontwikkeling toe inzake het beeld dat men van de wereld heeft.
De statische opvatting van de geschiedenis kan wel cyclisch zijn maar ook in dat geval gelooft men dat de dingen zich weliswaar kunnen ontwikkelen doch zij veranderen niet wezenlijk, zij keren telkenmale naar hun oorsprong terug. Soms vergelijkt men het verloop van de geschiedenis met de beweging van een slinger en in die opvatting pendelt men van het ene uiterste naar het andere terwijl men aan het rustpunt voorbij zoemt met een maximale snelheid zonder de mogelijkheid om halt te houden. Zelfs het teleologisch geschiedenisconcept is star: het ziet een zin of een einddoel in de loop van de gebeurtenissen en wekt daardoor een streven dat tot handelen aanzet maar het einddoel zelf ligt van bij het begin verankerd, het wordt voorspeld, men leeft er naartoe, men stemt zijn hele wezen er op af. En de naar vrijheid strevende mens vraagt zich af of een ontsnapping uit die kerker mogelijk is en hij komt tot het besluit dat hij het weliswaar niet weet maar dat hij hoe dan ook ontsnappen wil.
En dat is uiteraard pas mogelijk waar men gelooft de geschiedenis zelf te kunnen maken. Dat is geen sinecure en een opzet waar durf voor nodig is, zelfvertrouwen, moed en vooral zin voor verantwoordelijkheid want zodoende torst de mens op zijn schouders die gigantische last die anders door het noodlot wordt gedragen. Het is een revolte waarin de mens de goden uitdaagt maar onvermijdelijk zadelt hij aldus zichzelf op met het lot van Sysiphus, terwijl hij ook doet denken aan Atlas, die leefde in Atlantis en die vanwege een straf de wereld torsen moet.
De vertogen over de teleurgang van de oude waarden klinken goed in de oren van wie in donkere tijden op zoek zijn naar een reddingsboei maar zij houden een gevaar in dat niet altijd even zichtbaar is. De overtuiging dat alles altijd hetzelfde blijft en de moraal dat alles ook moet blijven zoals het is, impliceren in het licht van de wetenschappelijke opvattingen over het ontstaan van de mens immers ook de onmogelijkheid om ooit aan onze dierlijke oorsprong te ontkomen. Ze zetten een rem op het wetenschappelijk onderzoek dat immers vooreerst vrijheid vereist alsook de bereidheid tot het verlies van oude, vermeende zekerheden en het aangaan van een verbintenis met een partner die geen enkele garantie biedt, althans niet in de vorm van ruggensteun, omdat wij die partner zelf zijn. Want in de verwerping van de oude 'zekerheden' werpt de mens zich op zichzelf terug, hij wordt zich ervan bewust dat hij op fictie leunde en krijgt nu een koude douche maar tegelijk bestaat er geen alternatief voor wie weg willen uit de kerker van al die schijnzekerheden, dan in de keuze voor het volle licht dat buiten schijnt, achter de dikke en veilige maar ook alles verduisterende muren.
De Verlichting is een onderneming waaraan risico's inherent zijn maar buiten die keuze slinkt in feite alle hoop om ooit te komen tot een bevrijding die alleen kennis bieden kan omdat kennis de wil is om de werkelijkheid recht in de ogen te kijken. De risico's van die onderneming zijn niet min maar of zij ons zullen verlammen, is een kwestie die alleen wijzelf te beslechten hebben. Waar zij zich manifesteren, wordt de verleiding groot om terug te krabbelen naar oude wereldbeelden waar men zich braaf neerlegt bij wat 'de geschriften' ons dicteren maar het is zonde voor die verleiding te bezwijken in een tijd die alle middelen biedt om in te kunnen zien dat ook de auteurs van al die heilige boeken mensen waren die, indien zij daartoe nog in staat waren, ons het verwijt naar het hoofd zouden slingeren dat wij aldus uit pure gemakzucht, ja, uit lafheid, de lasten van het leven op hun schouders lieten liggen. Inderdaad, zij moeten worden afgelost.
(J.B., 16 december 2025)
âHet geestelijk lijden van onzen tijdâ (Herhaling van een tekst d.d. 8 en 9 januari 2021, opgenomen in âPanopticum Coronaâ)
“Het geestelijk lijden van onzen tijd”
(Herhaling van een tekst d.d. 8 en 9 januari 2021, opgenomen in “Panopticum Corona”1)
1. Huizinga
“Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het. Het zou voor niemand onverwacht komen, als de waanzin eensklaps uitbrak in een razernij, waaruit deze arme Europeesche menschheid achterbleef in verstomping en verdwazing, de motoren nog draaiende en de vlaggen nog wapperende, maar de geest geweken."2Dit is de openingszin uit een in 1935 verschenen boek van de Nederlandse historicus Johan Huizinga, getiteld: In de schaduwen van morgen. Een diagnose van het geestelijk lijden van onzen tijd. Wat verderop lezen wij: "De feiten overstelpen ons. Wij zien voor oogen, hoe bijna alle dingen, die eenmaal vast en heilig schenen, wankel zijn geworden: waarheid en menschelijkheid, rede en recht. Wij zien staatsvormen, die niet meer functioneeren, productiestelsels, die op bezwijken staan. Wij zien maatschappelijke krachten, die in het dolzinnige doorwerken. De dreunende machine van dezen geweldigen tijd schijnt op het punt om vast te loopen."3
Er zijn wel degelijk gelijkenissen tussen de crisis van de jaren dertig van de voorgaande eeuw en de huidige tijd. Het boek van Huizinga situeert zich middenin dezelfde crisis die ook Spengler tot cultuurpessimisme dreef en zij delen het wantrouwen in het vooruitgangsgeloof terwijl Huizinga elk optimisme aan onwetendheid wijdt: "Thans is het besef van midden in een hevige en met ondergang dreigende cultuurcrisis te leven tot in breede lagen doorgedrongen. Spengler’s Untergang des Abendlandes is voor talloozen in de geheele wereld het alarmsein geweest. Dit beteekent niet, dat al de lezers van het beroemde boek zich tot de daar geboden inzichten hebben bekeerd. Maar het heeft hen vertrouwd gemaakt met de gedachte aan mogelijkheid van daling der huidige cultuur, waar zij te voren nog bevangen waren in een onberedeneerd vooruitgangsgeloof. Een ongeschokt cultuuroptimisme is voorloopig enkel meer weggelegd voor hen, die of door gebrek aan inzicht niet kunnen beseffen, wat er aan de cultuur ontbreekt, dus zelf door het vervalsproces zijn aangetast, of voor hen, die in hun maatschappelijke of politieke heilsleer de komende beschaving reeds in den zak meenen te hebben, om haar aanstonds over de misdeelde menschheid uit te schudden."4
Het gaat Huizinga niet alleen om de economische crisis van die tijd want die is een teken van een cultuurcrisis: "Al is er geen terug, het verleden kan toch leering behelzen, ons ter oriënteering dienen. Zijn er historische gevallen aan te wijzen, waarin de beschaving van een volk, een rijk, een werelddeel, door even zware weeën ging als onze tijd?"5
De economische crisis van de jaren dertig was tevens een cultuurcrisis en hij is uitgemond in de tweede wereldoorlog. Het gaat om kenteringen die ook nu weer op til zijn en die zich in alle sectoren laten voelen. Huizinga bekijkt de geschiedenis. Ook vroeger hebben schokkende gebeurtenissen plaatsgehad, zo stelt hij, maar de huidige zijn van een heel andere orde: "Zie eerst naar 1500. De veranderingen zijn geweldig: de aarde ontdekt, de wereldbouw ontraadseld, de Kerk gespleten, de drukpers in werking om het woord in oneindig gestegen veelvuldigheid voort te telen, de middelen tot den krijg versterkt, credietwezen en geldverkeer uitbundig groeiende, het Grieksch hervonden, de oude bouwkunst versmaad, de kunst ontplooid in titanische kracht. Zie vervolgens naar 1789—'1815. Opnieuw klinkt ’s werelds gebeuren met het geluid van den donder. (...) In beide tijdperken schijnt op den eersten blik de seismograaf der historie even heftig bewogen als thans. (...) Peilt men echter dieper, dan blijkt toch spoedig, dat zoowel in het tijdperk van renaissance en hervorming als in dat van revolutie en Napoleon de grondslagen der samenleving minder zijn geschokt dan thans het geval is. En vooral: in de beide oudere kritieke tijdperken blijven hoop en idealen de algemeene cultuurstemming sterker domineeren dan thans het geval schijnt. (...) De grondslagen der samenleving, zeiden wij, omstreeks 1500 en omstreeks 1800, minder geschokt dan thans."6
Huizinga verwijst dan naar het opkomende atheïsme, naar de Eerste Wereldoorlog, naar de klassenstrijd, naar de beurscrash en naar de totale instorting van de economie en deze ontwrichting treft ook de kunst en het geestesleven: stevenen wij net zoals de Romeinen af op de barbarij?7 Huizinga: "Wij weten het ten stelligste: willen wij cultuur behouden, dan moeten wij voortgaan met cultuur te scheppen."8
Cultuur heeft te maken met een evenwicht tussen geestelijke en stoffelijke goederen maar is vooreerst een zaak van ethiek, zo zegt Huizinga. Vervolgens richt cultuur zich op een gemeenschappelijk ideaal of heil. Maar vooral is cultuur het beheersen van natuur9: "[De mens] heeft zich een stuk natuur dienstbaar gemaakt. Hij beheerscht de natuur, de vijandige en de schenkende. Hij heeft gereedschap verworven, hij is homo faber geworden. Hij gebruikt die krachten tot verwerven, van een levensbehoefte, tot vervaardigen, van een werktuig, tot beschutten, van zich en de zijnen, tot vernietigen, van jachtdier, roofdier of vijand. Voortaan verandert hij den loop van het natuurleven, want al de gevolgen, met zijn werktuig teweeggebracht, zouden zonder die macht niet zijn ingetreden."10 Toch kan men bij dieren niet spreken over cultuur, want er is nog iets nodig en dat is het vrije plichtsbesef en de dienstbaarheid. Immers, "de ontworteling van het dienstbegrip in den volksgeest is de meest verwoestende actie van het oppervlakkig rationalisme der achttiende eeuw geweest."11"Dan volgt nu de vraag: zijn in het tijdperk dat wij beleven de grondvoorwaarden van cultuur vervuld?"12
Huizinga stelt vast dat er wel beheersing is van de stoffelijke natuur maar niet van de menselijke. Bovendien ontbreekt ook het gemeenschappelijke streven: elkeen streeft slechts het eigen heil na. Alleen welstand, macht en veiligheid worden gemeenschappelijk nagestreefd: "(...) voortvloeiend uit het natuurinstinct, onveredeld door den geest.Reeds de holbewoner kende deze idealen."13 Er is een overproductie van zaken die eigenlijk niemand wenst te hebben, die overbodig zijn, en dit terwijl er nood is en werkloosheid; kunst wordt commercieel en ook het gezinsleven is ontwricht.14 De cultuur is met andere woorden inderdaad in verval.15
2. Vooruitgang?
Vervolgens bezint Huizinga zich over het problematische van de vooruitgang en laten wij hem hier zelf aan het woord [de boektekst werd hier sterk ingekort]: "Vooruitgang immers duidt op zichzelf enkel een richting aan, en laat in het midden, of aan het eindpunt van dien gang heil of verderf staat. Wij vergeten doorgaans, dat enkel het oppervlakkig optimisme onzer vaderen uit de achttiende en negentiende eeuw aan dat louter geometrische begrip ‘vooruit' de verzekering van het bigger and better heeft verbonden. De verwachting, dat elke nieuwe vinding of perfectie van de gegeven middelen de belofte moet inhouden van hooger waarde of meer geluk, is een uiterst naïef denkbeeld, erfstuk uit die bekoorlijke eeuw van intellectueel, moreel en sentimenteel optimisme, de achttiende. Het is volstrekt niet paradoxaal, te beweren, dat een cultuur aan een zeer wezenlijken en onbetwijf elbaren vooruitgang zeer wel te gronde kan gaan. Vooruitgang is een hachelijk ding en een dubbelzinnig begrip. Het kan immers zijn, dat er ietwat verder op het pad een brug is ingestort of een aardspleet ontstaan."16 Vooruitgang is er ontegenzeggelijk wel in de wetenschappen17 maar het is helemaal niet evident dat dit ook maatschappelijke vooruitgang en een steeds groter geluk zou betekenen. Is de wereld wijzer geworden? "Wij weten beter. Dwaasheid in al haar gedaanten, de beuzelachtige en belachelijke, de booze en verderfelijke, heeft nooit zulke orgieen over de wereld gevierd als heden ten dage."18"In een maatschappij met algemeen volksonderwijs, algemeene en onmiddellijke publiciteit van het dagelijksch gebeuren, en ver doorgevoerde arbeidsverdeeling, geraakt de gemiddelde mensch minder en minder aangewezen op eigen denken en eigen uitdrukking."19"De moderne organisatie van kennisverspreiding leidt maar al te zeer tot verlies van de heilzame uitwerking van zoodanige geestelijke beperkingen. (...) Enkel een drift tot eigen cultuur, op welk gebied ook en met welke voorkennis of middelen nagejaagd, kan hem boven dit niveau verheffen."20"De opdringing en weerlooze aanvaarding van kennis en oordeel beperkt zich niet tot het intellectueele gebied in engeren zin. (...) Daarbij komt nog een ander bedenkelijk en onontkoombaar feit. In oudere en engere gemeenschapsvormen schept en bedrijft het volk zelf zijn vermaak: in zang, dans, spel en athletiek. Men zingt, danst, speelt samen. In de moderne cultuur heeft zich dit alles voor het overgroote deel verschoven tot een: men laat voor zich zingen, dansen, spelen. (...) het passieve element neemt voortdurend toe in vergelijking met het actieve. Zelfs ten opzichte van de sport, dien machtigen modernen cultuurfactor, is het steeds meer geworden de massa, die voor zich laat spelen. (...) In dit alles ligt een zekere ontzieling en verzwakking van cultuur. Dit geldt van de filmkunst in het bijzonder (...) De kunst van het toeschouwen wordt omgeschakeld tot een vaardigheid in snel waarnemen en begrijpen van voortdurend wisselende visueele beelden. De jeugd heeft dien cinematischen blik verworven in een graad, die den oudere verbaast. Met dat al beteekent deze veranderde geestelijke ‘Einstellung’ een buiten werking treden van heele reeksen van intellectueele functies. (...) wat tot verzwakking van het oordeelsvermogen moet bijdragen. (...) De inkeer en de wijding ontbreken. Inkeer nu tot het diepste in hem zelf en wijding van het oogenblik zijn dingen, die de mensch om cultuur te bezitten volstrekt noodig heeft. De gereede visueele suggestibiliteit is het punt, waarop de reclame den modernen mensch aangrijpt en hem in zijn zwak van verminderde oordeelskracht tast. (...) 'Nog moeilijker te omschrijven is de werking der politieke reclame. (...) Zeker is, dat de reclame, in al haar vormen, speculeert op een verzwakt oordeel, en door haar buitensporige uitbreiding en nadrukkelijkheid de verzwakking zelf in de hand werkt. Onze tijd staat derhalve voor het benauwende feit, dat twee groote cultuurwinsten, waarop men bij uitstek prat ging: het algemeen onderwijs en de moderne publiciteit, in plaats van regelrecht tot verhooging van het peil der cultuur te leiden, integendeel in hun doorwerking zekere verschijnselen van ontaarding en verzwakking met zich brengen. (...) Onderwijs maakt onder-wijs. Het is een afschuwelijke woordspeling, maar zij bevat helaas diepen zin. Zal de samenleving aan dit proces van geestelijke vervlakking hopeloos overgeleverd blijven? Zal het nog steeds verder gaan? Of komt er een punt, waar bij volledige doorwerking het euvel zichzelf opheft? (...)"2122
1Jan Bauwens, Panopticum Corona, Serskamp 2021, pp. 912-917. Deze tekst is integraal beschikbaar op Tisallemaiet.
(herhaling van een tekst d.d. 4 tot 7 januari 2021, opgenomen in “Panopticum Corona”2)
1. Recessie
Als tot voor kort een derde van het voedsel weggegooid werd en als dit nu ingevolge de coronacrisis niet langer het geval is, dan gaat ook de verkoop van het voedsel met een derde achteruit. Maar als de verkoop achteruit gaat, is er overproductie en moet de productie worden teruggeschroefd - met een derde - waardoor ook een derde van de jobs welke te maken hebben met de voedselproductie, het transport, de verdeling, de controle en zo meer gedoemd zijn om te sneuvelen. Een derde van de werknemers die in de voedselketen aan de slag zijn, worden werkloos. Het inkomen van wie werkloos worden, krimpt fors met het gevolg dat werklozen minder kunnen consumeren: minder voedsel maar vanzelfsprekend ook minder andere zaken. Opnieuw volgt daaruit een overproductie: er moet minder geproduceerd worden waardoor weer meer mensen werkloos worden: ziedaar de vicieuze cirkel die binnen de kortste keren de hele economie tot stilstand kan brengen.
In zijn Geschiedenis van de waanzin beschrijft Michel Foucault hoe in de voorgaande eeuwen na het wegebben van de lepra in Europa de opvangtehuizen voor de zieken een nieuwe bestemming kregen toegewezen: bij de opkomst van de industriële revolutie had de massaproductie ook en vooral massa's werklozen gemaakt en die werden dan als landlopers gebrandmerkt, opgepakt en in die (in West-Europa meer dan driehonderd) tehuizen opgesloten. Ze werden vervolgens verplicht om te werken voor kost en inwoon, wat neerkomt op onbetaalde dwangarbeid, en hun producten waren uiteraard goedkoper dan dezelfde waren die door betaalde arbeiders in fabrieken werden voortgebracht, waardoor die fabrieken niet langer konden concurreren met de gestichten en failliet gingen zodat opnieuw meer mensen werkloos werden, die dan weer als landlopers opgesloten werden in tehuizen waar zijn onbezoldigd dwangarbeid verrichtten en die vicieuze cirkel ondermijnde op den duur de hele economie. In het huidige tijdperk gebeurt iets gelijkaardigs: vierde wereldburgers worden tegen belachelijke lonen aan het werk gezet, de legale arbeid kan die concurrentie niet meer aan en faillissementen van legale bedrijven zijn het gevolg. De arbeidsmarkt verglijdt naar de onderwereld en politici hebben nergens nog vat op.
Bijna negentig jaar geleden gebeurde iets dergelijks ten tijde van de grote beurscrash in Wall Street, New York. In oktober 1929 kelderden de beurzen en op 29 oktober van dat jaar zakte binnen een periode van amper een paar uur, de waarde van het geld met zo maar eventjes veertig percent. Foto's uit die tijd laten beelden zien van werklozen die in lange rijen aanschuiven om een krant te kopen voor de personeelsadvertenties. Door de werkloosheid devalueerde de munt nog meer, de overproductie zorgde voor een prijzenval, er werd verkocht met verlies en het ene bedrijf na het andere ging failliet, de schuldenlast steeg overal en vooral in de VS was het volk ingevolge de gebrekkige sociale voorzieningen aangewezen op weldadigheid waardoor de godsdienst ging floreren en daardoor ook de irrationaliteit als zodanig. Overal tastte de recessie niet alleen de stoffelijke welvaart aan maar zij hypothekeerde ook de redelijkheid en de vrijheid van het denken.
In die context werden noodverordeningen ingevoerd die net zoals vandaag in feite een grondwettelijke basis misten, waardoor grote ontevredenheid ontstond. In Duitsland speelde die ontevredenheid in de kaart van het irrationele nazisme: in 1933 kwam Hitler aan de macht en de nazi's slaagden erin om het volk met theorieën vol van leugens en verzinsels om de tuin te leiden. Een heuse rassenleer kreeg voet aan wal en demonische plannen werden gesmeed voor het kweken van een supervolk, voor de massale sterilisatie van ongewenste burgers en vervolgens ook voor de schaamteloze uitroeiing op industriële wijze van vermeende 'parasieten' en, niet te vergeten: zondebokken. Want naar het vatten van de vermeende schuldigen voor de economische malaise trachtte de massa om haar woedde daarop te kunnen koelen. Willekeur heerste en er werd terreur gezaaid om het volk in het gareel te houden.
Achteraf heeft men zich erover verbaasd hoe het dan mogelijk was dat een zo bekrompen geest als Adolf Hitler aan de macht kon komen maar hetzelfde gebeurde bijna een eeuw later in de VS opnieuw met Donald Trump: irrationele nationalistische gevoelens verwant aan grootheidswaan gecombineerd met het afschuiven van de schuld op zondebokken ofwel wraakzucht, brengen het ondenkbare op de planken. En uiteraard is er dan geen uitweg meer: dat alles mondt uiteindelijk uit in oorlog. 3
Intermezzo: De waarheid over vaccins als heiligschennis en de medische plicht tot wereldwijd bedrog
De eed van Hippocrates bestaat niet meer. Die eed die elke arts moet afleggen, houdt de belofte in nooit iemand kwaad te zullen doen.4 Maar een heel andere eed blijkt vandaag te worden gezworen: de eed op de medische plicht tot wereldwijd bedrog.
Op haar webstek vraagt de advocate meester Carine Knapen die zich in de context van de rechtsstaat inzet voor de waarheid inzake het coronagebeuren zich af of het stijgende aantal coronagevallen in het UK en ook elders iets te maken kan hebben met de vaccinatiecampagne aldaar, aangezien het tijdstip van de aanvang van de beide gebeurtenissen hetzelfde is.5
En kijk: het National Center for Biotechnology Information in Rockville Pike, USA, laat weten via een dringende publicatie dat in een studie over het Covid-19-vaccin werd ontdekt hoe de huidige vaccins mensen ziek maken.
Maar als kers op de taart wordt vervolgens de zaak 'getemperd' met het commentaar dat het betrokken mechanisme te ingewikkeld is om de argwaan van het publiek te kunnen wekken. Het ziek-maken gebeurt “via antilichaamafhankelijke versterking”, zo luidt het en dat staat er: “Dit risico wordt voldoende verdoezeld in protocollen voor klinische onderzoeken en toestemmingsformulieren voor lopende covid-19-vaccinonderzoeken dat het onwaarschijnlijk is dat de patiënt dit risico voldoende begrijpt, waardoor werkelijk geïnformeerde toestemming van proefpersonen in deze onderzoeken wordt vermeden.” (sic!) Dat deze risico's niet werden medegedeeld aan proefpersonen en nu evenmin worden medegedeeld aan patiënten die zich laten vaccineren, druist uiteraard in tegen alle medische en ethische regels.6
Mocht Hippocrates dit weten, hij draaide zich om in zijn graf.7
2. Cultuurcrisis
De uitvindingen in de achttiende eeuw die geleid hebben tot de mechanisering van de arbeid en de massaproductie en die aldus de zogenaamde Industriële Revolutie op gang brachten, hebben de mens meer armslag gegeven en hebben hem bevrijd van een aantal beperkingen maar die ontwikkeling heeft ook een keerzijde gehad. Machines zijn dankbare werktuigen die een aanzienlijk deel van onze slavenarbeid overnemen maar dichters en ook andere kunstenaars waarschuwden er alras voor dat onze werktuigen ons boven het hoofd zouden groeien en dat de rollen dreigden om te keren zodat wij de slaven van onze machines worden: de ontlasting van het lichaam blijkt betaald te moeten worden met een extra belasting van de ziel die immers onder de voet wordt gelopen door het gevoelloze intellect dat deze 'hulpmiddelen' heeft uitgedacht en ontwikkeld.
Dit probleem vormt het hoofdthema van Charlie Chaplin's Modern Times dat in première ging in 1936. Dat was ook het jaar dat Oswald Spengler stierf (hij was pas 56) en deze Duitse wis- en natuurkundige en filosoof schreef een intrigerende geschiedenisfilosofie, getiteld Der Untergang des Abendlandes.8 Het boek dat toentertijd een cultboek was, verdient ook vandaag enige aandacht omdat de historische inzichten die Spengler ontwikkelde van toepassing zijn in het genoemde problematische tijdsgewricht dat alvast in zijn optiek tot op heden voortduurt en waarvan de pijnpunten oplichten in tijden van crisis.
Vooraf moet gezegd worden dat Spenglers filosofie een reactie is op het vooruitgangsgeloof en op de idee dat het verloop van de geschiedenis een doel zou hebben zoals dat wordt beleden in de christelijke wereldvisie maar ook in de opvattingen van de Verlichting en de Renaissance. Culturen, zo zegt Spengler, zijn een soort van superorganismen: zij hebben een levenscyclus van enkele duizenden jaren, zij kennen een opgang en een ondergang, zoals de seizoenen, maar dan sterven zij.
Spengler onderscheidt een achttal grote culturen die allemaal zelfstandige eenheden zijn, of waren. Er zijn de magische culturen: de Babylonische, de Egyptische, de Chinese, de Indische, de cultuur van Maya's en Azteken en de Arabische. Dan zijn er nog de Apollinische culturen, namelijk die van de Oude Grieken en de Romeinen. Tenslotte zijn is nog de Faustiaanse of de moderne Westerse (Europese en Amerikaanse) cultuur. Deze laatste, die onze huidige cultuur betreft, verkeert momenteel in de fase van het verval: de cultuur zelf is in feite al dood en wat rest heet 'beschaving': de beschaving is als het ware het levenloze lichaam van de gestorven cultuur.
Kenmerkend voor onze beschaving of dus voor de eindfase van onze cultuur zijn de megasteden, de gerichtheid op het geld, het imperialisme, de rivaliteit, het caesarisme, de opkomst van het lagere driftleven en de oppervlakkigheid, het wegvallen van wetenschappelijke zekerheden en van principes, het verval van de kunst tot modes en stijlen en de opkomst van het atheïsme.
Vooral Nietzsche en Goethe klinken door in het werk van Spengler die er vooral op wijst dat in de huidige beschaving, de ziel of het gevoelsleven - het élan vital van Henri Bergson - het zwaar te verduren krijgt onder het juk van het intellect, het kille verstand - het rechnende Denken van Martin Heidegger. We zijn nu allemaal burgers maar we zijn niet langer mensen; we hebben nu alles maar we zijn niemand meer; we zijn nu vrij om te denken wat we willen maar we kunnen niet meer denken. Edoch, er is geen oplossing voor die malaise: de tijd immers is onomkeerbaar, het is nu eenmaal het noodlot dat organismen en ook de superorganismen die de culturen zijn, een einde kennen.
Wanneer wij vandaag moeten vaststellen dat het gebeuren rond de wereldwijde pandemie beheerst wordt door de zucht naar geld en dat wetenschappelijke waarheden verzwegen worden en verdraaid uit winstbejag en ten koste van de mensen in wiens dienst zij zouden moeten staan9, dan kunnen we niet anders dan erkennen dat de macht van het anonieme en geheel onpersoonlijke geld bijzonder problematisch is in deze beschaving en Spengler wijdt er dan ook een hoofdstuk aan in het tweede deel van zijn werk.10
3. Onze beschaving is een stokoude man
De symbolen konden bijna niet treffender zijn: de Amerikaanse president Donald Trump en zijn aanhang als vertolkers van het voorspel van de ergst denkbare tragedie die een democratie kan overkomen en de hoogbejaarde president, Joe Biden, die de positie van onze ganse westerse beschaving weerspiegelt die op haar laatste benen loopt.
De Westerse cultuur is dood en wij bevinden ons in de fase van de beschaving die in feite het stoffelijke overschot is van de cultuur. Oswald Spengler schrijft dat de ondergang van het avondland en het beschavingsprobleem een en dezelfde zaak zijn: de beschaving is het onafwendbare noodlot van ongeacht welke cultuur; het is het Gewordene (dat wat geweest is, wat geschiedenis is, wat verstard is, wat al dood is) dat op het Worden zelf (het leven, dat wat zich aan het ontwikkelen is of de cultuur) volgt; het onherroepelijke einde.11
Spengler vergelijkt onze beschaving met de Romeinse, die op de Griekse cultuur volgt en die er het einde van is. De Romeinen waren immers barbaren: brutaal, zielloos, zonder filosofie of kunst. De Griekse cultuur had een ziel, de Romeinse beschaving was nog louter intellect. En dat geldt ook voor alle andere beschavingen.12
Met de verstedelijking verdort de 'Heimat', het volk dat met de aarde vergroeid was, wordt vervangen door een nomade, een parasiet, een kosmopoliet, een stadsmens, een massamens die zakelijk is, intelligent, ongelovig en onvruchtbaar. Het geld regeert, de wereld wordt een speelterrein voor miljonairs en de nieuwe mens heeft geen toekomst meer en wil alleen nog brood en spelen.13
De stenen kolos die de wereldstad is, symboliseert het einde van elke grote cultuur. De mens wordt door zijn eigen schepping, de stad, in bezit genomen, bezeten, eraan geofferd. De demonische stenen massa symboliseert de dood zelf.14
De stad heeft met geld te maken, het platteland met de geest; economie en wetenschap staan diametraal tegenover elkaar: het ene zoekt geldgewin, het andere begrip.15 En de almacht van het geld ondergraaft de geest en zo ook de democratie. Alles komt in het teken van het geld te staan.1617
1Der Untergang des Abendlandes (1918-1923) is de titel van een boek van Oswald Spengler. Zie: Spengler, Oswald. (1973)Der Untergang des Abendlandes (1918-1923). Umrisse einder Morphologie der Weltgeschichte, Verlag C.H. Beck, München, Nachdruck 1973.
2Jan Bauwens, Panopticum Corona, Serskamp 2021, pp. 903-911. Deze tekst is integraal beschikbaar op Tisallemaiet.
8 Spengler, Oswald (1973) schrijft in zijn woord vooraf dat hij de eerste versie van het boek al voor de oorlog maakte terwijl de twee delen verschenen in respectievelijk 1918 en 1923.
9 Bauwens, Jan. (2021), deel V, par.: Intermezzo: De waarheid over vaccins als heiligschennis en de medische plicht tot wereldwijd bedrog.
11Spengler, Oswald. (1973), p. 43v.: “Der Untergang des Abendlandes, so betrachtet, bedeutet nichts Geringeres als das Problem der Zivilisation.(…) Die Zivilisation ist das unausweichliche Schicksaleiner Kultur. (...) Zivilisationen sind die äußerstenund künstlichsten Zustände, deren eine höhere Art von Menschen fähig ist. Sie sind ein Abschluß; sie folgen dem Werden als das Gewordene, dem Leben als der Tod, der Entwicklung als die Starrheit, dem Lande und der seelischen Kindheit, wie sie Dorik und Gotik zeigen, als das geistige Greisentum und die steinerne, versteinernde Weltstadt. Sie sind ein Ende, unwiderruflich, aber sie sind mit innerster Notwendigkeit immer wieder erreicht worden."
12Spengler, Oswald. (1973), p. 44: "Damit erst wird man den Römer als den Nachfolger des Hellenen verstehen. (...) Denn was hat es zu bedeuten (...) daß die Römer Barbaren gewesen sind, Barbaren, die einem großen Aufschwung nicht vorangehen, sondern ihn beschließen? Seelenlos, unphilosophisch, ohne Kunst, rassehaft bis zum Brutalen, rücksichtslos auf reale Erfolge haltend, stehen sie zwischen der hellenischen Kultur und dem Nichts. (...) Griechische Seele und römischer Intellekt – das ist es. So unterscheiden sich Kultur und Zivilisation. (...)Die reine Zivilisation als historischer Vorgang besteht in einem stufenweisen Abbau anorganisch gewordener, erstorbener Formen."
13Spengler, Oswald. (1973), p. ...: "(...) Statt einer Welt eine Stadt, ein Punkt, in dem sich das ganze Leben weiter Länder sammelt, während der Rest verdorrt; statt eines formvollen, mit der Erde verwachsenen Volkes ein neuer Nomade, ein Parasit, der Großstadtbewohner, der reine, traditionslose, in formlos fluktuierender Masse auftretende Tatsachenmensch, irreligiös, intelligent, unfruchtbar, mit einer tiefen Abneigung gegen das Bauerntum (und dessen höchste Form, den Landadel), also ein ungeheurer Schritt zum Anorganischen, zum Ende – was bedeutet das? (...) Die Weltstadt bedeutet den Kosmopolitismus an Stelle der »Heimat« (...) Das Geld als anorganische, abstrakte Größe, von allen Beziehungen zum Sinn des fruchtbaren Bodens, zu den Werten einer ursprünglichen Lebenshaltung gelöst – das haben die Römer vor den Griechen voraus. Von hier an ist eine vornehme Weltanschauung auch eine Geldfrage. (...) eine Sache für Millionäre. Zur Weltstadt gehört nicht ein Volk, sondern eine Masse. Ihr Unverständnis für alles Überlieferte, in dem man die Kultur bekämpft (...) ihre der bäuerlichen Klugheit überlegene scharfe und kühle Intelligenz, (...) das panem et circenses, das heute wieder in der Verkleidung von Lohnkampf und Sportplatz erscheint – alles das bezeichnet der endgültig abgeschlossenen Kultur (...), eine ganz neue, späte und zukunftslose, aber unvermeidliche Form menschlicher Existenz."
14Spengler, Oswald. (1973). p. 673: "Der Steinkoloß »Weltstadt« steht am Ende des Lebenslaufes einer jeden großen Kultur. Der vom Lande seelisch gestaltete Kulturmensch wird von seiner eigenen Schöpfung, der Stadt, in Besitz genommen, besessen, zu ihrem Geschöpf, ihrem ausführenden Organ, endlich zu ihrem Opfer gemacht. Diese steinerne Masse ist die absolute Stadt. Ihr Bild, wie es sich mit seiner großartigen Schönheit in die Lichtwelt des menschlichen Auges zeichnet, enthält die ganze erhabene Todessymbolik des endgültig »Gewordenen«. Der durchseelte Stein gotischer Bauten ist im Verlauf einer tausendjährigen Stilgeschichte endlich zum entseelten Material dieser dämonischen Steinwüste geworden."
15Spengler, Oswald. (1973), pp. 989v.: "(...) das Geld und der Geist. Sie verhalten sich beide zu jenen wie die Seele der Stadt zu der des Landes. Eigentum heißt von nun an Reichtum und Weltanschauung Wissen: entheiligtes Schicksal und profane Kausalität. (...) Und endlich stehen Wirtschaft und Wissenschaft selbst sich feindlich gegenüber und wiederholen in dem Kampfe zwischen Geldgewinn und Erkenntnis, zwischen Kontor und Gelehrtenstube (...)."
De wereld kantelt voor de LGBTQ+ -gemeenschap nu de huidige regering in de V.S. zich ontpopt als zeer vijandig en dat is nog maar een begin. Denk maar aan de gang van zaken in de aanloop tot het naziregime in het Duitsland van een eeuw geleden. Zo werden onder meer de joden eerst verdrongen en gedemoniseerd, ze kregen allerlei verwijten naar het hoofd geslingerd, men noemde hen 'ratten' of 'te verdelgen insecten'.
Maar echt gevaarlijk wordt het pas als die scheldwoorden ook door officiële instanties worden gebruikt: de discriminatie is dan straffeloos geworden en zo ook het geweld tegen alle minderheidsgroepen of tegen al wie niet beantwoordt aan het ideaalbeeld van bijvoorbeeld de blonde Germaanse held (met uitzondering van Adolf Hitler uiteraard). En wat begint met verwensingen en scheldpartijen, eindigt dan alras in een heuse genocide.
In de nazitijd werden de minderheden niet alleen vogelvrij verklaard, zij werden op industriële wijze uitgeroeid. En dat is nog altijd het geval: in het tanende rijk van de voorbije, hypocriete heersers gebeurde dat verkapt, in het trumptijdperk is het geheel openlijk en zonder schaamte gewoon het nieuwe normaal aan het worden. Het uitblijven van verzet kentekent de lafheid van de massamens. Meer nog, de massa wordt het moordwapen bij uitstek in handen van het totalitair regime.
In een van zijn boeken vertelt klinisch psycholoog Paul Verhaeghe hoe de minimale prijs voor de persoonlijke vrijheid, waar die bestaat in de afwijking van de culturele norm, de eenzaamheid is.1 Over een maximale prijs wordt niet bericht en het kan niet de dood zijn omdat die door de veroordeelden dikwijls wordt gezocht. Toen Hitler aan de macht kwam, vluchtte menigeen het land uit en toen de Duitsers binnenvielen in andere Europese naties, zochten heel wat geviseerden de dood door zelfmoord om te kunnen ontkomen aan een veel erger lot. Maar dat is dan meteen wat menigeen ertoe drijft om met het eigen leven te gaan spelen.
Tenslotte is dat de betekenis van de bereidheid om te gaan 'vechten door het vaderland', zoals dat heet. Die bereidheid neemt ook toe in de mate dat men enerzijds blasé geworden is en een speelbal van de verveling en anderzijds onbewust van alles wat het goede leven mogelijk maakt, met andere woorden: ondankbaar. Die tekenen verschijnen als de generaties die alsnog weet hadden van de diepten onder het bestaan, het hoekje om zijn.
(J.B., 14 december 2025)
1Paul Verhaeghe, Liefde in tijden van eenzaamheid, De Bezige Bij, Amsterdam 2013, pag. 39.
13-12-2025
'Homonationalisme'
'Homonationalisme'
Bepaalde mediatieke figuren (en zij bevinden zich meestal buiten het politieke spectrum omdat politici sowieso opportunistisch denken en zij de kat veel liever uit de boom kijken) beginnen nu met een vertraging van vele jaren in publicaties her en der te klagen over het feit dat er neofascisme in de lucht hangt. Maar inderdaad, het totalitarisme heeft intussen al de halve wereld ingepalmd, te beginnen bij de corrupte politici die nota bene heel wat van die mediatieke klagers tot hun volgelingen mogen rekenen. Niet verwonderlijk want vanuit een machtspositie kan men nu eenmaal niet ongestraft blijven spotten met de democratie door aan mensen het spreekrecht te ontzeggen, hen te censureren en de libricide te legitimeren, en tegelijk verlangen dat weerstand vanuit politieke hoek zal uitblijven. De weerstandige partijen in kwestie maken de bewindslieden nu monddood door het hypocriete karakter van hun repressie aan het licht te brengen, waarna een publieke verontwaardiging niet kan uitblijven en zij vrij spel krijgen om diezelfde repressie nu heel openlijk door te voeren en dat is in twee woorden de huidige politiek van extreemrechts.
De malaise is enigszins vergelijkbaar met deze rond de schijnheilige clerus wiens alsnog volgehouden betutteling etaleert dat zij hardnekkig weigert in te zien dat zij haar krediet allang verspeeld heeft. Maar de toestand is nog veel ernstiger dan door de genoemde lui nu wordt geduid. In een interview over 'homonationalisme' van de hand van Janine Meijer met onderzoeker Tijmen van Voorthuizen in Apache van 10 december 2025, wordt belicht hoe extreemrechts met symbolen van progressieve politiek gaat zwaaien en zo het kiespubliek misleidt.1
Tussen haakjes: wie in die val trappen, zullen dat uiteraard pas ondervinden van zodra extreemrechts de wet dicteert, wat al het geval is in de V.S. en voor een deel ook in alle landen die zich door de V.S. nu moeten laten plunderen in een met dat doel op touw gezette klassenoorlog verkapt als een internationale strijd.
In het interview heeft Tijmen van Voorthuizen het over de aanwending van het divide et impera-principe middels het gebruik van onder meer regenboogvlaggen door lui die een nationalistische en derhalve een sowieso discriminerende politiek voeren. Het is niet nieuw dat men zijn vijanden tegen elkaar uitspeelt en in dit geval pogen nationalisten te heersen door verdeling te zaaien tussen twee door hen verdrukte groepen, in casu de Lgbtqi+-gemeenschap en de (islamitische) migranten, door de laatstgenoemden de schuld te geven van het geweld tegen de eerstgenoemden, waarbij zij krachtens het zwaaien met die regenboogvlag voorwenden zelf als medestander van de homobeweging op te treden.
Maar voor hetzelfde geld, zoveel is duidelijk, traden zij op als tegenstander van de laatstgenoemden (zoals hier destijds volgens het programma van Vlaams Blok) en samenzwerend met een extremistische islam - een scenario waarvoor (terecht) al langer wordt gevreesd. Alvast verwerkelijkt zich apert een pakt tussen extreemrechts en - niet de islam maar de 'christelijke' kerken, in landen zoals Rusland maar bijvoorbeeld ook in Polen. De patriarchen van zowel de orthodoxe als de katholieke christelijke zuil bejubelen het militarisme als een heldhaftig altruïsme maar slagen er niet in de middelen te verbergen voor de garantie ter beveiliging van het eigen vege lijf.
De huidige wereldpolitiek is heel troebel geworden en verdient de benaming 'politiek' niet langer omdat wat de zorg hoort te zijn van maatschappelijk geëngageerden, in handen is gekomen van (crypto)criminelen en nu ook van regelrechte misdadigers. Als men heden in de krant moet lezen dat een op de drie federale politieagenten al in aanraking kwam met vormen van corruptie of inmenging binnen de politie2 en dat magristraten vals spelen in toegangsexamens tot justitiële ambten3, mag de gelijkenis met de aanvang van het nazitijdperk van welhaast een eeuw geleden zeker en vast niet meer verbazen. We mogen nooit wanhopen maar met de middelen die de waanzinnigen vandaag ter beschikking staan, is Hitler klein bier vergeleken bij wat de nabije toekomst ons te bieden kon hebben.
(J.B., 13 december 2025)
1J. Meijer, Tijmen van Voorthuizen: “Rechtse politici zetten homonationalisme in om antimigratieretoriek te legitimeren, in: Apache d.d. 10 december 2025. Cf.:
Cultuurbarbaren (Tekst d.d. 20 juni 2008 - herhaling)
Cultuurbarbaren (herhaling)
Cultuurbarbaren (herhaling)
Van mijn werknemer Fred heb ik nooit te klagen gehad, in geen tijden. Maar we worden allemaal een dagje ouder en dat is het probleem. Vandaag gaat Fred dus met pensioen. U moet weten dat Fred voor mij 'van op afstand' werkt, zoals trouwens meer mensen dat vandaag doen, vooral omdat het thuiswerken tijd- en benzineverslindende verplaatsingen bespaart. Maar met dat verschil dan, dat Fred dat al tientallen jaren zo doet, lang voor er sprake was van 'thuiswerken'. Meer zelfs, en ik weet niet of ik dat wel mag zeggen, doch ik moet eerlijk wezen: ik heb Fred nog nooit gezien...
Bij nazicht ontdek ik dat het precies veertig jaar geleden is dat ik Fred in dienst nam. De sollicitatieprocedure en ook het aanwervingsexamen gebeurde geheel via de post, omdat ik toen nog niet beschikte over de nodige kantoorgebouwen, en een vergaderruimte huren in de hoofdstad leek mij voor een beginneling één van die absoluut te vermijden uitgaven. U kunt nu zeggen dat examens per post oneerlijk zijn en tenslotte ook in het nadeel spelen van het bedrijf. Welnu, ik spreek dat tegen. Ik heb aan alle kandidaten in een brief gewoon gevraagd om eerlijk te zijn en ik geloofde dat ze daartoe ook wel gemotiveerd zouden zijn aangezien bedriegers achteraf sowieso door de mand vallen, wat tenslotte onplezierig is voor alle partijen.
De deelnemers zouden dus alle vragen op het examenformulier beantwoorden zonder ook maar één naslagwerk te raadplegen of iemand te consulteren, en ook het gevraagde opstel zouden ze eigenhandig maken. De belofte van eerlijkheid liet ik hen in een schriftelijke bijlage bij de examenpapieren stoppen. Niet onbelangrijk om te vermelden, is dat er in die tijd nog geen sprake was van werkloosheid...
Ik mocht welgeteld één inzending ontvangen - die van de heer F. Vander Derren - en dat werd later gewoon Fred. Deze unieke inzending was foutloos, en het opstel was ronduit fenomenaal. Toen mijn vrouw, Godelieve, wiens mening ik altijd erg op prijs stel, het opstel van onze unieke kandidaat las, barstte ze uit in een schaterlach, en toen ik haar vroeg waarom ze dan lachte - ik vreesde immers dat de humor in het opstel mij was ontgaan, dat ik iets miste, dat er nog veel meer in zat dan ik had gedacht - zegde ze dat ze die tekst een week voordien in een Hollands dagblad had gelezen, en dat hij van de hand was van een zekere Kees A.C.F.T. Trientjes, professor aan de universiteit van Leiden en wereldvermaard specialist in het onderwerp.
Ik heb er een week over gedaan om het dagblad in handen te krijgen, want mijn vrouw had het exemplaar in kwestie op een trein laten liggen. Ik heb het artikel van professor Trientjes op het glanzende blad van mijn werktafel naast het opstel van de heer Vander Derren gelegd, de wijsvinger van de linkerhand van het ene woord naar het volgende over Trientje's tekst en tegelijk die van de rechter hand over Vander Derren's tekst, aldus vaststellende dat alles volstrekt foutloos was overgetikt. En dit in een tijd waarin nog lang geen sprake was van scanners, tekstverwerkers en computers: alles was nauwkeurig gecopieerd met een mechanische schrijfmachine van het merk Erika.
Het was Godelieve zelf die me vervolgens aanraadde om de kandidaat niettemin in dienst te nemen. Als human resource manager - avant le lettre - schreef zij hem eigenhandig een brief terug met gelukwensen en ze complimenteerde Vander Derren ook uitgebreid met zijn "bijzonder mooi en vakkundig" opstel, waarna ze hem uitnodigde om onmiddellijk bij de firma aan de slag te gaan.
De ontroering van de heer Vander Derren was te zien in zijn daarop volgende dankbrief, die - andermaal - mijn vrouw aan het lachen bracht. Mijnheer Vander Derren besloot zijn brief namelijk met wat hij noemde "een persoonlijk gedicht, uit dank", hetwelke - u raadt het al - van de hand was van een van onze meest befaamde poëten.
Toentertijd vroeg ik mijn vrouw vruchteloos naar haar redenen om Fred alsnog in dienst te nemen. Vandaag, ter gelegenheid van Fred's laatste werkdag, heb ik het haar een laatste keer gevraagd. "Alsnog?! Precies daarom!", kaatste ze de bal terug: "Was het dan niet meteen duidelijk dat deze kandidaat de zakenwereld door en door kende? Het was voor hem zelfs geen geheim dat managers sowieso cultuurbarbaren zijn".
(J.B., 20 juni 2008).
Barbaren aan de macht
Barbaren aan de macht
De media1 berichten over het op de markt gegooid worden van Gents historisch erfgoed: het Hof van Rijhove uit de dertiende eeuw, het vijftiende-eeuwse Gildehuis van de huidevetters, gekend als het Toreken, op de Vrijdagsmarkt en nu zelfs het Rabot: het onderhoud aan de gebouwen wordt onbetaalbaar en derhalve zullen zij worden verkocht. Dat zeggen de huidige politici. Volgt men dan het voorbeeld van de kerk die reeds alom de kerkgebouwen te koop stelt of is het plat hersenloos gecijfer van nitwits aan de macht? Nog heel even en dan zijn in het gestaag uitbreidende gebied van de keizer zonder kleren ook de kathedralen aan de beurt - nu al worden ze de loef afgestoken door gedrochten die op roem beluste barbaren ons door de strot rammen als 'hedendaagse architectuur'.
Zijn wij dan niet de echo onzer verzinsels? (tekst d.d. 21 januari 2011, herhaling)
Zijn wij dan niet de echo onzer verzinsels?
Negen koppen, vrij naar Ingres' "De apotheose van Homeros"
Kijk, zo sprak hij, en zijn woorden werden wolken in de koude winterlucht: dat is nu de befaamde portretschilder van wie gezegd wordt dat hij de ziel van wie hij afbeeldt in zijn werk verplaatst, en hij wees naar de man achter het smalle hoge raam dat zich als een vage lichtvlek uit de mist verhief die het huis omtoverde tot een onwezenlijk kasteel. Spontaan hielden we halt, als werden onze passen door een vreemde invloedssfeer gestremd zoals wij tot dan toe dachten dat het alleen met melk gebeuren kon als daaraan een zuur werd toegevoegd om er kaas uit te maken. Ja, gewis vreesden wij dat hij ons misschien al aan het schetsen was en dat wij zodoende dreigden op te lossen in die mist nog vooraleer wij de voordeur van zijn huis hadden bereikt. Was zijn naam niet Ingres, of heette hij nog anders?
Er is een tijd geweest dat ik deze zaken als onmogelijk bestempelde, zo begon hij uit te leggen, en dat ik aan toverij moest denken en aan nog dingen die niet kunnen waar zijn, behalve dan in de verhalen van fantasten, maar die tijd is om. Ik weet nu dat het leven uit de sprookjes komt in plaats van andersom, ik heb geleerd hoe de ziel uit de expressie wordt geboren, hoe zij volgt op het verhaal. En zo zou de zogenaamde werkelijkheid er ook niet zijn zonder 't toneel waarvan hij een schaduw is; het 'echte' leven is zowaar een echo van de mythen.
Hij sprak een lange tijd en ik begreep hem niet totdat ik deze zaken ook echt ging studeren. Toen ging ik inzien dat het vasthouden aan essenties feitelijk een nog middeleeuwse vorm van denken was. Er is immers geen ziel die in de kern zit en waarmee wij samen zouden vallen, terwijl al wat haar omgeeft - het toebehoren en de vele eigenschappen - slechts franje was en overbodig; het zijn daarentegen al die eigenschappen aan de oppervlakte die de ziel zelf uitmaken van een wezen en niets anders. En ik verstond dit pas compleet toen ik de volgende ingrijpende ervaring opdeed.
Na vele jaren keerde ik op een dag terug naar mijn geboortedorp om daar een plicht te gaan vervullen waarover ik nu niet uitwijden kan. Ik nam de trein en arriveerde nabij de plaats waarvan de naam nog steeds dezelfde was als toentertijd, maar dan alleen de naam. Het vertrouwde kerkje immers was verdwenen - het was vervangen door een betonnen gebouw dat een moskee herbergde - en ook het franciscaner klooster in het centrum bleek gesloopt en in de plaats stond daar een wellicht peperduur maar lelijk bankgebouw. De kasseien van weleer zaten onder een laag asfalt en de molenberg was blijkbaar uitgezaveld. Toen ik uitkeek naar oude bekenden, vond ik hun huizen niet meer terug: flatgebouwen hadden hun plaats ingenomen en die werden door inwijkelingen bewoond die een taal spraken die ik niet thuis kon brengen. Ik vroeg me zelfs een ogenblik af of ik dan niet beland was in een ander dorp met slechts dezelfde naam als mijn geboortedorp, zo vreemd deed mij dit alles aan, en ik begreep toen eens en voorgoed dat de ziel van een dorp niets anders is dan haar bewoners, haar gebouwen, heuvels, heggen, bomen en al die andere attributen die men altijd voor slechts toebehoorselen had gehouden.
De ziel van een ding is niets anders dan het geheel van zijn toebehoorselen: zijn eigenschappen, zijn geschiedenis, de optelsom van alles wat zich daaraan ooit heeft vastgekleefd. Neem al die attributen weg, en niet een of andere essentie die tot op dat eigenste moment onder al die oppervlakkigheden verborgen zat, schiet over: wat nog rest als alle kenmerken verdwenen zijn, is bitter weinig, om niet te zeggen niets. Het is alvast zeker niet iets dat de zaak in kwestie van andere zaken onderscheiden kon. Als alle dingen van hun eigenschappen werden ontdaan, dan bleven alleen hun namen over, en die waren dan niets anders dan verschillende namen voor eenzelfde niets. Maar men zal begrijpen dat op die manier zelfs de namen van hun ziel worden ontdaan, die immers samenvalt met hun betekenis, en dus met datgene waar zij op slaan.
Altijd had ik als vanzelfsprekend aangenomen dat het slechts gold voor dingen, niet voor schepselen of levende wezens, dat hun ziel met al hun attributen samenviel. Een portret, bijvoorbeeld, is wezenlijk niets anders dan een laagje olieverf op lijnwaad, weliswaar gerangschikt in een welbepaald stramien qua vorm en kleur. Verwijder de verf en mét zijn afbeelding is ook de afgebeelde zelf verdwenen; hij is onherkenbaar of zelfs geheel onzichtbaar geworden. De ziel, de essentie of het wezen is puur begoocheling, en het bewijs daarvan ligt in het simpele feit dat men zowaar het portret van een volstrekt onbestaande man kan schilderen, terwijl toch niemand zich zorgen zal maken over de vraag of de afgebeelde wel echt bestaat of heeft bestaan. De vraag is ook niet relevant want zelfs al zou de afgebeelde niet bestaan en ook nooit hebben bestaan, dan nog kon in een verre toekomst wel eens een man geboren worden die in dit dan vergeeld portret uit een zo ver verleden, zichzelf herkennen zou. Hij zou het ophangen in zijn huis en niemand van zijn gasten zou ooit in twijfel trekken dat dit een afbeelding van hemzelf betrof en dat zij derhalve jonger moest zijn dan de afgebeelde. Hoe heb je het gedaan om dit portret het uitzicht te geven van een driehonderd jaar oude prent? - zo zou men hem alleen herhaaldelijk vragen.
Het geldt voor dingen, dat is duidelijk, dat hun ziel niet een of andere essentie is maar samenvalt met al hun eigenschappen. Maar zeker gold dat niet voor mensen, zo had je steeds steevast geloofd: mensen hadden een essentie want wij waren door God geschapen. Maar toen brachten historici aan 't licht dat verhalen voorafgaan aan geschiedschrijving, dat er zonder de verzinsels die wij maken ook geen beschrijvingen van zogenaamde feiten mogelijk zijn. Psychologen ontdekten dat de emoties die wij hebben, uitgelokt worden door uitgerekend die gebaren die de emoties in kwestie uitdrukken, in plaats van andersom. En mensen, zo beweren sociologen, danken hun zogenaamd persoonlijke geweten aan de verinnerlijking van een algemene wet. Kunstenaars weten dat Vincent Van Gogh met zijn unieke doeken de Provence schiep zoals wij die sindsdien kennen. En ook is het zo dat wij pas een gezicht hebben sinds de dag dat tekenaars portretten gingen maken. Maar als dat allemaal waar is, waarom zouden wij dan nog een ziel hebben? Danken wij onszelf niet louter aan de erkenning door de ander?
Een heel bijzondere zaak raak je hier aan, zei hij, en je mag ze niet laten schieten of je bent ze ook kwijt, want zo gaat het met dingen die zo subtiel zijn dat je ze in een oogwenk van verstrooidheid kunt verliezen, en wel voorgoed, terwijl je ze maar één keer in je leven tegenkomt. Wat zeg ik? Eén keer in je hele leven? Eens in de zoveel duizend levens, misschien slechts één keer per honderd miljard levens komt er een gedachte, schuwer dan een duif, zo dicht bij je zitten pikken dat je ze ook pakken kan!
Ik keek hem aan en hij herhaalde nu mijn laatste zin: wij danken het bestaan van onszelf aan de erkenning daarvan door de ander. En dat geldt dan ook voor elk levend wezen, zo ging hij door: een levend wezen kan daar trouwens niet aan uit, want als het weigert om het bestaan van een ander wezen te erkennen, dan risceert het door dat wezen met haar en huid te worden verslonden! Ja, zo lachte hij nu: wij danken ons bestaan aan elkander, maar denk dus niet dat wij aldus elkaar begunstigen en dat we voor elkander 't leven scheppen, welneen, het is net andersom: ons eigen voortbestaan hangt van de erkenning van het bestaan der anderen af! Levende wezens, schepselen en dus ook mensen zijn niet zo alleredelst als zij ogen of als zij afgeschilderd worden in die dikke bijbelboeken. Het is met andere woorden zeker niet omdat wij elkaars scheppers zouden zijn dat wij hier lopen - zeer integendeel: het is omdat wij elkander naar het leven staan, dat we bestaan. Ja, zo geniaal heeft blijkbaar iemand van het kwaad een goed gemaakt, en wel van 't allergrootste kwaad - de onverschrokken moord - het allergrootste goed - het welbewuste leven.
Ik wil alleen maar zeggen, ging hij door, dat er wezens bestaan die de ziel van andere wezens zo goed kennen, dat zij in staat zijn om hen volmaakter te herscheppen dan op de manier waarop zij op zichzelf bestaan. En kan het dan nog iemand tot verwondering strekken dat, als de herschapenen zichzelf zo ergens afgebeeld zien staan, dat ze dan op die afbeelding van zichzelf toesnellen en uitroepen: maar kijk dat nu toch eens aan! Dat is verduiveld niemand minder dan ikzelf ten voeten uit! En hoe gelijk ik op mezelf! Mijn god! Beter gelijk ik hier op mezelf dan ooit voordien! Het portret dat tot op heden van me aan de wereld werd getoond, is vergeleken bij dit beeld een zo gemene leugen! Maar kijk dat toch eens aan! Wat een geluk! Wat een werkelijk onverhoopt geluk dat eindelijk eens iemand daarin is geslaagd om mij ook af te beelden zoals ik werkelijk ben! Weg met dat oude waanbeeld! Weg ermee, zeg ik! En leve het nieuwe portret! Ja, dat ben ik, zie, die man daar op dat doek en niemand anders!
Toen hij een beetje tot bedaren was gekomen, kuchte ik eerst eens want hij zat met de blik op oneindig in extase en ik wilde hem niet wekken uit zijn misschien wel superschone droom. Ik voel me zoals iemand over wie men altijd kwaad sprak, zo ging hij plots verder vooraleer ik ook maar de kans gekregen had om iets te zeggen - iemand die nu ineens door de koning zelf wordt opgehemeld en die luid applaus ontvangt van alle mensen. Dan zeg je toch: dat is de waarheid, inderdaad! Ik ben een held en eindelijk wordt dat nu eens van op de kansel uitgeroepen! Ik voel me, ging hij door, en nu zelfs nog een toontje hoger - ik voel me zoals iemand van wie 't portret geschilderd wordt door eens een échte kunstenaar! Iemand die schilderen kan en die mij heeft weten vast te leggen in zijn volle glorie! Ja, dat is mijn blik, kijk naar die blik, kijk naar de schittering in die blik! Ja, dat ben ik! En wég nu met dat oude portret daar aan de muur, die vervloekte schets daar van die klungelaar die op de koop toe geld vroeg voor zijn prutsen! Als een hazewind wég met die prullen en gauw die ware afbeelding hier van mezelf daar aan de muur, zodat ook allen ten langen leste kunnen zien wie ik echt ben, uiteindelijk!
Zullen we dan aanbellen? vroeg ik hem. Hij werd zich kennelijk pas nu opnieuw bewust van de omgeving. Wij stonden in de voortuin in de melkachtige mist en hoewel er nog geen sneeuw lag, waren onze zolen als aan de grond gevroren ofwel, zoals gezegd, gestremd zoals wij tot dan toe geloofden dat alleen melk kon stremmen als men daaraan een zuur toevoegde om ze in een kaasklomp te veranderen. Wij stremden, gans ons wezen stremde in de mist als werd onze figuur tot kaas daar in de voortuin die in feite het decor was van zijn fijn penseel. Want zonder het te weten, stonden wij mét de mist in die voortuin nu al op het doek dat rustte daar achter het smalle hoge raam waar hij als verwoed penseelde aan zijn nieuwste doek, en wij voelden hoe de olie om onze lijven plakte en al opdroogde, ons fixeerde, hardde met de hars die ze bevatte, en hoe ze van ons engerlingen maakte, of stijve rupsen die moeten verpoppen, omzettingen van vlees in verf, van bloed in terpentijn, van pus en andere lichaamsvochten in lijnwaadolie en in balsems allerhande. En zo werden wij tenslotte stijf door dit proces dat ook de farao's in hun bewegingen verstilde, zo droogden wij op en uit en gaven wij geen kik meer dan die allerlaatste kik, die zeggen wilde: kijk, hoe wonder toch is het bestaan; wij denken dat wij leven uit onszelf maar voor we 't weten dat we slechts ijdele afbeeldingen zijn, is het met ons gedaan.
(J.B., 21 januari 2011)
06-12-2025
Orpheus en Eurydicè (9)
Orpheus en Eurydicè (9)
En dan eerst nog een detail. Zo oprecht als wij meenden dat het alleenrecht om te scheppen bij de Schepper zelf gelegen was en dat schepselen veroordeeld zijn tot handel drijven, zozeer hebben we ook zonder de waard gerekend. Immers, ook de vermeende goddelijke scheppingsdaden hebben veel weg van commerciële transacties: niemands naam wordt in het boek der levenden neergepend tenzij hij op dat eigenste ogenblik ook wordt opgeschreven ten dode. Of betekent dit dan dat hier helemaal geen god in het geding kan zijn? Wanneer Zarathustra zijn thuisland heeft verlaten en zich in het gebergte heeft begeven, ontmoet hij daar een heilige grijsaard die zijn misantropie uitspreekt en zijn lof voor god, en Nietzsche's gevierde profeet bedenkt een zin die onsterfelijk de wereld rond zal gaan: “Dieser alte Heilige hat in seinem Walde noch Nichts davon gehört, dass Gott todt ist!"1 Aldus een uitzondering creërend op de stelling van zopas, dat de onsterfelijkheid niet van deze wereld is.
God schiep de kosmos met centraal daarin het leven maar niet zonder in het midden van het bonte leven de mens te plaatsen, de hoeder van dat alles, die in de persoon van de verafgode Albert Einstein een atoombom uit zou vinden om met het alsnog opsplitsen van godbetert de vermeende allerkleinste deeltjes het allergrootste ooit gemaakt, in minder dan een oogwenk weg te wissen alsof het er nooit was. “Deus nobis haec otia fecit”: God schiep de tijd, het 'otium' van Vergilius, waarin wij ons kunnen vermeien, vermaken, vrij bewegen, maar dan wel in één enkele richting. Naar de toekomst toe, zo wordt het ons voorgezegd, maar in werkelijkheid verwijderen wij ons van onze oorsprong, van onze moeder, van onszelf. En de tijd, zich profilerend als de schenker van het leven, manifesteert zich niet anders dan als degene die het ons allemaal ontneemt, zonder verpozen. “Dat hebben wij dan toch gehad”, aldus praten wij elkander na – wij, die niet ophouden met na te praten doch die vergeten na te denken, en wij stoppen het in een album, wij bladeren erin, glimlachend, ja, gelukkig zelfs, helemaal verstoken van het besef dat alzo onze blikken vallen in een gigantisch graf.
Over de doem van die tegendoelmatigheid in alle dingen is het dat zoals ook alle andere Helleense mythen het treurlied van Orpheus handelt en wat zijn lier doet, is de trilling, bron van alle leven, mededelen ten koste van zichzelf, daar zij al trillende haar opgespaarde kracht verliezen wil, zoals wie klaarkomen dat doen tegen de prijs van het eigenste bewustzijn. De dood lijkt het leven te overstijgen en tegen de overgave die hij opeist, wordt nimmer geprotesteerd.
Als uiteindelijk Orpheus toegang tot de onderwereld krijgt, kan dat alleen maar het geval zijn omdat geweten is dat dit vergeefs is; immers, ook vergeefse daden moeten worden toegestaan teneinde de dwang te onderstrepen die al het andere bestuurt. “Zie je wel!”, zo luidt dan de zedenles die ook de stoutste rebel terug in het gareel brengt en die zo de ijzeren orde van de dood herstelt.
De emotie die Hades tot de toegeving verplicht heeft, is deze die de grijsaard een traan van ontroostbaar verdriet doet plengen bij het zien van een boorling in zijn wieg of van een jaarling die leert te lopen tot jolijt van zijn luid applaudisserende voorzaten die, hem omringend, hem ertoe veroordelen voortaan het middelpunt te zijn van hun bestaan. In het gerimpelde gezichtje van de nog bijna blinde boorling is de niet langer ziende grijsaard te bespeuren waarvan hij wel een wederopstanding lijkt maar is reanamnese niet een wat goedkope illusie waarmee wij ons trachten te bevrijden van het onderhavige eeuwige juk? De lier van Orpheus legt Cerberus het zwijgen op en Charon vaart hem over nadat hij hem heeft betaald; een welgekende reis gaat onze held tegemoet, een lot dat alleen door de oudste dichters kon worden verwoord.
1.F.W. Nietzsche, Also sprach Zarathustra, Ein Buch für Alle und Keinen. Zweite Auflage, Leipzig, Druck und Verlag von C.G. Naumann 1893, pag. 8.
05-12-2025
Orpheus en Eurydicè (8)
Orpheus en Eurydicè (8)
Er bestaat geen troost voor wie beminden aan de dood verliezen en wie iets anders beweren, liegen ofwel houden ze zichzelf voor de gek. Erger nog: bepaalde lieden durven het zelfs aan om te handelen in troost en de meest bekenden onder deze beetnemers en dieven zijn de zogenaamde religieuzen. Ook voor Orpheus was er geen troost en de mythe zelf vormt het meest overtuigende bewijs daarvan. Orpheus en degenen die om hem gaven, hebben de arme man een tijdlang valse hoop gegeven, wellicht met de bedoeling om de tijd te rekken, om de kunstenaar wat tijd te gunnen en een genezingsproces op gang te laten komen maar zij wisten allen dat het allemaal tegendoelmatig zou zijn. Iedereen wist het maar in die omstandigheden zegt men algauw: we kunnen maar proberen, baat het niet, dan schaadt het ook niet en dan hoeven we achteraf geen spijt te hebben omdat we die kans lieten liggen. Edoch, een kans is het niet eens, het is een logische mogelijkheid: Eurydicè keert terug ofwel keert zij niet terug. Maar logische mogelijkheden zijn slechts mogelijkheden in ons hoofd, in de werkelijkheid bestaan ze niet, het is waanzin om er rekening mee te houden. Als ik op de lotto speel, zijn er twee mogelijkheden: ofwel win ik, ofwel win ik niet en elk van die mogelijkheden heeft een zekere waarschijnlijkheid die verschilt van nul. Maar de waarschijnlijkheid dat Eurydicè terugkeert uit de dood is nul. Er bestaat geen wereld waarin zij dat toch doet, die wereld moet nog geschapen worden, en hij zal niet geschapen worden omdat er slechts één wereld mogelijk is en dat is uiteraard de actuele wereld waarin de kans dat Eurydicè terugkeert uit de dood gelijk is aan nul. Ziedaar de feiten. Vergilius en Ovidius hebben een wereld geschapen waarin Eurydicè alsnog lijkt terug te zullen keren uit de Hades maar de beide dichters hebben verplichtingen aan hun muzen, zij kunnen niet ongeacht wat fabuleren omdat ook fabels aan wetten gehoorzamen. In Orpheus en Eurydicè lachen de dichters met ons.
Wat Hades aan Orpheus toestaat, is een geschenk dat gelijkt op het gif van de adder die aan zijn gade het jonge leven ontnam en aan hem zijn gade. De gift van Hades wordt immers vergezeld van een onvervulbare voorwaarde. Hades geeft en neemt in één en dezelfde beweging. Hij herhaalt wat hij voordien deed met Persephone toen zijn broer hem vroeg haar aan haar moeder terug te schenken. Dit verhaal is de confrontatie met het bikkelharde feit dat deze wereld het zogenaamde 'geven om niet' ten strengste verbiedt en dat verbod is strenger dan het verbod om terug te keren uit het dodenrijk, het is strenger dan ongeacht welke natuurwet. 'Geven om niet' is immers scheppen en alleen God heeft het recht daartoe. Zijn schepselen daarentegen zijn veroordeeld tot handel drijven. En dat is dan ook de inhoud, de essentie van deze mythe.
Orpheus en Eurydicè (7)
Orpheus en Eurydicè (7)
Als onze zielenroerselen authentiek zijn, hebben zij geen lier nodig om zich kenbaar te maken, het lichaam is de lier, het instrument van de ziel, en daarom ook kunnen ware gevoelens niet verborgen worden dan door klederdracht, burchten, handlangers of leugenachtige parabels. Echter, waar het een bard betreft, moet de lier zelf beschouwd worden als een lichaamsdeel, zoals een arm dat is, de stem of het hart. Er zijn violisten die hun instrument meenemen in bed en veel aandacht en tijd besteden zij aan de verzorging van hun bijzondere 'prothese', die in dit geval een 'correctie' is van bijvoorbeeld de stem, een verlengstuk van het lichaam zoals een voertuig dat is, een mantel of een huis. Zij praten er tegen, zij strelen het, gaan ermee naar de dokter, zij verzekeren het, inspecteren het en laten het geregeld herstellen. Het gaat deel uitmaken van het lichaam in die mate dat het lichaam mettertijd ook gaat vergroeien naar het instrument toe en zo ontwikkelen zich de vingers van een pianist of die van een bespeler van de lier, zoals het instrument dat wil. Maar niet alleen de vingers, de lippen, de armen en de andere zichtbare lichaamsdelen doen dat, ook het hele zenuwstelsel stemt zich af op het maken van muziek waarbij zich de 'prothese' ontwikkelt tot het centrale lichaamsdeel waar voortaan al de rest om draaien zal. Uiteindelijk is het de muziek die zoals de noordpool doet met elk kompas, alles naar zich toe trekt, ja, de muze regeert de muzikant zoals de ruiter met het paard doet, de muze heeft bezit genomen van zijn lichaam maar vooreerst ook van zijn ziel en wanneer de toehoorders maar aandachtig genoeg zijn, kunnen zij ook bespeuren dat op het podium niet een muzikant staat die muziek maakt want de vervoering waarin hij door de muzen wordt gebracht, transformeert zijn gedaante in die mate dat zij zich verwisselt voor de gedaante van de betrokken muze zelf. De toehoorders aanschouwen dan niet langer een medemens die speelt, maar het wezen dat van hem bezit genomen heeft en dat behoort tot een heel andere wereld dan deze waarin de bard zijn kunst vertolkt. Die kunst creëert meteen een gat in onze wereld waar doorheen wij kunnen kijken naar dat andere land, dat land dat veel fijnstoffelijker van aard is, want het is niet van stof gemaakt maar van trillingen en golven of, veel fijner nog, van gevoelens die zich zelfs onttrekken aan het bestaan van vlees en bloed.
Op die manier is het dat Orpheus met zijn instrument vergroeid was en zo ook bracht zijn verschijning bij alle wezens die ze aanschouwen mochten, een extase teweeg welke ons ervan verzekert dat de stoffelijke wereld wordt gedragen door een onvergankelijkheid, dat de tijdelijkheid zelf maar tijdelijk is en dat achter alle dingen een eeuwigheid schuilt die schoon en waar en goed is. Orpheus boezemde sinds hij op aarde was en speelde, ontzag in bij alle wezens, hij werd op handen gedragen en als hij de snaren van zijn lier aansloeg, beroerden in dezelfde beweging zijn handen de zielen van de geringsten onder Gods schepselen.
Derhalve, wanneer hij na het verlies van zijn gade treurde, treurde de hele natuur met hem mee. Eurydicè was niet zomaar de gemalin van een gewone mens, zij was de gelukkige beminde en de toeverlaat van een hogere entiteit en daarom ook was haar heengaan voor de wereld een catastrofe, die zich nu samen met de elegie als een donkere nacht neervlijde over de aarde, aldus herinnerend aan haar val van zo-even, veroorzaakt door het gif van de adder die haar in de hiel beet wijl zij door de lente van haar leven danste in het jonge gras, bezaaid met geurige bloemen in duizend kleuren.
04-12-2025
Orpheus en Eurydicè (6)
Orpheus en Eurydicè (6)
Treurnis is geen ondergaan van leed, het is veeleer een verzet tegen de werkelijkheid: wie zich niet verzetten tegen wat hen overkomt, ondergaan gedwee de dingen maar wie zich verzetten, scheppen een kloof tussen de eigen wil en die van het noodlot en zo tarten zij het lot, zij bevechten het en de strijd die zij aldus voeren, brengt een leed teweeg dat nimmer zijn gelijke kent, het is een exponent van een door merg en been gaande frustratie.
Zij die, zoals de adepten van de Boeddha, beweren dat leed ontstaat uit gehechtheid en dat onthechting ons van leed bevrijdt, weten derhalve niet wat zij vertellen. Gevoeligheid voor leed is allerminst een zwakheid, zeer in tegendeel verraadt het de kracht van de betrokken ziel. Ongevoeligheid voor leed wordt verkeerdelijk geprezen als de capaciteit om zich boven de dingen te stellen maar aan onverstoorbaarheid is helemaal niets prijzenswaardigs, zij is verwant met de gewetenloosheid en dat is een kentrek van bloeddorstige dieren, van dictators en van afgestompte geesten. Het is de machowereld die dit onverstand viert en die de vrouwen, die om die reden vaker wenen, wegzet als het zwakke geslacht. Er is niets zwak aan gevoeligheid voor leed, het getuigt alleen maar van een hoog ontwikkeld bewustzijn.
En dan is er nog een theorie die in de jongste decennia veel opgang heeft gemaakt maar die de waarheid weer geweld aandoet: zij zegt dat emoties kunnen worden opgewekt door hun uitingen in plaats van andersom. Wie “hahaha” zeggen, zouden op den duur ook echt beginnen lachen en wie uien pellen totdat hen de tranen in de ogen komen, zouden daardoor verdriet uitlokken. Het is een theorie die wordt geloofd onder acteurs die immers middels mimiek, intonatie en verhaal, emoties moeten veinzen. Zij beweren dat het geen veinzen is wat zij doen, doch opwekken en sommigen houden voet bij stuk dat die emoties helemaal niet verschillen van de authentieke. Maar niets is minder waar. Wat opgewekt wordt door acteurs, romanschrijvers en dichters, zijn de authentieke gevoelens in de eigen ziel die immers een herkenningspunt beleven in de schouwburg, in de leeszetel of in de cinemazaal. Als die authentieke gevoelens er niet zijn, bijvoorbeeld omdat men (alsnog) de ervaring mist die aan de grondslag ervan ligt, kunnen ze ook helemaal niet tot stand worden gebracht door de nabootsing van hun uitingen.
De elegie van een bard mag niet opdringerig zijn want dan mist zij haar doel: zij moet eerst peilen of zij weerklank vinden kan en zij dient heel goed te weten tot wie zij zich richt, anders blijft zij even effectief als een toespraak in een wildvreemde taal of een kaars en een bril voor een uil die niet lezen wil. Orpheus die beslist van de geschiedenis omtrent Persephone gehoord heeft, weet dat Hades het gemis van de gade kent en daarom ook kan hij zich wenden tot de onvermurwbare of “Nil miserans” zoals Horatius hem ooit onterecht genoemd heeft, met alsnog de hoop hem te zullen vermurwen, hierin bovendien gesterkt door de zekerheid dat hij het spel van de lier als geen ander beheerst: het spel met de werkelijkheid van de resonantie die deze van de bijna onbemiddelde communicatie is.
Orpheus en Eurydicè (5)
Orpheus en Eurydicè (5)
De onderwereld moet wel een afgesloten ruimte zijn want Hades die daar regeert zoals zijn broers Zeus en Poseidon heersen over de luchten en de wateren, wil niet dat iemand van zijn onderdanen aan zijn greep ontsnappen kan. Uiteraard heeft de Hades een poort langs waar de overledenen het dodenrijk naar binnen komen maar zij wordt zwaar bewaakt om te verhinderen dat zij er weer uit weg kunnen komen. Aanvankelijk moet het de gedachte van Orpheus zijn geweest om doorheen die poort te gaan en aldus in de Hades zijn geliefde te gaan vervoegen, zoals velen doen wanneer zij hun beminde missen moeten maar om de reden die wij zo meteen vertellen, plande hij het anders: in plaats van zelf het dodenrijk naar binnen te gaan, wilde hij hartstochtelijk dat zij, Eurydice, terugkwam naar de wereld van de levenden en zo onderzocht hij dan de mogelijkheid om haar daar te gaan halen.
Orpheus immers zal geweten hebben dat een bestaan als schim aan de liefde helemaal geen kansen meer te bieden heeft. En bovendien geleek het lot van zijn ongelukkige gade enigszins op dat van Persephone, die Hades wegroofde uit de wereld via een gat in de aarde, om haar daarna te verplichten zijn vrouw te worden; de treurnis van haar moeder, Demeter, raakte de ziel van de natuur die antwoordde met een hongerwinter die veel mensen doodde, waarna Zeus zijn broer Hades beval om Persephone aan haar moeder terug te geven. Hades stemde daarmee in op voorwaarde dat ze nog eenmaal met hem at, terwijl een wet besliste dat voor wie ooit in de onderwereld voedsel hebben genuttigd, er niet langer een terugweg mogelijk is. Zes granaatappelpitten at Persephone aldaar, waaruit het compromis dat voor zij elke pit een maand terug moest naar Hades, en dan heerst hier de winter, de andere zes maanden van het jaar ontsprong zij de dodendans en maakte zij een 'anodos', gelijkend op een 'autochtonos', een sprong vanuit de grond, net zoals Aphrodite die opsprong uit de zee, om zo de lente in te luiden.
Dit moet Orpheus ervan overtuigd hebben dat ook zijn ongeluk misschien te herroepen was, aangezien deze verhalen een gevoeligheid verraadden van de goden voor het leed van derden. En daarop vermande hij zich, de edele bard, hij nam zijn lier, deed haar snaren trillen, een elegie ontvouwde zich, zij benam de winden van hun adem.
Orpheus en Eurydicè (4)
Orpheus en Eurydicè (4)
Behalve Orpheus en Odysseus daalden ook Theseus, Pirithoüs en Heracles tijdens hun leven in de onderwereld af maar of hun reis aldaar voorafging aan die van Orpheus, moet misschien wel in het ongewisse blijven daar hun leven zich afspeelt in een verleden dat zich in feite in zekere zin bevindt buiten de tijd zoals alle niet-mythologische figuren die beleven.
Er wordt gezegd dat de avonturen van de mythologische figuren zich afspelen of zich afgespeeld hebben in wat men het mythologisch tijdperk noemt en wat anders kan men zich daaromtrent herinneren dan de verhalen die daarover de ronde doen en die elkaar soms tegenspreken omdat er vaak meer versies zijn waarover de vertellers alle eensgezindheid moeten missen? Het mythologisch tijdperk is met alle andere era's slechts semi-compatibel. Het heeft met het 'echte' verleden het feit gemeen dat het er niet is maar het verschilt daarmee in het even sterke feit dat het 'echte' verleden er niet meer is of er geweest is. Dat is het mythologisch tijdperk tot op zekere hoogte eveneens, in die zin dat een volgorde der gebeurtenissen daarin onafwendbaar blijft: Odysseus heeft zijn moeder overleefd en Theseus de Minotaurus die hij immers doodde maar het lijkt er heel sterk op dat het weefsel van verhalen niet dens genoeg is om helemaal uit te kunnen maken in welke volgorde de Helleense helden dan hun daden pleegden. Bepaalde mythen hebben betrekking op historische gebeurtenissen en zo gaat de joodse mythe van de zondeval uiteraard vooraf aan de geboorte van Jezus Christus, gesteld dat dit laatste een historisch feit zou zijn, maar verder lijken alle 'feiten' waarover de bewuste verhalen handelen, veroordeeld om tot in de eeuwigheid te blijven zweven.
Dat er een essentieel verschil is tussen het 'niet zijn' en het 'niet meer zijn', lijkt aannemelijk maar anderzijds maken sommigen zich sterk dat, als de dood het definitieve einde van het leven is, het er ten langen leste helemaal niet toe doet of men echt bestaan heeft van zodra men er niet meer is en als men dat aanneemt, is in dat opzicht inderdaad elk verschil zoek tussen 'niet zijn' en 'niet meer zijn' van zodra abstractie wordt gemaakt van wie zich het verleden nog wél kunnen herinneren. Voor degenen die het zich niét kunnen herinneren, om wat voor reden ook, zijn er alleen verhalen en of die ook waar gebeurd zijn of dus waar zijn, kan door hen niet worden uitgemaakt. Spreken over zijn herinneringen met betrekking tot feiten is iets anders dan het zich herinneren van verhalen en wat dat kan betekenen met betrekking tot het mythologisch tijdperk, is niet zo heel direct te zien en zeker niet voor wie over de bewuste verhalen slechts heel gedeeltelijk hebben gehoord. De specifieke welwillendheid van wie over het mythologisch tijdperk spreken, impliceert een zekere bereidheid om aan te nemen dat er uiteindelijk geen vaste grens bestaat die de fictie scheidt van de realiteit; met andere woorden beamen wie de mythologie genegen zijn, de waarheidswaarde van zekere geschiedenissen waarvan iedereen weet dat zij niet plaatsvonden in 'onze' tijd. De zaak is heel wat ingewikkelder dan in deze schamele zinnen voorgesteld maar het gaat er om aan te tonen of tenminste aan te geven dat er goede redenen bestaan om ook aan mythen een werkelijkheidswaarde toe te kennen, zoals trouwens aan vele belangrijke zaken die zich bevinden in gebieden die geen uitstaans hebben met de tijd zonder meer en dikwijls ook niet met de ruimte.
De wereld waarin de mythen bestaan, is pas incompatibel met de 'onze' op voorwaarde dat wij weten wat wij zeggen als wij over 'onze' wereld spreken want het daaraan inherente thuisgevoel is vals en dat beseft men meestal pas waar ons de in “Ein Deutsches Requiem” van Johannes Brahms opgenomen verzen uit de Heilig Schrift te binnen schieten: “Wir haben hier keine bleibende Statt”, met andere woorden waar men geconfronteerd wordt met de eindigheid van het leven, met de dood. En het is uitgerekend die meestal zo keurig verdrongen onzekerheid en onwetendheid die zo belangrijk is in het licht van het alsnog opperen van een mogelijkheid om van de ene wereld naar de andere te reizen of, om tot de kern van de zaak te komen, om zichzelf ervan te overtuigen - en hier wordt uiteraard Orpheus geviseerd - dat er misschien een mogelijkheid bestaat om wie als dood geboekstaafd staan, alsnog te gaan terughalen in de Hades.
Zoals het mythologische tijdperk er een is dat zich bevindt tussen zijn en niet-zijn en dat er in geslaagd is om alvast het statuut van niet-zijn van zich af te schudden, zo ook moet er een gebied zijn dat zich bevindt tussen het leven en de dood, een gebied waar een wereld die niet langer bestaat, wedijvert met een wereld die nooit heeft bestaan, maar het zijn beide werelden waarvan wordt aangenomen dat ze bestaan hebben. De twijfel en de onzekerheid die hier opdoemen zijn uiteraard heel kostbaar in de ogen van Orpheus die immers met zijn wanhoop vecht en die het onmenselijke dragen moet terwijl wij willen aannemen dat hij een mens was, of is.
03-12-2025
Orpheus en Eurydicè (3)
Orpheus en Eurydicè (3)
Resonantie is een natuurverschijnsel waarvan reeds gewag gemaakt wordt in de Veda's; zij spreken over de trilling als de essentie van alle leven en als één ding trilt, dan trillen daarmee alle dingen mee; wat het ene voelt, maakt vibraties die zich voortplanten zoals ook zaden doen, en die in de omgeving alles aansteken, zoals ook ziekten doen. Het geheim van de resonantie is dat van de verbondenheid tussen al wat is, het is de communicatie die een oneindig aantal vormen heeft waarvan mensen er slechts enkele kennen, evenwel zonder ze helemaal te beheersen.
Vandaag lacht men met de zogenaamde toverformules uit de middeleeuwen en uit nog vroegere tijden; de woorden, muzikaal van klank en vorm, welke niet zozeer een betekenis herbergen maar vooreerst een gevoel en, veel meer nog dan dat, een waarheid. En waarheden bezweren; als zij uitgesproken worden, treedt een verandering in de orde van de dingen in en wel met dwingende kracht, zoals dat het geval is in de rechtspraak.
Wanneer een zaak in de openbaarheid wordt gebracht, spreekt een rechter zich daarover uit en niemand zal betwisten dat zijn woorden meer dan louter woorden zijn, dat zij meer zijn dan de namen en de betekenissen die zekere dingen begeleiden: de formule die een rechter uitspreekt met betrekking tot een zaak, gebiedt wat ogenschijnlijk puur natuurlijk is en wat alleen volgens de wetten van de natuur lijkt te verlopen, om te gehoorzamen en zij doet dat alleen omdat zij berust op waarheid. Ja, de formule die door de rechter uitgesproken wordt, dwingt de natuur zich aan haar te onderwerpen en zij slaat wie zopas nog op vrije voeten was, in de boeien op het ogenblik zelf dat zij weerklinkt.
Want de woorden van de rechter zijn niet zomaar woorden, zij zijn geladen met betekenis, en niet alleen geladen met betekenis maar tevens met gebeurtenis in de betekenis van geboortenis, geboorte: zij bevelen het ontstaan van zekere dingen die er voordien niet waren omdat zij verborgen bleven zoals de waarheid nog verborgen was, bijvoorbeeld door de werkzaamheden van de leugen, maar die door het proces van wording van de waarheid, de gebeurtenis waarbij de waarheid in deze wereld wordt geboren, ontsluierd worden, van de sluier van de leugen worden ontdaan en nu verschijnen in het volle licht dat aan de rede toegeschreven wordt maar dat van veel hoger komen kan, zodat een formule, uitgesproken door een rechter, meer kracht kan hebben dan wij, stervelingen, ooit voor mogelijk zouden houden.
De formules waarvan sprake worden gekend door de muzen die ze influisteren aan wie zij tot een veel zwaarder werk dan de meesten onder ons aankunnen, hebben veroordeeld. Want het instrumentschap van de muzen is een labeur dat het heetste hartebloed verbrandt, dat dichters kaal vreet tot op het bot en dat hen geen uur van rust gunt in de honderdduizend nachten van het leven als alle anderen in vrede slapen. Ware oorlogen voltrekken zich wanneer uit Plato's vormenwereld zich de gestalten een weg trachten te banen naar het tranendal dat anders zonder remmen gewis afglijdt naar de bonte hel.
Alleen jubel was tot nog toe aan het instrument van de Rhodopische bard ontsprongen en het woord jubel verwijst naar Jubal, een afstammeling van Kaïn en “de voorvader van alle muzikanten die de lier en de fluit bespelen”1, zoals het Boek der Wording leert.
De lier is een raam met daarop strak gespannen en gestemde snaren die men met de vingers kan doen trillen en die op een klankkast staan welke de geluiden versterkt en hoorbaar maakt. Orpheus was niet de eerste en de enige die de lier bespeelde: volgens het boek Samuel beval Koning Saul een man te zoeken die de lier bespelen kon om uit hem de boze geesten te verdrijven en zo kwam David naar hem toe en hij werd zijn wapendrager: “(...) David nam de harp, en hij speelde met zijn hand; dat was voor Saul een verademing, en het werd beter met hem, en de boze geest week van hem.”2
Dat de snaren op de lier strak gespannen en gestemd staan betekent dat er aan de beide uiteinden aan getrokken wordt door krachten die in onderling exact tegengestelde richtingen werken. De opgewekte spanning wordt gedragen door het raamwerk en is eveneens aanwezig in de snaren; zij verraadt zich bij het aanslaan van een snaar omdat die dan haar spanning omzet in een trilling, welke een ontlading is, die zich voortplant in een wijdere omgeving waarvan ook onze trommelvliezen deel uitmaken, waardoor wij die trilling registreren als geluid. Ook wezens ofwel dingen die het wrede lot delen om oren te moeten missen, worden gered van een algehele doofheid doordat ook zij middels hun stoffelijk omhulsel de trilling ondergaan welke zich voortplant door de lucht of door het water, door de grond of ongeacht welk ander midden. Alles in de omgeving wordt door de trilling aangedaan, gaat meetrillen en ondergaat de spanning uitgezonden door de bard middels zijn lier - een spanning die haar eerste oorsprong bij de muzen vindt, voor wiens muziek zij hun uitgelezen dichters een heel bijzonder oor hebben aangenaaid in het begin der tijden, toen het lot bezegeld werd van de geringste van de stervelingen.
Op die wijze wordt de inhoud van de hemel of althans een deel daarvan, naar de wereld van de levenden overgeplant en naar dat model heeft Orpheus gewerkt om wat de wereld van de levenden beweegt, over te hevelen naar het rijk der doden dat immers zijn Eurydice in zijn greep hield nadat zij door de adder was gebeten in de hiel terwijl zij op de tonen van de lier van haar uitverkoren gemaal, zong en danste in de lente van het leven.
De snaar welke Orpheus aansloeg, moest de juiste zijn, want zij moest de gevoelige snaar van niet alleen de levenden maar ook die van de doden kunnen raken en wat trillen gaat wanneer zich vibraties voortplanten doorheen de ruimte en de tijd, zijn niet alleen de trommelvliezen, de huid en de haren van de levenden, de takken en de bladeren der bomen, het lover en het gras, de bloemen, het wateroppervlak, de aarde en de wolken: meetrillen doet ook de essentie van al wie 'ik' kunnen zeggen, een essentie die zich in onze ruggengraat bevindt welke de spanning draagt tussen de twee polen die het leven in zich vatten en die het kloppen van het hart besturen, het ritme van de ademhaling en de wakkerheid van de gedachten. De ziel van een levend wezen zit binnenin het merg verborgen dat door de schelpen van de wervels wordt omgeven en beschermd, het gebeente dat een thuis biedt aan de ziel, dat tot niets anders van nut is en dat daarom wordt begraven van zodra de ziel wijkt uit het lijf en zijn verblijft moet verderzetten in een ander rijk waar eigenlijk geen levende naar binnen gaan kan. Edoch, precies omdat de ziel kan overgaan van deze aarde naar de Hades, moet er wel een weg daarheen zijn en dus ook een mogelijkheid voor trillingen om tot op die zo goed verborgen plek te komen.
Het snarenspel van de geoefende bard is niet alleen een zaak van fysische spanningen, trillingen of geluiden want deze zijn op hun beurt slechts de instrumenten van de muziek, de taal der muzen, die middels deze golven die de stof beroeren, op hun beurt ook het onstoffelijke in beweging zetten en het aldus van de verstarring van de dood bevrijden. De trillingen zijn de dragers van de ziel, datgene waarmee de ziel zich kenbaar maakt aan al het haar omringende dat het tot medeleven en op die manier ook tot leven wekt.
1Genesis 4:17-21: “Kaïn en zijn vrouw kregen een zoon en noemden hem Henoch. Daarna bouwde Kaïn een stad en noemde die naar zijn zoon. Henoch had een zoon genaamd Irad, de vader van Mehujaël, en Mehujaël had een zoon genaamd Metusaël, de vader van Lamech. Lamech had twee vrouwen, Ada en Zilla. Ada bracht Jabal ter wereld, de voorvader van hen die vee houden en in tenten wonen. Zijn broer was Jubal, de voorvader van alle muzikanten die de lier en de fluit bespelen.”
21 Samuel 16:14-22: “En de Geest des HEEREN week van Saul; en een boze geest van den HEERE verschrikte hem. Toen zeiden Sauls knechten tot hem: Zie toch, een boze geest Gods verschrikt u. Onze heer zegge toch tot uw knechten, die voor uw aangezicht staan, dat zij een man zoeken, die op de harp spelen kan; en het zal geschieden, als de boze geest Gods op u is, dat hij met zijn hand spele, dat het beter met u worde. Toen zeide Saul tot zijn knechten: Ziet mij toch naar een man uit, die wel spelen kan, en brengt hem tot mij. Toen antwoordde een van de jongelingen, en zeide: Zie, ik heb gezien een zoon van Isaï, den Bethlehemiet, die spelen kan en hij is een dapper held, en een krijgsman, en verstandig in zaken, en een schoon man, en de HEERE is met hem. Saul nu zond boden tot Isaï, en zeide: Zend uw zoon David tot mij, die bij de schapen is. Toen nam Isaï een ezel met brood, en een lederen zak met wijn, en een geitenbokje; en hij zond ze door de hand van zijn zoon David aan Saul. Alzo kwam David tot Saul, en hij stond voor zijn aangezicht; en hij beminde hem zeer, en hij werd zijn wapendrager. Daarna zond Saul tot Isaï, om te zeggen: Laat toch David voor mijn aangezicht staan, want hij heeft genade in mijn ogen gevonden. En het geschiedde, als de geest Gods over Saul was, zo nam David de harp, en hij speelde met zijn hand; dat was voor Saul een verademing, en het werd beter met hem, en de boze geest week van hem.”
Strijders voor eerlijke landbouw worden gecriminaliseerd terwijl aan het licht komt dat genetisch gemanipuleerde gewassen een gevaarlijk virus bevatten - zie: