|
Eén van de grootste plagen in een studentenstad, is de plaag van fietsdiefstallen. Niet alléén in een
studentenstad, overigens. Fietsdiefstal is sowieso een heel populair misdrijf
in ons land. Er worden naar schatting jaarlijks gemiddeld 100.000 fietsen
gestolen, zij het dat er maar in 35.000 gevallen aangifte gedaan wordt. (Dat
aantal diefstallen is des te indrukwekkender, als je bedenkt dat er in België
jaarlijks 500.000 fietsen gekocht worden: één op de vijf nieuwe fietsen wordt
dus gestolen...)
Waarom zou iemand een fiets stelen? Onder andere om te verkopen,
vermoed ik. Maar toch vooral gewoon om de fiets "even" te gebruiken. En dan denk ik inderdaad in de eerste plaats aan studenten,
die 's nachts na een aantal pinten liefst zo vlug mogelijk naar hun bed willen,
en dan maar een gemakkelijk beschikbaar vervoersmiddel "lenen".
Mijn fiets is nooit gestolen geweest tijdens mijn studententijd in
Gent.
Vermoedelijk omdat ie nogal kaduuk was. Ik was nog een pril student
toen ik aan de Sterre, onderweg naar de les, omver gereden werd door een
onachtzame automobilist die de voorrangsregels aan zijn laars meende te mogen
lappen. En mijn rijwiel is daar zwaar gehavend uit gekomen. De arrogante man
heeft mij 100 frank toegestopt, "en we
spreken er niet meer over". Ik heb dat aanvaard, beduusd en onmondig als ik
was, maar dat was nauwelijks een aalmoes. Want mijn fiets was onherstelbaar
kapot: het frame was dubbel geplooid, en met die 100 frank kon ik geen nieuwe
fiets kopen, zelfs niet tweedehands. Maar ons vader, een ware tovenaar als het
op herstellen en prutsen aankwam, heeft mijn fiets toch min of meer kunnen
oplappen, zodat ik de rest van mijn studententijd nog altijd met de fiets op
pad kon. Maar echt aanlokkelijk voor dieven zag mijn vehikel er daarna niet
meer uit.
Ik moet wel toegeven dat dit niet mijn eerste fiets-ongelukje was. Al
was het wel het ergste.
Ik had mijn fiets gekregen van mijn doopmeter, "mémé van de Pauvre-Leute". En binnen de week lag ik er al mee op de
grond, bij één van de vele kinderachtige pogingen om stoer te doen. Maar het
was toch wel een goeie fiets. Met drie versnellingen! Samen met mijn oudste broer en een paar sportieve
vrienden hebben we eindeloze fietstochten gemaakt in de buurt van Kortrijk. Waarbij
ik ooit eens tegen een paaltje aangereden ben op een punt waar het fietspad
opeens abrupt eindigde; ik was zó druk bezig de donderbeestjes van mijn armen en benen
en T-shirt weg te vegen, dat ik het onverwachte obstakel niet eens gezien had.
Vooral in de zomer, in de periode van de Ronde van Frankrijk, hadden
wij ook bijna dagelijks onze eigen "koers".
En daar waren zelfs "bergritten" bij,
met onder andere de beklimming van de Bellegemberg
en de Marionettenberg als hoogtepunten.
We waren dus wel ervaren fietsers. En daarom mochten we op een zonnige dag eens
met de fiets naar onze nonkel in Sint-Ulriks-Kapelle:
een kleine 100 km ver, en dwars doorheen de Vlaamse Ardennen. Ik was amper 14
jaar oud toen, en eigenlijk was dat voor mij nog iets te hoog gegrepen. Ik ben
daar na aankomst 's middags dan ook prompt in slaap gevallen... Aan tafel, bij de soep.
Maar mijn fiets heeft mij al die jaren goed gediend, zelfs na die
onfortuinlijke aanrijding. Ik moet nochtans bekennen dat ik er, zeker als
student, niet altijd even vriendelijk of zorgzaam mee om gesprongen ben.
Waar ik me nog het meeste voor schaam, is toen ik eens in de vroege
uurtjes héél vlug naar mijn kot wilde fietsen van bij "El Gringo" in de Sint-Pietersnieuwstraat naar Home Astrid aan de Sterre. Ik was moe, en wilde rap naar bed. Ik
had het ingenieuze idee om een kortere weg te nemen: dwars door het Citadelpark. En ook daar nam ik de
kortste route: gewoon rechtdoor, niet langs de verharde paden, maar dwars over
de grasperken. Waarbij ik vergeten was dat die afgeboord waren met een stalen
draad op zo'n 30 cm hoogte. Ik heb het rap genoeg gemerkt, toen mijn voorwiel
aan het eerste perkje bleef haperen, en ik met een indrukwekkende zweefvlucht
op het weelderige gras terechtkwam.
Gelukkig zonder al te veel erg, want ik kwam redelijk "zacht" neer. En gelukkig waren er geen
getuigen om mijn stommiteit te aanschouwen, zodat ook mijn ego er vrij
ongeschonden vanaf is gekomen.
Het leven van een student: duidelijk een leven van "vallen en opstaan"...
|