Met je lichaam doe je wat je wilt,
maar je mag in geen geval verliefd worden. Deze woorden sprak zij
helemaal aan het begin van hun relatie, een naam die ze er toen nog
niet aan wilde geven. Hij heeft daar onmiddellijk op geantwoord dat
hij het daar niet mee eens was en dat hun relatie (die zij nog zo
niet wilde noemen) onmiddellijk voorbij zou zijn indien zij zich naar
die uitspraak zou gedragen. Intussen is zij van gedacht veranderd en
het feit dat ze nog bij elkaar zijn, betekent dat ze zijn
waarschuwing in acht heeft genomen.
Meer nog, het is zelfs helemaal niet
onmogelijk dat hijzelf haar een pak minder trouw is (geweest) dan zij
hem. Er gaat immers geen dag (of vrouw) voorbij waarop hij niet een
beetje verliefd wordt. Af en toe gaat het om een collega op het werk,
of een meisje in de les, zoals onlangs gebeurde. Die verliefdheden
zijn weliswaar onbegrensd in de tijd, maar zijn volgens hem verder
niet gevaarlijk. De meeste verliefde momenten beleeft hij op straat,
in de bus of de metro, in een restaurant of een winkel.Ultrakorte
momenten van een sterk fysiek verlangen en de bijhorende projectie
van allerlei deugden in de richting van een mooie vrouwelijke
verschijning, het maakt niet uit waar. Iemand zien, oprecht denken
hoe mooi, een beetje goesting krijgen, kijken, zien of de
aantrekkingskracht wederzijds is, stilletjes verlangen, ongehoord
begeren, verder gaan, vergeten. Want daar eindigt het allemaal mee,
nog geen halve minuut nadat het voorwerp van verliefdheid uit het oog
is verdwenen, is hij haar vergeten en kan hij zich zelfs niet meer
herinneren hoe ze er uitzag. Vaak is hij zich daarvan al bewust
terwijl hij nog in volle verliefdheid zit. Reden tot droefheid is die
vaststelling niet, want per dag wordt hij misschien wel honderd keer
verliefd en honderd keer vergeet hij het achteraf allemaal weer.
Het weze dan ook duidelijk dat er nooit
wat gebeurt. Niet de geringste aanzet tot verleiding of zelfs maar
flirt vertrekt van zijn kant. Nooit raakte hij in hun relatie een
andere vrouw dan de zijne aan.En hij weet dat hij dat ook nooit zal
doen, daarvoor zijn die verliefdheidjes te relatief, te vluchtig.
Maar ze zijn er wel en de vaststelling blijft dat hij zijn vrouw
bijna 24 op 7 enigszins ontrouw is. Of, anders gezegd: net het
omgekeerde van wat ze hem in het begin zei: lichamelijk doet hij
niks, maar verliefd is hij op iedereen.
14-07-2009 om 23:16
geschreven door Jordi Puixants
Wie zich kwaad maakt, heeft de strijd
op voorhand verloren. Deze wijze woorden las ik ooit ergens in een
boek of op een website en het staat me voor dat ze worden
toegeschreven aan een Chinees. Ik spreek ze niet tegen. Wie zich laat
meeslepen door zijn woede, verliest de controle over zijn eigen
woorden en zijn verstand en daarmee finaal ook over het gesprek.
Ruzie maken is een kunst.
Begin deze week heb ik me kwaad
gemaakt. Het gebeurde tijdens een vergadering met onze
krolletjesbaas. Niet dat ik heb geroepen, wat anderen daarover ook
mogen beweren. Evenmin heb ik gescholden, op een halve keer na toen
ik de bazerij een groepje amateurs noemde. Maar ik was wel wat
opgefokt en daardoor klonk mijn stem te luid en af en toe zelfs wat
schril. Ik had ook moeite om de anderen te laten uitspreken en dat is
niet fatsoenlijk.
Nochtans had ik me voorgenomen om niet
kwaad te worden. Mijn betrachting was om op elk moment de kalmte te
bewaren en om onze krolletjesbaas kordaat, maar rustig van repliek te
dienen. Ik had de vergadering zoals steeds goed voorbereid en was
klaar voor een lekker potje vergaderlijke oorlog, iets wat in dit
Vlaamse land vol lakeien veel te weinig voorkomt. De goede
voorbereiding heeft gebaat, maar er was zeker ruimte voor
verbetering. Mijn replieken waren kordaat, mijn redeneringen
waterdicht, de conclusies door niemand weerlegd. Maar de kalmte was
ik dus al gauw een beetje kwijt en daarvan had ik onmiddellijk een
heel klein beetje spijt.
En toch heb ik de intellectuele strijd
gewonnen. De krolletjesbaas was ook voorbereid, maar mist jammer voor
hem het verstand om ad hoc en stante pede een sluitende redenering te
maken. In zijn hoofd stak een cd-tje met maar 1 liedje en
geconfronteerd met onder meer mijn antwoorden, lukte het hem niet om
wat anders te verzinnen dan voor de zoveelste keer op play te
drukken. Ik daarentegen was wel kwaad, maar mijn verstand was op geen
enkel moment niet koel. Nog tijdens de vergadering herwon ik
overigens grotendeels mijn kalmte. Dat mijn stem geregeld toch wat
luider werd, vind ik zelf niet zo erg, wetend dat mijn replieken zo
overkwamen als donderslagen terwijl mijn ogen vuur bliksemden. De
krolletjesbaas was zenuwachtig, zo zag ik aan het stukje hemd onder
zijn armen, en verliet na 2 uur de vergadering met een smoesje.
Vandaag zag ik dat in het verslag van
de vergadering met geen woord gerept wordt over de discussie.
12-07-2009 om 18:43
geschreven door Jordi Puixants