Zoals
het hoort zat Nanna al netjes op mij te wachten in een restaurant met
een fris pintje en heel veel verhalen. Omdat wij dezelfde dag
onmogelijk nog in Aranzazu konden geraken besloten we de nacht door te
brengen in La Plata. De dag erna sloegen we onze voorraad in om te
vertrekken naar Aranzazu (tot die voorraad hoorde ook een gitaar +
bijhorende stoffen om een zak te maken + nog enkele rokken, jaja wij
houden wel van projectjes).
In
Aranzazu werden we zeer hartelijk verwelkomd door de dorpsbewoners, die
er ondertussen al van overtuigd waren dat wij nooit meer zouden
terugkomen. Deze keer werden we niet gehuisvest in de parochie omdat
die nu bezet werd door verschillende priesters die bezig waren met de
voorbereidingen voor het feest ter ere van de maagd Maria. Aldus werd
het schooltje onze thuishaven voor een week. Het hele dorpje was
helemaal in beslag genomen door de voorbereidingen voor het grote
feest, ook wij kregen de eer om te helpen met het malen van maïs om
arepas te maken voor de honderden bezoekers die ze verwachten om de
missen (inderdaad je leest het juist meerdere missen) bij te wonen.
De
feestdag werd voorafgegaan door een vuurwerk en eerlijk gezegd volgens
mij was dit het meest fantastische dat ik ooit al in mijn leven gezien
heb. Allereerst werd de duivel verbrand op het basketplein. Deze duivel
was een jongen in een rood pak, die vleugels had waaraan vuurwerk
bevestigd was. Terwijl hij rondliep over het plein werd dit vuurwerk
aangestoken. Echt een machtig zicht. Daarna was het tijd om el castillo te verbranden. Dit
was een constructie van een paar meter hoog. Dominogewijs werd het
vuurwerk dat eraan bevestigd was aangestoken tot in het midden ineens
de beeltenis van de maagd Maria verschijnt die vervolgens via een koord
naar beneden kwam gebengeld. Schitterend gewoon, zeker als je bedenkt
dat dit hele spektakel ineen werd gestoken door twee jongens die alles
(tot het vuurwerk toe) zelf hadden gemaakt.
De tweede feestdag was iets ingetogener en werd vooral gevuld door de verschillende missen. Omdat wij niet echt de hele dag naar de mis gaan brachten wij onze dag door met armbandjes maken en verkopen aan de pelgrims. We hebben ginder nog goed onze boterham verdient, anders gezegd we hebben die dag al het verdiende geld aan eten gespendeerd.
Aan
het einde van de dag ging de jeugd naar de plaatselijke discotheek, de
living van een gezin dat dan snel wordt leeggehaald zodat er ruimte is
om te dansen. Het feest duurde de hele avond en het grootste deel van
de dag erna.
Na de feesten keerde de rust terug in ons geliefde dorpje. Totdat
ineens een derde gringo verscheen: Ludo, onze franse vriend. Samen met
hem gingen we voort met onze kinderentertainment en andere projecten.
Omdat
mijn gitaar ondertussen nog steeds naamloos was besloten we een
dorpsstemming te houden en na een democratische stemming kwam de
volgende winnaar uit de bus: Colombianita Gus Gus...
Na
een heel leuk verblijf in Aranzazu werd het jammer genoeg toch tijd
voor ons om te vertrekken en onze reis voort te zetten. Na nog een paar
dagjes door te brengen met Ludo en Jorge in Popayán namen we dan toch
afscheid en trokken we samen met Jorge terug naar Taminango.
Daar werden we opnieuw zeer hartelijk verwelkomd door zijn familie die ons deze keer meenamen naar een finca in San Lorenzo. De
familie die daar woonde ontving ons met open armen en vooral de kinderen
geraakten al snel gehecht aan de gringos. Zoals het hoort op een boerderij stonden we s morgens vroeg op om de koetjes te melken. Jorge had het lumineuse idee om yoghurt te maken door drinkyoghurt met aardbeiensmaak te vermengen met de melk en te wachten tot dit een lekkere substantie werd. Tot onze niet al te grote verbazing is dit het nooit geworden.
Een van de zonen van het
gezin had ons gesproken over een prachtig meer op de berg en dus
besloten we om daar een avondje te gaan kamperen. De
vreselijk lange afstand die we moesten wandelen bleek uiteindelijk een
klein half uurtje stappen te zijn en het meer was eigenlijk een kleine
plas. Het uitzicht daarentegen was wel adembenemend, wat niet wegneemt
dat wij mogen lachen met zijn fantastische meer en de gebruikelijke overdrijvingen van de Colombianen.
Na
Taminango gingen we naar Pasto, een stad die heel dicht bij de grens
ligt, wat natuurlijk niet betekent dat wij snel in Ecuador gaan zijn.
Na vijf maand samen op stap te zijn geweest namen we afscheid en begon het afkicken. Wie ging er de komende weken lachen met mijn stomme mopjes, wie ging me helpen als ik het weer niet kon uitleggen in t spaans en veel meer... Ik stapte op een bus richting Bogota en begon direct te trillen, te zweten en heel hard Freeke te roepen om de twee en een halve minuut. In Bogota kwam Nicolás (een Colombiaan die ik aan de Pacific had leren kennen en met wie ik de komende weken in het noorden van Colombia ging rondreizen) me ophalen. Op zich sprak de grote, super vervuilde en drukke stad me niet echt aan. Het was ginder zelfs zo erg dat één van zijn vrienden een gasmasker had gekocht om rond te rijden in de stad. We brachten een kort bezoekje aan een sprookjesachtig boomhuis dat op een boerderij staat in de buurt van Bogota om kort daarna richting Cartagena te vertrekken.
Cartagena had een mooi oud centrum, maar zoals de meeste steden hier in Zuid-Amerika had ik niet echt het gevoel dat ik er lang zou willen verblijven. Marine (het Franse meisje dat we in Mexico leerden kennen en waar we in Guatemala met hebben samen gereisd) was ook in Cartagena en natuurlijk hadden we afgesproken. Het weerzien werd uitgebreid gevierd. Uiteindelijk besloot ze om samen met nog een vriend van haar met ons mee te gaan naar Islas Del Rosario. We verbleven op Isla Grande, het enige bewoonde eiland van de 26 eilanden die samen één van de vele natuurparken van Colombia vormen. We besloten terug naar het vasteland te gaan voordat we helemaal leeggezogen zouden zijn door de vele muggen. Na enkele dagen waren we onderweg naar Palomino waar we een vriend van Nicolás gingen bezoeken. Palomino is een klein dorpje aan de Caraibische kust, het is tevens de naam van de rivier die daar stroomt. Vanuit Palomino deden we verschillende uitstapjes waaronder Calamares. Calamares is een natuurreservaat waar ze een opvang voor zeeschilpadden hebben opgericht. In plaats van de beestjes vrij te laten na het uitkomen van de eieren houden ze ze bij in veel te kleine bassins tot hun 3 jaar. Na drie jaar in het rond te hebben gezwommen worden ze dan vrij gelaten. Vanaf volgend jaar zie je dus overal schilpadden rondjes draaien in de zee tot ze erbij neervallen of beter gezegd tot ze er van zinken. Hoe het kan dat zoiets bestaat snap ik niet echt goed, maar ja... Verder brachten we een bezoekje aan het natuurpark Tayrona. Op de vele toeristen na was dit een prachtig gebied waar we van het ene paradijselijke strand naar het andere wandelden. Verder brachten we een bezoekje aan een Kogui dorpje wat enkele uren landinwaarts wandelen was. We besloten de terugtocht al wandelend via de rivier te doen, een beslissing die ik mij nog lichtjes beklaagd heb al na de eerste 5 minuten. De eerste oversteek was al bijna fataal voor mijn camera en alle andere dingen die niet nat mogen worden. Al een geluk bleef ik bij de latere oversteken de grond onder mijn voeten voelen terwijl de rivier me onderuit probeerde te spoelen. De sterke stroming die ik die dag vervloekte was hetgeen ons nadien een prettige dobbertocht tot aan de zee bezorgde. Na een week was het tijd om terug te keren naar Bogota. Via een vriend van Nicolás kon ik terecht bij een shamaan om yahé te gaan drinken. Yahé is een drankje, papje wat al eeuwen door de inca´s wordt gedronken om tot zelfinzichten te komen. Deze zelfinzichten worden bereikt door de reizen die je maakt na het drinken van deze planten substractie. Ik mocht bij de shamaan thuis verblijven en het toeval trof dat ik mijn menstruaties daar kreeg en mocht ervaren hoe het voor een vrouw is om daar in zo een periode te leven. Doordat de vrouw in deze periode wordt beschouwd als zittende in een reinigingsperiode mocht ik niets doen en bijna niets aanraken, een ervaring die ik niet snel zal vergeten.
Van hieruit vertrok ik enthousiast voor het weerzien met Freeke terug naar La Plata.
In tegenstelling tot Freeke heb ik veel foto's en niet veel zin om er een lange uitleg bij te schrijven....
Na afscheid te hebben genomen van de meisjes was het voor mij tijd om terug te keren naar Colombia. Mijn reis zette ik alvast flitsend in door : mijn muts te vergeten op de bus en bijna mijn vlucht te missen omdat ik in slaap was gevallen Maar buiten mijn eigen stommiteiten verliep mijn terugreis naar Aranzazu zonder noemenswaardige problemen.
Via Quito, waar ik mijn vrienden nog snel even een bezoek bracht, ging ik nogmaals over de grens terug naar mijn geliefde Colombia.
Alvorens naar Aranzazu te gaan had ik beloofd aan de familia van Jorge om eventjes een tussenstop te maken in het dorpje waar zij woonden, Taminango. Zo gezegd zo gedaan en de 2 nachten die ik daar ging blijven werden algauw een kleine week. Een week die ik doorbracht met luieren, alle neven, nichten, nonkels en tantes (en geloof mij dat zijn er heel veel) te bezoeken, een berg te beklimmen en er natuurlijk ook weer af te vallen. Kortom een aangename, rustige week in een leuk dorpje.
Om in Aranzazu te geraken moest ik terug passeren langs Popayan, waar ik afgesproken had met Marine. Binnen een paar weken vertrekt zij terug naar Frankrijk en dus was het leuk om elkaar nog eens terug te zien en over al onze avonturen van de afgelopen maanden te vertellen Na een paar daagjes bijbabbelen zette ik haar veilig op de bus naar Bogota waar zij haar vlucht had richting Argentinie.
Na Popayan ging ik naar La plata waar ik een nieuwe afspraak had met niemand minder dan..Nanna!
Lees alles over onze avonturen in Colombia Part 2.
Ps Ik had jammer genoeg geen digitaal fototoestel bij mij, dus de fotos van mijn avonturen zijn eerder beperkt.
Sao Paulo - Paraty - Onbewoond eiland- Isla Grande - Rio de Janeiro - Sao Paulo
Rond een uur of 5 smorgens had ik mijn date met Leen en Scampi, die fashionably late gewijs 3 uur later eindelijk de terminal kwamen uitgehuppeld. Het weerzien was heel leuk en mijn blijdschap werd nog meer vergroot toen een kwariertje later nog eens Sarah (Saar), Christel en Justyna ( Just-Tien-Na) als verrassing voor mijn neus stonden. Na de nodige knuffels, cadeaus en roddels uitgewisseld te hebben besloten we te vertrekken richting Sao Paolo city.
Sao Paulo was exact wat we ervan verwacht hadden en na een heuse achtervolging met geweren te zien besloten we wijselijk in ons bed te kruipen en te hopen dat de volgende dag snel aanbrak zodat we onze tocht konden verderzetten. Zoals nachten dat wel eens doen, ging ook deze nacht snel voorbij en dus vertrokken we naar onze eerste bestemming Paraty.
Na een grondige afweging van de voor-en nadelen wandelden we naar de plaatselijke camping, waar we savonds onze allereerste bbq/strandscampvuur hielden.
De watervallen in de buurt van Paraty bleken een ideale plaats te zijn om even een dutje te doen en dus na een paar uurtjes wandelen installeerden we ons met zn allen op de rotsen voor een wedstrijdje nietsdoen (we hebben allemaal gewonnen).
Omdat de meisjes maar twee weken konden blijven werd mij, na een paar maanden zeeer rustig reizen, een iets hoger reistempo opgelegd en dus trokken we na onze slaapwatervallen door naar de volgende bestemming.
Om de spanning er een beetje in te houden besloten we ons op te splitsen in twee groepjes en Peking express gewijs om ter eerst te liften naar onze volgende bestemming.
Ter plaatse aangekomen besloten we op zoek te gaan naar een bootje dat ons zou willen brengen naar een van de vele onbewoonde eilandjes in de buurt om daar een nacht door te brengen zoals we gezien hadden in het programma expeditie Robinson.
Ieder van ons haalde op het eiland zijn beste survival skills naar boven en zo konden we die avond genieten van een gigantisch kampvuur waar we onze zelf gekochte worstje konden braden. Net zoals in het verhaal van de echte Robinson crusoe werden wij later op die nacht opgepikt door een paar locals in een wel heel luxueuze jacht. Zo vielen wij dus van het ene uiterste in het andere en ik stond versteld van onze capaciteiten om ons aan te passen aan de veranderde omstandigdheden . Een paar pintjes, uurtjes en dansjes later werden wij door onze prinsen netjes afgezet op ons strandje waar ons vuurtje nog dapper brandde. Ons in de armen knijpend kropen we gezellig dicht bij elkaar (het was tenslotte maar een heel klein strandje) in onze slaapzakken om de dag erna gewekt te worden door een prachtige zonsopgang.
Na onze eilandervaring hadden we nog wel eens zin in een eilandje. Omdat we toch wel meer dan 5 stappen wilden kunnen zetten zonder eraf te vallen besloten we een eiland te kiezen dat een beetje groter was, Isla grande had voor ons de juiste naam en dus trokken we richting het nogal toeristische eiland. Na bekomen te zijn van al onze avonturen trokken we er op uit om het eiland ieder op onze eigen manier te verkennen.
Na isla grande werd het tijd voor een ciudad grande, en dus vertrokken we de samba dansend richting Rio de Janeiro, Oleee. De stad was groot en niet helemaal wat ik verwacht had maar desondanks brachten we toch een paar leuke dagen door in deze carnavalstad waar we ons eigen appartmentje dat we mochten huren van op zn zachtst gezegd een ietwat vreemde vrouw.
Ondertussen zaten onze dolle weken er bijna op en omdat niemand zin had om zijn vlucht te missen vertrokken we na Rio rechtstreeks terug naar een dorpje in de buurt van Sao Paulo. Omdat dat nu eenmaal zo hoort te zijn op de laatste avond (mijn laatste avond eigenlijk) liep er natuurlijk vannalles mis.
We konden niet allemaal teglijkertijd vertrekken omdat ik nog wat spullen moest ophalen in Sao Paulo en dus werd er besloten dat Christel en ik de anderen later op de avond zouden terugvinden in het dorpje. Gelukkig hadden de anderen hun gsm bij zodat we hen zeker en vast konden bereiken. Zonder al te veel in detail te treden komt het er natuurlijk op neer dat we elkaar niet meer terugvonden en natuurlijk werkten ok de gsms niet meer. Ik heb niet genoeg tijd om het hele verhaal nu te vertellen maar kort gezegd komt het erop neer dat ongeveer de hele stad op de hoogte was van onze verdwijning, een aantal mensen bijna het leven hadden gelaten, enz maar dat we uiteindelijk teruggevonden werden in een hotel door Saar en scampvuur en een hele bende lokale twintigers.
Eind goed al goed, en na een paar pintjes gedronken te hebben met onze nieuwe vrienden trokken we ons terug in het theaterzaaltje waar we mochten logeren.
Na nog een gezellige dag en vooral een tof festival in het stadje was voor mij de tijd aangebroken om de bus te nemen naar de luchthaven waar ik die nacht mijn vlucht had richting Quito.
Ik zou nog even langs deze weg mijn vriendjes willen bedanken voor de fantastische tijd die we samen doorbrachten in Brazilie. Het was fijn om jullie allemaal terug te zien!
Na Nanna veilig op de bus te hebben gezet richting Bogota (mét lollie welteverstaan) was het voor mij tijd om te beginnen aan mijn 5-daagse richting Brazilie waar ik Leen en Sarah (scampvuur/scampi) zou ontmoeten.
In Colombia krijg je nooit de kans om eenzaam te zijn en dus was het niet zo vreemd dat ik vanaf het begin van de reis vergezeld werd door 5 muchachos (spaanse knuiters van een jaar of 60). Zij maakten dat de eerste dag alvast voorbij vloog. Na afscheid genomen te hebben van mijn opa´s kwam ik al snel in contact met Jorge die mij uitnodigde om de avond bij zijn familie door te brengen
. Zo kwam het dat ik mijn tweede avond doorbracht met Bingo spelen en woordjes zeggen in belgicana. Na een beetje langer te blijven plakken dan mijn reisschema mij toeliet trok ik verder richting de grens met Ecuador.
Zonder al te veel problemen bereikte ik een paar dagen later Quito, waar ik na een avondje met de plaatselijke locals door te brengen het vliegtuig opmocht riching...Brazilie!
Categorie:4.4 Aranzazu - San Andres (Tierradentro)
Op zoek naar vergeving van onze zonden bij de maagd maria
Na de koude dagen hoog in de bergentrokken we door richting San Andres (Tierradentro)
een van de bekendste archeaologische sites van Colombia. Om daar te geraken
maakten we eerst een tussenstop in La Plata en Aranzazu. Het eerste was een
gewone stad (waar we onze creativiteit uitleefde door het stikken van twee
nieuwe rokken voor onszelf), het tweede een minidorpje(gehucht) waar blijkbaar
de maagd Maria ooit verschenen was (wat is dat toch met die maagd hier??).
Omdat we natuurlijk niet naar Tierradentro konden gaan zonder dat gezien te
hebben besloten we daar een nachtje te blijven. Omdat het dorpje zo fantastisch
was werden dat algauw drie dagen die we doorbrachten met praten met de lokale
bevolking (blijkbaar waren wij de eerste buitenlanders die daar ooit verbleven
hebben), volleybalmatchkes spelen, kippen plukken, met de kinderen spelen en
lesgeven in armbandjes maken.De tijd
die we daar doorbrachten was echt fantastisch, zelfs zo goed dat we besloten
hebben om binnen een paar weken terug te keren, maar daarover later meer.
Met veel moeite trokken we ons los van ons geliefd dorpje en
haar inwoners en trokken we dan toch voort naar San Andres. In een hallucinant
prachtige omgeving kon je daar allerlei graftombes terugvinden (wel honderden!)
die jammer genoeg grotendeels vernietigd zijn door de kolonisten.Omdat er nooit genoeg geld is vrijgemaakt om
de graven te onderzoeken weet niemand exact van welke tijd deze afstamden noch wat
de geschilderde tekens betekenden die verrassendgoed bewaard zijn gebleven.
De doden werden eerst in een put gedaan en nadat het lichaam
ontbonden was werden de overschotten verplaatst naar een soort kamer in de
grond waar een hele familie begraven werd. Naargelang je rijkdom werd je
begraven in een beschilderde grot of urne (voor de rijken) in een lege grot met
een put in de grond (voor de armen).
Na Tieradentro trokken we door naar de volgende
archeaologische site, San Agustin, waar we nu dus beland zijn.
Na enkele daagjes luieren in Popayan vertrokken we naar het
nationale natuurpark Puracé. We werden ergens afgezet in the middle of nowhere
waar het enkele graadjes kouder bleek te zijn dan in Popayan. Blijkbaar zaten
we ook al op zo´n 3300 meter hoogte en het is nog altijd het regenseizoen hier
in Colombia. We kwamen iemand tegen die ons zei dat we naar boven moesten
wandelen om aan de ingang van het park te komen en hij zei ons dat het niet
zoveraf was. Net voor we rechtsomkeer wilden maken om beneden, in de bewoonde
wereld, iets te gaan zoeken, zagen we huisjes staan. Zoals we vaak
tegenstrijdige informatie kregen in Mexico,zijn het hier eerder detijds- en afstandsberekeningen die een beetje
onderschat worden. Na dus meer dan een halfuur te stijgen in een niet al te
aangename lichte motregen konden we ons gaan verwarmen aan het houtvuur in het
goed gevulde salon. Er bleek die avond een groep van zo´n 30 tal cyclisten te
verblijven. Na enkele shotjes rum waren we opgewarmd en klaar om de koude nacht
te trotseren, dicht tegen elkaar aanliggend natuurlijk.
De volgende ochtend
stonden we vroeg op om de vulkaan te beklimmen. Een klim die ons tot een hoogte
van ongeveer 4600 meter zou brengen. Aangezien we niet echt uitgerust zijn voor
koude en natte omgevingen konden we enkele zaken lenen van de parkwachter.
Freeke leende een kw-achtig iets (wat toch al een iets betere bescherming gaf
dan haar plastieke poncho) en kreeg een paar niet-waterdichte handschoenen mee.
Nanna besloot dat de leren (eveneens niet-waterdichte) schoenen van de
parkwachter een betere optie waren dan haar open sandalen, ook al waren de
schoenen 2 maten te groot. Volledig ingeduffeld vertrokken een kleine hel
tegemoet.
Na een goed uurtje waren we beide al sompend aan het wandelen met
doorweekte kousen en koude voeten. Het regende nog niet en was niet al te koud dus
wij trokken moedig verder. Hoe hoger we kwamen, hoe meer wind er opstak. Dan
werd het koude harde wind met regen, om nadien over te gaan in een wind die je
bijna van de berg zou blazen. Toen we een rots tegenkwamen waarop stond dat het
nog 1000meter verder was tot aan de krater besloten we rechtsomkeer te maken.
Volledig verkleumd met gevoelloze handen en voeten, allebei denkend dat we het
nog nooit ZO koud hadden gehad en dat we nooit meer opgewarmd gingen geraken,
begonnen we naar beneden te strompelen. Het nooit meer opgewarmd geraken was
slechts een klein beetje overdreven. Het leek of het houtvuur bijna geen warmte
afgaf, maar waarschijnlijk zal het tekort aan een glaasje rum om ons op te
warmen het verschil hebben gemaakt.
Nog steeds een beetje rillend vertrokken we
de volgende ochtend naar de warme thermalen. Dit was ongelooflijk en eigenlijk
onbeschrijflijk mooi. We zullen de foto´s dan ook voor zichzelf laten spreken,
alhoewel dat een foto nooit alles kan weergeven, maar toch
Aangekomen in Buenaventura besloten we direct door te
trekken naar San Cipriano, een heel klein dorpje op een half uurtje afstand van
daar. San Cipriano is een dorpje dat volledig in het teken staat van toeristen
(restaurants en cabañas was het enige dat je daar zag) maar omwille van het
transport alleen al wel een bezoekje waard. Om in het dorpje te geraken moet je
een treinspoor volgen. Aangezien er al lang geen trein meer rijdt hebben de
bewoners een eigen treintje uitgevonden. Een brommer die met zijn voorwiel
vastgezet is op eenhouten platform
waarop bankjes en tafeltjes geplaatst zijn. Als de brommer rijdt duwt hij op
die manier het platform vooruit en dan maar sjezen op het treinspoor. Een
pretparkattractie is er niets tegen!
Na San Cipriano vereerden we Silvia met een bezoekje. Silvia
was vooral bekend voor zijn markt waar de indigenos in traditionele kledij hun
groenten en fruit komen verkopen. Behalve indien traditionele kledij jeans en
T-shirten zijn hebben we er toch niet veel gezien op de markt. Het dorpje was
wel heel gezellig en je kon er prachtige wandelingen maken in de bergen.
Twee dagen later trokken we naar Popayan, de witte
stad.Op zich wel een leuke stad vooral
bekend om zijn uitkijkpunt, een heuvel met standbeeld van waarop je een
prachtig uitzicht hebt op de stad en de omringende bergen. Maar aangezien we
een kamer hadden met TV hebben we Popayan vooral bezocht in het niet misse
gezelschap van Dr.House, de voltallige crew van E.R, Mc dreamy, en ja hoor
zelfs Beverly Hills 90210.
Onze allerlaatste stop bracht ons in Bahia Solano, een klein
dorpje waar buiten een beetje poolen en een ijsje eten niet veel te beleven
viel.Jammer genoeg bleek dit dorpje
onze thuis te moeten worden voor een volledige week aangezien de volgende boot richting
Buenaventura nog even op zich liet wachten. Gewapend met onze kaarten,
dobbelstenen (om yahtzee te spelen), koordjes (knopen knopen knopen) trokken we
naar het plaatselijke ijssalon/ comidas rapidas, om de komende dagen door te
komen.
De week duurde lang, heel lang, en net twee dagen voor de
boot zou vertrekken liepen we een paar mensen tegen het lijf die ons spraken
over een dorpje op 20 km afstand lag van waar wij ons zaten te vervelen,
enwaar je blijkbaar veel meer kon doen
dan in Bahia. Niet volledig overtuigd besloten we het er toch maar op te wagen
en zo trokken we een dag later te voet richting El Valle
El Valle bleek een paradijs te zijn..Vloekend omwille van
alle tijd die we hadden verspild met wachten terwijl we evengoed hier hadden
kunnen zijn om watervallen te bezoeken, wandelingen te maken, te surfen, enz.
Besloten we om na 1 week wachten op een boot toch maar nog een weekje langer te
blijven en 2 boten later te nemen Typisch, dat wel, maar wel een heel wijze
beslissing Aldus brachten we de volgende week door met surfen, een onbewoond
eiland bezoeken en verse vis eten (barracuda door Nanna-zelf gevangen), enz.
De avonden in El Valle stonden in het teken van el bundé,
een groepje van 3 muzikanten (trompet en percussie) die 10 dagen lang elke
avond door de stad trekken om de maagd Maria te vieren. De lokale bevolking
volgt el bundé door de hele stad en danst op een niet zo maagdelijke manier
op hun muziek. Elke avond trekt de bundé een beetje verder en zo komt het dat
hij op de laatste avond gewoon de hele nacht doorgaat en de rivier oversteekt
in bootjes. Dit feest hebben wij jammer genoeg moeten missen omdat het voor ons
na twee weken in Bahia Solano/El Valle echt wel tijd werd om verder te trekken.
Aldus geschiedde en na een boottocht van 24 u, die voor
Nanna een hel waren aangezien ze in het begin dankzij de hulp van een van de
passagiers haar vingers tussen de schuifdeur van het toilet had gestoken (nu
drie weken later zijn de littekens nog zichtbaar, zowel fysisch als mentaal J).
Na ons uitstapje in de natuur keerden we terug naar Antigua om onze grote doorreis voor te bereiden. We waren van plan om in 2 á 3 weken tot Colombia af te zakken, dit was dus de grootste afstand van de reis tot hiertoe die we gingen overbruggen in een korte tijd (voor onze maatstaf een héél korte tijd!). Uiteindelijk zaten we na een lange chickenbus-rit (een oude Amerikaanse schoolbus waar de bankjes zelfs voor de kleine Guatemalteken te dicht bij elkaar staan) en 1 dag later in Nicaragua. Hier kregen we de optie om direct door te reizen (op een normale bus waar je knieën niet tot achter je oren moet optrekken om te zitten) tot in Panama City. We waren hier niet op voorzien en hadden dan ook niet genoeg geld op zak. Omdat we langs een bank gingen rijden bedachten we dat het oké was om mee te gaan, zelfs zonder genoeg geld op zak om het ticket volledig te kunnen betalen. Door onze halve slaapkop zijn we er in deze bank in geslaagd onze VISA te blokkeren en zaten we dus op een busrit (die we nog maar voor de helft hadden betaald) richting Panama zonder genoeg geld om de grensovergangen te betalen. Uiteindelijk is het een eind goed al goed verhaal, maar als Freeke niet al haar overtuigingskracht had bovengehaald in de 8ste bank die we onderweg tegen kwamen hadden we nu ergens weet ik veel waar gezeten.
Eenmaal in Panama City bleek dat we zelfs nog niet halverwege zaten van onze lange tocht. De grensovergang naar Colombia bleek een duur en lastig grapje te zijn. Aangezien de route over het land een overlevingkans van 40 % heeft is het veiliger te kiezen tussen een dure vlucht of een nog duurdere zeilboot. Omdat wij natuurlijk liever speciaal doen besloten we om in de haven te gaan rondhangen (tot groot plezier van de havenarbeiders) om te zoeken naar een goedkope boot. Natuurlijk hadden we prijs, voor bijna geen geld konden we mee met een vracht- passagiersschip dat de volgende avond al ging vertrekken. Enkele dagen later lagen we in ons kleine kajuitje te schommelen richting Jaqué, een laatste dorpje voordat je de grens naar Colombia over vaart. De dag nadien ontdekten we wat het is om landziek te zijn, niet zo leuk dus.
Tijdens de tocht van de laatste week hebben we de definitie van het woord `geduld´moeten aanpassen. Hoe vaak een boot enkele uren tot enkele dagen later vertrekt kunnen we niet meer optellen, maar toch blijven we er de humor van inzien.
Ondertussen zijn we gestrand in Bahia Solano, de allerlaatste tussenstop, waar we al enkele dagen aan het wachten zijn op de komst van de boot. Stilletjes aan vragen we het ons echt wel af: geraken ze er of geraken ze er niet?