|
Vlak na de Tweede Wereldoorlog en terug van de evacuatie uit Friesland wemelde het in de Betuwe van vogels, die opgejaagd waren door het Ardennenoffensief en hier een ideale plek gevonden hadden om zich te voeden en te verschuilen tussen het weelderige onkruid in het verlaten gebied. Buiten huismussen, merels, huiszwaluwen, kraaien, eksters, vinken en kwikstaartjes was de streek toen hier overbevolkt geraakt met geëvacueerde vogelsoorten zoals putters, sijsjes, alle soorten zanglijsters, hout en tortelduiven, bijna alle mezensoorten, maar ook veel Vlaamse Gaaien. Van deze laatste soort waren er in de kersenbongerd van Berend Roelofs een groot aantal vertegenwoordigd. Nu hielden ze bij Piet van Frans-de familie Willemsen-kippen, die in die tijd allemaal buiten scharrelden. Ook waren er kloeken bij met kuikentjes, die voortdurend aangevallen werden door de gaaien uit de bongerd van Berend. Er ging geen dag voorbij, of er waren weer een vijftal kuikens verdwenen. Mijn vriend Nol Helsen en ik konden de man een kwartje verdienen, als we de gaaiennesten zouden uithalen. Na eerst bij Piet, Frits en Lies, en een op bezoek zijnde pater Dominicaan (Pater Meier)-, een kopje thee te hebben gedronken, doken we de aan het land van Piet van Frans grenzende bongerd van Berends Roelofs in om de aangenomen klus te klaren. Na bij een tweetal bomen de zaak afgerond te hebben, stuitten wij bij de derde boom op grote moeilijkheden. Terwijl ik helemaal boven in de boom bij het nest met jongen zat en Nol halverwege, kregen we plotseling te maken met de mannelijke leden van de familie Roelofs. Gewapend met fietskettingen stonden ze rondom de boom ons op te te wachten. Nol kon, door uit de kersenboom te springen, nog ontkomen, maar ik hoog bovenin viel ten prooi aan de cowboys beneden. Of we bij de familie Willemsen onze gage geïncasseerd hebben, kan ik me niet meer herinneren, wel het verschikkelijk en onmenselijk pak ransel van die Roelofsjes!
|